Skip to main content

Inkijkexemplaar Het Nederlands Bakboek

Page 1

INHOUD

BAKSPECIALITEITEN PER PLAATS/PROVINCIE AAN DE LEZER DE VOORRAADKAST BAKTIPS

6 8 10 14

DE BAKKER

17

BROOD

27

BESCHUIT

71

KRUIDKOEK

78

TAART, KOEK & KLEINE TRAKTATIES

97

VLAAIEN

141

KOEKJES

161

PANNENKOEKEN

187

WAFELS

201

FEEST

213

REGISTER LITERATUURLIJST FOTOVERANTWOORDING DANKWOORD

248 252 254 255

HET NEDERLANDS BAKBOEK


RECEPTENLIJST BROOD:

VLAAIEN: VLAAIDEEG

144

VANILLEPUDDING

145

BOTERIG KRUIMELSTROOISEL

146

RASTERVLAAI

146

GEWOON BRUINBROOD

38

TIJGERBOL

39

KNIPBROOD

40

ABRIKOZENKRUIMELVLAAI

150

MAÏSBOL

41

KWARKVLAAI

153

ROGGESTOET MET KARNEMELK

42

VLAAI MET VERSE VRUCHTEN I

154

STERRENBROOD

44

VLAAI MET VERSE VRUCHTEN II

154

SUIKERBROOD

45

PAPTAARTJES

158

MUESLIBROOD

46

POFFEN

49

KOEKJES:

HOORNSE BROEDER

50

KLETSKOPPEN

165

TULBAND

52

JANHAGEL

166

KRENTENBROOD MET AMANDELSPIJS

54

FRIESE DÚMKES

168

TIMPEN EN GROFJES

55

GOUDSE MOPPEN

170

ZEEUWS KRUIDBROOD

58

SPRITSKOEKJES

173

KROLLEN

60

ZWOLSE BLAUWVINGERS

173

BOLUSSEN

62

GEVULDE KOEKEN

174

GEMBERBOLUSSEN

64

BITTERKOEKJES

175

BRABANTSE WORSTENBROODJES

66

WEESPERMOPPEN

176

EIERKOEKEN

178

KRAKELINGEN

182

KAASBOLLETJES

184

KRUIDKOEK:

RIJSTEVLAAI: GEWOON, DE LUXE OF MET KERSEN

148

ONTBIJTKOEK

86

OUDEWIJVENKOEK

87

BOSSCHEKOEK

88

PANNENKOEKEN:

FRIESE KRUIDKOEK

91

SPEKPANNENKOEKEN

190

GRONINGERKOEK MET SUKADE

92

APPELPANNENKOEKEN

192

AMSTERDAMSE KORSTJES

93

GIETHOORNSE OF GIETERSE PANNENKOEKEN

TAART, KOEK & KLEINE TRAKTATIES:

193

DRIE-IN-DE-PAN

194

APPELTAART

104

KERSENPANNENKOEKEN

196

APPELKRUIMELTAART

105

POPULAIRE PANNENKOEKEN

198

BOTERKOEK

106

POFFERTJES

199

ORANJEKOEK

107

KRUIDKOEK MET KARNEMELK

110

WAFELS:

SPEKKOEK

111

NIEUWJAARSROLLETJES

206

CHIPOLATATAART

115

GEKRUIDE WAFELS

208

SNELLE WAFELS

209

HAZELNOOTSCHUIMTAART MET MOKKA

120

HOLLANDSE KORST

122

FEEST:

AMANDELSPIJS

124

ZUIDLAARDERBOL

222

GEWONE APPELBOLLEN

126

TAAITAAI

224

PRAKTISCHE APPELBOLLEN

127

KRUIDNOTEN

227

APPELFLAPPEN

128

SPECULAAS VAN DE PLANK

232

AMANDELBROODJES

129

DIKKE SPECULAASBROKKEN

235

ABRIKOZENMEISJES

132

WITTE SPECULAASPLAKKEN

236

AMANDELRONDO’S

134

GEVULDE SPECULAAS

238

APPELRONDO’S

136

SPECULAAS VAN DE PLAAT

240

SOEZENDEEG

137

ZAANS STROOPBROOD

242

BOSSCHE BOLLEN

138

DUIVEKATER

244

BANANENSOEZEN OF -BROODJES

139

OLIEBOLLEN

247

INHOUDSOPGAVE


BAKSPECIALITEITEN PER PLAATS

ZUIDLAREN: ZUIDLAARDERBOL, P. 222

WIERINGEN: WIERINGERTULEN

GIETHOORN: GIETHOORNSE OF GIETERSE PANNENKOEKEN, P. 193 HOORN: HOORNSE BROEDER, P. 50

STAPHORST: STAPHORSTER FLEER

WORMER: BESCHUIT ZWOLLE: ZWOLSE BLAUWVINGER

AMSTERDAM: AMSTERDAMSE KORSTJES, P. 93 LEIDEN: HARING EN WITTEBROOD LEIDSE HOOGJES

WEESP: WEESPERMOPPEN, P. 176

DEN HAAG: HAAGS ZOET ROGGEBROOD

DEVENTER: DEVENTER KOEK

ROTTERDAM: ROTTERDAMS SCHEURBROOD VOLLENHOVE: VOLLENHOVENSE AMULETTEN

‘S-HERTOGENBOSCH: BOSSCHEKOEK, P. 88 BOSSCHE BOLLEN, P. 138

IJSSELMONDE: REFOELEN AARDENBURG: KIKKERBILLETJES

GOUDA: GOUDSE MOPPEN, P. 170 GOUDSE STROOPWAFELS SITTARD: KROMBROODJES

6

HET NEDERLANDS BAKBOEK


BAKSPECIALITEITEN PER PROVINCIE/STREEK GRONINGEN: GRONINGERKOEK MET SUKADE, P. 92

AMELAND: AMELANDSE BLADJES FRIESLAND: DRABBELKOEKEN FRIESE DÚMKES, P. 168 FRIESE KEALEPOATEN FRIESE KRUIDKOEK, P. 91 ORANJEKOEK, P. 108 POFFEN SUIKERBROOD, P. 45

OOSTEN & NOORDEN: TIMPEN EN GROFJES, P. 55

TEXEL: TEXELSE KLEIKOEK

DRENTHE: BOFFERT KNIEPERTJES (NIEUWJAARSROLLETJES), P. 206

NOORD-HOLLAND: DUIVEKATER, P. 244 SPOUWERS ZAANS STROOPBROOD, P. 242

TWENTE: TWENTSE BESCHUIT TWENTSE KRENTEWEGGE

’T GOOI: GOOISE MOPPEN VELUWE: SPEKKENDIKKEN

OOSTEN: ROGGESTOETEN, P. 42

BETUWE: UDENHOUTSE BROEDER BRABANT: BRABANTSE WORSTENBROODJES, P. 66

ZUIDOOSTELIJKE GRENSSTREEK: STERRENBROOD, P. 44

ZEELAND: BOLUSSEN, P. 63 GEKRUIDE WAFELS, P. 208 KRUU’PLAETJES PAPTAARTJES, P. 158 WITTE SPECULAASPLAKKEN, P. 236 ZEEUWS KRUIDBROOD, P. 56 ZEEUWSE VETKOEKEN

ZUIDEN: KROLLEN, P. 60 LIMBURG: KWARKVLAAI, P. 153

BAKSPECIALITEITEN PER PLAATS & PROVINCIE/STREEK

7


AAN DE LEZER

IK BEN GEBOREN in Brits-Guyana en heb Indiase voorouders. Nadat ik in diverse landen had gewoond en gestudeerd, trouwde ik met een Nederlandse man en zo belandde ik in een klein dorpje in de Betuwe. Omdat ik altijd een grote interesse voor eten heb gehad, wilde ik meteen meer te weten komen over de Nederlandse keuken. Met dat doel stelde ik vragen aan willekeurige mensen die op mijn pad kwamen. Wat ik ook vroeg, het antwoord was bijna altijd hetzelfde. Schoorvoetend, beschaamd, mompelend of luid en duidelijk: ‘Wij hebben geen kookcultuur!’ Wat eten deze mensen dan, vroeg ik me af. Al gauw maakte ik kennis met boerenkool, hutspot en erwtensoep. Ze hadden gelijk. Ook al kan zoiets heerlijk smaken, het is bepaald geen haute cuisine. Nu hoeft cuisine niet altijd haute te zijn, maar veel was er niet om eventueel in andere categorieën te kunnen onderbrengen. Ik paste me snel aan de eetgewoontes aan en dus ook aan de broodmaaltijd. Ik was van huis uit gewend aan ontbijt en twee warme maaltijden, met een theesessie tussendoor, in koloniale stijl. Bij de bakker kwam ik tot de ontdekking dat klanten er niet alleen hun brood kochten, maar ook allerlei lekkers, zoals cake, gebak en koekjes. Ik vond het onbegrijpelijk dat de mensen dat soort dingen niet zelf maakten. Ik kom zelf uit een thuisbakcultuur, en mijn schoonmoeder was ook een fervent bakster, die daar één ochtend per week aan besteedde. Van haar leerde ik hoe je bijvoorbeeld appeltaart, speculaas, mokkataart, gemberkoek, gebakken kwarktaart en amandeltasjes kon maken. Het was een mengelmoes van traditioneel Hollands en Hollands-Joods en het was allemaal heerlijk, want ze had een ‘geheim’ ingrediënt: goede boter. Bij de bakker kocht ik elke keer iets anders naast het dagelijkse halfje volkoren en zo ontdekte ik wat er allemaal voor lekkers was. Waarom had niemand die heerlijkheden opgenoemd in hun rijtje van boerenkool en hutspot? Ik kon maar één antwoord bedenken: ze vinden het vanzelfsprekend en ze denken dat een bakker een soort tovenaar is – en dat zij die dingen zelf nooit zo zouden kunnen maken. Ik ga een uitdaging niet snel uit de weg en besloot om al het Nederlandse gebak dat ik lekker vond, thuis na te maken. Niet allemaal tegelijk natuurlijk, maar in de loop der jaren. Ondertussen bezocht ik regelmatig het Oxford Symposium on Food and Cookery, een jaarlijkse bijeenkomst van mensen uit allerlei landen, die dan in Oxford

8

HET NEDERLANDS BAKBOEK


samenkomen om van elkaar te leren. Er waren grote namen bij en mensen zoals ikzelf, die het gewoon interessant vonden om meer te weten te komen over voeding vanuit allerlei standpunten. Wat ons voornamelijk verbond was liefde voor de geschiedenis van ons eten: eten in perspectief zetten, als het ware. Daar maakte ik kennis met een Britse uitgever die gespecialiseerd was in eten als cultuurgeschiedenis. Aangespoord door mijn literair agent vroeg hij mij een boek over Nederlands eten te schrijven voor de Britse markt. Ik hoefde maar heel kort na te denken. Ik zei dat het niet ging lukken, want er was niet genoeg om een lezerspubliek te boeien. (Ik had me al aangepast: wij hebben toch geen kookcultuur...?) ‘Maar,’ voegde ik daar snel aan toe, ‘ik wil wel een boek over Nederlands gebak voor jullie schrijven, want dat is er in overvloed.’

Wie na het lezen van dit boek geen gevoel van trots krijgt, mag mij een bericht sturen om zijn beklag te doen. Een mailtje naar mijn uitgever bereikt mij altijd. Maar voor nu: ga snel boter, suiker, eieren en bloem kopen, blader verder en laat de oven vast voorverwarmen.

Veel bakplezier!

Vier jaar lang reisde ik kriskras door Nederland, van Groningen naar Zeeland en van Almelo naar Rotterdam. Ik bezocht bakkerijen, sprak met de bakkers, proefde allerlei producten, bezocht bibliotheken en musea en dook elke tweedehandsboekwinkel in die ik maar tegenkwam. Het resultaat was Windmills in My Oven, een Engels boek bedoeld voor mensen die serieus belangstelling hebben voor voeding en die niet alleen recepten willen zien. Nu, na tien jaar, komt het materiaal thuis waar het hoort, in Nederland. Hoewel het boek dat nu voor je ligt gebaseerd is op Windmills in My Oven, is het toch heel anders. Dat eerste boek was een boek voor buitenlanders die even naar binnen mochten gluren bij de Nederlanders, terwijl het huidige boek bedoeld is voor de Nederlanders zelf, die goed om zich heen zouden moeten kijken. Het is toegankelijk voor iedereen en je vindt er zowel verhalen als recepten in. Het zijn traditionele recepten die geschreven zijn voor de thuisbakker. Ik hoop heel erg dat je, na het lezen van dit boek, niet meer alleen vol eerbied en bewondering naar de Fransen, Italianen, Britten of wie dan ook kijkt, maar dat je ook beseft hoeveel reden de Nederlanders hebben om trots te zijn op hun eigen culinaire schatten. Dus geen klaagzang meer over wat de Nederlandse eetcultuur niet heeft, maar een luide lofzang op wat er wél is. Misschien bestaat er in Nederland geen haute of andere noemenswaardige cuisine, althans niet waar het traditionele Nederlandse recepten betreft, maar er is wel een schat aan bakkunst, waarvan veel te weinig mensen zich bewust zijn.

AAN DE LEZER

9


VAN BOVEN NAAR ONDER: BAKKERIJ NAUTA, ENKHUIZEN, CA. 1920, BAKKERIJ F. WAGENAAR, HEM/VENHUIZEN, CA. 1930, BAKKERIJ VAN DEN BROEK, AMSTERDAM, CA. 1930

19


BOVEN: BAKKERIJ VAN DER POL, ALKMAAR, CA. 1960 ONDER: BAKKERS AAN HET WERK IN DE COÖPERATIEVE BROODBAKKERIJ “ONS DAGELIJKSCH BROOD”, HEERLEN, 1935

20


Tradities worden continu geboren. Ze hoeven niet altijd eeuwenoud te zijn, of doordrenkt met een oud-Hollands aroma. Dit mueslibrood, bijvoorbeeld, kan gerust als een nieuw-Nederlandse traditie worden beschouwd. Sinds de jaren zeventig van de vorige eeuw is het niet meer weg te denken uit de schappen van de bakker. Het zal zijn naam danken

aan het feit dat de vulling ongeveer dezelfde ingrediënten bevat als muesli, een product dat als ontbijtgraan sterk begon op te komen in die tijd. Omdat muesli ook onderdeel was van allerlei diëten, kreeg het algauw de status van gezondheidsproduct, iets wat goed paste bij een steeds bewustere levensstijl. Mueslibrood kon mooi op deze trend meeliften.

MUESLIBROOD

BAKINSTRUCTIES

Oven: voorverwarmd op 200 °C Bakvorm: broodvorm van 1,25 l, ingevet Baktijd: ongeveer 30 minuten

INGREDIËNTEN

200 g volkorentarwemeel 150 g wit broodmeel 1½ theelepel instantgist 1 eetlepel lichte of donkere basterdsuiker ¾ theelepel zout circa 200 ml melk, handwarm 50 g boter, gesmolten 60 g krenten 60 g sultanarozijnen 1 eetlepel sukadestukjes 1 eetlepel gekonfijte sinaasappelschil, fijngesneden 30 g licht geroosterde hazelnoten, grofgehakt 30 g walnoten, grofgehakt enkele eetlepels havervlokken

46

BEREIDINGSWIJZE

Doe beide meelsoorten samen met de gist, suiker en het zout in een grote (tafelmixer)kom. Voeg de melk en boter toe en meng met een spatel de vochtige ingrediënten goed door de droge. Kneed het geheel met een sterke tafelmixer tot een soepel deeg. Je kunt ook alles op een met bloem bestoven werkvlak of een siliconenmat tot een soepel deeg kneden. Maak een bal van het deeg en leg die weer in de kom. Dek af met plasticfolie of een vochtige theedoek en zet de kom op een warme, tochtvrije plek tot het deeg bijna verdubbeld is in volume. Spoel intussen de krenten en sultanarozijnen af met heet water. Dep de vruchten droog met keukenpapier en doe ze samen met de sukade en sinaasappelschil in een kommetje. Zet afgedekt weg op dezelfde warme plek als het deeg. Stort het deeg op het werkvlak, druk of rol het uit tot een grote lap en strooi de vruchten en noten erover. Kneed alles grondig door het deeg. Rol het deeg uit, of druk het plat, tot er een rechthoek ontstaat van ongeveer 1 cm dik en zo breed als de lengte van de broodvorm. Rol de lap deeg op vanaf een van de korte kanten en knijp de naad goed dicht. Strooi de havervlokken op het werkvlak en wentel de deegrol erdoor, zodat de vlokken eraan blijven kleven. Leg het deeg met de naad naar beneden in de broodvorm. Dek losjes af met plasticfolie en laat het op een warme, tochtvrije plek staan tot het bijna twee keer zo groot is. Bak het brood gaar in ongeveer 30 minuten. Om te controleren of het gaar is haal je het brood uit de vorm en klop je op de boven- en onderkant: het moet hol klinken. Laat het op een rooster afkoelen.

HET NEDERLANDS BAKBOEK


Taarten van hazelnootschuim zie je bij de bakker in diverse maten en vrijwel altijd in een ronde vorm. Allemaal bestaan ze uit meerdere lagen schuim met botercrème. Vaak wordt deze botercrème naturel gelaten, maar een mokkacrème maakt van zo’n taart iets écht verrukkelijks, want hazelnoten en koffie zijn twee smaken die voor elkaar gemaakt lijken. Bakkers houden ervan om banketbakkersroom in hun botercrème te verwerken. Die hebben ze al staan voor andere bewerkingen. Als thuisbakker kun je een heerlijke, snelle mokkacrème maken met een paar eenvoudige ingrediënten. Drie ronde schijven schuim passen niet allemaal tegelijk in de gemiddelde oven thuis. Als het ongebakken schuim op zijn beurt moet wachten, begint

het uit te lopen en wordt het onbruikbaar. Thuis is het daarom veel praktischer om één grote rechthoek te bakken en deze in de gewenste maat te snijden. Knip het bakpapier heel ruim uit, zodat je het vast kunt houden tijdens het uitstrijken van het schuim. Als je ongebrande hazelnoten koopt en die vlak voor gebruik in de oven roostert, zal de taart veel lekkerder worden dan met voorgeroosterde noten die al een tijdje staan. Leg hiervoor de ongebrande noten op een bakplaat in een koude oven. Zet de thermostaat op 180 °C en laat de noten licht kleuren in 10-15 minuten. Laat ze volledig afkoelen voordat je ze verder verwerkt.

HAZELNOOTSCHUIMTAART MET MOKKA VOOR 1 GROTE TAART, GENOEG VOOR ONGEVEER 12 PORTIES

BAKINSTRUCTIES

Oven: voorverwarmd op 130 °C Bakvorm: bakplaat met zijkanten, ongeveer 28 x 37 cm, bekleed met bakpapier Baktijd: ongeveer 1 uur en 15-30 minuten

120

FOTO P. 118-119

INGREDIËNTEN

Schuim 150 g fijne kristalsuiker 150 g poedersuiker, gezeefd ¼ theelepel zout 75 g licht geroosterde hazelnoten (zie inleiding hierboven), fijngemalen 2 eetlepels maïzena 150 g eiwit

Mokkabotercrème 2½-3 theelepels instantpoeder voor espresso 1 eetlepel heet water 300 g zachte boter 350 g poedersuiker, gezeefd 75-100 g geroosterde hazelnoten, in stukjes gehakt

HET NEDERLANDS BAKBOEK


BEREIDINGSWIJZE

Roer de fijne kristalsuiker en de poedersuiker met het zout in een kom door elkaar. Meng de gemalen hazelnoten met de maïzena in een tweede kom. Doe het eiwit in een brandschone (tafelmixer)kom. Als er zelfs maar een klein beetje vettigheid aan de kom zit, zullen de eiwitten niet goed uitzetten. Wie geen elektrische mixer met garde heeft, kan de eiwitten met een handgarde kloppen, maar daar is veel kracht voor nodig. Klop de eiwitten schuimig en strooi de suiker erbij, in een langzame stroom, terwijl de mixer draait. Klop de eiwitten op hoge snelheid tot stijve pieken. Als je de mixer uitzet en de garde omhoogtrekt, moet er een scherpe piek achterblijven, die zijn vorm behoudt. Gebruik een handgarde om het notenmengsel voorzichtig toe te voegen. Bewerk de eiwitten niet onnodig veel, anders lopen ze uit. Schraap het schuim uit de kom op de met bakpapier beklede bakplaat. Houd het papier aan één kant vast en strijk het schuim glad. Het moet overal even dik zijn. Zet de bakplaat op de onderste richel van de oven en bak het schuim ongeveer 1 uur en 15-30 minuten. Het moet heel licht kleuren en droog aanvoelen. Leg een rooster omgekeerd op de bakplaat en keer bakplaat en rooster samen meteen weer om, zodat het schuim nu op het rooster ligt. Trek het papier voorzichtig weg laat de schuimplak volledig afkoelen.

Los voor de crème de espressopoeder op in het hete water. Klop de boter in 1-2 minuten luchtig, liefst met een elektrische mixer. Doe de gezeefde poedersuiker en koffie erbij en klop grondig tot de crème luchtig is en de suiker goed opgelost. Dit duurt minstens 5 minuten. Begin op een zeer lage snelheid, anders krijg je een wolk van poedersuiker over alles heen. Verhoog de snelheid zodra de poedersuiker er goed door gemengd is. Leg voor de afwerking de schuimplak op een vlakke ondergrond. Snijd het schuim in drie gelijke stukken met een scherp gekarteld mes, zoals een broodmes. Een bot mes zal de schuimplak doen breken. Gebruik een pannenkoekmes om de eerste plak te bestrijken met een derde van de crème. Leg daarop de tweede plak en bestrijk deze ook met een derde van de crème. Leg de derde plak hierop en bestrijk hem met de rest van de crème. Strooi de gehakte hazelnoten erover. Laat de taart goed afgedekt in de koelkast opstijven voordat je hem in stukken snijdt. Bewaar de taart in de koelkast, maar serveer hem op kamertemperatuur.

TAART, KOEK & KLEINE TRAKTATIES

121


Je kunt deze smakelijke, boterige kruimels over een vruchtenvulling strooien, of over een laagje pudding. Sommige thuisbakkers gebruiken het strooisel zelfs als enige vulling. In dat geval kun je het recept het

beste naar smaak verdubbelen of verdrievoudigen. Fijne tafelsuiker geeft net iets meer beet dan witte basterdsuiker; aan jou de keuze.

BOTERIG KRUIMELSTROOISEL

INGREDIËNTEN

BEREIDINGSWIJZE

Doe de droge ingrediënten in een grote kom en meng ze goed. Schenk de boter erover en meng licht met een vork tot alle boter is geabsorbeerd en er geen losse bloem meer te zien is. Meng alles luchtig, zonder druk uit te oefenen, om kleine klontjes van wisselend formaat te maken. Fijn gruis of te grote klonten zijn minder mooi op de vlaai. Laat de laag een paar minuten opstijven en strooi met de hand om goed te kunnen doseren.

125 g tarwebloem 50 g witte basterd- of fijne tafelsuiker 1 ⁄ 8 theelepel zout 75 g boter, gesmolten en iets afgekoeld

RASTERVLAAI

BEREIDINGSWIJZE

Bakkers gebruiken meestal een speciale roller om van een dun stuk deeg een raster te snijden. De roller heeft kleine verstoken mesjes die door het deeg snijden zonder het uit te rekken. Als het deeglapje van het werkvlak wordt gehaald met de handen een beetje gespreid, gaan de sneetjes open om het bekende patroon te vormen. Thuis gaat het iets anders. Om een rastervlaai te maken bereid je eerst het deeg met het recept voor 1 rastervlaai (zie p. 144). Gebruik twee derde van het deeg om de vorm mee te bekleden en laat het op de aangegeven manier rusten. Rol de rest van het deeg

146

uit en snijd daar lintjes van. Laat die ook even staan. Vul de bodem met een gebonden koude vulling, bijvoorbeeld een dubbele hoeveelheid van het kersengarnituur voor Rijstevlaai (zie p. 148), maar dan iets dunner van consistentie. Anders is het na het bakken te stevig van textuur. Leg de lintjes in een ruitvorm op de vulling, druk ze licht aan op de rand en knip de overtollige stukjes af. Bestrijk met geklopt ei en bestrooi eventueel met kristalsuiker. Bak de vlaai gaar in ongeveer 40 minuten of tot de zij- en bovenkant donker goudbruin zijn.

HET NEDERLANDS BAKBOEK


Vroeger werd een maagdelijk witte rijstevlaai alleen met Pasen gegeten, maar nu eten we hem wanneer en hoe we willen. Er zijn allerlei moderne, maar verrukkelijke toevoegingen aan de traditionele Limburgse rijstevlaai mogelijk. Met veel slagroom en een afwerking van chocoladeschilfers heet hij

‘de luxe’, en inmiddels alom bekend maar niet bij iedereen even geliefd, is de rijstevlaai met kersen. Wie van zacht en smeuïg houdt kan de kleinere hoeveelheid rijst gebruiken; de rijst moet dan wel iets langer koken om in te dikken, waardoor de korrel zachter wordt.

RIJSTEVLAAI: GEWOON, DE LUXE OF MET KERSEN

BAKINSTRUCTIES

Oven: voorverwarmd op 190 °C Bakvorm: vlaaivorm van 24 cm met losse bodem, ingevet + bakplaat Baktijd: 25-30 minuten

INGREDIËNTEN

Vulling 700 ml volle melk 115-125 g paprijst (dessertrijst) 90-100 g kristalsuiker 1 vanillestokje 2 eieren, goed losgeklopt Deeg 1 hoeveelheid Vlaaideeg voor 1 bodem (zie p. 144) Kersengarnituur (naar keuze) 1 flinke eetlepel maïzena 200 ml siroop van de kersen (zie hierna) 350 g kersen op lichte siroop, uit blik of pot (uitlekgewicht) 1-2 eetlepels kristalsuiker (naar keuze) 300-400 ml slagroom, gezoet en stijfgeklopt

148

RIJSTEVLAAI DE LUXE: FOTO P. 147

HET NEDERLANDS BAKBOEK


BEREIDINGSWIJZE

Bereid eerst de vulling. Doe de melk in een grote pan met een zware bodem. Snijd het vanillestokje doormidden en schraap de zaadjes eruit. Doe zowel de zaadjes als het gespleten stokje bij de melk. Breng de melk aan de kook, doe de rijst en 90 g suiker erbij en roer de rijstkorrels goed los. Breng alles aan de kook, draai het vuur zo laag mogelijk en laat het geheel inkoken tot de rijst heel gaar is en er nog maar een klein beetje dikke vloeistof over is. Dit duurt ongeveer 15 minuten bij gebruik van 125 g rijst; als je een zachtere korrel wilt, gebruik je 115 g rijst en laat je hem iets langer doorkoken. Roer van tijd tot tijd om aanbranden te voorkomen. Haal de pan van het fornuis en verwijder het vanillestokje. Proef de pap en voeg eventueel nog de resterende suiker toe als je de vulling niet zoet genoeg vindt. Maak de deegbodem (zie p. 144) terwijl de rijst kookt. Zet de met deeg beklede bakvorm op een bakplaat op het aanrecht. Klop de eieren door de rijst en schenk het mengsel in de bodem. Bak de rijstevlaai 25-30 minuten, tot de vulling net gestold is. Als je hem te lang bakt, droogt hij uit. De bovenkant moet een beetje gespikkeld zijn en als je de bakvorm licht schudt, mag de vulling niet wiebelen. Laat de vlaai 5 minuten in de bakvorm afkoelen en haal hem er dan voorzichtig uit. Laat hem volledig afkoelen op een rooster. Bewaar de vlaai goed afgedekt in de koelkast en serveer hem op kamertemperatuur, gegarneerd met een lekker toefje slagroom. Het ziet er mooi uit als je de hele vlaai ineens met slagroom afwerkt, maar het is praktischer om elke portie afzonderlijk

te garneren, tenzij je de vlaai in één keer gaat serveren en opeten. Los voor het kersengarnituur de maïzena op in 2 eetlepels van de siroop. Doe de kersen en overgebleven siroop in een pan. Als de kersen heel fris van smaak zijn, kun je desgewenst 1-2 eetlepels suiker toevoegen. Breng de kersen aan de kook en roer het maïzenapapje erdoor. Laat het geheel al roerend een minuut doorkoken. Schenk of schep het garnituur warm of afgekoeld over de rijstevlaai. Je kunt het garnituur ook over de vlaai uitstrijken voor hij de koelkast in gaat. In dat geval kunt je het beste een iets dikkere saus maken door een extra theelepel maïzena te gebruiken. Schenk de warme kersensaus op de afgekoelde vlaai en laat het geheel zo even staan om af te koelen en een beetje op te stijven voordat je de vlaai in de koelkast zet. Om chocoladeschilfers te maken: Voor chocoladeschilfers smelt je ongeveer 100 g pure chocolade. Strijk de massa heel dun uit op een koud oppervlak, zoals een marmeren plaat of een stenen of roestvrijstalen aanrecht. Als de chocolade bijna gestold is, neem je een groot mes en dit duw je in een hoek van 45° tegen de chocolade aan om het los te maken van het oppervlak. Leg de resulterende schilfers opzij om te laten drogen en goed te laten stollen voordat je ze als decoratie gebruikt.

VLAAIEN

149


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Inkijkexemplaar Het Nederlands Bakboek by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu