Skip to main content

Verdraaid

Page 1

het begin van het einde Augustus Paul Cooper stond in de hete middagzon te wachten voor een theater aan La Brea Avenue met een revolver in zijn zak en een hoofd vol slechte ideeën. Hij deed zijn zonnebril af, veegde met de mouw van zijn t-shirt het zweet van zijn voorhoofd en nam nog één keer het plan door. Hij zou wachten tot de genodigden het theater uit kwamen. Paul had een plekje dicht bij het dranghek weten te bemachtigen, waarachter een rode loper van het theater naar de stoeprand liep. De rouwenden zouden vlak langs hem lopen wanneer ze zich naar de straat en hun wachtende limo’s begaven. Vanaf deze positie had hij het beste zicht op de menigte. Zijn doelwit was hier. Dat wist hij zeker. Hoogstwaarschijnlijk was hij in het theater. De kans dat hij zich in de menigte bevond, was een stuk kleiner, maar toch liet Paul zijn blik langs de gezichten om hem heen gaan. Hij kon deze kans niet laten lopen. Zodra hij het doelwit zag, zou hij de .38 uit zijn broekzak halen en hem in het gezicht schieten. Het stond voor het theater helemaal vol. Een menigte van tweetot driehonderd mensen had zich aan weerszijden achter de hekken opgesteld. Ze waren hier om hun overleden idool de laatste eer te bewijzen. Er vonden vandaag geen voorstellingen plaats in het gebouw. Het was helemaal afgehuurd voor een herdenkingsdienst voor wijlen J.T. LeBeau. De bijeenkomst was te laat begonnen en verliep trager dan in het programma stond vermeld. Zoals altijd bij dit soort bijeenkomsten duurden de toespraken veel te lang. Wat moest de organisatie daaraan doen? Ze konden moeilijk Stephen King of John Grisham van het podium trekken. En terwijl de schrijvers fragmenten uit het werk van LeBeau voorlazen in het theater, waar het koel was door de airconditioning, stonden de fans buiten met boeken in hun hand; ze staken 7


bordjes in de lucht, zongen en steunden elkaar in hun collectieve rouw, die ze niet verdienden. Paul was misselijk. Of van de massahysterie waardoor hij werd omringd – volwassen vrouwen die huilden om een overleden auteur – of van de hitte. Of allebei. Of vanwege het feit dat zijn maag vol wodka zat. Hij had een paar flinke glazen nodig gehad om het trillen van zijn handen te laten ophouden. Hij schiep er geen genoegen in om te doden. Nog niet. Hij had weliswaar bloed aan zijn handen – heel veel bloed –, maar op de een of andere manier was dit anders. Dit was speciaal. Elke keer wanneer hij ergens om zich heen de naam LeBeau hoorde, was het alsof dat mes in zijn buik nog een slag draaide. Hoewel J.T. LeBeau een heel bekende naam was, was de auteur zelf absoluut geen bekend gezicht. Integendeel zelfs. Niemand in deze menigte had de schrijver ooit ontmoet. Ze mochten dan al zijn boeken hebben – en misschien zelfs een van die zeldzame gesigneerde exemplaren van zijn beroemde eerste roman –, ze mochten dan denken te weten wie hij was omdat ze zijn werk aandachtig hadden gelezen, geen van allen had zijn held ooit gezien. Geen van hen had zelfs maar een foto van LeBeau gezien, laat staan dat ze hem in levenden lijve hadden ontmoet. En nu zou dat ook nooit meer gebeuren. Dode schrijvers houden geen signeersessies. Er waren vier mensen in de hele wereld die de ware identiteit van J.T. LeBeau kenden. Een van die vier kon elk moment een kogel uit de .38 Special in de broekzak van Paul Cooper in zijn lijf geschoten krijgen. De glazen deuren bij de ingang van het theater gingen open en een grote groep mensen stroomde de verzengende hitte in die Los Angeles teisterde. Daar waren ze uiteraard op gekleed. De mannen die zich een weg naar hun auto baanden, droegen een licht linnen jasje om hun schouders. De meeste hadden ervoor gekozen hun respect te betuigen in een wit of crèmekleurig pak met zwarte stropdas. Een stemmig zwart pak zou moordend zijn geweest in deze hitte. De vrouwen daarentegen droegen formelere kleding; zij hadden hun comfort opgeofferd om zich aan de etiquette te houden. Sombere zijden jurken plakten aan hun benen terwijl ze hun hoedje rechtzetten en hun zonnebril op deden. Het zweet liep langs zijn wang en in zijn baard. Met de onderkant van zijn t-shirt veegde hij zijn gezicht af, zodat even zijn bleke buik zichtbaar werd. Toen hij het t-shirt weer liet vallen, bleef het onmid8


dellijk aan zijn middenrif plakken. Het wapen voelde zwaar aan in zijn zak en het drukte ook op zijn gemoed. Hij observeerde de menigte weer; hij zette een voet op de onderkant van het dranghek en ging rechtop staan. Hij strekte zijn nek en liet zijn blik over de hoofden van de mensen om hem heen glijden. Zijn doelwit was nergens te bekennen. Hij begon te twijfelen aan zijn plan. Misschien kwam hij toch niet opdagen. Maar toen, plotseling, was er geen tijd meer om na te denken. Daar had je hem. Op de rode loper. Anderhalve meter van hem vandaan. Hij liep met gebogen hoofd voorbij. Paul had zich dit moment heel vaak ingebeeld. Zou zijn doelwit doodsbang in de loop van de revolver staren? Zou hij het uitschreeuwen? Zou de beveiliging tijd hebben om te reageren? Het doelwit werd omringd door vier gewapende beveiligers. Als een eenheid liepen ze langzaam en vastberaden met hem mee. En hoewel het doelwit zijn hoofd gebogen hield, hielden de beveiligers de menigte aan weerszijden van de dranghekken nauwlettend in de gaten. Zodra het schot klonk, zouden ze zich op hem storten. Hij wist dat hij op het punt stond iemand te vermoorden, op klaarlichte dag, in het bijzijn van honderden getuigen. En hij wist dat hij ermee weg zou komen. Daar twijfelde hij niet aan. Wegkomen met moord was het eenvoudige deel. Paul had immers al een paar doden op zijn geweten. Waarschijnlijk meer dan een paar. Het was makkelijk om de tel kwijt te raken. Het moeilijkste zou zijn om de trekker over te halen. Dat is nooit eenvoudig. Hij pakte met één hand het dranghek vast, stak de andere in zijn zak en omsloot de kolf van de revolver. Hij zei tegen zichzelf dat hij het kon. Zijn maag trok zich samen en hij proefde maagzuur, maar hij slikte het door en blies het zweet van zijn lippen. Zijn hart voerde het gedreun in zijn oren op. Hij dacht aan alles wat hij had doorstaan. Als íéts hem door de komende tien seconden heen zou helpen, was het woede. Hij had woede nodig. Die woede moest hij omvormen tot een onstuitbare motor die hem de kracht zou geven om zijn daad uit te voeren. De afgelopen maanden had hij alleen maar aan wraak gedacht. Wraak voor het verraad, voor de leugens en de pijn. Doe het, dacht hij. Doe het nu! Hij wilde het wapen uit zijn zak halen, maar plotseling verstijfde 9


hij. Er werd een hand op zijn schouder gelegd. De persoon achter hem boog zich naar voren en begon te praten, en Paul voelde de warme adem in zijn nek. Zelfs met al die mensen die overal om hem heen dicht op elkaar gepakt stonden, en met het bloed dat door zijn lichaam gierde, klonken de woorden zo luid als een kanonschot. En ze hadden hetzelfde effect. Het was een simpele, neutrale boodschap die door merg en been ging. ‘Ik weet wie je bent,’ zei de stem in zijn oor. ‘Jij bent J.T. LeBeau.’

10


1 4 maanden geleden Het laatste wat Maria had verwacht, was dat ze verliefd zou worden. Maar ze kon het niet langer ontkennen. Ze was verliefd op Daryl – mooie, zorgzame Daryl. Ze lagen samen in bed en het zonlicht verwarmde hun huid. Het briesje dat door het slaapkamerraam kwam, bood zo nu en dan verkoeling bij de hitte van hun passie. Ze kon de zee ruiken in Daryls haar. Zijn lippen waren tegen de hare gedrukt en met zijn handen hield hij haar lichaam vast. Ze wilde die middag niets anders dan Daryl. Ze klemde haar benen stevig om zijn middel en haakte haar enkels om elkaar. Hij deed zijn ogen dicht en zijn mond ging open terwijl ze zijn lichaam voelde trillen. Zodra hij klaar was, maakte ze haar benen los en duwde hem zachtjes van zich af. Hij rolde op zijn zij en bleef uitgeteld naast haar in bed liggen. Maria draaide zich van hem weg en staarde door het grote raam naar de zee. Die was kalm en diepblauw. Een hond speelde op het smalle zandstrand onder aan het duin dat vanaf haar huis naar beneden liep. Ze luisterde maar kon het dier niet horen blaen. Het was te ver weg. Er verscheen een jong stel in beeld dat langs het strand wandelde. Het meisje zwaaide met een stok naar de hond, gooide hem in de branding en gaf haar geliefde een arm. Maria voelde een gat groeien in haar maag. Haar keel was rauw en droog. Ze draaide zich naar Daryl toe en keek hem aan. Hij lag op zijn rug, en zijn buik ging steeds langzamer op en neer nu hij op adem kwam. Ze kuste hem. Het was een kus vol verlangen. Maria wist dat ze echt van Daryl hield. Dat dit ware liefde was. Het gat in haar maag werd veroorzaakt door de wetenschap dat ze misschien wel nooit met hem over het strand zou kunnen lopen. Niet zoals dat jonge stel. Ze schoof 11


een stukje naar achteren en nam zijn gezicht in haar handen. Ja, Maria hield van deze man, maar ze was getrouwd met iemand anders. Nu ze aan haar echtgenoot dacht, was het alsof er iemand tegen een platenspeler stootte en de naald over de groeven in de plaat stuiterde, waardoor je na een romantisch liedje weer terugkwam in de realiteit. Er moesten dingen gebeuren. Ze moest opruimen. Ze kuste hem nog een keer. Een vluchtige zoen; meer een aansporing dan een echte kus. De realiteit dreigde haar tijd met Daryl binnen te dringen, dreigde hem van haar terug te stelen en haar te confronteren met de harde werkelijkheid. ‘Gaat het?’ vroeg hij. ‘Ja hoor,’ zei Maria. ‘Ik zat alleen te denken dat ik de lakens moet verschonen.’ ‘Geef me één tel, dan help ik je,’ zei Daryl. Hij stond op en liep naar de aangrenzende badkamer. Maria’s kleren lagen op een hoopje aan het voeteneinde van het bed. Ze trok haar spijkerbroek en blouse aan, stak haar lange zwarte haar op, bond het bij elkaar met een elastiekje en begon het bed af te halen. Als ze iets moest doen, deed ze het snel. Luiheid kon ze niet verdragen. Alles wat ze deed, deed ze in sneltreinvaart. Opruimen, de was doen, schoonmaken, wandelen, zelfs vrijen. Bijna scheurde ze de dekbedhoes toen ze het dekbed eruit trok. Ze nam de hoes in haar armen en gooide hem achter zich in de badkamer, waar een grote wasmand stond. Nadat ze het laken had afgehaald maakte ze er een prop van, maar deze keer draaide ze zich eerst om voordat ze ermee gooide. Toen ze de slopen wilde pakken, voelde ze iets hards onder haar voeten; ze was ergens op gaan staan. Daryls spijkerbroek. Ook die pakte ze op en gooide ze in de badkamer. ‘Bedankt,’ zei Daryl. Tegen de tijd dat Daryl zijn blauwe spijkerbroek had aangetrokken en de badkamer uit kwam, was Maria bezig de schone lakens die ze in een la onder het matras bewaarde open te vouwen. Daryl zette de radio op het nachtkastje aan. Het toestel was ingesteld op een rockzender; daar hield haar man van. Daryl drukte op de zoekknop en vond een zender die hits uit de jaren tachtig draaide. Hij glimlachte toen de eerste noten van een liedje van A-ha klonken. Het was een van Maria’s favoriete nummers, en aan de flauwe glimlach op Daryls gezicht kon ze 12


zien dat hij dat wist. Hij pakte het uiteinde van een laken en hielp haar om het op het bed te leggen. Hij stopte het laken in onder het matras zonder de hoeken te vouwen. Maria liep naar zijn kant van het bed, haalde het laken weer los en vouwde de hoek om. Ondertussen hield Daryl het matras omhoog zodat zij het laken opnieuw in kon stoppen. Haar man had het beddengoed nog nooit verschoond. Hij hielp haar sowieso nergens mee. Ze merkte dat ze een beetje meebewoog op de maat van de muziek, wat haar een brede glimlach van Daryl opleverde. Hij legde zijn handen op haar wiegende heupen, trok haar naar zich toe en kuste haar zacht in haar nek. Giechelend trok ze zich los. Als hij haar nóg een kus gaf, wist ze waar dat toe zou leiden. Ze zou weer met hem in bed belanden, hij was onweerstaanbaar. Maar daar had ze geen zin in, dan zou ze de lakens nog een keer moeten verschonen. Vlak nadat ze met haar man was getrouwd, was ze in dit huis komen wonen. Volgende maand zouden ze hun tweejarig huwelijk vieren. Ze keek er niet naar uit. Zij en Daryl waren volgende week vijf maanden bij elkaar. Ze wist wel waar ze meer naar uitkeek, en dat was niet haar trouwdag. Maria deed een paar stappen naar achteren. Ze was tevreden met het bed. Haar man zou niets vermoeden – al zou ze intussen bijna willen dat hij erachter kwam. De enige reden waarom ze het nog voor hem verborgen hield, was dat ze Daryl niet wilde afschrikken. Het begon serieus te worden, en elke dag werd hij haar dierbaarder. Dat ging ze mooi niet verknallen. Sinds ze in Port Lonely was komen wonen, had ze nog geen werk gevonden. Er was in het stadje maar weinig vraag naar pr-managers. Er was sowieso weinig vraag. Zelfs in de zomers, wanneer de straten zwart zagen van de toeristen en iedereen die er een vakantiehuisje bezat, hing er een zekere verlatenheid over de straten. Het voelde hier aan als een paradijs voor rijke mensen. Er zaten een paar goede restaurants, er was een hoofdstraat met een stuk of tien winkels – waar niets te koop was wat zij wilde hebben –, er waren twee golfbanen en je had de zee. Dat was Port Lonely. Toen ze er een jaar woonde, begon Maria steeds neerslachtiger te worden. In het begin flirtte ze met mannen in restaurants tijdens de weinige keren dat haar man haar mee uit eten nam. Dan trok ze de aandacht van de knapste man die ze zag, om vervolgens snel weg te kijken en te glimlachen als hij terugkeek. Toen dat niet werkte, had ze gespeeld met de gedachte een stap verder te gaan, een onenight13


stand bijvoorbeeld, maar ze deed het nooit. Ondertussen was haar man voortdurend op reis voor zijn werk en liet hij haar alleen achter. Volgens hem werkte marketing het beste als je mensen onder vier ogen kon spreken. En toen, afgelopen december, had ze Daryl leren kennen en was alles veranderd. Maria was ervan overtuigd dat ze gek was geworden als ze Daryl niet had ontmoet. ‘Zal ik het bad voor je aanzetten? Of wil je eerst roken?’ vroeg Daryl. Hij was half aangekleed. Zijn overhemd lag op de stoel naast het raam en de riem van zijn broek zat nog los. Zijn harde buik was bezweet. Daryl hield van conditietraining, duiken, surfen en roken, maar niet per se in die volgorde. In de motels langs de snelweg bij Port Lonely waar ze soms afspraken was roken geen probleem, maar thuis wel. Meestal vond ze het fijn om nog even in bad te ontspannen nadat ze samen was geweest met Daryl. Het kalmeerde haar en gaf haar de illusie dat ze een ander leven leidde. Ook al voelde Maria’s keel droog aan, ze had op dit moment meer zin in een sigaret dan in een bad. Ze had nooit veel gerookt, maar na seks of een fles wijn had ze er behoefte aan. Daryl staarde zwijgend naar zijn nagels terwijl hij op antwoord wachtte. Maar ze had geen zin om te antwoorden en beet op haar lip om het uit te stellen, zodat ze gewoon naar hem kon kijken. Ze ging niet met Daryl naar bed omdat ze zo goed met hem kon praten. Zo’n relatie was het niet. Ze kende niemand zoals hij. Hij had een bepaalde kalmte, een bepaalde vrijheid over zich. Ze vond hem wel iets van een knappe zwerver hebben. Hij was als een mooie vogel waarvan ze had besloten dat ze hem wilde houden. Niet dat ze zou zeggen dat Daryl dom was; hij wist van veel onderwerpen wel iets af. Of beter gezegd: hij wist van veel dingen een beetje af. Zijn kennis was niet diepgaand, maar dat kon Maria niet schelen. Hij had charisma. Er was iets aan zijn blonde haar en de scherpe lijnen in zijn gezicht wat maakte dat mensen naar hem keken. Ze voelde zich het gelukkigst wanneer ze zich in zijn brede armen nestelde en ze onder het genot van een sigaret samen zachtjes heen en weer schommelden in een ligstoel op haar veranda. ‘Geef me heel even, dan gaan we naar buiten. Ik wil de geur niet in huis hebben,’ zei Maria. Daryl gooide zijn overhemd losjes over zijn schouder en leidde haar naar beneden. Het huis zag er nog altijd uit als een plaatje in een makelaarsbrochure, maar dan wel een van een huis dat al lang in de 14


verkoop stond. De crèmekleurige verf begon zijn glans te verliezen en de barsten in het plafond, die door de vorige eigenaar waren weggemoffeld, kwamen op sommige plekken weer terug. Twee weken geleden had ze gevraagd of ze het huis opnieuw kon schilderen. Dat was iets wat haar nog steeds dwarszat – dat ze dat aan haar man moest vrágen. Hij had geweigerd. Hij vond dat er niets mis was met het huis en dat ze maar iets anders moest bedenken om zichzelf bezig te houden. Het liefst iets wat niet te veel geld kostte en waar hij controle over had. Maria volgde Daryl door de keuken, de glazen deur door naar de veranda aan de achterkant van het huis. Daar stonden twee groen geschilderde schommelstoelen van kunstmatig verouderd hout, die eruitzagen alsof de man die ze geschilderd had zélf verouderd was vond Maria, als je naar zijn schilderwerk keek. ‘Godver,’ zei Daryl. Hij had een pakje Camel uit zijn spijkerbroek gehaald en bekeek de inhoud. Maria zag dat hij wat losse tabak en de restanten van twee gebroken sigaretten in zijn hand tikte. ‘O, sorry. Ik dacht al dat ik iets in je spijkerbroek voelde toen ik erop ging staan,’ zei Maria verontschuldigend. ‘Geeft niks, schat,’ zei Daryl, die het pakje en de gebroken sigaretten in zijn hand verkreukelde en in het hoge gras achter de veranda gooide. Wát een contrast met haar man. Ze vond zijn melancholische blik niet meer zo aantrekkelijk als vroeger. Ze was gaan beseffen dat het haar niet zou lukken hem troost te bieden en dat hij zich nooit open zou stellen. Toen ze hem leerde kennen, was hij een lieve man die gebukt ging onder een groot verdriet. Maria had iets van dat verdriet in zichzelf herkend; hun relatie leek getekend door het feit dat ze elkaar probeerden te fixen. Ze had gedacht dat ze hem kon veranderen, dat ze hem gelukkig kon maken en daarmee het deel in zichzelf kon genezen dat nooit gelukkig was. Een slechte manier om een huwelijk te beginnen. Ze leken wel twee junks die elkaar wilden helpen afkicken. Uiteindelijk had ze ingezien dat ze hem niet kón veranderen en dat ze ook het ijs niet kon doen smelten dat hij als een wond diep vanbinnen in zich droeg. Daryl hoefde niet ontdooid te worden, hij wás al warm en open, speels en lief. Misschien een beetje simpel, maar dat waren de beste dingen in het leven: simpel. Op de een of andere manier vond Maria die verbondenheid met Daryl, die stilte op de veranda, diepgaander en bevredigender dan wat er in de slaapkamer gebeurde. 15


‘Ik weet wel waar ik sigaretten kan vinden,’ zei ze, en met die woorden draaide ze zich om en liep ze de keuken weer in. Ze hoorde Daryl achter zich toen ze doorliep naar de gang. Samen bleven ze staan voor een eikenhouten deur. Maria stak haar hand uit naar de richel erboven. Haar vingers voelden iets kouds en metaalachtigs. Ze haalde een kleine sleutel tevoorschijn en draaide het slot van de werkkamer van haar man open. Hij hechtte erg aan zijn privacy en had de sleutel boven de deur slechts om één reden achtergelaten: hij had een revolver verstopt achter een boek van Dickens op een van de boekenplanken. Als iemand het huis binnendrong, wist ze waar ze het wapen kon vinden. In de kamer zag ze de donkere eikenhouten panelen. Een van de muren stond helemaal vol met boeken; in een hoek stond een grote wereldbol. Op het grote, brede bureau achter in het vertrek stonden een groene notarislamp en een laptop met een notitieboekje ernaast. Maria stapte opzij zodat Daryl binnen kon komen. ‘Hij heeft hier ergens een pakje liggen. Ik weet dat hij soms stiekem een sigaret rookt. Ik kan het aan hem ruiken. En ik ruik het ook in de kamer. Maar hij mag graag denken dat ik dat soort dingen niet merk,’ zei ze. ‘Dan kent hij je duidelijk niet zo goed,’ zei Daryl, terwijl hij zijn armen om haar middel sloeg en met zijn gezicht in haar hals wreef. Ze duwde hem speels weg. Ze wist dat ze nog een keer zouden vrijen als ze hem niet onmiddellijk tegenhield. Seks hebben in bed was één ding, maar op het bureau van haar man, in zijn werkkamer – dat ging op de een of andere manier toch te ver. Haar echtgenoot was geen slecht mens. Hij kon afstandelijk en kil zijn, maar ze wist dat hij van haar hield en dat hij alle genegenheid toonde waar hij toe in staat was. Twee jaar geleden was dat genoeg geweest om met hem te trouwen. Nu besefte ze dat ze om totaal verkeerde redenen met hem in het huwelijksbootje was gestapt. Maria was verliefd geweest op een fantasie over de man die haar echtgenoot zou kunnen zijn. Ze was jong en romantisch geweest, realiseerde ze zich nu. Nu bleek dat hij niet aan haar ideaal kon voldoen. Samen met Daryl doorzocht ze de boekenplanken en het verborgen vak in de globe. Daarna liep Daryl naar het bureau terwijl Maria achter de modelvliegtuigjes, speelgoedauto’s en ingelijste foto’s van haar en haar man keek die op de planken aan de muur stonden. 16


Toen ze het gekraak van versplinterend hout hoorde, draaide ze zich om en zag ze Daryl staan met in zijn ene hand een pakje sigaretten en in de andere een afgebroken bureaula. ‘Gevonden. Sorry, hij kwam los. Ik dacht dat hij klem zat, dus gaf ik er een ruk aan,’ zei Daryl. ‘Shit!’ zei Maria. Er waren wat papieren uit de la op het vloerkleed gevallen, en Maria zag dat er op de plek waar het slot had gezeten een stukje hout was afgebroken. ‘Jezus, dat zal hij merken,’ zei ze. ‘Wanneer komt hij terug?’ ‘Zondagavond.’ Het was nu vrijdagmiddag. De kans dat ze op tijd een timmerman zouden vinden die het slot en de la kon repareren, leek Maria net zo klein als de kans dat Daryl bankdirecteur zou worden. ‘Shit, shit, shit. Sta daar niet zo en help me om dit op te ruimen,’ zei Maria. Ze knielden naast elkaar op het vloerkleed en raapten de losse papieren op die uit de la waren gevallen. Op sommige vellen stond slechts wat gekriebel, andere waren ruwe versies van marketingstrategieën voor klanten van haar man, weer andere bevatten aantekeningen, waarschijnlijk over een van zijn projecten, en nog weer andere vellen waren krantenknipsels, vergeeld van ouderdom. Toen Maria er op de grond een net stapeltje van had gemaakt, wendde ze zich tot Daryl om de papieren die hij had opgepakt en gesorteerd van hem aan te nemen. Alleen hád hij niets gesorteerd. Hij staarde slechts naar één enkel blad, terwijl zijn lippen een volmaakte O vormden. ‘Ik wist dat jullie goed boerden, maar ik had geen idee dat jullie zó rijk waren,’ zei hij met een sullige grijns op zijn gezicht. Maria fronste haar wenkbrauwen en griste het papier uit Daryls handen. Haar man had zijn investeringen – met zijn marketingadviesbureau verdiende hij enkele tienduizenden dollars per jaar. Ze hadden twintigduizend dollar op een spaarrekening staan. Financieel ging het redelijk, maar ze waren niet ríjk, zoals hij haar ook voortdurend in herinnering bracht. Ze bekeek het document. Een rekeningafschrift van vorig jaar. Er was twee miljoen dollar overgemaakt naar een rekening die op naam stond van haar man. In de linkerbovenhoek stond hun huisadres. Ze 17


bekeek de datum en de bedragen. Toen keek ze opnieuw naar de naam en checkte ze de spelling. Haar man had een geheime bankrekening. Er was het afgelopen jaar twee keer een bedrag op gestort, met een tussenpoos van grofweg een halfjaar. Een miljoen dollar per betaling. En het jaar ervoor was er nog meer betaald. Er stond meer dan twintig miljoen dollar op de rekening. Een golf van opwinding ging door haar heen, haar adem stokte. En toen sloeg die opwinding om in woede. Ze voelde een warme gloed in haar nek, zweet parelde op haar gezicht. Haar rebelse daden in de slaapkamer stelden niets, maar dan ook niets voor vergeleken met dit. Haar man was een vuile leugenaar. Op dat moment zei Maria iets wat ze niet meende. Betekenisloze woorden, die eruit kwamen uit kwaadheid. Maar toen ze ze hoorde, verbaasde het haar dat ze ze hardop had uitgesproken. ‘Ik maak hem af,’ zei ze.

18


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Verdraaid by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu