14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 13
proloog Fysicus Leonardo Vetra rook brandend vlees, en hij wist dat het zijn eigen vlees was. Hij staarde in doodsangst omhoog naar de donkere gestalte die dreigend over hem heen gebogen stond. ‘Wat wil je?’ ‘La parola d’ordine,’ antwoordde de schorre stem. ‘Het wachtwoord.’ ‘Maar... ik heb geen...’ De indringer drukte het withete voorwerp dieper in Vetra’s borst. Er klonk gesis van geroosterd vlees. Vetra schreeuwde het uit van pijn. ‘Er ís geen wachtwoord!’ Hij voelde dat hij flauw ging vallen. De gestalte keek kwaad. ‘Ne avevo paura. Daar was ik al bang voor.’ Vetra deed zijn uiterste best om bij bewustzijn te blijven, maar de duisternis rukte op. Zijn enige troost was het besef dat zijn aanvaller dat waarvoor hij was gekomen nooit zou bemachtigen. Maar een ogenblik later haalde de gestalte een mes te voorschijn en bracht dat naar Vetra’s gezicht. Het lemmet werd stilgehouden. Nauwgezet. Met chirurgische precisie. ‘God, nee!’ riep Vetra. Maar het was te laat.
1 Hoog op de piramide van Gizeh, ver boven hem, lachte een jonge vrouw. Ze riep hem toe: ‘Robert, schiet op! Ik wist wel dat ik met een jongere man had moeten trouwen!’ Haar glimlach was betoverend. Hij deed zijn best om haar bij te houden, maar zijn benen leken van lood. ‘Wacht op mij,’ smeekte hij. ‘Alsjeblieft...’ Terwijl hij verder klom, begon hij onscherp te zien. Zijn oren suisden. Ik moet bij haar zien te komen! Maar toen hij weer opkeek, was de vrouw verdwenen. In haar plaats stond nu een oude man met rottende tanden. De man keek op hem neer en vertrok zijn mond tot een troosteloze grimas. Toen gaf hij een afschuwelijke schreeuw die weerklonk door de woestijn. 13
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 14
Robert Langdon schrok wakker uit zijn nachtmerrie. De telefoon naast zijn bed rinkelde. Versuft nam hij op. ‘Hallo?’ ‘Ik ben op zoek naar Robert Langdon,’ zei een man. Langdon kwam overeind en probeerde wat helderder te worden. ‘Daar... spreekt u mee.’ Hij tuurde naar zijn digitale wekker. Het was achttien over vijf ’s ochtends. ‘Ik moet u ogenblikkelijk ontmoeten.’ ‘Met wie spreek ik?’ ‘Ik heet Maximilian Kohler. Ik ben elementaire-deeltjesfysicus.’ ‘Wát bent u?’ Het kostte Langdon moeite zich te concentreren. ‘Weet u zeker dat u de juiste Langdon hebt?’ ‘U bent hoogleraar religieuze iconologie aan Harvard University. U hebt drie boeken over symboliek geschreven en...’ ‘Weet u wel hoe laat het is?’ ‘Mijn verontschuldigingen. Ik heb iets dat ik u moet laten zien. Ik kan het niet over de telefoon bespreken.’ Een veelbetekenend gekreun ontsnapte Langdon. Dit was al vaker gebeurd. Een gevaar van het schrijven van boeken over religieuze symboliek waren telefoontjes van godsdienstfanatici die wilden dat hij de echtheid van hun nieuwste teken van God bevestigde. Vorige maand had een stripper uit Oklahoma Langdon hem de beste seks van zijn leven beloofd als hij naar haar toe vloog om een kruis dat op wonderbaarlijke wijze op haar beddenlakens was verschenen, echt te verklaren. De Lijkwade van Tulsa, had Langdon het genoemd. ‘Hoe komt u aan mijn nummer?’ Langdon probeerde beleefd te blijven, ondanks het tijdstip. ‘Van internet. De site over uw boek.’ Langdon fronste. Hij wist verdomd zeker dat zijn privételefoonnummer daar niet vermeld stond. Het was duidelijk dat de man loog. ‘Ik moet u spreken,’ hield de beller vol. ‘Ik zal u goed betalen.’ Nu begon Langdon boos te worden. ‘Het spijt me, maar ik kan echt niet...’ ‘Als u onmiddellijk vertrekt, bent u hier om...’ ‘Ik ga helemaal nergens heen! Het is vijf uur ’s ochtends!’ Langdon hing op en liet zich achterover in bed vallen. Hij sloot zijn ogen en probeerde weer te slapen. Dat lukte niet. De droom stond hem nog te levendig voor ogen. Met tegenzin trok hij zijn ochtendjas aan en ging naar beneden. Robert Langdon dwaalde blootsvoets door zijn verlaten Victoriaanse huis in Massachusetts, met in zijn hand zijn gebruikelijke remedie te14
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 15
gen slapeloosheid: een mok gloeiend hete chocolademelk. Het maanlicht scheen in deze aprilnacht door de erkerramen en speelde over de oosterse tapijten. Langdons collega’s grapten vaak dat zijn huis meer een volkenkundig museum dan een woning leek. De planken stonden vol religieuze kunstvoorwerpen uit de hele wereld: een ekuaba uit Ghana, een gouden kruis uit Spanje, een godenbeeldje van de Cycladen in de Egeïsche Zee, en zelfs een zeldzame geweven boccus uit Borneo, symbool voor de eeuwige jeugd van een jonge krijger. Toen Langdon op zijn koperen maharishi-kist ging zitten en genoot van de warmte van de chocola, weerkaatste het erkerraam zijn spiegelbeeld. Het beeld was vertekend en bleek... als een spook. Een ouder wordend spook, bedacht hij, vanwege het onbarmhartige besef dat zijn jeugdige geest in een vergankelijk lichaam huisde. Hoewel hij niet uitgesproken knap was, had de vijfenveertigjarige Langdon wat zijn vrouwelijke collega’s een ‘intellectuele’ aantrekkingskracht noemden: plukjes grijs in zijn dikke bruine haar, doordringende blauwe ogen, een opvallend diepe stem en de brede, zorgeloze glimlach van een atletische academicus. Langdon, die als student in de zwemploeg van zijn universiteit had gezeten, had nog steeds de bouw van een zwemmer: een gespierd lijf van één meter tachtig dat hij zorgvuldig onderhield met vijftig baantjes per dag in het universiteitszwembad. Langdons vrienden hadden hem altijd enigszins raadselachtig gevonden; een man die in verschillende eeuwen tegelijk thuishoorde. In het weekend kon je hem in spijkerbroek zien rondhangen op de campus, waar hij met studenten praatte over computertechniek of religieuze geschiedenis, maar andere keren zag je hem in de duurdere kunsttijdschriften, met zijn pak van Harris-tweed en paisleyvest, gefotografeerd op openingen van exposities waar hij als spreker optrad. Hoewel hij geen gemakkelijke docent was en een strenge discipline handhaafde, was hij ook een groot voorstander van wat hij ‘de verloren kunst van de ongecompliceerde lol’ noemde. Hij genoot met een aanstekelijk fanatisme van zijn vrije tijd, en dat had ervoor gezorgd dat zijn studenten hem in hun midden accepteerden. Zijn bijnaam op de campus – ‘de Dolfijn’ – sloeg zowel op zijn beminnelijke aard als op zijn legendarische vermogen om bij een potje waterpolo de hele tegenpartij te snel af te zijn. Terwijl Langdon in zijn eentje afwezig in het donker zat te staren, werd de stilte in zijn huis opnieuw verbroken, deze keer door het geluid van zijn fax. Hij was te uitgeput om zich te ergeren en grinnikte vermoeid. 15
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 16
Het godsvolk, dacht hij. Ze wachten al tweeduizend jaar op hun Messias, en ze houden nog steeds stug vol. Hij slofte naar de keuken om zijn lege mok terug te brengen en liep langzaam naar zijn werkkamer met eikenhouten lambrisering. De binnengekomen fax lag in het bakje. Met een zucht pakte hij het vel papier op en keek ernaar. Een golf van misselijkheid overspoelde hem meteen. Op het papier was een foto afgedrukt van een lijk. Het lichaam was naakt en het hoofd was gedraaid, zodat het naar achteren keek. Op de borst van het slachtoffer was een afschuwelijke wond te zien. De man was gebrandmerkt... Er was een woord in zijn borst gebrand. Een woord dat Langdon goed kende. Heel goed. Hij staarde ongelovig naar de sierlijke belettering.
‘Illuminati,’ stamelde hij met bonzend hart. Dat is onmogelijk... Heel langzaam, bang voor wat hij zou gaan zien, draaide hij de fax honderdtachtig graden. Hij bekeek het woord ondersteboven. Zijn adem stokte. Hij voelde zich als door een mokerslag getroffen. Hij kon zijn ogen niet geloven en draaide de fax opnieuw, om het brandmerk nogmaals rechtop en daarna weer ondersteboven te lezen. ‘Illuminati,’ fluisterde hij. Verbluft liet Langdon zich in een stoel vallen. Even bleef hij volkomen verbijsterd zitten. Na enige tijd werd zijn aandacht getrokken door het knipperende rode lampje van zijn fax. Degene die deze fax had gestuurd, was nog aan de lijn en wachtte om met hem te kunnen praten. Langdon bleef lang naar het knipperende lampje zitten kijken. Toen pakte hij met bevende hand de hoorn op.
2 ‘Heb ik nu uw interesse gewekt?’ vroeg de mannenstem toen Langdon eindelijk opnam. ‘Ja, dat hebt u zeker. Kunt u zich nader verklaren?’ 16
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 17
‘Ik probeerde het u al eerder te vertellen.’ De stem was onbewogen, mechanisch. ‘Ik ben fysicus. Ik sta aan het hoofd van een onderzoeksinstituut. Er is hier een moord gepleegd. U hebt het lijk gezien.’ ‘Hoe hebt u me gevonden?’ Langdon had moeite zich op het gesprek te concentreren. Zijn hoofd tolde van wat hij op de fax had gezien. ‘Dat heb ik u al verteld. Via internet. De site over uw boek, De kunst van de Illuminati.’ Langdon probeerde zijn gedachten op een rijtje te zetten. Zijn boek was niet in brede literaire kring doorgedrongen, maar had op internet wel enige bekendheid. Toch klopte de bewering van de beller niet. ‘Op die pagina staan geen adresgegevens,’ zei Langdon stellig. ‘Dat weet ik zeker.’ ‘Ik heb hier in het lab mensen die er heel gemakkelijk achter kunnen komen wat de persoonlijke gegevens zijn van internetgebruikers.’ Langdon was sceptisch. ‘Zo te horen weet uw lab heel wat over internet.’ ‘Dat mag ook wel,’ riposteerde de man. ‘We hebben het uitgevonden.’ Er was iets in zijn stem wat Langdon ervan overtuigde dat hij geen grapje maakte. ‘Ik moet u ontmoeten,’ hield de beller vol. ‘Dit kunnen we niet over de telefoon bespreken. Het is maar een uur vliegen van Boston naar mijn lab.’ Langdon stond in zijn schemerige werkkamer en keek aandachtig naar de fax in zijn hand. Het beeld was overweldigend: dit was misschien wel de epigrafische ontdekking van de eeuw, tien jaar van zijn onderzoek samengebald in één enkel symbool. ‘Het is dringend,’ drong de stem aan. Langdons blik was strak op het brandmerk gericht. Illuminati, las hij steeds weer opnieuw. Zijn werk was altijd gebaseerd geweest op oude documenten en historische verhalen – het symbolische equivalent van fossielen – maar het beeld dat hij nu zag, was van vandaag. De tegenwoordige tijd. Hij voelde zich als een paleontoloog die oog in oog stond met een levende dinosaurus. ‘Ik heb de vrijheid genomen een vliegtuig te sturen om u op te halen,’ zei de man. ‘Het zal over twintig minuten in Boston landen.’ Langdon voelde dat hij een droge mond kreeg. Een uur vliegen... ‘Neemt u me niet kwalijk dat ik zo vrij ben geweest,’ zei de stem. ‘Ik heb u hier nodig.’ Langdon keek weer naar de fax: de bevestiging, zwart op wit, van een eeuwenoude mythe. De implicaties waren beangstigend. Hij keek 17
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 18
afwezig door het erkerraam. Een eerste zweem van ochtendlicht filterde door de berkenbomen in zijn achtertuin, maar het uitzicht was op de een of andere manier anders dan anders. Terwijl hij werd gegrepen door een vreemde combinatie van angst en opwinding, wist hij dat hij geen keuze had. ‘U wint,’ zei hij. ‘Vertel me maar waar ik op het vliegtuig kan stappen.’
3 Duizenden kilometers daarvandaan kwamen twee mannen bijeen. Het vertrek was donker. Middeleeuws. Van steen. ‘Benvenuto,’ zei de man die de leiding had. Hij zat in de schaduw, uit het zicht. ‘Is het gelukt?’ ‘Sì,’ antwoordde de donkere gestalte. ‘Perfettamente.’ Zijn woorden klonken zo hard als de stenen muren. ‘En er kan geen twijfel rijzen over wie ervoor verantwoordelijk is?’ ‘Geen enkele.’ ‘Uitstekend. Heb je waar ik om heb gevraagd?’ De ogen van de moordenaar glinsterden, zwart als olie. Hij haalde een zwaar elektronisch voorwerp te voorschijn en zette het op tafel. De man in de schaduw leek tevreden. ‘Je hebt het goed gedaan.’ ‘Het is een eer om de broederschap te dienen,’ zei de moordenaar. ‘Fase twee breekt binnenkort aan. Neem wat rust. Vanavond veranderen we de wereld.’
4 Robert Langdons Saab 900s scheurde door de Callahan-tunnel en kwam ten oosten van de haven van Boston weer bovengronds, vlak bij de oprit van Logan Airport. Met behulp van de aanwijzingen die hij had gekregen, vond Langdon Aviation Road en hij sloeg linksaf langs het oude gebouw van Eastern Airlines. Driehonderd meter verderop doemde in de duisternis een hangar op. Er was een grote ‘4’ op geschilderd. Hij zette zijn auto op het parkeerterrein en stapte uit. 18
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 19
Van achter het gebouw kwam een man met een rond gezicht en in een blauw vliegenierskostuum te voorschijn. ‘Robert Langdon?’ riep hij. Hij klonk vriendelijk en had een accent dat Langdon niet kon thuisbrengen. ‘Dat ben ik,’ zei Langdon terwijl hij zijn auto afsloot. ‘Volmaakte timing,’ zei de man. ‘Ik ben net geland. Komt u alstublieft mee.’ Toen ze om het gebouw heen liepen, besefte Langdon dat hij gespannen was. Hij was niet gewend aan cryptische telefoontjes en geheime afspraken met vreemden. Omdat hij niet wist wat hem te wachten stond, had hij zich net zo gekleed als wanneer hij college zou geven: een kaki broek, een coltrui en een tweed jasje. Onder het lopen dacht hij aan de fax in de zak van zijn jasje; hij kon nog steeds niet geloven wat daarop te zien was. De piloot leek Langdons nervositeit te voelen. ‘U hebt toch geen probleem met vliegen, meneer?’ ‘Helemaal niet,’ antwoordde Langdon. Ik heb een probleem met gebrandmerkte lijken. Vliegen is geen punt. De man voerde Langdon mee langs de hangar. Ze sloegen de hoek om naar de startbaan. Langdon bleef als aan de grond genageld staan en staarde naar het vliegtuig dat op de baan stond te wachten. ‘Gaan we dáármee vliegen?’ De man grijnsde. ‘Wat vindt u ervan?’ Langdon bleef nog even staren. ‘Wat ik ervan vind? Wat ís het in godsnaam?’ Het toestel dat voor hen stond, was gigantisch. Het deed een beetje denken aan de spaceshuttle, maar dan met een afgeschaafde top, want de bovenkant was volkomen plat. Zoals het daar op de startbaan stond, leek het op een reusachtige wig. Langdons eerste indruk was dat hij droomde. Het ding zag er net zo luchtwaardig uit als een Buick. Van vleugels was nauwelijks sprake, het waren niet meer dan twee stompe vinnetjes achter aan de romp. Uit het staartdeel rezen twee kielvlakken op. De rest van het vliegtuig was glad, ongeveer zeventig meter van voor naar achter, geen ramen, helemaal niets, alleen maar gladde romp. ‘Tweehonderdvijftigduizend kilo, helemaal volgetankt,’ merkte de piloot op, als een vader die opschept over zijn pasgeboren kind. ‘Loopt op vloeibare waterstof. De huid is van een titaniumrooster en koolstofsiliciumvezels. De verhouding stuwkracht/gewicht is twintig op een; bij de meeste straalvliegtuigen is dat zeven op een. 19
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 20
De directeur moet wel gloeiende haast hebben om u te spreken. Het gebeurt niet vaak dat hij deze grote jongen stuurt.’ ‘Kan dat ding dan vlíégen?’ vroeg Langdon. De piloot glimlachte. ‘En óf.’ Hij nam Langdon mee over de startbaan naar het vliegtuig. ‘Het ziet er nogal afschrikwekkend uit, ik weet het, maar u kunt er maar beter aan gewend raken. Over vijf jaar zie je alleen deze lieverdjes nog maar, High Speed Civil Transports, hogesnelheidsverkeersvliegtuigen. Ons lab heeft een van de eerste exemplaren.’ Dat moet me nogal een lab zijn, dacht Langdon. ‘Dit is een prototype van de Boeing x-33,’ vervolgde de piloot, ‘maar er zijn tientallen andere; de National Aero Space Plane, de Russen hebben de Scramjet en de Britten hotol. De toekomst is er al, het kost alleen even tijd voordat die doordringt tot de publieke sector. Conventionele straalvliegtuigen hebben hun langste tijd gehad.’ Langdon keek argwanend op naar het toestel. ‘Ik geloof dat ik toch de voorkeur geef aan een conventioneel straalvliegtuig.’ De piloot gebaarde naar de loopplank. ‘Deze kant op, alstublieft, meneer Langdon. Voorzichtig.’ Een paar minuten later zat Langdon in de lege cabine. De piloot gespte hem vast in een stoel op de eerste rij en verdween in het voorste deel van het toestel. De cabine zelf leek verrassend veel op die van een breed passagiersvliegtuig. Het enige verschil was dat hier geen ramen waren, wat Langdon een onbehaaglijk gevoel gaf. Hij werd al zijn hele leven geplaagd door een milde vorm van claustrofobie, het gevolg van een gebeurtenis in zijn kindertijd die hij nooit helemaal te boven was gekomen. Langdons aversie tegen afgesloten ruimtes was niet zo sterk dat die hem beperkingen oplegde, maar had hem altijd gefrustreerd. Het verschijnsel uitte zich op subtiele manieren. Hij meed sporten die in kleine ruimtes werden gespeeld, zoals squash, en hij was volledig bereid geweest een klein fortuin te betalen voor zijn lichte Victoriaanse huis met hoge plafonds, hoewel hij als staflid zó een betaalbare woonruimte van de universiteit had kunnen betrekken. Langdon vermoedde dat de belangstelling voor kunst die hij van jongs af aan had gehad voortkwam uit zijn liefde voor de ruime, open ruimtes van musea. Onder hem kwamen de motoren brullend tot leven, en ze stuurden een diepe rilling door de romp. Langdon slikte en wachtte af. Hij voelde dat het toestel ging taxiën. Boven zijn hoofd begon zachtjes 20
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 21
ingeblikte countrymuziek te spelen. Een telefoon aan de muur naast hem piepte tweemaal. Langdon pakte de hoorn op. ‘Hallo?’ ‘Zit u lekker, meneer Langdon?’ ‘Helemaal niet.’ ‘Probeer te ontspannen. Over een uur zijn we er.’ ‘En waar zijn we dan precies?’ vroeg Langdon, die besefte dat hij geen idee had waarheen hij op weg was. ‘Genève,’ antwoordde de piloot, terwijl hij het toerental van de motoren opvoerde. ‘Het lab is in Genève.’ Langdon nam aan dat hij de man verkeerd verstond. ‘Geneva,’ zei hij, en hij ging zich wat beter voelen. ‘In het noorden van de staat New York. Ik heb nog familie wonen in de buurt van Seneca Lake. Ik wist helemaal niet dat er in Geneva een natuurkundig laboratorium was.’ De piloot lachte. ‘Niet Geneva in New York, meneer Langdon. Genève, in Zwitserland.’ Het duurde lang voordat dit doordrong. ‘Zwitserland?’ Langdon voelde zijn hartslag versnellen. ‘Ik dacht dat u zei dat het een uur vliegen was!’ ‘Dat is het ook, meneer Langdon.’ De piloot grinnikte. ‘Dit toestel haalt Mach 15.’
5 In een drukke straat in Europa baande de moordenaar zich een weg door de menigte. Hij was een imposante man. Donker en sterk. Onverwachts behendig. Zijn spieren waren nog gespannen van de ontmoeting van zojuist. Het gaat goed, hield hij zichzelf voor. Hoewel zijn opdrachtgever zijn gezicht niet had getoond, voelde de moordenaar zich toch vereerd om in zijn aanwezigheid te zijn. Is het echt pas twee weken geleden dat mijn opdrachtgever voor het eerst contact met me heeft gezocht? Hij herinnerde zich nog ieder woord van dat telefoongesprek... ‘Ik heet Janus,’ had de beller gezegd. ‘We zijn in zekere zin verwanten. We hebben dezelfde vijand. Ik heb gehoord dat u uw talenten tegen betaling aanbiedt.’ 21
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 22
‘Dat ligt eraan wie u vertegenwoordigt,’ had de moordenaar geantwoord. De beller had het hem verteld. ‘Houdt u me voor de gek?’ ‘Ik begrijp dat u onze naam eerder hebt gehoord,’ antwoordde de beller. ‘Natuurlijk. De broederschap is legendarisch.’ ‘En toch betwijfelt u of ik te vertrouwen ben.’ ‘Iedereen weet dat de broeders tot stof zijn vergaan.’ ‘Een sluwe list. De gevaarlijkste vijand is die voor wie niemand bang is.’ De moordenaar was sceptisch. ‘Bestaat de broederschap dan nog?’ ‘Dieper ondergronds dan ooit tevoren. We zijn doorgedrongen in alles wat u ziet... Zelfs in de heilige vesting van onze grootste vijand.’ ‘Onmogelijk. Die is onkwetsbaar.’ ‘Onze macht reikt ver.’ ‘Niemands macht reikt zo ver.’ ‘Zeer binnenkort zult u me geloven. Er is al een onweerlegbaar bewijs van de macht van de broederschap geleverd. Eén daad van verraad en machtsvertoon.’ ‘Wat hebben jullie dan gedaan?’ De beller vertelde het hem. De ogen van de moordenaar werden groot. ‘Onmogelijk.’ De volgende dag meldden alle kranten over de hele wereld hetzelfde nieuws. De moordenaar was overtuigd. Nu, twee weken later, kende de moordenaar geen spoor van twijfel meer. De broederschap bestaat nog, dacht hij. Vanavond zal ze te voorschijn treden en haar macht onthullen. Hij liep verder door de straten, en zijn zwarte ogen fonkelden onheilspellend. Een van de meest geheime en gevreesde genootschappen die ooit hadden bestaan, had een beroep op hem gedaan. Ze hebben een verstandige keuze gemaakt, dacht hij. Zijn reputatie op het gebied van geheimhouding werd alleen overtroffen door die van zijn vermogen te doden. Tot nu toe had hij hen waardig gediend. Hij had de moord gepleegd en het voorwerp bij Janus afgeleverd zoals hem was verzocht. Nu was het aan Janus om gebruik te maken van zijn macht en te zorgen dat het voorwerp op de juiste plaats terechtkwam. De juiste plaats... De moordenaar vroeg zich af hoe Janus erin zou slagen zo’n ontstellende taak te volbrengen. De man had ongetwijfeld interne connecties. Het domein van de broederschap leek geen grenzen te kennen. 22
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 23
Janus, dacht de moordenaar. Duidelijk een schuilnaam. Hij vroeg zich af of het een verwijzing was naar de Romeinse god met de twee gezichten... of misschien naar de maan van Saturnus? Niet dat het iets uitmaakte. Janus had onvoorstelbaar veel macht. Dat had hij wel bewezen. Al lopend stelde de moordenaar zich voor dat zijn voorouders met een glimlach op hem neerkeken. Vandaag streed hij hún strijd, streed hij tegen de vijand waar zij eeuwenlang tegen hadden gevochten, al vanaf de elfde eeuw... toen de kruisvaarders zijn land voor het eerst hadden geplunderd, zijn mensen hadden verkracht en vermoord, hen als onrein hadden bestempeld en hun tempels en goden hadden ontheiligd. Zijn voorouders hadden een klein maar gevaarlijk verdedigingsleger gevormd. De soldaten ervan waren door het hele land beroemd geworden als beschermers, bedreven doders die overal rondzwierven en elke vijand afslachtten die ze tegenkwamen. Ze waren niet alleen befaamd om hun brute moorden, maar ook om het feit dat ze hun slachtpartijen vierden door zich daarna met drugs te bedwelmen. Daarvoor gebruikten ze een krachtig verdovend middel dat ze hasjiesj noemden. Naarmate hun bekendheid groter werd, kregen deze levensgevaarlijke mannen de naam Hassassin, letterlijk ‘gebruikers van hasjiesj’. De naam Hassassin of Assassijn werd in bijna elke taal ter wereld een synoniem voor de dood. Het woord werd vandaag de dag nog steeds gebruikt, zelfs in modern Engels... maar net als het vak van moordenaar had ook het woord zich ontwikkeld. Het luidde nu assassin, moordenaar.
6 Er waren vierenzestig minuten verstreken toen een ongelovige en enigszins luchtzieke Robert Langdon over de loopplank de zonovergoten landingsbaan op liep. De revers van zijn tweed jasje klapperden in de frisse bries. Het was heerlijk om weer in de openlucht te zijn. Hij tuurde naar het welige groene dal en de besneeuwde bergtoppen die overal om hem heen oprezen. Ik droom, zei hij tegen zichzelf. Ik kan elk ogenblik wakker worden. ‘Welkom in Zwitserland,’ riep de piloot uit boven het gebulder van 23
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 24
de hedm-motoren met brandstofinspuiting van de x-33, die achter hem steeds langzamer gingen draaien. Langdon keek op zijn horloge. Dat gaf aan dat het zeven over zeven in de ochtend was. ‘U bent door zes tijdzones gekomen,’ vertelde de piloot. ‘Het is hier net na enen ’s middags.’ Langdon verzette zijn horloge. ‘Hoe voelt u zich?’ Hij wreef over zijn maag. ‘Alsof ik piepschuim heb gegeten.’ De piloot knikte. ‘Hoogteziekte. We zijn op twintig kilometer hoogte geweest. Daar ben je dertig procent lichter. Gelukkig hoefden we maar een kippeneindje. Als we naar Tokio hadden gemoeten, had ik pas écht hoog moeten gaan vliegen: honderdvijftig kilometer. Dan klotsen je ingewanden door je lijf.’ Langdon knikte zwakjes en bedacht dat hij geluk had gehad. Al met al was het een opmerkelijk gewone vlucht geweest. Afgezien van een verpletterende versnelling bij het opstijgen waren de bewegingen van het vliegtuig nogal doorsnee geweest: af en toe een beetje turbulentie, een paar veranderingen in de luchtdruk tijdens het stijgen, maar helemaal niets waaruit je kon afleiden dat ze met de verbijsterende snelheid van zeventienduizend kilometer per uur door de ruimte waren geschoten. Er kwam een handjevol technici de landingsbaan op rennen om zich met de x-33 bezig te houden. De piloot liep met Langdon naar een zwarte personenwagen, een Peugeot, die op een parkeerplaats naast de verkeerstoren stond. Even later reden ze met hoge snelheid over een geplaveide weg door het dal. In de verte zag hij vaag een groepje gebouwen oprijzen. Buiten flitsten de grazige weiden als een groene vlek aan hem voorbij. Langdon keek vol ongeloof toe hoe de piloot het gaspedaal indrukte totdat de snelheidsmeter ongeveer honderdzeventig kilometer per uur aanwees. Wat heeft die vent toch met snelheid? vroeg hij zich af. ‘Het is vijf kilometer naar het lab,’ zei de piloot. ‘We zijn er over twee minuten.’ Langdon zocht vergeefs naar een veiligheidsgordel. Waarom zou je er geen drie van maken en zorgen dat we levend aankomen? De auto stoof verder. ‘Houdt u van Reba?’ vroeg de piloot, en hij duwde een bandje in de cassetterecorder. Een vrouw begon te zingen: ‘Het is de angst om alleen te zijn...’ Daar heb ik geen last van, dacht Langdon afwezig. Zijn vrouwelij24
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 25
ke collega’s zeiden vaak plagerig dat zijn museale verzameling kunstvoorwerpen alleen een doorzichtige poging was om een leeg huis te vullen, een huis dat er volgens hen een stuk op vooruit zou gaan door de aanwezigheid van een vrouw. Langdon maakte zich daar altijd lachend van af en herinnerde hen eraan dat hij al drie liefdes had: symboliek, waterpolo en het vrijgezellenbestaan. Dat laatste bood hem de vrijheid over de hele wereld te reizen, zo lang uit te slapen als hij wilde en te genieten van rustige avonden thuis met een glas cognac en een goed boek. ‘We vormen eigenlijk een kleine stad,’ zei de piloot, waarmee hij Langdon uit zijn dagdroom wekte. ‘Er zijn niet alleen laboratoria. We hebben supermarkten, een ziekenhuis en zelfs een bioscoop.’ Langdon knikte uitdrukkingsloos en keek naar de grote hoeveelheid gebouwen die voor hen oprees. ‘We bezitten zelfs de grootste machine ter wereld,’ vervolgde de piloot. ‘O ja?’ Langdon keek om zich heen. ‘Die zult u hier niet zien, meneer.’ De piloot glimlachte. ‘Die bevindt zich zes verdiepingen onder de grond.’ Langdon had geen tijd om iets te vragen. Zonder waarschuwing trapte de piloot op de rem. De auto kwam slippend tot stilstand voor een gepantserd wachthuisje. Langdon las het bord dat voor hen hing. sécurité. arrêtez. Een golf van paniek overspoelde hem toen hij besefte waar hij was. ‘Mijn god! Ik heb mijn paspoort niet bij me!’ ‘Een paspoort is niet nodig,’ zei de chauffeur geruststellend. ‘We hebben een regeling met de Zwitserse regering.’ Langdon keek verbluft toe hoe zijn chauffeur de bewaker een identiteitsplaatje gaf. Die haalde het door een elektronisch apparaat om het te controleren. Er lichtte een groene lamp op. ‘Naam van de passagier?’ ‘Robert Langdon,’ antwoordde de chauffeur. ‘Gast van?’ ‘De directeur.’ De bewaker trok zijn wenkbrauwen op. Hij draaide zich om en vergeleek de gegevensuitdraai van een computer met de data op zijn scherm. Toen keerde hij zich weer naar het raam. ‘Prettig verblijf hier, meneer Langdon.’ De auto schoot weer weg en accelereerde nog zo’n tweehonderd meter, om een brede rotonde heen naar de hoofdingang van het instituut. Vóór hen doemde een rechthoekig, ultramodern bouwwerk van glas en staal op. Langdon was verbaasd door het opvallende, trans25
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 26
parante ontwerp van het gebouw. Hij had altijd grote belangstelling gehad voor architectuur. ‘De Glazen Kathedraal,’ meldde zijn begeleider. ‘Een kerk?’ ‘Welnee. Een kerk is het enige dat we níét hebben. Fysica is de heersende religie hier. U mag de naam des Heren zo vaak ijdel gebruiken als u maar wilt,’ zei hij lachend, ‘zolang u maar geen kwaad woord zegt over quarks of mesonen.’ Het duizelde Langdon. De chauffeur maakte een scherpe bocht en bracht de auto voor het glazen gebouw tot stilstand. Quarks en mesonen? Geen grenscontrole? Vliegtuigen die Mach 15 vliegen? Wie zijn deze lui in godsnaam? Op de gegraveerde granieten plaat voor het gebouw was het antwoord te lezen. (cern) Conseil Européen pour la Recherche Nucléaire ‘Kernonderzoek?’ vroeg Langdon, die er tamelijk zeker van was dat zijn vertaling klopte. De chauffeur gaf geen antwoord. Hij zat voorovergebogen aan het cassettedeck te prutsen. ‘U bent er. De directeur zal u bij deze ingang oppikken.’ Langdon zag een man in een rolstoel uit het gebouw komen. Zo te zien was hij begin zestig. Hij was broodmager en volkomen kaal, had een strenge trek om zijn mond en droeg een witte labjas en keurige schoenen, die stevig op de voetsteun van de rolstoel stonden. Zelfs uit de verte zagen zijn ogen er levenloos uit, als twee grijze stenen. ‘Is dat hem?’ vroeg Langdon. De chauffeur keek op. ‘Verdomd.’ Hij draaide zich om en schonk Langdon een veelbetekenende glimlach. ‘Als je het over de duivel hebt...’ Onzeker over wat hem te wachten stond, stapte Langdon de auto uit. De man in de rolstoel kwam snel naar Langdon toe rijden en gaf hem een klamme hand. ‘Meneer Langdon? We hebben elkaar over de telefoon gesproken. Ik ben Maximilian Kohler.’
26
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 27
7 Maximilian Kohler, algemeen directeur van cern, werd achter zijn rug König genoemd, koning. Die titel werd meer ingegeven door angst dan door eerbied voor de man die vanuit zijn rollende troon over zijn rijk heerste. Hoewel slechts weinigen hem persoonlijk kenden, was het afschuwelijke verhaal van hoe hij invalide was geworden algemeen bekend bij cern, en er waren niet veel mensen die hem zijn verbittering of zijn gezworen toewijding aan de zuivere wetenschap kwalijk namen. Langdon bevond zich nog maar kort in het gezelschap van Kohler en voelde nu al dat de directeur een afstandelijke man was. Langdon moest bijna rennen om Kohlers elektrische rolstoel bij te houden, die geluidloos naar de hoofdingang zoefde. De rolstoel leek op geen enkele andere die Langdon ooit had gezien; hij was uitgerust met een hele batterij elektronica, waaronder een telefoon met meerdere lijnen, een oproepsysteem, een computerscherm en zelfs een kleine, afneembare videocamera. Het mobiele commandocentrum van koning Kohler. Langdon volgde hem door een automatische deur cern’s ruime ontvangsthal in. De Glazen Kathedraal, mijmerde Langdon terwijl hij opkeek naar de hemel. Boven zijn hoofd glinsterde het blauwige glazen dak in de middagzon, wier stralen in geometrische patronen de lucht doorsneden en de ruimte een zekere grootsheid verleenden. Er vielen hoekige schaduwen als aderen over de wit betegelde muren en de marmeren vloer. Het rook er schoon, steriel. Hier en daar liepen een paar wetenschappers met energieke tred door de hal, en hun voetstappen echoden in de weergalmende ruimte. ‘Deze kant op, alstublieft, meneer Langdon.’ Zijn stem klonk bijna mechanisch. Zijn accent was star en nauwgezet, net als zijn strenge voorkomen. Kohler hoestte en veegde zijn mond af met een witte zakdoek, terwijl hij Langdon met zijn dode grijze ogen strak aankeek. ‘Haast u, alstublieft.’ Zijn rolstoel leek over de betegelde vloer vooruit te springen. Langdon volgde hem langs de schijnbaar talloze vertakkingen van het grote atrium. In elk van die hallen gonsde het van activiteit. De wetenschappers die Kohler in het oog kregen, leken verrast te zijn en staarden naar Langdon alsof ze zich afvroegen wie hij wel moest zijn om in zulk hoog gezelschap te verkeren. 27
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 28
‘Ik moet tot mijn schaamte bekennen,’ zei Langdon in een poging een gesprek op gang te brengen, ‘dat ik nog nooit van cern heb gehoord.’ ‘Geen wonder,’ antwoordde Kohler, en zijn korte reactie klonk scherp en efficiënt. ‘De meeste Amerikanen beschouwen Europa niet als wereldleider op het gebied van wetenschappelijk onderzoek. Ze zien ons meer als een schilderachtige winkelbuurt; een vreemd idee, als je bedenkt wat de nationaliteit van mensen als Einstein, Galilei en Newton was.’ Langdon wist niet precies wat hij moest zeggen. Hij trok de fax uit zijn zak. ‘De man op de foto, kunt u...’ Kohler onderbrak hem door zijn hand op te steken. ‘Alstublieft. Niet hier. Ik breng u nu naar hem toe.’ Hij stak zijn hand uit. ‘Misschien moet ik dat maar bewaren.’ Langdon gaf hem de fax en liep zwijgend met hem mee. Kohler maakte een scherpe bocht naar links en sloeg een brede gang in, waarin allerlei prijzen en onderscheidingen stonden en hingen. Een grote gedenkplaat domineerde de ingang. Langdon hield zijn pas in om de inscriptie in het brons te lezen toen ze erlangs kwamen. ars electronica-prijs Voor culturele innovatie in het digitale tijdperk Toegekend aan Tim Berners Lee en cern voor de uitvinding van het world wide web Wel heb je ooit, dacht Langdon toen hij de tekst las. Het was dus inderdaad geen grapje geweest. Langdon had internet altijd als een Amerikaanse uitvinding beschouwd. Maar zijn kennis beperkte zich dan ook tot de site van zijn eigen boek en die van het Louvre en El Prado, die hij af en toe met zijn oude Macintosh raadpleegde. ‘Het web,’ zei Kohler, waarna hij weer hoestte en zijn mond afveegde, ‘is hier ontstaan als een netwerk van de interne computers. Daarmee konden wetenschappers van verschillende afdelingen hun bevindingen van dag tot dag uitwisselen. De hele wereld verkeert natuurlijk in de veronderstelling dat het web een Amerikaanse vinding is.’ Langdon liep achter hem aan door de gang. ‘Waarom helpt u dat misverstand niet de wereld uit?’ Kohler haalde schijnbaar ongeïnteresseerd zijn schouders op. ‘Een onbelangrijk misverstand over een onbelangrijke techniek. cern is 28
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 29
veel groter dan een wereldwijd verbindingsnetwerk van computers. Onze wetenschappers verrichten hier bijna dagelijks wonderen.’ Langdon keek Kohler vragend aan. ‘Wonderen?’ Het woord ‘wonder’ maakte zeer zeker geen deel uit van het vocabulaire dat in het Fairchild-wetenschapsgebouw van Harvard University werd gebezigd. Wonderen werden overgelaten aan de theologen. ‘U klinkt sceptisch,’ zei Kohler. ‘Ik dacht dat u de religieuze symboliek bestudeerde. Gelooft u niet in wonderen?’ ‘Ik weet niet precies wat ik van wonderen vind,’ zei Langdon. Vooral niet als ze plaatsvinden in een wetenschappelijk laboratorium. ‘Misschien is wonderen het verkeerde woord. Ik probeerde alleen uw taal te spreken.’ ‘Mijn taal?’ Langdon voelde zich plotseling slecht op zijn gemak. ‘Ik wil u niet teleurstellen, meneer, maar ik bestudeer de religieuze symbolenleer. Ik ben een academicus, geen geestelijke.’ Kohler minderde plotseling vaart en keek om; zijn blik was iets minder hard. ‘Natuurlijk. Wat dom van me. Je hoeft geen kanker te hebben om de symptomen ervan te analyseren.’ Zo had Langdon het nooit eerder horen uitdrukken. Terwijl ze zich weer door de gang spoedden, knikte Kohler goedkeurend. ‘Ik denk dat u en ik elkaar uitstekend zullen begrijpen, meneer Langdon.’ Om de een of andere reden twijfelde Langdon daaraan. Toen ze zich verder haastten, begon Langdon zich bewust te worden van een diep gerommel voor zich uit. Het geluid werd met elke stap duidelijker en trilde door de muren. Het leek vanuit het einde van de gang te komen. ‘Wat is dat?’ vroeg Langdon uiteindelijk, en hij moest inmiddels schreeuwen. Hij had het gevoel dat ze een werkende vulkaan naderden. ‘De vrije-valbuis,’ antwoordde Kohler, en zijn holle stem kwam moeiteloos boven de herrie uit. Verder gaf hij geen uitleg. Langdon vroeg er ook niet naar. Hij was uitgeput, en Maximilian Kohler leek niet geïnteresseerd in het winnen van een onderscheiding voor gastvrijheid. Langdon bracht zich in herinnering waarom hij hier was. De Illuminati. Hij nam aan dat er ergens in dit kolossale gebouw een lijk lag... Een lijk dat gebrandmerkt was met een symbool waarvoor hij zojuist vijfduizend kilometer had gevlogen. Toen ze het einde van de gang naderden, werd het gerommel bijna oorverdovend; het vibreerde door Langdons zolen omhoog. Ze sloegen de bocht om en daar verscheen aan hun rechterhand een gebo29
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 30
gen muur met vier dikke ruiten erin; ze leken op die van een onderzeeër. Langdon bleef staan en keek door een van de ramen. Professor Robert Langdon had heel wat rare dingen gezien in zijn leven, maar nog nooit zoiets raars als dit. Hij knipperde een paar keer met zijn ogen en vroeg zich af of hij hallucineerde. Hij staarde een enorme cirkelvormige ruimte in. In die ruimte zweefden mensen rond alsof ze gewichtloos waren. Drie in totaal. Een van hen zwaaide en maakte een salto in de lucht. Mijn god, dacht hij, ik ben in het land van Oz. De vloer van het vertrek bestond uit een rooster dat eruitzag als een gigantisch stuk kippengaas. Onder het rooster was de vage vlek van een reusachtige metalen propeller te zien. ‘De vrije-valbuis,’ zei Kohler, die halt had gehouden om op hem te wachten. ‘Overdekt een vrije val maken. Tegen de stress. Het is een verticale windtunnel.’ Langdon keek verbaasd toe. Een van de mensen in de ruimte, een gezette vrouw, manoeuvreerde zich naar het raam toe. Ze werd gegeseld door de luchtstroom, maar grijnsde en stak haar duim op naar Langdon. Die glimlachte flauwtjes en maakte hetzelfde gebaar terug, terwijl hij zich afvroeg of ze wist dat dat een oeroud fallussymbool was dat viriliteit uitdrukte. Langdon zag dat de zwaargebouwde vrouw de enige was die een soort miniatuurparachute droeg. De lap stof bolde als een stuk speelgoed boven haar op. ‘Waar is haar parachuutje voor?’ vroeg Langdon aan Kohler. ‘De doorsnee kan niet meer dan een meter zijn.’ ‘Wrijving,’ zei Kohler. ‘Ze wordt er minder gestroomlijnd van, zodat de ventilator haar de lucht in kan blazen.’ Hij reed weer verder door de gang. ‘Eén vierkante meter stof zorgt ervoor dat een vallend lichaam twintig procent van zijn snelheid verliest.’ Langdon knikte afwezig. Hij had geen flauw vermoeden dat deze informatie hem later die avond, op honderden kilometers afstand van hier, het leven zou redden.
8 Toen Kohler en Langdon aan de achterkant van het hoofdgebouw van cern in het felle Zwitserse zonlicht kwamen, had Langdon het gevoel dat hij plotseling weer thuis was. Wat hij voor zich zag, was 30
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 31
sprekend de campus van een Noord-Amerikaanse universiteit. Een grasveld liep glooiend af naar een uitgestrekt laagland, waar groepjes zilveresdoorns stonden op binnenplaatsen die werden omzoomd door bakstenen huizen en voetpaden. Erudiet ogende personen met stapels boeken haastten zich gebouwen in en uit. Als om de campussfeer te verhogen, gooiden twee langharige hippies een frisbee over op de tonen van Mahlers Vierde Symfonie, die uit een raam van een huis schalde. ‘Dit zijn woonruimtes,’ vertelde Kohler terwijl hij zijn rolstoel snel over het pad naar de gebouwen liet rijden. ‘We hebben hier meer dan drieduizend fysici. Ruim de helft van de deeltjesfysici ter wereld – de grootste geesten op aarde – werkt bij cern; Duitsers, Japanners, Italianen, Nederlanders, noem maar op. Onze fysici zijn afkomstig van meer dan vijfhonderd universiteiten en uit zestig landen.’ Langdon stond versteld. ‘Hoe communiceren die met elkaar?’ ‘In het Engels, natuurlijk. De universele taal van de wetenschap.’ Langdon had altijd gehoord dat wiskunde de universele taal van de wetenschap was, maar hij was te moe om een discussie te beginnen. Hij liep gehoorzaam achter Kohler het pad af. Halverwege het pad kwam een jongeman langs joggen. Op zijn t-shirt stond met grote letters: zonder tut heeft het leven geen nut! Langdon keek hem verbaasd na. ‘Tut?’ ‘Totale Unificatietheorie,’ zei Kohler kortaf. ‘De theorie die alles verklaart.’ ‘Aha,’ zei Langdon, die er niets van begreep. ‘Weet u iets van deeltjesfysica, meneer Langdon?’ Langdon haalde zijn schouders op. ‘Ik weet wel iets van algemene fysica; vallende lichamen en dat soort dingen.’ In alle jaren dat hij van de hoge duikplank was gedoken, had hij veel respect gekregen voor de zwaartekracht. ‘Deeltjesfysica is toch de studie van atomen?’ Kohler schudde zijn hoofd. ‘Atomen zijn planeten in vergelijking met wat wij bestuderen. Onze belangstelling gaat uit naar de kérn van het atoom, en die heeft slechts één tienduizendste van de omvang van het geheel.’ Hij hoestte weer, en het klonk alsof hij ziek was. ‘De mannen en vrouwen van cern proberen antwoorden te vinden op de vragen die de mensheid zich al sinds het begin der tijden stelt. Waar komen we vandaan? Waar zijn we van gemaakt?’ ‘En die antwoorden zijn te vinden in een natuurkundig laboratorium?’ ‘U klinkt verrast.’ 31
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 32
‘Dat ben ik ook. Het leken me meer spirituele vragen.’ ‘Meneer Langdon, alle vragen zijn eens spiritueel geweest. Sinds het begin der tijden is er altijd een beroep gedaan op spiritualiteit en religie om de lacunes te vullen die de wetenschap niet kon verklaren. Het opkomen en ondergaan van de zon werd ooit toegeschreven aan Helios en zijn zonnewagen. Aardbevingen en vloedgolven waren de toorn van Poseidon. Inmiddels heeft de wetenschap bewezen dat die goden valse godheden waren. Binnenkort zal bewezen worden dat álle goden valse godheden zijn. De wetenschap heeft antwoorden gevonden op bijna alle vragen die de mens kan stellen. Er zijn er nog maar een paar over, en dat zijn de esoterische. Waar komen we vandaan? Wat doen we hier? Wat is de zin van het leven en van het heelal?’ Langdon was stomverbaasd. ‘En dat zijn vragen die cern probeert te beantwoorden?’ ‘Sterker nog, dat zijn vragen die we aan het beantwoorden zíjn.’ Langdon zweeg, en de twee mannen begaven zich tussen de woongebouwen door. Plotseling kwam er over hun hoofd een frisbee aan zweven, en die gleed vlak voor hen op de grond en bleef daar liggen. Kohler negeerde het ding en reed door. Vanaf de andere kant van het plein klonk een stem. ‘S’il vous plaît!’ Langdon keek om. Een oudere man met grijs haar en een sweater met college paris erop zwaaide naar hem. Langdon pakte de frisbee op en gooide hem behendig terug. De oude man ving hem op één vinger en liet hem een paar keer in de lucht stuiteren voordat hij hem naar zijn partner wierp. ‘Merci!’ riep hij naar Langdon. ‘Gefeliciteerd,’ zei Kohler toen Langdon hem eindelijk weer inhaalde. ‘U hebt zojuist een spelletje overgooien gedaan met een Nobelprijswinnaar, Georges Charpak, uitvinder van de meerdraads proportionele detectiekamer.’ Langdon knikte. Wat een geluksdag. Drie minuten later bereikten Langdon en Kohler hun bestemming: een groot, goed onderhouden woongebouw dat in een espenbosje lag. In vergelijking met de andere woningen leek dit een luxueus gebouw. Op een gegraveerde stenen plaat stond: gebouw c. Fantasievolle naam, dacht Langdon. Maar ondanks de steriele benaming appelleerde Gebouw C wel aan Langdons smaak op het gebied van architectuur: traditioneel en solide. Het had een gevel van baksteen en een sierlijke balustrade, en het werd omlijst door symmetrisch gemodelleerde heggen. Toen de twee mannen zich over het stenen pad naar de ingang begaven, kwa32
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 33
men ze onder een poort door die werd gevormd door twee marmeren zuilen. Iemand had op een van de twee een plakbriefje gehangen. deze zuil is ionisch Graffiti van natuurkundigen, mijmerde Langdon, en hij keek naar de zuil en grinnikte in zichzelf. ‘Ik ben blij dat zelfs briljante fysici zich weleens vergissen.’ Kohler keek hem aan. ‘Hoe bedoelt u?’ ‘Degene die dat briefje heeft geschreven, heeft het mis. Die zuil is niet Ionisch. Ionische zuilen hebben een vaste diameter. Deze wordt naar boven toe smaller. Dit is een Dorische, de Griekse tegenhanger. Een veelgemaakte vergissing.’ Kohler glimlachte niet. ‘De schrijver wilde een grapje maken, meneer Langdon. Ionisch betekent “ionen bevattend”, elektrisch geladen deeltjes. De meeste voorwerpen bevatten die.’ Langdon keek om naar de zuil en kreunde. Langdon voelde zich nog steeds een oen toen hij op de bovenste verdieping van Gebouw C uit de lift stapte. Hij liep achter Kohler aan door een fraai gemeubileerde gang. De inrichting was tot zijn verrassing traditioneel koloniaal Frans: een kersenhouten divan, een grote porseleinen vaas op de vloer, en met krullen versierd houtwerk. ‘We huisvesten onze wetenschappers in vaste dienst graag gerieflijk,’ verklaarde Kohler. Dat zie ik, dacht Langdon. ‘Dus hier woonde de man van de fax? Iemand met een hoge functie?’ ‘Inderdaad,’ zei Kohler. ‘Hij verscheen vanochtend niet op een afspraak met mij en antwoordde niet toen hij werd opgeroepen. Ik ben hierheen gekomen om hem te zoeken en trof hem dood in zijn woonkamer aan.’ Langdon rilde toen hij besefte dat hij op het punt stond een dode te zien. Hij had nooit een erg sterke maag gehad. Dat had hij ontdekt als student kunstgeschiedenis, toen de docent de klas vertelde dat Leonardo da Vinci zijn kennis van het menselijk lichaam had verworven door lijken op te graven en hun spierstelsel te ontleden. Kohler ging voorop naar het einde van de gang. Daar was één deur. ‘Het penthouse, zoals u het zou noemen,’ kondigde Kohler aan, terwijl hij een druppel zweet van zijn voorhoofd bette. Langdon keek naar de ene eikenhouten deur voor hem. Op het naamplaatje stond: 33
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 34
leonardo vetra ‘Leonardo Vetra,’ zei Kohler, ‘zou volgende week achtenvijftig worden. Hij was een van de briljantste geleerden van onze tijd. Zijn dood is een groot verlies voor de wetenschap.’ Heel even dacht Langdon een vleugje emotie te zien op Kohlers harde gezicht. Maar net zo snel als dat was verschenen, was het weer verdwenen. Kohler stak zijn hand in zijn zak en begon een grote sleutelring af te zoeken. Langdon vroeg zich plotseling iets af. Het gebouw leek verlaten te zijn. ‘Waar is iedereen?’ vroeg hij. Dit gebrek aan activiteit was niet bepaald wat hij verwachtte op een plek waar pas een moord was gepleegd. ‘De bewoners zijn op hun werk,’ antwoordde Kohler, die de sleutel had gevonden. ‘Ik bedoel de polítie,’ verhelderde Langdon. ‘Is die al weg?’ Kohler bleef met de sleutel half in het slot zitten. ‘De politie?’ Langdons blik ontmoette die van de directeur. ‘De politie. U hebt me een fax gestuurd met de foto van een vermoorde man. Dan hebt u toch zeker de politie gebeld?’ ‘Geen sprake van.’ ‘Wat?’ De uitdrukking van Kohlers grijze ogen werd scherper. ‘Het is een ingewikkelde situatie, meneer Langdon.’ Een bang vermoeden bekroop Langdon. ‘Maar... er is toch wel iemand anders op de hoogte?’ ‘Jazeker. Leonardo’s geadopteerde dochter. Zij is ook natuurkundige hier, bij cern. Zij en haar vader delen een lab. Ze werken samen. Mevrouw Vetra was deze week weg om veldonderzoek te doen. Ik heb haar op de hoogte gesteld van de dood van haar vader, en ze is op dit moment op weg hierheen.’ ‘Maar er is een man verm...’ ‘Er zal zeker een officieel onderzoek worden ingesteld,’ zei Kohler op besliste toon. ‘Maar daarbij zal ongetwijfeld Vetra’s lab doorzocht moeten worden, een ruimte waarin zijn dochter en hij niemand toelaten. Daarom zal dat pas gebeuren als mevrouw Vetra terug is. Ik vind dat ik haar op zijn minst dat beetje discretie verschuldigd ben.’ Kohler draaide de sleutel om. Toen de deur openzwaaide, kwam er sissend een vlaag ijskoude lucht de gang in, die Langdon vol in het gezicht trof. Hij deinsde verbijsterd achteruit. Hij staarde naar de vreemde wereld aan de andere 34
14115a-v8-135x210_Het Bernini Mysterie 16-5-17 22:33 Pagina 35
kant van de drempel. In het appartement hing een dikke, witte mist. Die kringelde in rokerige spiralen rond het meubilair en hulde de ruimte in een ondoordringbare nevel. ‘Wat...?’ stamelde Langdon. ‘Een freon-koelsysteem,’ antwoordde Kohler. ‘Ik heb het appartement gekoeld om het lichaam te conserveren.’ Langdon knoopte zijn tweed jasje dicht tegen de kou. Ik ben in Oz, dacht hij. En ik heb mijn toverschoenen vergeten.
9 Het lijk dat vóór Langdon op de vloer lag, zag er afschuwelijk uit. Wijlen Leonardo Vetra lag naakt op zijn rug, en zijn huid was blauwgrijs. Zijn nekwervels staken uit waar ze gebroken waren en zijn hoofd was helemaal achterstevoren gedraaid. Zijn gezicht was niet te zien, want dat was tegen de vloer gedrukt. De man lag in een bevroren plas van zijn eigen urine, en in het haar rond zijn verschrompelde genitaliën zat spinnenwebachtige rijp. Terwijl hij een golf van misselijkheid probeerde te onderdrukken, keek Langdon naar de borst van het slachtoffer. Hoewel Langdon al heel vaak naar de symmetrische wond op de fax had gestaard, was de verbranding in het echt oneindig veel indrukwekkender. Het opgezette, geblakerde vlees was volmaakt afgebakend, het symbool perfect van vorm. Langdon vroeg zich af of de intense koude rilling die door zijn lijf trok werd veroorzaakt door de airconditioning of door zijn verbijstering over de betekenis van wat hij nu voor zich zag.
Met bonzend hart liep hij om het lijk heen en las het woord ondersteboven, opnieuw een bevestiging van de geniale symmetrie. Nu hij ernaar keek, leek het onvoorstelbaarder dan ooit dat het symbool echt bestond. ‘Meneer Langdon?’ 35