‘Een indrukwekkende uitgave, waarin iedereen die iets meer wil weten over de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie en de personen die met deze beweging sympathiseerden, een schat aan gegevens kan vinden.’ dr. h. de jong in reformatorisch dagblad
Encyclopedie Vele jaren lang is door een groep kerkhistorici gewerkt om het veld van de Nadere Reformatie geheel in kaart te brengen. Evenals het eerste deel (A-K), dat in 2015 verscheen, bevat ook dit tweede deel (L-Z) honderden minibiografieën van de mannen en vrouwen die direct of indirect een rol hebben gespeeld in een van de boeiendste stromingen uit de Nederlandse kerkgeschiedenis.
‘De verschijning van deze encyclopedie is een unieke gebeurtenis. Het is nog nooit gebeurd dat de Nederlandse bevorderaars van de gereformeerde vroomheid uit de zeventiende en achttiende eeuw in een standaardwerk bijeengebracht zijn. De eerste twee delen van de encyclopedie zijn met hun biografieën gevuld. In het derde deel wordt een uitgebreid scala van piëtistische thema’s dat zij bespelen, aan de orde gesteld. Bewust is ervoor gekozen de tekst voor iedere geïnteresseerde goed toegankelijk te maken.’ prof. dr. w.j. op ’t hof
II
Nadere Jeformatie
Encyclopedie
biografieën l-z
Nadere Jeformatie
II
‘Wie het landschap van de Nadere Reformatie van nabij wil leren kennen, vindt in dit naslagwerk een goede gids.’ prof. dr. a. de reuver
biografieën l - z
NUR 704 ISBN 978 90 8865 358 2
kokBOencycNadereReformatie-DEEL2-0816.indd 1
01-09-16 10:56
Encyclopedie Nadere Reformatie Deel 2 (L-Z)
Uitgeverij De Groot Goudriaan – Utrecht 2016 3
00 Voorwerk 2016.indd 3
26-08-16 22:55
Š 2016, Uitgeverij De Groot Goudriaan Herculesplein 96, 3584 aa Utrecht Bandontwerp: J.H. Rozendaal Binnenwerk: Hans Seijlhouwer isbn 978 90 8865 358 2 nur 704 Alle rechten voorbehouden / All rights reserved
4
00 Voorwerk 2016.indd 4
26-08-16 22:55
Inhoud
Inleiding 9 Praktische handleiding 11 Auteurs 14 L Labadie, Jean de 17 Lamotius, Johannes 23 Lampe, Friedrich Adolph 26 Lampe, Johannes 31 Landman, Thaddeüs de 32 Laren, Abraham van 35 Laren, Daniël van 37 Laren, Joos van junior 41 Laren, Joos van senior 43 Lastdrager, Johannes 45 Ledeboer, Bernardus 47 Leeuwaarden, Nicolaas van 49 Leupenius, Petrus 51 Leydecker, Cornelia 54 Leydecker, Jacobus 55 Leydecker, Melchior 58 Lieranus, Arnoldus 61 Lodensteyn, Jodocus van 62 Loo, Adriaan van 72 Lubbertus, Sibrandus 74 Luyken, Jan 76 M Maets, Carolus de 83 Manglerius, Eustatius 87
Maria Louise 89 Marnix, Philips van 92 Martinus, Johannes 94 Mastricht, Petrus van 98 Meer, Hubertus van der 103 Mees, Gregorius 104 Meijer, Gerhardus 107 Meusevoet, Vincentius 111 Mobachius, Joachimus 114 Montanus, David 118 Myseras, Lambertus 122 N Naminck, Johannes 127 Neander, Petrus 128 Nethenus, Matthias 130 Nethenus, Samuel 135 Nevius, Sara 138 Nicolai, Aegedius 141 Niel, Cornelis van 143 Noortbergh, Theodorus 144 O Oever, Henricus ten 149 Oomius, Simon 151 Oort, Jacob van 159 Oortcampius, Arnoldus 161 Oosterwijck, Volckerus van 163 Oudenhoven, Jacobus van 166 Outrein, Johannes d’ 168
5
00 Voorwerk 2016.indd 5
26-08-16 22:55
P Paludanus, Theodorus 175 Pape, Nathanael de 176 Parent, Mattheüs 180 Pelt, Hendrik van 182 Pieterszoon, Roelof 185 Plancius, Petrus 188 Pollius, Magdalena 190 Poudroyen, Cornelius 191 Pricquius, Jacobus 193 Q Quintius, Johannes 199 R Raad, Gregorius de 203 Reen, Regnerus 205 Reneman, Daniël 206 Renesse, Ludovicus Gerardus van 208 Reuter, Henricus 215 Rhenen, Henricus van 217 Ridderus, Franciscus 219 Röell, Herman Alexander 224 Roels, Gelein Gillis 228 Roldanus, Johannes 229 Ross, Jan 231 Rotterdam, Arnoldus 234 Roy, Daniël le 236 S Saldenus, Guiljelmus 243 Sand, Josua 250 Scherphof, Samuel 253 Schortinghuis, Wilhelmus 255 Schotanus, Meinardus 261 Schurman, Anna Maria van 263 Schurman, Johan Godschalk van 270 Schuts, Jacobus 272
Schuttenius, Everhardus 274 Schuylenburg, Gerardus van 281 Simonides, Simon 285 Sixti, Rippertus 289 Sluiter, Geertruid 291 Sluiter, Johannes 293 Sluiter, Willem 296 Smijtegelt, Bernardus 300 Somer, Bernardus 305 Someren, Johannes van 307 Sonnevelt, Gideon van 309 Sorgen, Philippus van 312 Spiljardus, Johannes junior 313 Spiljardus, Johannes senior 315 Spranckhuysen, Dionysius 319 Spranger, Michiel 321 Staphorstius, Casparus 323 Stermont, Jacobus 326 Swaef, Johannes de 329 Swalmius, Eleazar 332 T Taffin, Jean 337 Teellinck, Eeuwout 342 Teellinck, Johannes 346 Teellinck, Justus 351 Teellinck, Maximiliaan 353 Teellinck, Theodorus 357 Teellinck, Willem junior 358 Teellinck, Willem senior 361 Tegularius, Hermannus 373 Temmink, Johan 375 Thilenus, Johannes 377 Thomas à Kempis 379 Tichlerus, Jacobus 384 Tiele, Alardus 386 Tjaden, Sicco 389 Trigland, Jacobus 394 Tuinman, Carolus 398
6
00 Voorwerk 2016.indd 6
26-08-16 22:55
U
W
Ubelman, Johannes 405 Udemans, Godefridus 408 Uilenbroek, Hendrik 417
Wael, Franciscus de 493 Waeyen, Johannes vander 497 Walaeus, Antonius 500 Walsweer, Matthias 503 Wassenburg, Petrus 504 Westerhout, Martinus 507 Westerman, Adam 511 Willem Frederik 513 Willemsen, Jacobus 515 Wilsenius, Abraham 519 Winckelman, Jacoba Petronella 520 Wits, Claes 523 Witsius, Hermannus 525 Witte, Petrus de 531 Wittewrongel, Petrus 535 Wyckenburgius, Theodorus 542
V Vechovius, Johannes 425 Veen, Hermannus Haiko van der 427 Veer, Anna de 429 Veer, Johanna Adriana van der 430 Velde, Abraham van de 432 Velthuysen, Henricus 440 Velzen, Cornelius van 442 Vermeer, Justus 446 Vermuyden, Johannes 447 Verschuir, Johan 449 Versteeg, Henricus 454 Visscherus, Hadrianus 456 Visscherus, Johannes 458 Vitringa, Campegius 462 Vleteren, TimotheĂźs van 465 Voetius, Gisbertus 467 Vollenhove, Johannes 479 Vries, Simon de 482 Vrij, Frederick de 484
Y Yvon, Pierre 547 Fotoverantwoording 551
7
00 Voorwerk 2016.indd 7
26-08-16 22:55
Inleiding
Voor de uitgangspunten van de Encyclopedie Nadere Reformatie wordt verwezen naar de inleiding in deel I. Wat voor het eerste deel gold, gaat ook voor dit tweede deel op. De redactie ziet het als een bevestiging van haar voornemen en werk dat de verkoop van deel I goed is verlopen en nog steeds doorloopt. Onverminderd is zij uitgeverij De Groot Goudriaan dankbaar voor het moedige besluit om het project van de uitgave van een meerdelige encyclopedie aan te pakken en uit te voeren. Tevens vermeldt zij dat de samenwerking met de huidige redacteur L. Thorn naar alle tevredenheid verloopt. De redactie is ook veel dank verschuldigd aan de correctrice, dra. C.N. van der Kruk-de Boer van Tekstbureau Taalzorg. Zij stond altijd klaar om ons op onze wenken te bedienen, ook als het inleveren van de tekst van de lemmata bepaald niet vlekkeloos verliep. Uiteraard is een boek als dit niet mogelijk zonder de medewerking van een scala aan auteurs, die vanuit hun eigen expertise een of veelal meer lemmata voor hun rekening wilden nemen. De redactie is hun dan ook zeer erkentelijk voor al het werk dat zij hebben verricht. Sommigen van hen hebben zelfs kans gezien om nieuw onderzoek te verrichten, met als gevolg dat er in dit
boek ook onbekend feitenmateriaal op tafel wordt gelegd. De redactie koestert de hoop en verwachting dat een uitgave als deze verder onderzoek zal stimuleren en dat ook nieuwe personen – al dan niet academisch gevormd – zullen toetreden tot de Gideonsbende die er vermaak in schept om zich te verdiepen in de Nederlandse gereformeerde vroomheid uit de zeventiende en achttiende eeuw. Om het de lezer gemakkelijk te maken is de praktische handleiding uit deel I in dit tweede deel overgenomen. Wel zijn er een paar aanvullingen aan toegevoegd. De dank van de redactie gaat ook uit naar hen die de vertaling van boektitels en uitdrukkingen in een vreemde taal hebben geleverd. Voor wat het Frans, Duits en Engels betreft waren dat respectievelijk drs. G.J. van Kleef, drs. P.H. op ’t Hof en A. Thomson MA. Weer een bijzonder woord van dank aan het adres van dr. C.A. de Niet, die de vele Latijnse titels en uitdrukkingen begrijpelijk heeft gemaakt. Tot slot spreekt de redactie haar grote erkentelijkheid uit jegens de heer J.H. Rozendaal, die onbezoldigd de immense taak van secretaris en beeldredacteur voortreffelijk heeft volbracht.
9
00 Voorwerk 2016.indd 9
26-08-16 22:55
Praktische handleiding
Tekst Om een zo breed mogelijk lezerspubliek te dienen, wordt achter boektitels, spreuken en dergelijke in vreemde talen de Nederlandse vertaling tussen teksthaken toegevoegd. Ter bevordering van de leesbaarheid is zo veel mogelijk afgezien van het gebruik van citaten. Bij de biografische lemmata is naar uniformiteit gestreefd. Concreet komt dit erop neer dat een lemma gewoonlijk met een biogram inzet, met een biografische schets voortzet, met een bespreking van alle (belangrijke) geschriften vervolgt en met het aangeven van de betekenis en eventueel apart de invloed besluit. Gaat het om iemand die theologisch van (groot) belang is geweest en/of die aparte theologische accenten legde, dan worden zijn opvattingen in een aparte paragraaf ‘Theologie’ besproken. Na de gewone tekst volgen literatuuropgave en – in geval van nieuw onderzoek – verwijzingen naar archivalia. Beide kopjes hiervan worden in vet als volgt afgekort: Arch. en Lit. In het biogram worden als studieplaatsen al-
leen die universiteiten genoemd waarvan het inschrijvingsalbum de naam van de desbetreffende bevat. Is bijvoorbeeld uit een contemporaine levensbeschrijving bekend dat iemand aan een bepaalde universiteit gestudeerd heeft, terwijl er geen inschrijving bekend is, dan wordt in zo’n geval de desbetreffende universiteitsplaats in het biogram niet genoemd, maar wel in de levensgang. Van diverse personen kan gekozen worden tussen al dan niet gelatiniseerde voor- en achternaam. In deze encyclopedie is aansluiting gezocht bij de wijze waarop de desbetreffende persoon zijn eigen naam schreef of waarop die op de titelpagina’s van zijn geschriften voorkomt. Als een lemma een getrouwde vrouw tot voorwerp heeft, is zij geplaatst op haar eigen achternaam. De desbetreffende dames staan namelijk zo in de literatuur bekend. Het zou daarom vreemd zijn om van die gewoonte af te wijken. Voor de weergave van Bijbelteksten is gebruikgemaakt van de Bijbeluitgave van de Gereformeerde Bijbelstichting.
11
00 Voorwerk 2016.indd 11
26-08-16 22:55
Biogram In de biogrammen wordt gebruikgemaakt van de volgende tekens en afkortingen: * = geboren † = gestorven & = getrouwd art. = vrije kunsten begr. = begraven burg. = burgemeester bv = broer van dr. = doctor dv = dochter van em. = emeritaat Eng. = Engelse fil. = filosofie Ged. = gedoopt gem. = gemeente h.c. = eershalve Hebr. = Hebreeuws jr. = junior jur. = rechten Lat. = Latijnse lett. = letteren lic. = licentiaat med. = geneeskunde mr. = meester in de rechten Ned. = Nederlands(e) N.(N.) = onbekend o& = ondertrouw pred. = predikant prof. = professor prop. = proponent sr. = senior St. = student th. = theologie wed. = weduwe wv = weduwe van zv = zoon van zusv = zuster van
Literatuur Onder het kopje ‘Lit.’ wordt steeds allereerst, indien mogelijk, verwezen naar het meest recente lemma van de besproken persoon in de twee biografische lexica die hieronder bij de afkortingen vermeld worden. Vervolgens wordt om een praktische reden uitsluitend die – voornamelijk nieuwe – literatuur genoemd die in het zojuist bedoelde lemma niet voorkomt. Na dit lemma worden eerst die standaardwerken in chronologische volgorde vermeld die hieronder bij de afkortingen staan. Vervolgens komt eveneens in chronologische volgorde de literatuur, die voluit gepresenteerd wordt. Maar ook hier is naar beperking gestreefd. Concreet betekent dit dat de meest recente van belang zijnde publicatie vermeld wordt en dat alle daarin genoemde literatuur hier weggelaten wordt. Indien er een auctiecatalogus van het boekenbezit van de behandelde persoon bekend is, wordt die als laatste opgegeven onder de vermelding van het microfichenummer dat die catalogus heeft in het bestand ‘Book Sales Catalogues of the Dutch Republic, 1599-1800’. Een aantal bronnen ligt zo voor de hand, dat weer om praktische redenen afgezien wordt van opgave. In de eerste plaats betreft dit de bibliografieën die J. van der Haar vervaardigd heeft: From Abbadie to Young. A Bibliography of English, Most Puritian Works, Translated i/t Dutch Language, Veenendaal 1980; Schatkamer van de gereformeerde theologie in Nederland (c. 1600 – c. 1800). Bibliografisch onderzoek, Veenendaal 1987; Internationale ökumenische Beziehungen im 17. und 18. Jahrhundert. Bibliographie von aus dem Englischen, Niederländischen und Französischen ins Deutsche übersetzten theologische Büchern von (1600-1800), Ederveen 1987; Drielandenverkeer. Bibliografische Studie Betreffende 1: Uit het Duits in het Nederlands vertaalde theologische boeken 2: Uit het Frans in het Nederlands vertaalde theologische boeken, Rumpt 1999. Voorts wordt stilzwijgend uitgegaan van het digitale bestand Pietas, dat op internet raadpleegbaar is onder www.pietasonline.nl. Pietas
12
00 Voorwerk 2016.indd 12
26-08-16 22:55
is een digitaal bibliografisch groeibestand waarin de drukken van alle Nederlandstalige gereformeerd piëtistische werken zowel bibliografisch als inhoudelijk beschreven worden en waarin de secundaire literatuur over de Nadere Reformatie en het Gereformeerd Piëtisme te vinden is. Van veel van deze literatuur is zelfs op die site de tekst beschikbaar. Als zodanig is Pietas het instrument voor een ieder die studie van de genoemde onderwerpen wil maken of die er kennis mee wil maken. Zo zijn in Pietas ook de meeste ongepubliceerde doctoraal- of masterscripties over oudvaders en lezingen van de wintercursussen van de Stichting Studie der Nadere Reformatie te raadplegen. Betreft een lemma een auteur die literaire intenties had, dan is raadpleging van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren zeer aan te bevelen. Overigens worden internetbronnen in het geheel niet onder het kopje ‘Literatuur’ weergegeven. Met het oog hierop is het in dit verband goed erop te wijzen dat er op internet allerlei bronnen beschikbaar zijn die belangrijke informatie bevatten. De reden dat ze onvermeld blijven, is gelegen in het feit dat er geen garantie bestaat dat zulke bronnen permanent op internet – onder dezelfde naam – te raadplegen zullen blijven. Dit probleem is er niet met publicaties. De gebruikte afkoringen zijn: APPS = Acta der provinciale en particuliere synoden, gehouden in de Noordelijke Nederlanden gedurende de jaren 1572-1620, J. Reitsma en S.D. van Veen, acht delen, Groningen 1892-1899 APSZH = Acta der particuliere synoden van Zuid-Holland, 1621-1700, WP.C. Knuttel, zes delen, ’s-Gravenhage 1908-1916 BWPGN = Biographisch woordenboek van protestantsche godgeleerden in Nederland, J.P. de Bie en J. Loosjes,
vijf delen met de eerste aflevering van het zesde deel, ’s-Gravenhage 1903-1949 BLGNP = Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme, D. Nauta e.a., zes delen, Kampen 1978-2006 CA = Classicale Acta CB-W = Classisboek Bolsward-Workum, J.J. Kalma, Leeuwarden 1981 CF = Classisboek Franeker 1636-1658, J.J. Kalma, Leeuwarden 1983 DNR = Documentatieblad Nadere Reformatie FS = Friese Synodeverslagen, J.J. Kalma, drie delen, Leeuwarden 19871990 BSCDR = Book Sales Catalogues of the Dutch Republic, 1599-1800 e.a. = en anderen reg. = register nr(s). = nummer(s) z.p. = zonder plaats Archivalia Onder het kopje ‘Arch.’ worden een paar afkortingen gebruikt: art. = artikel d.d. = daterend van f. = folio inv.nr(s). = inventarisnummer(s) nr. = nummer r. = recto z.j. = zonder jaar z.p. = zonder plaats
13
00 Voorwerk 2016.indd 13
26-08-16 22:55
Lijst van auteurs Dr. P. van Beek Dr. R. Bisschop Prof. dr. Ph.H. Breuker Dr. T. Brienen Dr. F.G.M. Broeyer Dr. H. Florijn Prof. dr. W.Th.M. Frijhoff Dr. A. Goudriaan G.T. Hartong Dr. P.C. Hoek Drs. P.H. op ’t Hof Prof. dr. W.J. op ’t Hof Dr. H. de Jong Dr. J. van de Kamp Drs. K. ten Klooster Drs. ing. H. Koopman G.H. Leurdijk Drs. C.J. Meeuse Prof. dr. A.C. Neele Dr. C.A. de Niet Prof. dr. F. van der Pol Dr. S.D. Post Ing. H.J. Postema Prof. dr. A. de Reuver Dra. M.W. van Rooijen-van Kempen Drs. A.A. van der Schans Prof. dr. G.J. Schutte Dr. J. van Sluis Dr. K. Tippe Dr. H. Uil L.J. van Valen Dr. H. van ’t Veld Prof. dr. W. Verboom Dr. J.D.Th. Wassenaar Dr. R.E. van der Woude B. van Wijk Drs. P.A. Zevenbergen
14
00 Voorwerk 2016.indd 14
26-08-16 22:55
LABADIE
LABADIE
LABADIE, JEAN DE (1610-1674) * Bourg-sur-Gironde 13-2-1610, † Altona 13-21674, zv militair Jean-Charles (de) Labadie en Marie Coboy (Coboit). St. Jezuïetencollege Bordeaux 1617. Novice 1626, subdiaken 1628, priester 1638, ontslagen 1639, daarna wereldlijk prediker onder meer te Parijs en Amiens; pred. Montauban 1652, Orange 1657, Genève 1659, Middelburg 1666; leider eigen huisgemeente 1669 te Veere, Amsterdam, Herford en Altona. Levensloop Jean de Labadie ontving zijn opleiding bij de jezuïeten, eerst het voorbereidende onderwijs, later zijn theologische vorming. Al tijdens zijn opleiding had hij visioenen, Godservaringen en het besef geroepen te zijn om een bijzondere opdracht te vervullen. Hij trad daadwerkelijk tot de orde toe, maar binnen een jaar werd hij van zijn geloften ontheven. Zijn onafhankelijke opstelling bracht zijn superieuren tot het oordeel dat men hem te vroeg tot priester had gewijd. Zijn studietijd had hij besteed aan het bestuderen van de Bijbel en de kerkvaders, in plaats van bijvoorbeeld de dogmatiek en moraalleer. Ook vanwege zijn persoonlijkheid was De Labadie naar hun mening ongeschikt voor het priesterambt. Er deed overigens het gerucht de ronde dat De Labadie een onwettig kind van koning Hendrik IV was. Als wereldlijk prediker (dat wil zeggen: een geestelijke die niet aan een orde verbonden is) was De Labadie gedurende de jaren daarna werkzaam in Parijs, Picardië en Amiens. Ondanks het verzet van zijn voormalige orde genoot hij bescherming van de machtigste man van Frankrijk, kardinaal De Richelieu. Kort na diens overlijden in 1642 verbleef De Labadie enige tijd in Port-Royal, brandpunt van het Jansenisme. In dit Cisterciënzer vrouwenklooster stond de genadeleer van Augustinus centraal, en het was de belangrijkste tegenspeler van de Franse jezuïeten. Vervolgens preekte De Labadie in
het zuiden, onder meer in Bazas, Gans, Toulouse, Pibrac en Léguevin, en trok hij zich twee jaar in afzondering terug. In deze periode van omzwervingen werd De Labadie bevestigd in zijn roeping om in de geest van Elia en Johannes de Doper de ‘heraut’ van Koning Jezus te zijn en de Kerk op te roepen tot reformatie naar het model van de eerste christengemeente, afgezonderd van de wereld. Daarmee samenhangend ontwikkelde hij een chiliastisch-eschatologische visie. De wederkomst van Christus zou niet lang meer op zich laten wachten. In die verwachting was hij overigens niet uniek. Theologen uit zowel de protestantse als de rooms-katholieke traditie hebben zich in de zeventiende eeuw aan dit thema gewaagd. De doorwerking van De Labadies prediking bleef echter beperkt en de tegenstand groot, vooral van de kant van de kerkelijke gezagsdragers. Mede om veiligheidsredenen – vervolgd door 17
De L.indd 17
26-08-16 22:56
LABADIE
de jezuïeten vanwege zijn preken en publicaties – begaf De Labadie zich in 1650 naar Montauban, een van de belangrijkste bolwerken van de hugenoten. Daar dacht hij bij de calvinisten veel van zijn idealen te herkennen, ging tot hun kerk over en werd als predikant bevestigd. In zijn Déclaration [Verklaring] licht hij zijn overgang toe en stelt hij dat hij altijd al de genadeleer (in lijn met de calvinistische leerstellingen) heeft gepredikt. Hij verwachtte dat vanuit de Gereformeerde Kerk de reformatie van het christendom, door hem geleid, zou beginnen. Zijn prediking vond ingang, maar opnieuw moest hij vluchten. Enkele jaren verbleef hij in Orange, eigendom van prins Willem III. In deze jaren woedde in Frankrijk de ‘Fronde’, de strijd om de macht tussen de jonge koning Lodewijk XIV en de adel. De houding van De Labadie daarin was dubbelzinnig. Uit brieven aan Engelse connecties blijkt zijn sympathie voor de antikoningspartij, maar na haar nederlaag sprak hij zich positief uit over de overwinnende partij van de koning. Toen in 1659 de Franstalige Westminster Church in Londen hem beriep als predikant – met als penvoerder de bekende John Milton – nam De Labadie dit beroep aan. Voordat de kerkelijke formaliteiten hun beslag konden krijgen, moest hij als gevolg van interne onlusten en militaire dreiging echter Orange ontvluchten. Hij trok naar Genève, waar hij als gastprediker werd aangesteld, tot ongenoegen van de Londense gemeente. Montauban voorzag hem achteraf nog van een lovende attestatie. Algauw wist de meeslepende prediker ook in Genève zijn gehoor uren achtereen te boeien. Daarnaast belegde hij conventikels en besteedde hij veel tijd aan pastorale werkzaamheden om de persoonlijke vroomheid en de doorgaande reformatie te bevorderen. Hij besefte echter dat ook de calvinistische kerken geen weerspiegeling van de eerste christengemeente waren. Antoine Arnauld, leider van Port-Royal, citeerde in 1663 een uitspraak van De Labadie: ‘Om een goed christen te worden, is het nodig om het hoofd van een protestant te verenigen met het hart van een katholiek.’
LABADIE
Van heinde en verre kwam men naar Genève om daar De Labadie als een ‘tweede Calvijn’ te beluisteren. Onder hen was Johan Godschalk van Schurman*, broer van de geleerde en beroemde Anna Maria van Schurman*, die diep onder de indruk van De Labadies prediking zijn zuster op de hoogte hield van zijn ervaringen. Philipp Jakob Spener, de grondlegger van het lutherse Piëtisme, studeerde in die tijd in Genève en bezocht De Labadie eveneens. Een andere gast was Vincent Minutoli, predikant van de Waalse kerk in Middelburg, die in 1664 enkele maanden in Genève verbleef. Dat contact bleek van belang voor het beroep van De Labadie naar Middelburg een jaar later. Eind 1665 nam De Labadie dat beroep aan, in afwachting van een gunstige reisgelegenheid. Een halfjaar daarna ging hij met zijn discipelen Pierre Yvon* en Pierre Dulignon op reis, vermomd als lid van een groep Waldenzer emigranten die naar de Palts trok. Deze camouflage was nodig in verband met zijn veiligheid en het gevaar dat hij liep bij het doorkruisen van rooms-katholieke gebieden. Onderweg voegde zich Jean Menuret bij hen. In Utrecht werd het gezelschap gastvrij ontvangen door Anna Maria van Schurman. De Labadie preekte in de Domstad en ontmoette mannen als Gisbertus Voetius*, Andreas Essenius* en Jodocus van Lodensteyn*. Op zijn reis naar Middelburg deed hij Amsterdam, Haarlem, Leiden, Rotterdam en ’s-Gravenhage aan en werd hij voorgesteld aan onder anderen prins Willem III, Johan de Witt en Constantijn Huygens. In Middelburg nam De Labadie de uitvoering van zijn reformatieprogramma onvermoeibaar ter hand, in woord en geschrift. Het aantal kerkgangers groeide en regelmatig waren er gasten van elders, onder wie Anna Maria van Schurman en Jacobus Koelman*, predikant te Sluis. In de lijn van de Nadere Reformatie bepleitte De Labadie soberheid in kleding, voedsel, woning inrichting en levensstijl, maar zijn overspannen toekomstverwachting leidde tot kritiek. Bovendien boterde het niet tussen hem en zijn collega
18
De L.indd 18
26-08-16 22:56
LABADIE
Henry du Moulin, en waren zijn conventikels de Waalse kerk een doorn in het oog. Zijn weerstand tegen kerkelijke structuren groeide uit tot verwerping van het gezag van classis en synode. Met hen kwam hij in aanvaring doordat hij aanvankelijk weigerde de Waalse Geloofsbelijdenis te ondertekenen vanwege enkele vermeende rooms-katholiek getinte termen, en later doordat hij fors stelling nam tegen het boek van zijn collega Ludovicus Wolzogen, De Scripturarum interprete [De uitleg van de Schriften], waarin deze naar zijn mening de rede een te ruime plaats toekende bij het uitleggen van de Schrift. Door het uitblijven van een werkelijke doorbraak in het reformatiewerk raakte De Labadie er bovendien steeds vaster van overtuigd dat een Kerk uitsluitend dient te bestaan uit wedergeborenen. Daarmee zijn de ingrediënten voor de ‘labadistische crisis’, die ruim twee jaar na zijn komst in Middelburg uitbrak, benoemd. Aanvankelijk nam de Middelburgse magistraat De Labadie in bescherming, maar in het najaar van 1668 escaleerde de zaak. De Waalse synode te Naarden schorste in september De Labadie en de classis te Middelburg zette hem een maand later af, tegelijk met de kerkenraad van de Waalse gemeente. Een beroep op de Staten van Zeeland haalde niets uit. Aanvankelijk hield De Labadie zich aan het verbod om te preken, al bleef hij wel conventikels houden. Op zondag 13 april 1669 kraakte hij echter de Waalse kerk, preekte over 1 Korinthe 10:13-17 en bediende zelfs het Avondmaal. Daarmee was het schisma onherstelbaar geworden. Nu keerde ook de Middelburgse overheid zich tegen hem: De Labadie diende de stad te verlaten. In Veere werd De Labadie met open armen ontvangen. Ook vanuit Middelburg begaven velen zich onder zijn gehoor. Daarmee werd het echter veel meer dan een kerkelijke kwestie. Politieke verhoudingen gingen nu nadrukkelijk meespelen, evenals economische belangen. Want wat als Middelburgse ondernemers zouden besluiten te verhuizen? Een maand later gaven de Staten van Zeeland De Labadie het bevel
LABADIE
om binnen 24 uur Veere en Zeeland te verlaten. De Veerse magistraat verzette zich fel, al had de prins van Oranje – tevens markies van Veere – reeds bewilligd in De Labadies verbanning. Desondanks besloot De Labadie te gehoorzamen. Met een aantal getrouwen vestigde De Labadie zich in Amsterdam. Daar was op dat moment Coenraad van Beuningen burgemeester. De stad was een smeltkroes van ‘reformateurs’, die een veelheid aan sekten, stromingen, ideeën en visioenen vertegenwoordigden en verkondigden. Het stadsbestuur, en zeker Van Beuningen, bood hun de ruimte, mits de publieke orde niet werd verstoord. Ondanks protest van de gereformeerde en Waalse kerken was hier ook plaats voor De Labadies huisgemeente. Yvon, Dulignon en Menuret werden aangesteld als predikanten. Nu kon het ideaal van de eerste christengemeente, een gemeenschap van wedergeborenen, gestalte krijgen. De gemeente ontplooide een veelheid aan activiteiten. Dankzij de eigen drukkerij werden de opvattingen van De Labadie op grote schaal verspreid. Daarnaast werden zendingsreizen naar verschillende steden in Holland en daarbuiten ondernomen. Ze oefenden grote aantrekkingskracht uit. Van Beuningens zuster Hillegonda trad toe, evenals Anna Maria van Schurman – tot verbijstering van de gereformeerde en geleerde wereld. Verder Louise Huygens, de dochter van de bekende Constantijn Huygens, drie zusters van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, de latere gouverneur van Suriname, namelijk Anna, Maria en Lucia, en meer aanzienlijke dames. Aan bezoekers uit binnenen buitenland was geen gebrek en de toeloop bij de huisgodsdienstoefeningen was eveneens groot. Toch was het verblijf van deze kloosterachtige gemeenschap in Amsterdam maar van korte duur. De bijeenkomsten van De Labadie vormden een bedreiging voor de publieke Kerk. Godsdienstige samenkomsten mochten dan oogluikend worden toegestaan aan ‘buitenlandse naties’ als de Engelsen en anderen, het was een 19
De L.indd 19
26-08-16 22:56
LABADIE
stap te ver waar het ging om een separatistische beweging van eigen bodem. De Amsterdamse kerkenraad drong bij de magistraat aan op maatregelen. Ook de volksmassa keerde zich steeds meer tegen de gesloten labadistische gemeenschap. Bij haar sloeg de vlam in de pan toen het valse gerucht ging dat de labadisten mensen vermoordden en in de tuin begroeven. Toen kort daarna ook Menuret aan krankzinnigheid overleed, leidde dat opnieuw tot onrust. Anna Maria van Schurman verzocht haar vriendin Elisabeth van de Palts om onderdak. Die stelde de labadistische gemeenschap het Reichsfreie Frauenstift te Herford in Westfalen, waarvan zij abdis was, ter beschikking. In het najaar van 1670 trok De Labadie met circa vijftig personen via Bremen daarheen. Hier werd het ideaal van de eerste christengemeente nog versterkt door de invoering van de gemeenschap van goederen. De Labadies visie ontwikkelde zich in die periode meer en meer in spiritualistische richting. Tijdens Avondmaalsvieringen deden zich extatische taferelen voor, zoals tongentaal, kussen en omhelzingen. Waarschijnlijk is De Labadie in 1671 getrouwd met Lucia van Aerssen van Sommelsdijck. Ook in de lutherse omgeving van Herford was de huisgemeente echter niet welkom. Toen in 1672 Westfalen oorlogsgebied werd, verhuisde zij naar Altona in Denemarken (nu een deel van Hamburg). Opnieuw kwam de gemeenschap terecht in een lutherse omgeving. Fricties ontstonden onder meer als gevolg van de weigering van De Labadie om de jaarlijkse kerkelijke belasting te voldoen en door tegenstand van kerkelijke zijde. De Labadies gezondheid, altijd al zwak, verslechterde. ‘Er blijft niets voor mij over dan tot mijn God te gaan,’ zei hij. Enkele maanden later overleed hij. Een graf op een van de begraafplaatsen werd hem ontzegd en pas een maand na zijn overlijden kreeg de gemeenschap toestemming om hem te begraven op een stuk grond achter het huis waar ze verbleven. De geestelijke leiding kwam te berusten bij Yvon en Anna Maria van Schurman. Inmiddels had laatstgenoemde haar Euklêria
LABADIE
seu melioris partis electio (1673) [Eucleria, of uitkiezing van het beste deel (1684)] gepubliceerd. Daarin beschreef zij waarom haar keus om zich aan te sluiten bij de labadistische huisgemeente ‘het beste deel’ was. Het boek vond in korte tijd brede verspreiding en wekte veel sympathie. Voor Johann Jakob Schütz, een van de leidende lutherse piëtisten in Frankfurt en geestverwant van de aldaar werkzame Spener, was de kennisname van dit boek aanleiding om met Anna Maria en Yvon te corresponderen. Hun antwoordbrieven behelzen vaak geestelijke adviezen, bijvoorbeeld over de wijze waarop het collegium pietatis (conventikel) dat in Frankfurt al bestond, als een ecclesiola in ecclesia [kerkje in de Kerk] zou kunnen functioneren. Dankzij koninklijke bescherming kreeg de gemeenschap toestemming in Altona te blijven. Belangstellenden bleven toestromen en de correspondentie met hooggeplaatsten in diverse Europese landen ging onverminderd door. Toen echter de dreiging van een oorlog tussen Denemarken en Zweden reëel werd, vertrok de gemeenschap in de loop van 1675 naar Walta- of Thetinga-state bij Wieuwerd. Dat slot was eigendom van Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck, die met zijn drie zusters een regeling trof waardoor de labadistische gemeenschap zich daar kon vestigen. Burgerlijke en kerkelijke autoriteiten zagen hun komst met zorg tegemoet. Er werd een gemeenschappelijke commissie gevormd, die onder leiding van Hermannus Witsius* in gesprek ging met Yvon en Dulignon. De uitkomst daarvan was dat men ‘Gamaliëls raad’ zou volgen en dus de verdere ontwikkelingen zou afwachten. Op Walta-state beleefde de huisgemeente haar grootste bloei, al telde zij nooit meer dan vierhonderd leden. Onder hen zijn bekende namen. De arts Hendrik van Deventer sloot zich bij haar aan en ook de zeer bekwame natuurschilderes Maria Sibylla Merian. William Penn kwam als bezoeker, maar het verschil in opvatting tussen de labadisten en de quakers was onoverbrugbaar. De gemeenschap leefde geheel autarkisch en
20
De L.indd 20
26-08-16 22:56
LABADIE
kon zo haar ideaal van wereldmijding optimaal gestalte geven. Aan de gemeenschap van goederen werd strikt de hand gehouden. In 1678 overleed Anna Maria van Schurman, drie jaar later stierf Dulignon. Yvon, die in 1707 de laatste adem zou uitblazen, bleef als enige leider van de labadistische gemeenschap over. Vanuit Walta-state werd, onder bescherming van gouverneur Van Aerssen van Sommelsdijck, een poging gedaan om in Suriname een kolonie te stichten met de naam ‘La Providence’, de Voorzienigheid. Ook in Maryland (in de huidige Verenigde Staten) werd dat geprobeerd. Beide pogingen liepen op niets uit, maar gaven wel veel onkosten. Het jaar 1692 was een rampjaar voor de commune. Petrus Dittelbach, die er gedurende vijf jaar deel van uitgemaakt had, maar teleurgesteld was vertrokken, publiceerde zijn uiterst kritische Verval en val der labadisten (1692). Het boek sloeg in de Republiek in als een bom. Ook intern waren er grote problemen. Hendrik van Deventer, inmiddels wereldberoemd vanwege zijn geneeskundige vaardigheden, had de gemeenschap forse inkomsten bezorgd. Op zijn voorstel werd de gemeenschap van goederen opgeheven. De leden kregen drie kwart van de ingebrachte eigendommen terug en moesten nu weer in hun eigen levensonderhoud gaan voorzien. Dat leidde tot een uittocht. Sommigen vertrokken om elders een gemeenschap op kleinere schaal te vormen. Anderen, zoals Van Deventer, kozen voor een eigen praktijk. De volkstelling van 1714 meldt tachtig communeleden. Bij testament bepaalde Anna van Aerssen van Sommelsdijck als erflaatster van Walta-state in 1707 dat de gemeenschap het vruchtgebruik zou houden tot de laatste leider (‘sprekende broeder’) overleden zou zijn. In 1729 ging het bezit over in andere handen. Enige herinneringen aan de aanwezigheid van labadisten waren het ‘Labadistenbosk’, in de omgeving van het voormalige slot, en de mummies in de kerk van Wieuwerd, die mogelijk iets te maken hebben met de labadistische gemeenschap. En er waren natuur-
LABADIE
lijk de ‘labedissen’, die Zeeuwse vrouwen als losse mouwen aan hun klederdracht toevoegden om hun blote onderarmen te bedekken. Geschriften De Labadie heeft tientallen geschriften gepubliceerd, in poëzie en proza. Het Biografisch Lexicon voor de Geschiedenis van het Nederlandse Protestantisme biedt een overzicht van enkele pagina’s lang. De Labadies werk stond in het teken van zijn verlangen naar het nieuwe Jeruzalem, dat hier op aarde gestalte diende te krijgen in een zuivere Kerk – in hunkerend uitzien naar de wederkomst van Christus, haar Hoofd, Bruidegom en Liefste. Daarom diende de Kerk gereformeerd te worden door prediking, pastoraat en persoonlijke vroomheid. Zij moest daadwerkelijk een gemeenschap van heiligen zijn, naar het voorbeeld van de eerste christengemeente. Kerkelijke instanties hadden als zodanig geen geestelijk gezag. Het ging om de gemeente. Zijn independentistische kerkvisie leidde tot de breuk met de Waalse Kerk. Als het aantal vromen in een Kerk geringer was dan het aantal ‘onvromen’, was er volgens De Labadie sprake van een valse Kerk. Dan is het ‘geen Kerk van Christus, maar een Sodom, een Babel, dat men moet verlaten en waarmee men geen gemeenschap moet houden.’ Steeds meer raakte De Labadie ervan overtuigd dat dit ook gold voor de Gereformeerde Kerk. Zijn opvattingen over persoonlijke vroomheid verwoordde De Labadie in een taal die herinnert aan mystici uit de middeleeuwen, zoals terecht door zijn bestrijder Koelman is opgemerkt. Typerend is in dat verband het boekje dat hij in 1668 in Middelburg het licht deed zien, Manuel de pieté, hetzelfde jaar in het Nederlands uitgegeven onder de titel Handboekje ter godzalicheyd. De bekende Duitse piëtist Gerhard Tersteegen vertaalde het zestig jaar later in het Duits. In dit werkje beschrijft De Labadie in mystieke termen de geestelijke oefeningen die noodzakelijk zijn voor een godzalig leven. De Bijbel is weliswaar het Woord van God, maar God bindt Zich niet 21
De L.indd 21
26-08-16 22:56
LABADIE
uitsluitend aan Zijn Woord. Om de boodschap van de Bijbel te begrijpen is de innerlijke verlichting van de Heilige Geest onmisbaar, maar daarnaast kan de Heilige Geest ook rechtstreeks spreken tot het hart van Zijn kinderen. De Labadies poëzie vertolkt onafgebroken zijn verlangen om zo Jezus te kennen, tot zijn laatste publicatie toe, Jésus revelé de nouveau [ Jezus opnieuw geopenbaard] (1673). Betekenis Aanvankelijk werd De Labadie door de aanhangers van de Nadere Reformatie ontvangen als een inspirerende persoonlijkheid en verwachtte men veel van hem, in de hoop dat hij de zozeer gewenste voortgaande reformatie zou bevorderen. Na het labadistische schisma namen zij echter vrijwel allen afstand van hem, sommigen na een intensieve geestelijke worsteling. In cruciale leerstukken, zoals de predestinatieleer, was De Labadie een onverdachte calvinist, maar in zijn kerkvisie en mystieke terminologie week hij af van de gereformeerde opvattingen. Een van de weinige gereformeerde predikanten die De Labadie op zijn separatistische weg volgden, was Adrianus de Herder*, predikant te Bleiswijk. Er kwam een stroom van geschriften tegen De Labadie op gang. Voetius wijdde enkele disputaties aan het ongeoorloofde karakter van zijn kerkscheuring, Koelman analyseerde De Labadies opvattingen systematisch, om die vervolgens grondig te weerleggen. Ook Wilhelmus à Brakel*, Andreas Essenius, Cornelis Gentman*, Jacobus Borstius*, Johannes vander Waeyen*, Hermannus Witsius, Guiljelmus Saldenus* en anderen voegden zich in die rij. Hun reacties konden echter niet voorkomen dat de labadistische crisis een negatieve weerslag had op de Nadere Reformatie. Het streven naar doorgaande reformatie van het publieke en persoonlijke leven kwam daardoor in een kwaad daglicht te staan, zodat de doorwerking ervan op z’n minst stagneerde.
LABADIE
Invloed Hoewel het Labadisme als beweging slechts zo’n zestig jaar heeft bestaan, heeft het wel sporen nagelaten. Allereerst door de verspreiding van zijn opvattingen via de drukpers. Publicaties van De Labadie en zijn volgelingen werden in alle sociale milieus gelezen. Daarnaast zijn ook de zendingsactiviteiten van de beweging niet onbelangrijk. In diverse steden in de Republiek en het Rijnland ontstonden labadistische huisgemeenten, ook na de opheffing van de gemeenschap van goederen op Walta-state. De familie Schlüter in Wesel en ook iemand als Tersteegen hebben het geestelijke klimaat van het Rijnland in labadistische zin beïnvloed. Verder moet ook het effect van de correspondentie van De Labadie en de zijnen niet onderschat worden. Sprekend voorbeeld daarvan is het contact van Anna Maria van Schurman met de kring van Spener en het Lutherse Piëtisme in Frankfurt. Tot slot lijken elementen van De Labadies spiritualiteit ook hun stempel gezet te hebben op de bevindelijk gereformeerden. Dan gaat het om het ‘overnemen’ van iemands bekering door een geestelijke gezaghebber, om Avondmaalsmijding, om de tegenstelling tussen natuur en genade (schepping en herschepping), waardoor voor het genieten van Gods goede gaven geen plaats is, en om de zekerheid van het heil, die meer in de bevindelijke, subjectieve geloofsoefeningen wordt gezocht dan in de vastheid van het Woord van God en Zijn beloften, met toepassing op zichzelf. Lit.: BLGNP, II, 293b-302a; J. Lindeboom, Stiefkinderen van het Christendom, ’s-Gravenhage 1929, reg.; T.J. Saxby, The Quest for the New Jerusalem, Jean de Labadie and the Labadists, 1610-1744, Dordrecht 1987; C. Graafland, ‘De Nadere Reformatie en het Labadisme’, in: T. Brienen e.a., De Nadere Reformatie en het Gereformeerd Piëtisme, ’s-Gravenhage 1989, 275-316; R. Bisschop, ‘De scheiding der geesten: genzen en raakvlakken tussen Piëtisme en mystiek. Th. à Brakel, Koelman en De Labadie’, in: DNR, 14
22
De L.indd 22
26-08-16 22:56
‘Een indrukwekkende uitgave, waarin iedereen die iets meer wil weten over de vertegenwoordigers van de Nadere Reformatie en de personen die met deze beweging sympathiseerden, een schat aan gegevens kan vinden.’ dr. h. de jong in reformatorisch dagblad
Encyclopedie Vele jaren lang is door een groep kerkhistorici gewerkt om het veld van de Nadere Reformatie geheel in kaart te brengen. Evenals het eerste deel (A-K), dat in 2015 verscheen, bevat ook dit tweede deel (L-Z) honderden minibiografieën van de mannen en vrouwen die direct of indirect een rol hebben gespeeld in een van de boeiendste stromingen uit de Nederlandse kerkgeschiedenis.
‘De verschijning van deze encyclopedie is een unieke gebeurtenis. Het is nog nooit gebeurd dat de Nederlandse bevorderaars van de gereformeerde vroomheid uit de zeventiende en achttiende eeuw in een standaardwerk bijeengebracht zijn. De eerste twee delen van de encyclopedie zijn met hun biografieën gevuld. In het derde deel wordt een uitgebreid scala van piëtistische thema’s dat zij bespelen, aan de orde gesteld. Bewust is ervoor gekozen de tekst voor iedere geïnteresseerde goed toegankelijk te maken.’ prof. dr. w.j. op ’t hof
II
Nadere Jeformatie
Encyclopedie
biografieën l-z
Nadere Jeformatie
II
‘Wie het landschap van de Nadere Reformatie van nabij wil leren kennen, vindt in dit naslagwerk een goede gids.’ prof. dr. a. de reuver
biografieën l - z
NUR 704 ISBN 978 90 8865 358 2
kokBOencycNadereReformatie-DEEL2-0816.indd 1
01-09-16 10:56