Skip to main content

Grote god, wij loven u - J. Hoek.9789023954620

Page 1

od is het geheim onder, achter en boven de zichtbare werkelijkheid om ons heen. Leven met God is een tocht door een landschap met hoge toppen en diepe afgronden. Deze tocht wordt mooier naar mate we Hem beter leren kennen. Jan Hoek nodigt de lezer uit om zich meer te verdiepen in wie God nu werkelijk is. Hij zoomt in dit boek op verrassende wijze in op de eigenschappen van God: zijn liefde, goedheid, almacht, heiligheid en eenvoud. Door het hele boek heen schenkt Hoek aandacht aan bijbelse gegevens, historische ontwikkelingen en actuele vragen. Met stimulerende gespreksvragen om over de opgedane indrukken door te denken en de discussie aan te gaan. Dr. Jan Hoek (1950) is als hoogleraar systematische theologie verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven (BelgiĂŤ) en is emeritus-bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit van de Protestantse Theologische Universiteit (locatie Groningen).


GROTE GOD, WIJ LOVEN U DOORDENKEN OVER GODS EIGENSCHAPPEN

Jan Hoek

Boekencentrum

18024 Grote God, wij loven U.indd 3

25-04-18 08:10


1 God kennen – een adembenemende reis

GA MEE OP REIS Dit boek is een uitnodiging aan wie maar wil om mee op weg te gaan op een verrassende, ja adembenemende reis in het afwisselende landschap van de kennis van God. Uitgangspunt hierbij is dat God geen denkbeeld is, maar levende Persoon. Hiermee maken we een geloofssprong. Spreken over God als realiteit is in deze tijd allerminst vanzelfsprekend. Velen hebben een louter immanent en gesloten wereldbeeld. De zichtbare en tastbare werkelijkheid waarin we leven, is voor hen de enige werkelijkheid. De rest is verbeelding die op zich verrijkend kan zijn, maar waarbij je alle waarheidsaanspraken moet laten varen. De consequenties van deze levensovertuiging zijn enorm. ‘Dan is deze wereld een schitterend ongeluk, een onwaarschijnlijke samenloop van volstrekt willekeurige omstandigheden. Vanuit het niets. We zijn niet gewenst, niet bedacht, niet geliefd. We zijn een bundel cellen, door huid en botten bijeengehouden. Ons verdriet, onze liefde, ontroering, boosheid, 9

18024 Grote God, wij loven U.indd 9

25-04-18 08:10


vreugde, vertedering, ze zijn een chemische reactie en niets meer dan dat. We komen nergens vandaan, gaan nergens naar toe, zijn op een willekeurig moment en willekeurige plaats gestrand in een willekeurig lichaam. En als we denken dat ons leven zin heeft, zijn dat slechts onze gedachten. En die zijn niet meer dan een chemische interactie tussen een paar cellen’ (Segers 2017). Deze consequenties gelden ook voor een theologie die God niet langer als een onafhankelijk van ons bestaande werkelijkheid beschouwt. God is dan ‘als een gevoel’, iets onnoembaars, ‘uitsluitend een product van onze gelovige verbeeldingskracht’ (zo Manenschijn 2001:263). Zo’n benadering is echter een onbegaanbare en heilloze weg. Hier is bekering nodig. Wie als modern mens tot geloof komt, moet breken met een werkelijkheidsbesef dat voor hem of haar altijd vanzelfsprekend is geweest. Dit is niet minder dan een totale omwenteling in het denken, een paradigmawisseling. Dat geldt niet in dezelfde mate voor wie bij het geloof in God is opgevoed. Hoewel, het eigentijdse gesloten wereldbeeld heeft ook kerkelijk meelevende mensen meer in zijn greep dan ze zelf vaak waar willen hebben. Des te meer geldt de roeping om het leven met God te zoeken. Leer geloven in de verrassende God! De meeste mensen associëren geloven niet direct met het beleven van avonturen. Toch is een gelovig leven een avontuurlijk leven. Je doet bijzondere ervaringen op met God. Wie de levende God leert kennen, blijft zich verbazen. Met de levende God – in tegenstelling tot alle levenloze afgoden – is de God van Israël, de Vader van Jezus Christus bedoeld, zoals de Bijbel (de Heilige Schrift) van Hem getuigt. Deze God is anders dan allerlei godsbeelden die mensen zichzelf maken. Hij is met recht een verrassende God. Wil je dit avontuur aangaan, dan moet je om te beginnen leren luisteren. Je laten aanspreken door de Stem die tot je komt vanuit de Schriften van het Oude (liever gezegd: het Eerste) en het Nieuwe Testament. Wie zo aangesproken is, gaat dóórdenken over wat hij of zij heeft gehoord. Het gaat dan om denken als vrucht van verwondering. De middeleeuwse theo10

18024 Grote God, wij loven U.indd 10

25-04-18 08:10


loog Anselmus van Canterbury (1033-1109) brengt dit kernachtig onder woorden: het gaat om geloof dat inzicht zoekt (fides quaerens intellectum). Anders gezegd: God liefhebben met hoofd en hart, dus vanuit existentiële betrokkenheid en met intellectuele helderheid. Zo’n reis onderneem je biddend. Hoe zouden we spreken óver God zonder te spreken mét God? God zelf is de eerste Spreker die ons antwoord aan Hem uitlokt door ons aan te spreken. God is geen product van menselijke verbeelding. Gelovigen construeren als het goed is niet hun eigen godsbeeld, al hebben ze daar wel steeds de neiging toe. Ze ontvangen kennis van God dankzij zijn initiatief om zich bekend te maken ofwel te openbaren. Ze zijn dus ontvangers, recipiënten. DE NABIJE GOD God komt naar ons toe en Hij maakt zich in zijn vele eigenschappen aan ons bekend. We kunnen Gods eigenschappen (ook wel genoemd: deugden, volmaaktheden, attributen) indelen in twee categorieën: toewendingseigenschappen en hoog­ heidseigenschappen (Van den Brink &Van der Kooi 20155: 138- 140). Andere bekende indelingen zijn: mededeelbare en on­mede­ deelbare eigenschappen ofwel communicatie-eigenschappen en onderscheidende (differentiële) eigenschappen. We leren uit de Schrift dat we Gods hoogheidseigenschappen (zoals almacht, onveranderlijkheid, eeuwigheid) alleen in het licht van zijn toewendingseigenschappen (zoals liefde, trouw, barmhartigheid) goed kunnen duiden. Vervolgens worden dan ook weer Gods toewendingseigenschappen door zijn hoogheidseigenschappen gekwalificeerd. Hierbij is Gods openbaring in Jezus Christus bepalend. De geschiedenis van de kruisdood en opstanding van Jezus is letterlijk cruciaal voor de christelijke leer over God. Dit zal in dit boek – tijdens onze reis dus – blijken wanneer we verder nadenken over Gods eigenschappen. Daarop vooruitlopend nu alvast enkele voorbeelden: - De God van de Bijbel zit op de hemeltroon en bewoont het ontoegankelijk licht. Hij is oneindig ver boven ons verheven. 11

18024 Grote God, wij loven U.indd 11

25-04-18 08:10


Maar we kunnen alleen dan zuiver denken en spreken over God op zijn hemeltroon wanneer we inzetten bij God in de kribbe van Bethlehem en aan het kruis van Golgota. - Geloven in de almachtige God houdt in dat we geloven dat de liéfde van God almachtig is. De eeuwige, heilige, almachtige God is vol bewogenheid en stelt zich kwetsbaar op. God komt er in Christus in hoogsteigen Persoon aan te pas om de wereld uit het slop te halen. Hij gaat als de Zoon in het donkere gat staan dat de zonde heeft geslagen. God is geen star, on­ bewogen en emotieloos wezen, dat niet wezenlijk betrokken zou zijn bij de perikelen van de mens(heid) in nood. Hij is integendeel een God van gepassioneerde liefde en trouw. - Gods onveranderlijkheid houdt in dat Hij nooit verandert in zijn wezen, dat gekenmerkt is door zijn volkomen liefde en goedheid, heiligheid en rechtvaardigheid. Hij is echter juist als de Onveranderlijke dynamisch en verrassend nabij in de geschiedenis van mensen en wordt zo telkens vol verwondering herkend. God is altijd bij de tijd, zoals Jezus Christus gisteren en heden en tot in eeuwigheid Dezelfde is, maar geen dag hetzelfde (Hebr. 13:8). Zijn genade is immers alle morgen nieuw. DE VERHEVEN GOD De volle nadruk op Gods toewending ondermijnt in de Bijbel nergens het ontzag voor Gods verhevenheid. Gods liefde is heilige liefde en Gods rechtvaardigheid mogen we niet wegstrepen tegenover zijn barmhartigheid. De levensreis met God kent niet alleen verrukkelijke hoogten, maar ook verbijsterende diepten. Het is niet zozeer een luxe cruise, als wel een steile kruisweg. God wordt niet ons reismaatje, maar we leren Hem gaandeweg juist meer en meer vol eerbied respecteren en aanbidden, in verootmoediging over onze zonden en in verwondering over zijn genade. Het is een reis waarbij regelmatig onze adem in onze keel stokt met Jesaja die in de confrontatie met de HEERE van de hemelse legermachten uitroept: ‘Wee mij, want ik verga! Ik ben immers een man met onreine lippen en woon te midden van een volk met onreine lippen’ (Jes.6:5m). Johannes Calvijn (1509-1564) schrijft in zijn Institutie dat het 12

18024 Grote God, wij loven U.indd 12

25-04-18 08:10


besef van de deugden van God voor ons een geschikte leermeester is van de vroomheid, waaruit de godsdienst wordt geboren. ‘Vandaar de huiver en verbijstering die, zoals de Schrift op tal van plaatsen verhaalt, de heiligen telkens ontsteld en aangegrepen heeft, wanneer zij Gods aanwezigheid bespeurden (…) We zien immers dat Abraham des te gereder erkent dat hij stof en as is, naarmate hij dichter genaderd is tot het aanschouwen van de heerlijkheid des Heeren, en dat Elia niet met onbedekt gezicht Gods nadering vermag af te wachten, zo huiveringwekkend is die aanblik. Wat zou een mens ook doen die slechts een aardworm is en één en al bederf, daar zelfs de cherubijnen uit vrees hun aangezicht moeten bedekken?’ (I.1.3). Er kan zoveel nadruk worden gelegd op Gods bewogenheid, kwetsbaarheid en emotionaliteit dat er een alleen maar lijdende God overblijft. We vervallen dan in theologisch sen­ timentalisme. We verliezen uit het oog dat de medelijdende God, de God vol compassie, niettemin boven alle lijden verheven is. De God die zich op betrouwbare wijze aan ons openbaart, is zo groot en verheven dat wij kleine mensen Hem onmogelijk volkomen kunnen kennen en doorgronden. We zijn nederige ontvangers van het geschenk van Gods openbaring. ‘God’ staat voor het geheim onder, achter en boven de zichtbare werkelijkheid om ons heen. Dat geheim laat zich niet in kaart brengen zoals de werking van moleculen en atomen systematisch-geordend kan worden beschreven. Als gelovigen onderweg in dit leven op aarde beschikken we niet over de theologische kennis die Christus heeft vanwege zijn eenheid met de Vader en de Geest, en evenmin over de kennis die de zaligen in de hemel hebben voor wie het geloof is overgegaan in aanschouwen. Wat we met een nogal pretentieuze term ‘godgeleerdheid’ noemen, is de bescheiden theologie van mensen onderweg, van pelgrims in den vreemde. Het is een fragmentarische theologie met brokstukken van voorlopige kennis. We krijgen dan ook niet in beeld wie God ‘op zichzelf’ is, maar alleen hoe Hij is tegenover ons. Gods openbaring heft Gods verborgenheid niet op. Elk afstandelijk-rationeel en systematisch ‘spreken over God’ is daarom uiterst riskant. We behoeven ons niet te beperken 13

18024 Grote God, wij loven U.indd 13

25-04-18 08:10


tot wat genoemd is apofatische theologie, dat wil zeggen een eerbiedig zwijgen ten overstaan van het ondoordringbare mysterie dat God is. Het katafatische, belijdende spreken vanuit de levende omgang met God kan echter niet zonder een apofatisch moment. Orthodoxe theologie kent zo haar stelligheden. Maar wel­­ke plek heeft de verlegenheid, de aanvechting, de opstand, het raadsel van het kwaad in verkondiging en theologie? ‘Theologie maakt een mens bescheiden. Je bent voortdurend bezig te stamelen aan de rand van je begrip’ (Kamphuis 2015:18). Leven met hoop betekent niet dat er een antwoord is op alle vragen. We moeten leren dat christelijk geloof geen definitief antwoord biedt op al onze pro­blemen, bijvoorbeeld op wetenschappelijk terrein of in de aanvechtingen van het leven. Geen oplossing, wel verlossing, het tegenverhaal van de hoop. God is de Verborgene die bij ons is. De blijvende verborgenheid van God doet dankzij zijn openbaring in Christus geen afbreuk aan zijn betrouwbaarheid. DE STEM VAN DE NGB Gelovigen in de 21e eeuw zijn niet de eersten die denken over God. Christenen bevinden zich in de warme golfstroom van de Kerk der eeuwen en staan vandaag op de schouders van gelovige voorgeslachten. Om dat te onderstrepen luisteren we in dit boek herhaaldelijk niet alleen naar de Bijbel, maar ook naar stemmen uit de kerkgeschiedenis, bijvoorbeeld naar belijdenisgeschriften. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (NGB) uit 1561, één van de belijdenisgeschriften van de verschillende kerken van gereformeerde signatuur in Nederland, is daar een voorbeeld van. Deze NGB valt met de deur in huis door allereerst te belijden in welke God zij gelooft. Dat gaat als volgt: ij geloven allen met het hart en belijden met de mond, dat er W een enig en eenvoudig geestelijk wezen is, dat wij God noe­ men: eeuwig, onbegrijpelijk, onzichtbaar, onveranderlijk, on­ eindig, almachtig, volkomen wijs, rechtvaardig, goed en een zeer overvloedige fontein van al het goede. (Zwanepol, Van Campenhout 2009:168) 14

18024 Grote God, wij loven U.indd 14

25-04-18 08:10


Toen de auteur van de NGB, Guido de Brès (1522-1567), het meer dan 450 jaar geleden zo verwoordde, bewoog hij zich in het spoor van de klassieke godsleer zoals deze al eeuwenlang in de christelijke kerk gebruikelijk was (vgl. Heppe 1958:4586). Daarin werden de vragen gesteld óf er een God is, wat we ons moeten voorstellen bij het begrip ‘God’ en vervolgens welke eigenschappen deze God heeft. Artikel 1 besteedt weliswaar geen aandacht aan zogenoemde godsbewijzen, maar neemt verder de gebruikelijke volgorde over. Eerst wat God is, namelijk ‘een enig en enkelvoudig geestelijk wezen /’t welck wij God noemen’. Vervolgens hoedanig deze God is, waarbij zijn attributen of eigenschappen worden opgesomd. Wie over God spreekt, spreekt over zijn daden en over zijn deugden. De NGB gaat in veel van de in totaal 37 hoofdstukjes (‘artikelen’) op Gods daden in, maar begint met Gods deugden (of eigenschappen, attributen, volmaaktheden). Er worden in dit geloofsartikel tien eigenschappen of deugden van God genoemd. Dat is een hele rij, maar toch is de NGB hier vergeleken met andere belijdenisgeschriften (bijv. de Westminster Confession of Faith, 1647) nog terughoudend. Ten slotte wordt de vraag wie God is beantwoord met de belijdenis van de Drie-eenheid in artikel 8. Artikel 1 van de NGB kan bij eerste lezing een nogal schoolse, afstandelijke indruk maken. Er komen onwillekeurig allerlei kritische vragen bij ons op bij dit geloofsartikel. Wanneer over God wordt gesproken als ‘een enig en enkelvoudig geestelijk wezen’ roept dat meer de indruk op van een theoretische beschouwing dan van een lofprijzing. Het lijkt te gaan om een algemeen godsbegrip, niet specifiek christelijk ingevuld. De jood, de moslim en menig filosoof geloven het ook – alleen uiteraard niet op grond van de Bijbel. Men heeft er kennelijk geen Bijbel voor nodig om het te geloven. Zo in God geloven – dat deed zo ongeveer iedereen wel in de Europese cultuur van voor de Verlichting. Wat voor Godsbeeld doemt hier op? Sommigen noemen het zelfs angstaanjagend of pijnlijk levenloos. Is dat terecht? Treffen we hier inderdaad een koel, rationeel spreken over ‘God’ aan? Meer Grieks dan bijbels? Hoe kan ik een relatie 15

18024 Grote God, wij loven U.indd 15

25-04-18 08:10


hebben met dit ‘Wezen’, met God als ‘het Zijnde’? Is ‘God’ resultaat van een denkweg in plaats van een ‘luisterweg’? Kunnen we artikel 1 in de 21e eeuw nog zomaar beamen? En als we er al voor onszelf geen moeite mee hebben, hoe bereiken we met zo’n godsbeeld de (post-) moderne mens? Schrikt deze formulering alleen maar af vanwege de onpersoonlijke en afstandelijke toonzetting? Missen we hier niet de directe existentiële inzet die bijvoorbeeld in zondag 1 van de Heidelbergse Cate­ chismus (over onze enige troost, ons enig houvast in leven en sterven) zo aanspreekt? Artikel 1 begint wel met ‘wij geloven met het hart en belijden met de mond’. Maar dan volgt er niet ‘in God’, wat op een persoonlijke relatie zou wijzen, maar ‘dat er een God is’, alsof het om een objectieve constatering gaat. Met deze vragen zijn we zomaar niet klaar. Laten we dit artikel in elk geval zorgvuldig herlezen om aan dit geloofsbelijden recht te doen. Veelzeggend is de inzet: ‘Wij geloven allen’. Hier spreekt de mondige gemeente die weet in Wie zij gelooft. En zij gelooft met het hart, niet intellectualistisch, maar existentieel. Zij belijdt vervolgens met de mond, wat bepaald geen vanzelfsprekendheid is in een tijd van vervolging! De gekozen formuleringen vragen vanuit de verwijsteksten om een bijbels-theo­ logische invulling, om bijbelverhalen waarin God als de Eeuwige, Ondoorgrondelijke, Onzienlijke, Onveranderlijke, Alomtegenwoordige en Almachtige naar voren komt (Verboom 1999:52-56). Zo wordt helder dat Gods eigenschappen niet worden gedefinieerd vanuit bepaalde algemeen menselijke noties of wijsgerige concepten, maar vanuit Gods openbaring, dus integraal vanuit het belijden van de Drie-enige. Wanneer Guido de Brès spreekt over God als Wezen, gaat het hem niet om ‘het Zijnde’, maar om ‘de Zijnde’. De God die is als een levende realiteit (Hebr. 11:6). Formeel theïstisch spreken, dat wil zeggen op een louter objectieve manier poneren dat er een God bestaat, is hier niet aan de orde. De kerk belijdt hier dat zij God ervaart omdat Hij is. God is niet afhankelijk van onze ervaring, maar onze ervaring verwijst wel naar zijn unieke bestaan. De gelovigen noemen Hem in artikel 1 op een bepaalde wijze God, maar niet alsof zij een definitie uitspreken. Ze 16

18024 Grote God, wij loven U.indd 16

25-04-18 08:10


doen dat in deze zin dat zij Hem aanroepen en aanspreken vanuit hun relatie met Hem. Dat artikel 1 zo gehoord behoort te worden, blijkt uit de overige 36 artikelen van deze belijdenis. Wat daar van God gezegd wordt, is allesbehalve kil en afstandelijk. De Brès heeft het vol bewondering over de levende God. De rij van deugden die hij noemt, is geen schoolse en dorre opsomming. Integendeel, het betreft hier de ware orthodoxie, dat is letterlijk ‘de rechte lofprijzing’. Gods eigenschappen worden hier niet losgemaakt van de openbaring van Wie Hij ten diepste is, namelijk de God die in Christus zijn hart heeft opengelegd. Wie God kent en prijst zoals artikel 1 van de NGB dat bedoelt, kent de vertrouwelijke omgang van Hem (Ps. 25:14) en gelooft met hart en ziel (Hoek & Verboom 2017). De kerkvader Augus­ tinus (354-430) wist van dit leven in verwondering met God en legde daar op indrukwekkende wijze getuigenis van af. at is dan mijn God? Wat, vraag ik, anders dan God, de Heer? W Want wie is de Heer, behalve de Heer? Of wie is God, behalve onze God? O Gij allerhoogste, beste, machtigste, almachtigste, barmhartigste en rechtvaardigste, meest verborgene en toch alomtegenwoordige, schoonste en sterkste, standvastige en toch ongrijpbare, onveranderlijke en alles veranderend, nim­ mer nieuw, nimmer oud, alles vernieuwend; die de hovaardi­ gen doet verouderen en ze weten het niet; altijd werkend, altijd rustig, vergaderend en toch niet nooddruftig, dragend en ver­ vullend en beschermend, scheppend en voedend en voleindi­ gend, zoekend, hoewel U niets ontbreekt. Gij bemint, maar zonder hartstocht, Gij ijvert, maar zijt kommerloos, Gij hebt berouw en toch zijt Gij zonder smart, Gij toornt en toch zijt Gij ongeschokt, uw werken verandert Gij, maar Gij verandert niet uw raadsbesluit; Gij neemt aan wat Gij vindt, maar nimmer verloren hebt; Gij zijt nooit iets behoevende, maar verheugt U in gewin, nooit gierig, maar toch eist Gij woeker. Meer dan het verschuldigde wordt U betaald, zodat Gij tot schuldenaar wordt, en toch wie bezit iets, dat het Uwe niet is? Gij betaalt schulden, hoewel Gij niemand iets schuldig zijt. Gij scheldt kwijt, zonder dat Gij verliest. En wat betekenen onze woorden, 17

18024 Grote God, wij loven U.indd 17

25-04-18 08:10


mijn God, mijn leven, mijn heilige verheugenis; of wat zegt men, wanneer men spreekt van U? En toch, wee degenen die zwijgen van U, waar zij rijk aan woorden, gelijk stommen zijn. (Augustinus 1965:15) Zo is theologie wezenlijk lofprijzing, doxologie. En zo vervolgen we onze reis al zingend tot Gods eer. Grote God, wij loven U, Heer, o sterkste alle sterken! Heel de wereld buigt voor U en bewondert uwe werken. Die Gij waart te allen tijd, blijft Gij ook in eeuwigheid. (Liedboek voor de kerken 444:1; Weerklank 433:1)

GESPREKSVRAGEN 1. Geloven in God wordt aan het begin van dit hoofdstuk vergeleken met een adembenemende reis. Spreekt dit beeld u aan? Waarom wel of waarom niet? 2. Is het volgens u van belang dat we over Gods hoogheids­ eigenschappen leren denken in het licht van Gods toewen­ dingseigenschappen? Waarom wel of waarom niet? 3. Onze kennis van God is beperkt en we kunnen Hem onmogelijk begrijpen. Hoe kan de kennis van God in Christus dan toch volkomen betrouwbaar zijn? 4. Spreekt artikel 1 van de NGB u aan? Welke vragen roept dit artikel bij u op? 5. Leest u het citaat van Augustinus aandachtig door. Wat spreekt u aan? Hoe herkent u in de woorden van de kerkvader de lofprijzing als grondtoon?

18

18024 Grote God, wij loven U.indd 18

25-04-18 08:10


od is het geheim onder, achter en boven de zichtbare werkelijkheid om ons heen. Leven met God is een tocht door een landschap met hoge toppen en diepe afgronden. Deze tocht wordt mooier naar mate we Hem beter leren kennen. Jan Hoek nodigt de lezer uit om zich meer te verdiepen in wie God nu werkelijk is. Hij zoomt in dit boek op verrassende wijze in op de eigenschappen van God: zijn liefde, goedheid, almacht, heiligheid en eenvoud. Door het hele boek heen schenkt Hoek aandacht aan bijbelse gegevens, historische ontwikkelingen en actuele vragen. Met stimulerende gespreksvragen om over de opgedane indrukken door te denken en de discussie aan te gaan. Dr. Jan Hoek (1950) is als hoogleraar systematische theologie verbonden aan de Evangelische Theologische Faculteit in Leuven (BelgiĂŤ) en is emeritus-bijzonder hoogleraar gereformeerde spiritualiteit van de Protestantse Theologische Universiteit (locatie Groningen).


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Grote god, wij loven u - J. Hoek.9789023954620 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu