DALENE MATTHEE
De jonge Karoliena Kapp groeit op in het Zuid-Afrikaanse Knysnabos, een adembenemend mooi gebied waar echter ook armoede en uitbuiting heersen. Dankzij haar scholing op kosten van de kerk, en de genegenheid van ondernemer Johannes Stander, krijgt Karoliena de kans het bos te ontvluchten. Ze belandt bij een Engelse dame die haar voorbereidt op het huwelijk met Johannes. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Al in de eerste week van haar huwelijk ontdekt Karoliena dat zij niet zonder het bos kan leven. Ze keert terug, om in het bos te ontdekken wie zij werkelijk is.
ISBN 978 90 8865 322 3
9 789088
DROOMBOS
DALENE MATTHEE
653223
NUR 302
www.degrootgoudriaan.nl
DROOMBOS TOT.indd 1
DROOMBOS
De Zuid-Afrikaanse schrijfster Dalene Matthee (1938-2005) was een gevierd auteur; haar boeken, waaronder Fiela’s kind, werden in veertien talen vertaald. Droombos is het derde en laatste deel in de trilogie over het Knysnabos.
ROMAN
02-07-2014 13:47:40
Dalene Matthee MaryLu Tyndall
Droombos Een sluier van parels Roman roman Vertaald door Lia van Aken
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 3
06-06-14 11:01
1 Op Oudebrandpad realiseerde ze zich opeens dat er ergens in het dichte struikgewas een olifant stond.Vlakbij. Dat maakte ze op uit het feit dat hoog in een boom een loerie begon te sissen en te klokken, om de olifant te waarschuwen dat hij zich ergens roerloos moest verschuilen omdat er iemand op het sleeppad liep. Misschien was het er wel meer dan één. Maar dat hinderde niet. De wind was voor haar gunstig; ze zou hem ongedeerd kunnen passeren. Een eind verderop stuitte ze op de drie houthakkers: de broers Willem en Koos van Huysteen en Jan Zeelie, de broer van hun moeder. Alle drie droegen ze even armoedige, vaak verstelde kleren. Verschrikt groetten ze haar. ‘Karoliena!’ ‘Morgen.’ ‘De dikpoten vertrappen jou nog een keer, meisje!’ waarschuwde Jan Zeelie. ‘Ja, oom.’ Dit kreeg ze regelmatig te horen. Tussen bomenland en mensenland was een brug die je soms slechts met moeite kon oversteken – te vergelijken met ontwaken, terwijl je nog geen zin hebt om je ogen open te doen. Zij was hen liever stilletjes voorbijgelopen voordat ze in mensenland aankwam, maar Koos sprong op en versperde haar de weg. ‘Heeft de man jou gevonden?’ ‘Wat voor man?’ ‘Die jou zocht. Voorname man in krijtjesstreeppak. Zei dat hij Karoliena Kapp graag wilde ontmoeten; dat hij daar een dringende reden voor had. Hij was met de auto.’ Jan Zeelie lachte zijn tandeloze lachje. ‘Ik heb hem om de tuin geleid door tegen hem te zeggen dat hij het beste bij jouw moeder 5
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 5
06-06-14 11:01
Meliena Kapp beneden in Langvleibos kon gaan informeren. Misschien had zij jou gezien.’ ‘Wat voor man?’ ‘Hoe zei hij ook alweer dat hij heette?’ vroeg Koos aan Willem, terwijl hij een stuk droog brood afbrak. Op de grond stond tussen hen in een fles met koude zwarte koffie. Hun knapzakken hingen aan een boomtak.Tegen een Transvaalboekenhoutboom geleund stonden drie bijlen en twee zagen. ‘Naude, geloof ik. Een of andere afgezant van de regering.’ Naude. Die was een paar dagen geleden ook al boven bij de oude Botha naar haar komen informeren. Zij had hem door de kier in de wand aan de voorkant van het houten huisje goed bekeken. De nogal dikke man was buiten adem geweest en bezweet na de korte klim vanaf de verharde weg naar Jim-Reid-se-draai. Ze had gebeden dat de oude man het niet in zijn hoofd zou halen Naude te vragen binnen te komen. Hij had namelijk de gewoonte zonder enige schroom iedereen die met een auto bij hem langskwam te vragen of hij een eindje mee mocht rijden. Kinderlijk gelukkig maakte hem zo’n autorit, ook al moest hij daarna soms uren lopen om weer thuis te komen. ‘De man zei dat hij voor belangrijke zaken in het bos was, Karoliena.’ ‘Als u hem weer tegen het lijf loopt, zegt u maar dat ik er geen behoefte aan heb hem te ontmoeten.’ Ze wou ervandoor; ze moest het houttreintje zien te halen om in het dorp te komen. Jan Zeelie was nog niet bereid haar te laten gaan. ‘Hij heeft ons uitgevraagd over jou,’ zei hij met enig leedvermaak. ‘Gevraagd of wij jou kenden.’ ‘Toen hebt u zeker lekker over mij geroddeld?’ ‘Hij gaf ons alle drie een saffraangele appel,’ zei Willem bij wijze van verontschuldiging en met een vleugje spot voegde hij eraan toe: ‘Maar we hebben niet verteld dat jij bij je man bent weggelopen. Alleen maar dat jouw vader destijds in het bos bij Gouna dodelijk getroffen werd door een bliksemschicht en dat jij toen ook door een vonk getroffen moest zijn.’ ‘Daar achter jullie tussen de struiken staat een olifant, hij houdt 6
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 6
06-06-14 11:01
jullie in de gaten.’ De een greep het brood, de ander de koffie en de knapzakken. ‘Je liegt, dondersteentje dat je bent!’ schreeuwde oude Jan. Toch hinkte hij in de richting van de dichtstbijzijnde witte els voor het geval ze niets anders konden doen dan in een boom klimmen. Het houten kistje hield ze met haar hand veilig tegen haar lichaam gedrukt toen ze zich afwendde om weer door te lopen. Ze mocht het treintje niet missen, de motten moesten in het dorp worden afgeleverd. Anna van Rooyen had een deken nodig, de oude vrouw bibberde zo dat het nog haar dood werd, en het was nog niet eens winter. De door de kerk aangestelde verpleegster had een hele tijd geleden al beloofd dat ze er iets op zou verzinnen, maar daar was ze nog niet in geslaagd. Geen geld. Mensenland. Voor wat voor belangrijke zaken was Naude in het bos? Volgens mister Fourcade deed het gerucht de ronde dat er in het bos werd rondgesnuffeld om te weten te komen hoe de poor whites daar ervoor stonden. Een commissie van onderzoekers uit Amerika had opdracht gekregen de totale verarming en ellende van de houthakkers in kaart te brengen. Maria Rotham uit Swellendam was aangesteld om met de vrouwen te gaan praten. Waarover? Over vrouwenzaken zeker. Poor white. Ze had een hekel aan die benaming. Zij zat nog op school toen ze die term voor het eerst hoorde. Het was een klap waardoor je in de modder neerplofte en opeens minder mens werd. Ongeveer een maand daarna had ze dat mysterieuze ding gezien. Iets raadselachtigs waardoor je voorgoed een ander mens werd. Het was geen verbeelding geweest.
Kort nadat haar vader destijds dodelijk was getroffen door de bliksem, had haar moeder haar naar het dorp gestuurd om bij de kerkverpleegster die daar op kamers woonde, medicijnen tegen de schrik te gaan vragen. Haar moeder had haar benen er niet weer onder kunnen krijgen na de begrafenis. Een grote begrafenis was het geweest, vele mensen hadden achter de kist aan gelopen. Karel Kapp was een goede man geweest, 7
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 7
06-06-14 11:01
en net als zijn vader en zijn grootvader houthakker. Haar moeder zei: ‘Neem maar het houttreintje naar het dorp, vraag aan nurse of zij iemand weet bij wie je kunt blijven slapen, en neem dan morgenochtend het treintje weer terug naar het bos. Je komt niet lopend terug, want het is maart en in die maand is het klam in het bos en zijn de olifanten onrustig; nog een sterfgeval overleef ik niet.’ Zij, Karoliena, was enig kind. Lang voordat er een spoorlijn werd aangelegd voor de grote trein van George tot aan Knysna, liep er al een smal spoor van Knysna naar Diepwalle, boven in het bos. Dat spoorlijntje was aangelegd om het hout sneller met het houttreintje door het dichte bos te kunnen vervoeren naar de zaagmolens in het dorp. Ossenwagens waren te langzaam geworden.Tom Botha, de bewaker op het treintje, liet de houthakkers en hun vrouwen en kinderen nooit betalen wanneer ze met het treintje mee wilden rijden, als ze maar in de open wagons op de vloer of op het hout bleven zitten. Op maandag, woensdag en vrijdag koppelden ze een effen bruin passagierswagonnetje met een dak, raamopeningen en zitbanken aan de trein en moest je twee shilling betalen om daarin mee te mogen rijden. Dat deden vaak vreemde mensen om te gaan kijken hoe het er in een bos uitzag. Mensen in mooie kleren met picknickmandjes bij zich. Mensen van de schepen die in het dorp voor anker waren gegaan om daar hout te laden, mensen die met de grote trein naar het dorp waren gekomen. De kleine trein ging het hout ophalen dat dan werd overgeladen in de grote trein. Een grote trein kon het bos niet in. Ook reden er wel mensen mee het bos in die met de auto naar het dorp waren gekomen.Voorname mensen. Haar moeder zei dan altijd: ‘Maak je zo klein mogelijk, kruip weg, zodat ze ons niet zo aanstaren.’ Later leerde zij er juist voor te zorgen dat ze haar aanstaarden... Ze was om de medicijnen tegen de schrik gaan vragen, had bij juffrouw Crouse mogen blijven slapen en was de volgende dag vroeg in de ochtend naar het stationnetje gelopen om het houttreintje te halen. Het motregende, het passagierswagonnetje was 8
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 8
06-06-14 11:01
direct achter de locomotief vastgekoppeld, met daarachter een stelletje lege wagons en vóór de locomotief twee lege wagons – de wagons die in plaats van voortgetrokken voortgeduwd werden. Voor de terugrit werden namelijk de lege wagons boven in het bos losgekoppeld en de volle wagons, zwaar met hout beladen, aangekoppeld. Maar zelden kon de locomotief zo’n helse vracht helemaal tegen Kraak-se-Hoogte op trekken, de helling aan dezelfde kant van het dorp als Veldmanspad. Meestal werden daar de achterste wagons afgekoppeld, de twee voorste naar boven geduwd en afgekoppeld, waarna de locomotief achterstevoren terugreed en beneden de achterste weer werden vastgekoppeld en naar boven werden getrokken, waar dan de voorste twee ook weer werden aangekoppeld – en daar ging hij! Volgens zeggen was geen man in het bos zo slim, dat hij meer kon bereiken met een span ossen dan Tom Kennet met het houttreintje. Zij was in een van de lege wagons achter het passagierswagonnetje gestapt en strak tegen de houten dwarslatten gaan zitten om nog een beetje beschut te zijn. Maar toen kwam Tom Botha, de bewaker, langs de spoorbaan aangelopen en hij zag haar. ‘Ga in het personenrijtuig zitten, Karoliena, anders kom je kletsnat in Diepwalle aan.’ ‘Geeft niks, oom.’ ‘Luister naar me! Je ziet dat we met nummer vier op weg gaan, dus het zal nog een hele toer worden.’ ‘Ik kan geen twee shilling betalen, oom.’ Ze wilde niet in het rijtuig gaan zitten, zij liet zich liever natregenen. ‘Ik vraag jou niet om twee shilling.Vooruit, stap in het rijtuig!’ Tom Botha was een goeie vent, maar hij schoot snel uit zijn slof. Vooral wanneer ze op een regendag met nummer vier in het bos hout moesten gaan halen. Er waren drie locomotieven om het houttreintje voort te trekken. Nummer één – de Koffiepot die al een beetje oud was – kon eigenlijk alleen nog maar op het rangeerterrein wagons van de ene na de andere plek brengen, of goederen naar de andere kant van het dorp, naar het station van de andere trein. Grote trein, grotere wielen, breder spoor. Soms kwamen vreemdelingen foto’s maken van de locomotieven van het 9
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 9
06-06-14 11:01
houttreintje; die waren mooi, zeiden ze. Tom Kennet zette dan het petje af dat hij altijd scheef ophad, en ging even met onbedekt hoofd trots naast de locomotief staan. Locomotief nummer twee kon eigenlijk ook niet meer in Diepwalle komen, omdat hij eveneens al te oud was. Maar hij kon in elk geval op effen terrein nog zwaardere ladingen verslepen dan nummer één; meestal bracht hij hout naar de zaagmolen van Parkes midden in het dorp, of via de brug waar je alleen maar bij laag water overheen kon naar de zaagmolen van Thesen op het eiland in de lagune. Nummer drie was heel sterk. Probleem was nummer vier, de allersterkste die de bosbewoners Olifant hadden genoemd omdat hij op regendagen altijd voor problemen zorgde. Glijpoten. Wanneer het spoor nat was, slipten zijn wielen op de hellingen en in de bochten als een dier dat nergens houvast vindt. De zandstrooier op de eerste voortgeduwde wagon moest dan goed weten wat hij deed, want hij moest ervoor zorgen dat er steeds zand voor de wielen van de locomotief op het spoor kwam te liggen, zodat Olifant weer houvast kreeg. Bij nat weer namen ze altijd een extra tonnetje zand mee. Tijdens de afdaling slipte hij gelukkig gewoonlijk maar op twee hellingen, omdat de wagons dan zwaar beladen waren met dode bomenlijven en -armen. Soms kwam Tom Botha erbij staan voor de foto’s. Ze wilde niet in het personenrijtuig gaan zitten... ‘Karoliena,’ – dat was Tom Kennet, de machinist, die langsliep – ‘heb je niet gehoord wat mister Botha net tegen je zei?’ ‘Jawel, mister Kennet, sorry, mister Kennet.’ Zij pakte haar wijde rokken bij elkaar, tilde haar been over de dwarslatten en tastte met haar voet tot ze die op een van de stalen wielen van de wagon kon zetten. Mister Kennet sloeg een arm om haar heen en tilde haar eraf. ‘Ik heb gehoord dat je vader is overleden. Dat spijt me voor jou en je moeder.’ ‘Ja, mister Kennet.’ ‘Zijn hout om wagens van te maken, was altijd het mooiste wat we moesten laden.’ ‘Ja, mister Kennet.’ Ze wilde niet in het passagiersrijtuig meerijden. 10
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 10
06-06-14 11:01
Op de banken zaten reeds drie rijkeluisvrouwen en twee rijkeluismannen, met gezichten waar de verwondering vanaf straalde. En met picknickmandjes. Een van de voorname vrouwen uit het dorp ging met hen mee, maar zij was niet verwonderd. Toen zij, Karoliena, op de bank het verst bij hen vandaan plaatsnam, keken de ogen van de vreemde mensen haar vragend aan. Eén vrouw vroeg met een scheefgehouden hoofd en haar hand voor haar mond iets aan de vrouw uit het dorp. ‘One of the forest children,’ antwoordde de dorpsbewoonster met haar neus in de lucht knoerthard en ze voegde eraan toe: ‘Poor whites. Enormous problem.’ ‘Shame,’ zei de vreemdelinge op spijtige toon. Poor white. Destijds had ze in Veldmanspad op school gezeten en de volgende ochtend aan meneer Heunis gevraagd wat dat betekende. Witte mensen die heel arm zijn, had hij geantwoord. Arme blanken. Zoals de meeste houthakkers. Niet dat zij geen Engels verstond – ze wou het alleen maar zeker weten. Het enige wat ze niet begreep was, waarom ze zo sterk het gevoel had dat ze was platgetrapt. Misschien kwam dat doordat zij tot boven in het bos op een andere manier naar haar waren blijven kijken dan ze naar elkaar keken. Alsof ze iets eigenaardigs was. Toen nummer vier buiten het dorp op Nekkies-se-Hoogte voor het eerst begon te slippen, sprong een van de mannen op en stak zijn hoofd uit een venstergat om te zien wat er aan de hand was. Toen hij zijn hoofd terugtrok, zei hij heel bezorgd tegen de anderen dat het erop leek dat de trein niet tegen de helling op kon komen! Hij vroeg aan de vrouw uit het dorp of zij dacht dat ze in gevaar verkeerden. Nee, zei de vrouw, dat dacht ze niet. Het houttreintje was nog nooit bij ernstige ongelukken betrokken geweest – voor zover zij wist. Toen staken de vreemdelingen alle vijf hun hoofd naar buiten; de mannen drukten hun hoed stevig op hun hoofd, de vrouwen hielden onder hun kin de sjaal vast die ze om hun hoed hadden gebonden. Even later trokken ze ze weer terug. Lekker nat. Dachten kennelijk dat zij geen woord verstond van wat ze zeiden. Een van de mannen vroeg waarom de locomotief in het midden van 11
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 11
06-06-14 11:01
de trein was aangekoppeld, waarom niet helemaal vooraan zoals bij andere treinen? Onnozele hals. ‘I will have a word with the driver,’ zei hij en hij draaide zich om naar háár toe. ‘Young girl,’ vroeg hij, ‘are you not scared?’ Ze deed alsof ze hem niet verstond, hield haar blik strak op de vloer gericht. De dorpsbewoonster zei: ‘They don’t understand English, very backward’.
De motten moesten in het dorp afgeleverd worden... Toen ze bij Ysterhoutrug het bos uit kwam, had ze het geluk dat het treintje nog bij het station van Diepwalle stond. Ze hadden er daar moeite mee een hels zwaar blok kalanderhout op de achterste open wagon te krijgen. Een wagon zonder zijkanten. Het houtblok was massief en zwaar – het moest een reus van een boom geweest zijn toen hij nog leefde; de honderd sterkste houthakkers uit het bos zouden het niet eens voor elkaar hebben gekregen dat blok dáárop te rollen. Ze probeerden het met twaalf ossen tegen rolstokken op te trekken. De ossen waren aan de ene kant van de wagon ingespannen aan riemen die over de wagon lagen en aan de andere kant van de wagon stevig om het houtblok heen vastgesnoerd waren. Het span was van Freek Stander. Freek spoorde de ossen persoonlijk aan.‘Rustig aan, mannen, rustig!’ De ossenlijven bolden op van inspanning. Freek raakte de achterste met de zweep precies waar hij hem had willen raken. ‘Til op! Houen zo!’ Het blok begon omhoog te komen. ‘Zet je schrap!’ Freek was allang geen poor white meer. Hij verdiende goed met zijn wagen en ossen en met zijn moestuinen in Ouplaas net buiten het dorp. Verhuurde lapjes grond. Goed huis. Liet twee van zijn kinderen voor onderwijzer leren. ‘Houen zo, mannen, houen zo! Mooi, het komt omhoog!’ Ze wilde niet meer toekijken. Ze liep achter het houtblok langs, klom in een van de wagons en zocht boven op de vracht bomenlijken een plekje uit om te zitten. Geelhout, ijzerhout, wasbomenhout, stinkhout. Ze draaide haar gezicht naar de bosrand. Het was dinsdag, en op dinsdag koppelden ze het passagiersrijtuig niet aan. Dan reed alleen het houttreintje. Op de bosrand stond een oude rode els in volle bloei. Ritsen 12
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 12
06-06-14 11:01
langwerpige witte bloemetjes. Alsof ze je toelachten. Achter het perron van bielzen stond een vrouw met een kind aan de hand en eentje op haar arm tegen de wand van golfplaten van het winkeltje geleund. Het was de vrouw van houthakker Jan Koen en ze zag er moe uit.Wachtte zeker tot de trein vertrok voordat ze in de winkel ging vragen of ze nog iets op de pof kon kopen. Behalve een winkel bevond zich onder datzelfde dak ook nog een slagerij en een postkantoor. Eigendom van houthandelaren, net als de trein... ‘Middag, Karoliena.’ ‘Middag, mister Fransen.’ Diepwalles stationchef, postmeester, winkelier, slager – rechterhand en spion van de houthandelaren. Bij Diepwalle werd geen splinter uit het bos weggehaald zonder dat hij ervan wist. Brilletje, boek in de hand. ‘Er was eergisteren een vreemde man in de winkel, die op zoek was naar jou.’ ‘Wat voor man?’ ‘Naude heette hij. Hij zei dat hij met een belangrijke missie door het bos trekt. Morgenmiddag zal hij de houthakkers op Kleineiland toespreken.Van de kerkverpleegster had hij over jou gehoord en hij wil graag dat jij daar dan ook bent.’ ‘Zeg maar dat hij kan stikken.’ In mensenland was het een chaos. Zij woonde er allang niet meer.
Zes maanden na het overlijden van haar vader was haar moeder met Freek van Rooyen getrouwd. Na krap een jaar werd hij in Kom-se-bos doodgetrapt door een olifant. Zes maanden later trouwde haar moeder opnieuw met een Kapp. Oom Cornelius. ‘Als jouw moeder rijk was geweest, zou ze een knappe vrouw zijn geweest, Karoliena. Toen ze jong was, had ze net zo’n mooi gezicht als jij nu,’ zeiden de bosbewoners graag. Ze waren toen naar Langvleibos verhuisd, waar oom een houten huis had met drie kamers en in de keuken een echt fornuis. Maar haar moeder had geen kinderen meer gekregen; ze zei altijd dat God voorzien had hoeveel ze al met 13
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 13
06-06-14 11:01
één kind te stellen zou krijgen. Ze zette het kistje met de motten op de stronk stinkhout naast haar om haar hand rust te gunnen. Ze keek nooit meer in het kistje nadat ze de motten had gevangen, hoopte altijd alleen maar dat ze gauw stikten. Soms leefden ze echter nog wanneer mister Ferndale ze eruit haalde. Dan drukte hij ze snel met wijsvinger en duim achter hun kop dood en zei zij stilletjes tegen de motten dat haar dat speet. Alles in het bos en op aarde had een prijs. Een pond voor een mot. Drie motten, drie pond. Soms ving ze er meer. Dat hing er maar vanaf. En mister Ferndale draaide bijna iedere keer hetzelfde oude liedje af: ‘Je hebt toch met niemand over de motten gesproken, hè? Nee. Beloof me dat je dat ook nooit zult doen. Goed.’ De motten waren een geheim. Hij verkocht ze overzee en stuurde sommige naar musea. Zei hij. Soms bleef hij haar aan het hoofd zeuren dat ze er meer moest vangen. Nee, zei ze dan, ze had een overeenkomst gesloten met de bomen waar zij ze ving: niet te veel in één keer. Dan lachte hij en bleef haar aan het hoofd zeuren of ze hem niet wilde laten zien waar zij ze ving. Nee. Wist ze echt helemaal zeker dat ze alleen tussen februari en april uit de schors kwamen? Ja. Spookmot. Snelle mot. Leto Venus. Ze kende alle motten bij naam. Mister Fourcade had ze haar geleerd. Slimste man van het bos, ook al woonde hij niet meer in het Knysnabos maar ergens in de bossen voorbij Plettenbergbaai. Een paar keer per jaar kwam hij in het bos bij Diepwalle of verderop, in Gouna, planten verzamelen, zette ze in zijn plantenkistje en schreef hun naam op in zijn boek. Dan spuwden sommige houthakkers opzij en zeiden: ‘Fourcade? Dat is toch die nietsnut die destijds voor de regering het bos opmat om het in secties te kunnen verdelen? Jammer dat de olifanten hem niet hebben doodgetrapt!’
14
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 14
06-06-14 11:01
2 Mensenland. Daar kreeg ze met de motten bij juffrouw Claassens, de nieuwe kerkverpleegster, onderdak. Net als altijd. Juffrouw Crouse, de vorige verpleegster, had er op een gegeven moment het nut niet meer van ingezien zich in te zetten voor de houthakkersgezinnen. ‘Het duurde zes maanden of nog langer voor ik bekend raakte met de ergste gevallen. Ik heb bijna geen voeten meer over. En waarvoor?’ Ze pakte haar boeltje, stapte op de grote trein en weg was ze. Amelie Claassens was nog vol goede moed. ‘Wat fijn om jou weer te zien, Karoliena. Jij weet niet hoeveel nachten ik mezelf troost met de gedachte dat jij de mensen daarboven, in jullie gedeelte van het bos, in het oog houdt.’ ‘Wees daar maar niet al te gerust op. Ik heb me ’s nachts al menig keer voorgenomen nooit meer een voet op een boseiland te zetten. Er zijn nu nog tweehonderdzesenveertig houthakkers over: afgelopen week is Jan Tait overleden. Ging kaarsrecht tegen een wasboom zitten en blies zijn laatste adem uit. Hij had de bijl nog in zijn hand, zeggen ze. Hij was met zijn twee zoons hout aan het hakken voor bielzen aan deze kant van Kalanderdraai.’ ‘Hoe gaat het op Swart-eiland bij Marta Barnard thuis?’ ‘Ellendig. Ze joeg me weg, toen ik dreigde al die broodmagere katten te vangen, in een zak te stoppen en met een boog in de rivier te gooien.’ ‘Mevrouw Stopforth, die op de school in Suurvlakte lesgeeft, zegt dat tegenwoordig steeds meer kinderen zonder eten bij zich naar school komen. Zelfs droog brood of een pataat is er niet meer bij. Ze geeft zo veel weg als ze kan, maar soms is er niets om weg te geven.’ ‘Ja, en in de winkel willen ze niets meer op de pof geven. Daar 15
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 15
06-06-14 11:01
moeten ze sommigen ook al het geld voor de kapvergunning voorschieten.’ ‘Bij mevrouw Stopforth zitten kinderen op school die helemaal uit Millwood moeten komen. Dat is bijna tien kilometer heen en terug en het is al bijna weer winter. Het probleem zit hem in de kleding, die is armoedig. Bij koud en nat weer komen ze verkleumd bij de school aan.’ ‘Kan daar dan helemaal niemand breien?’ ‘Waar zouden ze de wol vandaan moeten halen? Wat is er gebeurd met de dochter van de familie Zeelie in Veldmanspad?’ ‘Is hier op het dorp hulp in de huishouding geworden. Dat extra beetje geld helpt. De oudste zoon van Toon Barnard – je weet wel, die houtsleper in Gounase-bos was – is naar Port Elizabeth vertrokken; werkt daar in een autobandenfabriek.’ ‘Dan hebben in elk geval een paar mensen die niet geregistreerd zijn, werk gekregen. Uit Suurvlakte zijn twee zussen ook naar Port Elizabeth vertrokken om daar in een kledingfabriek te gaan werken. Jij kent ze vast wel: van de familie Tait. Dominee heeft zich veel moeite getroost om hun die baan te bezorgen.’ Amelia laat haar hoofd tussen haar handen zakken. ‘Ik weet niet waar het heen moet, Karoliena. Armenzorg beschikt gewoon niet over zoveel geld als nodig is om overal hulp te bieden. Lichtpuntjes zijn er niet.’ ‘Ik heb gehoord dat er in het bos wordt rondgesnuffeld om meer te weten te komen over de arme blanken. Zou dat een lichtpuntje kunnen zijn?’ ‘Ja, dominee verwacht een heel team vertegenwoordigers. Hij zal enkelen van hen naar de bewoonde plekken in het bos moeten vergezellen. Hij zei dat dat niet makkelijk zou zijn, dat hun verblijf in het bos vrij beperkt zal zijn.’ ‘Er stuiven al jaren filantropen door het bos, Amelia. Komen met ruime harten, gaan er van schrik als een haas vandoor en bazuinen dan rond dat ze door de olifanten achterna zijn gezeten.’ ‘Foei toch, Karoliena, jij steekt er de gek mee – maar het is altijd goed weer eens iemand te horen lachen.’ ‘Ik blijf lachen.’ Ze zag aan het gezicht van de aardige vrouw dat ze dat schokkend vond, maar deed alsof ze er geen erg in had. ‘Am16
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 16
06-06-14 11:01
pie Stroebel en zijn neef Jakobus,’ praatte ze rustig verder, ‘zijn twee weken geleden met de grote trein vertrokken naar regeringsgebied, naar Magaliesberg, ergens ver in het noorden van het land. Ze zeggen dat ze daar worden voorzien van een kamer en een lapje grond waarop ze pinda’s moeten verbouwen en plukken.’ ‘De regering doet wat ze kan, Karoliena!’ ‘Ja, met de ene hand broedt ze al het onheil uit, met de andere paait ze als ze geen andere keus heeft.’ ‘Hoe kun je zoiets zeggen?’ vroeg Amelia geschokt. ‘Mister Fourcade zegt dat ook Het land moet hout hebben, veel hout. Hout groeit in het bos, iemand moet het kappen en daarvandaan slepen. Hard werk. Wie moet dat doen? Houthakkers. Niet de houthandelaren, die zijn rijk en voornaam. En hoe zorgen ze ervoor dat de houthakkers doorgaan met kappen? Door hen arm te houden. De regering zit daar niet echt mee; zij wil alleen maar hout hebben. Paait af en toe de houthakkers door ze een boom extra te laten kappen, maar de regering heeft in feite allang genoeg van het geklaag van de houthakkers. De regering heeft alleen nog geen plan kunnen bedenken om die paar houthakkers die nog over zijn, het bos uit te krijgen. Of nog niet kunnen bedenken hoe ze zelf het hout kunnen laten kappen. Ze verleent al jaren geen kapvergunning meer aan nieuwe houthakkers, maar de ouden gaan niet snel genoeg dood, ze zijn te taai.’ ‘Karoliena! Dat is gevaarlijke praat. Volgens de dominee zijn de communisten de adders die bezig zijn zich onder ons een plaatsje te veroveren.’ ‘De dominee weet niet waar hij het over heeft.’ ‘Het is geen wonder dat er klachten binnenkomen van mensen die zeggen dat jij problemen veroorzaakt in het bos.’ ‘Dat is niet waar, mijn mond wil alleen niet dicht blijven sinds mijn ogen zijn opengegaan.’ ‘Ik ben gisteren bij de winkel Johannes tegengekomen.’ Ze had geweten dat Amelia Claassen de kans afwachtte om Johannes Stander ter sprake te kunnen brengen. Een steen te kunnen gooien. ‘Hoe gaat het met hem?’ ‘Hoe denk jij dat het gaat met een man van wie de vrouw steeds 17
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 17
06-06-14 11:01
Verklarende woordenlijst Draai – bocht, afslag Eiland– open plek in het bos Nek – pas Sikspens – verbastering van sixpence = munt t.w.v. zes stuivers Roosterkoek – brooddeeg dat in de vorm van koeken op een rooster boven een kolenvuur wordt gebakken
328
_438E6_VBK_Voorhoeve_his_140x215_Standaard_BK.indd 328
06-06-14 11:01
DALENE MATTHEE
De jonge Karoliena Kapp groeit op in het Zuid-Afrikaanse Knysnabos, een adembenemend mooi gebied waar echter ook armoede en uitbuiting heersen. Dankzij haar scholing op kosten van de kerk, en de genegenheid van ondernemer Johannes Stander, krijgt Karoliena de kans het bos te ontvluchten. Ze belandt bij een Engelse dame die haar voorbereidt op het huwelijk met Johannes. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Al in de eerste week van haar huwelijk ontdekt Karoliena dat zij niet zonder het bos kan leven. Ze keert terug, om in het bos te ontdekken wie zij werkelijk is.
ISBN 978 90 8865 322 3
9 789088
DROOMBOS
DALENE MATTHEE
653223
NUR 302
www.degrootgoudriaan.nl
DROOMBOS TOT.indd 1
DROOMBOS
De Zuid-Afrikaanse schrijfster Dalene Matthee (1938-2005) was een gevierd auteur; haar boeken, waaronder Fiela’s kind, werden in veertien talen vertaald. Droombos is het derde en laatste deel in de trilogie over het Knysnabos.
ROMAN
02-07-2014 13:47:40