Het waargebeurde verhaal van Walter Bartfeld Het begon met een schreeuw. Ik stond vlak bij de hut, op het moment dat de schemering overging in duisternis, en ik stond diep na te denken waar ik paddenstoelen zou gaan plukken. Het was doodstil. Plotseling hoorde ik ‘Heraus! Eruit!’ in Duits en Nederlands. Ik stond een fractie van een seconde als aan de grond genageld en zette het toen op een lopen. Ik zoog net zoveel angst als lucht op, terwijl ik door het bos wegvluchtte. Ik wist niet waar papa en mama waren, maar papa had gezegd dat ik onmiddellijk moest gaan hollen als er onraad was: ‘Doe alles wat je kunt en moet doen om te overleven.’ Duitsland, 1937. De Joodse Walter vlucht met zijn familie naar Nederland om aan de dreiging van de nazi’s te ontkomen. Gelukkig, het gevaar is voorbij! Maar niet voor lang... Walter moet onderduiken als ook in Nederland de oorlog uitbreekt. De familie Bartfeld vlucht van de ene naar de andere plek om te overleven. Met gevaar voor eigen leven helpen verzetsmensen hen om onder te duiken. Is Walter veilig in het Verscholen Dorp?
NUR 212 ISBN 978-90-266-2266-3
9 789026 622663 www.uitgeverijcallenbach.nl
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 3
07-05-18 12:15
P roloog 8
mei
1995
Lieve kleindochter Jenny,
J
e vraagt me al jaren wat ik zoal heb meegemaakt in de Tweede Wereldoorlog. Ik heb maar weinig verteld omdat ik je er nog te jong voor vond om te weten hoe verschrikkelijk de angst en de ellende waren, waar we toen elke dag mee leefden. Ik besef dat je nu volwassen genoeg bent om mijn hele verhaal te horen. Je weet al het een en ander over ons leven in Nederland: eerst in Den Haag, later in Nunspeet. Je weet dat we ondergedoken gezeten hebben en dat we uiteindelijk zijn gered, maar nu zal ik je de details van die jaren vertellen. Ik zal je ook de tekst laten lezen van de brieven die ik aan mijn oma en aan anderen schreef. Dat brieven schrijven was een trucje van mijn moeder om me stil te houden in de tijd dat ik niet naar school kon en in de tijd dat we alleen maar mochten fluisteren. Ik was een kletsmajoor, net als jij. Ik was nieuwsgierig en een vrijdenker. Ik kon me alleen concentreren als ik mijn fantasie gebruikte door te schrijven. Toen oma na de oorlog stierf, heb ik haar spulletjes uitgezocht. In een oud koffertje onder haar bed vond ik al mijn brieven, bij elkaar gebonden in nette stapeltjes. Ze wa-
11
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 11
07-05-18 12:15
ren helemaal versleten van het lezen en herlezen. Ik had ze geschreven op papieren zakjes, kladpapier, oude recepten, bladzijden die uit boeken gescheurd waren en papier waar levensmiddelen in verpakt hadden gezeten. Ik gebruikte alles wat het verzet voor me meenam en schreef kladjes vol, vouwde ze op en gaf ze mee aan het verzet om ze aan oma af te leveren. Ze zagen er onooglijk uit, maar de verhalen brachten ze tot leven. Lieve Jenny, ik geef je een geschenk: mijn verhaal, verteld met behulp van die oude brieven uit mijn jeugd en diep weggestopte herinneringen.
12
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 12
07-05-18 12:15
H oofdstuk 1 Het
vertrek
H
et allereerste wat ik me van die tijd herinner, is dat iemand me heen en weer schudde en mijn naam riep. ‘Walter, wakker worden! Walter!’ Ik deed mijn ogen open en zag het gezicht van mijn moeder vlak bij het mijne. Haar ogen stonden vol tranen en haar handen trilden. ‘Opschieten! Je moet je aankleden. Ik heb kleren klaargelegd op bed. Je moet alles aandoen wat er ligt. Laat je zus je helpen als het niet lukt.’ Toen draaide mijn moeder zich om en ging de kamer uit. Mijn zusje huilde, terwijl ze kleren in haar rugzak propte. Ze zag er dikker uit dan gisteren. Ze had een lange rok aan met een korte eroverheen. Onder de mouwen van haar witte trui staken blauwe manchetten uit en ze droeg twee paar kousen: een blauw en een rood paar. Op het voeteneind van mijn bed lag mijn rugzak, die helemaal uitpuilde van alles wat erin zat. Daarnaast lag een stapel kleren: twee shirts, twee truien, twee broeken, twee onderbroeken en twee paar sokken. Helemaal in de war begon ik twee laagjes kleren aan te trekken. ‘Hannah, wat is er aan de hand? Waarom huil je? Waarom huilt mama? Waarom zijn we aan het inpakken? Waarom moet ik al die kleren aan?’
13
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 13
07-05-18 12:15
‘We moeten weg uit Zwickau en we gaan naar Nederland. We moeten vroeg met de trein mee.’ Haar stem klonk gesmoord door de tranen. ‘Schiet op, kleed je aan.’ Ze stond met haar rug naar me toe, maar ik zag haar schouders schokken en ze snoot haar neus in haar mouw. Oh, dacht ik, met de trein, wat spannend! Ik had alleen maar het lawaai van treinen gehoord, als ze ons station binnenreden. En ik had wel eens plaatjes van treinen gezien. Nu zou ik echt op reis gaan in een glanzende, zwarte trein die zou piepen, knarsen en ratelen. Ik was nog maar vijfenhalf jaar. Hannah was vier jaar ouder dan ik en daarom hielp ze me de knoopjes dicht te doen en de ene broek over de andere aan te trekken. Ze moest ook de veters van mijn schoenen strikken omdat ik me met al die kleren aan nauwelijks kon bukken. Ik had het ook veel te warm. Hannah gaf me mijn rugzak aan en zei dat ze hem had ingepakt toen ik nog sliep. ‘Heb je Affe ingepakt?’ Toen ik nog een baby was had oma van een ouwe sok een speelgoedaap voor me gemaakt en daar zocht ik altijd troost bij. Affe (de Duitse naam voor ‘aap’) lag ’s nachts altijd bij me onder de dekens, maar nu was hij verdwenen. Die aap was mijn lievelingsknuffel die ik overal mee naartoe nam, vooral als mijn oma en moeder in de keuken aan het bakken waren. De geur van gist en kaneel zat inmiddels in het vulsel van de aap en die herinnering aan thuis wilde ik meenemen. ‘Ja, die zit hierin,’ zei Hannah. ‘Kijk maar.’ Ze deed mijn rugzak open en ik zag dat Affe met zijn benen in zijn nek en zijn armen gevouwen in een hoekje gedrukt zat. ‘We moeten gaan.’ De keuken was smetteloos schoon, alsof er nooit mensen in dit huis hadden gewoond. We bleven allemaal even
14
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 14
07-05-18 12:15
staan voor een laatste blik. Ik herinner me papa’s gefronste voorhoofd en mama’s rode haarlint dat boven de kraag van haar jas uitstak. Oma’s grijze haar piekte uit haar gebreide muts en ze keek verdwaasd uit haar roodomrande ogen. Haar mond was een smalle streep en ze perste haar lippen zo hard op elkaar dat ze bijna niet meer te zien waren. Ze knikte afwezig, alsof iemand aan de binnenkant van haar hoofd aan het praten was. Oma had het grootste deel van haar leven in dit huis gewoond. Toen we daar zo stonden had ik nog geen idee van de impact van dit vertrekmoment, omdat mijn ouders me daarvoor beschermden. Ik kwam pas drie jaar later achter de waarheid. Toen we weggingen leek alles een groot avontuur, hoewel iedereen verdrietig was. Waarom wist ik niet en daarom deed ik als een braaf jongetje precies wat er gezegd werd. Mama gaf me een snee brood met kaas en hielp me met mijn jas. We stapten over de drempel en verlieten het huis in Zwickau, Duitsland, waar ik sinds mijn geboorte had gewoond. Papa en mama droegen allebei een koffer die met leren riemen was dichtgebonden. Ze waren duidelijk heel zwaar en ze helden daardoor allebei een beetje over naar een kant. Ik hield mama’s andere hand vast. Die was warm en zacht. Papa hielp oma met haar schoudertas, die voor haar net niet te groot was om te dragen. Mama, Hannah en ik hadden een rugzak om. Ik voelde me net een wiebelige Humpty Dumpty. De zon was nog niet op. We liepen door een doodstille straat; er was geen vogel te horen, nergens was er een lichtje in de huizen. Onze voetstappen klonken zwaar op de keistenen en mijn ouders hijgden door het gewicht van de koffers. Toen we bij het station aankwamen, stokte de adem me
15
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 15
07-05-18 12:15
in de keel. Vlak voor ons stond een glimmende, zwarte locomotief. Er kwam stoom van het dak en de wielen maakten een snerpend geluid. Mijn vader hielp mama, oma en Hannah met instappen. Een man in een uniform tilde mij op en zette me binnen. Het leek alsof hij mijn vader kende, want hij legde een hand op zijn schouder en zei: ‘Succes.’ We gingen in vier dubbelstoelen zitten die twee aan twee tegenover elkaar stonden. Niemand zei iets. Er zaten mensen in hun stoel te slapen met dekens en jassen om zich heen geslagen. Ik veegde de damp van het raampje en keek naar buiten. Ik zag alleen duisternis. Toen de trein zich in beweging zette, hoorde ik het geklikklak van de wielen steeds harder gaan. Heel in de verte klonk de stoomfluit en de wagon slingerde van links naar rechts. Ik deed mijn jas en een van mijn twee truien uit. Mama haalde wat eten uit haar rugzak. We spreidden een kleed uit op de zitplaats tussen Hannah en mij en mama legde brood, kaas en schijfjes appel neer. Na het eten werd ik in slaap gewiegd door de ritmische bewegingen van de trein. Plotseling werd ik opnieuw door elkaar geschud. ‘Doe je trui en je jas aan,’ zei mama. ‘In Leipzig moeten we overstappen. We moeten bij elkaar blijven en elkaars hand vasthouden,’ zei papa. Ik had nog nooit van Leipzig gehoord, maar ik had geen tijd om na te denken wat voor opwindende dingen er daar op het station zouden kunnen gaan gebeuren. We hadden haast. Je moet bovendien niet vergeten, Jenny, dat ik echt tonnetjerond was met al die kleren aan. Het voelde bijna alsof ik door mijn moeder over de perrons werd gesleept en mijn voeten ons niet konden bijhouden. We stapten uit de trein, gingen een paar trappen op en liepen toen weer verder over een ander perron. Ten slotte
16
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 16
07-05-18 12:15
vonden we een bank, waar we gingen zitten wachten. Ik wilde een heleboel vragen afvuren, maar papa waarschuwde mij met zijn ogen dat niet te doen. Ik zag diepe rimpels in zijn voorhoofd en hij kneep zijn lippen stijf op elkaar. Het zweet parelde op zijn voorhoofd. Ik hield mijn mond en dacht dat iemand me nu wel zou vertellen wat er aan de hand was, maar niemand zei iets. De trein die binnenliep zag er net zo uit als de eerste. Er waren weer stoelen die met het gezicht naar elkaar stonden, maar nu waren de mensen om ons heen wakker. Ze praatten en dronken uit thermoskannen. Er was een mengeling van geuren in de wagon – van koffie tot koek en kaas – en er klonken allerlei stemmen, jong en oud. Oma zei dat ik, nu de zon op was, uit het raam moest kijken of ik wilde dieren zag. Hannah las in een boek. Mama was aan het breien en papa keek in de kranten die op de stoel waren achtergelaten. Ik staarde uit het raam en dacht aan het leven dat ik zojuist achter me had gelaten. De herinneringen buitelden over elkaar heen. Speelgoed, boeken, rubberlaarzen waarmee ik door de plassen banjerde, stenen die ik wegkeilde, takken om stenen mee om te draaien, ovengeuren uit onze keuken, mensen op de markt waar mama en ik naartoe gingen om boodschappen te doen, mijn beste vriend de speelgoedaap, de zoete geur van de kersenboom in onze achtertuin, herinneringen aan mijn opa en zijn trui die altijd naar tabak en zweet rook als hij me knuffelde. Ik probeerde zijn gezicht voor me te zien, maar hij was al heel lang dood. Ik viel steeds in slaap en schrok dan weer wakker. Voor mijn gevoel duurde dat wel een hele dag lang. Plotseling riep papa uit: ‘We zijn in Nederland!’ en de rimpels in zijn voorhoofd verdwenen. Hij lachte breed. Mama’s gezicht vertrok en werd rood. Oma schrok wakker.
17
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 17
07-05-18 12:15
Hannah keek bokkig op en verdiepte zich toen weer in haar boek. Hoewel ik toen nog heel klein was, had ik allang door dat ze woest was op papa en mama omdat ze niet bij haar vriendinnetjes weg wilde. Ze had geen woord tegen hen gezegd sinds de reis begonnen was. Toen we uitgestapt waren, stond ik midden tussen de koffers en rugzakken op een perron en hoorde ik een taal die ik niet kon verstaan. Mama pakte mijn hand en we begonnen te lopen. Ik kreeg jaspanden in mijn gezicht en er liepen heel veel benen langs me heen. Het was een jungle van mensen om me heen. Het was die dag 29 april 1937. Ik was bijna zes jaar en stond op het punt aan een nieuwe jeugd te beginnen.
Na hun ontsnapping uit Duitsland hadden Walter en Hannah er geen idee van dat de zorgeloze jaren in Nederland voorbij zouden zijn na de inval van de nazi’s in 1940. Kort nadat deze foto genomen werd, moesten ze onderduiken om te overleven.
18
De_jongen_in_de_schaduw_WEES_druk1_binnenwerk_proef3.indd 18
07-05-18 12:15
Het waargebeurde verhaal van Walter Bartfeld Het begon met een schreeuw. Ik stond vlak bij de hut, op het moment dat de schemering overging in duisternis, en ik stond diep na te denken waar ik paddenstoelen zou gaan plukken. Het was doodstil. Plotseling hoorde ik ‘Heraus! Eruit!’ in Duits en Nederlands. Ik stond een fractie van een seconde als aan de grond genageld en zette het toen op een lopen. Ik zoog net zoveel angst als lucht op, terwijl ik door het bos wegvluchtte. Ik wist niet waar papa en mama waren, maar papa had gezegd dat ik onmiddellijk moest gaan hollen als er onraad was: ‘Doe alles wat je kunt en moet doen om te overleven.’ Duitsland, 1937. De Joodse Walter vlucht met zijn familie naar Nederland om aan de dreiging van de nazi’s te ontkomen. Gelukkig, het gevaar is voorbij! Maar niet voor lang... Walter moet onderduiken als ook in Nederland de oorlog uitbreekt. De familie Bartfeld vlucht van de ene naar de andere plek om te overleven. Met gevaar voor eigen leven helpen verzetsmensen hen om onder te duiken. Is Walter veilig in het Verscholen Dorp?
NUR 212 ISBN 978-90-266-2266-3
9 789026 622663 www.uitgeverijcallenbach.nl