5 juli 2020
Tien woorden van hoop. Zondagochtend om ongeveer halfnegen post ik een tweet. Gisteren liet mijn overgrootmoeder (Lily Ebert, een overlevende van Auschwitz) me dit bankbiljet zien, dat haar als geschenk was gegeven door een van de soldaten die haar heeft bevrijd. Er staat op: A start to a new life. Good luck and happiness. Ik tag een paar organisaties die dit interessant zouden kunnen vinden. Dan zet ik mijn mobieltje op stil en ga met mijn vader naar sjoel. Meestal ga ik niet op zondagochtend, maar het is voor het eerst sinds het begin van de pandemie dat de synagogen weer open zijn. Een paar uur later kijk ik weer op mijn mobieltje. Ik heb achtduizend berichten op Twitter. Wát? Achtduizend? Huh? Ik begin erdoorheen te scrollen en merk dat het Staatsmuseum Ausch witz-Birkenau, met meer dan een miljoen volgers, mijn berichtje over het bankbiljet geretweet heeft. De berichten blijven binnenstromen, zowel van volslagen vreemden als van tamelijk beroemde personen. Andere Europese accounts die zich bezighouden met het verspreiden van kennis over de Holocaust hebben mijn tweet ook opgepikt, hebben hem geretweet en sturen me ondersteunende berichtjes. Ik kan niet geloven wat er gebeurt. Ik wil Lily bellen om haar hiervan op de hoogte te stellen, maar ik kan niet eens snel genoeg op de berichten reageren. Ze zijn stuk voor stuk hartverwarmend en steunend. Wanneer het in het Verenigd Koninkrijk rond drie uur in de middag is, wordt de vs wakker. En dan begint de teller echt op te lopen. Zo gauw de Amerikanen het bericht retweeten, kost het me echt grote moeite om alles bij te houden. Het wordt een internationale speurtocht 161
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37
naar de mysterieuze soldaat. Het bericht gaat viral. Wanneer ik zie dat mijn tweet meer dan een miljoen keer bekeken is, ga ik met mijn moeder langs Lily om haar alle binnengekomen berichten te laten zien. Er worden veel vragen gesteld die ik niet kan beantwoorden, vragen waarvoor ik haar hulp nodig heb. Ik besef dat ik foto’s had moeten nemen van andere dingen die ze heeft, zoals de mezoeza die ze van een Amerikaanse soldaat heeft gekregen, en andere foto’s die niemand buiten de familiekring ooit heeft gezien. Zo zitten we samen in haar flatje, en ik lees de leuke berichtjes aan Safta voor, meteen wanneer ik ze binnenkrijg, en ondertussen probeer ik iedereen een berichtje terug te sturen. Lily zit er lachend en grappend bij en vertelt me wat ik moet schrijven. We zijn alle drie overdonderd door de overweldigende respons. Het komt heel onwerkelijk op ons over. En dan stuurt iemand een foto. Het is een foto van een foto: het gezicht van een jongeman in leger uniform. Op de foto liggen een paar militaire identiteitsplaatjes. De afzender heeft er maar vijf woorden aan toegevoegd, woorden die ook op het bankbiljet staan: De assistent van rabbijn Schacter. Het is tien voor halfvijf in de middag. Nog geen acht uren zijn verstreken sinds ik de originele tweet postte. ‘Volgens mij heeft iemand hem gevonden, Safta!’ roep ik uit. ‘Of… Wacht even…’ hyman i schulman, staat er op de plaatjes. 32621927 743 44. eva schulman (Zijn moeder? Voor het geval hij zou komen te overlijden?) 225 division av, brklyn, ny. Niet alleen een naam, maar ook zijn adres. Wacht eens even, denk ik. Ik probeer rustig te blijven. Ik wil geen overhaaste conclusies trekken. ‘Deze legerrabbijn of pastor Schacter had waarschijnlijk talloze assistenten,’ zeg ik. ‘Hoe kunnen we nu nagaan of deze Hyman Schulman echt Lily’s soldaat was?’ En dan volgt het vreemdste deel van het hele verhaal. Er komt van dezelfde persoon een dm binnen op mijn Twitter-account, met een link naar een artikel in The New York Times. Ik weet nog steeds niet goed wat ik ervan moet denken. Ik krijg het idee dat ik met een botaccount te maken heb, zo’n geautomatiseerde 162
zombie-account die fakenieuws verspreidt: een profielfoto ontbreekt en de naam ziet er vreemd uit. Die is daarna veranderd in een rare combinatie van letters en cijfers. Het aantal volgers is praktisch nul. En bovendien is het een afgeschermde account, dus ik kan niet eens reageren. Waarom willen ze niet dat ik weet wie er achter die account zit? Het artikel, over de brieven die soldaat Hyman Schulman aan zijn vrouw schreef, stamt al uit 2015. Kennelijk voerden ze al jaren een levendige correspondentie. Talloze liefdesbrieven toen ze verkering hadden, al op hun zestiende – mijn leeftijd! En daarna nadat ze getrouwd waren, de hele oorlog lang, toen hij naar Europa werd uitgezonden. Hij schreef Sandy in Brooklyn bijna elke dag. Eén brief begint met de volgende beangstigende woorden: Gisteren zijn we op een plek geweest waarover je misschien al iets in de krant of op de radio hebt vernomen. Niet ver hiervandaan ligt een concentratiekamp. Bijna twee weken later onthult hij de naam ervan: Buchenwald, in de buurt van Weimar hier in Duitsland. Vreemd om te bedenken dat er ooit een tijd is geweest waarin bijna niemand van Buchenwald had gehoord. Toen de wereld er geen idee van had wat er in de vernietigingskampen van de nazi’s gebeurde. Rabbijn Schacter was de eerste Joodse pastor die Buchenwald betrad, ontdek ik. Schulman was zijn assistent. Dan moet hij toch zeker degene zijn die we zoeken? Ik begin Safta vragen te stellen. Ik weet over Auschwitz en Altenburg en de dodenmars, maar ik kan me niet herinneren dat ze veel over Buchenwald heeft verteld. ‘Dat komt omdat we daar maar een paar weken hebben gezeten,’ legt ze uit. En zeer zeker kan ze zich rabbijn Schacter nog herinneren. Hij was met hen meegegaan in de trein naar Zwitserland. Mijn anonieme correspondent heeft nog iets anders te melden. De Hebreeuwse letters die op het bankbiljet staan zijn een transcriptie van de naam van de soldaat: hi jom sjoel man – Hyman Schulman. Ik vermoed dat hij niet zo goed in Hebreeuws was, maar dat de taal een belangrijke link tussen hen was. Waarschijnlijk vond Lily het destijds logisch, ook al vergat ze later dat hij dit had gedaan. ‘Dus denk je dat dit degene is van wie je het briefje hebt gekregen, Safta?’ 163
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37
‘Ja!’ Lily kan nauwelijks bevatten wat er aan de hand is. Wij kunnen het geen van drieën echt bevatten. Ik bel mijn grootouders op. Mijn oma, de moeder van mijn moeder, is Bilha, Safta’s tweede dochter. ‘Wat denk jij ervan?’ zeg ik. ‘Hoe kunnen we nagaan of het echt om dezelfde persoon gaat?’ ‘Kijk eens of het hetzelfde handschrift is,’ stelt opa Julian voor. ‘Volg die link naar het archief.’ De correspondentie tussen Hyman en zijn vrouw heeft tientallen jaren in een kist bij hen op zolder gelegen. Meer dan zesduizend pagina’s. Werkelijk honderden brieven, die niemand goed had bekeken of geordend sinds ze waren binnengekomen. Het gezin Schulman telde vijf kinderen die grootgebracht moesten worden. Ze hadden niet echt de tijd om oude brieven door te nemen, uit een verleden dat ze allebei liever vergaten. Pas na de dood van Hyman in 2013 begon zijn vrouw Sandy ze te herlezen. Het artikel in The New York Times beschrijft hoe een online kunstsite, poba, onlangs veel van de brieven heeft ingescand en gedigitaliseerd. poba wordt uitgesproken als ‘fowa’, een Tibetaanse term die betrekking heeft op de overgang van het bewustzijn bij het overlijden. Een van de oprichters daarvan, Jennifer Cohen, was een vriendin van Hymans schoondochter, Arlene. Eerst verkeerde Jennifer in de veronderstelling dat de correspondentie tussen Hyman en Sandy alleen maar een fantastisch voorbeeld was van de verloren kunst van het schrijven van brieven, maar al snel kwam ze erachter dat die nog meer belang had als een neerslag van historische gebeurtenissen. En Hyman was niet alleen maar een getuige van de geschiedenis, maar ook een toevallige participant. Daarom besloot men bij poba een selectie van de brieven op de website te plaatsen, met transcripties van sleutelpassages. Het is vreemd om iets te lezen wat zo privé is en nu voor iedereen toegankelijk is gemaakt. Hyman schrijft buitengewoon indringend over de oorlog. Ik kom erachter hoe weinig ik van de bevrijding van Duitsland afweet. Ik heb tot nu toe nooit beseft hoe het voor een soldaat geweest moet zijn om te ontdekken wat er van de verlaten kampen was overgebleven. Zonder te weten waar het om ging. Zonder enig idee 164
van wat voor gruwelen ze zouden aantreffen. Het zet me ertoe aan om meer over de bevrijding te lezen. Maar daar is nu geen tijd voor. Op Twitter stromen de likes nog steeds binnen, en ik wil eerst zeker weten dat we op het goede spoor zitten. Julian en ik zijn urenlang bezig om de brieven van Hyman Schulman uit 1945 te lezen en ze te vergelijken met het berichtje op het bankbiljet uit hetzelfde jaar. Geen twijfel mogelijk. Het is precies hetzelfde handschrift. Lily is opgewonden en verbijsterd. Ik vind het heerlijk om haar zo gelukkig te zien. ‘Je had het over vierentwintig uur, Dov. En we hebben hem binnen acht uur gevonden! Acht! Ongelofelijk.’ Ze vindt het verdrietig om te horen dat Hyman Schulman inmiddels is overleden. ‘Zullen we toch proberen contact met zijn familie op te nemen, Safta?’ stel ik voor. ‘Om te kijken of zij hier iets van weten?’ En dan komt ons speurwerk pas echt op stoom. We besluiten te beginnen bij Arlene. (Gelukkig vermeldde de journalist van The New York Times dat de volgende generatie Schulman de c uit haar naam had geschrapt.) Arlene blijkt een kunstenaar te zijn. We vinden een website met haar naam, waarop een link naar poba staat, en daarom denken we tamelijk zeker te weten dat we goed zitten. Ik begin me een beetje een stalker te voelen. Samen met oma Bilha stellen Julian en ik een bericht op en laten dat achter op het contactformulier. We leggen uit wie we zijn en wat er aan de hand is. En dan klikken we op ‘versturen’. Voor Arlene en haar man Jason komt ons nieuws helemaal uit de lucht vallen. Aanvankelijk betwijfelt Jason of we wel gelijk hebben. Zijn vader heeft het nooit over een dergelijke ontmoeting gehad. Het heeft me diep geraakt, en ik moet toegeven dat het me veel deed toen ik het handschrift van mijn vader en zijn vriendelijke woorden op het bankbiljet zag staan, schrijft Jason direct aan ons terug. Hij heeft ons Twitter-berichtje bekeken, plus een paar video-interviews met Lily die op YouTube staan. Hij weet het nu zeker. Er kwamen allerlei gevoelens bij me boven. 165
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37