Skip to main content

Goddard panic room fragment

Page 1

I

k voel me hier veilig. Daar komt het feitelijk op neer. En dan is er ook nog de zee. Ik hou van de oceaan met al zijn stemmingen, van stormachtig tot windstil: wit, grijs, turquoise, blauw. Ik kan urenlang kijken naar hoe de golven op de rotsen kapotslaan. Op windstille ochtenden kan ik, als ik naar het strand wandel, de veldleeuweriken boven me horen rondcirkelen. Mijn benen strijken op het smalle pad langs de wilde mosterd en het fluitenkruid. En dan zijn er ook nog de zonsondergangen, roze, scharlakenrode of goudkleurige, achter Wolf Rock, achter de kromming van de aarde. Het lijkt hier in niets op waar ik oorspronkelijk vandaan kom. Ik wil hier niet weg, wat ik daar wel de hele tijd wilde. Ik wil blijven. Misschien wel voor altijd. Natuurlijk kan dat niet. Ik weet niet hoelang het door zal gaan. Ik probeer me dat niet af te vragen. Harkness heeft grote problemen. Hij zal weinig gelegenheid hebben om zich bezig te houden met wat zich hier afspeelt, en hij zal op korte termijn zeker niet hiernaartoe komen voor een bezoek. Ik heb de plek voor mezelf. Dat vind ik heerlijk. Stil. Vredig. Alleen. Ik zwem. Ik wandel. Ik hol. Ik hou het huis netjes – voor het geval dat. Ik verkoop mijn wrakhoutkunst. Ik voel me veilig, daar geniet ik van. Dankzij Harkness baad ik hier in grote luxe. Maar de grootste luxe is de ruimte. Glenys, de tuinier, komt drie dagen per week. Andy, de zwembadman, komt zo vaak als hij denkt dat nodig is. Verder krijg ik weinig bezoek. Harkness gelukkig ook niet. Ik was benieuwd, toen zijn zaak in het nieuws kwam, of de journalisten hier zouden komen rondsnuffelen, maar dat gebeurde niet. Misschien weten ze niets van zijn toevluchtsoord in Cornwall. Het is maar te hopen dat dat zo blijft. 7

Panic room 1-400.indd 7

30-04-18 13:14


Dat zou zowel voor Harkness als voor mij het beste zijn. Ik denk dat deze plek zijn grootste geheim is. En dat zegt wel wat. ‘Notoir terughoudend’, zo noemen ze hem. Hij is niet de reddersfiguur aan wie je het eerst denkt. Maar hij is mijn redder geweest. Ik heb geen idee wat er met me zou zijn gebeurd, toen Muriel me eruit had gegooid, als ik hier niet had kunnen komen. Harkness weet dat natuurlijk niet – hij weet sowieso nauwelijks iets over mij. Dat is waarschijnlijk maar goed ook. We hebben iets moois samen, hij en ik, zelfs al realiseert hij zich dat niet. Het is alleen jammer dat het hoe dan ook vroeg of laat zal eindigen, hoe hard ik ook probeer te doen alsof het anders is.

 Don Challenor was nooit iemand geweest voor beschuldigingen over en weer, zeker niet als ook zijn eigen gedrag ter discussie stond. Hij had meer van zijn vaders lamlendigheid geërfd dan hij zou willen toegeven, maar omdat hij de verantwoordelijkheid ervoor niet erkende, was hij in staat om met de gevolgen ervan te leven. Dus vatte hij de omstandigheden rond zijn vertrek bij Mendez Chinnery eerder op als een teken van hun bekrompenheid dan van zijn onorthodoxe manier van werken. De makelaardij, vooral de oververhitte markt in het centrum van Londen, was een meedogenloze wereld. De provisie die Mendez Chinnery hem betaalde, was niet bijzonder genereus. Ze hadden kunnen verwachten dat hij zich enkele vrijheden zou veroorloven en zouden zeker bereid hebben moeten zijn om die door de vingers te zien, gelet op wat hij aan zaken binnenbracht. Maar zijn baas – volgens Don was hij jong, zelfvoldaan en lui – zag de dingen anders. Dus Don lag eruit en was op zoek naar een of ander baantje waarbij leeftijd niet zo’n belangrijke rol speelt. Alleen zijn aangeboren zelfingenomenheid voorkwam dat hij zich zorgen maakte over wat de toekomst voor hem in petto had. Er zou zich zeker een mogelijkheid voordoen. Hij had het nieuws verspreid. Hij zou de boel goed in de gaten houden. 8

Panic room 1-400.indd 8

30-04-18 13:14


­ hinnery Toch was het een verrassing dat hij na zijn vertrek bij Mendez C niet door een van hun concurrenten werd gebeld, maar door een advocaat van wie verscheidene klanten van hen gebruikmaakten. Toevallig was Fran Revell ook Dons ex-vrouw. Dat ze hem een plezier wilde doen zou door een minder zelfverzekerde persoon waarschijnlijk in twijfel getrokken worden, maar ze hadden sinds hun scheiding op zakelijk gebied heel goed contact gehad, en Don herinnerde zich hun scheiding eerder als iets verdrietigs dan als iets gemeens. Dat Fran een koffietent in de buurt had voorgesteld voor hun ontmoeting en niet haar kantoor zou misschien als een soort waarschuwing hebben moeten dienen. Don wilde echter liever denken dat ze een voorkeur had voor een ontspannen, informele omgeving, en dat vond hij prima. Hij kwam zelfs even in de verleiding om een uur later voor te stellen en elkaar in een bar te ontmoeten. Er waren in de buurt verscheidene bars die hij zou kunnen aanbevelen, maar hij had het risico wijselijk niet genomen. Risico’s nemen had hem per slot van rekening zijn huwelijk gekost. Fran was er al toen hij arriveerde. Ze nam kleine slokjes van haar cappuccino en was onderwijl druk in de weer met haar iPhone. Ze zag er als altijd enkele jaren jonger uit dan ze was, slank, verzorgd en stralend. Wat te zeggen van haar gezichtsuitdrukking toen ze hem in de gaten kreeg? Tja, haar strakke glimlach viel op geen enkele manier te missen, maar de half hartelijke, half behoedzame manier waarop ze haar hoofd schudde, suggereerde dat hij zijn goodwillkrediet nog niet helemaal had verspeeld. ‘Je ziet er fantastisch uit, Fran,’ zei hij, nadat ze wat luchtkusjes hadden uitgewisseld. ‘Dank je.’ Ze maakte geen opmerking over hoe hij eruitzag. ‘Ik haal even een kop koffie. Daarna kun je losbranden.’ ‘Dit is slechts een zakelijke aangelegenheid, Don.’ ‘Natuurlijk.’ Hij dacht na over haar opmerking toen hij in de rij stond voor zijn Americano, maar niet voor lang. Hij schoot er niets mee op om te proberen Frans gedachten te raden. Dat was altijd al zo geweest. 9

Panic room 1-400.indd 9

30-04-18 13:14


Hij liep met zijn kop koffie terug naar haar tafeltje en ging zitten. De ruimte was als iedere werkdag afgeladen met werknemers die er identiek uitzagen en hier de tijd tussen de verschillende afspraken kapotsloegen. Don keek vluchtig om zich heen en zag dat de luidruchtige types die hij kende van het begin van zijn werkende leven ontbraken. Daarmee vergeleken waren het nu allemaal nietszeggende personen. Maar de koffie was beter. Dat viel niet te ontkennen. Don probeerde van zijn koffie te drinken, maar besefte dat die veel te heet was. Hij keek Fran vervolgens glimlachend aan. ‘Hoe is het met het gezin?’ waagde hij. Het ‘gezin’ waarnaar Don verwees, bestond uit de echtgenoot en twee dochters die Fran na haar scheiding van Don had gekregen. ‘Prima,’ zei ze kortaf. Misschien net iets te kortaf, dacht Don, die er heimelijk op hoopte dat hij ooit te horen zou krijgen dat zijn vervanger op zijn beurt was afgedankt. ‘Wat kan ik voor je doen?’ ‘Je zou me om te beginnen de “ethische verschillen” kunnen uitleggen die er volgens Ben toe hebben geleid dat je bij Mendez Chinnery bent weggegaan.’ ‘Ik had daar al eeuwen geleden weg moeten gaan. Hoe kan van mij worden verwacht dat ik goed werk lever als ik verantwoording moet afleggen aan een nietsnut als hij?’ Fran sloot even haar ogen. ‘Misschien was dit een vergissing.’ ‘Kijk… Ben en ik hadden grote bonje. Meer was het niet.’ Don haalde zijn schouders op. ‘Ik had waarschijnlijk toch al ontslag genomen. Het was tijd om verder te gaan.’ ‘Waarnaartoe?’ ‘Dat weet ik nog niet.’ ‘Nee.’ Fran zuchtte. ‘Precies.’ ‘Als je een lucratieve vacature weet…’ ‘Die weet ik niet. Maar toevallig heb ik wel een dringende klus, en aangezien je per direct beschikbaar bent…’ ‘Fijn dat je aan me denkt, Fran.’ ‘Ja. Ik lijk daar niet mee te kunnen stoppen.’ Ze fronste haar wenkbrauwen, waardoor de zweem van genegenheid verdween. ‘Af en toe.’ 10

Panic room 1-400.indd 10

30-04-18 13:14


Hij grijnsde. ‘Wat houdt die klus in?’ ‘Ik regel de scheiding voor een vrouw die zo snel mogelijk een huis wil verkopen. Het staat in Cornwall en ze wil de zaak vlug afgehandeld zien. Ik heb een taxatie, plattegronden, foto’s et cetera nodig om die aan geschikte makelaars te kunnen laten zien. We hebben het over een prijskaartje van rond de vijf miljoen – de internationale markt.’ ‘Ik zou het zelf wel willen proberen te verkopen.’ Don meende het. Onroerend goed van vijf miljoen pond zou hem meer dan honderdduizend pond kunnen opleveren. ‘Ik zou verscheidene kopers haar kant op kunnen sturen.’ ‘Dat zien we nog wel. Voorlopig wil ik alleen dat je daarnaartoe gaat en de bijzonderheden in kaart brengt.’ ‘Ze wil niet dat dit meegenomen wordt in de scheidingsregeling. Is dat het?’ ‘Ze is de enige eigenaar, Don.’ Fran keek hem afkeurend aan. ‘En de scheiding is in kannen en kruiken. Ze is helemaal vrij om te verkopen. Ik tref alleen maar alle regelingen voor haar terwijl zij in het buitenland zit.’ ‘Natuurlijk, natuurlijk. Ik weet niet wat me bezielde.’ ‘Zie je er kans toe?’ ‘Zeker. Als we het eens zijn… over de voorwaarden.’ ‘Tweeduizend. Plus reis- en verblijfkosten. Op voorwaarde dat ik alle details begin volgende week heb.’ ‘Dat is kort dag.’ ‘Dat is dan ook de reden waarom het aanbod zo genereus is. En ik vermoed dat het voor jou niet zo moeilijk zal zijn om een gaatje in je agenda te vinden.’ Fran glimlachte. ‘Hebben we een deal?’ ‘Waarom ook niet? Het zal een mooi ritje voor de auto zijn.’ ‘Je wilt me toch niet zeggen dat je de mg nog steeds hebt?’ ‘Ze is een klassieker. Net als ikzelf.’ Fran reageerde niet op die opmerking. Ze dronk haar cappuccino op, haalde wat papieren uit haar aktetas en legde ze voor hem op tafel. ‘Ondertekenen op de stippellijn, alsjeblieft. Beide kopieën. Het is ons standaardcontract voor freelancers.’ ‘Hebben we echt een contract nodig?’ 11

Panic room 1-400.indd 11

30-04-18 13:14


‘Ik ben een advocaat, Don. Weet je nog hoeveel ik je bij onze scheiding heb bespaard?’ Don wist een verwrongen glimlachje op zijn gezicht te toveren bij deze volgens hem volledig onjuiste voorstelling van zaken, en wierp een blik op het document. Fran was druk in de weer met haar iPhone totdat hij zijn handtekening had gezet. ‘Ik heb je net de details met betrekking tot de locatie gemaild. Het ligt op het schiereiland de Lizard, vlak bij Mullion. Wortalleth West. De naam van de klant is Jackson. Mona Jackson. Er was een inwonende huishoudster, maar die is een paar maanden geleden vertrokken. Haar parttimehulp heeft sindsdien een oogje in het zeil gehouden. Er is ook nog een parttimetuinier. Je zou hen tegen kunnen komen. Voor de rest ben je er alleen.’ Ze gooide een sleutelbos op tafel. Aan de ring was een label bevestigd waarop de initialen fr/mh stonden afgedrukt – een of andere archiveringscode van Frans kantoor. Don stak de sleutels in zijn zak en Fran pakte haar kopie van het contract. ‘Ik moet terug naar kantoor,’ zei ze abrupt. ‘Volgens mij zijn we klaar, of niet?’ ‘Ja.’ Don knikte gehoorzaam. ‘En ik kan je altijd opbellen als zich iets voordoet?’ Fran fronste haar wenkbrauwen. ‘Ik zou niet weten waarom zich iets zou voordoen.’ ‘Nee, nou…’ Don schokschouderde. ‘Nogmaals bedankt, Fran.’ ‘Geen dank.’ Na Frans vertrek bleef Don nog even zitten om zijn koffie op te drinken. Hij schonk geen aandacht aan een zwaargebouwde man met baard die in de hoek een espressootje aan het drinken was. De man had een enigszins Slavisch uiterlijk, hoewel hij een Italiaanse krant las – althans, hij bladerde hem door. Hij leek ook geen enkele aandacht te hebben voor Don, maar toen die opstond en vertrok, vond hij het plotseling ook noodzakelijk om op te staan en te vertrekken. Zijn vertrek ging gepaard met veel geritsel van papier en geschraap van stoelpoten. Heel toevallig moest hij dezelfde kant op als Don, die via Piccadilly in westelijke richting naar station Green Park liep en vervolgens de metro naar huis nam. 12

Panic room 1-400.indd 12

30-04-18 13:14


Er was nog iets, hoewel Don dat nog niet wist, waarvoor Fran verantwoordelijk was. Hij was nu iemand geworden die in de gaten werd gehouden.

 Ik ben vanochtend vroeg naar de baai gegaan om naar wrakhout te zoeken. Er was niet veel. Het was er geen goed weer voor. Je hebt er echt stormen voor nodig. Maar ik klaag niet. De zee was zo glad als een spiegel, de lucht was zuiver, het licht helder. Het tij was aan het keren. Ik trok mijn schoenen uit en liet het water rond mijn voeten golven. De zon voelde al warm op mijn rug. Toen de bubbeltjes in de branding begonnen op te lossen veroorzaakte dat een kriebelig gevoel tussen mijn tenen. Ik keek naar de oceaan en zag weerspiegeld in zijn glinsterende grootsheid datgene wat ik altijd zie: vrede – en vrijheid. Ik stond vlak bij de rotsen waar het stroompje vanuit de tuinen van Bonython in zee uitkwam. Alleen de zee maakte geluid. Er waren zelfs geen krijsende meeuwen. Ik weet niet waardoor ik omhoogkeek naar de rand van het klif, maar ik wist dat ik iets – of iemand – zou zien als ik dat deed. Het was Wynsum Fry. Haar gedrongen gestalte was gehuld in een vormeloze jas. Het zonlicht veranderde haar grijze ragebol in een witte vlek. Ze heeft geen auto, dus hoe was ze daar gekomen? De eerste bus uit Helston gaat rechtstreeks naar het dorp Lizard. Het was onmogelijk dat ze helemaal vanaf de hoofdweg hiernaartoe was gelopen. Maar daar stond ze. Kijkend naar hoe ik naar haar keek. Toen was ze opeens verdwenen. Ik neem aan dat ze gewoon een stap naar achteren had gedaan, maar het leek eerder alsof ze… ineens was opgelost. De ouwe heks heeft haar streken. Als ze niet meer zijn dan dat. Ik zou willen dat ze wegbleef. Maar dat doet ze niet. Ik haastte me terug het strand op en liep via de kustweg naar het weggetje dat naar de top van het klif leidde. Ze was natuurlijk in geen velden of wegen meer te bekennen. Dat was geen verrassing. Het grootste deel van de tijd bewoog ze als een slak. En dan, op andere momenten… Misschien had ze niet naar mij staan kijken, maar naar de getijdenpoel13

Panic room 1-400.indd 13

30-04-18 13:14


tjes die ze vanaf de plek waar ze stond kon zien. In welke daarvan was haar broer verdronken? Zou ze dat na al die jaren nog zeker kunnen weten? Trouwens, misschien veranderden de rotsen na verloop van tijd door stormen en getijden langzaam van plaats, en daardoor ook de poeltjes, waardoor het poeltje waar het om gaat zich niet langer op dezelfde plek bevindt. Niets is echt onveranderlijk. Niets staat vast. Toen ik hier terugkwam vond ik een speelkaart, de schoppenkoning, die met een roestige pin aan de staander van het toegangshek was bevestigd. Het is haar teken. Ze noemt Harkness Schoppenkoning. Maar waarom de kaart? Waarom nu? Ik trok de pin eruit en de kaart dwarrelde naar de grond. Ik raapte hem niet op maar liet hem daar liggen, met de afbeelding naar beneden. Het patroon op de achterkant was een of ander geometrisch labyrint. Ik vroeg me af of ze dat met opzet had gekozen. Ik ben net naar het toegangshek teruggegaan. De kaart was v­ erdwenen. Ik hoop dat dat voor haar ook geldt.

 Wat iedereen ook zei – ze zeiden doorgaans dat zijn hardnekkigheid om in een benzineslurpend overblijfsel uit een andere eeuw te rijden zowel vanuit milieuoogpunt onverantwoord en doorzichtig was als een uiteindelijk vergeefse poging om zijn verloren jeugd terug te winnen –, Don had niet de intentie om zijn mgb gt v8 uit 1973 in te ruilen voor een jonger of zuiniger model. De geur van het leer en het geronk van de motor waren nog net zo vertrouwd als toen hij als kind voor het eerst in de auto reed, met zijn vader achter het stuur. De rit die hij die woensdagochtend begin juni vanuit Londen in westelijke richting maakte had net als al zijn ritten niets te maken met onkosten of gemak, maar alles met zijn gehechtheid aan datgene wat hij kende en waarvan hij hield. Zijn tocht over de m3, a303 en a30 voerde hem naar het uiterste zuidwesten. De bomen stonden vol in het blad, de velden lagen heldergroen in het mistige licht. Vanaf de Salisbury Plain was de lucht blauw en lag de dag open en verblindend voor hem. Door zijn zonnebril oogde de 14

Panic room 1-400.indd 14

30-04-18 13:14


wereld goudkleurig en uitnodigend. Op de weg door het weidse landschap verloor de werkelijkheid haar scherpte. Hij stopte bij Exeter Services voor een cola en een broodje. Hij schoot al behoorlijk op. Hij was Fran dankbaar, niet alleen voor het geld dat hij met de trip zou verdienen, maar ook omdat ze hem de gelegenheid had geboden even uit Londen te ontsnappen. Weggaan uit de stad voelde alsof er een last van zijn schouders viel. Hij had echt eerder bij Mendez Chinnery weg moeten gaan. Misschien zou hij zichzelf kunnen veranderen in een in tweedpak geklede verkoper van boerderijen en cottages in een landelijke omgeving. Het was nog niet te laat om te veranderen. Het was nóóit te laat. ‘Maar maak je niet ongerust, oudje,’ zei hij. Hij klopte op de achterklep van de auto, die hij had geopend om wat frisse lucht binnen te laten terwijl ze geparkeerd stonden. ‘Ik zal je nooit inruilen voor een van die daar.’ Met ‘een van die daar’ bedoelde Don de zwarte, stoffige terreinwagen met spiegelende ramen die een stukje verderop stond geparkeerd. In principe haatte hij alle voertuigen met vierwielaandrijving. Don reed verder door de leegheid van Midden-Devon, door Bodmin Moor en langs de ruggengraat van Cornwall richting zijn bestemming. Hij rekende erop dat hij op tijd zou arriveren om het grootste deel van de middag in het huis te kunnen zijn. Hij had een kamer geboekt in een hotel in Helston. Omdat het een eenvoudige klus was die hij al talloze keren had gedaan zag het ernaar uit dat één nacht voldoende zou zijn. Vanaf de rand van Helston reed hij voor het eerst in zuidelijke richting, langs de lange buitenrand van rnas Culdrose en verder omlaag naar Lizard Point. Het landschap varieerde van landbouw- tot heidegrond. De regenachtige en welvarende graafschappen rond Londen ­lagen ver achter hem. Hij sloeg af bij het bordje mullion, reed het dorp in, en volgde de smalle eenrichtingsweg die rond het kleine centrum liep. Vlak bij de kerk vond hij een parkeerplek. Hij liep terug naar de winkels om een kaart met grote schaal van het gebied en de plaatselijke krant te kopen. Hij en de mg hadden natuurlijk niets op met satellietnavigatie en hij was ervan overtuigd dat het huis op de kaart te vinden zou zijn. Ondertussen zou 15

Panic room 1-400.indd 15

30-04-18 13:14


de krant extra informatie geven over wat hij al op verschillende websites had gevonden over huizenprijzen in de omgeving, hoewel hij ­verwachtte dat Wortalleth West waarschijnlijk in een eigen prijscategorie viel. Toen hij de winkel uit kwam, passeerde net langzaam een van die gedrochten met vierwielaandrijving waar hij zo’n hekel aan had. Het was zwart, met spiegelende ramen, zoals het exemplaar dat hij bij Exeter Services had zien staan. ‘Afzichtelijke rotmonsters,’ mopperde hij in zichzelf, terwijl hij in de richting van de parkeerplaats liep. Volgens de kaart die hij in combinatie met Frans e-mailaanwijzingen bestudeerde, lag Wortalleth West ten noorden van het dorp, boven Poldhu Cove, en kon het worden bereikt via een weggetje dat van de secundaire weg richting de baai liep voordat het afboog het binnenland in. Wat betreft de krant: daar stond een aantal prima huizen in die op het schiereiland Helford lagen, met prijskaartjes van twee tot drie miljoen, maar geen enkel dat in de buurt kwam van de vijf die Fran had genoemd. Wortalleth West moest wel iets heel bijzonders zijn om die prijs te rechtvaardigen. En het werd snel duidelijk dat dat inderdaad zo was. De zee lag als een blauwe spiegel achter de wuivende heggen en velden. Don zag de afslag te laat en reed sowieso te hard, maar hij haalde het met slechts een kleine slingering. De ingang naar Wortalleth West was algauw te zien: een wit, ranch-achtig houten hek dat openstond. De oprit slingerde tussen bremstruiken en door de wind vervormde pijnbomen door, waarna hij zich splitste. Een deel liep naar een garage die groot genoeg was om zelf een huis te kunnen zijn, met op de eerste verdieping kamers met balkon. Onder de overhangende leien dakranden was veel licht hout en graniet te zien. Don zag in de verte een tennisbaan, terwijl hij onderlangs een uitgestrekt stuk land reed waarop het huis stond. Nog meer licht hout, graniet en dakleien verrieden een stijl die gedeeltelijk de stijl van Long Island en gedeeltelijk die van Cornwall was. Het gebouw had de vorm van een halve zeshoek; één kant keek direct uit op de zee, de andere twee kanten liepen schuin weg en omsloten een door heesters omzoomde achtertuin waarin Don licht op water zag reflecteren, wat deed vermoeden dat er een zwembad lag. 16

Panic room 1-400.indd 16

30-04-18 13:14


Hij stopte voor het huis, zette de motor af, klauterde uit de auto en zoog de buitenlucht in, terwijl hij het huis in zich opnam. Het toonde zich in de schittering van de middag. De verhoudingen waren perfect, de afmetingen uitbundig, met een diepe, geplaveide veranda, drie puntgevels, brede ramen en een lage dakrand met dakkapellen in de vorm van de rug van dolfijnen. Er was niet beknibbeld op de kosten, dat zag je meteen. Mevrouw Jackson – of haar ex-man – had een heleboel geld verkwist aan iets wat eigenlijk niet meer was dan een bevlieging. Achter het aflopende grasveld voor het huis vormden de zee en de lucht een blauwe wereld. Met dit schitterende weer benaderde ­Wortalleth West de perfectie. Stilte maakte daar deel van uit. Toen Don het portier dichtsloeg, ­zorgde het geluid ervoor dat twee vette duiven met veel kabaal opfladderden uit de dichtstbijzijnde pijnboom. Hij liep de lage treden van de veranda op en haalde onderwijl de sleutels uit zijn zak. De ingang werd gevormd door een brede deur met glazen panelen. Op het middenpaneel was in vloeiende blauwe schreefletters ww geschilderd. Er waren twee sloten, een yaleslot en een insteekslot. Maar Don ontdekte al snel dat het insteekslot niet op slot was, en het alarm waarvoor Fran hem de code had gegeven was ook niet geactiveerd. Toen hij zichzelf binnenliet werd hij niet begroet door elektronisch gebiep. De hal was een grote, twee verdiepingen hoge ruimte met op de eerste verdieping een open galerij die kon worden bereikt via twee gebogen marmeren trappen. Rechts en links waren openstaande dubbele deuren. De rechter gaven toegang tot een eetkamer. Daar waren de jaloezieën omlaag en het licht viel gedempt op een lichthouten tafel en stoelen en een dressoir dat vol stond met roomwitte borden en schalen. De linkerdeuren leidden naar een zitkamer die gemeubileerd was met lage sofa’s en leunstoelen die rond een gestileerde open haard stonden. Er waren kleden en aardewerk in overvloed en aan de wanden hingen ingelijste hedendaagse zeegezichten. Ruimte en licht waren de overheersende thema’s. De afmetingen van de kamers en de hoogte van de ramen, met bovenlichten boven de buitendeuren, zorgden ervoor dat van beide voldoende aanwezig was. De dubbele deuren aan de overkant van de hal leidden naar een brede 17

Panic room 1-400.indd 17

30-04-18 13:14


gang die langs de hele achterzijde van het huis liep. Andere dubbele deuren gaven toegang tot een betegeld terras met in het midden ervan een zwembad, waar aan weerskanten ligstoelen stonden. Erachter lag een mooi bijgehouden tuin vol bloeiende planten. Toen Don naar de andere kant van de gang liep, zag hij beweging in het water, en hij besefte met een schok dat hij niet alleen was. Er zwom iemand. Hij opende behoedzaam de deur en liep het terras op. De zwemmer was net gedraaid en zwom van hem weg. Don zette zijn zonnebril op en liep naar het zwembad. Hij keek omlaag en kreeg een verbaasde blik in zijn ogen. De zwemmer was een vrouw, jong, sierlijk gebouwd – en naakt. Don keek naar de flikkering op haar lichaam terwijl zij door het water gleed. Toen ze aan de andere kant was, wachtte ze even om op adem te komen. Daarna klauterde ze uit het zwembad. Ze schudde haar hoofd en streek met haar handen haar lange donkere haar naar achter, waardoor ze een regen van druppels veroorzaakte. Daarna maakte ze een halve draai en liep naar de duikplank, die een paar passen bij haar vandaan was. En toen, vanuit haar ooghoek, zag ze hem. Ze stopte en draaide zich langzaam naar hem om. Ze haastte zich niet om een handdoek te pakken, en slaakte ook geen verontwaardigd gegil omdat ze zich aangerand voelde. Ze plantte haar handen in haar zij en keek hem strak aan. ‘Wie ben jij, verdomme?’ vroeg ze op dwingende toon.

 Ik zwom een paar baantjes omdat ik kwaad was. Wynsum Fry en haar visitekaartje zaten me nog steeds dwars en ik wilde de gedachten aan haar die ik stom genoeg had toegelaten wegspoelen. Als het maar enigszins mogelijk is, zwem ik naakt. Het voelt natuurlijk. Het voelt goed. Ik vind het heerlijk als het water me helemaal omhult. Het was niet een van Glenys’ dagen en Andy belt altijd van tevoren. Ik had de plek voor mezelf. Zóú de plek voor mezelf gehad moeten hebben. Op het moment dat ik uit het zwembad klom, voelde ik iets, maar ik 18

Panic room 1-400.indd 18

30-04-18 13:14


vertrouwde het gevoel niet echt. Ik dacht dat ik misschien nog een ­beetje gespannen was vanwege Fry, hoewel ik me rustig voelde. Het water had zijn werk prima gedaan. Ik besloot om er weer in te duiken. Maar toen ik me omdraaide naar de duikplank… ‘Wie ben jij, verdomme?’ Ik probeer me niet voor hem te verbergen. Ik blijf staan en laat zien dat ik niet bang ben. Hij is rond de vijftig, een verkreukelde, enigszins corpulente kerel in een donker pak dat veel te warm is voor het weer. Hij draagt een blauw-wit gestreept overhemd waarvan de bovenste knoopjes open zijn. Zijn manchetknopen glanzen in het licht dat wordt gereflecteerd door het kabbelende zwembadwater. Hij heeft een grijzende bos haar boven een hoekig gezicht. Als je vleiend zou willen zijn zou je hem ongepolijst noemen, verfomfaaid als je dat niet wilt. Ik kan zijn ogen niet zien. Hij draagt een soort pilotenbril. Lonkt hij naar me? Volgens mij wel. Waar komt hij vandaan? Hij is niet van hier, dat is duidelijk. Misschien een of andere loopjongen van Harkness. Maar ik heb geen idee. Daarvoor ziet hij er niet glad genoeg uit. Of jong genoeg. Harkness zou nooit iemand als hij hiernaartoe sturen. Maar iemand heeft hem gestuurd. En hij is via het huis gekomen, dus hij moet een sleutel hebben. Ik wil mijn vraag net herhalen als hij zegt: ‘Ik zou jou hetzelfde kunnen vragen. Maar… wil je niet wat aantrekken?’ Politieman? Verkoper? Ik weet het niet. Maar hij heeft het air van iemand uit de grote stad. Ik denk dat hij uit Londen komt. Maar waarom? En in opdracht van wie? ‘Brengt naaktheid je in de war?’ kaats ik terug. ‘“In de war”, zo zou ik het niet willen zeggen.’ Hij glimlacht verlegen. Hij probeert vriendelijk te zijn zonder al te wellustig over te komen. Ik heb hem in een lastige positie gebracht. Ik krijg medelijden, loop om naar de ligstoel waar ik mijn handdoek heb neergelegd, pak hem en sla hem om me heen. Daarna kijk ik hem weer aan. ‘Nou, wie ben je? En hoe ben je binnengekomen?’ ‘Ik ben makelaar. Don Challenor. Uit Londen.’ Mijn maag draait zich om. Makelaar? Dat klinkt niet goed. 19

Panic room 1-400.indd 19

30-04-18 13:14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Goddard panic room fragment by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu