Skip to main content

fragment Theologie als beroep - René Erwich e a (red )

Page 1

Geestelijk leiding geven is in deze tijd geen sinecure. De pastor of leraar godsdienst vormt de schakel tussen het grote Verhaal van de christelijke traditie enerzijds en het levensverhaal van de pastorant, leerling of christelijke organisatie anderzijds. Hij of zij begeleidt christenen om in deze postchristelijke samenleving volk van God te kunnen zijn. Dit handboek biedt bezinning op de vorming tot deze taak en ondersteuning bij de uitvoering ervan.

Met medewerking van: Robert Doornenbal Daniëlle van de Koot-Dees Teus van de Lagemaat Arthur Snijders

NUR 700 ISBN 978 90 435 2303 5

9 789043 523035

kokBOtheologiealsberoep0514.indd 1

Theologie als beroep

Redactie: René Erwich Jan Hoek Jan Marten Praamsma

René Erwich e.a.

Handboek voor theologen, pastores en leraren godsdienst

René Erwich, Jan Hoek, Jan Marten Praamsma (red.)

Theologie als beroep Verhalen van hoop 15-05-14 08:49


Theologie als beroep verhalen van hoop RenĂŠ Erwich Jan Hoek Jan Marten Praamsma (red.)

Theologie als beroep.indd 3

14-05-14 15:16


© Uitgeverij Kok – Utrecht, 2014 Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl Omslagontwerp Garage-BNO, Kampen Opmaak binnenwerk Stampwerk, Nijkerk ISBN 978 90 435 2303 5 ISBN e-book 978 90 435 2304 2 NUR 700 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Theologie als beroep.indd 4

14-05-14 15:16


Inhoud Ten geleide  7 1 Alumni en hun verhaal  9 – vijf portretten 2 De hbo-theoloog als interpretive guide 24 – kernvragen en uitgangspunten 3 Spiritualiteit  36 – verkenning van een begrip 4 De verhalen die we leven  57 – spirituele ontwikkeling van hbo-theologen 5 De weg die we gaan  79 – identiteitsontwikkeling van hbo-theologen 6 Verbindende theologie  104 – bagage die ertoe doet 7 Onder spanning  118 – spiritualiteit en professie 8 Hoopgevend handelen  143 – over de beroepsidentiteit van de hbo-theoloog 9 Werk en geloof  162 – functioneren in een seculiere omgeving 10 School en geloof  184 – opgroeien in een seculiere cultuur

Theologie als beroep.indd 5

14-05-14 15:16


11 Integrerend opleiden  203 – communities of learning 12 Conclusies  233 – een blik achterom en een blik vooruit Dankwoord 237 Geraadpleegde literatuur  239 Auteurs 254

Theologie als beroep.indd 6

14-05-14 15:16


Ten geleide Met dit boek presenteren we de kern van het onderzoek van het lectoraat ‘Geestelijk leiderschap’ aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). In 2010 is dit lectoraat van start gegaan met als thema ‘Geestelijk leiderschap en christelijke presentie in een post-christelijke samenleving’. In het onderzoek dat onder deze paraplu is uitgevoerd, lag de nadruk sterk op de persoon, het geloof en de ontwikkeling van hbo-theologen in opleiding. Anders dan in de eerder verschenen uitgaven Praktijkgericht (Hoek, Paas, 2010) en Onder Spanning (Paas, Boersema, 2011) gaat het in dit boek over de ‘binnenkant’ van de hbo-theoloog. Gaandeweg kwam de nadruk te liggen op vragen rondom spirituele ontwikkeling en het beroep van de hbo-theoloog. Vandaar ook de titel van dit boek: theologie als beroep. In de ontwikkeling van het onderzoek leek de keuze voor een narratief perspectief een heel wezenlijke. We besloten om alumni te vragen hun eigen geloofsverhaal-in-ontwikkeling aan het papier toe te vertrouwen. Daarmee was de richting bepaald. Een rijke en bonte verzameling verhalen ontvingen we na verloop van tijd. Prachtig om te lezen en nog mooier om ermee aan de slag te gaan. Inderdaad in menig opzicht ‘verhalen van hoop’. We besloten om dit tot het centrum van het boek te maken. Het vertrekpunt moest liggen in de lezing en duiding van wat zij beleefden aan de opleiding. Zo ontwikkelden wij als redactie ons eigen verhaal. Aan de hand van het autobiografisch materiaal maakten we portretten (hoofdstuk 1), waarna we gericht keken naar de uitgangspunten, vragen en spanningen die we in de complexe relatie tussen persoon, beroep en roeping meenden waar te nemen (hoofdstuk 2). In de tussentijd werd ook duidelijk dat onze zoektocht naar spirituele ontwikkeling zou vragen om een heldere kijk op de concepten en begrippen die een rol spelen bij het thema spiritualiteit. Een verkenning op dat terrein, zo besloten we, zou helpend kunnen zijn (hoofdstuk 3). Een van de herontdekkingen in het autobiografisch materiaal was, dat spiritue-

7

Theologie als beroep.indd 7

14-05-14 15:16


theologie als beroep le en identiteitsontwikkeling vele raakvlakken hebben en dat we de sporen die van die samenhang zichtbaar werden, ook voor het voetlicht moesten brengen. De analyse van het materiaal leidde tot twee hoofdstukken (4 en 5) waarin we enerzijds de veelkleurige en soms grillige ontwikkelpaden van de hbo-theologen trachtten te volgen en waarin we anderzijds zochten naar theorie die ons zou kunnen helpen om die ontwikkelpaden te verstaan. Hiermee kwamen de mooie en ook complexe kanten van leren en groeien in beeld. Tegelijkertijd rees de vraag welke theologische bagage dan nodig was in dat veelzijdige leerproces. We kozen voor een eigen invulling van theologiebeoefening (hoofdstuk 6). Zo maakten we langzaam maar zeker de beweging naar het tweede deel van het boek. De spanning tussen spiritualiteit, roeping en beroep komt duidelijker in beeld (hoofdstuk 7) terwijl deze bepalend zijn voor de beroeps­ identiteit van de hbo-theoloog (hoofdstuk 8). De hbo-theoloog zien we als een interpreterende gids die in relatie tot zijn eigen verhaal verbindend werkt op allerlei plaatsen in een seculiere omgeving (hoofdstuk 9 en 10). In het laatste hoofdstuk besloten we de cirkel rond te maken. We brachten wat laatste kleuren in het tapijt aan door te wijzen op het belang van gemeenschap en begeleiding, maar wilden de aandacht voor het vermogen om duurzaam te leren en te groeien daarbij niet uit het oog verliezen (hoofdstuk 11). Ons weefgetouw zetten we nu weer even aan de kant. Theologie als beroep – verhalen van hoop. We dragen dit boek op aan onze alumni en aan onze huidige studenten in de hoop dat het verder helpt in het leiden en begeleiden van mensen, tot eer van God! René Erwich Jan Hoek Robert Doornenbal

Daniëlle van de Koot-Dees Jan Marten Praamsma Teus van de Lagemaat Arthur Snijders

8

Theologie als beroep.indd 8

14-05-14 15:16


1. Alumni en hun verhaal vijf portretten ‘Het schrijven van een spirituele autobiografie levert meestal groot inzicht op, we zien patronen in onze levens die we tot dan toe misschien nooit hadden opgemerkt. Gaandeweg begrijpen we beter wie wij zijn en waar God ons naartoe leidt’ (Richard Peace, Spiritual Autobiography).1 We werken in dit boek met levensverhalen en autobiografisch materiaal van alumni. Studenten die inmiddels de opleiding al een poosje hebben verlaten, hebben we gevraagd om hun verhaal te vertellen. Van verhalen vertellen gaat een zekere kracht uit. Dat weten we al van jongsaf aan. Voor verhalen waarin de herinneringen worden opgehaald en geordend, geldt dit zeker ook. In zijn bijzondere boek De verhalen die we leven schrijft hoogleraar Geestelijke Gezondheids-bevordering Ernst Bohlmeijer:2 ‘Het vertellen van verhalen kan bijdragen aan sociale verbinding en kwaliteit van leven. Verschillende auteurs wijzen erop dat er van het verhalen van herinneringen een helende, transformerende werking uitgaat… hoe gelukkig of ongelukkig iemand ook is, welke ideale of tragische vorm het leven ook heeft aangenomen, hoeveel wanhoop of hoop er ook in iemands leven is. Er is diepe behoefte om van die ervaringen een verhaal te maken en voor dat verhaal erkenning te krijgen. Het mag een sterk verhaal zijn, het mag een kwetsbaar verhaal zijn…’

1 Vertaling van de oorspronkelijke Engelse tekst dr. R. Erwich. 2 E. Bohlmeijer, De verhalen die we leven. Narratieve psychologie als methode. Meppel: Boom, 2012 (tweede oplage).

9

Theologie als beroep.indd 9

14-05-14 15:16


theologie als beroep Bohlmeijer merkt op dat er binnen de geestelijke gezondheidszorg een toenemende belangstelling is voor het werken met levensverhalen. Zijn werk kenmerkt zich vooral door een specifieke methode waarbij autobiografische reflectie van ouderen gestructureerd wordt om hen te helpen om te gaan met de levensvragen die zij hebben.3 Verhalen hebben volgens Bohlmeijer verschillende functies. We laten er iets van onszelf mee zien, we leggen contact en we scheppen vaak een zinvol levensperspectief door heden, verleden en toekomst met elkaar te verbinden.4 Hij spreekt over de ‘narratieve grondstructuur’ van de mens. Deze uit zich volgens hem in het feit dat er cognitieve processen plaatsvinden waarmee mensen hun ervaringen structureren in betekenisvolle en samenhangende gebeurtenissen. Bohlmeijer typeert, in navolging van McAdams, het levensverhaal aan de hand van de volgende kenmerken: (1) coherentie: in een coherent levensverhaal zijn gedragingen en acties verbonden met een verhaallijn die het geheel overstijgt; (2) openheid: een levensverhaal is in ontwikkeling en niet voltooid; (3) geloofwaardigheid: we definiëren onszelf aan de hand van het verhaal en daar zit een dosis fantasie en fictie in; het verhaal moet echter wel te herleiden zijn tot zekere feiten; (4) differentiatie: er is sprake van een zekere complexiteit en gelaagdheid; (5) synthese: van een verhaal dat gerijpt is mogen we enig evenwicht en verzoening verwachten in de zin dat verschillende verhaallijnen bij elkaar komen;

3 Vgl. Bohlmeijer, o.c. en tevens T. Tromp, Het verleden als uitdaging. Een onderzoek naar de effecten van life review op de constructie van zin in levensverhalen van ouderen. Zoetermeer: Boekencentrum, 2011. Tromp heeft mede op basis van het werk van Bohlmeijer een studie gedaan naar de mogelijke bijdrage van de life-­ reviewmethode aan zingeving bij ouderen. 4 Bohlmeijer onderscheidt een communicatieve, onthullende, identificerende en een motiverende functie.

10

Theologie als beroep.indd 10

14-05-14 15:16


1. alumni en hun verhaal (6) sociale context: er is een noodzakelijke verbinding met de omgeving waarin het verhaal zich heeft ontwikkeld.5 Bohlmeijers benadering staat deels op de achtergrond van wat we met de verhalen van alumni willen presenteren. In de presentatie van hun bijzondere verhalen in dit eerste hoofdstuk geven we hun erkenning voor de weg die zij aflegden. Als student hbo-theologie maak je een eigensoortig proces door tijdens je studie. Dit proces van leren en ontwikkelen staat niet los van de rest van je leven, van wat je hebt beleefd, hoe je bent opgegroeid en wat in de voorbije jaren belangrijk voor je was. Tijdens je opleiding word je hier intensief bij bepaald. Je gaat door een eigen ‘zoekbeweging’ heen waarin soms het oude vertrouwde moet worden losgelaten (de vleespotten van Egypte) om als gelovig mens en toekomstige professional te groeien. In een onderzoek dat we verrichtten onder alumni hbo-theologie kwam sterk aan het licht dat de weg die je aflegt tijdens de studie heel verschillend is. De alumni die bereid waren verslag te doen van hun eigen spirituele reis, laten een grote verscheidenheid zien. Bij een alumna die met een rotsvast geloof aan de opleiding begon, bleek datzelfde geloof een paar jaar later niet meer zo vast te zijn of zelfs een beetje op de achtergrond geraakt. Bij een andere alumnus voltrok de weg zich feitelijk precies andersom. Hij was nog maar net ‘agnost’ af aan het begin en heeft in de afgelopen jaren een enorme groei ervaren in zijn studie en geloof. In dit hoofdstuk delen we vijf portretten van alumni.6 De portretten geven een beeld van de weg die deze oud-studenten hebben afgelegd tot nu toe. Ze zijn bedoeld 5 Bohlmeijer, o.c. en D.P. McAdams, The stories we live by, personal myths and the making of the self. New York: Guilford, 1993. Vgl. ook D.P. McAdams, R.Josselson, A. Lieblich (ed.), Identity and Story. Creating Self in Narrative. Washington: APA, 2007. 6 We gebruiken gefingeerde voornamen van de alumni. De gegevens van de deelnemende alumni zijn geanonimiseerd. Gegevens die tot herkenning zouden kunnen leiden van personen zijn uit de beschrijving weggelaten.

11

Theologie als beroep.indd 11

14-05-14 15:16


theologie als beroep als spiegelverhalen waarmee we verderop in dit boek (hoofdstuk 4) aan de slag gaan. De portretten geven een inkijkje in hun verhaal, waarbij ook de betekenis van de hbo-theologie opleiding aan de orde komt. Bertina (voltijdstudente) Bertina groeide op in een hervormde gemeente in het westen van het land. Van jongs af was ze kerkelijk betrokken, het bestaan van God was vanzelfsprekend. Ze bezocht een christelijke basisschool, de geloofsopvoeding thuis kenmerkte zich door gebed voor de maaltijd en Bijbellezing erna. Rond haar twaalfde bespeurde ze een groeiende tegenzin tegen het zondagse kerkbezoek. Het feit dat mensen week in week uit naar de kerk gingen, stond haar tegen; toch ging ze mee omdat ze moest. Niet lang daarna kwam ze in aanraking met een vrije groep. Een familielid bezocht deze groep. Een wereld ging voor haar open en hier leerde ze God kennen op een andere manier. Terugkijkend bespeurde ze een grote openheid voor God en de heilige Geest. De negatieve reacties van haar eigen kerk bevestigden haar in de gedachte dat het goed was om naar deze groep toe te gaan. De betrokkenheid bij gebedsvieringen veranderde haar in positieve zin. Het thuisfront ervoer het niet als positief, in de ogen van de familie was het geen volwaardige kerk. Er veranderde in die eerste periode niet zo heel veel. In een gemeente­weekend ervoer ze vervolgens hoe God dichterbij kwam. Na een ingrijpende geloofservaring wilde ze niets anders meer dan God leren kennen. Ze raakte diep overtuigd van het bestaan van God, een nieuwe wereld ging voor haar open. Een bepaald soort verlangen naar radicaliteit maakte zich van haar meester. Het thema ‘heiligheid’ begon een grote rol te spelen in haar geloof. Ze wilde zo heilig mogelijk leven. Het was een stormachtige periode in haar leven en Bertina besloot zich ook te laten dopen. Bij haar familie leidde dit tot heftige discussies. Toch begon na een relatief korte tijd de weerstand in haar te groeien. De behoefte om uit te gaan en dingen te ontdekken, werd groot.

12

Theologie als beroep.indd 12

14-05-14 15:16


1. alumni en hun verhaal Bertina gaat ‘los’ en ziet haar leven veranderen van een houding van radicaliteit naar een houding van afhaken, zoals ze het zelf beschrijft. De jongerengroep waartoe ze behoort, verandert in haar beleving van een radicale groep in een ‘losbandig zooitje’. De leiding protesteert ertegen, maar zonder resultaat. Bertina en haar groep gaan door waarmee ze begonnen waren. Ze gaat door grote schommelingen heen totdat ze beseft opnieuw haar leven te moeten ombuigen. Ze doet nieuwe ervaringen op met God in haar vriendengroep. Een gebedsgroep speelt een grote rol in deze fase. In de groep wordt het leven gedeeld en vanuit de gemeente is men blij dat deze ‘ommekeer’ een feit is. Voor het eerst ervaart Bertina een bepaalde rust en voelt ze zich geaccepteerd door God. Ze bezoekt Soul Survivor, conferenties van Touch Reach and Impact the Nations (TRIN) en allerlei gebedsbijeenkomsten. Op basis van een nieuwe geloofservaring begint ze aan de opleiding theologie aan de Christelijke Hogeschool Ede (CHE). De opleiding ervaart ze als een ‘warm bad’. Ze warmt zich aan de medestudenten met wie ze op één lijn zit. De opleiding zet haar aan het denken, maar verwart haar ook. Het is een warm bad, maar alle vanzelfsprekendheden van weleer wankelen in hoge mate. Haar besef van de grootheid van God groeit, tegelijkertijd is er grote twijfel. Als thuis een van de gezinsleden een ernstige depressie krijgt, breekt voor Bertina een hele zware tijd aan waarin ze de veiligheid bij God ging missen. Ze wordt kritischer en voelt zich uiteindelijk niet meer thuis in de kerk. Tijdens haar stage deed ze veel inspiratie op en werd het besef dat de kerk vooral betekenis moet hebben voor mensen buiten sterker. Tegen het einde van haar opleiding wordt Bertina geconfronteerd met veel zaken in kerken waar ze steeds meer moeite mee krijgt. Ze ziet vooral veel veroordeling en wetticisme, maar ook kerkelijke conflicten waardoor ze zich in toenemende mate afvraagt of God wel te kennen valt. De kerk is niet langer een veilige omgeving voor haar. Op dit moment bezoekt ze geen gemeente meer. In sommige opzichten denkt ze dat het beter was geweest wanneer ze de opleiding niet had gevolgd. Ze heeft deze als zeer waardevol ervaren met een

13

Theologie als beroep.indd 13

14-05-14 15:16


theologie als beroep stuk verbreding. Tegelijkertijd was het moeilijk om met zo veel verschillende visies in aanraking te komen. De colleges hielpen haar de visie op kerk en samenleving aan te scherpen. Persoonlijke begeleiding van studenten ziet ze als heel erg noodzakelijk. Ze heeft tijdens de opleidingsjaren wel een kloof ervaren tussen de soms sterk theoretische vakken en haar eigen praktijk van geloof. De inhoud van haar geloof ervaart ze nu als vaag, waardoor ze nu ook niet in haar eigen vakgebied werkzaam is, maar een opleiding elders volgt voor een andere werksoort. Harry (voltijdstudent) Harry is, in zijn eigen bewoordingen, ‘gelukkig agnostisch’ opgegroeid. Religie speelde amper een rol in zijn kindertijd. Hij neemt het waar in lessen en bij vrienden, maar het lijkt hem achterhaald. Zijn jeugd omschrijft hij als ‘onbezorgd’. In het voortgezet onderwijs komt hij erachter dat een goede vriend christelijk is, wat hem verbaast. Zo komt hij dichter bij het geloof, maar het lijkt hem niet echt iets voor hemzelf. Wel merkt hij dat zingevingsvragen zich aan hem beginnen op te dringen. Na het vwo probeert hij in zijn studies zijn identiteit te vinden en antwoorden op zijn levensvragen. Tegelijkertijd probeert hij het leven te verlichten met ‘drank, drugs, meiden en veel plezier’. Eerder genoemde vriend nodigt hem uit voor een Alphacursus van een Navigators Studentenvereniging. Met het doel zijn vriend beter te begrijpen, neemt hij eraan deel. Tijdens deze cursus hoort hij ‘voor het eerst echt van het christelijk geloof, maar ‘gelooft er niks van’. Harry raakt onder de indruk van de christenen die het organiseren: ze luisteren goed, zijn vriendelijk en leiden een vredig en goed leven. Harry voelt zich serieus genomen door hen en ziet hoe betekenisvol het geloof in God in hun leven is. Het maakt hem ‘ontzettend nieuwsgierig’ en overal heeft hij ‘diepe gesprekken over zingeving’. Een groot verschil met zijn studievrienden, merkt hij. Niettemin voelt hij zich steeds verder wegzakken in depressiviteit. Hij besluit aan de aangeboden vervolgcursus deel te nemen waarin ze een Bijbelboek behandelen. Hij gaat op zoek naar God door in

14

Theologie als beroep.indd 14

14-05-14 15:16


1. alumni en hun verhaal de Bijbel en boeken te lezen, maar raakt moedeloos en denkt God niet te kunnen vinden. Een vriend raadt hem aan om ‘zich te laten vinden’. Dit is een eye-opener voor hem die zijn wereld op z’n kop zet. Hij begint met God te communiceren en vraagt Hem ‘zich te laten zien’. Hij ondergaat diverse geloofservaringen. De meest intense ervaring ondergaat hij onder invloed van drugs. ‘Het was alsof de puzzelstukjes op zijn plaats vielen’, concludeert hij. Vervolgens gaat hij nadenken over de ethische consequenties, nu hij zich realiseert dat hij met zijn gevoel en zijn verstand in God gelooft. Hierna belandt hij in een ‘christelijke stroomversnelling’: hij bezoekt allerhande conferenties en doorloopt allerlei fases in godsbeelden (‘God is alleen genadig en liefdevol’, ‘God is heilig’, ‘God is een mysterie waar niets over gezegd kan worden’). Al snel gaat hij zelf taken op zich nemen in de christelijke studentenwereld. Over zijn leven zegt Harry: ‘Ik voelde me zo goed, zo rustig, zo vrolijk, zo zelfverzekerd, ik hield echt van mezelf ’. In zijn familie levert het spanningen op. Niet lang daarna komt nog een gezinslid tot geloof. Harry vindt de ethische consequenties van zijn nieuw verworven geloof ‘complex’. Hij krijgt een niet-gelovige vriendin. Na negen maanden besluit hij dat hij het uit moet maken, omdat zij niet gelooft. Op zijn studie praat hij vooral over het christelijk geloof. Hij besluit voor de tweede maal van studie te wisselen: ditmaal wordt het de opleiding Godsdienst en Pastoraal Werk GPW. Harry moet zijn ‘ego’ opzij zetten om naar het hbo te gaan. Het motto van de Navigators ‘Christus kennen en Hem bekendmaken’ wordt zijn levensmotto, ondersteund door een Bijbeltekst. Harry is blij met zijn keuze voor GPW, hoewel hij erg moet wennen aan het hbo en zijn studiegenoten die net geloofsvragen beginnen te stellen. Harry merkt dat hij een behoorlijke kennisachterstand heeft ten opzichte van zijn medestudenten. De stage bij een gemeente­ stichtingsproject en bijbehorende supervisie vanuit de CHE springen er wat Harry betreft uit. Daarnaast geniet hij van veel vakken. Met twee studiegenoten ontwikkelt hij een goede band: ze bidden en vasten samen, hebben gesprekken over leven, geloof, theologie en beroep. Hij heeft een aantal goede gesprekken met docenten. De

15

Theologie als beroep.indd 15

14-05-14 15:16


theologie als beroep combinatie van stage en theoretische verdieping ervaart hij als zeer goed. Hoewel hij steeds openlaat dat het ‘met het geloof misschien allemaal niet klopt’ (dit houdt hem zoekend), maakt hij intense ervaringen mee: nog een gezinslid komt tot geloof, ernstige ziekte, worstelingen met seksualiteit, aansluiting bij een kerk, mentor van buiten de opleiding, nieuwe vrienden en vriendschappen die stoppen. ‘Sinds ik geloof, voelt mijn leven als een achtbaan’, aldus Harry. Inmiddels werkt Harry als voorganger, is getrouwd en volgt een master. Hij noemt tal van bronnen die hij bestudeert en die hem inspireren (Volf, Wright, Manning, Foster, etc.). Harry wil zich steeds meer richten op Christus, zich niet afvragen ‘wat ik voor Hem kan doen, maar wat Hij wil doen’. Hij raakt meer onder de indruk van hoe God alles bij elkaar houdt en voelt zich afhankelijker van God. Met een geestelijk begeleider volgt hij nu een programma aan de hand van Ignatius van Loyola: to see Jesus more clearly, to follow Jesus more nearly, to love Jesus more dearly. Harry ziet dat de opleiding hem vooral intellectueel gevormd heeft en weinig met betrekking tot karaktervorming of emotionele vorming. Tenminste, niet in georganiseerde vorm. In zijn ogen is er in de opleiding geen ruimte voor spirituele vorming, al vond Harry deze buiten de opleiding in ruime mate. Hij constateert dat hij hier zelf voor moet zorgen. De supervisie vond hij overigens een positieve uitzondering: deze was wel zeer vormend. Nog regelmatig grijpt hij terug op readers van de opleiding. In de beroepspraktijk vindt hij ze nu relevanter. Ten aanzien van de opleiding formuleert Harry een aantal duidelijke wensen: een betere koppeling tussen praktijk en theorie, een-op-een-begeleiding (zoals hij in Wycliffe Hall, Oxford heeft ervaren), meer colleges/studiedagen/excursies, meer ‘christelijke diversiteit aan bronnen’. In Oxford zag hij hoe intellectuele diepgang samenging met spirituele diepgang in de omgang met docenten. Dit ‘holistische model’ spreekt hem erg aan en hij oppert dat een soort klooster- of leefgemeenschap als bij Bonhoeffer wellicht ideaal zou zijn.

16

Theologie als beroep.indd 16

14-05-14 15:16


1. alumni en hun verhaal Julia (GL, voltijdstudent) Julia is opgegroeid in een christelijk gezin en gaat bijna wekelijks naar een gemeente van de Protestantse Kerk Nederland (PKN). Ze ervaart haar jeugd als een gelukkige periode, tot ze aan het einde van de basisschool gepest wordt. Dit luidt een periode in van onzekerheid en twijfel aan haar geloof. Hoewel ze er soms ook kracht uit haalt, vraagt ze zich herhaaldelijk af waarom God niet ingrijpt als mensen ‘zo naar’ zijn. Ze voelt zich bang, onzeker en kwetsbaar. Als ze zestien jaar is, gaat ze naar een andere school waar ze niet langer gepest wordt en vriendschappen ontwikkelt met christelijke meisjes. Julia bezoekt met hen de EO-jongerendag en kijkt buiten haar eigen kerkmuren. Ze ziet deze periode als een ‘fase van groei’ in persoonlijkheid en geloof. Op het mbo krijgt ze ook moslimvriendinnen. ‘Dit heeft mij laten inzien dat God ondoorgrondelijk is’, stelt ze. Op de christelijke basisscholen waar ze stage loopt, raakt ze geïnspireerd door de godsbeelden van de kinderen. Op haar achttiende krijgt ze verkering met een jongen uit de kerk, die een reformatorische school bezoekt. Deze wereld is nieuw voor haar en verwart haar. Houdt God dan niet van mensen? In die periode wordt bij haar vader kanker geconstateerd. Julia is boos op God, omdat ze het niet eerlijk vindt dat iemand die zo ‘goed volgens het geloof ’ leeft deze ziekte krijgt. Toch vinden Julia en haar vriend ook troost: ‘Zo werden onze tranen gedroogd en vonden we in Gods grote symbool kracht en troost terug. De regenboog kreeg veel waarde in onze levens’. Niet lang daarna start ze aan de CHE. Ze vertelt kritisch en nieuwsgierig te zijn in relatie tot medestudenten. Vooral de mededeling van een andere student dat hij naar de opleiding ‘gebracht was’ door God, roept bij haar veel vragen op. Naar eigen zeggen werd ze vervolgens door medestudenten in het ‘hokje vrijzinnig gestopt’. Julia voelt zich niet serieus genomen, verdrietig en tegelijk buiten de groep staan. Deze fase in haar leven beschrijft ze als ‘lang en moeilijk’ door de geloofstwijfels en de ziekte van haar vader. Ze ervaart in alles wel dichter bij haar familie, man en God te komen. Wat betreft de opleiding doet ze een ontdekking: dat ze deze volgt voor zichzelf

17

Theologie als beroep.indd 17

14-05-14 15:16


theologie als beroep en niet voor anderen, of om vriendschappen te maken. Ze heeft een vriendin waar ze het geloof mee kan delen en kan genieten van het leven. Haar vader overlijdt. Veel steun ervaart ze vanuit haar stageplek, de kerk en de studieloopbaanbegeleider SLB’er van de opleiding, maar niet van haar klasgenoten. Inmiddels is Julia docent godsdienst/levensbeschouwing op een pluriform-christelijke school voor het voortgezet onderwijs. In haar omgang met jongeren, in kerk en op school, probeert ze hun te leren om kritisch te zijn, maar ook open te staan voor andere ‘vormen van geloven en religies’. ‘Laten we over kerkmuren heenkijken en elkaar leren kennen’, is haar devies. Centraal voor haar in het geloof is dat iedere mens, ongeacht religie of geaardheid, waardevol is, en liefde en vriendschap verdient. Julia vertelt dat ze pas een ontmoeting heeft gehad met God en kijkt daar op deze manier naar: ‘Niet zozeer dat ik een gesprek heb gehad of een visioen, maar meer een rode draad heb ontdekt in mijn leven. Op elk moment is God er geweest, ook al dacht ik dat Hij ver weg was. Deze rode draad is belangrijk geweest en overkoepelt mijn leven als een regenboog. Ik ben gegroeid en geworden als de persoon die ik nu ben. Ik heb veel levenservaring, sta stevig in mijn schoenen en weet goed wat ik wil. Ik laat mij niet meer zo snel afwijzen of in een hokje stoppen als voorheen, maar blijf wie ik ben’. Julia ziet dat zij door alle ervaringen haar eigen levensbeschouwing heeft opgebouwd. In de opleiding heeft Julia veel geleerd over de verschillende wijzen van geloofsbeleving die ze bij haar klasgenoten aantrof. Door vakken als kerkgeschiedenis, filosofie en godsdienstwetenschappen heeft haar geloof meer diepgang en inhoud gekregen, zo vindt ze zelf. Ook heeft ze geleerd de vertaalslag te maken tussen de leefwereld van jongeren en christelijke vraagstukken. Ze had graag meer geleerd over andere religies, omdat ze dit veel in haar werk tegenkomt. Deze onderwerpen moest ze vaak als ‘zelfstudie’ doen, wat ze achteraf jammer vindt. Wat betreft de spirituele vorming had ze graag meer uitdrukkelijk de vrijheid gekregen om te geloven ‘wat je wilt’. Ze vindt het lastig om vijf jaar lang als ‘vrijzinnig’ te zijn bestempeld: ‘Ik kon hoog of laag springen, ik bleef de vrijzinnige’. Ze

18

Theologie als beroep.indd 18

14-05-14 15:16


1. alumni en hun verhaal wenst dat in de opleiding meer ruimte wordt gecreĂŤerd om mensen in hun waarde te laten, omdat dit medestudenten vaak niet lukt. Christiaan (GPW, deeltijdstudent) Christiaan groeide op in een gereformeerd gezin. Geloof en kerk speelden een vanzelfsprekende maar vaak ook onpersoonlijke rol in zijn jonge leven. Er waren weinig eigen keuzes rondom het geloof en de kerk. Voor Christiaan was er het bekende rijtje: gereformeerd gezin, een gereformeerde basis- (en later middelbare) school en de kerk. Ze vormden een soort drie-eenheid. Zijn ouders heeft hij als rechtlijnig ervaren rondom het geloof. Christiaan volgde zijn ouders in hun denkbeelden. Hij ervoer ook een diepe angst voor afwijzing door God. In zijn pubertijd was het erg spannend thuis. Een van zijn gezinsleden liep weg uit huis en een periode van grote onzekerheid brak aan. Uiteindelijk bleek het gezinslid te lijden aan een ernstige psychische aandoening. Christiaan was bang zelf deze aandoening ook te hebben, hij voelde zich verantwoordelijk voor de situatie die was ontstaan. Terugkijkend op deze periode herinnert hij zich de grote angst voor God. God was in zijn beleving ver weg. Hij leed aan de gedachte dat zijn geloof nooit goed genoeg zou zijn. Deze periode werd gevolgd door een tijd waarin hij zelf op zoek ging naar antwoorden op de vragen die hij met zich meedroeg. Een bijeenkomst van Soul Survivor die hij bijwoonde, bracht een doorbraak teweeg. Hij zegt zelf dat hij in die bijeenkomst zijn angst aan God heeft kunnen geven. Er veranderde veel hierna, mede dankzij de vele gesprekken met vrienden en Bijbelstudiegroepen buiten de kerk. Hij bezocht een Bijbelschool en ervoer hier door de vakken en ontmoetingen een intellectuele groei. Terugkijkend vormden de medestudenten voor Christiaan een alternatieve gemeenschap. Deze hielp hem om zijn haat-liefdeverhouding met de kerk weer een beetje in balans te trekken. De gesprekken en ontmoetingen leidden uiteindelijk tot een stuk verwerking van zijn achtergrond. In deze periode ziet hij verandering in zijn verhouding tot God. Er is meer rust en overgave, de vragen en onzekerheid zijn niet meer bepalend.

19

Theologie als beroep.indd 19

14-05-14 15:16


theologie als beroep Naast zijn werk begon hij in deeltijd aan de hbo-theologieopleiding aan de CHE. Door de vakken ervoer hij een sterke impuls om zijn geloofsleven verder in te vullen en te onderbouwen. Naast de pastorale gesprekken die hij ontving, voedde de opleiding zijn geloof en bespeurde hij een nieuwe weg in zijn geloof. De verbondenheid met vrienden groeide, samen met hen maakte hij een ontwikkeling door. De opleiding hielp hem in de praktijk handen en voeten te geven aan het geloof. De inhoudelijke vakken speelden daarin voor Christiaan een grote rol. Vooral Oude en Nieuwe Testament en dogmatiek waren de smaakmakers in dit verband. De combinatie van studie (theoretisch) en praktijkopdrachten beviel hem goed. Hij vindt dat hij door de opleiding zelf ook volwassener is geworden, evenwichtiger en meer in staat om ‘zoekend’ zijn weg te gaan. In zijn beleving moet het accent in de opleiding vooral liggen op de vorming met het oog op het ‘wandelen met God’. Hij wijst ook op de noodzakelijke openheid van docenten over hun eigen leven en geloof. Meer aandacht zou gegeven kunnen worden, vindt hij, aan de verbinding tussen de rol van geloof in het werk en in de privésfeer gezien de ervaren kloof op dit punt bij velen. Ook meer aandacht zou er aan gebed gegeven kunnen worden. Christiaan ziet de ontmoeting met God als een centraal punt in de opleiding. Helpend is in zijn ogen ook een inhoudelijk aanbod voor alumni, waarmee de verbindingen tussen praktijk en studie meer aandacht kunnen krijgen. Inmiddels heeft Christiaan de weg naar de kerk teruggevonden. Hij is actief lid van een gemeente en draait mee in een aantal activiteiten. Er zijn minder vanzelfsprekendheden in zijn leven, hij ervaart dat als een verrijking van zijn bestaan. Carola (GPW, voltijdstudente) Carola groeit op in een christelijk gezin. Met haar gezin bezoekt ze wekelijks een baptistengemeente. Het geloof speelt een belangrijke rol in het gezin. Carola herinnert zich de liedjes van Elly en Rikkert die thuis klonken en haar moeder die voor het ontbijt altijd een uur ‘stille tijd’ hield. Met haar ouders heeft ze een goede band en vooral met haar moeder kan ze goed praten. Al jong geeft ze ‘haar hartje

20

Theologie als beroep.indd 20

14-05-14 15:16


1. alumni en hun verhaal aan de Heer’, zoals ze dat zelf omschrijft. Carola ziet achteraf dat haar ouders en de gemeente de meeste invloed hebben gehad op haar geloof. Op de basisschool voelt Carola zich vaak eenzaam. Niet zozeer omdat ze een van de weinige gelovige kinderen is, maar ook omdat ze graag populairder zou zijn. Ook in de kerk voelt ze zich eenzaam, zeker wanneer de gemeente in tweeën scheurt en Carola met weinig leeftijdsgenootjes overblijft aan wat de ‘goede kant’ van de kerk lijkt. Haar ouders merken in haar studententijd op dat ze weinig gemerkt hebben van deze eenzaamheid en ze juist gelukkig leek. In Carola’s ogen kenmerkt het religieuze klimaat van haar kindertijd zich door een sterk ‘wij-zij-’ en zwart-witdenken. De normen voor een christen zijn duidelijk, zoals geen sprookjes lezen, en Carola doet haar best om aan deze normen te voldoen. ‘Ik leg de lat steeds hoog’, zo vindt ze achteraf. Na een goede start in het voortgezet onderwijs gaat het steeds minder goed met Carola. Ze denkt dat andere mensen negatief over haar oordelen, durft niet over haar geloof te praten en haar schoolresultaten worden slechter. Ze komt in een vicieuze cirkel terecht en wordt depressief. Als redenen voor haar depressiviteit noemt ze een des­ tructieve relatie met een jongen en in haar dagboekaantekeningen ziet ze terug dat ze steeds niet aan haar eigen eisen kan voldoen. Carola doet een zelfmoordpoging door een overdosis pillen in te nemen. Terwijl ze haar conditie voelt verslechteren, bidt ze God om bescherming. Haar moeder belt de predikant, haar vader heeft onbegrip. In de vierde klas van het vwo stopt ze met school, op advies van haar psycholoog. Carola blijft depressief, maar ze ziet dat haar vader en zij tot goede gesprekken komen en hun ‘hart voor elkaar openen’. Tijdens de depressieve episode in haar leven voelt ze zich gesterkt door een ouderling uit de gemeente, die haar een Bijbelgedeelte voorhoudt waardoor zij zich bemoedigd weet. Carola heeft vertrouwen dat God haar van de depressie zal bevrijden. Dit gebeurt vervolgens op de pinksterconferentie van Stichting Opwekking. Na een dienst mag ze haar verhaal vertellen bij de zogenaamde ‘nazorg’ en

21

Theologie als beroep.indd 21

14-05-14 15:16


theologie als beroep bidden ze voor bevrijding van de depressie. De bidders raden haar aan de ‘duivelse leugens’ te verbreken en dit doet Carola ter plaatse hardop. Zij voelt zich daarna letterlijk bevrijd en haar moeder herkent dit. Vervolgens groeit en bloeit haar geloof, aldus Carola: ‘Alsof een rups een vlinder wordt.’ Zij laat zich dopen in haar gemeente en geeft haar getuigenis. Na 4 vwo kan Carola instromen bij een mbo-opleiding. Carola krijgt christelijke vriendinnen en op geloofsgebied raakt ze in de ban van de ‘genadeleer’ zoals deze bij de jongerentak van de Evangelische Omroep en Jong & Vrij – geïnspireerd door de Singaporese pastor Prince – verkondigd wordt. In deze periode leert ze veel over ‘genade en Gods karakter’, al leidt het thuis tot discussies. Voorzichtig rijzen er bij Carola ook enkele vragen, maar ze vertrouwt erop dat God haar zal corrigeren. Carola merkt dat ze hart voor pastoraat heeft en besluit GPW te doen. Ze geniet tijdens de opleiding met name van de Bijbel- en pastorale vakken. Ze ‘smult’ ervan, concludeert ze. Haar visie op de genadeleer wordt bijgeschaafd door een vakdocent die systematische theologie geeft, haar visie wordt ‘genuanceerder’. Carola ervaart dat haar opvattingen steeds worden bijgeschaafd, maar een echte ‘crisis’ maakt ze naar eigen zeggen niet door. Naar aanleiding van het vak ‘apocalyptiek’ neemt ze een ferm standpunt in, terwijl ze dat later weer meer openlaat. De opleiding GPW maakt mede dat Carola afstand neemt van het zwart-witdenken uit haar ouderlijk huis. Van de theologisch ‘hoge lat’ naar de genade volgens de Singaporetheologie, komt Carola tijdens haar opleiding naar eigen zeggen ‘in het midden uit’. Tijdens de opleiding voelt Carola zich in een bepaald opzicht eenzaam: in haar verkering lukt het hun niet volgens de eigen opvattingen over seksualiteit te leven. Dit voelt als ‘hypocriet’. Het huwelijk geeft hiervoor de oplossing, maar ook leert Carola dat God in alles trouw is en ze ‘steeds bij Hem terug mag komen’, zonder dat ze het woord genade noemt. Na de studie lukt het Carola niet snel om een baan te vinden. Ze start een eigen bedrijf waarin ze nu leiding geeft aan vijf mensen. De

22

Theologie als beroep.indd 22

14-05-14 15:16


1. alumni en hun verhaal opleiding heeft haar goed toegerust, maar ze had graag meer geleerd over bevrijdingspastoraat en psychiatrie, omgang met seksualiteit en identiteitsvraagstukken. Carola ziet de hand van God in de levens van de mensen waarmee ze werkt, zoals ze die ook duidelijk heeft ervaren in haar eigen leven. Dit stemt haar ‘intens’ dankbaar, zeker gezien de moeilijke periodes die ze doormaakte. Ze ziet dat God haar heeft ‘gevormd’. Ze constateert dat ze gegroeid is in haar identiteit als kind van God. Met dankbaarheid kijkt ze terug op haar opleiding, die haar naar eigen zeggen misschien wel meer heeft gebracht dan ze dacht. Carola is positief over de opleiding en de docenten. Ze is kritischer en ruimdenkender tegelijk geworden, maar ziet ook duidelijk dat haar vertrouwen in God gegroeid is. ‘Mijn manier van denken is veranderd’, aldus Carola. De docenten vond ze inspirerend in hun enthousiasme voor God. Aan de studieloopbaanbijeenkomsten heeft ze weinig gehad, omdat ze ‘zelfstandig’ door de opleiding ‘heenging’. De stages vond ze daarentegen zinvol. Het lijkt haar zinvol om na prikkelende colleges een soort praatgroepen te hebben, zodat studenten worden geholpen in hun eigen standpunt. Zo kan er een vangnet ontstaan.

23

Theologie als beroep.indd 23

14-05-14 15:16


2. De hbo-theoloog als interpretive guide Kernvragen en uitgangspunten De weg die een (aspirant) hbo-theoloog aflegt, gaat niet door een neutraal landschap. Je bent daarbij niet alleen met jezelf bezig in je werk en opleiding. Beide spelen zich af in een maatschappelijke context. In dit boek willen we vooral de route vanaf het begin van de studie totdat je als afgestudeerde feitelijk leiding of begeleiding geeft, in beeld brengen. Daarbij komt een aantal aspecten aan de orde. In de eerste bladzijden hebben we een aantal verhalen ge誰ntroduceerd van alumni die de route door de opleiding al achter zich hebben en in meerdere of mindere mate aan het werk zijn als hbo-theoloog. We verkennen deze rijke verhalen in een later stadium omdat we geloven dat er veel van te leren valt. We concentreren ons daarbij op de wijze waarop geloof en spiritualiteit zich ontwikkelen, hoe de spanning tussen roeping en beroep een rol speelt en niet in de laatste plaats vanuit welk theologisch kader het leiden en begeleiden van mensen vorm zal kunnen krijgen. In dit hoofdstuk kijken we wat preciezer naar de verschillende dimensies van het beroep van de hbo-theoloog, maar dan wel in een bepaalde setting of context. Leiderschap en geestelijk leiderschap In dit boek gaat het uiteindelijk over de ontwikkeling tot een bepaalde vorm van geestelijk leiderschap. Maar wel over geestelijk leiderschap op een hele specifieke manier. In een kritische analyse heeft godsdienstpsycholoog Rein Nauta een aantal jaren geleden laten zien dat het begrip leiderschap omgeven is met allerlei ambivalenties en complexiteit. We laten hem aan het woord:7

7 R. Nauta, Paradoxaal Leiderschap. Schetsen voor een psychologie van de pastor. Nijmegen: Valkhof Pers, 2006.

24

Theologie als beroep.indd 24

14-05-14 15:16


2. de hbo-theoloog als interpretive guide ‘Leiding geven is niet zo eenvoudig in onze tijd. Ofschoon de vraag naar visie en perspectief groot is, wordt elk aanbod vaak als onvoldoende verworpen. In een steeds verder geseculariseerde cultuur lijken religieuze conflicten van nog groter belang dan eens de godsdiensttwisten uit de christelijke traditie. Waar velen de mogelijkheid hebben te kiezen wie zij willen zijn en wat ze willen doen, is ook de ervaring van teleurstelling, van machteloosheid in het realiseren van wensen en verlangens wijdverspreid. De nadruk op de persoonlijke verantwoordelijkheid voor het eigen welzijn, als gevolg van een afkalvende verzorgingsstaat en een terugtredende overheid, doet weliswaar recht aan het gevoel van eigenwaarde van het individu, maar is vanwege de onoverzichtelijkheid van mogelijke alternatieven en de onzekerheid over het effect van gemaakte keuzes ook beangstigend. In dit alles is er een grote behoefte aan iemand die helderheid biedt, zekerheid belooft. Misschien hoopt men wel dat er een profeet opstaat, die laat zien wat er mis is en perspectieven ontvouwt op een nieuwe werkelijkheid. In de politiek worden daartoe verkiezingen georganiseerd. In kerkelijk verband beroept men een nieuwe predikant, wordt er een andere bisschop benoemd of een paus gekozen. Telkens zijn er zo nieuwe leiders…’ Nauta wijst op een aantal zaken dat meespeelt in de belangstelling voor leiderschap. Wanneer religieuze leiders ten tonele verschijnen en zeker wanneer zij zich in een ogenschijnlijk dogmatische gestalte presenteren, leidt dit niet tot opbouwende praktijken. Kerkelijk en geestelijk leiderschap wordt door velen als een besmette term opgevat die je maar beter niet meer kunt gebruiken. Machtsongelijkheid en machtsmisbruik lijken aan religieus leiderschap meer te kleven dan aan andere vormen van leiderschap. Bovendien, geestelijk leiders worden te vaak door hun volgers op een voetstuk geplaatst en worden zo vatbaar voor allerlei projecties van eigen tekort. Het is dus niet zo eenvoudig. Je kunt die term ‘geestelijk leiderschap’ dus ook niet zomaar gebruiken. De term vraagt om duiding en inkadering.

25

Theologie als beroep.indd 25

14-05-14 15:16


theologie als beroep Wat maakt leiderschap dan geestelijk? Is dit herderlijk leiderschap? Of immaterieel leiderschap? Of anders, godvruchtig leiderschap of veeleer gelovig leiderschap? Herman Andriessen omschrijft ‘geestelijk’ als een bestaanswijze, een ‘bestaansbeweging’. Het is in zijn ogen een wijze van benaderen van de werkelijkheid vanuit een geestelijk perspectief.8 De mens zoekt in zijn ontwikkeling een ‘meer’, een andere dimensie die het menselijk bestaan te boven gaat. Om dat te kunnen ervaren is er ontvankelijkheid nodig, een receptieve houding. In bestaanservaringen, zinvragen, algemene religiositeit en in geloof, verbonden aan een specifieke christelijke traditie, komt het ‘geestelijke’ naar voren. In theologische taal: geestelijk is dat wat Gods Geest als bron heeft. Een geestelijk mens is een mens in wie de Geest van God woont, die de Geest van Christus is.9 Geestelijk leven is het door de Geest van Christus geïnitieerde en gekwalificeerde leven. Geestelijk leiderschap is leiderschap dat gevoed wordt door deze existentiële bestaansbeweging die gekenmerkt wordt door dienstbaarheid, liefde en ontvankelijkheid voor Gods weg met mensen, individueel en collectief. Dit leiderschap is per definitie cruciform, kruisvormig, het oriënteert en verbindt zich in navolging aan de dienstweg van Christus zelf.10 In de fascinerende documentaireserie Leiders Gezocht, die in het najaar van 2010 te zien was op televisie, interviewt Jeroen Smit aan de hand van verschillende thema’s zakelijke en religieuze leiders over hun leiderschap en de verbinding met spiritualiteit is hierbij treffend. In een van de afleveringen interviewt hij Anselm Grün die erop wijst dat rijpe geestelijk leiders zich vooral kenmerken door ‘ego-beteugeling’.11

8 Sj. Korver, W. Regouin, Professionele begeleiding en spiritualiteit. Houten: Bohn Stafleu van Loghum, 2007. 9 Vgl. 1 Cor.2:14,15. 10 Vgl. Mark.10:45 en Fil.2,3-11. 11 http://beta.uitzendinggemist.nl/zoek?query=leiders+gezocht (geraadpleegd: 4 maart 2014).

26

Theologie als beroep.indd 26

14-05-14 15:16


2. de hbo-theoloog als interpretive guide Interpreterende gidsen Geestelijk leiderschap vormt vanuit dit kader de verbindingsschakel tussen de praxis van de samenleving en de praxis van kerk, school of christelijke organisatie. Het is de taak van een voorganger, kerkelijk werker of de docent godsdienst en levensbeschouwing om in de vertaling van de seculiere praktijk naar een christelijke praktijk een interpreterende gids te zijn. Hun werkveld bevindt zich in de ruimte tussen de christelijke traditie enerzijds en het leven(sverhaal) van de pastorant, leerling of de christelijke organisatie of gemeenschap anderzijds. Daarbinnen begeleiden ze mensen om samen volk van God te kunnen zijn in de huidige maatschappelijke context. Volgens velen wordt die context in een aantal opzichten gekenmerkt door het ontbreken van een zingevend kader en van hoop. De fragmentatie van het leven heeft toegeslagen, de vele stemmen en verhalen die met ogenschijnlijk gelijk gewicht gepresenteerd worden, maken mensen onzeker. In deze spanningsvelden is de geestelijk (bege)leider intentioneel present. Niet zonder reden spreken we over een ‘(bege)leider’, immers begeleiding en leiderschap zijn in de verschillende contexten niet los van elkaar te zien. Als zodanig is hij betrokken bij conflicten en druk, tegenstrijdigheden en valkuilen, hoop en wanhoop, vreugde en verdriet, verleidingen en de constant dreigende fragmentatie en niet in de laatste plaats in de ervaren gebrokenheid van het menselijk leven. Als het goed is, leert hij deze te interpreteren in het licht van het Goede Nieuws van Jezus Christus. De interpreterende (bege)leider is in staat om het ‘verhaal’ van levende mensen te lezen, te duiden en te verbinden met het evangelie van Jezus Christus en het Koninkrijk van God.12 In feite word je als geestelijk (bege)leider een ‘handelaar in hoop’. Als voorganger, leraar, kerkelijk werker, handel je vanuit de hoop en het geloof dat mens en wereld kunnen veranderen, dat er herinter12 Gerkin gebruikt de term ‘living human document’ en ontleent deze aan een van zijn inspiratoren Anton Boisen die in zijn behandeling van mensen met psychische en psychiatrische problematiek steeds meer het belang van het lezen en interpreteren van hun levensverhaal ging benadrukken. Mensen die zorgvuldig en met bewogenheid ‘gelezen’ kunnen worden.

27

Theologie als beroep.indd 27

14-05-14 15:16


Auteurs Kenniskringleden van het lectoraat geestelijk leiderschap van de Academie Theologie van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) Dr. René Erwich René Erwich (1964) is lector ‘geestelijk leiderschap’ aan de Academie Theologie van de CHE en gastdocent (universitair hoofddocent) Praktische Theologie aan de Evangelische Theologische Faculteit te Leuven. Tevens is hij pastoraal supervisor. Dr. Erwich was verantwoordelijk voor de hoofdstukken 1, 2, 4, 5, 8, 9 en 11 en voor de (eind)redactie van dit boek. Prof.dr. Jan Hoek Jan Hoek (1950) is docent systematische theologie aan de Academie Theologie van de CHE, bijzonder hoogleraar Gereformeerde Spiritualiteit aan de PThU (Groningen), deeltijds hoogleraar systematische theologie aan de ETF te Leuven en directeur van de Theologische Hogeschool van de Gereformeerde Bond. Dr. Hoek maakt deel uit van de kenniskring van het lectoraat ‘geestelijk leiderschap’. Dr. Hoek was verantwoordelijk voor de hoofdstukken 6 en 7 en voor de (eind)redactie van dit boek. Dr. Teus van de Lagemaat Teus van de Lagemaat is docent sociologie en onderzoek en is tevens kenniskringlid van het lectoraat ‘geestelijk leiderschap’ van de Academie Theoologie van de CHE. Dr. van de Lagemaat maakte deel uit van de kernredactie van het boek vanuit de kenniskring van het lectoraat.

254

Theologie als beroep.indd 254

14-05-14 15:16


auteurs Dr. Jan-Marten Praamsma Jan-Marten Praamsma is docent, godsdientlerarenopleider en onderzoeker aan de Academie Theologie van de CHE en universitair docent Algemene Didactiek aan het Centrum voor Onderwijs en Leren van de Universiteit Utrecht. Tevens is Jan-Marten kenniskringlid van het lectoraat ‘geestelijk leiderschap’. Dr. Praamsma was verantwoordelijk voor hoofdstuk 10 van het boek en maakte deel uit van de kernredactie vanuit de kenniskring van het lectoraat. Docenten van de Academie Theologie van de CHE Dr. Robert Doornenbal Robert Doornenbal is docent aan de Academie Theologie van de Christelijke Hogeschool Ede (CHE) en supervisor. Dr. Doornenbal schreef hoofdstuk 3 en het eerste deel van hoofdstuk 11. Drs. Arthur Snijders Arthur Snijders was tot voor kort docent Praktische Theologie aan de Academie Theologie van de CHE. Op dit moment is hij internationaal directeur Zending van de Kerk van de Nazarener. Drs. Snijders leverde een bijdrage aan hoofdstuk 7.

255

Theologie als beroep.indd 255

14-05-14 15:16


theologie als beroep Externe onderzoekers Dr. Daniëlle van de Koot-Dees Daniëlle van de Koot-Dees (1981) is docent-onderzoeker aan de CHE en als extern onderzoeker verbonden aan de kenniskring van het lectoraat ‘geestelijk leiderschap’ van de Academie Theologie. Dr. van de Koot was samen met dr. Erwich verantwoordelijk voor de hoofdstukken 4, 5 en 11.

256

Theologie als beroep.indd 256

14-05-14 15:16


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
fragment Theologie als beroep - René Erwich e a (red ) by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu