Skip to main content

Ik zal regen geven - Rae Meadows.9789023954200

Page 1

Hoe overleeft een gezin zonder water? Oklahoma, 1934. Nergens kan Annie Bell aan het stof ontsnappen: het zit in haar haren, dringt de neusgaten van haar kinderen binnen en bedekt het vee in de stal. De oogst staat te verdrogen op het land. Dan komen de verwoestende stofstormen... Niet alleen Annie is wanhopig op zoek naar een uitweg. Annies echtgenoot wordt gekweld door dromen waarin de hemelsluizen wijd open gaan. En haar dochter kiest een uiterst gevaarlijke manier om aan de dorre streek te ontkomen. In deze prachtige roman brengt Rae Meadows een onvergetelijke familie in barre omstandigheden tot leven. Een ontroerend en helend verhaal dat spreekt van hoop, moreel besef en bovenal van liefde. Rae Meadows is auteur van vier veelgeprezen romans. Ze woont met haar gezin in Brooklyn, New York.

MOZAĂ?EK ROMAN

www.uitgeverijmozaiek.nl ISBN 978 90 239 5420 0

9 789023

954200

NUR 342

Regen TOT.indd 1

22-05-2018 16:46:51


Rae Meadows

IK ZAL REGEN GEVEN Vertaald door Claudia Visser

Uitgeverij MozaĂŻek, Utrecht

18046 Ik zal regen geven.indd 3

22-05-18 13:51


1

A

nnie Bell werd wakker in de donkerblauwe duisternis net voor zonsopkomst. Haar nachtjapon was in een klamme wirwar tot haar knieĂŤn opgestroopt. Ze had gedroomd over de baby die er al tien jaar niet meer was, maar ze kon zich nog slechts wat losse details herinneren: de scherpe geur van zure melk, een jammerend gehuil dat ze niet kon stillen. Samuel lag naast haar te slapen, met zijn hand stijf dichtgeknepen en zijn gezicht in het kussen gedrukt. Ze schoof langzaam bij hem vandaan en ging rechtop zitten. Het had nu al 72 dagen niet geregend. Het kwik zou vandaag boven de 37 graden uitstijgen en morgen ongetwijfeld ook weer. Ze stond snel en stilletjes op en ging op haar tenen naar beneden, de keuken door, de achterdeur uit. Nog even en ze zouden allemaal op zijn, maar in deze laatste ogenblikken voor de zon verscheen, hing er nog koude lucht in de schaduwen en de zachte morgenbries blies fluisterend langs haar armen. Uiterst voorzichtig stapte ze voort, om maar niet op de sprinkhaanhuidjes te stappen waarmee de grond lag bezaaid. Toen ze om de stal heen liep en het duister al wat grijzer werd, zag ze op een hooibaal een hoopje half gestopte sokken liggen.

7

18046 Ik zal regen geven.indd 7

22-05-18 13:51


O, Birdie toch! Hoe vaak had ze dit de laatste tijd al niet verzucht, omdat haar dochter geen oog had voor wat er allemaal gebeuren moest. Voor haar dochter waren het gewoon sokken met gaten erin, maar net als iedere boerin wist Annie dat zo’n karweitje er een was van de vele die de boel draaiende hielden. Ze veegde het haar van haar voorhoofd, dat na negentien jaar op de boerderij was getekend met groeven, waardoor ze er voor haar idee ouder uitzag dan 37. Het werd steeds moeilijker om rond te komen van de middelen die ze hadden. Voorzie, voorzie, voorzie, weerklonk het door haar hoofd wanneer ze het deeg kneedde of de lakens uitwrong of oude tarwe vermaalde tot pap, terwijl haar dochter de middagen doelloos doorbracht. Die zat vast met een jongen in haar hoofd, dat wist ze haast wel zeker. Het was Birdies gedagdroom dat Annie nog het meest stak, hoewel ze wist dat het onredelijk was. Het hoorde bij jong-zijn om jezelf over te geven aan het gevoel dat je leven vol mogelijkheden zat. Annie wist dat ze net zo was geweest toen ze vele jaren geleden Samuel had ontmoet; ze herinnerde zich hoe het was om dingen voor jezelf te willen. Maar nu waren er het land, de boerderij, het huis, haar kinderen, haar man. Ze liet de sokken weer vallen waar ze ze had gevonden. Laat Birdie nu maar, dacht ze, probeer haar de ruimte te geven. Ze wreef met haar teen in een boog over de harde, verdroogde grond. Een prairiehaas schoot voor haar langs en verdween. De zon kwam tevoorschijn en terwijl die langs de hemel rees, zou ze iedere tijdelijke verlichting van de hitte met zich wegnemen. Weldra zou Birdie naar de stal sjokken om te gaan melken, Fred zou zich naar buiten haasten om voor de kippen te zorgen en Samuel zou proberen een nieuwe manier te vinden om leven uit de bodem te lokken. Het was tijd om de broodjes te gaan maken. Birdie stapte vanuit de keuken de droge wind in. Ze liep rond het huis en schermde haar ogen af met haar hand. Niets. Nog

8

18046 Ik zal regen geven.indd 8

22-05-18 13:51


altijd niets. Kaalgeschoren land, waar ze ook maar keek; een lusteloze, troebele luchtspiegeling. Verder naar het noorden lag Kansas, in het zuiden Texas, naar het westen lagen NieuwMexico en Colorado, en naar het oosten lag de rest van Oklahoma. De windmolen was het hoogste punt van de boerderij en stond naast de stal. Haar vader had aan de voorzijde daarvan enkele jaren geleden de kleine schuur gebouwd, waarin nu bijna alleen maar juten zakken stonden, gevuld met sprinkhanenlokmiddel. De wind suisde om haar oren en blies haar haren in haar gezicht. De wind kende geen genade. Ze pakte haar haren met haar hand bijeen in een staart, maar had nog geen zin die vast te maken met een koordje of elastiek. Waar had ze haar groene lint gelaten? Ze pakte de emmer die aan de windmolen hing en pompte het water omhoog; eerst bruin en toen pas helder. De valse christusdoorns die haar vader had geplant in het eerste jaar dat hij en haar moeder op de boerderij woonden, staken inmiddels boven het huis uit en boden meer schaduw dan de verwaarloosde mesquitebomen. Ze nam de emmer mee en leegde die rond de stammen. Vorige week had haar vader water over het dak van hun huis gegoten, waardoor het begon te sissen en de stoom ervanaf kwam, maar het had niet bepaald geholpen om binnen enige verkoeling te brengen. Ze had gelukkig nooit in de oude uitgegraven plaggenhut hoeven wonen, die niet veel meer was dan een dak boven een hoop aarde voorbij de stal. In dit huis hadden ze tenminste stromend water en elektriciteit. ‘Birdie!’ riep haar vader vanuit de deuropening van de schuur. Samuel Bells magere armen waren roodbruin van de zon en zijn haar werd dunner, alsof de droogte ook aan hem vrat. Vroeger lachte hij altijd gemakkelijk om Freds grappenmakerij en soms neuriede hij ’s avonds zelfs een vrolijk deuntje dat hij ergens in de barakken opgepikt had toen hij nog deelpachter was, en dan stampte hij met zijn voet om in de maat te blijven. Nu gebruikte hij het beetje energie dat hij nog had alleen om zich

9

18046 Ik zal regen geven.indd 9

22-05-18 13:51


zorgen te maken en te bladeren door zijn bijbel met de flinterdunne bladzijden en een omslag vol barstjes, als nerven in een verdord blad. Er was op zijn minst vierhonderd millimeter regen nodig om iets te laten groeien en er was maar honderd millimeter gevallen. Over een paar weken was het oogsttijd en de plantjes hadden nu in het stadium van korrelvulling moeten zijn, of hadden melkrijp of zelfs al deegrijp moeten zijn, maar de korrels waren nog steeds zo klein en hard als speldenknopjes. Vorige week was er een man uit Amarillo langsgekomen met tabellen en grafieken. Hij sprak over regen. ‘Hebt u niet al lang genoeg gewacht?’ vroeg hij in een overvol gymnastieklokaal. Hij wist een manier om er iets aan te doen en de boeren knikten. Een manier om van de droogte af te komen. Geen van allen kon het geld missen, maar in feite hadden ze geen keus. ‘Hoe gaat het in zijn werk?’ vroeg Samuel. ‘Met explosieven. Een hele berg van dat spul,’ antwoordde de man. ‘Om de boel daar een beetje wakker te schudden,’ zei hij en wees daarbij naar de lucht. ‘We hebben het ook ten noorden van Las Cruces gedaan. En daar in Toad Creek, in het oosten van Texas. Die mannen in Washington hadden het voor jullie allemaal kunnen doen, maar zij willen er hun geld niet aan uitgeven.’ De boeren bromden. Natuurlijk, natuurlijk. Ze zouden zichzelf moeten helpen. ‘Laat de hele rotzooi maar de lucht in gaan!’ riep iemand. De man had geglimlacht en in zijn handen geklapt en was niet opgehouden voor de boeren waren ingevallen en daarbij met hun voeten op de houten vloer hadden gestampt. Het kleine strookje gras dat er nog was, knisperde onder Samuels voeten. Het was tot aan de wortel kaalgevreten door de koeien en uitgedroogd door de zon. De man uit Amarillo zou ergens halverwege de week komen. Samuel was vanzelfsprekend wat aarzelend, maar ze hadden allemaal hun deel betaald, op hoop van zegen.

10

18046 Ik zal regen geven.indd 10

22-05-18 13:51


‘Ga iets nuttigs doen,’ zei Samuel tegen Birdie. ‘Trek die distel maar van het hek af.’ Die distel leek zowat het enige wat nu nog wilde groeien en hij moest gekweld toezien hoe de plant het droge erf overwoekerde. Birdie had er een hekel aan om tuimelkruid te trekken, omdat ze er krassen van kreeg op haar armen en in haar gezicht. Cy Mack had met zijn duim over haar kin gestreeld en gezegd dat ze het zachtste meisje van Oklahoma was. Hij zei dat hij van de sproeten op haar neus hield en van het kuiltje in haar wang. Hij zei dat ze naar klaver rook. ‘Die hoop daar is al veel te hoog,’ zei ze tegen haar vader. ‘Begin dan met een nieuwe.’ Ze zuchtte en veegde met haar arm het zweet van haar bovenlip. ‘Het is zo warm,’ zei ze. Samuel lachte zachtjes. ‘Je meent het.’ Het hek aan de westkant stond aan de rand van het grootste stuk land en Birdie maakte een bos tuimelkruid van het prikkeldraad los en gooide het aan de kant. En toen was de wind ineens even weg. De stilte bezorgde haar een rilling en in de plotselinge windstilte hoorde ze de weidespreeuwen tjilpen en met hun vleugels klapperen. In de verte hing een donker waas, alsof er bergen lagen. Vreugde maakte zich van haar meester; ze voelde zich zo blij als een kind dat zojuist een groot cadeau met een roze strik in haar handen had gekregen. Ze rende terug naar haar vader. ‘Kijk, pa.’ Haar vader was nieuw prikkeldraad aan het spannen en keek op. Hij deed zijn hoed af, streek met zijn hand over zijn haar en zette hem weer op. Opluchting straalde van zijn gezicht. ‘Halleluja,’ zei hij. ‘Ga je moeder halen. Er komt regen.’ Fred legde een takje over twee stenen, dat als brug moest dienen voor de mieren. Hij maakte een spoor van broodkruimels, dat

11

18046 Ik zal regen geven.indd 11

22-05-18 13:51


hij over de zijkant omhoog liet lopen om ze te verleiden de steen op te klimmen. Kom, kleine vrienden, dacht hij. Eet maar op. Fred had X-benen, een bleke huid en zag er jonger uit dan acht jaar. Hij was nooit gaan praten. Zijn ouders hadden het opgegeven te proberen hem zover te krijgen, en hij had zijn eigen manier van communiceren ontwikkeld. Hij was een vaardig gebruiker van gezichtsuitdrukkingen en gebaren die de rest van het gezin goed kende. Nu schreef hij op een klein krijtbord, dat hij ook meenam naar school, en overal in huis lagen schriften waaraan met een draadje of een koordje een potlood was bevestigd. De mierenhoop was zo groot als een broodtrommel. Hij kwam in de verleiding erop te springen en toe te kijken hoe de kleine zwarte werkers zich zouden weghaasten, maar hij hield zich in. Een van de mieren snelde weg en zijn gekromde voelsprieten trilden. Fred knielde neer en duwde de wegloper met zijn vinger zachtjes in de aarde. Hij had op school geleerd dat een mierenkolonie als één geheel samenwerkte en dat de mieren gezamenlijk werkten in het voordeel van de hele groep. Hij vroeg zich af hoeveel er moesten doodgaan voor de kolonie het in de gaten kreeg. Fred kon ze steeds moeilijker zien, al die donkere mierenstipjes die niet te onderscheiden waren van de grond. Hij knipperde met zijn ogen en wreef erin met zijn knuisten. Beduusd door de plotselinge duisternis stond hij op en toen zag hij de wolken. Regen betekende tarwe, tarwe betekende geld en geld betekende een fiets. ‘Mam!’ schreeuwde Birdie, en de deur klapte achter haar dicht. Binnen was het warm en benauwd, en de ramen waren verduisterd tegen de zon. ‘Wat is er aan de hand, Barbara Ann?’ vroeg Annie. Een knoop verloren? Een jurk die ze in de etalage had gezien? Een splinter in haar duim, waardoor ze niet kon gaan melken? Haar

12

18046 Ik zal regen geven.indd 12

22-05-18 13:51


dochter kon overal een drama van maken en liet haar emoties gemakkelijk gaan. ‘Ik ben in de keuken,’ zei Annie. ‘Je hoeft niet zo te gillen.’ Het klimopbehang dat Annie vijf jaar geleden op de muren had geplakt krulde om bij de hoeken. Het weelderige groen leek nu een slechte grap en het papier bobbelde als ze er met haar hand over streek. Het voelde alsof ze zelf net als die groene opdruk was verbleekt; al het werk en het wachten hadden ook haar van alle kleur ontdaan. ‘Mam, kom naar buiten. Gauw.’ Birdie was buiten adem. Annie knoopte haar schort los in de deuropening. Ze had met de Jensens drie dozijn eieren geruild voor het laatste pond moerbeien, waarvan ze zojuist een taart had gemaakt. Een dergelijke overdaad was zeldzaam. In haar eigen tuin zat tenminste nog wat leven. Iedere avond besproeide ze die en daarvoor putte ze emmer na emmer. ‘Wat kakel je nou allemaal?’ vroeg ze. Ze vroeg zich af of Birdie haar eindelijk ging vertellen over Cy Mack. Annie wist al dat het meisje vanwege hém zo dromerig was. Sinds een tijdje merkte ze dat Birdie haar oog richtte op iets buiten Mulehead. Ze wilde steeds allerlei dingen weten over Kansas City, waar Annie zelf nog maar één keer was geweest. Hadden de vrouwen daar roodgelakte nagels? Waren de gebouwen er hoger dan de graanopslag? Toen de radio het nog deed, dat geoliede walnoothouten kastje dat nu op de grond naast de bank was geschoven, ging Birdie helemaal op in de verhalen over stewardess Ann en de liefdesavonturen in hoorspelen. Altijd smachtte ze naar nieuws uit verre oorden. Annie werd gekweld door de gedachte dat Cy Mack haar dochter het hof maakte; het idee verontrustte haar meer dan ze wilde toegeven. Hij was een boerenzoon en werkte al volledig op de boerderij. Wat hij Birdie nu ook mocht voorhouden, Annie wist dat Cy nooit weg zou gaan. ‘Regen, mam. Er komt regen!’ zei Birdie.

13

18046 Ik zal regen geven.indd 13

22-05-18 13:51


Annie voelde hoe haar strakke gezicht ontspande en ze keek op. Eindelijk! Samen renden ze naar buiten en hun mond viel open toen ze de donkere, dichte muur van wolken zagen die hun kant op kwam. Annie legde haar hand op Samuels schouder, een gebaar van opluchting en ook van saamhorigheid. Birdie zag het. Dat was meer dan ze in maanden tussen haar ouders had opgemerkt. ‘Waar is je broer?’ vroeg Samuel. ‘Misschien daar in die geul bij de Woodrows,’ antwoordde Birdie. ‘Ik weet het niet.’ ‘Wat als het straks gaat onweren?’ vroeg Annie. ‘Hij zal wel komen zodra het begint te regenen,’ zei hij. ‘Dat kan niemand ontgaan, lijkt me.’ ‘Dit moeten we vieren,’ zei ze. ‘We hoeven niet te wachten tot het avondeten.’ Birdie hield van het muffig ruikende, zoete fruit en de geglazuurde korst van moerbeitaart. Maar voor ze zich naar het huis omdraaide, zag ze wat haar vader nu ook zag. De wolken pakten zich niet boven hen samen, zoals zou moeten, maar kwamen in plaats daarvan als een muur op hen af. De zon verdween achter een nevelig gordijn, de wind stak weer op. Het was een droge wind waarin het knalde door de statische elektriciteit en hij voelde scherp en ruw aan op haar huid. ‘Wat is dit in vredesnaam?’ Haar vader tuurde naar de nog donkerder wordende lucht, die eerst bruin en toen donkergrijs kleurde, zelfs groen waar de zon er nog enigszins doorheen kwam. Hoewel het middag was, leek het wel te schemeren. Een kwaststreek langs de horizon, als van een bovenaardse hand. Birdie begon te hoesten. ‘Fred!’ zei haar moeder. ‘Ik ga wel,’ zei Samuel. ‘Ga naar binnen.’ Hij knikte met zijn hoofd naar de oude plaggenhut: twee ruimtes die ze in de grond hadden uitgegraven, waarin hij en

14

18046 Ik zal regen geven.indd 14

22-05-18 13:51


Annie eerst hadden gebivakkeerd toen ze hier als pasgetrouwd stel kwamen wonen. De hut was bijna helemaal ondergronds en leek het meest op een kelder. Hij rende in oostelijke richting naar de boerderij van de Woodrows, in de hoop dat de jongen zo verstandig was om naar huis te komen. Als hij de wolken al had gezien. Samuel wist dat zijn zoon zich rustig een hele dag kon bezighouden met koeienvlaaien tellen, of coyotesporen volgen, zich niet bewust van zijn omgeving. Zijn gezicht stond dan zo onschuldig als een madeliefje. ‘Fred!’ schreeuwde hij, hoewel dat met deze wind geen enkele zin had. Stof begon op te waaien. De wereld om hem heen was donker, een complete chaos. O God, dacht Samuel, wat is dit voor iets afschuwelijks? Fred rende het hek door. Hij was bang. Hoe ver was het nog naar huis? Was dat de stal daar? Zonder iets te zien bewoog hij zijn benen en hij zwaaide met zijn armen om zich heen, op zoek naar houvast. Daar hoorde hij zijn naam, zacht en meegevoerd met de wind. Wat harder nu. In volle vaart botste hij tegen Samuel op, waardoor ze beiden een enorme schok kregen, honderd keer groter dan wanneer hij met zijn voeten over het vloerkleed wreef en dan de deurknop aanraakte. Het stof veroorzaakte overal om hen heen statische elektriciteit. Fred hield zijn vaders hand vast terwijl ze naar de deur van de hut renden en de wind aan hun kleren rukte en in hun ogen beet. Ze sloten zichzelf op en Fred haastte zich naar zijn moeder. Ze streek met haar hand over zijn stugge haardos. Hij is nu veilig, dacht ze, wees daar tenminste dankbaar voor. Maar ze raakte het opgeluchte gevoel kwijt. Wat een verrassing, dacht ze droogjes; het kan altijd nog erger. Ze zaten boven op zakken met het graanoverschot van drie jaar geleden. Buiten loeide de wind; schrapend scheerde die

15

18046 Ik zal regen geven.indd 15

22-05-18 13:51


over het dak. Birdie wist dat ze zich eigenlijk zou moeten schamen omdat ze zich zo opgewonden voelde, maar haar hart bonsde in haar keel, net als die keer op een zondagavond na het eten, toen ze bij de Macks in de stormkelder hadden zitten wachten tot de tornado voorbij was. Ze zat toen naast Cy, die zestien was – zij was dertien. Hij had zich naar haar toe gebogen en gezegd: ‘Hier binnen zit je veilig.’ Haar wangen gloeiden ervan. ‘Samuel, wat is dit toch?’ vroeg Annie. Ze trok haar jurk over haar knieën en wiebelde met haar voeten. ‘Ik heb geen idee, Ann. Ik hoor geen hagel,’ zei Samuel. ‘Dat is dan wel weer een goed teken.’ Annie stond op en zette de weckpotten met rode bieten, pastinaak en bonen recht – de hut diende tijdelijk als opslagplaats. Wanneer was hij opgehouden haar Annie te noemen? Ze waren tegenover elkaar wat afstandelijker geworden, meer op hun hoede. Ze merkte dat ze zich meer terugtrok. Vandaag had ze echter naast hem gestaan, de wolken gezien en in de gedachte dat er regen uit zou komen had ze gevoeld hoe haar verstrakte kaak zich ontspande. Ze had zich weer durven voorstellen hoe een tapijt van wilde bloemen, trompetbloemen en prairiegras zich rondom hen uitstrekte en voelde een genegenheid als vanouds in haar opkomen. ‘Jij en ik en ons gezin,’ had ze willen zeggen. In plaats daarvan had ze hem zwijgend haar hand gegeven. ‘Het lijkt voorbij te zijn,’ zei Samuel. ‘Ik hoor niet veel meer.’ Hoe kon het dat het met zulke wolken niet was gaan regenen? dacht Fred. Hij was teleurgesteld. Nu zou er geen fiets komen. Samuel stootte de oude deur met zijn schouder open en klom omhoog, het licht in. De zon was er weer, dat kon niemand missen. Even later volgden ook Birdie en haar moeder, met Fred achter hen aan. ‘Stof,’ zei Samuel, alsof ze dat zelf niet zagen.

16

18046 Ik zal regen geven.indd 16

22-05-18 13:51


De hele wereld om hen heen was eronder begraven: de tuin, de raamkozijnen, het graan. Birdie veegde met haar hand over haar gezicht en zweet vermengde zich met gruis. De wind blies het fijne zand over haar schoenen en ze kon het ook in haar ogen en keel voelen. Haar vader keek somber uit over zijn begraven akkers, maar leek niet in staat zich te bewegen, onwillig om onder ogen te zien wat er met zijn land was gebeurd. Annie slofte direct naar de tuin. ‘Ooit eerder gehoord van een stofstorm?’ vroeg Birdie. ‘Nog nooit,’ antwoordde Samuel. ‘Zou het de krant halen?’ ‘Ik denk het wel.’ Birdie wilde er met Cy over praten, om te kunnen zien hoe hij naar haar keek. Zijn ogen hadden de kleur van de lucht in april, wanneer je nog lang niet verlangt naar wolken. Fred rochelde en spuugde zwart slijm op de grond. ‘Leer eens fatsoenlijke manieren,’ zei Birdie. Kreng, dacht Fred en wierp even een blik op haar. Bazig kreng. Ga je handen wassen, Fred. Ga de trog eens vullen, Fred. Laat me met rust, Fred. En de rest van de tijd bekommerde ze zich alleen om Cy. Hij had gezien dat ze gisteravond uit huis was geglipt. ‘Birdie, jij gaat kijken hoe het bij de koeien is. Neem een lap mee voor hun snuit. Fred, controleer jij het kippenhok.’ Fred struikelde bij het wegrennen en miste de hoek van de schuur maar net. Ondanks alles mocht hij zijn zus wel. Hij kon haar aan het lachen maken. Toen ze nog klein waren, renden ze vaak het land in en draaiden dan rondjes om de weg kwijt te raken en zij zong dan ‘Schaapje, schaapje, heb je witte wol?’ tot hij haar zag zitten met haar benen gestrekt, tussen het koren dat net zo hoog was als hijzelf. Samuel keek hoe Birdie wegliep, met haar door de zon gebleekte, strogele haar, en liep toen naar het land om te zien hoeveel ze waren kwijtgeraakt.

17

18046 Ik zal regen geven.indd 17

22-05-18 13:51


De peulen waren verwoest, het was alsof er een paard doorheen was gerend. De bonen hingen er slap en verdraaid bij, de planten waren van de staak losgeraakt en bogen naar beneden onder het gewicht van de opgewaaide aarde. Annie tilde een van de planten voorzichtig op en veegde het stof van de gekneusde bladeren. Ze weigerde de verwoesting in haar tuin te zien als een teken van hogerhand. God gebruikt het weer niet als wapen, dacht ze. Daar zou zelfs haar vader het mee eens zijn. Maar met Samuel wist ze dat zo zeker nog niet. Nu er op de boerderij minder te doen was, had hij meer tijd om te bidden en meer tijd om naar dat zachte, kleine stemmetje te luisteren. ‘God is boos,’ had hij gezegd toen ze hem een paar dagen eerder op de veranda in de verte had zien staren. Er was een tijd geweest waarin ze zou hebben geprobeerd het er bij hem uit te schudden, maar die nieuwe, zoekende en verwilderde blik in zijn opgeslagen ogen weerhield haar ervan nog iets te zeggen. Terwijl ze aan de slag ging om haar beschadigde planten te verzorgen, merkte Annie op hoe al die jaren hier haar handen hadden aangetast: haar huid was droog en gebarsten, haar nagels waren dik en kort. Het waren wel vaardige handen en daarom treurde ze er niet om. Op de avond dat ze Samuel voor het eerst had ontmoet, wist ze al dat ze de grond, de zon en het werk verkoos boven een rustig, voorspelbaar leven van een predikantsvrouw, zoals haar moeder.

•• ‘Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen,’ zegde Fred in zijn hoofd op, terwijl hij de witte leghorns telde die – nu vuil en bruin – in het rond hobbelden. Nummer tien, waar zit je? Hij telde ze opnieuw, maar kwam er nog steeds een tekort. De vogels waren helemaal onrustig door de storm; ze krijsten, en pikten naar zijn dunne benen, terwijl hij het kafferkoren uitstrooide.

18

18046 Ik zal regen geven.indd 18

22-05-18 13:51


Was het maar weer zoals eerst, toen hij nog les kreeg van juffrouw Miller. Hij had haar voor Kerst eens een doosje chocola gegeven, voordat ze vertrok en ging trouwen. In het najaar zou hij weer die onaardige juffrouw Peterson krijgen en ze hadden geen geld om haar iets te geven en ze zou ook nooit weggaan, want er was toch niemand die met haar wilde trouwen. Waar was die kip nou? Hij vond haar achter in het hok, op haar zij en haar ogen zaten helemaal dicht van het stof. Ze hijgde met haar snavel open en haar lellen hingen slap op de grond. Zijn lip trilde en hij kneep zijn handen tot vuisten om zijn tranen tegen te houden. Kom overeind, kom overeind, kom overeind, dacht hij. Hij veegde met de zoom van zijn hemd over haar ogen. Hij hield van deze vogels. ’s Winters smeerde hij hun kam in met varkensvet zodat die niet zou bevriezen. Hij hield op een geel registerblok dat hij onder zijn bed bewaarde nauwkeurig bij hoeveel eieren ze legden – afgelopen jaar zowat 230 per kip. Leghorns waren zenuwachtige beesten en hij wist hoe hij ze in het holletje van zijn elleboog moest vasthouden om ze weer rustig te krijgen. Hij keek nog eens naar de verminkte vogel en wist dat er maar één ding op zat. Hij zette zijn voet op het kippenlijf, greep de kleine, trillende kop met zijn handen beet en gaf er zo hard mogelijk een ruk aan. Met een knak brak het nekje. Fred bukte, raapte het dier op en hield het als een kostbaarheid tegen zijn borst. Birdie veegde de keukenvloer. Het stof was door ieder kiertje, door iedere naad naar binnen gedrongen en het lag werkelijk overal op. Op het aanrecht, op de klok, in de gootsteen, op tafel, op de telefoon. Toch gaf het een goed gevoel om de boel weer schoon te maken; de opwinding van die dag had haar op een vreemde manier energie gegeven. Terwijl ze met een natte doek over de vensterbank ging, vroeg ze zich af hoe het zou zijn als zij met Cy in een plaats als Oregon zou wonen; ze had gehoord dat alles er groen was en dat er wilde bramen groeiden.

19

18046 Ik zal regen geven.indd 19

22-05-18 13:51


Later, toen de stormen maar bleven komen, zou ze aan deze dag terugdenken en proberen de hoopvolle verwachting terug te halen die ze had gevoeld toen de keuken weer schoon was en ze was gaan zitten met een vork en de moerbeitaart voor zich. Ze had het stof van de korst geveegd en was op de taart aangevallen.

20

18046 Ik zal regen geven.indd 20

22-05-18 13:51


Hoe overleeft een gezin zonder water? Oklahoma, 1934. Nergens kan Annie Bell aan het stof ontsnappen: het zit in haar haren, dringt de neusgaten van haar kinderen binnen en bedekt het vee in de stal. De oogst staat te verdrogen op het land. Dan komen de verwoestende stofstormen... Niet alleen Annie is wanhopig op zoek naar een uitweg. Annies echtgenoot wordt gekweld door dromen waarin de hemelsluizen wijd open gaan. En haar dochter kiest een uiterst gevaarlijke manier om aan de dorre streek te ontkomen. In deze prachtige roman brengt Rae Meadows een onvergetelijke familie in barre omstandigheden tot leven. Een ontroerend en helend verhaal dat spreekt van hoop, moreel besef en bovenal van liefde. Rae Meadows is auteur van vier veelgeprezen romans. Ze woont met haar gezin in Brooklyn, New York.

MOZAĂ?EK ROMAN

www.uitgeverijmozaiek.nl ISBN 978 90 239 5420 0

9 789023

954200

NUR 342

Regen TOT.indd 1

22-05-2018 16:46:51


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ik zal regen geven - Rae Meadows.9789023954200 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu