Skip to main content

Voorpublicatie Weg zonder genade van John Hart

Page 1

13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 7

Gisteren

D

e vrouw was van een zeldzame schoonheid zonder zich bewust te zijn van haar volmaaktheid. Hij had haar lang genoeg gadegeslagen om daar een vermoeden van te krijgen en de ontmoeting bewees dat zijn gevoel hem niet had bedrogen. Ze was bescheiden en verlegen en makkelijk te beïnvloeden. Misschien was ze onzeker en niet erg snugger. Misschien was ze eenzaam of verward over haar plek in deze moeilijke wereld. Het deed er niet echt toe. Ze zag er precies goed uit en dat lag aan de ogen. De hare schitterden toen ze over het trottoir aan kwam lopen. De zonnejurk zwierde om haar knieën, maar niet onfatsoenlijk. Hij genoot van de manier waarop de jurk danste en hoe keurig ze haar benen en armen bewoog. Ze had een bleke huid en ze was kalm. Hij had het leuker gevonden als ze een ander kapsel had gehad, maar dat was oké. De ogen waren het belangrijkst. Die moesten helder en diep zijn, met een onbehoedzame blik. Hij bekeek ze dus nauwlettend om zich ervan te vergewissen dat er niets was veranderd in de enkele dagen sinds ze hadden afgesproken elkaar te ontmoeten. Ze keek verontschuldigend om zich heen en van een afstand bespeurde hij de droefheid van verkeerde vriendjes en een flutbaantje. Ze hoopte op meer in het leven. De meeste mannen zouden dat niet begrijpen, maar hij begreep het. ‘Hallo, Ramona.’ Ze sloeg verlegen haar ogen neer nu ze zo dicht bij elkaar stonden. Haar wimpers staken donker af tegen de welving van haar wang. Ze hield haar hoofd schuin, waardoor hij haar perfecte kaaklijn uit het oog verloor. ‘Ik ben blij dat we hebben besloten dit te doen,’ zei hij. ‘Ik denk dat het een welbestede middag wordt.’

7


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 8

‘Bedankt dat je de tijd ervoor hebt vrijgemaakt.’ Ze bloosde, hield haar ogen neergeslagen. ‘Ik weet dat je het druk hebt.’ ‘De toekomst is voor iedereen belangrijk, het leven en hoe we het leven, carrière, familie en persoonlijke voldoening. Het is belangrijk om plannen te maken en de dingen goed te overdenken. Dat hoeft niemand in zijn eentje te doen, niet in een stad als deze. Hier kennen we elkaar. We helpen elkaar. Dat zul je gaan inzien als je hier langer woont. De mensen zijn aardig. Niet alleen ik.’ Ze knikte, maar hij begreep het onderliggende gevoel. Ze hadden elkaar als bij toeval leren kennen en ze vroeg zich af waarom ze zich zo makkelijk had opengesteld voor een onbekende. Maar dat was zijn gave: zijn gezicht en zijn vriendelijke manier van doen, de manier waarop hij vertrouwen wekte. Sommige vrouwen hadden behoefte aan de schouder, het geduld. Zodra ze beseften dat zijn belangstelling niet romantisch bedoeld was, was het makkelijk. Hij was betrouwbaar en vriendelijk. Ze vonden hem wereldwijs. ‘Zullen we dan maar?’ Hij hield het autoportier voor haar open en ze leek heel even in de war gebracht toen haar blik viel op brandplekken van sigaretten en gescheurde bekleding. ‘Het is een leenauto,’ zei hij. ‘Sorry, maar mijn eigen auto moest naar de garage voor een servicebeurt.’ Ze beet op haar onderlip, spieren in een van haar gladde kuiten spanden zich. Het dashboard zat onder de vlekken. Het tapijt was finaal versleten. Ze had een duwtje nodig. ‘We zouden het eigenlijk morgen doen, weet je nog? In de namiddag? Koffie en een babbeltje?’ Een glimlach deed zijn gezicht rimpelen. ‘Als de plannen niet waren gewijzigd, had ik de andere auto gehad. Maar jij moest de dag veranderen. Het was nogal op het laatste ogenblik, en we doen het per slot van rekening voor jou...’ Hij liet de woorden wegsterven om haar in herinnering te brengen dat het voorstel om elkaar te treffen van haar afkomstig was en niet van hem. Ze knikte omdat hij gelijk had en omdat ze niet het soort persoon wilde lijken dat zich druk maakte om iets zo onbeduidends als een auto, terwijl ze te weinig geld had om er zelf een te kopen. ‘Mijn moeder komt morgenochtend over uit Tennessee.’ Ze keek over haar schouder naar het flatgebouw, nieuwe lijntjes verschenen bij haar mondhoeken. ‘Het was heel onverwachts.’ ‘Ja.’

8


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 9

‘En ze is wel mijn moeder.’ ‘Dat heb je me verteld. Ik weet het.’ In zijn stem klonk een zweem van frustratie, van ongeduld door. Hij glimlachte om de scherpte eruit te halen, al was herinnerd worden aan de hillbillywortels van het meisje in het een of andere hillbillygehucht wel het laatste wat hij wilde. ‘Het is de auto van mijn neef,’ zei hij. ‘Hij is student.’ ‘Dat verklaart het dan.’ Ze bedoelde de stank en het vuil, maar ze lachte nu en dus lachte hij ook. ‘Jongelui,’ zei hij. ‘Wat je zegt.’ Hij maakte een nepbuiging en zei iets over een koets. Ze lachte, maar hij schonk er geen aandacht aan. Ze zat al in de auto. ‘Ik hou van de zondag.’ Ze ging rechtop zitten toen hij achter het stuur kroop. ‘De stilte en de rust. Geen verwachtingen.’ Ze streek haar rok glad en keek hem aan. ‘Vind jij de zondag ook niet heerlijk?’ ‘Uiteraard,’ zei hij, maar het deed hem niets. ‘Heb je je moeder verteld dat we hadden afgesproken?’ ‘Vergeet het maar,’ zei het meisje. ‘Ze zou me de oren van mijn hoofd vragen. Ze zou zeggen dat ik behoeftig of onverantwoordelijk bezig was en dat ik haar had moeten bellen.’ ‘Misschien onderschat je haar.’ ‘Mijn moeder? Echt niet.’ Hij knikte alsof hij haar isolement begreep. De moeder was dominant, de vader afstandelijk of dood. Hij draaide het contactsleuteltje om en genoot van de manier waarop ze zat: rechte rug, handen keurig gevouwen op haar schoot. ‘De mensen die van ons houden hebben de neiging te zien wat ze willen zien en niet wat we in werkelijkheid zijn. Je moeder zou beter naar je moeten kijken. Ik denk dat ze aangenaam verrast zou zijn.’ De opmerking maakte haar blij. Hij reed weg en praatte genoeg om haar in die gemoedstoestand te houden. ‘En je vrienden?’ vroeg hij. ‘Je collega’s? Weten zij het?’ ‘Alleen dat ik vandaag met iemand heb afgesproken en dat het een persoonlijke aangelegenheid is.’ Ze glimlachte en toonde hem de warme, diepe ogen die hem hadden aangetrokken. ‘Ze zijn verschrikkelijk nieuwsgierig.’ ‘Dat zal best,’ zei hij, en ze glimlachte weer. Ze had er tien minuten voor nodig om de eerste zinnige vraag te stel-

9


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 10

len. ‘Wacht eens even. Ik dacht dat we koffie gingen drinken.’ ‘Eerst neem ik je ergens anders mee naartoe.’ ‘Wat bedoel je?’ ‘Het is een verrassing.’ Ze keek reikhalzend toe hoe de stad achter hen verdween. Velden en bossen strekten zich naar beide kanten uit. De verlaten weg leek nieuwe betekenis te krijgen toen haar vingers naar haar keel gingen, naar haar wang. ‘Mijn vrienden verwachten me terug.’ ‘Ik dacht dat je ze niks had verteld.’ ‘Heb ik dat gezegd?’ Hij keek haar aan, maar zei niets. De hemel was paars, de zon wierp een oranje gloed door de bomen. De stadsgrens lag ver achter hen. Op een heuvel in de verte stond een verlaten kerk, de toren was gebroken als onder het gewicht van de donker wordende lucht. ‘Ik vind een vervallen kerk prachtig,’ zei hij. ‘Wat bedoel je?’ ‘Zie je hem niet?’ Hij wees en ze staarde naar de eeuwenoude stenen, het verwrongen kruis. ‘Ik begrijp het niet.’ Ze begon ongerust te worden en probeerde zichzelf ervan te overtuigen dat alles normaal was. Hij keek naar merels die op de ruïne neerstreken. Enkele minuten later vroeg ze hem om haar naar huis te brengen. ‘Ik voel me niet goed.’ ‘We zijn er bijna.’ Ze was nu bang – dat zag hij aan haar – bang voor zijn woorden, de kerk en de vreemde zachte fluittoon die tussen zijn lippen siste. ‘Je hebt bijzonder expressieve ogen,’ zei hij. ‘Heeft iemand dat ooit tegen je gezegd?’ ‘Ik geloof dat ik moet overgeven.’ ‘Dat gaat wel over.’ Hij draaide een grindweg op. De wereld werd gedefinieerd door bomen, schemering en het gloeien van haar huid. Toen ze door een openstaand hek in een verroeste omheining reden begon het meisje te huilen. In het begin stilletjes, even later minder stil. ‘Wees maar niet bang,’ zei hij. ‘Waarom doe je dit?’ ‘Waarom doe ik wat?’ Ze begon harder te huilen, maar verroerde zich niet. De auto reed tus-

10


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 11

sen de bomen vandaan een door onkruid overwoekerde open plek op die was bezaaid met oude werktuigen en brokken roestig metaal. Een lege silo doemde op, rond en vol vegen, de top roze gekleurd door de ondergaande zon. Aan de voet was een kleine deuropening, de ruimte erachter was zwart en stil. Ze keek op naar de silo en toen ze weer naar beneden keek, zag ze handboeien in zijn hand. ‘Doe ze om.’ Hij liet de handboeien op haar schoot vallen, en een warme, natte plek spreidde zich onder hen uit. Hij sloeg haar gade terwijl ze vertwijfeld door de ramen keek, op zoek naar mensen of zonlicht of redenen om te hopen. ‘Doe maar alsof het niet echt is,’ zei hij. Ze deed de handboeien om, het metaal rinkelde als nietige belletjes. ‘Waarom doe je dit?’ Het was dezelfde vraag, maar hij nam het haar niet kwalijk. Hij zette de motor uit en hoorde die in de stilte tikken. Het was heet op de open plek. De auto stonk naar urine, maar dat vond hij niet erg. ‘Het was de bedoeling geweest dat we dit morgen gingen doen.’ Hij drukte een stungun tegen haar ribben en zag haar trillen toen hij de trekker overhaalde. ‘Ik heb je morgen pas nodig.’

11


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 12


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 13

1

T

oen Gideon Strange zijn ogen opende was het donker en warm. Hij hoorde zijn vader huilen. Hij bleef roerloos liggen, hoewel het gesnik nieuw noch onverwachts was. Zijn vader zat dikwijls in elkaar gekropen in de hoek, alsof de slaapkamer van zijn zoon het laatste goede plekje ter wereld was. Gideon had zijn vader kunnen vragen waarom hij na al die jaren nog steeds zo verdrietig, zwak en gebroken was, en als zijn vader ook maar een beetje man was, zou hij waarschijnlijk antwoord geven. Maar Gideon wist wat zijn vader zou zeggen, dus bleef hij met zijn hoofd op het kussen naar de donkere hoek liggen kijken tot zijn vader zich overeind hees en de kamer door liep. Minutenlang stond hij zwijgend op Gideon neer te kijken. Toen legde hij zijn hand op Gideons haar en probeerde hij zich door te fluisteren sterk te maken. Alstublieft, God, alstublieft. Toen smeekte hij zijn al langere tijd overleden vrouw om kracht, en Alstublieft, God werd Help me, Julia. Gideon vond het een zielige vertoning: de hulpeloosheid, de tranen, de trillende, vuile vingers. Stil blijven liggen was het moeilijkst, niet omdat zijn moeder dood was en geen antwoord had, maar omdat Gideon wist dat als hij zich zou verroeren, zijn vader zou vragen of hij wakker was of verdrietig of net zo verloren. Dan zou Gideon de waarheid moeten vertellen. Dat hij niet een van die dingen was, maar dat hij vanbinnen eenzamer was dan een jongen van zijn leeftijd zou moeten zijn. Maar zijn vader zei niets meer. Hij streek met zijn vingers door het haar van zijn zoon en bleef roerloos staan, alsof de kracht die hij zocht hem op magische wijze zou vinden. Gideon wist dat dat nooit zou gebeuren. Hij had vroegere foto’s van zijn vader gezien en had enkele vage herinneringen aan een man die

13


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 14

lachte en glimlachte en niet bijna de hele dag dronk. Jarenlang had hij gedacht dat die man terug zou kunnen komen, dat het nog steeds kon gebeuren. Maar Gideons vader droeg zijn dagen als een verschoten pak, een lege man wiens enige passie werd gewekt door gedachten aan zijn lang geleden gestorven vrouw. Dan leek hij weer even op te leven, maar wat had je aan flitsen of hints? De man beroerde nog een laatste keer het haar van zijn zoon en toen liep hij de kamer uit en trok de deur achter zich dicht. Gideon wachtte een minuut voordat hij zijn bed uit rolde, volledig gekleed. Hij liep op cafeïne en adrenaline en kon zich niet herinneren wanneer hij voor het laatst had geslapen of gedroomd of gedacht aan iets anders dan wat er nodig zou zijn om een man te doden. Hij slikte krampachtig en opende de deur op een kier. Hij probeerde geen acht te slaan op het feit dat zijn armen broodmager en bleek waren en dat zijn hart zo snel klopte als dat van een konijn. Hij vertelde zichzelf dat hij met zijn veertien jaar mans genoeg was en dat hij niet ouder hoefde te zijn om een trekker over te halen. Per slot van rekening wilde God dat jongens mannen werden, en Gideon deed alleen maar wat zijn vader zou doen als zijn vader daar mans genoeg voor was. Dat betekende dat doden en sterven ook deel uitmaakten van Gods plan. Dit bracht Gideon zichzelf in herinnering in de donkerte van zijn geest, in een poging de delen van hem die beefden, transpireerden en wilden overgeven te overtuigen. Er waren dertien jaren verstreken sinds zijn moeder was vermoord, plus drie weken sinds Gideon de kleine, zwarte revolver van zijn vader had gevonden, en nog eens tien dagen sinds hij had uitgedokterd dat een trein van twee uur ’s nachts hem naar de grijze, blokkerige gevangenis zou brengen aan de andere kant van het land. Gideon kende jongens die al eerder op rijdende treinen waren gesprongen. Wat je moest doen, zeiden ze, was zo hard rennen als je kon en niet denken aan hoe scherp en zwaar die grote, glimmende wielen waren. Maar Gideon was bang dat hij mis zou springen en werd overreden. Elke nacht had hij daar nachtmerries over, een flits van licht en donker en pijn die zo echt was dat hij wakker werd met pijnlijke botten in zijn benen. Het was een gruwelijk beeld, zelfs als hij wakker was. Hij verdrong het dus en deed de deur wijd genoeg open om te zien dat zijn vader met een kussen tegen zijn borst gedrukt op een oude bruine fauteuil zat te staren naar de kapotte tv,

14


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 15

waarin Gideon de revolver had verstopt die hij twee nachten eerder uit de ladekast van zijn vader had gestolen. Hij besefte nu dat hij de revolver beter in zijn kamer had kunnen verstoppen, maar hij had gedacht dat er geen betere bergplaats was dan de uitgedroogde ingewanden van een kapotte tv die het niet meer had gedaan sinds hij vijf was. Maar hoe moest hij de revolver pakken terwijl zijn vader er recht voor zat? Gideon had het anders moeten doen, maar hij dacht soms een beetje krom. Niet dat hij bewust moeilijk deed, zo ging het nu eenmaal. Zelfs de vriendelijke leraren opperden dat hij zich beter kon bezighouden met hout- en metaalbewerking dan met de ingewikkelde woorden in al die grote, zware boeken. Nu hij daar in het donker stond kwam de gedachte bij hem op dat die leraren misschien wel gelijk hadden, want zonder de revolver kon hij niet schieten of zich beschermen of God tonen dat hij de wil had om te doen wat nodig was. Na een minuut deed hij de deur dacht en dacht: De trein van twee uur... Maar de klok gaf al 1.21 uur aan. Toen 1.30 uur. Hij keek weer door de kier van de deur en keek toe terwijl een fles op- en neerging, tot zijn vader onderuitzakte en de fles uit zijn vingers gleed. Gideon wachtte nog vijf minuten en sloop toen naar de huiskamer. Hij stapte over motoronderdelen en flessen heen en struikelde bijna toen er een auto voorbijronkte en er licht door een kier tussen de gordijnen flitste. Toen het weer donker was liet hij zich achter de tv op zijn knieën vallen. Hij verwijderde de achterkant van het toestel en haalde een revolver tevoorschijn, die zwart en glad was en zwaarder dan hij zich herinnerde. Hij opende de cilinder en checkte de patronen. ‘Gideon?’ Het was de kleine stem, de kleine man. Gideon kwam overeind en zag dat zijn vader wakker was – een manvormige kuil in bevlekte kussens. Hij leek onzeker en bang, en heel even wilde Gideon weer onder de dekens kruipen. Hij kon ervan afzien, doen alsof dit nooit was gebeurd. Het zou fijn zijn, dacht hij, om geen man te do-

15


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 16

den. Hij kon de revolver neerleggen en naar bed teruggaan. Maar hij zag de bloemenkrans in de handen van zijn vader. De bloemen waren nu verdroogd en broos, maar op haar trouwdag had zijn moeder ze als een kroon in haar haar gedragen. Hij keek er nog eens naar – gipskruid en witte rozen, vaal en teer – en stelde zich toen voor hoe de kamer eruit zou zien als een vreemde ervan bovenaf op neerkeek: de man met dode bloemen, de jongen met de revolver. Gideon wilde de kracht van dat beeld uitleggen, zijn vader doen begrijpen dat de jongen moest doen wat de vader niet deed. In plaats daarvan draaide hij zich om en rende weg. Hij hoorde zijn naam weer, maar hij was de deur al uit, sprong half vallend de veranda af en ging er als een speer vandoor. De revolver voelde warm aan in zijn hand, de schok van het neerkomen op hard beton trok door zijn schenen terwijl hij rennend een half huizenblok aflegde, toen dwars door de tuin van een oude man een dicht bos in dat van west naar oost liep langs de kreek en vervolgens een hoge heuvel op naar het terrein met dichtgeroeste fabrieken omheind door een doorgezakte afrastering van draadgaas. Hij viel tegen de afrastering aan terwijl zijn vader, ver achter hem, hem keer op keer bleef roepen, zijn stem zo luid dat die brak en oversloeg en hem uiteindelijk in de steek liet. Gideon aarzelde een seconde lang, maar toen in het westen een trein floot, schoof hij de revolver onder de afrastering door en klom hij eroverheen, waarbij hij zijn huid openhaalde en hard op zijn knieën viel op het overwoekerde parkeerterrein aan de andere kant. Het gefluit van de trein klonk nu luider. Hij hoefde het niet te doen. Er hoefde niemand te sterven. Maar hij wist dat de angst aan het woord was. Zijn moeder was dood en haar moordenaar moest daarvoor boeten. Hij rende naar een opening tussen de uitgebrande meubelfabriek en het bedrijf waar vroeger garen werd gemaakt, waarvan nu een zijmuur was ingestort. Het was donkerder tussen de gebouwen, maar het lukte Gideon om zonder te vallen over de losse bakstenen naar een gat in de afrastering te rennen, vlak bij de grote witte eik in de verste hoek. Er was licht van een straatlantaarn en enkele laagstaande sterren, maar dat verdween toen hij op zijn buik onder het gaas door kroop en aan de andere kant in een greppel afdaalde. De aarde was droog en rul. Hij

16


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 17

gleed weg, liet bijna de revolver vallen, ploeterde door een stroompje en klauterde aan de overkant de helling op. Buiten adem bleef hij even staan in een strook struikgewas die zich uitstrekte vanaf de metalen rails, die tegen de aarde wit afstaken. Hij boog voorover, verkrampt, maar de trein maakte een bocht en wierp een lichtbundel de heuvel op. Hij zal vaart moeten minderen, dacht Gideon. Maar dat deed hij niet. Hij denderde de heuvel op alsof die niets voorstelde. Drie locomotieven en een muur van metaal raasden voorbij alsof ze hem de adem wilden benemen. Maar met de seconde kwamen meer wagons de heuvel op, naar Gideons gevoel in het donker wel vijftig, en toen nog eens honderd. Het gewicht trok aan de locomotieven, en opeens besefte Gideon dat de trein nu zo langzaam reed dat hij hem bijna kon bijhouden. Dat probeerde hij nu. Hij rende naast de trein mee terwijl de wielen gele vonken afschoten en een vacu端m opbouwden dat aan de botten van zijn benen zoog. Hij probeerde de metalen sporten op een wagon vast te pakken, toen bij een volgende wagon, maar ze waren hoog en glad. Hij wierp een vluchtige blik over zijn schouder en zag de laatste wagons achter zich opdoemen, twintig misschien, en toen nog minder. Als hij de trein miste, haalde hij de gevangenis niet. Hij strekte zijn vingers, maar viel en schaafde zijn gezicht. Hij rende door, reikte en voelde een sport in zijn hand. Een folterende pijn trok door zijn schouder en zijn voeten bonkten over houten bielzen voordat de wagon eindelijk een huls om hem heen vormde. Hij had het gehaald. Hij zat in de trein die hem naar een man bracht die hij ging doden, en de waarheid daarvan drukte op hem in de duisternis. Het was niet meer alleen maar praten, wachten of plannen. Over vier uur kwam de zon op. De kogels zouden echte kogels zijn. Maar wat dan nog? Hij zat in het donker, vastbesloten, heuvel op, heuvel af, met huizen daartussen die op sterren leken. Hij dacht aan slapeloze nachten en honger, en toen de rivier onder de trein glinsterde, zocht hij naar de gevangenis en zag hij mijlenver weg in de kom van de vallei een fel licht. Het kwam razendsnel dichterbij, dus maakte hij zich

17


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 18

klaar om de trein uit te springen op een plek waar de grond het vlakst en het minst rotsig leek. Hij zocht de kracht voor de sprong, maar stond nog steeds in de wagon toen de grond voorbijflitste en de gevangenis als een schip in de duisternis zonk. Hij zou zijn kans missen, dus dacht hij aan het gezicht van zijn moeder, stapte de wagon uit, viel en sloeg als een zak bakstenen tegen de grond. Toen hij bijkwam, was het nog steeds donker, en hoewel de sterren minder fel schenen, had hij genoeg licht om langs de rails te strompelen tot hij bij een weg kwam die leidde naar een groepje bruine gebouwen, die hij een keer had gezien toen hij achter in een rijdende auto zat. Hij liep tot onder een bord waarop in zwarte letters gevangenen welkom stond en bestudeerde de bar van b-2-blokken met twee ramen aan de andere kant. Zijn gezicht was een wazige vlek in het glas. Er waren geen mensen, geen verkeer, en toen hij zich omdraaide naar het zuiden zag hij in de verte de gevangenis oprijzen. Hij bleef er minutenlang naar staan kijken, glipte toen de steeg naast de bar in en ging met zijn rug tegen een afvalcontainer zitten die stonk naar kippenvleugeltjes, sigaretten en pis. Hij wilde zich tevreden voelen omdat hij zo ver was gekomen, maar de revolver op zijn schoot leek misplaatst. Hij probeerde de weg in het oog te houden, maar er was niets te zien, dus deed hij zijn ogen dicht en dacht aan een picknick die ze hadden gehouden toen hij nog heel klein was. De foto die die dag was gemaakt stond thuis in een lijstje op zijn nachtkastje. Hij had een gele broek aan met grote knopen en meende zich te herinneren dat zijn vader hem hoog in de lucht had getild en was gaan ronddraaien, waardoor het leek alsof hij vloog. Hij hield zich vast aan dat idee van die kindertijd, en toen stelde hij zich voor hoe het zou zijn om de man te doden die hem dat had ontnomen. Pal naar achteren. Arm gestrekt en onbeweeglijk. Hij oefende het in gedachten zodat hij precies wist wat hij moest doen, maar zelfs in zijn hoofd trilde de revolver en schoot hij niet. Gideon had zich dit al duizend keer in duizend nachten voorgesteld. Zijn vader was niet mans genoeg. Hij zou niet mans genoeg zijn. Hij drukte de loop tegen zijn voorhoofd en bad om kracht, en toen nam hij het nog eens door.

18


13923a-v8-38regels_Weg zonder genade 4-4-16 16:50 Pagina 19

Pal naar achteren. Arm gestrekt. Nog een uur lang probeerde hij zich te vermannen. Toen braakte hij in de duisternis en sloeg hij zijn armen om zijn borst, alsof alle warmte ter wereld hem ook was ontstolen.

19


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Voorpublicatie Weg zonder genade van John Hart by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu