Skip to main content

Hoelang mag ik blijven - Wendy Geuverink.9789401912426

Page 1

Truus van Zuiden is zestien jaar als ze in de oorlog moet onderduiken omdat ze Joods is. In tweeënhalf jaar tijd verblijft ze op dertien verschillende adressen in Nederland. Ze woont in huis bij gereformeerden, katholieken, verzetsmensen en zelfs bij NSB’ers. In elk gezin past Truus zich onmiddellijk aan. Je moet lief zijn, nooit je stem verheffen en goed meehelpen, want je leven hangt ervan af. Haar moeder wordt tijdens de onderduik verraden en gedeporteerd naar Auschwitz. Ondertussen wordt Truus steeds vindingrijker en neemt ze zelfs deel aan het verzet. Na de bevrijding blijkt niet iedereen in Hoogeveen blij met de terugkeer van hun Joodse stadgenoten. Truus probeert ondanks de verliezen en de tegenstand uit alle macht haar leven weer op te bouwen.

— Mark Rutte, historicus en minister-president van Nederland Wendy Geuverink (1972) woont in Berlijn en schreef eerder het boek In mijn familie.

www.omniboek.nl isbn 978-94-0191-242-6 nur 402

B Uitgeverij Omniboek

GEUVERINK_Blijven_wt.indd 1

9 789401 912426

HOELANG MAG IK BLIJVEN?

‘De titel van dit boek zegt alles over het bijzondere levensverhaal van Truus Stern-van Zuiden en de beproevingen die zij als jong meisje zonder haar ouders moest doorstaan. Ik heb mevrouw Stern-van Zuiden meerdere malen mogen ontmoeten en was elke keer diep onder de indruk van haar geschiedenis, maar ook van haar veerkracht en levenslust. Toch draagt ze, zoals ze zelf ook zegt, nog alle dagen de pijn met zich mee. Het is bewonderenswaardig hoe zij het tot op hoge leeftijd als haar plicht blijft zien om de jongere generatie te vertellen over de verschrikkingen van de oorlog. Haar verhaal is een verhaal van angst en verdriet, maar ook van moed en vriendschap. Het is een verhaal dat doorverteld moet worden en dat we ons moeten blijven herinneren. Daarom is het mooi en belangrijk dat dit boek er nu is.’

HOELANG MAG IK BLIJVEN?

wendy geuverink

EEN WAARGEBEURD VERHAAL

B

Hoe een Joods meisje dertien onderduikadressen overleefde

wendy geuverink 13-03-18 11:10


Wendy Geuverink

Hoelang mag ik blijven? Hoe een Joods meisje dertien onderduikadressen overleefde

Uitgeverij Omniboek

BWhoelang(cor).indd 3

13-03-18 12:07


Inleiding

Ik ontmoet Truus Stern-van Zuiden,* een kwieke Joodse dame van inmiddels in de negentig, voor het eerst op de begrafenis van de vader van mijn vriendin Evelien. ‘Truus, staat je levensverhaal nou al op papier?’ vraagt Evelien als we bij haar aan tafel zitten. ‘Ach nee, kindje, daar begin ik niet meer aan,’ zegt ze, ‘het is met die journalist op niets uitgelopen, hij heeft een burnout, ik blijf mijn verhaal over de Tweede Wereldoorlog gewoon op scholen en in Westerbork vertellen en dat is goed, hoor.’ ‘Mogen Wendy en ik dan een keer samen bij je op bezoek komen? Mij heb je al veel verteld, maar mijn vriendin wil jouw levensverhaal ook graag horen.’ Ik knik enthousiast. ‘Natuurlijk,’ lacht ze, ‘kom maar wanneer je wilt.’   Alle personen zijn terug te vinden in de namenlijst achter in dit boek.

