Skip to main content

Ha ha humor losse

Page 1

Ha-ha-humor Wil je graag humor in je verhaal? Het is niet genoeg om je personages af en toe een mop te laten vertellen. Moppen zijn zelfs extreem ongrappig in boeken. Nee, je moet aan de slag met de onderlinge dynamiek en de innerlijke stem van je verteller.

120 Sh c rijven

kreng!

Dikke poepeenden

Humor zit in je schrijfstijl of het zit er niet in. Gelukkig beschikken de meeste mensen wel over een vorm van humor, alleen is ‘grappig’ een heel subjectief begrip. Zo heb ik laatst een hele dag zitten gniffelen omdat in een serieus nieuwsbericht de woorden ‘dikke poepeenden’ werden gebruikt. (Maar kom op! ‘Dikke poepeenden!’ Bwahaha!) Ik moet er nu weer om lachen. Dit is echt sneu, sorry. Anyway, humor in je verhaal is geen opzichzelfstaand doel om na te streven. Je wilt je verhaal vertellen, de personages over laten komen en de lezer ontroeren. Maar humor is wel heel geschikt om een verhaal luchtiger te maken, of juist een zware situatie nog snijdender.

121 Sh c rijven

kreng!


Ha-ha-humor Wil je graag humor in je verhaal? Het is niet genoeg om je personages af en toe een mop te laten vertellen. Moppen zijn zelfs extreem ongrappig in boeken. Nee, je moet aan de slag met de onderlinge dynamiek en de innerlijke stem van je verteller.

120 Sh c rijven

kreng!

Dikke poepeenden

Humor zit in je schrijfstijl of het zit er niet in. Gelukkig beschikken de meeste mensen wel over een vorm van humor, alleen is ‘grappig’ een heel subjectief begrip. Zo heb ik laatst een hele dag zitten gniffelen omdat in een serieus nieuwsbericht de woorden ‘dikke poepeenden’ werden gebruikt. (Maar kom op! ‘Dikke poepeenden!’ Bwahaha!) Ik moet er nu weer om lachen. Dit is echt sneu, sorry. Anyway, humor in je verhaal is geen opzichzelfstaand doel om na te streven. Je wilt je verhaal vertellen, de personages over laten komen en de lezer ontroeren. Maar humor is wel heel geschikt om een verhaal luchtiger te maken, of juist een zware situatie nog snijdender.

121 Sh c rijven

kreng!


J.K. Lolling Een manier om humor in je verhaal te brengen is met een gekke vergelijking of een metafoor die de lezer een wtf-gevoel geeft. Het moment waarop ik definitief voor mezelf besloot dat J.K. Rowling hilarisch was, was op het moment dat ik deze zin las die Hermelien tegen Ron zegt: ‘Omdat jij nou toevallig de emotionele reikwijdte van een theelepeltje hebt, hoeft dat niet voor iedereen te gelden.’ Om een goede vergelijking neer te zetten, moet je dingen bedenken die jouw punt duidelijk maken. Voorbeeldje: je wilt overbrengen hoe weinig je ziet zonder bril. Dan is het zaak om te bedenken wie of wat er sowieso slecht ziet of blind is. Ga er lekker voor zitten en brainstorm een eind weg! ° Een mol ° Stevie Wonder ° Een blinde holenvis ° Een grotsalamander ° Een regenworm Vervolgens kies je het voorbeeld dat het lekkerst klinkt. Ik vind blinde holenvis bijvoorbeeld al hilarisch zonder enige context, dus raad eens voor welke vergelijking ik ga?

122 Sh c rijven

kreng!

Ik moest zonder bril op de foto. Daarom vertoon ik op mijn paspoort verdacht veel gelijkenis met een blinde holenvis, met als enig verschil dat ik wél ogen heb – al werken ze niet bepaald naar behoren. Ik kom nog net zonder blindengeleidehond van mijn bed naar de wc ’s nachts. Surprise! Humor hoeft geen slapstick te zijn; als je te hard je best doet, vindt

de lezer het misschien wel amusant, maar niet grappig. Ik verwarde vroeger ‘grappig’ vaak met ‘onhandig’, maar dat is niet per se het geval. Een klungelige hoofdpersoon is in het begin nog wel leuk en vermakelijk, maar als je het er te dik bovenop legt, wordt hij/zij echt irritant na verloop van tijd. Humor is het best (wederom, in mijn opinie) als het lekker droog is. Je verrast de lezer, waardoor die moet lachen. Alledaagse grapjes zijn het leukst. Zelf ben ik echt een sucker voor woordgrapjes, zoals het moment waarop Chris in Verslingerd terugkomt na de hele zomervakantie van de radar te zijn verdwenen. Ik sla mijn armen om hem heen en plet hem in een omhelzing. ‘Jezus, Chris.’ ‘… tus?’ vult hij me aan. Verrassing ontstaat ook als je een cliché pakt en ermee aan de haal gaat. Wie hoort: ‘Blaffende honden…’ verwacht dat daar de rest van het gezegde achteraan komt: ‘… bijten niet.’ Als je lezer dus onverwachts leest: ‘Blaffende honden schijten in ieder geval niet ongemerkt in je tuin,’ is hij daardoor uit balans gebracht en moet hij er misschien wel een beetje om gniffelen.

Blaffende honden schijten in ieder geval niet ongemerkt in je tuin. Woordkeuze is alles Je kunt je lezer aan het lachen maken door hem te misleiden en hem onverwachts een twist voor te schotelen. Dat kan door een woord te kiezen dat je normaal niet zou gebruiken of, zoals J.K. Rowling net al liet zien, met een rare vergelijking of metafoor. Vaak zal de lezer na het lezen van zo’n zin niet eens kunnen uitleggen waarom hij moest lachen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt trouwens dat woorden met een G

123 Sh c rijven

kreng!


J.K. Lolling Een manier om humor in je verhaal te brengen is met een gekke vergelijking of een metafoor die de lezer een wtf-gevoel geeft. Het moment waarop ik definitief voor mezelf besloot dat J.K. Rowling hilarisch was, was op het moment dat ik deze zin las die Hermelien tegen Ron zegt: ‘Omdat jij nou toevallig de emotionele reikwijdte van een theelepeltje hebt, hoeft dat niet voor iedereen te gelden.’ Om een goede vergelijking neer te zetten, moet je dingen bedenken die jouw punt duidelijk maken. Voorbeeldje: je wilt overbrengen hoe weinig je ziet zonder bril. Dan is het zaak om te bedenken wie of wat er sowieso slecht ziet of blind is. Ga er lekker voor zitten en brainstorm een eind weg! ° Een mol ° Stevie Wonder ° Een blinde holenvis ° Een grotsalamander ° Een regenworm Vervolgens kies je het voorbeeld dat het lekkerst klinkt. Ik vind blinde holenvis bijvoorbeeld al hilarisch zonder enige context, dus raad eens voor welke vergelijking ik ga?

122 Sh c rijven

kreng!

Ik moest zonder bril op de foto. Daarom vertoon ik op mijn paspoort verdacht veel gelijkenis met een blinde holenvis, met als enig verschil dat ik wél ogen heb – al werken ze niet bepaald naar behoren. Ik kom nog net zonder blindengeleidehond van mijn bed naar de wc ’s nachts. Surprise! Humor hoeft geen slapstick te zijn; als je te hard je best doet, vindt

de lezer het misschien wel amusant, maar niet grappig. Ik verwarde vroeger ‘grappig’ vaak met ‘onhandig’, maar dat is niet per se het geval. Een klungelige hoofdpersoon is in het begin nog wel leuk en vermakelijk, maar als je het er te dik bovenop legt, wordt hij/zij echt irritant na verloop van tijd. Humor is het best (wederom, in mijn opinie) als het lekker droog is. Je verrast de lezer, waardoor die moet lachen. Alledaagse grapjes zijn het leukst. Zelf ben ik echt een sucker voor woordgrapjes, zoals het moment waarop Chris in Verslingerd terugkomt na de hele zomervakantie van de radar te zijn verdwenen. Ik sla mijn armen om hem heen en plet hem in een omhelzing. ‘Jezus, Chris.’ ‘… tus?’ vult hij me aan. Verrassing ontstaat ook als je een cliché pakt en ermee aan de haal gaat. Wie hoort: ‘Blaffende honden…’ verwacht dat daar de rest van het gezegde achteraan komt: ‘… bijten niet.’ Als je lezer dus onverwachts leest: ‘Blaffende honden schijten in ieder geval niet ongemerkt in je tuin,’ is hij daardoor uit balans gebracht en moet hij er misschien wel een beetje om gniffelen.

Blaffende honden schijten in ieder geval niet ongemerkt in je tuin. Woordkeuze is alles Je kunt je lezer aan het lachen maken door hem te misleiden en hem onverwachts een twist voor te schotelen. Dat kan door een woord te kiezen dat je normaal niet zou gebruiken of, zoals J.K. Rowling net al liet zien, met een rare vergelijking of metafoor. Vaak zal de lezer na het lezen van zo’n zin niet eens kunnen uitleggen waarom hij moest lachen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt trouwens dat woorden met een G

123 Sh c rijven

kreng!


of een K vaak als grappiger worden gezien – misschien omdat je er zo lekker de nadruk op kunt leggen. Keelklanken zijn dus blijkbaar humoristisch. Geen wonder dat de uitspraak ‘wat een gráfweer’ gniffelinducerender werkt dan ‘wat een rotweer’. Spieken bij Sophie Iemand om wie ik altijd héél hard moet lachen is Sophie Kinsella. In Mag ik je nummer even? zit hoofdpersoon Poppy geheel tegen haar zin met haar hoogbegaafde schoonfamilie scrabble te spelen, wanneer ze even een telefoontje moet plegen. Het volgende gesprek volgt: Ik werp een blik op de deur en zeg heel zacht: ‘We zijn aan het scrabbelen. Het is een nachtmerrie.’ ‘Scrabbelen?’ zegt hij verbaasd. ‘Scrabbelen is leuk.’ ‘Niet wanneer je met een stel genieën speelt, echt niet. Ze leggen allemaal woorden als “immatuur”. En ik heb “poes” gelegd.’ En dit is waarom ik zo van Sophie Kinsella hou. Ze kan me hardop laten lachen. Niet een mild omkrullen van de mondhoeken, niet een zacht gniffeltje, maar echt een blaflach waar ik zelf ook van schrik. Vervolgens móét ik dat stukje voorlezen aan Lau en kijkt hij me aan alsof hij vermoedt dat mijn hersenen zijn aangevreten door motten wegens te weinig gebruik.

124 Sh c rijven

kreng!

Drie tips

Humor kun je niet in je verhaal forceren; je moet je verhaal en de kracht van je eigen schrijfstem kennen om te zien wat daarbij past. 1. Ken je personages Door personages die heel verschillend zijn bij elkaar te

zetten, ontstaat er een wederzijds onbegrip. Perfecte kans op grappige situaties. Of kies juist voor personages die grotendeels hetzelfde zijn, waardoor hun overeenkomsten voor glimlachjes zorgen. Doordat ieder personage zijn eigen stem heeft, ontstaat er vanzelf dynamiek en daar ligt altijd een kans op humor in verscholen. 2. Schrijf wat je zelf grappig vindt Humor is geen hogere wiskunde; er komen geen formules bij kijken en dat is maar goed ook, want ik doe altijd maar wat en dat gaat blijkbaar goed. Daar kwam ik bij wiskunde nooit mee weg. 3. Leg je grapjes niet uit Je lezer is niet dom. Als hij een grapje niet ziet omdat hij er zo overheen scheert, is het niet aan jou als schrijver om hem met koeienletters te wijzen op wat hij net gemist heeft. ‘Hé, hallo, hier stond een grapje! Wil je wel even lachen? Kijk, dit bedoelde ik ermee. Ik leg het zelfs uit. Eén lachje? Please?’

Enne, onthoud: jij bent je eerste publiek. Als jij het grappig vindt, is het sowieso grappig genoeg om aan anderen voor te schotelen. Dikke poepeend.

125 Sh c rijven

kreng!


of een K vaak als grappiger worden gezien – misschien omdat je er zo lekker de nadruk op kunt leggen. Keelklanken zijn dus blijkbaar humoristisch. Geen wonder dat de uitspraak ‘wat een gráfweer’ gniffelinducerender werkt dan ‘wat een rotweer’. Spieken bij Sophie Iemand om wie ik altijd héél hard moet lachen is Sophie Kinsella. In Mag ik je nummer even? zit hoofdpersoon Poppy geheel tegen haar zin met haar hoogbegaafde schoonfamilie scrabble te spelen, wanneer ze even een telefoontje moet plegen. Het volgende gesprek volgt: Ik werp een blik op de deur en zeg heel zacht: ‘We zijn aan het scrabbelen. Het is een nachtmerrie.’ ‘Scrabbelen?’ zegt hij verbaasd. ‘Scrabbelen is leuk.’ ‘Niet wanneer je met een stel genieën speelt, echt niet. Ze leggen allemaal woorden als “immatuur”. En ik heb “poes” gelegd.’ En dit is waarom ik zo van Sophie Kinsella hou. Ze kan me hardop laten lachen. Niet een mild omkrullen van de mondhoeken, niet een zacht gniffeltje, maar echt een blaflach waar ik zelf ook van schrik. Vervolgens móét ik dat stukje voorlezen aan Lau en kijkt hij me aan alsof hij vermoedt dat mijn hersenen zijn aangevreten door motten wegens te weinig gebruik.

124 Sh c rijven

kreng!

Drie tips

Humor kun je niet in je verhaal forceren; je moet je verhaal en de kracht van je eigen schrijfstem kennen om te zien wat daarbij past. 1. Ken je personages Door personages die heel verschillend zijn bij elkaar te

zetten, ontstaat er een wederzijds onbegrip. Perfecte kans op grappige situaties. Of kies juist voor personages die grotendeels hetzelfde zijn, waardoor hun overeenkomsten voor glimlachjes zorgen. Doordat ieder personage zijn eigen stem heeft, ontstaat er vanzelf dynamiek en daar ligt altijd een kans op humor in verscholen. 2. Schrijf wat je zelf grappig vindt Humor is geen hogere wiskunde; er komen geen formules bij kijken en dat is maar goed ook, want ik doe altijd maar wat en dat gaat blijkbaar goed. Daar kwam ik bij wiskunde nooit mee weg. 3. Leg je grapjes niet uit Je lezer is niet dom. Als hij een grapje niet ziet omdat hij er zo overheen scheert, is het niet aan jou als schrijver om hem met koeienletters te wijzen op wat hij net gemist heeft. ‘Hé, hallo, hier stond een grapje! Wil je wel even lachen? Kijk, dit bedoelde ik ermee. Ik leg het zelfs uit. Eén lachje? Please?’

Enne, onthoud: jij bent je eerste publiek. Als jij het grappig vindt, is het sowieso grappig genoeg om aan anderen voor te schotelen. Dikke poepeend.

125 Sh c rijven

kreng!


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ha ha humor losse by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu