Gevangen tussen twee werelden zoekt een vrouw naar de weg van haar hart New York, 1784. Als veertienjarig meisje is Willa Oberchain ontvoerd door de indianen en opgegroeid in De stam van de wolf. Willa – of Vlammende Hemel zoals de indianen haar noemen – voelt zich thuis bij de stam, maar als haar man en kinderen onverwacht om het leven komen, besluit ze toch terug te keren als Willa Oberchain naar het land van haar ouders.
Dan staat haar indiaanse broer Hij-Die-Zijn-Paard-Temt plotseling voor de deur om haar mee terug te nemen naar De stam van de wolf, maar Neil is niet van plan haar zomaar te laten gaan. Lori Benton is geboren en getogen aan de oostkant van de Appalachen. In haar romans brengt ze het Amerika van de achttiende eeuw tot leven en schildert ze het harde leven van de kolonisten. Het land van mijn vader is haar debuut dat al direct met grote prijzen werd onderscheiden.
ISBN 978 90 297 2345 9
9 789029
Lori Benton Het LAND van mijn VADER
Aangekomen in haar geboortedorp vindt ze de gewonde Schot Neil MacGregor op het land van haar ouders en besluit hem te verzorgen. Haar ouders zijn in geen velden of wegen te bekennen en niemand in het dorp weet waar ze zijn – ze worden dood gewaand. Willa zet alles op alles om de grond van haar ouders te behouden.
Het
land vader van mijn
Lori Benton
723459
NUR 342
www.uitgeverijvoorhoeve.nl
land van vader.indd 1
29-10-2014 10:43:53
Het
LAND VADER VAN MIJN
Lori Benton Roman Vertaald door Marijne Thomas
land vm vader TITEL.indd 1 Het land van mijn vader.indd 3
06-10-2014 11:40:14 27-10-14 18:45
Ik herinner me de grenzen van ons land, hoewel ik er al bijna de helft van de manen van mijn leven uit weg ben. Het zijn: de steen op de heuvel aan de noordzijde. Black Kettle Creek naar het zuiden. In het oosten het meer waar de strijders me vonden. En in het westen de velden waar koren was ingezaaid, begrensd door het pad dat naar Shiloh leidt. Maar wie daar zal zich mij nog kunnen herinneren? Wie kent deze zongebruinde armen, deze eeltige handen, deze benen die over bergen trekken zonder moe te worden en die me boven andere vrouwen uit doen steken? Wat ik gezien heb, wat ik gedaan heb – het heeft me veranderd. Ik ben de plek waar twee rivieren op elkaar stuiten, zwaar van de afzetting van ontreddering en verlies. Maar de herinnering aan dat land is glashelder. Ik zal het herkennen zoals een moeder het gezicht van haar kinderen herkent. Ik zal binnen zijn grenzen lopen. Ik zal de grond afspeuren naar wat het land ontnomen werd en wat werd achtergelaten. Misschien vind ik mezelf daar wel. Als het land zich mij herinnert.
7
Het land van mijn vader.indd 7
27-10-14 18:45
Tij d van ontluiking - april
Onerahtokha `
land vm vader DEELPAG.indd 1 Het land van mijn vader.indd 9
06-10-2014 11:36:20 27-10-14 18:45
1
Grens van de staat New York, 1784 De vrouw die Vlammende Hemel was geweest, meed het pad dat vanuit het noorden over de bergen omlaag zakte, langs de loop van rivieren en kreekjes. Het betekende weliswaar dat ze niet erg opschoot en moest manoeuvreren over steile stukken die niet aardig waren voor vermoeide voeten, maar ze wilde niet gezien worden door eventuele mannen op dat pad. Of ze nou blank waren of een andere huidskleur hadden. Ze had dertien keer op de koude grond geslapen voor ze de steen zag die het einde van haar reis markeerde – en de grens van haar vaders land, de plek die ze ooit ‘thuis’ had genoemd. De tijd had hem in haar geheugen niet vervaagd. De steen, hoog als een man en puntig als een mes, stak uit de bergrand omhoog. Toen ze met versnelde pas en geconcentreerde blik dichterbij kwam, zag ze niet dat er een hond uit de laurierstruik onder de rots tevoorschijn sloop. Ze had het pas door toen het modderige beest haar de weg versperde en zijn tanden ontblootte. De vrouw die Vlammende Hemel was geweest, bleef staan, niet zozeer geschrokken van de hond als wel van haar eigen onoplettendheid. Als Hij-Die-Zijn-Paard-Temt erbij was geweest, zou hij haar flink op de vingers hebben getikt. Hij was er niet, maar iemand anders wel. De zon was achter de wolken gekropen en zond een baan van licht omlaag, over de rand van de berg en de laurier, en vervolgens
11
Het land van mijn vader.indd 11
27-10-14 18:45
over de man die daar in het struikgewas lag met zijn gelaarsde voeten, kuitbroek en een hand op het voorpand van zijn bruine jas. Een blanke hand. Ze hapte even naar adem, het bloed pulseerde in haar oren. Toen de man noch de hond bewoog, begon haar angst langzaam te zakken. De hond stond slechts op wacht. Maar de vraag was: waakte hij over een dode of over een levende? Het was verleidelijk van het eerste uit te gaan, alleen: de man lag aan haar vaders kant van de grenssteen. En wat dat betekende, begon langzaam maar zeker tot haar door te dringen, een last die zwaarder drukte dan de mand die ze nu al dagenlang op haar rug droeg. Misschien was de man dood en dan maakte het niet uit wat ze deed, maar ze kon niet doen alsof ze hem niet gezien had: zich simpelweg omdraaien en weglopen. Bovendien zat ze nog steeds met die hond op haar pad. Het was het soort hond dat gefokt werd om schapen te hoeden: wit-zwart, ruige vacht. Opeens schoot haar de Engelse naam te binnen: collie. De vrouw die Vlammende Hemel was geweest, schoof de hoofdband van haar draagmand van haar hoofd en de lussen van haar armen en liet de mand op de grond zakken. Ze pakte haar musket en sprak zachtjes tegen de hond in de taal van de mensen: ‘Brave hond, pas jij zo goed op het baasje? Tohske’ wahi. Toch?’ De collie vertrok geen spier. Toen bedacht ze dat de hond misschien de taal van de Kanien’kehá:ka – of de Mohawk, zoals de blanken hen noemden – niet kende. Ze probeerde het in het Engels, wat voor haar aanvoelde alsof ze met stenen in haar mond praatte. ‘Mag ik dichterbij komen?’ Ze deed een stap in de richting van de laurier. De collie begon met zijn vervilte staart te kwispelen. ‘Brave hond.’ Ze zette haar musket onder handbereik weg en richtte haar aandacht op de man. Hij was te zeer verstrengeld met de laurier om er zelf in te zijn gekropen. Waarschijnlijk was hij van de bergrand gevallen. Het was hier niet diep, maar wel steil. Ze kwam dichterbij
12
Het land van mijn vader.indd 12
27-10-14 18:45
en kon nu zijn gezicht onderscheiden. Zelfs voor een blanke was hij behoorlijk bleek en de holten van zijn gesloten ogen waren blauwig, niet erg gezond.Vrijwel zwarte haren plakten in stijve krullen tegen zijn voorhoofd. Terwijl de hond aan haar hielen snuffelde, trok ze een paar takken weg en hield haar blik strak op het verstilde gezicht van de man gericht. Met een zakbijltje hakte ze grotere takken weg – wat in een regen van dode bladeren en insecten resulteerde – tot ze naast de man kon neerknielen. Hij had zich niet bewogen, maar de warmte van zijn adem tegen haar hand zei haar dat hij nog leefde. Uit de manier waarop hij zijn arm over zijn borstkas had gelegd, leidde ze af dat die verwond was. Zijn benen lagen recht en leken onbeschadigd, afgezien van de krassen waar zijn beenkappen door de val waren losgerukt. Geen beenkappen, dacht ze. Kousen. Ze wist niet hoe zijn ribben eraan toe waren, of wat zich eronder schuilhield. Als ze hem verplaatste, maakte ze het misschien erger, maar zo kon hij ook niet blijven liggen, tenzij ze hier bleef en voor hem zorgde. Ze gooide haar hoofd in haar nek, tuurde naar de punt van de grenssteen en toen naar de hemel waar de steen naartoe wees. Waarom deze man? Waarom nu, nu ze zo dicht bij haar bestemming was? De steen noch de Maker ervan gaf antwoord. Om een ondoorgrondelijke reden had God, de almachtige God, deze man op haar pad gebracht, net zoals Hij al zovelen er vanaf had gebracht. Het leek geen eerlijke ruil. Maar hier blijven zitten en wensen dat het anders was, had geen zin. Dat wist ze maar al te goed. Ze liep terug naar haar draagmand en vond er een stuk stevig lindekoord. Met haar zakbijl hakte ze jonge cedertakken af die ze als stokken kon gebruiken, en ze haalde een wapitivacht tevoorschijn. Terwijl ze dat deed en een draagbaar maakte, bleef de hond jankend om haar heen cirkelen. Ze zag zijn zorgelijke blik wel, maar ze kon hem niets beloven. Ze zou doen wat ze kon.
13
Het land van mijn vader.indd 13
27-10-14 18:45
Hoewel ze voor een vrouw lang en sterk was, bleek het dode gewicht van de man geen gemakkelijke last. Ze verwachtte eigenlijk dat hij wakker zou worden als ze hem uit de laurier wurmde. Maar pas toen ze knielde om hem vast te binden op de draagbaar – het zweet liep haar inmiddels over de rug – zag ze toen ze opkeek dat zijn ogen open waren. Hij had blauwe ogen – het diepe blauw van ruilkralen – en ze waren strak op haar gericht met een uitdrukking van verwarring en pijn. In reactie op zijn blik raakte ze even zijn gezicht aan om hem gerust te stellen. Hij had stoppels. De stoppels tegen haar handpalm brachten herinneringen terug. Papa’s gezicht had soms zo tegen haar zachte kinderhand gevoeld. Geen zwarte stoppels – meer roodbruine, zoals haar eigen haren.Was het nog altijd roodbruin, of hadden de jaren het grijs gekleurd? Ze bedacht dat ze maar beter kon stoppen met het aanraken van een man die niet haar vader was, welke herinneringen hij ook opriep, maar haar vingers bleven tegen zijn koude, borstelige wang gedrukt. Terwijl ze daar zo stond te aarzelen, trok de verwarring uit de blauwe ogen van de man weg en maakte plaats voor iets als verbazing, en een blik die ze niet in een ander menselijk gezicht had gezien sinds ze moest toezien hoe het langhuis afbrandde. Hij keek haar met kinderlijk vertrouwen aan, argeloos en zonder aarzeling. ‘O, goed dan,’ zei ze. De warmte van zijn adem gleed langs haar wang toen hij uitademde en zijn ogen sloot. De vrouw die Vlammende Hemel was geweest, ging op haar hurken zitten, overvallen door een steek onder haar ribben, die zo scherp was dat ze zich het liefst op haar borst wilde bonken om de pijn te verdrijven. Ze had die blik vol vertrouwen nooit meer willen zien op het gezicht van een zieke, een stervende. Ze was gevlucht, ver weg gevlucht, in de veronderstelling dat ze die pijn kon ontlopen. Had ze niet al genoeg geleden voor één mensenleven? Het geknakte riet breekt hij niet af, noch dooft hij de kwijnende vlam. De woorden bleven in haar gedachten hangen, als een hand op haar
14
Het land van mijn vader.indd 14
27-10-14 18:45
schouder, groot en sturend. Ze keek naar de man op de draagbaar. Geknakt riet. Zulke mensen waren vast in het hele land wel te vinden, ontworteld en gebroken door de oorlog die net voorbij was. Ze was niet de enige. Hoewel ze bij blanke mannen niet meer in staat was te beoordelen hoe oud ze waren, leek deze man jong. Niet zo jong als zij, maar ze betwijfelde of hij de dertig winters al gepasseerd was. Zijn haar vertoonde geen enkel wit en de lijnen om zijn mond waren nog zacht. De kwaliteit van zijn wollen jas verraadde dat hij een man van aanzien was. Geen boer, dacht ze. Ze had geen flauw idee wat hij hier deed, behalve dat hij waarschijnlijk gevallen was van de rand van wat de blanken de Grote Noordelijke Wildernis noemden, een golvende zee van beboste pieken, die in Canada eindigde waar de in rode jassen gehulde soldaten van de verslagen Engelse koning zich sinds de oorlog schuilhielden om hun wonden te likken. Was hij iemand die papa kende? Had die hem toestemming gegeven hier te zijn? Als dat zo was, zou papa blij zijn dat ze hem hielp. Ze wilde dat papa blij was wanneer hij haar zag; รกls hij haar zag. Hoewel er eindelijk een einde aan de winter was gekomen, was het nog behoorlijk fris. Ze trok haar jas van konijnenbont uit en drapeerde die over de man. Ze zocht de paar eigendommen die om hem heen lagen bij elkaar en bond ze op de draagbaar, zoals een klein glazen flesje, donker van het vocht binnenin. Ze trok de kurk uit de hals, hield die bij haar neus en trok onbedoeld een gezicht bij de bitterzoete geur van opium, opgelost in alcohol. Was dit de reden waarom hij gevallen was, of had hij het later gevonden en het genomen om de pijn van zijn verwondingen te kunnen uithouden? Het verklaarde wel waarom hij afgezien van dat korte moment al die tijd buiten westen was geweest. Misschien was hij zelfs toen in de greep van een droom geweest en had hij haar niet echt gezien. Misschien was die blik vol vertrouwen wel voor iemand anders bedoeld. Ze hoopte het vurig. Ze drukte de kurk weer op de fles en liet die in haar zak glijden.
15
Het land van mijn vader.indd 15
27-10-14 18:45
Op de lagere hellingen was de sneeuw al weggedooid; alleen de moerasachtige stukken waren vanwege de modder onmogelijk over te steken. Aan de rand was de aarde vochtig, maar niet doorweekt. Ze greep de beide leggers die ze gemaakt had van lauriertakken, hees haar last op haar schouders en baande zich een weg tussen de bomen door, op de voet gevolgd door de hond. Ze vorderde nu nog langzamer dan voorheen, maar de aarde onder haar voeten voelde bij elke stap vertrouwder aan. In gedachten holde ze vooruit en bekeek het landschap in haar geheugen: de vruchtbare valleien, de rotsige bergranden, de brede en luidruchtige beek die Black Kettle werd genoemd. Het meer met het piepkleine eilandje erin, de uitgestrekte akkers waar papa graan verbouwde. De open plek waar de schuur en de hut stonden. Zo dichtbij nu. In haar buik streden opluchting en angst met elkaar. Ze vond het beekje nog precies waar ze zich herinnerde dat het was, evenals het voetpad dat zijn eigen kronkelige weg in zuidelijke richting zocht, en dan oostelijk en dan weer zuidelijk. Ze zag geen menselijke sporen, maar herten hadden het pad opengehouden. Hoewel de draagbaar er vrij makkelijk doorheen kwam, drukte het gewicht van de man op haar schouders; het bezorgde haar pijn in rug en armen. De hoofdband van de mand stond strak over haar voorhoofd en drukte op de botten in haar nek. Ze probeerde niet op de pijn te letten, maar door te gaan zoals ze elke dag op haar reis was doorgegaan. De ene voet na de andere. Een stap, nog een stap. Terwijl ze zo liep, sprak ze hardop een naam uit die ze al heel wat jaren niet meer had gehoord, en daarom sprak ze hem heel zorgvuldig uit, precies articulerend. ‘Wil-hel-mi-na O-ben-chain.’ De hond kwam naast haar lopen, de oren gespitst – hij was al aan haar stem gewend. De vrouw die Vlammende Hemel was geweest, knikte naar het dier waarvan ze de naam niet kende. ‘Wilhelmina Obenchain,’ zei ze, zelfverzekerder dit keer. ‘Maar jij mag me Willa noemen.’
16
Het land van mijn vader.indd 16
27-10-14 18:45
2
Ze liet de laatste bergkam achter zich en bleef in de noordelijke hoek van de open plek staan. Aan de andere kant van het veld stond nog altijd, op de glooiing dicht bij de boomgrens, de houten hut. En dat was het dan ook wel. Ze liet haar blik rusten op wat er nog over was van haar vroegere thuis. De verkoolde resten van wat ooit de schuur en het rookhuis waren geweest. Het weiland waar het paard en de koeien vroeger graasden – nu helemaal vol mos. Jonge bomen die de lege plek die haar vader Dieter Obenchain meer dan twintig winters geleden had opengehakt, probeerden te heroveren. Meer dan de helft van die winters had zij zich, hoog in het noorden, voorgesteld hoe haar ouders en haar oma verder waren gegaan met hun leven op deze plek. Ze ging er toen van uit dat ze hen nooit meer terug zou zien, maar ze voelde zich toch altijd getroost door die gedachten. Waar moest ze die troost nu vinden? Waar was papa? Mama? Met trillende armen liet ze de zware draagbaar in het onkruid zakken en viel op haar knieÍn. Welk leger deze brand ook had aangestoken, roodjassen of blauwjassen of Longhouse-strijders, ze hadden niemand achtergelaten om haar welkom te heten. En niemand om je thuiskomst af te keuren, klonk een donkere stem. Ze kromp ineen bij het horen van die stem, hoewel die niet onbekend was. Had die haar niet bij elke fase van haar reis voorgehouden dat het dom was terug te gaan? Ze was in haar eentje veel beter af; een pad naar haar hart vrijmaken zodat een ander het vervolgens kon
17
Het land van mijn vader.indd 17
27-10-14 18:45
vertrappen – dat was toch vragen om narigheid? Had ze dat niet al twee keer gedaan? Twee families liefgehad, twee levens geleid? En beide waren haar ontnomen en daarbij waren grote stukken van haar ziel meegerukt. Waarom opnieuw in een oude wond roeren? Ze had naar die stem moeten luisteren. Al die negativiteit was terecht geweest. En nu zat hij haar nog te sarren ook. Waarom ga je niet hier in het onkruid zitten wachten tot je je dierbaren kunt volgen? Waarom ook eigenlijk niet? Alleen al omdat de hond, een bazig type, het niet zou toelaten. Hij duwde zijn neus in haar hand. Hij liep naar het huis, draaide zich om en fixeerde haar met verwachtingsvolle ogen. Kom, zeiden die, net zo duidelijk als wanneer hij gesproken zou hebben. Hij was niet dom, die hond. Het kon haar dan misschien niet schelen of ze leefde of dood omviel, maar de man die ze uit de bosjes had gesleurd zou ongetwijfeld willen dat ze in leven bleef. Vooralsnog, tenminste. Willa Obenchain verdrong haar verdriet en besloot niet langer aan het verleden of aan de toekomst te denken. Het verleden kon toch niet worden veranderd. De toekomst zou brengen wat ’ie bracht. Ze moest iets met het heden doen, en dat zou al haar kracht vergen. ‘Goed dan. Laten we jouw baasje maar eens naar binnen brengen en kijken wat we voor hem kunnen doen, hen’en?’
De lucht in de hut was zwaar van muffe herinneringen en echo’s van ooit bekende stemmen, gevangen en wachtend op hun vrijlating. ‘Ga de eieren rapen, meiske, en help dan je moeder met het brood.’ ‘Willa, laat me je zomen eens zien.’ ‘Ze zou een behoorlijke naaister kunnen zijn als ze haar neus langer dan een uur uit die frivole boeken kon houden.’ De golf aan herinneringen overviel haar. Ze liet de draagbaar met de man erop – ze had hem over de treden van de veranda gesleept – voor de haard zakken. Terwijl haar ogen probeerden aan het duister
18
Het land van mijn vader.indd 18
27-10-14 18:45
te wennen, trokken de herinneringen zich terug, dreven langs haar heen de voordeur uit. Ze zette de draagmand tegen de muur en keek om zich heen; haar hart bonkte als een watertrommel, en het was vreemd weer een hardhouten vloer onder haar voeten te voelen. Hij was echt hard. De woonkamer leek nog redelijk intact. Het dak vertoonde geen lekkage en de vloer geen rot. Het verbaasde haar niet: haar vader blonk uit in de beroemde Duitse degelijkheid. Als hij iets maakte, dan deed hij het goed. Toch klopte er iets niet. De openstaande voordeur liet genoeg licht binnen om te kunnen zien dat de kamer schoon was geveegd. In de hoeken waren nauwelijks spinnenwebben te zien, afgezien van een enkel exemplaar bij de dakbalken. De schone toestand van de hut was niet het enige wat vreemd was. Het was netjes bijgehouden, in tegenstelling tot de puinhoop buiten. In de haard lagen aanmaakhoutjes klaar, houtblokken lagen er netjes opgestapeld naast. Aan de grote haak boven de haard hing een gebutste kookpot. Ze tilde het deksel op en zag dat die keurig schoongeboend was en tot de helft met water gevuld. Het vreemdst was nog wel het boeket wilde bloemen, bijeengebonden met een touwtje: de bloemen waren verdord, maar ze waren overduidelijk daar neergezet door een liefhebbende hand, als bloemen bij een graf. Ze begon zich ongemakkelijk te voelen. De voorkamer van de hut had geen meubels meer, afgezien van een houten bankje dat ooit bij de eettafel had gehoord.Voor het eerst begon ze zich af te vragen of haar ouders de brand misschien hadden overleefd – en welke agressie dan ook waarmee die gepaard was gegaan – en hun spullen hadden gepakt en in oostelijke richting, naar Albany, waren getrokken, of naar het zuiden, naar de German Flats. Of was de hut overvallen en leeggeroofd? Ze had verhalen gehoord van de verwoestingen aan de New Yorkse grens, in de nasleep van de oorlog tussen de Britten en de Amerikanen. Huizen en oogsten waren platgebrand, kolonisten vermoord, gevangengenomen, verdreven van hun eigen land.Voor zover zij wist,
19
Het land van mijn vader.indd 19
27-10-14 18:45
stond paps hut nu in het hart van een ontvolkte woestenij – afgezien van de bloemen, het bos en het water. De man op de draagbaar bewoog niet toen ze in de haard een vuur tot leven trachtte te wekken en er vervolgens de ketel boven hing. Ze ging er maar niet van uit dat hij de hut zo had achtergelaten. Zijn hond was met hen mee naar binnen gekomen met een terughoudendheid die haar zei dat hij deze plek niet kende. Het dier keek wat ze aan het doen was, snuffelde aan de man en ging weer naar buiten. Ze had de spullen die ze naast de man in de struiken had gevonden bij de haard gelegd: een veldfles, een rugzak, een glazen voorwerp dat dingen groter deed lijken als je erdoorheen keek, en een raar rond tinnen ding, langwerpig en rond, met een leren riem eraan om het te kunnen dragen. De man bewoog zijn hoofd, draaide het naar het vuur. Het schijnsel van de vlammen onthulde een rode plek boven zijn linker wenkbrauw. Zijn haar was grotendeels naar achteren gebonden, maar op zijn voorhoofd plakten kleinere krullen. Ze dacht dat ze misschien een wond over het hoofd had gezien en duwde daarom de stijve krullen weg. Het was een wond, maar hij was al lange tijd genezen. Het roze litteken trok een kartelrand langs zijn haarlijn, van zijn slaap tot halverwege zijn voorhoofd. Een mes had dat litteken gemaakt. Een scalpeermes. Ze deinsde geschrokken achteruit en ging op zoek naar haar kruidenbuidel, waar ze wat wilgenbast uit haalde. Toen de ketel stoom begon te produceren, schepte ze er een grote mok vol water uit, voegde de bast toe en liet die boven het vuur trekken. Welke kwaal hij afgezien van die arm nog had, wilgenbast zou pijnstillend werken. Als de laudanum was uitgewerkt. Ze draaide zich om en struikelde bijna over de rugzak van de man. Voor ze er goed en wel over had nagedacht, zat ze al op haar hurken en stak haar hand in de rugzak. Het eerste voorwerp dat ze tegenkwam, was groot en plat en had een leren omslag. Ze haalde
20
Het land van mijn vader.indd 20
27-10-14 18:45
het tevoorschijn. Ze wierp een snelle blik op de man en maakte het touw om de hoornen sluiting van de flap los. Ze had een dagboek verwacht, iets wat haar meer zou kunnen vertellen over de identiteit van haar gast. Maar in plaats daarvan vond ze tekeningen. In potlood, in inkt, zelfs in gekleurde verf.Vel na vel, voornamelijk van planten en bloemen, hier en daar een vogel of een insect, stuk voor stuk duidelijk herkenbaar dankzij de vele details. Ze waren zorgvuldig van bijschriften voorzien, en onder aan de schetsen stonden aantekeningen. Dat wil zeggen: bij de meeste. Bij de laatste perfecte gelijkenissen stond niets. De stilte buiten werd doorbroken door het plotselinge blaffen van de hond. Willa schoof het tekenblok weer in de rugzak, pakte haar musket, sloop naar de deur en bleef daar verbijsterd staan. De hond had ergens een vrouwelijke geit gevonden, een half uitgehongerd gevlekt wezen, en probeerde dat nu te hoeden alsof het een schaap was; hij sloop, gluurde en cirkelde er omheen elke keer als de geit de bossen in probeerde te schieten.Waar het beest vandaan kwam, was Willa een raadsel. Ze vroeg zich af of het misschien van haar ouders was geweest, of van de boerderij verderop en of die net zo verlaten en verwaarloosd was als deze. Ze speurde de hemel boven de beboste horizon af en verwachtte daar rook uit een schoorsteen te zien komen. Geen teken van buren. Ze zette het musket naast de voordeur tegen de muur, liep de veranda af en boog zich voorover om wat gras te plukken. ‘Hond! Breng hem hier. Hahnio!’ De geit was de enige die reageerde. Met een protesterend bla-a-a gaf het haar vluchtpoging op en holde op de uitgestrekte hand af. Het dier rolde met haar ogen naar de glurende collie en volgde Willa – of liever: de handvol gras – om de veranda heen naar de uitbouw die haar vader had opgetrokken toen opa was overleden en oma vanuit German Flats hierheen was gekomen om voortaan bij hen te wonen. Het was het enige deel van de hut dat vervallen was. De helft van het dak was weg en het hout was door de regen en de
21
Het land van mijn vader.indd 21
27-10-14 18:45
sneeuw gaan rotten. De hoekpalen stonden nog overeind, en de deur naar de hut zat stevig dicht. Met behulp van wat stukken hout maakte ze een soort omheining en samen met de hond joeg ze de geit naar binnen. Ze plukte handenvol gras voor het dier en vroeg zich na al die moeite af of het niet beter was het dier los te laten in de hoop dat het uit zichzelf bij haar bleef. Hoe moest ze het voeden? Ze kon haar restje maïs niet aan een geit geven, ze had elke korrel hard nodig. Misschien kon ze een echte omheining bouwen… Als ze besloot te blijven. Als ze besloot in leven te blijven. Ze hoorde weer stemmen – vrouwenstemmen. Gezang en geklets dat bleef zweven boven bruine handen die druk aan het zaaien waren, die de ketel in de gaten hielden, of het vuur, of de kinderen. De stallen veegden. Matten weefden. Schoenen naaiden en veren verfden. Zo veel handen maakten licht werk. De herinneringen prikten als pijlpunten in haar borst, haar keel, haar brandende ogen. Wanhopig probeerde ze oudere herinneringen op te roepen: mama en oma die zeep of kaarsen maakten, spreien naaiden, maïskolven pelden – maar zelfs die door de tijd vergeelde beelden deden nog pijn. De hond duwde zijn neus tegen haar hand; ze schudde haar hoofd en keerde terug naar het heden waar geen helpende handen waren. Had ze het in zich door te gaan? Had het nog zin om door te gaan? De hond jankte. Willa zuchtte. ‘Ik ben je baasje heus niet vergeten.’ Ze had de zorg voor hem op zich genomen, had hem onderdak geboden – al was het niet veel meer dan een dak. Ze was verplicht daar nu consequent in te zijn. Goed, waar te beginnen? Die arm misschien, waarvan ze vermoedde dat die gebroken was. Als die gespalkt moest worden, kon ze dat maar beter meteen doen, voor de laudanum was uitgewerkt. Maar toen ze de hut in liep, bleek ze al te laat te zijn. De man had zich van de draagbaar losgemaakt en zat rechtop; hij keek om zich heen en knipperde met ogen die zo blauw waren dat het was alsof er stukjes hemel op aarde waren geland. Zijn donkere wenkbrauwen schoten omhoog toen hij haar zag, waarna hij aarzelend glimlachte.
22
Het land van mijn vader.indd 22
27-10-14 18:45
‘Dit is niet de eerste keer dat ik op de vriendelijkheid van vreemden moet vertrouwen,’ zei hij. Zijn woorden rolden over haar heen als dikke maïspap. ‘Hoewel –’ Wat hij ook wilde zeggen, het werd afgekapt toen de hond zich bij het horen van zijn stem langs Willa heen wurmde, blij door de hut schoot en zichzelf op de man stortte.
23
Het land van mijn vader.indd 23
27-10-14 18:45
Woordenlijst
tohske’ wahi — zo zij het Kanien’kehá:ka — (Ga-nyen-gay-ha-ga) Vuursteenvolk; de Mohawk, een van de Zes Naties van Irokezen hen’en — ja hahnio — kom Kanien’keha — de Mohawk-taal Sekoh — (say-go) een begroeting Onyota’a:ka — Volk van de Staande Steen; de Oneida’s, een van de Zes Naties van Irokezen Okwhaho — Wolf Clan, een van de drie Mohawk-clans Turtle (Schildpad), Wolf en Bear (Beer) nia:wen — dank je wa’kenhaten’ — het spijt me yah — nee se’nikònrarak — wees voorzichtig aki — au! satahonhsatat — luister tha’tesato:tat — gedraag je awiyo — goed istah — moeder
416
Het land van mijn vader.indd 416
27-10-14 18:46
Gevangen tussen twee werelden zoekt een vrouw naar de weg van haar hart New York, 1784. Als veertienjarig meisje is Willa Oberchain ontvoerd door de indianen en opgegroeid in De stam van de wolf. Willa – of Vlammende Hemel zoals de indianen haar noemen – voelt zich thuis bij de stam, maar als haar man en kinderen onverwacht om het leven komen, besluit ze toch terug te keren als Willa Oberchain naar het land van haar ouders.
Dan staat haar indiaanse broer Hij-Die-Zijn-Paard-Temt plotseling voor de deur om haar mee terug te nemen naar De stam van de wolf, maar Neil is niet van plan haar zomaar te laten gaan. Lori Benton is geboren en getogen aan de oostkant van de Appalachen. In haar romans brengt ze het Amerika van de achttiende eeuw tot leven en schildert ze het harde leven van de kolonisten. Het land van mijn vader is haar debuut dat al direct met grote prijzen werd onderscheiden.
ISBN 978 90 297 2345 9
9 789029
Lori Benton Het LAND van mijn VADER
Aangekomen in haar geboortedorp vindt ze de gewonde Schot Neil MacGregor op het land van haar ouders en besluit hem te verzorgen. Haar ouders zijn in geen velden of wegen te bekennen en niemand in het dorp weet waar ze zijn – ze worden dood gewaand. Willa zet alles op alles om de grond van haar ouders te behouden.
Het
land vader van mijn
Lori Benton
723459
NUR 342
www.uitgeverijvoorhoeve.nl
land van vader.indd 1
29-10-2014 10:43:53