*

7

BWhoelang(cor).indd 7

13-03-18 12:07


De deuren van de lift gaan open en daar staat Truus ons al op te wachten. Ze ziet er prachtig uit, in haar zwarte broek en flamboyante zwarte zijden blouse. ‘Kom verder,’ zegt ze enthousiast. Ik krijg drie dikke kussen en ze zegt meteen dat ik geen ‘mevrouw’ en ‘u’ mag zeggen, ze is gewoon Truus. In haar lichte, smaakvol ingerichte appartement serveert ze, ondanks haar slechte zicht, zonder problemen thee en koffie en een grote punt bananenvlaai. Ze steekt meteen van wal. Ze vertelt over de vele onderduikadressen waar ze als tiener heeft gezeten. Hoe het was om van adres naar adres te gaan en je overal weer totaal te moeten aanpassen. Haar verhalen raken me en ik ben diep onder de indruk van alle details die ze zich nog kan herinneren. Aan het eind van de middag zegt Evelien: ‘Jouw verhaal is zo bijzonder en je weet nog zo veel. Ik weet dat je teleurgesteld bent in de eerdere poging om je verhaal op papier te krijgen, maar zou je het niet door Wendy willen laten doen? Ze heeft al eerder een boek geschreven.’ Ze knipoogt naar mij, omdat ze weet dat ik helemaal gegrepen ben door het verhaal van Truus. ‘Denk er nog eens over na, Truus, ik weet hoe graag je het wilt.’ We praten nog even verder en voordat we weggaan, zegt Truus opeens: ‘Ik hoef er niet over na te denken. Ik was van het idee afgestapt om mijn verhaal op te laten schrijven, ik had besloten er nooit meer aan te beginnen. Maar nu, na deze heerlijke middag, voel ik weer hoe belangrijk het voor me is. Zou jij dat willen doen, Wendy, mijn verhaal opschrijven?’ ‘Ik wil het wel proberen, Truus, heel graag zelfs, het zou een grote eer voor mij zijn,’ stamel ik, ‘maar weet jij het zeker? Wil je alles weer oprakelen en aan mij vertellen?’ 8

BWhoelang(cor).indd 8

13-03-18 12:07


‘Ja, ik weet het honderd procent zeker,’ zegt ze. ‘Ik kan er goed over praten en ik wil dat anderen horen wat ik heb meegemaakt, zodat dit nooit vergeten zal worden.’ Terug in de auto moet ik een beetje huilen. Ik voel een soort paniek dat ik zomaar ja heb gezegd. Dat ik het heel graag wil doen, staat als een paal boven water. Het is een droom die uitkomt. Hoe bestaat het, vraag ik me af, dat dit op mijn pad komt? Ik met mijn nooit-aflatende interesse voor verhalen over de Tweede Wereldoorlog en met mijn obsessie voor het dagboek van Anne Frank. Met de eindeloze vragen aan mijn moeder: ‘Wat voelden ze?’ ‘Wat dachten ze?’ ‘Zagen ze het aankomen?’ ‘Hoe kan het dat het is gebeurd?’ ‘Wat deden de andere mensen er dan tegen?’ Ik mag ze allemaal stellen aan Truus, die net als Anne en Margot Frank zo veel jaren ondergedoken heeft gezeten, maar het overleefde en mij kan vertellen hoe het was en hoe het voelde. Ik besluit in het diepe te springen. Ik weet niet of ik het kan, maar ik heb als psycholoog ervaring in het voeren van gesprekken en met het stellen van de juiste vragen. Die kan ik in elk geval inzetten tijdens de urenlange interviews die op ons eerste bezoek in maart volgen. Daarnaast houd ik erg van schrijven en heb ik net het verhaal over een uitdagende periode in mijn eigen leven afgerond. Ik heb er nu de tijd voor. Verder neem ik mijn oprechte, intense belangstelling voor het verhaal van Truus mee. Ik duik in haar leven en uiteindelijk ook in Truus zelf. Ik vraag haar of dat mag, of ik in haar huid mag kruipen, omdat dat nodig is om haar verhaal te kunnen schrijven. Ze vindt het geen probleem. 9

BWhoelang(cor).indd 9

13-03-18 12:07


In korte tijd groeit er een heel sterk gevoel tussen haar en mij. Ze is zo lief, en ondanks mijn vele, vaak erg persoonlijke vragen wordt ze nooit boos of geïrriteerd. Ik voel me vrij om haar alles te vragen en dankzij haar houding loop ik nooit op eieren. Ik mag binnenkomen in haar wereld. Ze vertelt me over haar intens gelukkige jeugd in Hoogeveen. Over het orthodox-Joodse gezellige gezin waarin ze opgroeit. Over de Joodse feestdagen die uitgebreid gevierd worden, de Joodse school en de zionistische jeugdvereniging Kadima. Over de sabbatavonden bij haar thuis met de geur van appeltaart en kippensoep. Over haar ouders, Izaäk en Jet van Zuiden, die midden in de Hoogeveense samenleving staan. De goedlopende koosjere* slagerij van haar vader en zijn liefde voor dansen en zwemmen. Over de kaartavonden die haar moeder elke zaterdagavond organiseert als de sabbat* is afgelopen. Over haar moeders uitstekende gevoel voor mode en haar talent om met zeer uiteenlopende mensen bevriend te zijn. Ze vertelt over haar twee jaar oudere broer Max, een ontzettend creatieve jongen met een hoofd vol ondeugende plannetjes waar zij als zusje vaak een belangrijke rol in speelt. Over haar talloze vrienden en vriendinnen, Joodse en niet-Joodse, met wie ze veel lol heeft. En over alle jongens die verliefd op haar zijn. En dan vertelt ze me natuurlijk over het moment dat alles anders wordt. De Duitsers vallen Nederland binnen en langzaam sluit het net zich rond de Joodse bevolking. Ze mogen   Woorden met een sterretje zijn opgenomen in de verklarende woordenlijst achter in dit boek.

*

10

BWhoelang(cor).indd 10

13-03-18 12:07


steeds minder en uiteindelijk wordt het veilige gezin uit elkaar gescheurd. Haar vader wordt opgeroepen om aardappels te rooien in Orvelte, een Joods werkkamp in Drenthe. Om zijn gezin niet in problemen te brengen, vertrekt hij vol goede moed. Truus blijft met haar moeder en Max achter in hun huis. De dreiging neemt toe, maar niemand weet wat er te gebeuren staat. ‘Ach, zo’n vaart zal het allemaal niet lopen,’ zeggen de Joodse Hoogeveeners tegen elkaar. ‘Dit is Nederland, het is Duitsland niet, dat is een ander verhaal, hier zijn we veilig. Van een beetje werken is nog nooit iemand doodgegaan.’ Langzaamaan raken de Joodse gezinnen geïsoleerd van de rest van de bevolking. Joodse winkels worden gesloten of overgenomen, Joodse kinderen mogen niet meer naar school. Joden en christenen mogen geen contact meer met elkaar hebben. Daarna volgen de oproepen voor Joodse mannen en jongens om tewerkgesteld te worden in een van de vele Joodse werkkampen in Noord-Nederland. Vervolgens zijn er razzia’s waarbij grote groepen Joden zomaar van de straat of uit hun huizen worden gehaald en naar Westerbork of Vught gestuurd. In de veronderstelling dat ze ‘slechts’ hard zullen moeten werken, worden tienduizenden Joodse mannen, vrouwen en kinderen gedeporteerd om uiteindelijk vermoord te worden in de Duitse en Poolse concentratiekampen. Doordat het zo geleidelijk gaat en informatie over de kampen in het oosten maar mondjesmaat binnendruppelt, beseffen maar weinig mensen dat het helemaal fout gaat en blijven velen zitten waar ze zitten. Daarbij is het niet eenvoudig om te ontsnappen of onder te duiken. Wie is bereid je te helpen en waar moet je vervolgens van 11

BWhoelang(cor).indd 11

13-03-18 12:07


leven? De moeder van Truus, Jet van Zuiden-Goldsteen, is een van de uitzonderingen op de regel. Zij heeft helemaal niet het gevoel dat alles wel goed komt en besluit niet af te wachten tot ze haar en haar kinderen komen halen. Een paar weken voor de vreselijke nacht van 2 op 3 oktober 1942, waarin vrijwel alle Joden in Hoogeveen worden opgepakt en naar Westerbork gestuurd, vertrekt zij met haar kinderen naar hun eerste onderduikadres in Den Haag. Dit is het verhaal van Geertruida van Zuiden, die op 1 juni 1926 wordt geboren aan de Hoofdstraat 207 in Hoogeveen. Ze neemt ons mee naar de dertien gezinnen waar ze in de oorlog korte of langere tijd ondergedoken zit. Ze beschrijft wat het betekent om je steeds weer aan te passen. Elk nieuw gezin lijkt in niets op het gezin waar je net vandaan komt. Je moet lief zijn, goed meehelpen en je aanpassen, want je leven hangt ervan af. Het is het verhaal van een meisje dat volwassen wordt. Van de ontwikkeling van een bang en overgeleverd kind naar een zelfstandige en sterke jonge vrouw. Al beschrijft ze ook de pijn en de beschadigingen die blijven ondanks de prestatie, die zo velen na de oorlog leveren, om op de as van de puinhopen hun leven weer op te bouwen. Ik geloof dat er nooit te veel verhalen verteld kunnen worden over de Tweede Wereldoorlog door mensen die het zelf hebben meegemaakt. Elk verhaal is uniek en is het waard om verteld te worden, omdat het steeds opnieuw laat zien dat het in al die verhalen gaat om mensen zoals jij en ik. Gewone mannen, vrouwen en kinderen die verliefd worden, werken, spelen, vrienden bezoeken, naar school gaan, ruziemaken en kinderen krijgen. Die voluit leven, maar plotse12

BWhoelang(cor).indd 12

13-03-18 12:07


ling geconfronteerd worden met een bezetter die hun alle vrijheid ontneemt en uiteindelijk als doel heeft ze op te sporen, weg te voeren en om te brengen. Hoe kan zoiets gebeuren? Na afloop van vrijwel elk interview dat ik met Truus had, zei ze: ‘In bed denk ik nog veel na over wat we hebben besproken en dan blijft er uiteindelijk altijd maar één vraag over: hoe bestaat het? Hoe is het mogelijk dat dit is gebeurd en dat niemand het heeft tegengehouden? Hoe bestaat het?’ Ik hoop dat het verhaal van Truus ons opnieuw zal herinneren aan wat er in de Tweede Wereldoorlog met de Joden is gebeurd. Hoe het plan van de nazi’s om het Joodse volk systematisch uit te roeien immense gevolgen had voor alle Europese Joden en dus ook voor de vijftienjarige Truus van Zuiden uit Hoogeveen. Er zijn in 2018 niet zo veel ooggetuigen meer die ons uit eerste hand kunnen vertellen hoe het was. Nog een paar jaar en dan zal er niemand meer zijn die het aan den lijve heeft ondervonden. Dat betekent dat we goed moeten luisteren naar degenen die er nog zijn en met ons willen delen hoe het was. Ik hoop dat het verhaal van Truus ons betere mensen zal maken. Dat we erdoor geïnspireerd zullen worden en ons nog meer zullen inspannen om onze kinderen te leren om anderen lief te hebben in plaats van te haten. Ook mensen die we niet begrijpen, die een andere cultuur of een ander geloof hebben, of die een taal spreken die wij niet verstaan. Dat we ons realiseren dat wat we denken of geloven over andere mensen directe gevolgen heeft voor hoe we ons gedragen. We zijn allemaal mensen en we hebben maar één plek om met elkaar te wonen. Laten we elkaar op z’n minst verdragen en ons samen inzetten om van deze wereld een betere plek te maken. 13

BWhoelang(cor).indd 13

13-03-18 12:07


De Telegraaf, 18 juni 1929

BWhoelang(cor).indd 14

13-03-18 12:07


1

Mijn kinderen krijgen ze nooit

‘Mijn vroegste herinnering is dat Hendrikje, ons meisje voor dag en nacht, probeerde om mij, mijn broer Max en mijn ouders te vergiftigen. Ik heb gehoord dat het zelfs in de krant heeft gestaan. Ik kende Hendrikje heel goed, ik at soms zelfs bij haar in de keuken en ze was elke dag om me heen. Toch probeerde ze ons te vermoorden. Dat is toch haast niet voor te stellen! Gek genoeg heeft deze vreselijke gebeurtenis er waarschijnlijk wel toe geleid dat ik jaren later de oorlog heb overleefd.’

Wat bezielde Hendrikje op die vroege zondagochtend van 16 juni 1929, toen ze besloot om fosfor in ons zoutvaatje te stoppen en probeerde mij, mijn broer Max en mijn beide ouders te vergiftigen? Ik weet het niet. Ik weet wel hoe de dokter daarna een dikke slang in mijn keel duwde, helemaal tot in mijn buik, terwijl twee zusters me stevig vasthielden en ik tegenstribbelde omdat het vreselijk veel pijn deed. ‘Haar 15

BWhoelang(cor).indd 15

13-03-18 12:07


maag moet echt leeg,’ zei de dokter tegen mijn doodsbange moeder, ‘net als de maag van uw echtgenoot en uw zoontje.’ ‘Mijn God, o mijn God,’ zei ze alleen maar als in een soort gebed, om haar verbijstering uit te drukken over wat er net met haar gezin was gebeurd. Een paar dagen ervoor had mijn vader van de buurman gehoord dat Hendrikje, ons meisje voor dag en nacht, af en toe na het uitgaan op zaterdagavond een jongeman meenam naar haar kamer bij ons in huis. Mijn ouders konden haast niet geloven dat ze zoiets zou doen, maar mijn vader besloot het toch maar te controleren en daarom zat hij die zaterdagavond beneden in de keuken in het donker te wachten tot ze thuiskwam. Rond middernacht hoorde mijn vader de sleutel in het slot van de achterdeur en zag hij twee figuren de keuken binnenkomen. Ze fluisterden en hij hoorde Hendrikje giechelen. Hij stond op van de keukentafel en knipte het licht aan. De hele keuken was meteen helverlicht. Hendrikje en haar verloofde stonden als aan de grond genageld. De jongeman overzag meteen waarin hij terechtgekomen was, draaide zich om en ging er als een haas vandoor, haar alleen achterlatend in de keuken. ‘Zo, Hendrikje,’ zei mijn vader streng, ‘het klopt dus toch dat jij je verloofde in ons huis meeneemt naar je kamer.’ Ze zei niets. ‘Je begrijpt dat het ontoelaatbaar is dat jij vreemde mannen in mijn huis mee naar binnen neemt.’ Ze knikte. ‘Ik zou je er op staande voet voor moeten ontslaan,’ ging mijn vader boos verder. ‘Nee, alstublieft meneer, ontsla me niet, wat zou ik tegen 16

BWhoelang(cor).indd 16

13-03-18 12:07


mijn ouders moeten zeggen?’ smeekte ze. ‘Het spijt me, meneer Van Zuiden. Geeft u me nog een kans, het zal nooit meer gebeuren.’ Mijn vader aarzelde, maar besloot met zijn hand over zijn hart te strijken. ‘Ik geef je nog één kans, verspeel hem niet. Je begrijpt dat ik je extra in de gaten zal houden.’ Ze knikte weer, bedankte mijn vader en ging snel naar haar kamer. Wat er de dag erna gebeurde, is een vreemde, akelige uitzondering op mijn verder zo gelukkige jeugd in Hoogeveen. Die ochtend was een zondag. We ontbeten dan altijd uitgebreid met krentenbrood en een zachtgekookt eitje. Hendrikje dekte al vroeg in de ochtend eerst de tafel en als het huis gevuld was met de geur van verse koffie en de tafel mooi gedekt, ging zij naar boven om de bedden op te maken. ‘Wat ruikt het hier raar,’ zei moeder toen we aan tafel gingen zitten, ‘wat is dat voor vreemde geur?’ We schonken er geen aandacht meer aan. Nadat we ons eitje en een dikke plak krentenbrood hadden gegeten, keek vader ons onderzoekend aan. ‘Wat zien jullie er vreemd uit, jullie zijn helemaal blauw om de mond,’ zei hij tegen Max en mij. ‘Maar jij ook, Izaäk,’ zei moeder tegen vader. ‘Wat is er met jullie?’ vroeg ze geschrokken. Ze stond op en tilde me van mijn stoel. ‘Ik voel me inderdaad heel raar in mijn hoofd,’ zei vader, ‘zo duizelig en licht.’ Hij schoof zijn stoel naar achteren. Moeder wachtte geen moment langer, zette me weer terug en ging weg om de dokter te waarschuwen. Mijn vader, 17

BWhoelang(cor).indd 17

13-03-18 12:07


mijn broer Max en ik bleven wat versuft aan tafel zitten. Toen ze terugkwam, ging ze opnieuw druk snuivend over de ontbijttafel op zoek naar de bron van de vreemde lucht. ‘Het is het zoutvaatje!’ riep ze in paniek, ‘dat ruikt zo raar, wat zit erin? Wie is zo mesjogge* om iets in ons zoutvaatje te doen?’ Zelf had ze geen zout genomen vanwege haar steeds terugkerende blaasproblemen. Inmiddels was dokter Van der Wal gearriveerd en hielp hij ons samen met moeder in zijn auto zodat hij ons naar het ziekenhuis kon brengen. We hadden het alle drie nu echt benauwd en hadden moeite met ademen. Op dat moment zagen we Hendrikje uit ons huis komen. Ze keek niet naar ons maar stapte snel op haar fiets, die voor het huis geparkeerd stond, en reed heel hard weg. Ze had haar zwarte jurkje en haar witte schortje nog aan. Hendrikje van Veer werd later die dag in haar ouderlijk huis door de marechaussee gearresteerd. Op het politiebureau in Hoogeveen bekende ze eerst dat ze de familie Van Zuiden inderdaad had willen vergiftigen vanwege de berisping die ze de avond ervoor van meneer Van Zuiden had gekregen. Later trok ze deze bekentenis weer in en verklaarde ze dat ze alleen maar bekend had, omdat ze hoopte dat ze dan naar huis mocht en dat haar vader het dan wel verder voor haar zou oplossen. Uiteindelijk zat Hendrikje vijf weken in Assen in de gevangenis en werd ze daarna in vrijheid gesteld. Volgens de Leidsche Courant van zaterdag 27 juli 1929 was Hendrikje ten onrechte van vergiftiging beticht.

18

BWhoelang(cor).indd 18

13-03-18 12:07


Ik ben drie jaar oud als Hendrikje, waarschijnlijk uit boosheid over de berisping van mijn vader, probeert om ons te vergiftigen. Waarom ze zo ver gaat, begrijpen we helemaal niet. Jaren later, op een warme zomeravond tijdens de oorlog, als mijn vader Izaäk van Zuiden zijn koosjere slagerij aan de Hoofdstraat 207 in Hoogeveen al heeft moeten sluiten en door de Duitse bezetter gedwongen is om naar Orvelte te vertrekken, een van de vele Joodse werkkampen in Drenthe, krijgt het verhaal nog een venijnig staartje. Die avond in 1942, even na acht uur, werd er bij ons aangebeld. Mijn moeder deed aarzelend de deur open en werd opzijgeduwd door een man in een zwart uniform wiens gezicht haar vaag bekend voorkwam. Hij liep door naar de woonkamer, waar ik was opgestaan van de sofa. Max, mijn twee jaar oudere broer, zat op zolder; daar verstopte hij zich sinds een paar weken vanwege het risico opgepakt te worden door de Duitsers. De man keek rond, waarschijnlijk op zoek naar vader, maar toen hij die niet zag, draaide hij zich om naar moeder die doodsbleek in de deuropening stond en siste: ‘Dit is het moment waarop ik al die jaren heb gewacht. Eindelijk zal er afgerekend worden met jullie rotjoden. Jullie gaan er allemaal aan en ik verzeker jullie dat jullie de eersten zijn. Jullie zullen enorm spijt krijgen voor wat jullie mijn dochter Hendrikje hebben aangedaan door haar in de gevangenis te laten gooien.’ Hij liep helemaal rood aan en uit zijn ogen sprak zo veel haat dat we niets konden uitbrengen. Hij bleef nog even staan en liep toen langs mijn moeder de kamer weer uit en sloeg de voordeur met een klap achter zich dicht.

19

BWhoelang(cor).indd 19

13-03-18 12:07


Dat was het moment waarop mijn moeder definitief besloot om samen met Max en mij onder te duiken. Ze had door de woorden van Hendrikjes vader niet langer het gevoel dat het allemaal wel met een sisser zou aflopen. Zijn dreigementen waren voor haar het laatste duwtje in de rug. Ze vertelde niemand over haar plannen, maar toen ze een paar dagen later een laatste kopje koffie dronk bij haar beste vriendin Jules Blein, die een paar huizen verderop woonde, zei ze bij het afscheid: ‘Jules, één ding weet ik wel: mijn kinderen krijgen ze nooit.’

20

BWhoelang(cor).indd 20

13-03-18 12:07


Truus van Zuiden is zestien jaar als ze in de oorlog moet onderduiken omdat ze Joods is. In tweeënhalf jaar tijd verblijft ze op dertien verschillende adressen in Nederland. Ze woont in huis bij gereformeerden, katholieken, verzetsmensen en zelfs bij NSB’ers. In elk gezin past Truus zich onmiddellijk aan. Je moet lief zijn, nooit je stem verheffen en goed meehelpen, want je leven hangt ervan af. Haar moeder wordt tijdens de onderduik verraden en gedeporteerd naar Auschwitz. Ondertussen wordt Truus steeds vindingrijker en neemt ze zelfs deel aan het verzet. Na de bevrijding blijkt niet iedereen in Hoogeveen blij met de terugkeer van hun Joodse stadgenoten. Truus probeert ondanks de verliezen en de tegenstand uit alle macht haar leven weer op te bouwen.

— Mark Rutte, historicus en minister-president van Nederland Wendy Geuverink (1972) woont in Berlijn en schreef eerder het boek In mijn familie.

www.omniboek.nl isbn 978-94-0191-242-6 nur 402

B Uitgeverij Omniboek

GEUVERINK_Blijven_wt.indd 1

9 789401 912426

HOELANG MAG IK BLIJVEN?

‘De titel van dit boek zegt alles over het bijzondere levensverhaal van Truus Stern-van Zuiden en de beproevingen die zij als jong meisje zonder haar ouders moest doorstaan. Ik heb mevrouw Stern-van Zuiden meerdere malen mogen ontmoeten en was elke keer diep onder de indruk van haar geschiedenis, maar ook van haar veerkracht en levenslust. Toch draagt ze, zoals ze zelf ook zegt, nog alle dagen de pijn met zich mee. Het is bewonderenswaardig hoe zij het tot op hoge leeftijd als haar plicht blijft zien om de jongere generatie te vertellen over de verschrikkingen van de oorlog. Haar verhaal is een verhaal van angst en verdriet, maar ook van moed en vriendschap. Het is een verhaal dat doorverteld moet worden en dat we ons moeten blijven herinneren. Daarom is het mooi en belangrijk dat dit boek er nu is.’

HOELANG MAG IK BLIJVEN?

wendy geuverink

EEN WAARGEBEURD VERHAAL

B

Hoe een Joods meisje dertien onderduikadressen overleefde

wendy geuverink 13-03-18 11:10


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Hoelang mag ik blijven - Wendy Geuverink.9789401912426 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu