Skip to main content

Drijven op de wind trilogie - Ine ten Broeke-Bruins.9789401907682

Page 1

INE TEN BROEKE - BRUINS

TRILOGIE Tijdloze thema’s in drie ontroerende romans van Ine ten Broeke-Bruins

TRILOGIE

Deze trilogie bestaat uit drie romans over verschillende leden van de familie Bedijn. Het eerste boek, Als de echo in het dal, gaat over Lineke Bedijn. Zij neemt een baan aan als ziekenverzorgster voor een oude dame die geen makkelijke patiënt blijkt. In het tweede boek, De vlucht van de vuurvogel, groeien Els en Arno Bedijn langzaam uit elkaar. Is hun huwelijk nog te redden? Tot slot Een duif in de rotskloof, waarin de hoofdrol is voor Rosalie Bedijn. Zij offert haar vakantie op om te zorgen voor een weduwnaar en zijn twee kleine kinderen. Een keuze met verstrekkende gevolgen. Ine ten Broeke-Bruins (1938-1995) was een schrijfster van christelijke familieromans met diepgang in herkenbare thema’s. De drie romans in Drijven op de wind zijn uit het leven gegrepen.

Citerreeks

OMSLAG Drijven op de wind 150x230 b.indd All Pages

Drijven op de wind TRILOGIE

www.citerreeks.nl

ISBN 9789401907682 NUR 344

INE TEN BROEKE - BRUINS

Drijven op de wind

Drijven op de wind

21-01-16 10:04


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 3

Ine ten Broeke-Bruins

Drijven op de wind

Als de echo in het dal De vlucht van de vuurvogel Een duif in de rotskloof


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 4

ISBN 9789401907682 NUR 344 © 2016 Citerreeks Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Villa Grafica, Diemen Oorspronkelijke uitgave Als de echo in het dal © 1983, VCL-serie Oorspronkelijke uitgave De vlucht van de vuurvogel © 1984, VCL-serie Oorspronkelijke uitgave Een duif in de rotskloof © 1985, VCL-serie www.citerreeks.nl Alle rechten voorbehouden


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 5

ALS DE ECHO IN HET DAL Liefde is als een echo die wegebt, wanneer de stem zwijgt.


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 6


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 7

Hoofdstuk 1 De oprijlaan naar het splinternieuwe ontspanningsgebouw van de stichting staat op deze stormachtige septemberdag volgepropt met auto’s. Peter Odink kan niet anders dan met grote moeite tussen de slordige rijen dóór manoeuvreren. ‘Stommelingen,’ moppert hij geërgerd, ‘om aan twee kanten van de weg te parkeren! Waar moet ik in vredesnaam mijn ouwe beestje kwijt?’ Hij rijdt brutaalweg tot vlak voor de stoep van het moderne witte gebouw. ‘Bordes’ noemen ze hier die stoep vol trots. Nou ja, het is inderdaad een imponerende stoep, met die massieve zuilen aan weerszijden van de brede treden. En de recreatiezaal zélf is een juweeltje en beslist een enorme aanwinst voor patiënten en personeel van de wat afgelegen stichting. Peter neemt met een paar lenige sprongen de zes treden, zich bewust van het feit, dat hij nu de regels van de stichting overtreedt, door hier te parkeren. Maar allé, het is maar voor een paar minuten. Even vader groeten, vóór hij weer naar Amsterdam vertrekt. Hij is toch al aan de late kant en hij zal zich moeten haasten om op de afgesproken tijd bij Tjerk te zijn. Dat is zo’n pietje-precies! Te hopen, dat hij z’n pa een beetje vlot kan vinden! Als hoofd van de technische dienst is die altijd overal, behalve waar je hem zoekt, weet hij uit ervaring. Maar vandaag is het bezoekdag en nog wel een hele drukke, getuige de vele auto’s. Hij gokt erop dat zijn vader nu wel in de onmiddellijke nabijheid van de kantine en de ontspanningszaal zal zijn, om een oogje in het zeil te houden in het pas geopende gebouw. Met al die bezoekers zal dat geen overbodige voorzorg zijn. Peter boft. Want meteen al bij de glazen toegangsdeuren naar de garderobe, stuit hij op de brede rug van zijn vader. Peter tikt hem op de schouder. ‘Hallo vader! Ik ga er weer vandoor, hoor!’ Meneer Odink draait zich een halve slag om en dan pas ziet Peter het meisje. Ze is tenger en draagt het donkerblonde haar in veertjes om haar smalle gezichtje, waarin twee grote, bruingroene ogen domineren. Terwijl zijn netvlies deze gegevens registreert, werken zijn hersenen op topsnelheid. Want waar heeft hij dit meisje eerder ontmoet? Hier, op de stichting? Dat lijkt hem niet erg waarschijnlijk, want ze is kennelijk op bezoek geweest. Maar, waar dan wel? Zijn vader geeft hem echter geen tijd om raadseltjes op te lossen. Op zijn gewone, 7


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 8

joviale manier stelt hij hen aan elkaar voor. ‘Deze luidruchtige jongeman is mijn zoon Peter. En dit is juffrouw Bedijn, een zuster van een zuster hier. Duidelijk?’ ‘Als koffiedik, meneer!’ grinnikt Peter, zijn ogen onafgebroken op het gezichtje vóór hem gericht. Hij ziet dat dit het meisje onzeker maakt, want er is een nerveus geknipper met lange oogharen. Het geeft haar dertien-in-een-dozijn-gezichtje iets ontroerend liefs. Peter scheldt zich in stilte voor een idioot. Hij heeft toch warempel wel vaker in een lief gezichtje gekeken. Laat hij alsjeblieft aan zijn vriend en studiegenoot Tjerk Feenstra denken. Die dacht studie en een meisje ook te kunnen combineren. En wat was het eind van het liedje? O zo! Het lieve kind ging er spoorslags met een of andere kunstenaar vandoor en Tjerk op zee maar plannen maken voor een toekomst samen met zijn mooie Irene… nee, hij begint er eenvoudig niet aan. Er zullen best goede zeemansvrouwen zijn, maar over het algemeen brengen vrouwen alleen maar moeilijkheden mee. Eerst zijn studie afronden en dan kan hij eens over een meisje gaan denken. Deze overwegingen doen Peter een zéér gereserveerde hand uitsteken. Maar vreemd: het is net of juist deze houding háár kalmeert, want het gewimper houdt op en één moment kijkt ze zelfs naar hem op! Wat een groentje nog! denkt Peter verbluft. Hoe oud zou dat kind zijn: achttien, negentien misschien? Hij drukt haastig zijn vader de hand. ‘Ik moet er nu echt vandoor. Ik ben al aan de late kant. Groet moeder nog van me en tot over een paar weekjes.’ Hij knikt vluchtig naar het meisje en wil zich haastig uit de voeten maken, als achter hem een overmoedige stem klinkt: ‘Hé, staan jullie hier nu nóg? Ik dacht dat je met de zoon van meneer Odink terug kon rijden?’ Peter kijkt om en ziet het evenbeeld van het meisje waaraan hij zojuist is voorgesteld. Zelfde veertjes, korte neusje, bruin-groen gespikkelde ogen… ‘Alsjeblieft, in duplo!’ zegt hij verbluft. ‘U bent niet de eerste die ons voor een tweeling verslijt, hè Line? We lijken nu eenmaal sprekend op elkaar en we schelen nog geen jaar! Maar,’ vervolgt ze met een vrijmoedige blik op Peter, ‘waarom zijn jullie nog niet weg? Of gaat u niet terug naar Amsterdam? Hij ís toch die veelbesproken zoon van u, meneer Odink?’ Deze verbijt een opkomende lach. Dat gezicht van Peter! Schitterend gewoon! ‘Ik heb nog niet de gelegenheid gekregen om het hem te vragen, zuster!’ 8


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 9

Pats! Die zit! applaudisseert Peter in stilte. Deze jongedame is beslist niet op haar mondje gevallen en nu hij haar wat nauwkeuriger bekijkt, is de gelijkenis tussen de beide zusjes niet zo frappant als hij op het eerste gezicht dacht. Peter maakt een lichte buiging naar het eerste meisje en vraagt spottend: ‘Als u genoegen wilt nemen met een plaatsje achter in mijn hobbelend kevertje…’ Hij gebaart uitnodigend via de openstaande deuren in de richting van zijn geduldig wachtend Volkswagentje. ‘Als het niet te lastig is… Ik kan ook best…’ stottert ze zenuwachtig. Peter, woedend opeens om dit onnodige getreuzel, valt korzelig uit: ‘Ja, wat doen we nu? Ga je mee of niet?’ Het lijkt wel of hij háár een gunst vraagt, in plaats van omgekeerd. ‘Toe, Line, doe niet zo moeilijk!’ maant haar zus kribbig. ‘Wat is er toch? Bah, we hebben bijna niets aan elkaar gehad. Dat er nu ook net een paar zusters griep moesten krijgen! Anders was ik met haar teruggegaan naar Amsterdam,’ verduidelijkt ze Peter. ‘Ik hoorde toevallig uw vader vertellen, dat u vanmiddag weer naar Amsterdam gaat. Daarom ben ik zo brutaal geweest een lift voor mijn zusje te vragen. Want brutaal vindt u me, nietwaar?’ Er is een uitdagende schittering in haar ogen. ‘Wie weet,’ houdt Peter zich op de vlakte. Hij ziet hoe de beide meisjes zich een ogenblik aan elkaar vastklemmen en nu is er geen spot in zijn stem als hij maant: ‘Vooruit, we moeten opschieten, ik moet mijn vriend ook nog ophalen.’ Voor de verbaasde ogen van haar zuster, neemt hij het tegenstribbelende meisje bij de arm en duwt haar zonder verdere plichtplegingen achter in zijn wagentje. Hup, haar tas erachteraan, klaar! ‘Tot kijk!’ Hij grijnst naar het achterblijvende meisje in verpleegstersuniform. ‘Bedankt en tot ziens!’ gilt deze de wegrijdende auto na. Dan zet zuster Lon het op een rennen. Er is nog veel te doen in haar paviljoen met al die patiënten. Ze is zomaar uit haar werk weggehold, zo-even. Wat een enige vent, die zoon van meneer Odink, denkt ze intussen. Jammer, dat hij zo veel van huis is. Hij vaart immers? Dat zal ook wel de oorzaak zijn, dat ze hem nog niet eerder op de stichting heeft ontmoet. Eens zien uit te vissen, wanneer hij weer een weekeindje thuiskomt. Ze weet dat hij een halfjaar aan wal is om te studeren voor een of ander diploma. Peters vader is een sympathieke man, altijd voor een praatje met patiënten en personeel te vinden. Het moet al raar lopen, wil ze er niet achter komen, 9


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 10

wanneer hij weer naar zijn ouders gaat. En anders is er misschien wel een mogelijkheid om hem in Amsterdam op te zoeken. Gaat ze gewoon volgende week een dagje naar Lineke. Nu komt er een zorgelijk rimpeltje boven Lans meestal zonnige ogen. Wat is er toch met dit zusje aan de hand? Ze was zo stil en in zichzelf gekeerd. Niet dat Lineke anders zo druk en uitbundig is, maar nu… Het is net, alsof ze verdriet heeft, peinst Lon en dat is iets wat ze niet kan hebben. Zolang ze zich kan heugen, heeft ze als een moedertje voor dit zusje gezorgd. Moeder had het altijd zo druk met haar grote gezin en Lineke vroeg nu eenmaal om bescherming. Tot vorig jaar heeft ze dit volgehouden. In Amsterdam hebben ze met nog een collegaatje uit het ziekenhuis samen een etage gehuurd. Lineke woont daar nóg, omdat ze zakte voor het examen van twee naar drie. Ze spraken af, dat ze zo gauw mogelijk ook naar Lienden op de Veluwe zou komen, om daar in het Lichtdal haar zwarte kruisje te halen, net als Lon. Maar Lon moet het eerst nog zien. Lineke is véél te gevoelig. De gewone verpleging is eigenlijk al te zwaar voor haar. Zou dat de reden zijn waarom ze er zo slecht uitziet? Kan ze het niet meer bolwerken; zonder haar? Enfin, hoe het ook zij, ze gaat zo gauw mogelijk eens poolshoogte nemen in Amsterdam. Ze is daar ook al zo lang niet meer geweest. Meestal brengen ze hun vrije dagen thuis in Den Haag door en dan treffen ze elkaar lang niet altijd, natuurlijk. Hijgend opent Lon met haar loper de zware buitendeur van paviljoen Blauwspar. Tegelijk met de gure wind, sluit ze haar piekergedachten over Lineke buiten. Peter Odink en Tjerk Feenstra bewonen voor de duur van hun studieverlof dat 1 september is ingegaan, een zolderruimte, ergens in het hartje van Amsterdam. Wanneer ze in de late namiddag terugkeren onder de hanenbalken, is hun eerste gang naar de gaskachel, om te zien of ze die aan de praat kunnen krijgen, al is het dan nog maar september. Zodra er vlammetjes oplichten en de warmte zich geleidelijk aan door de ruimte begint te verspreiden, komen ze wat bij van hun enerverende rit. ‘Wacht, nu nog een kop sterke koffie, oude jongen.’ Tjerk kijkt terloops naar het nadenkende gezicht van zijn vriend. Bedrijvig gaat hij in de weer in het afgesloten hoekje van de zolder, dat hun tot keuken dient. Peter scheen zich die scène van vanmiddag behoorlijk te hebben aangetrokken. Stom, om zich over zo’n wildvreemd kind te lopen opwinden. Zelf kan hij er zich niet dik om maken. Tjerks gedachten nemen een grote sprong. Het was op een zonnige voorjaarsdag, enkele jaren geleden. Ze zat tegenover hem in een overvolle trein, het 10


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 11

meisje met die aparte kleur ogen en dat bijzonder lieve gezichtje. Irene! Nadat ze hun verloving verbraken, heeft hij geen enkele toenadering meer gezocht tot de andere sekse. Hij kón haar niet vergeten. En nog, als hij via haar oma, die niet ver van Lienden woont, weer iets over zijn vroegere verloofde hoort, dóet hem dat nog altijd wat. Hij is nu eenmaal zo’n serieuze vent. Té serieus waarschijnlijk voor een meisje. Voorzichtig giet hij kokend water in twee bruin-wit gespikkelde emaillen mokken. Een paar lepels koffie, suiker, melk uit blik, klaar! Resoluut duwt Tjerk een dampende kop onder Peters neus. Peter, die zijn ernstige aard zo heerlijk in evenwicht houdt door zijn onverstoorbare vrolijkheid. Wat hebben ze door de jaren heen veel aan elkaar gehad! Hun hechte vriendschap compenseerde ruimschoots het gemis aan een eigen broer! Peter schrikt op uit zijn onplezierige gedachten. ‘Ha, tof, daar heb ik echt zin in!’ zegt hij hartelijk en scheldt zich voor een egoïst. Tjerk moet immers net als hij over een dood punt heen, na z’n ongetwijfeld moeilijk weekeind thuis! Bovendien zullen de gedachten van zijn vriend nogal eens uitgaan naar zijn vorig studieverlof, toen zijn verloving met dat knappe meisje uit Rotterdam uitraakte… Hè, als hij daar nog aan denkt, beginnen zijn handen weer te jeuken. Hij zou haar alsnog met genoegen een aframmeling willen geven, als hij haar tegenkwam. Zo’n door en door betrouwbare kerel als Tjerk. Om die in te ruilen voor een of andere artiest… enfin, het fijne weet hij er niet van. Tjerk is over dit soort zaken niet erg mededeelzaam. Maar wéét heeft hij er wel van gehad en – misschien – nog altijd… En hij gunt hem zo graag een lieve vrouw… Jammer, dat Tjerk na die affaire Irene zo kopschuw geworden is ten opzichte van het zwakke geslacht! Ineens ziet Peter weer een verhuild gezichtje, met ogen, boordevol van een pijn, die hij niet begrijpt. ‘Zeg,’ brengt hij dan het gesprek eindelijk op het onderwerp dat nog geen ogenblik uit zijn gedachten is geweest sinds vanmiddag. Tjerk legt berustend zijn studieboeken en dictaatcahiers weer neer. Hij was van plan nog een paar electrovraagstukken door te nemen, maar Peter wil blijkbaar een boom opzetten. Waarover, is voor Tjerk geen punt. Peter gaat eindelijk voor de bijl, schiet het door hem heen. Maar waarom ter wereld moet het nu juist dit zenuwpeesje zijn? Legio meisjes hebben sinds hun studietijd om de knappe, geestige Peter heen gezwermd. Niet één wist zijn hart echter blijvend in vuur en vlam te zetten. Tjerk heeft zich vaak afgevraagd, of Peter soms het volmaakte meisje zocht, dat toch niet bestond. ‘Je bent te kritisch,’ heeft hij hem vaak verweten. 11


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 12

‘Ik kan niet kritisch genoeg zijn,’ was Peters commentaar steevast. ‘Bovendien wil ik eerst mijn diploma’s halen. Ik houd er nu eenmaal niet van om me te binden en dan tegen m’n vrouw te zeggen: bonjour, tot over een halfjaar!’ ‘Wacht maar,’ had hij gezegd. ‘Ik dacht er precies zó over. Tot ik Irene ontmoette.’ Ach en dat is nu ook allang weer verleden tijd. Irene is getrouwd met haar kunstenaar en heeft zelfs al een kind, zoals hij onlangs van haar oma hoorde… ‘Zeg,’ herhaalt Peter, ‘wat denk jij van dat meisje, van vanmiddag?’ Er is een gespannen klank in zijn stem. De mening van Tjerk is altijd erg belangrijk voor hem geweest. ‘Hm… ik weet het eigenlijk niet…’ Tjerks grijze ogen volgen een groep duiven, die hoog boven de ongelijke daken een wonderlijke buitelvlucht uitvoeren. ‘Mijn eerste indruk was, dat ze een of andere hysterica moest zijn. Maar,’ voegt hij er bedachtzaam aan toe, ‘ik durf geen oordeel te vellen, zolang ik niet méér van dat kind weet. Trouwens, om precies te zijn: ik weet niet eens hoe de vork in de steel zit. Hoe is dat meisje eigenlijk in jouw auto verzeild geraakt?’ Peter grinnikt als hij eraan denkt, hoe hij haar bijkans de auto heeft ingesléúrd. Hij is nu eenmaal niet van het geduldigste soort en het stomme geweifel van dat kind maakte hem lááiend. Uitgebreid stopt hij zijn pijp en als die naar behoren trekt, vertelt hij Tjerk van zijn kennismaking met de gezusters Bedijn. Aanvankelijk had ze, overrompeld door zijn brute optreden, ineengedoken op de achterbank gezeten. Maar nadat ze Tjerk aan de andere kant van Lienden hadden opgepikt, had ze te kennen gegeven, dat ze eruit wilde. ‘Zet me maar af bij het station, ik wil met de trein!’ Zonder verdere explicatie. Op zijn vraag wat er aan de hand was en waarom dan wel, had ze alleen koppig herhaald: ‘Ik wil eruit. Zet me maar af bij het station.’ Toen Peter daar rustig aan voorbijreed, was ze ineens woedend tegen hem tekeergegaan. Hij ontdekte, dat ze blijkbaar net zo temperamentvol als haar zuster zijn kon. Maar die ontdekking had hem niet gelukkig gemaakt. Als een kleine furie was ze doorgegaan met hem te vertellen hoe ze over hem dacht, waarbij haar stem af en toe oversloeg van nervositeit. Omdat hij zijn volle aandacht nodig had bij het drukke verkeer – het was in de spits – had hij nauwelijks gereageerd en Tjerk had zich wijselijk buiten het conflict gehouden. Eenmaal op de autoweg richting Amersfoort was Peter bij de eerstvolgende parkeerplaats gestopt. 12


Drijven op de wind 21-01-2016 150x230_Citer 21-01-16 12:38 Pagina 13

‘Nu is het uit!’ had hij gesnauwd. ‘Óf je geeft een aannemelijke verklaring, óf je houdt je verder stil. En metéén!’ had hij er dreigend aan toegevoegd. Toen was het à la minute stil geworden. Het meisje was bijna onhoorbaar gaan snikken en Peter had in zijn spiegel gevolgd, hoe ze dat voor hen trachtte te verbergen. Het had hem een vreemd gevoel vanbinnen gegeven, de aanblik van dat in-verdrietige meiske, daar achter hun rug… Hij had zijn driftige aard weer eens verwenst. Stom, om zo’n kind nog verder van streek te maken. Tenslotte waren ze vreemden voor elkaar en dan kon je toch slecht verwachten, dat het kind plompverloren haar hart bij je ging uitstorten. Toen ze eenmaal voorbij Amersfoort waren, was ze in zoverre gekalmeerd, dat ze berustend in haar hoekje zittend, naar buiten ging staren. Tot Amsterdam had ze gezwegen. Ja, het was me het ritje wél geweest. Toen ze in Amsterdam over de Overtoom reden had ze op zijn vraag, waar hij haar af kon zetten, gezegd: ‘Zet me hier maar ergens af. O ja, bedankt,’ had ze nog gepreveld. Of in ieder geval iets wat erop leek. Ze was verdwenen vóór ze er erg in hadden. Alsof ze op de vlucht was! Maar waarvóór? Het is déze vraag, die Peter blijft bezighouden en die hij nu hardop uitspreekt. ‘Hoor eens, Peet,’ beslist Tjerk, na het betoog van zijn vriend te hebben aangehoord. ‘Jij hebt jezelf niets te verwijten. Oké, dat kind was door het een of ander flink over haar toeren, maar daar hebben wij niets mee te maken. Als ik je een goede raad mag geven: laat haar verder met rust. Over een halfjaartje moeten we op voor CI en ik weet niet hoe het jou vergaat, maar ik zal die tijd hard nodig hebben voor m’n studie. Je krijgt dat diploma beslist niet cadeau.’ Peter knikt, maar niet helemaal van harte. ‘Trouwens, er is nóg een punt: ik ken dat meisje ergens van…’ Peter maakte een verraste beweging. ‘Jij ook? Ik heb me hetzelfde verbeeld, vanmiddag. Maar toen ik haar zus zag, die zo veel op haar léék, dacht ik dat ik die misschien eens op de stichting had gezien…’ ‘Tja, dat zóu natuurlijk kunnen. Ik kom daar vanwege mijn pa natuurlijk óók weleens. Hoewel… ik dacht zelf even aan die fuif van vorige week… ach, ik weet het ook niet.’ ‘Van die B-ploeg? Ja, dat is een mogelijkheid! Ze woont tenslotte hier in Amsterdam.’ Nadenkend roert Peter in zijn koffie, die Tjerk heeft klaargemaakt. ‘Enfin, waarschijnlijk horen we nooit meer iets over deze geschiedenis.’ Maar hierin vergist Peter zich schromelijk! 13


INE TEN BROEKE - BRUINS

TRILOGIE Tijdloze thema’s in drie ontroerende romans van Ine ten Broeke-Bruins

TRILOGIE

Deze trilogie bestaat uit drie romans over verschillende leden van de familie Bedijn. Het eerste boek, Als de echo in het dal, gaat over Lineke Bedijn. Zij neemt een baan aan als ziekenverzorgster voor een oude dame die geen makkelijke patiënt blijkt. In het tweede boek, De vlucht van de vuurvogel, groeien Els en Arno Bedijn langzaam uit elkaar. Is hun huwelijk nog te redden? Tot slot Een duif in de rotskloof, waarin de hoofdrol is voor Rosalie Bedijn. Zij offert haar vakantie op om te zorgen voor een weduwnaar en zijn twee kleine kinderen. Een keuze met verstrekkende gevolgen. Ine ten Broeke-Bruins (1938-1995) was een schrijfster van christelijke familieromans met diepgang in herkenbare thema’s. De drie romans in Drijven op de wind zijn uit het leven gegrepen.

Citerreeks

OMSLAG Drijven op de wind 150x230 b.indd All Pages

Drijven op de wind TRILOGIE

www.citerreeks.nl

ISBN 9789401907682 NUR 344

INE TEN BROEKE - BRUINS

Drijven op de wind

Drijven op de wind

21-01-16 10:04


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Drijven op de wind trilogie - Ine ten Broeke-Bruins.9789401907682 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu