Skip to main content

Caesar in de Lage Landen - Tom Buijtendorp.9789401913898

Page 1

‘Caesar in de Lage Landen biedt een basis om de discussie tussen archeologen, historici en classici naar een hoger plan te tillen.’ – Jona Lendering

Uitgeverij Omniboek

BOcaesar.indd 1

WWW.OMNIBOEK.NL NUR 683 ISBN 978 94 019 1389 8

9 789401 913898 >

CAESAR IN DE LAGE LANDEN

Tom Buijtendorp promoveerde op Forum Hadriani, de Romeinse stad bij Den Haag en schreef eerder Het jaar 117, over Romeinse keizers in de Lage Landen. Hij beziet hun leiderschap mede vanuit twintig jaar bestuurservaring in politiek en bedrijfsleven. Als oud-journalist van NRC Handelsblad combineert hij een pakkende schrijfstijl met een stevig wetenschappelijk fundament.

Tom Buijtendorp

Julius Caesar voerde zijn Gallische Oorlog voor een belangrijk deel langs de Rijn en de Maas, en leed zijn grootste nederlaag bij de Belgisch-Nederlandse grens. Een reeks nieuwe ontdekkingen en analyses laat zien dat Caesar ongeveer de helft van zijn campagnetijd in het noorden doorbracht, daar veel soldaten verloor, en bijna zijn eigen leven. Dit boek plaatst een van de beroemdste legerleiders uit de wereldgeschiedenis in een nieuw perspectief. Tom Buijtendorp neemt de lezer mee op reis door de Lage Landen, en brengt zo het verleden dichtbij. Een reconstructie van de noordelijke veldtochten maakt Caesars soms opvallend moderne leiderschap en strategisch denken tastbaar, maar legt ook zijn bijna fatale inschattingsfouten bloot. De auteur presenteert op boeiende wijze een reeks nieuwe inzichten. Met onderzoek naar Caesarbustes in met name Leiden, biedt dit boek ook letterlijk een nieuw gezicht, inclusief de baard waarmee de veldheer in deze regio rondliep. Caesar is niet meer wie hij geweest is.

Tom Buijtendorp

De Gallische Oorlog langs Rijn en Maas 04-06-18 09:03


Tom Buijtendorp

De Gallische Oorlog langs Rijn en Maas

Uitgeverij Omniboek

BWcaesar(cor2).indd 3

05/06/18 17:37


Inhoud

Woord vooraf 6 Inleiding 8 1. Caesarteksten uit de Lage Landen 2. Oog in oog met Caesar in Leiden 3. Caesar als geograaf 4. Caesar als organisator 5. De strategische corridor door het noorden 6. De eerste inval in de Lage Landen (voorjaar 57 v. Chr.) 7. De slag aan de Sabis (zomer 57 v. Chr.) 8. De uitschakeling van de Atuatuken (zomer 57 v. Chr.) 9. De slachtpartij aan de Maas (55 v. Chr.) 10. De uitvalsbasis naar de Britten (56-54 v. Chr.) 11. De hoogteburcht van de Eburonen 12. De aanloop naar de veldslag (54 v. Chr.) 13. De smadelijke nederlaag tegen Ambiorix (54 v. Chr.) 14. Het kamp van Quintus Cicero (54 v. Chr.) 15. De strijd van Ambiorix tegen Caesar en Cicero (54 v. Chr.) 16. De tweede pijnlijke nederlaag voor Caesar (53 v. Chr.) 17. Het vierjarig offensief in de Ardennen (54-51 v. Chr.) 18. Het noordelijke slot van de Gallische Oorlog (51-50 v. Chr.)

16 30 51 67 80 108 131 152 163 181 193 208 234 257 273 293 315 333

Nawoord 341 Bijlage: de Caesarcode en de echte bevolkingscijfers 344 Noten 355 Illustratieverantwoording 373 Literatuur 374 Dankwoord 383

BWcaesar(cor2).indd 5

05/06/18 17:37


Woord vooraf

Wie over de oudheid schrijft, beschikt over geschreven bronnen en vondsten. Vaak ligt de nadruk echter te zwaar op één categorie, als bij een pianist die vooral witte of vooral zwarte toetsen bespeelt. Tom Buijtendorp gebruikt in dit boek beide en dat klinkt als muziek. Het is des te aardiger omdat het verhaal zich, anders dan andere Caesarboeken, grotendeels afspeelt in de Lage Landen. Terecht begint Buijtendorp dit boek met de Vlaamse archeoloog Thoen, die in 2006 betwijfelde of Caesar überhaupt in België is geweest. Waarom zijn Caesars grote winterkampen nooit gevonden, ondanks anderhalve eeuw onderzoek? Thoens visie kenmerkt de benadering van de zogeheten minimalisten: we mogen de oude teksten pas geloven als archeologisch te bewijzen valt dat iets is gebeurd. De maximalisten zien dat anders: we mogen de oude teksten geloven, tenzij archeologisch het tegendeel blijkt. Voor hen is Caesars Gallische Oorlog dus hét uitgangspunt. Beide benaderingen zijn beperkt. Veel materiële resten zijn verdwenen en de geschreven bronnen (voor zover overgeleverd) hebben nooit alles gedocumenteerd. Bovendien spreken vondsten en teksten nooit helemaal voor zichzelf: ze moeten worden geïnterpreteerd. Daar beide soorten bewijsmateriaal dus én onvolledig én ambigu zijn, is het alleen maar logisch dat ze soms op de stukjes van verschillende puzzels lijken. Oudheidkundigen vertonen grote creativiteit bij het bedenken van verklaringen voor het ontbreken van bewijsmateriaal dat ze hadden verwacht. Of juist bij het wegredeneren van ongemakkelijke gegevens. Buijtendorp bewijst dat je desondanks wel iets kunt zeggen. Hij neemt bijvoorbeeld de door Caesar genoemde strijdersaantallen als

BWcaesar(cor2).indd 6

05/06/18 17:37


Woord vooraf  7

vertrekpunt en benut vervolgens de vondsten om te zien wat bedoeld kan zijn. Op basis van demografische kennis uit de archeologie toont hij dat Caesar – om zijn verhaal sterker te maken – het totale aantal weerbare mannen noemt als aantal tegenstanders, hoewel hooguit de helft daadwerkelijk zal hebben meegevochten. En dat controleert hij dan weer met andere tekstuele voorbeelden: de bronnenkritiek leert dat zulke overdrijvingen destijds normaal waren. Zo beginnen puzzelstukjes in elkaar te vallen, en dat is maar een van de vele voorbeelden uit dit boek. Dat sinds 2010 ook in onze regio forten uit de eerste eeuw voor Chr. bekend zijn, was voor Buijtendorp aanleiding Caesars oorlogsverslag nog eens te toetsen. Dat levert in elk geval een nieuw beeld op, dat volgens de auteur toetsbaar is, bijvoorbeeld aan de hand van ogenschijnlijk triviale voorwerpen: de schoenspijkers waarvan sinds kort de specifieke door Caesars troepen gebruikte vorm bekend is. Dat heeft de identificatie van alweer twee kampen van Caesar opgeleverd. Een minimalist zal altijd kunnen tegenwerpen dat nogal wat puzzelstukjes ontbreken of onzeker zijn; een maximalist kan antwoorden dat Buijtendorps verhaal in elk geval consistent is. Hier staan twee visies op oudheidkundig bewijs tegenover elkaar. De wetenschapsleer laat zien dat nieuwe hypothesen, mits logisch opgebouwd en toetsbaar, de wetenschap vooruit brengen. Kritiek blijft cruciaal, maar ook het openstaan voor nieuwe benaderingen en visies. Caesar in de Lage Landen biedt een basis om de discussie tussen archeologen, historici en classici naar een hoger plan te tillen. Jona Lendering

BWcaesar(cor2).indd 7

05/06/18 17:37


Inleiding

Met de geschriften van Julius Caesar begint in feite de geschreven geschiedenis van de Lage Landen, en tot voor kort was dat een geschiedenisboek met vooral lege bladzijden. Met het uitblijven van concrete vondsten groeide in de twintigste eeuw de twijfel of dit deel van onze historie eigenlijk wel echt bestaan heeft. De Belgische archeoloog Thoen opperde in 2006 zelfs dat Caesar mogelijk nooit in het hoge noorden was geweest en noemde het oorlogsverslag van Caesar op dat punt ‘hoogst twijfelachtig’.1 Maar inmiddels zijn er nieuwe aanwijzingen naar boven gekomen dat Caesar wel degelijk in de Lage Landen is geweest. Sinds 2010 zijn op een aantal plaatsen voor het eerst noordelijke Romeinse kampementen uit Caesars tijd opgegraven. Tezamen met andere gegevens maakt dat de Gallische oorlog langs Rijn en Maas plotseling een stuk tastbaarder. Daarmee krijgt het geschiedenisboek der Lage Landen er een paar spannende en tevens belangrijke bladzijden bij. Dit boek is voor een breed publiek geschreven, en wil de lezer aan de hand van een reeks nieuwe analyses en ontdekkingen meenemen met Caesar in de Lage Landen, en zo een noordelijke nuance bieden bij deze icoon van het Romeinse Rijk. Dat de woorden keizer en tsaar beide teruggaan tot Caesar illustreert de status van deze Romeinse veldheer. Zijn verovering van Noordwest-Europa had grote invloed op de Europese geschiedenis. De door hem geschreven Gallische Oorlog, een oorlogsverslag waarvan de oudste kopie in Amsterdam wordt bewaard, spreekt al eeuwen tot de verbeelding. Zo dicteerde Napoleon Bonaparte tijdens zijn ballingschap er een commentaar op, mede omdat Caesar voor hem een groot voorbeeld was. Napoleon had onder meer kritiek op de wijze waarop Caesar zich tijdens de slag bij de Sabis door de noordelijke stammen

BWcaesar(cor2).indd 8

05/06/18 17:37


Inleiding 9

liet verrassen en bijna werd verslagen. Zijn neef keizer Napoleon III ging enkele decennia later op zoek naar de slagvelden van de Gallische oorlog, inclusief de Lage Landen, en schreef een uitvoerige tweedelige studie, met als bijlage een kaartenatlas.2 Daarna kwam gedurende ruim een eeuw in onze regio weinig nieuws tevoorschijn. Maar de afgelopen twintig jaar zorgden nieuwe wetenschappelijke technieken voor een doorbraak, waaronder luchtfotografie, technische analyses van munten, jaarringendateringen van hout en de inzet van metaaldetectoren. Cruciaal daarbij zijn de meldingen van amateurarcheologen waarmee de Nederlandse archeoloog Roymans, die het Caesaronderzoek recent een flinke impuls gaf, nauw samenwerkt. Belangrijk is verder het door de Belgische numismatisch specialiste Scheers op de kaart gezette onderzoek naar munten van de lokale bevolking. Die getuigen op bijzondere wijze van de Gallische oorlog, waarvan nieuwe analyses met indringende voorbeelden ter sprake zullen komen. Daarbij doen de ontdekkingen vanaf 2010 ons beseffen dat de sporen van Caesars campagne erg moeilijk te herkennen zijn. De korte doortocht van een Romeins leger is heel wat anders dan de permanente aanwezigheid van het Romeinse imperium na de tijd van Caesar, die veel langer en blijvender sporen achterliet. Er is nieuwe hoop dat we meer kampen en slagvelden van Caesar gaan herkennen. Uit een in 2008 gepubliceerd onderzoek blijkt namelijk dat de troepen van Caesar letterlijk een zeer specifieke voetafdruk hebben achtergelaten die tot dan onzichtbaar was. Mogelijk komen die in de toekomst ook tevoorschijn bij een aantal mogelijke locaties van kampementen en veldslagen die in dit boek worden beschreven en bezocht. Met die bezoeken kan de lezer de sfeer van de gevechten proeven, en desgewenst zelf gaan kijken. Hoewel er nog volop vragen openblijven en andere vragen opdoemen, biedt het onderzoek de nodige aanknopingspunten voor nieuwe ontdekkingen. Caesar schreef in een tijd waarin de boodschap en het pakkende verhaal vooropstonden, en het decor en de feiten meer een illustratie daarvan waren. Buiten de wetenschap is dat tegenwoordig in veel gevallen nog steeds zo. Het is als bij een historische tv-serie waarin we begrijpen dat om praktische redenen met de aankleding hier en daar wat concessies worden gedaan en zaken worden gedramatiseerd om het verhaal beter over te brengen. Daarbij kan de regisseur het ook weer niet te bont maken, omdat mensen dan het verhaal zelf niet meer geloven. Caesar heeft zijn verslag net zo aangedikt, zaken versimpeld

BWcaesar(cor2).indd 9

05/06/18 17:37


10  Caesar in de Lage Landen

en accenten gelegd die voor hem gunstig waren. Andere zaken liet hij bewust weg, tenzij er te veel getuigen waren of de geloofwaardigheid van het verhaal erdoor zou worden aangetast. Aangezien veel van zijn lezers in het leger hadden gediend of militairen kenden, moest Caesar hier en daar tegenvallers en verliezen tonen. Maar het was acceptabel dat je meer over je successen vertelde dan over je tegenslagen, zoals we nog steeds accepteren dat een voetbaltrainer terugkijkend op de wedstrijd voor de tv-camera liever wat meer positieve dingen uit een wedstrijd haalt dan negatieve. Een trainer die te sterk overdrijft, verliest echter zijn geloofwaardigheid, en dat was het laatste dat Caesar kon gebruiken. Caesar schrijft in de eerste alinea van zijn oorlogsverslag dat Gallië uit drie delen bestaat, waarvan het land van de Belgae er één is. Belgica verwijst in dit boek naar het gebied tussen de Rijn en de Noordzee, met als kern het zuidelijk deel van de Benelux, maar ook aangrenzende stukken in Noord-Frankrijk en het westen van Duitsland (kaart 1 en 2). Ter afwisseling zal ook van ‘de Lage Landen’ en het ‘noorden’ worden gesproken. Het noemen van de Belgae was voor Caesar een versimpeling die hij nodig had om uit te leggen waarom hij zijn mandaat voor de Gallische oorlog oprekte tot aan de Rijn. Caesar zal hebben inge-

Kaart 1: De in dit boek genoemde plaatsnamen.

BWcaesar(cor2).indd 10

05/06/18 17:37


Inleiding 11

schat dat de versimpeling acceptabel was. Op andere plaatsen in de tekst bracht hij nuances aan waarnaar hij in geval van kritiek kon verwijzen, wetend dat het grote plaatje zou blijven hangen. In zijn Gallische oorlog, gevoerd tussen 58 en 50 voor Chr., bracht Caesar uitzonderlijk veel tijd door in het noorden, een aspect dat eigenlijk nu pas concreet zichtbaar begint te worden. Al in de eerste regels van zijn oorlogsverslag stelt Caesar dat de noordelijke inwoners van Gallië het moedigst waren van allemaal. In de afsluitende passage van het boek keert dat beeld van de dappere Belgae nogmaals terug, waarmee de cirkel van het betoog rond is. In lijn daarmee was het in het noorden dat Caesar enkele malen in zijn legerkampen overwinterde en niet zoals gebruikelijk naar Italië terugkeerde om daar zijn politieke belangen te behartigen. Er was in de Lage Landen iets bijzonders aan de hand. Wat dat was, begint nu duidelijker te worden. Nieuwe berekeningen in de bijlage geven aan dat waarschijnlijk ongeveer de helft van Caesars gesneuvelde soldaten is omgekomen in de Lage Landen. De Gallische oorlog, was meer dan gedacht een Belgische Oorlog. Het is de enige regio in Gallië waar Caesar naar hij toegeeft, zelf gedood had kunnen worden. Dat was tijdens een bijna verloren veldslag waarvan het verloop wordt gereconstrueerd. Zijn reactie

Kaart 2: Reconstructie van de ligging van de stamgebieden in Gallia Belgica. Gebaseerd op latere grenzen waarbij die uit de tijd van Caesar deels onzeker zijn.

BWcaesar(cor2).indd 11

05/06/18 17:37


12  Caesar in de Lage Landen

was verwoestend fel. De noordelijke militaire inspanning was zo groot dat hij zijn Britse ambitie moest beperken tot twee korte bezoeken, waarna de verovering van Brittannië nog bijna een eeuw op zich liet wachten. Het noordelijk verzet bleef hardnekkig, zodat Caesar er zelfs na zijn vermeende eindoverwinning in Alesia nog een keer moest overwinteren. Pas anderhalf jaar later werden bij de Belgae de laatste gevechten van de Gallische oorlog geleverd. Herinneringen aan de intensieve strijd in het noorden – waaronder Caesars grootste nederlaag ooit – zouden nog lang doorwerken in de strategie van het Romeinse Rijk. Belangrijk speerpunt werd de Rijn als natuurlijke bescherming tegen de Germanen, die volgens Caesar zeer gevaarlijk waren. Dat had uiteindelijk invloed op onder meer de taal die nu in delen van Europa wordt gesproken. Zijn kunstmatige tegenstelling tussen Germanen en Galliërs, onder wie de Belgae, zou evenzeer het Europese krachtenspel tot in het heden beïnvloeden. De noordelijke campagne van Caesar wordt wel als de eerste gedocumenteerde genocide uit de Noord-Europese geschiedenis gepresenteerd, een beeld waar zijn eigen oorlogsverslag sterk aan bijdraagt. ‘Hij had het Nervische volk bijna geheel uitgeroeid, bijna hun naam weggewist,’ schrijft Caesar al in 57 voor Chr. na de slag aan de Sabis vlak bij de Belgische grens. Kort erop bracht hij waarschijnlijk bij het Belgische Thuin 4000 strijders van de Atuatuken om en liet naar eigen zeggen de rest van de bevolking, 53.000 mensen, deporteren. Na de Gallische oorlog is nooit meer wat van de Atuatuken vernomen. Twee jaar later doodde hij in de regio naar eigen zeggen 430.000 Germanen die hij deels de Maas in dreef, waarbij hij vrouwen en kinderen niet ontzag. Weer twee jaar later begon hij een vergeldingsoorloog tegen de Eburonen van wie het centrum nabij Maastricht en Tongeren lag. Hij nodigde andere stammen uit hun gebied te plunderen opdat ‘de stam en zijn naam door de invasie van dergelijke massa’s van de aardbodem zou worden weggevaagd’. Zelf zorgde hij dat eventuele overlevenden ‘van honger en gebrek moesten omkomen’.3 En inderdaad zou de naam van de Eburonen uit de annalen verdwijnen. Met de nieuwe inzichten wordt het beter mogelijk in te schatten of er inderdaad sprake is van genocide, een belangrijk aspect in de beeldvorming rond Caesar. Ook het beeld dat we ons letterlijk van Caesar kunnen vormen wordt opnieuw onder de loep genomen met een aantal verrassende inzichten. Tijdens het onderzoek kwam naar voren dat het Leidse Rijksmuseum van Oudheden een van de weinige onbewerkte originele

BWcaesar(cor2).indd 12

05/06/18 17:37


Inleiding 13

Caesarbustes bezit. Een tweede Leidse buste toont als een van de weinige het specifieke kapsel van Caesar. Dat was aanleiding het uiterlijk van Caesar in het onderzoek voor dit boek mee te nemen, inclusief een medische analyse. Eindresultaat was een levensechte reconstructie. Het fotokatern in dit boek en het Leidse Rijksmuseum van Oudheden beleefden er een wereldprimeur mee. En anders dan het tiental gladgeschoren bustes uit het zuiden, worden we in de komende hoofdstukken in de Lage Landen geconfronteerd met een Caesar met baard. Het symboliseert het soms verrassende beeld van de veldheer dat in de volgende hoofdstukken naar voren komt. De reconstructie kenmerkt tevens een deels nieuwe benadering. Zo is er de ‘Caesarcode’, het idee dat Caesar met een reeks vuistregels en creatief gebruik van cijfers zijn verhaal steviger maakte zonder in absolute leugens te vervallen. Met die kennis blijkt het mogelijk zijn cijfers over bevolkingsaantallen en aantallen tegenstanders te ontcijferen. Anders dan vaak gedacht, zijn ze wel degelijk te vertalen naar getallen die aansluiten bij andere gegevens uit onder meer de archeologie. Dat helpt realistischere schattingen te maken van de omvang van verschillende veldslagen en het aantal slachtoffers. De logica van de noordelijke troepenbewegingen van Caesar laat zich verklaren aan de hand van het in dit boek geïntroduceerde concept van de strategische corridor, een natuurlijke verbindingsroute dwars door de Lage Landen. Dat in 2010-2012 voor het eerst in Duitsland resten van twee forten van Caesar zijn opgegraven, maakt het mogelijk een en ander concreter voor ogen te zien. En wonderlijk genoeg werd in 2017 bekend dat eveneens aan de andere zijde van de corridor in Engeland voor het eerst resten van de landingsplaats uit de tijd van Caesar zijn gevonden. Zodoende vallen ook aan die zijde een aantal puzzelstukjes in elkaar. Dit logistieke raamwerk biedt nieuwe aanknopingspunten in de speurtocht naar de slagvelden van Caesar. In enkele gevallen kunnen de slagvelden met hoge waarschijnlijkheid worden aangewezen. In andere gevallen valt het speurnet flink aan te trekken en komen bepaalde gebieden in beeld waar de strijd waarschijnlijk gestreden is. Daardoor wordt het ook in die gevallen vaak mogelijk om een vermoedelijke locatie als voorbeeld te gebruiken, wetend dat de omgeving er zo ongeveer uitgezien moet hebben. Het daarmee verbeelden van de werkelijke omstandigheden dwingt ons na te denken over praktische aspecten. Dat helpt het onderzoek aan te scherpen, en aan de hand van Caesars

BWcaesar(cor2).indd 13

05/06/18 17:37


14  Caesar in de Lage Landen

eigen verslag te herbeleven hoe het ongeveer gegaan moet zijn. Dat we beschikken over zijn verhaal voegt aan de archeologische sporen een unieke diemensie toe met persoonlijke details en sfeerelementen, zoals geluiden en emoties. Het maakt het mogelijk het verleden tot leven te brengen op een manier die voor de Romeinse periode uitzonderlijk is. Behalve Caesar treedt in de Lage Landen een aantal andere belangrijke spelers uit die tijd naar voren, zoals generaal Labienus. Die was tactisch Caesars gelijke en zou na de Gallische oorlog voor diens rivaal Pompeius kiezen en later in de beroemde slag bij Ruspina (Tunesië) zijn krachten met Caesar meten. Er is wel gezegd dat Labienus al vroeg Caesar bij de rivier de Sabis voor een militaire ondergang behoedde. Het is een claim die we nu aan de hand van de details van het slagveld beter kunnen toetsen. Er komen ook aanwijzingen naar voren over verhulde strategische fouten van Caesar die Labienus mogelijk behoorlijk gefrustreerd hebben en bijdroegen aan de breuk tussen de twee legerleiders die negen jaar zij aan zij hadden gevochten. We krijgen ook een blik achter de schermen dankzij brieven uit het hoge noorden die in dit kader tot nu toe weinig aandacht trokken. Zo zijn er de persoonlijke ontboezemingen van Caesars onderbevelhebber Quintus Cicero, gedeeld met zijn broer en beroemde redenaar Marcus Cicero. En we komen in de Lage Landen hoge officieren tegen die uiteindelijk betrokken raakten bij de geslaagde moordaanslag van 15 maart 44 voor Chr. op Caesar, zoals Trebonius. Daarnaast ontmoeten we in het kustgebied Marcus Antonius. Op de dag van de moord zou juist Trebonius hem afleiden waardoor Antonius Caesar niet meer kon helpen. Kort erop zou Marcus Antonius, verwijzend naar Caesars dodenmasker en zijn bebloede kleding, in Rome een dramatische toespraak houden. Het onderzoek naar de Leidse Caesarbustes werpt een nieuw licht op dat dodenmasker. Ook de plaatselijke elite krijgt meer kleur. Details brengen hun handelingen dichterbij. Zo zien we hoelang de plaatselijke leiders onderweg waren naar de landdagen met Caesar, en hoe ze onderling het verzet tegen hem afstemden. Of kunnen we dankzij overhaaste muntslag de spanning van het moment bijna aanraken. Het typeert Caesar dat hij een naam geeft aan de eerste Romeinse soldaten die in de Lage Landen streden. Dat hij vooral centurio’s noemt, toont dat hij zijn manschappen tot dat niveau bij naam kende. We zullen zien hoe hij ze in het heetst van de strijd met naam aanmoedigde en opdrachten gaf. Het is aanleiding stil te staan bij zijn deels opvallend moderne stijl van leidinggeven.

BWcaesar(cor2).indd 14

05/06/18 17:37


Inleiding 15

Uiteindelijk had Caesar ook uit het noorden het zaad van zijn eigen ondergang meegenomen. De successen en buit uit het noorden droegen in belangrijke mate bij aan zijn succesvolle lancering als alleenheerser. Maar dat verliep zo krachtig dat de daardoor opgeroepen tegenkrachten hem vrij snel ter dood brachten, mede met hulp van oude strijdmakkers. In 2012 maakten archeologen bekend dat ze bij Largo Argentina in Rome een marmeren monument hadden gevonden waarmee zijn opvolger Augustus de tot dan onbekende plaats van de moord herdacht. In Leiden kunnen we Caesar kort voor zijn dood in de ogen kijken. En het valt ook beter voor te stellen hoe na de moord zijn dodenmasker eruitgezien zal hebben. Daarmee zien we mogelijk de Caesar zoals die volgens de Romeinen naar de hemel was opgestegen om zich tussen de goden te voegen, een primeur. En zo komt Caesar een stuk dichterbij, geografisch, inhoudelijk én visueel. De ontwikkelingen in het Rome van Caesar zijn al eeuwen bekend en zeer uitvoerig beschreven. Maar hij wist als geen ander dat zijn politieke strijd mede buiten de Eeuwige Stad gewonnen zou worden. Het relaas van Caesar in de Lage Landen helpt zodoende het beeld van deze cruciale fase van het Romeinse Rijk aan te vullen. Terwijl het verhaal opende met de bijna lege eerste bladzijden uit de geschreven geschiedenis van de Lage Landen, beginnen deze zich voorzichtig te vullen. Daarbij is nog veel onduidelijk en doemen nieuwe vragen op, passend bij een fase van archeologisch onderzoek waarin de mist begint op te trekken. Het was voor Caesar en zijn manschappen een avontuur om op te rukken in het nauwelijks bekende hoge noorden. Hij was dankzij zijn verslag de eerste geograaf van de Lage Landen. Net zo belooft dit onderzoeksveld volop nieuwe avonturen voor de liefhebber en de wetenschap, inclusief de nodige wetenschappelijke strijd. Zoals Cicero bemoedigend aan zijn in het noorden verblijvende broer Quintus schreef: ‘Maar jij hebt, zoals ik kan zien, een perfect onderwerp om te beschrijven, de topografie, de natuurlijke verschijning van dingen en plaatsen, manieren, soorten, veldslagen en je eigen commandant zelf. Wat een thema’s voor jouw pen!’ Zaandam, juni 2018

BWcaesar(cor2).indd 15

05/06/18 17:37


‘Caesar in de Lage Landen biedt een basis om de discussie tussen archeologen, historici en classici naar een hoger plan te tillen.’ – Jona Lendering

Uitgeverij Omniboek

BOcaesar.indd 1

WWW.OMNIBOEK.NL NUR 683 ISBN 978 94 019 1389 8

9 789401 913898 >

CAESAR IN DE LAGE LANDEN

Tom Buijtendorp promoveerde op Forum Hadriani, de Romeinse stad bij Den Haag en schreef eerder Het jaar 117, over Romeinse keizers in de Lage Landen. Hij beziet hun leiderschap mede vanuit twintig jaar bestuurservaring in politiek en bedrijfsleven. Als oud-journalist van NRC Handelsblad combineert hij een pakkende schrijfstijl met een stevig wetenschappelijk fundament.

Tom Buijtendorp

Julius Caesar voerde zijn Gallische Oorlog voor een belangrijk deel langs de Rijn en de Maas, en leed zijn grootste nederlaag bij de Belgisch-Nederlandse grens. Een reeks nieuwe ontdekkingen en analyses laat zien dat Caesar ongeveer de helft van zijn campagnetijd in het noorden doorbracht, daar veel soldaten verloor, en bijna zijn eigen leven. Dit boek plaatst een van de beroemdste legerleiders uit de wereldgeschiedenis in een nieuw perspectief. Tom Buijtendorp neemt de lezer mee op reis door de Lage Landen, en brengt zo het verleden dichtbij. Een reconstructie van de noordelijke veldtochten maakt Caesars soms opvallend moderne leiderschap en strategisch denken tastbaar, maar legt ook zijn bijna fatale inschattingsfouten bloot. De auteur presenteert op boeiende wijze een reeks nieuwe inzichten. Met onderzoek naar Caesarbustes in met name Leiden, biedt dit boek ook letterlijk een nieuw gezicht, inclusief de baard waarmee de veldheer in deze regio rondliep. Caesar is niet meer wie hij geweest is.

Tom Buijtendorp

De Gallische Oorlog langs Rijn en Maas 04-06-18 09:03


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Caesar in de Lage Landen - Tom Buijtendorp.9789401913898 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu