1
Zelfs vroeg in de lente is het nog vrij donker op Mure. Het kon Flora niet schelen; ze hield ervan ’s morgens samen wakker te worden, dicht tegen elkaar aan, in het pikkedonker. Joël sliep heel licht (Flora wist niet dat hij voordat hij haar ontmoette nauwelijks een oog dichtdeed) en was meestal al wakker als zij haar ogen uitwreef, zijn gewoonlijk afstandelijke, behoedzame gezicht verzacht omdat hij naar haar keek, en dan glimlachte ze naar hem, elke keer weer verrast, overrompeld en bang door de diepte van haar gevoelens; hoe ze leefde op het ritme van zijn hartslag. Ze hield zelfs van de koudste ochtenden, waarop ze zich moest vermannen om uit bed te komen en aan de dag te beginnen. Dat was heel iets anders dan een uur lang in een overvolle trein te moeten reizen voordat je op je werk was, met miljoenen andere forenzen in een wagon opgepropt staan, die tegen je aan duwden, bacteriën verspreidden en het leven veel oncomfortabeler maakten dan het hoorde te zijn. In plaats daarvan pookte ze nu de vochtige turf op in de houtkachel van het prachtige gastenverblijf waarin Joël woonde nu hij een baan als jurist had aangenomen bij Colton Rogers, de miljardair die het halve eiland bezat. Ze blies de vlammen nieuw leven in en de ruimte werd meteen nog gezelliger dan ze al was door het flakkerende licht van het haardvuur dat 19
schaduwen wierp op de witgekalkte wanden. Het enige wat Joël per se had willen hebben was het superdure, supermoderne espressoapparaat waarmee hij nu in de weer was terwijl hij tegelijkertijd inlogde op zijn werkcomputer en zoals elke dag een opmerking maakte over de vele en talloze mankementen van de internetverbinding op het eiland. Flora trok dan meestal een oude trui aan, waarna ze met een mok koffie naar het raam liep om boven op de ouderwetse oliegestookte radiator te gaan zitten – het soort radiator dat ze kende van vroeger op school en waarvoor Colton nu een fortuin had betaald. Dan tuurde ze uit over de donkere zee; soms voorspelden de witte schuimkoppen op de golven een stormachtige dag en andere keren was het ongewoon helder, waardoor ze, zelfs ’s ochtends vroeg, de koude schittering van de sterren boven haar kon zien – op Mure was geen luchtvervuiling – die groter leken dan Flora zich herinnerde uit haar jeugd. Joël zette de douche aan en met haar handen om haar hete mok gevouwen riep ze: ‘Waar ga je vandaag naartoe?’ Joël stak zijn hoofd om de deur van de badkamer. ‘Hartford, om te beginnen,’ zei hij. ‘Via Reykjavik.’ ‘Kan ik mee?’ Joël keek haar ontstemd aan. Werk was niet iets waar je grappen over maakte. ‘Kom op. Dan doen we het in het vliegtuig.’ ‘Ik denk niet...’ Colton had een vliegtuig dat hij gebruikte om van en naar Mure te reizen en Flora kon het niet uitstaan dat dat alleen bedrijfsmatig werd gebruikt en zij er nog nooit een voet in had mogen zetten. Een privévliegtuig! Dat was toch onvoorstelbaar! Maar Joël was niet ontvankelijk voor plagerijtjes over zijn werk. Hij was sowieso weinig ontvankelijk voor plagerijtjes – waar 20
Flora zich soms wat ongerust over maakte. ‘Ik wed dat er echt helemaal niets is wat de stewardessen nog nooit hebben meegemaakt,’ zei Flora. Dat was ongetwijfeld zo, maar Joël scrolde al door The Wall Street Journal en luisterde niet echt. ‘Vrijdag over twee weken ben ik weer terug. Colton consolideert letterlijk... eh...’ Flora wenste dat hij meer over zijn werk kon praten, zoals vroeger toen zij nog in de juridische wereld werkte. Het was niet alleen een kwestie van beroepsgeheim; Joël was überhaupt weinig mededeelzaam. Flora trok een pruillip. ‘Dan mis je de Argylls.’ ‘De wat?’ ‘De Argylls. Dat is een band. Ze zijn op tournee en komen naar de Harbour’s Rest. Echt fantastisch zijn ze.’ Joël haalde zijn schouders op. ‘Ik hou niet echt van muziek.’ Flora liep naar hem toe. Op Mure was muziek onontbeerlijk. Voordat er veerboten en vliegtuigen bestonden waren ze op het kleine eiland op elkaar aangewezen voor hun amusement en iedereen zong en danste vol enthousiasme met alles mee, getalenteerd of niet. Flora kon goed dansen en bespeelde de bodhrán – als er geen betere musici voorhanden waren – vrij acceptabel. Haar broer Innes was een verdienstelijk vioolspeler, beter dan hij liet blijken. De enige van het gezin die geen instrument bespeelde was Hamish, haar breedgeschouderde, kolossale broer; hun moeder had hem vroeger alleen een paar lepels gegeven en hem daarmee laten aanrommelen. Ze sloeg haar armen om Joël heen. ‘Hoe kun je nou niet van muziek houden!’ Joël knipperde met zijn ogen en staarde over haar schouder. Het was eigenlijk belachelijk, iets kleins ontstaan in de eindeloze mallemolen van zijn moeilijke jeugd, toen elke nieuwe 21
school een nieuwe kans was om het verkeerd te doen; de foute kleren aan te hebben, van de verkeerde muziekband te houden. De angst om het fout te doen. Zijn onmacht om de regels te leren, of zo leek het. De enorme keuze aan muziekgroepen die anderen ‘cool’ vonden maakte het onmogelijk om het goed te doen. Het was gemakkelijker geweest om niets te vinden, nergens een mening over te hebben. En dus had hij nooit echt vrede gesloten met muziek en ook nooit durven ontdekken waar hij van hield, zonder een oudere broer of zus om hem op weg te helpen. Datzelfde gold voor kleding. Hij droeg slechts twee kleuren: blauw en grijs. Altijd onberispelijk, altijd van topkwaliteit, niet omdat hij smaak had, maar omdat het het eenvoudigste leek. Hij hoefde er nooit over na te denken, hoewel hij naderhand met genoeg modellen had gedatet om veel meer over kleding te weten te komen – wat dat betrof hadden ze zeker hun nut gehad. Hij wierp een korte blik op Flora. Ze stond voor het raam en ging haast op in de omgeving, soms was ze er bijna niet van te onderscheiden met haar haar dat als zeewier over de bleke witte duinen van haar schouders lag; haar tranen als opspattend zeewater in een storm; haar mond als een perfect gevormde schelp. Ze was mooi, maar niet ‘modelmooi’ – eerder het tegenovergestelde. Ze was aards, net zo stevig als de grond onder haar voeten; een eiland, een dorp, een thuis. Zijn thuis. Hij raakte haar zachtjes even aan, bijna bang om te geloven dat ze de zijne was. Flora kende die manier van aanraken van hem en het gaf haar een onrustig gevoel; de manier waarop hij soms naar haar keek, alsof ze iets fragiels was, iets zeldzaams. Dat was ze geen van twee. Ze was gewoon een normale meid, met 22
dezelfde zorgen en fouten als ieder ander. En uiteindelijk zou hij dat moeten beseffen. Maar dan? Wat zou er dan gebeuren? Het boezemde haar angst in. Wat als hij besefte dat ze geen selkie was; dat ze geen betoverende zeemeermin was, geen magisch wezen dat werkelijkheid was geworden en zijn hele leven goed kon maken. Ze vreesde het moment waarop hij zou begrijpen dat ze gewoon een normaal iemand was die zich druk maakte om haar gewicht en het heerlijk vond er op zondag superslonzig uit te zien... Wat zou er gebeuren als ze begonnen te ruziën over zoiets triviaals als afwasmiddel? Ze drukte een kus op zijn hand. ‘Hou op met naar me kijken alsof ik een waternimf ben.’ Hij grinnikte. ‘Nou, dat ben je nu eenmaal voor me.’ ‘Hoe laat gaat je... O nee...’ Ze vergat altijd dat Coltons vliegtuig vertrok op de tijd die hún schikte en dat ze niet afhankelijk waren van de dienstregeling van een vliegmaatschappij. Joël wierp een blik op zijn horloge. ‘Nu. Colton heeft haast, het lijkt wel of hij peper in z’n kont heeft, alles moet zo snel mogelijk gebeuren tegenwoordig... Ik bedoel... We hebben een vol programma.’ ‘Wil je geen ontbijt?’ Joël schudde zijn hoofd. ‘Gek genoeg serveren ze broodjes van Annie’s Café aan boord.’ Flora glimlachte. ‘Nou, nou, wat een luxe!’ Ze kuste hem. ‘Kom snel terug!’ ‘Hoezo? Moet je ergens heen dan?’ ‘Nee... Ik ga nergens heen.’ Ze trok hem naar zich toe. ‘Helemaal nergens heen.’ Ze keek hem na terwijl hij, zonder ook maar één blik achterom, vertrok. Met een zucht bedacht ze dat ze vreemd genoeg alleen tijdens de seks zeker wist, honderd procent zeker, dat hij er helemaal bij was. Bij haar. Dat ze samen waren. Dan 23
was hij er helemaal. Compleet, met haar, elke ademhaling, elke beweging. Hun seks samen was iets bijzonders, zoals ze nooit eerder had gekend. Ze had egoïstische minnaars gehad en minnaars die wel eens zouden laten zien hoe goed ze waren, incompetente minnaars en minnaars die verpest waren door te veel porno. Seks met Joël was zo intens, bijna radeloos – alsof hij het liefst helemaal onder haar huid kroop. Op die momenten voelde ze zich diep verbonden met hem; alsof ze elkaar door en door kenden. Ze zat er constant over te dagdromen. Maar de rest van de tijd was het voor haar nog een even groot raadsel wat zich in zijn hoofd afspeelde als toen ze elkaar voor het eerst ontmoetten. En daarbij was hij er bijna nooit... En nu, een maand later, was het wat minder donker, maar was Joël nog steeds niet terug; hij had het druk en werd door Colton overladen met opdrachten. Flora woonde weer op de boerderij en moest die dag ook op reis, maar helaas niet naar een interessante bestemming. Flora werd altijd nogal prikkelbaar als ze op de boerderij woonde en als volwassene weer sliep in haar kleine kamertje – in het eenpersoonsbed uit haar jeugd, met aan de muur haar stoffige oude Highland-danstrofeeën. En het ergerde haar ook dat ze, hoe vroeg ze ook opstond – en dat was gewoon walgelijk vroeg –, altijd later was dan haar broers en haar vader, die dan al minstens een uur aan het melken waren. Behalve Fintan. Fintan, haar jongste broer, was de fijnproever van de familie en geniaal; hij was meestal bezig met bijzondere kazen maken en boter karnen voor Annie’s Café, en binnenkort ook, hoopten ze, voor ‘The Rock’, Coltons nieuwe hotel. Maar de andere twee; de sterke, niet zo slimme Hamish 24
en Innes, haar oudste broer, waren altijd al op, of het nu licht of donker was, regende of lekker weer was, en hoe ze ook haar best deed het haar vader, Eck, rustiger aan te laten doen, hij was altijd ook al van de partij. Toen ze nog als juridisch medewerker in Londen zat maakten haar broers altijd grappen dat ze een luie trut was, maar nu ze in haar eentje een eigen zaak runde hier op Mure had ze gedacht dat ze hun mening wel zouden herzien, maar nee: ze beschouwden haar nog steeds als een watje omdat ze ‘pas’ rond vijf uur ’s morgens opstond. Het liefst ging ze verhuizen; in het dorp stonden een paar appartementjes te huur. Maar Annie’s Café bracht nog niet genoeg op om zich zoiets extravagants te kunnen veroorloven. En daar zou weinig aan veranderen zolang The Rock nog niet open was. Ze hadden zulke fantastische producten hier op Mure – verse biologische boter gekarnd in hun eigen melkveehouderij, de meest verbijsterende kazen, gemaakt door Fintan, de beste vis uit het kristalheldere water dat het eiland omringde, het lekkerste gras op de wereld, dat de koeien vetmestte. Maar het bracht allemaal niet genoeg op. Ze rekende meteen in haar hoofd uit hoe laat het in New York was, waar Joël, haar vriend – idioot klonk dat, vond ze, ‘mijn vriend’ – aan het werk was. In Londen was hij haar baas geweest en hij had haar naar Mure gestuurd om allerlei juridische zaken voor te bereiden voor een nieuwe klant: Colton Rogers. Maar hij was niet alleen haar baas; ze was jarenlang hopeloos verliefd op hem geweest, vanaf de eerste keer dat ze hem zag, hoewel hij alleen maar met modellen was uitgegaan en haar niet eens zag staan. Ze had nooit gedacht dat dat ooit zou veranderen. Maar toen hij de zomer daarvoor naar Mure was gekomen en ze hadden samengewerkt, was hij uiteindelijk genoeg ontdooid om haar 25
op te merken (en meer) en zelfs op Mure blijven wonen (met haar) en voor Colton Rogers gaan werken. Hoewel het niet precies zo was uitgepakt... Colton liet hem in een van de gastenverblijven bij The Rock wonen, een prachtig gerestaureerde jachthut, terwijl in het hotel alle voorbereidingen werden getroffen om officieel open te gaan voor gasten – wat helaas erg veel tijd bleek te kosten en langer duurde dan ze hadden verwacht. Colton was intussen de hele wereld over gereisd om zijn miljoenenbedrijven te bezoeken – waar Joël blijkbaar doorlopend bij aanwezig moest zijn. Ze had hem de hele winter nauwelijks gezien. Op dit moment zat hij in New York. Dingen als zich settelen en een huis inrichten, of rustig gaan zitten om ergens over te praten, leek hij niet belangrijk te vinden. Flora had wel geweten dat hij een workaholic was – in theorie; ze had tenslotte jaren in zijn bedrijf gewerkt – maar zich niet gerealiseerd wat het betekende voor hun relatie. Zij leek het te moeten doen met de kruimels tijd die hij overhad. En dat waren er weinig. Hij had niet eens een berichtje gestuurd om te laten weten dat hij aan haar dacht. En ze ging vandaag naar Londen om haar ontslagpapieren formeel te ondertekenen. Flora was er niet zeker van geweest of ze Annie’s Café, het bedrijf dat ze in de zomer was begonnen, in de winter wel open kon houden, als de toeristen vertrokken waren en de nachten zo lang duurden dat het nooit licht werd, niet helemaal, waardoor de verleiding groot was om de hele dag in bed te blijven met de dekens over haar hoofd. Maar tot haar verrassing was het elke dag druk: moeders met baby’s, oude mensen die een scone kwamen eten om bij te kletsen; de breigroep die de bestellingen die Fair Isle niet aankon op zich nam en tot dan toe in elkaars keukens sa26
menkwam was zelfs naar Annie’s Café verkast, en Flora raakte nooit uitgekeken op de verbluffende snelheid en gratie van hun oude, gekromde vingers die prachtige patronen maakten in allerlei soorten wol. Het liep zo goed dat ze besefte dat dit het was: haar werk, haar bestaan, hier hoorde ze thuis. De advocatenfirma in Londen had haar tijdelijke afwezigheid goedgekeurd, een paar maanden retraite, maar die periode was nu voorbij en vandaag ging ze officieel ontslag nemen. Flora had de reis naar Londen steeds uitgesteld in de hoop dat ze samen met Joël zou kunnen gaan, Joël moest immers zijn ontslagpapieren ook gaan ondertekenen, maar dat leek er niet in te zitten. Dus hielp ze een van de jonge meisjes die bij haar werkten, Isla, met de voorbereidingen voor de dag. Voor het openging hadden ze de gevel van het café met vereende krachten dezelfde bleekroze kleur gegeven als het had gehad voordat alles was afgebladderd. Het paste nu mooi bij het zwart-witte Harbour’s Rest-hotel, het lichte blauw van de sportwinkel met klim- en wandelbenodigdheden en de crèmekleurige toeristenwinkels bij de haven, die dikke wollen truien en souvenirs als schelpen en uit steen gehakte beeldjes verkochten, Schotse ruitstoffen (natuurlijk), afbeeldingen van Schotse Highland-koeien en de typisch Schotse toffee-tablet. De meeste waren ’s winters dicht. De wind raasde vanaf zee en smeet handenvol water en regen in haar gezicht, maar Flora holde opgewekt vanaf de boerderij de heuvel af, ze vond het heerlijk om zo’n kort eindje van haar werk te wonen. Het was dan wel ijskoud – hoewel ze een enorm donzen jack aanhad dat haar letterlijk isoleerde van alles en iedereen om haar heen – maar ze zou dit voor geen goud meer inruilen voor een veel te warme, veel te volle metrowagon, de enorme stroom mensen waarin je als vanzelf de trappen op werd gestuwd, eerst heet, dan koud, en dan 27
weer heet enzovoort, het zich door steeds drukker wordende menigtes te moeten persen, getuige zijn van ruzies en geschreeuw bij aanrijdinkjes, claxons die aan één stuk door toeterden, fietskoeriers die taxichauffeurs uitscholden, auto’s die langsscheurden en windvlagen die sigarettenpeuken en fastfoodverpakkingen door de straten met zich meevoerden... Nee, dacht Flora, zelfs niet op ochtenden als deze. Ze konden hun forenzengedoe houden, ze miste het geen seconde. De ramen van Annie’s Café waren al goud verlicht. De grote ruimte was eenvoudig maar gezellig ingericht met niet bij elkaar passende tweedehandstafeltjes. De toonbank, op dit moment nog leeg, zou al snel vol staan met scones, cakes, quiches, huisgemaakte salades en soepen. Iona en Isla waren achter bezig, Mrs. Laird kwam elke dag vierentwintig broden brengen, die meestal vrij snel op waren, en het koffieapparaat was de hele dag in gebruik. Flora kon eigenlijk nog steeds niet echt geloven dat het café er wás en dat het van háár was. Op de een of andere manier had ze door haar terugkeer naar het eiland van haar jeugd én de vondst van het receptenschrift van haar overleden moeder deze keuze gemaakt, en het was een gelukkige keuze gebleken. Eerst had het een enorme, nogal idiote onderneming geleken, maar achteraf gezien voelde het volkomen logisch, alsof ze hiervoor was gemaakt en het zo had moeten zijn. Dit was haar thuis, tussen alle mensen die ze al kende vanaf haar geboorte – ouder nu, maar met dezelfde gezichten, generaties lang –, ze hoorden net zo bij haar wereld als vroeger; en de dingen die ertoe deden voor haar – Joël, Annie’s Café, de weersverwachting, de boerderij, hoe vers alle etenswaren waren – waren belangrijker dan Brexit, de opwarming van de aarde en het lot van de wereld. Ze was niet in retraite. Ze was herboren. 28
Dus Flora was in een uitzonderlijk goed humeur toen ze de boter van de MacKenzieboerderij (hun boerderij) uit de koelkast haalde – romig en gezouten en heerlijk op wat dan ook – en het op Mure gemaakte aardewerk schoon en in keurige rijen zag klaarstaan. In een klein huisje achter de boerderijen woonde de Engelse Geoffrey, die het maakte en afbakte in een oven. Dik aardewerk, in eenvoudige aardekleuren – zand, grijs en gebroken wit – met een dunne, iets toelopende bovenkant en een dikke bodem; perfect om dranken in warm te houden. Ze hadden zelfs een bordje moeten ophangen waarop stond dat het te koop was, omdat de gasten het servies bleven jatten. De verkoop ervan was een aardige bijverdienste voor het café en natuurlijk ook een onverwacht extraatje voor Geoffrey. Zodra ze het bordje met GESLOTEN op de deur omdraaide naar OPEN, trok de bewolkte hemel open en leek het of ze een paar zonnestralen zouden krijgen tussen de stevige stormwinden door en dat maakte haar humeur nog beter. Joël was weg en dat was niet leuk, maar aan de andere kant zou ze, als ze die stomme reis naar Londen achter de rug had, Lorna misschien kunnen overhalen om een fles prosecco met haar te delen en TOWIE te kijken. Ze verdiende niet veel, maar een halve fles prosecco kon er wel af. Het waren tenslotte de kleine dingen die het deden in het leven. Op de radio werd een van haar lievelingsnummers gespeeld en Flora voelde zich helemaal content, zo content als een mens kan zijn midden in februari, toen ze zag dat er iemand voor de deur stond. Snel liep ze erheen om de eerste klant van die dag te verwelkomen, maar ze deed meteen weer een stap naar achteren vanwege de ijzige tochtvlaag die binnenkwam. Haar goede humeur zakte in toen ze zag wie er vanuit het donker, knipperend met haar ogen tegen het licht, binnenstapte. Jan! Toen Flora pas terug was op Mure had ze Charlie ontmoet 29
(Teàrlach in het Gaelisch), een aardige man – nee, een superaardige man. Hij had een bedrijfje, Outward Adventures, en organiseerde actieve vakanties in de vrije natuur op Mure. Soms – om geld te verdienen – voor zakenmannen, juristen en bedrijven of organisaties; soms, onbetaald, voor minderbedeelde kinderen van het vasteland. Charlie was erg gecharmeerd van haar – hij en Jan, zijn vriendin, met wie hij samenwerkte, waren destijds uit elkaar – en ze had een beetje met hem geflirt omdat zij toen dacht dat het toch nooit iets zou worden met Joël. Of eigenlijk had ze meer dan een beetje met hem geflirt, moest ze toegeven. Ze schaamde zich altijd als ze eraan terugdacht: hoe snel ze van de een (Charlie) op de ander (Joël) was overgeschakeld. Maar Charlie was, zoals gezegd, een aardige vent en had er begrip voor. Jan had echter geconcludeerd dat Flora een waardeloze slet was en Charlie had verleid en dat het dus allemaal haar schuld was. Ze had Flora nooit vergeven en boorde haar bij elke gelegenheid publiekelijk en luidruchtig de grond in. Normaliter zou Flora daar niet echt van wakker liggen, maar op een eilandje zo klein als Mure was het lastig om iemand te ontwijken en als je diegene dan zelfs regelmatig tegenkwam, werd het allemaal nogal irritant. Jan – lang, praktisch kortgeknipt haar, vastberaden vierkante kin en de onwrikbare overtuiging dat ze de wereld redde en dat de rest van de mensheid een stelletje waardeloze nietsnutten was – kwam vandaag echter binnen met een zeldzame glimlach op haar gezicht. ‘Goedemorgen!’ zei ze opgewekt. Flora wierp een korte blik op Isla en Iona, die net zo verbaasd over Jans vrolijkheid waren als zij. Ze haalden allebei hun schouders op. ‘Eh... Hoi, Jan,’ zei Flora. Normaliter negeerde Jan haar volkomen en bestelde ze bij de meisjes en praatte dan de hele tijd 30
op luide toon alsof Flora niet bestond. Flora zou haar het liefst de toegang hebben geweigerd, maar ze was niet zo’n streng type en had absoluut geen idee hoe ze zoiets moest aanpakken. En trouwens, iemand die voor Outdoor Adventures werkte de toegang ontzeggen terwijl ze Charlie tegelijkertijd voorzag van producten uit het café die de uiterste houdbaarheidsdatum naderden om uit te delen onder de kinderen was natuurlijk ook niet echt logisch. ‘Hallo!’ Jan zwaaide opzichtig met haar linkerhand. Flora dacht dat ze zwaaide naar iemand aan de overkant van de straat, maar gelukkig begreep Isla, die blijkbaar beter thuis was in dat soort dingen, de hint wél. ‘Jan! Is dat een verlovingsring?’ Jan bloosde en probeerde verlegen te kijken – wat niet erg goed lukte – en liet zogenaamd schuchter haar hand zien. ‘Dus Charlie en jij gaan trouwen?’ vroeg Isla. ‘Wat geweldig!’ ‘Gefeliciteerd!’ zei Flora meteen, oprecht gemeend. Ze had een rotgevoel gehad over Charlie; dat hij nu blijkbaar zo gelukkig was met Jan dat hij haar had gevraagd was een opluchting. ‘Dat is fantastisch nieuws! Gefeliciteerd. Echt!’ Jan leek een beetje van haar stuk gebracht, alsof ze stiekem had gehoopt dat Flora zich jammerend op de grond zou werpen en wanhopig haar haren uit haar hoofd zou rukken. ‘En, waar gaat het gebeuren?’ vroeg Iona. ‘In The Rock natuurlijk.’ ‘Als het klaar is daar,’ zei Flora. Waarom Colton daar zo lang over moest doen was haar een raadsel. Jan trok haar wenkbrauwen op. ‘O, ik weet zeker dat sommige mensen hier weten hoe ze dingen goed moeten aanpakken... Heb je rozijnenbroodjes?’ Tot haar ergernis moest Flora toegeven dat ze die niet had. ‘Nou, het is geweldig nieuws,’ zei ze nog een keer. Ze wilde 31
over op een ander onderwerp voor het geval Jan dacht dat ze hoopte op een uitnodiging. Wat absoluut niet zo was. Er waren een hoop mensen die Charlie en haar vorige zomer samen hadden gezien en Jans uitbarsting hadden meegemaakt nadat ze hen in elkaars armen had aangetroffen. Flora zat absoluut niet te wachten op nieuwe roddels, zeker niet nu alle consternatie eindelijk was weggeëbd. Dus vroeg ze zakelijk: ‘Anders nog iets?’ ‘Vier punten van die quiche,’ wees ze. ‘En... Hoewel je natuurlijk te veel suiker gebruikt en veel te veel weggooit...’ Blijkbaar had Jans geluk niets gedaan voor haar doorlopende negativiteit, dacht Flora. ‘Sorry? Wat zei je?’ ‘Nou,’ zei Jan weer, nu met een gemaakt glimlachje op haar lippen, ‘we dachten dat jij de catering voor de bruiloft wel zou willen doen.’ Flora knipperde met haar ogen. Ze wilde niets liever dan gaan cateren. Op The Rock gebeurde voorlopig nog niets en ze moest echt meer omzet maken. Dan kon ze de meiden ook wat meer betalen. Maar ze had liever niet dat iedereen die op de bruiloft was met argusogen zat te kijken hoe zij het vond dat Charlie met een ander trouwde. Maar ach... Wat kon het schelen? En ze kon het geld heel erg goed gebruiken. En daarbij zou ze toch de hele tijd achter de schermen aan het werk zijn, dus was dit eigenlijk de best mogelijke optie. ‘Natuurlijk!’ zei ze. ‘Heel graag!’ Jan keek een beetje vreemd. Flora besefte dat Jan een of ander scenario in haar hoofd had waarin zij, Flora, er bekaaid van af zou komen, alleen begreep ze niet echt hoe. Maar wat ze wel wist was dat ze Jan het plezier niet gunde om te denken dat ze, ergens heel diep vanbinnen, iets anders was dan blij voor het aanstaande paar. 32
Jan boog zich naar haar toe. ‘Het zou een heel leuk huwelijkscadeau zijn,’ zei ze. Flora was even met stomheid geslagen. Het bleef een tijd stil, een stilte die werd verbroken door het belletje boven de winkeldeur omdat de vaste ochtendklanten begonnen binnen te druppelen. Isla en Iona liepen heen en weer achter de toonbank om hen te bedienen, op veilige afstand van het ongemakkelijke gesprek maar voldoende in de buurt om het te kunnen volgen. ‘O,’ wist Flora eindelijk uit te brengen. ‘Nee... Nee... We zullen een rekening moeten sturen... Helaas.’ Jan knikte alsof ze met haar meevoelde. ‘Ik begrijp dat dit moeilijk voor je moet zijn,’ zei ze. Flora kon niet anders dan opgewekt voor zich uit kijken. ‘Je zou toch denken dat je met dat rijke vriendje van je iets goeds zou willen doen voor het eiland...’ vervolgde Jan snerend. Flora hield zich in en zei niet dat het zo niet in elkaar zat. Totaal niet zelfs. En ze moest er niet aan dénken om ook maar één penny van Joël aan te nemen, ooit, de gedachte alleen al vervulde haar met afschuw. Ze hadden het nog nooit over geld gehád! Bij die gedachte besefte ze dat ze het sowieso nog over weinig hadden gehad samen, maar die gedachte duwde ze meteen weer weg. Joël, die niet echt goed begreep waarom ze per se haar eigen geld wilde verdienen, maar het een welkome opluchting vond na zijn vorige vriendinnen, die pruilend aan zijn arm hingen en niets liever deden dan winkelen. Helaas concludeerde hij er ook uit dat Flora ook niets nodig had of wilde, wat nou ook weer niet zo was. Maar het was vooral het idee dat Jan en haar rijke familie zich tegoed zouden doen aan het bekende uitgebreide buffet 33
van Annie’s Café – kreeft, oesters op ijs, het heerlijkste brood, de romigste boter, rundvlees van koeien van Mure, de beste kazen uit de omgeving, schitterende taarten en verse room. Dat zij dat allemaal zouden opeten en onderling zouden opscheppen dat ze er geen penny voor hadden betaald... Flora verpakte de quichepunten in een zakje en sloeg het bedrag zonder nog een woord op de kassa aan. Jan telde het geld met een neerbuigend lachje extra traag uit in Flora’s hand en vertrok. Flora keek haar woedend na. ‘Godsamme,’ liet Iona zich ontsnappen. ‘Ja, wat een rotwijf,’ gromde Flora, haar goede humeur verdwenen. ‘Nee, ik bedoel dat ik wel naar de bruiloft had gewild,’ reageerde Iona. ‘Daar komen natuurlijk hele hordes knappe jongens van het vasteland.’ ‘Is dat het enige waaraan je denkt? Jongens?’ vroeg Flora. ‘Nee,’ zei Iona. ‘Het enige waaraan ik denk zijn knappe jongens die geen visser zijn!’ ‘Nou zeg!’ reageerde een groepje vissers die hun ijskoude handen warmden aan grote aardewerken mokken thee en plakken verse cake naar binnen werkten. ‘Ja, sorry hoor,’ zei Iona. ‘Maar jullie stinken altijd naar vis en missen meestal een duim of een vinger omdat die verstrikt zijn geraakt in een net. Waar of niet?’ De vissers keken elkaar aan en knikten. Ja, dat viel niet te ontkennen. ‘Oké...’ zei Flora en ze klapte in haar handen. ‘Ik zal maar eens gaan.’
34