In het eerste deel worden alle werkprocessen behandeld en wordt alle benodigde theorie daarover op het gebied van anatomie en fysiologie helder uitgelegd aan de hand van inzichtelijke tekst en medische illustraties. In het tweede deel komt de praktijk uitgebreid aan bod. Van de intake en anamnese tot uitleg en de daadwerkelijke behandeling. Nu er steeds meer een verschuiving plaatsvindt van ‘behandelen’ naar ‘voorkomen’ van blessures en aandoeningen mag er van een professional in de zorg verwacht worden dat zij of hij daar goed voorlichting over kan geven. Ook daar wordt in dit boek uiteraard aandacht aan besteed.
In deze herziene editie vind je nu alles over de 10 werkprocessen van een sportmasseur: ■ Beroepsspecifiek onderzoek uitvoeren ■ Samenwerken in de sportzorgketen ■ Voorlichting en advies geven ■ Een stappen- en behandelplan opstellen ■ Sportmassage uitvoeren ■ Tapen en bandageren ■ Handelen bij en na een blessure ■ Registreren en gegevens vastleggen ■ Werkwijze en resultaat evalueren ■ EHBO en reanimatie
Handboek voor sportmassage@10.indd 1
DE VRIESEBORCH
DE VRIESEBORCH
Met vijftig jaar ervaring als fysiotherapeut, sportmasseur en docent is Willem Snellenberg een autoriteit binnen zijn vakgebied. In zijn praktijk begeleidde hij vele amateursporters en topatleten. Daarnaast geeft hij cursussen en lessen sportmassage. Gedreven als hij is blijft hij zich inzetten voor vernieuwing van het vakgebied.
WILLEM SNELLENBERG
Het volledig herziene Handboek Sportmassage verenigt de jongste inzichten van het vakgebied van de sportmasseur met de huidige opleidingseisen.
HANDBOEK SPORTMASSAGE
HANDBOEK SPORTMASSAGE
WILLEM SNELLENBERG
ALLES OVER: BEVORDERING V.D. ALGEMENE GEZONDHEID, FUNCTIEONDERZOEK DOEN, BEHANDELPLAN OPSTELLEN, MASSEREN, TAPEN EN BANDAGEREN, LEEFSTIJLADVIEZEN GEVEN, EERSTE HULP, TOEGEPASTE ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
– GEHEEL HERZIENE EDITIE –
DE VRIESEBORCH
19-08-2020 09:54
Inhoud
Voorwoord Inleiding
Deel 1 Werkprocessen
21
8
Werkproces 2
Werkt samen in de sportzorgketen
1.1 1.2
12
NGS-examen sportmassage
14
Kerntaak van de sportmasseur en de werkprocessen daarbij
15
Werkprocessen voor de sportmasseur
16
Werkproces 1
Voert beroepsspecifiek onderzoek uit
10
Hoe dit Handboek te gebruiken?
69
1.3 1.4 1.5
Het beroepsspecifieke onderzoek Anamnese Inspectie Functieonderzoek De functietests van het functieonderzoek
2.1 22 24
2.2
26 29
2.3
30
2.4 2.5
BASISKENNIS
Anatomie en fysiologie Bewegingsvlakken en de bijbehorende coördinatieassen Osteologie (leer van de beenderen) De schedel Artrologie Myologie Kinesiologie
81
35
2.6
Samenwerking binnen de sportzorgketen 70 Competentiegericht (be)handelen 71 Het Nederlands Genootschap voor Sportmassage (NGS) 73 Gedrags- en tuchtregels 74 Organisatie van de sportgezondheidszorg 75 Hoofdlijnen wet- en regelgeving 77
37 43 44 45 53 66
117
127
Werkproces 3
Werkproces 4
Werkproces 5
Geeft voorlichting en advies
Stelt een stappen- en behandelplan op
Voert sportmassage uit
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Voorlichting Voorlichting over gezondheids bevordering Bewegen, belasten, trainen Voeding Doping
82
4.1
83
4.2
84
4.3
88
4.4
94
4.5
BASISKENNIS
Bouw en functie van het hart De ademhaling Inspanningsfysiologie De spijsvertering
98 102 108 113
Opstellen van een stappen- en behandelplan Behandeldoelen Belasting en herstel Gedragsverandering Behandel- en massageplan
Wat is massage? 5.2 Soorten massage 5.3 Gedrag en professionaliteit 5.4 Hygiëne 5.5 De dosering en intensiteit van de massage 5.6 Het tijdstip van de massage 5.7 Het doel van de sportmassage 5.8 Duur en frequentie van de massage 5.9 Herstelbevordering door sportmassage 5.10 Hedendaagse massage en effecten van de massage 5.11 Moderne verklaringen van de massage
5.1 118 119 119 122 123
5
128 129 130 131 132 134 135 136 136 138 139
Deel 1 Werkprocessen effecten van de handgrepen 146 en contra-indicaties 148 5.14 Accommodatie en inrichting 150 5.15 Massagetussenstof 152 5.16 Hygiënische maatregelen 154 5.17 Massage: praktijk 155 5.18 Werkwijze massage bij sporters 163 5.19 Basishandgrepen 166 5.20 Bijzondere handgrepen 179 5.21 Overzicht van de handgrepen 183 5.22 Praktijkexamen massage 185
223
5.12 De
5.13 Indicaties
Werkproces 6
Werkproces 7
Tapet en bandageert
Handelt bij en na blessures
6.1 6.2 6.3
BASISKENNIS
Fysiologie Celleer: cytologie Weefselleer (histologie) Het zenuwstelsel Het hormonale stelsel De bloedsomloop Het bloed Het lymfatisch stelsel De huid (cutis) De zintuigen en sensoriek
245
6.4 186
6.5
186
6.6
193
Bandageren en tapen – hulpmiddelen Verklaring van de werking van bandages Materialen bij het bandageren De keuze van het materiaal Functionele bandages Praktijk van het tapen/ bandageren
7.1 224
7.2 7.3
225
7.4
225
7.5
228 229 7.6 231
7.7
Beroepsprofiel Primaire preventie Secundaire preventie Tertiaire preventie Samenvatting en conclusies primaire, secundaire en tertiaire preventie Oorzaken van (sport)blessures Nazorg, preventie en herstel
246 248 256 260
263 263 272
200 208 210 212 214 216 221
Deel 2 Specifiek gedeelte (per regio)
329
361
397
Specifiek gedeelte
Specifiek gedeelte
Specifiek gedeelte
1. Voet, enkel en onderbeen
2. Knie en bovenbeen
3. Heupgewricht en bovenbeen
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Anatomie Functieonderzoek Blessures en klachten Tapen en bandageren Massage
6
331
2.1
339
2.2
345
2.3
349
2.4
352
2.5
Anatomie Functieonderzoek Blessures en klachten Tapen en bandageren Massage
362
3.1
367
3.2
374
3.3
381
3.4
387
3.5
Anatomie Functieonderzoek Blessures en klachten Tapen en bandageren Massage
398 403 409 410 412
277
285
289
Werkproces 8
Werkproces 9
Werkproces 10
Registreert en legt gegevens vast
Evalueert werkwijze en resultaat
Past EHBO en/of reanimatie toe
8.1 8.2
Registreren en gegevens vastleggen Methodisch handelen
9.1 278
9.2
282
9.3
415
Evaluatie en nazorg Klanttevredenheidsonderzoek Klachtenregeling
286 286 287
10.1 Wat
is EHB(S)O? 290 10.2 Verbandleer 290 10.3 Letsels van de huid (verwondingen) 293 10.4 Letsels van het bewegings apparaat 301 10.5 Blessures van het skelet 303 10.6 Stoornissen in de vitale functies 305 10.7 Algemene regels voor de EHBSO 306 10.8 Reanimatie 310 10.9 Oorzaken van stoornissen in 313 de vitale functies 10.10 Beoordeling werkproces 10 (EHBSO) 325
435
461
Specifiek gedeelte
Specifiek gedeelte
Specifiek gedeelte
4. Bekken, wervelkolom en romp
5. Schoudergordel, schouder gewricht en bovenarm
6. Elleboog, onderarm, pols en hand
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
Anatomie Functieonderzoek Blessures en klachten Tapen en bandageren Massage
416 425
5.1
426
5.2
428
5.3
428
5.4 5.5
Anatomie Functieonderzoek Blessures en klachten Tapen en bandageren Massage van de nek en schoudergordel
6.1 436
6.2
445
6.3
452
6.4
454
6.5
Anatomie Functieonderzoek Blessures en klachten Tapen en bandageren Massage
462
Literatuur Register
499
472 484 485 490
455
500
7
veel lichamelijke arbeid, tegenwoordig wordt minder dan één procent van de totale productie in Nederland door menselijke spierkracht geleverd. De huidige westerse mens besteedt zo’n 70% van zijn tijd aan slapen, liggen en zitten. Je bent dan al heel sportief als je twee keer in de week sport. Ongezond gedrag, lichamelijke inactiviteit, ongezonde eet- en drinkgewoontes, stress Latijnse benamingen van de botten, met tussen haakjes de Nederlandse vertaling, moeten we in en slecht herstel zijn de voornaamste oorzaken van het het Latijn kennen. Een term in het Nederlands, krijgen van een groot aantal aandoeningen, klachten en waarachter de Latijnse benaming staat, hoeven we blessures. niet in het Latijn te kennen. Het afleren van slechte gewoonten en het aanleren van een gezonde leefstijl is de verantwoordelijkheid van vele partijen. Ongezond gedrag moet dóór en vóór iedereen worden omgebogen tot een gezonde leefwijze. Daarover wordt veel geschreven, maar ondanks alle voorlichting en media-aandacht over een gezonde Functieprofiel leefstijl voldoet volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) de helft van de bevolking niet aan de Sportmasseur, rol en verantwoordelijkheden Nederlandse Norm Gezond Bewegen en heeft meer De opleiding tot sportmasseur omvat een gedegen dan 40% overgewicht. In algemene zin is voorlichbasiskennis van de anatomie en de fysiologie. De mediting erop gericht om mensen de risicofactoren bij te sche kennis van de bouw en functies van het menselijk brengen die de gezondheid beïnvloeden, maar alleen lichaam is niet alleen noodzakelijk om goed te kunnen waarschuwen helpt niet. Als samenleving zijn we ver masseren, maar ook om de reacties van belasting en weg geraakt van de zorg, waar die voor is bedoeld: de signalen van overbelasting op het menselijk lichaam ‘gezondheidszorg’. Bij een hoge bloeddruk wordt een goed te begrijpen en adequaat te kunnen behandelen. pilletje voorgeschreven en de oorzaken worden niet Het beroep sportmasseur omvat dan ook meer aangepakt. Een leefstijlprodan de naam doet vermoeden. gramma voorschrijven zou veel Naast het geven van massages, effectiever zijn om obesitas, suibehoren tapen en bandageMasseren is het geven kerziekte, een hoge bloeddruk ren, het verlenen van eerste van mechanische prikkels en hart- en vaataandoeningen hulp en het geven van adviete voorkomen. De sportmasseur zen tot de werkzaamheden. op het lichaam, die in kan daaraan een belangrijke Bovendien wordt massage niet het lichaam bepaalde bijdrage leveren. De rol die alleen bij sporters, maar in de de sportmasseur in de (sport) vrije beroepsbeoefening bij reacties opwekken. gezondheidszorg zou kunnen allerlei cliënten uitgevoerd. De vervullen, moet begeleider ter beroepsnaam is dus eigenlijk preventie van blessures en chroverkeerd gekozen. Mensen die nische aandoeningen zijn. zich bijvoorbeeld overbelasten op hun werk kunnen Ook de overheid stimuleert de ontwikkeling van ook door de sportmasseur worden behandeld. De werde gezondheidszorg in de richting van preventie. In komgeving is dus niet alleen bij een sportvereniging, november 2018 is het nationaal preventieakkoord een sportschool, een sportevenement of in een beautygesloten, waaronder zo’n 70 betrokken organisaties centrum, maar vooral ook in een eigen praktijk. hun handtekening hebben gezet. Aan gezondheid moet Bij elke behandeling moet je als sportmasseur nog hard worden gewerkt. Hier liggen enorme kansen rekening houden met de gezondheidstoestand van voor de sportmasseur. Naast het masseren leren we de cliënt. Daarmee ben je onderdeel van de totale over gezonde voeding, gezond bewegen en gezonde gezondheidszorg, waarin je moet kunnen samenwerken leefgewoontes. Een van onze taken is daarom ook om om je begeleiding met bijvoorbeeld de huisarts of de cliënten voor te lichten en te begeleiden om gedragsfysiotherapeut af te stemmen. In Nederland consulteveranderingen te bereiken en Nederland gezonder te ren meer dan acht miljoen mensen per jaar een dokter. krijgen en te houden. Daarom zijn veel extra vaardigAls sportmasseur hebben we daarom ook grote kans heden nodig om je te ontwikkelen tot een volwaardig dat we cliënten krijgen die chronische klachten of een en professioneel sportmasseur. De competenties die blessure hebben of hebben gehad. Ook sportmensen daarvoor nodig zijn omvatten niet alleen het hebben lopen veel risico, gezien de ruim vier miljoen sportblesvan vakkennis en het beheersen van massagetechniesures per jaar. De welvaart brengt meer en meer gebrek ken maar zijn een combinatie van inzicht, motivatie, aan beweging met zich mee. Verrichtte men vroeger
Inleiding ĨĨ
10
houding en persoonlijke kenmerken die nodig zijn om effectief te kunnen (be)handelen. Omdat je als sportmasseur veelal te maken hebt met cliënten die gezondheidsklachten, overbelasting of een blessure hebben of hadden, zou elke sportmasseur zich moeten ontwikkelen tot sportzorgmasseur. Competentiegericht, probleemgestuurd onderwijs
De cursist Als cursist van de opleiding sportmassage ben je beginnend beroepsbeoefenaar en moet je nog heel veel leren. Het menselijk lichaam is zeer complex, maar ook heel boeiend. Het werk dat je in de toekomst gaat verrichten ligt in de preventieve sector van de sportgezondheidszorg. Dat vereist vakbekwaamheid, inzicht en ook een bepaalde instelling. Je bent straks bezig met het lichaam en de gezondheid van een ander. Indien je niet de juiste instelling hebt om deze verantwoordelijkheid te dragen, kun je schade aanrichten aan de gezondheid van de cliënt. Het beroep sportmasseur brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Alhoewel er nog nooit onderzoek is gedaan naar de effecten van het nemen van preventieve maatregelen wijst de praktijk uit dat de sportmasseur een belangrijke bijdrage kan leveren aan het voorkomen van sportblessures. De sportmasseur is immers de enige hulpverlener die direct geconfronteerd wordt met de eerste verschijnselen van insluipende klachten en blessures. Hij is ook de eerste die te maken krijgt met het fenomeen sportblessure. Het tijdig signaleren van stoornissen en het treffen van adequate maatregelen is van groot belang om erger te voorkomen. Omdat je de eerste bent die onder dergelijke omstandigheden moet handelen, is het van belang om voldoende kennis in huis te hebben om maatregelen te treffen of om door te verwijzen. Niet alleen op het gebied van de gezondheid lever je zo je bijdrage, maar ook in sociaal, economisch en sportief opzicht. Een sportmasseur is dus meer dan een veredelde EHBO’er; het is een specialisme om een dergelijk vak uit te oefenen. 11
INLEIDING
In veel beroepsopleidingen wordt gekozen voor competentiegericht en probleemgestuurd onderwijs. Competenties zijn alle eigenschappen die nodig zijn om met succes een beroep uit te oefenen. De te verwerven kennis en technieken worden daarom gedurende de opleiding zoveel mogelijk overeenstemmend met de eisen in het beroepenveld gegeven. Competenties, om de taken als sportmasseur met succes en naar tevredenheid uit te voeren, om goede hulp en zorg te leveren in diverse situaties, omvatten zeer veel samenhangende vaardigheden en houdings- en gedragselementen. Het gaat dus niet alleen om bekwaamheid en kennis, maar ook om het functioneren van de sportmasseur binnen de gehele gezondheidszorg. Het komt bovenop de vakkennis. Het is niet alleen wat je doet, maar ook de manier waarop. Bij competenties gaat het vooral om je gedrag, dat deels kan worden aangeleerd maar ook afhankelijk is van allerlei persoonlijke eigenschappen. Cliënten zijn tegenwoordig veeleisend. Naast de vraag hoeveel een behandeling kost, willen ze ook kwaliteit en verwachten ze informatie over het handelen en het resultaat daarvan. Als sportmasseur moet je een goede relatie opbouwen met de cliënt. Dat kan bijvoorbeeld bij de intake worden bereikt door goed te luisteren naar de behoeften en de verwachtingen van de cliënt om daarop de behandeling goed af te stemmen. Daarvoor zijn competenties nodig als aandacht tonen, integer handelen, overleggen en evalueren of je behandelingen aanslaan en naar volle tevredenheid worden uitgevoerd. Als er mogelijke contra-indicaties zijn, moet je kunnen verwijzen naar een arts, met goede formuleringen en een motivering daarbij. Er moet een cliëntendossier worden aangelegd, waarvoor ook weer bepaalde vaardigheden nodig zijn om alle bevindingen en maatregelen leesbaar, helder en begrijpelijk te formuleren. Om goede voorlichting te kunnen geven, moet je een specifieke interesse hebben om op de hoogte te blijven van actuele informatie over diverse onderwerpen die de gezondheid kunnen beïnvloeden. Je bent ook nooit uitgeleerd en regelmatig bijscholen is gewenst. In de media, op internet, in vakliteratuur en in tijdschriften is er een veelheid aan informatie te vinden. De meeste cliënten hebben echter niet de achtergrondkennis om deze informatiestroom op juiste waarde te schatten. Als sportmasseur moet je je cliënten goed kunnen adviseren.
Het spreekt voor zich dat de sportmasseur de grenzen van zijn vakbekwaamheid moet kennen en zich niet moet begeven op het vlak van therapie en het behandelen van pathologie. Dat betekent dat je de contra-indicaties moet herkennen en moet kunnen doorverwijzen naar de daarvoor opgeleide hulpverleners. In het beroepenveld moet de sportmasseur om kunnen gaan met trainers, collega-sportmasseurs, (sport)fysiotherapeuten en (sport)artsen, waarbij soms tegenstrijdige belangen en verschillende uitgangspunten een rol kunnen spelen. Goede communicatie met alle betrokkenen is daarvoor een vereiste. Bij het geven van informatie of advies is het van belang dat dit in heldere taal wordt gedaan. De sportmasseur dient zich ook te houden aan zijn beroepsethiek, waarbij een zekere afstand volgens professionele richtlijnen in acht moet worden genomen. De gezondheid van de cliënt dient altijd voorop te staan. De sportmasseur dient zich te houden aan zijn beroepsgeheim en hij verschaft alleen informatie aan derden in overleg met en in het belang van de cliënt.
De sportmasseur functioneert als vraagbaak binnen de gezondheidszorg. Als het gaat om blessurepreventie binnen het verenigingsleven vormt hij de schakel tussen de technische staf (trainer, coach, bestuur) en de medische begeleiding (fysiotherapeut, arts). Zo’n functie vraagt bijzondere mensen. Mensen die zich bewust zijn van de gevolgen van verkeerd handelen, mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel, mensen met een grote dosis vakbekwaamheid, die de juiste competenties in huis hebben om het vak sportmasseur uit te oefenen. Tijdens de cursus worden je deze competenties aangeleerd. Het is echter de kwaliteit van de cursist die de basis vormt om straks in de praktijk goed te kunnen functioneren. De sportmasseur moet technisch vaardig kunnen optreden en zelfstandig en onderbouwd kunnen handelen. Op dat moment bewijs je je waarde voor de cliënt! De laatste jaren is het functieprofiel van de sportmasseur door het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn in samenwerking met vele betrokken organisaties tot stand gekomen. Jaarlijks wordt dit beroepsprofiel ook bijgesteld. Je wordt opgeleid van beginnend sportmasseur naar een volwaardig beroepsbeoefenaar. Je motivatie daarbij is evident. Bedenk dat, afgezien van de voldoening van het behalen van het NGS-diploma Sportmassage, uitbreiding van kennis op het gebied van het menselijk lichaam een rijk bezit vormt voor je verdere leven. Alleen daarom al is de studie de moeite waard. Studiebelasting De leerstof om het NGS-Sportmassagediploma te behalen is zeer uitgebreid en complex. Je wordt geconfronteerd met een nieuw vak dat ook nog in de officiële nomenclatuur (Latijn) moet worden aangeleerd. Er is ontzettend veel kennis en vaardigheid nodig om verantwoord te kunnen masseren, te tapen en te voldoen aan de eisen die de sport en de maatschappij stelt aan de begeleiding van cliënten. Ook moet je antwoord kunnen geven op zeer veel vragen over diverse onderwerpen en daarbij ook goede voorlichting kunnen geven. Je moet daarom een brede interesse hebben in onderwerpen die een gezonde leefstijl bevorderen. Docenten kiezen in de meeste beroepsopleidingen voor een praktische leermethode. Ze leggen de ingewikkelde onderwerpen uit en geven opdrachten over praktijkgerichte leerdoelen. Maak tijdens de lessen aantekeningen van de stof die wordt behandeld en werk ze thuis uit met behulp van dit studieboek. Alleen de lessen volgen en studeren is niet voldoende. Er moet veel worden geoefend. Oefenen met medecursisten, het meelopen met sportmasseurs in hun praktijk en het maken van opdrachten is noodzakelijk om je goed voor te bereiden op het uitoefenen van het mooie beroep van sportmasseur. Vaardigheden als het afnemen van 12
een anamnese, het doen van een inspectie en het technisch uitvoeren van massagehandgrepen moeten veelvuldig worden geoefend. Zo leer je al doende problemen die in de praktijk veel voorkomen zelf op te lossen. Je docent dient als begeleider en helpt je als cursist in de goede richting. Dit probleemgestuurde onderwijs vergt zelfdiscipline en doorzettingsvermogen, maar het geeft veel voldoening om de gestelde praktijkopdrachten met elkaar op te lossen. Je moet zeker een uur of acht per week oefenen en studeren om in één studiejaar het einddiploma te behalen.
Hoe dit handboek te gebruiken?
Van sportmasseur naar sportzorgmasseur Dit handboek bevat alle onderwerpen die noodzakelijk zijn voor het behalen van het diploma sportmassage en is een goede basis voor de vervolgstudie sportzorg masseur. In het algemene gedeelte worden tien werkprocessen behandeld. Om die werkprocessen goed uit te kunnen voeren, moet je veel kennis opdoen over het menselijk lichaam. De feiten uit de anatomie, de fysiologie en alle basiskennis die in het algemene gedeelte staan, moeten na uitleg door de student thuis worden geleerd. Deze kennisonderwerpen zijn niet alleen onontbeerlijk om het vak sportmassage te begrijpen, maar vooral ook noodzakelijk om het vak naar behoren uit te voeren. Om je goed voor te bereiden op het theorie-examen van het NGS vind je achter de werkprocessen een aantal toetsvragen, die je als huiswerk zou kunnen oplossen. In het specifieke gedeelte wordt per regio eerst de algemene kennis behandeld. Direct daarna volgen de casussen om zo het geleerde in de praktijk te kunnen brengen. Beroepsonderwijs wordt voor een groot deel vanuit een zorgvraag (probleem) behandeld. De zorgvragen, waar je in de praktijk mee te maken krijgt, zijn heel divers. De stoornissen en de beperkingen, die je leert bij bepaalde blessures, zijn bij niemand hetzelfde en ook de oorzaken niet. Ook zijn de consequenties (participatieproblemen) bij iedereen ver-
Competenties sportmasseur en sportzorgmasseur Als er geen sprake is van pathologie kan de sportmasseur zijn werkzaamheden geheel zelfstandig uitvoeren. De basisstof voor de sportmasseur wordt beschreven aan de hand van acht werkprocessen. De werkzaamheden van de sportmasseur, zoals het functieonderzoek, het masseren en het tapen zijn goed te leren en protocollair vastgelegd. De complexiteit wordt bepaald door het interpreteren van alle gegevens en het opstellen van een verantwoord behandelplan voor en met de cliënt. Twee werkprocessen behandelen de samenwerking in de sportzorgketen (W2) en het handelen bij en na blessures (W7). Als er sprake is van pathologie moet altijd met of onder leiding van andere deskundigen worden behandeld. In veel gevallen zal echter bij een zorgvraag sprake kunnen zijn van een stoornis, van chronische klachten, van een oude blessure of van een ziekte, waarbij geen enkele contra-indicatie is om te masseren, te tapen of bepaalde adviezen te geven. Bij deze, meestal chronische klachten kan de sportmasseur een ondersteunende rol ten opzichte van de arts of de fysiotherapeut vervullen. Dan is altijd aanvullende informatie nodig. Veelal kan de cliënt je die geven, omdat bepaalde klachten al eerder zijn onderzocht en behandeld. In die situaties heb je ook altijd te maken met andere zorgverleners, zoals met de huisarts. De grenzen
NGS-examen sportmassage
Inschrijvings- en toelatingsprocedure Via de website van het NGS (www.ngsmassage.nl) kun je je inschrijven voor het examen. Bij de toetsing wordt nagegaan of je de werkprocessen zowel theoretisch als praktisch beheerst. De gehele toetsing bestaat uit drie onderdelen: een kennistoets, de portfoliobeoordeling en de praktijkbeoordeling. Na betaling is de inschrijving voor de toetsing definitief. Je ontvangt een schriftelijke bevestiging met een link waarmee je je kunt aanmelden voor de kennistoets. De kennistoets kan gedurende het gehele jaar worden afgelegd bij een van de toetsingslocaties verspreid over het land. Met een voldoende uitslag van de kennistoets 13
INLEIDING
schillend. Om je zo goed mogelijk voor te bereiden op van de indicaties die wel of niet behandeld mogen de arbeidsmarkt, moet alle verworven kennis worden worden door de sportmasseur in de (sport)gezondomgezet naar praktisch uitvoerbare behandelingen en heidszorg zijn niet precies aan te geven. Om in dit grijze het geven van individuele adviezen. Aan de hand van gebied te kunnen werken als sportzorgmasseur is veel allerlei casussen wordt samen met de docent geoefend aanvullende kennis en vaardigheid nodig om mensen om later tot tevredenheid van de cliënt al die verschilmet een bepaalde zorgvraag ook adequaat te kunnen lende zorgvragen te kunnen behandelen. behandelen, te adviseren of door te verwijzen. De Daarvoor is niet alleen kennis nodig, maar ook veel sportmasseur en de sportzorgmasseur blijven zelf altijd oefening om te leren de vaak complexe problemen geheel verantwoordelijk voor de uitvoering van al hun creatief en vaardig op te losbehandelingen. Na bestudesen. Bij vaardigheden gaat het ring van dit handboek moet je erom je kennis om te zetten in kunnen inschatten wat er wel kunde. Bij probleemgestuurd en niet zelfstandig kan worden Kennis moet je leren leren moet in groepen worbehandeld en waarvoor vertoepassen den gebrainstormd over het wijzing en/of samenwerking toepassen van de opgedane noodzakelijk is. kennis bij een bepaalde casus. Aan de hand van de leerDe docenten zijn ervoor om de doelen, die het NGS heeft onderlinge discussies in goede banen te leiden en om opgesteld, kunnen de docenten bepalen wat de basisde nodige aanwijzingen te geven. leerstof is om het examen sportmassage met goed Bij elke casus komen specifieke problemen aan gevolg af te leggen. De aanvullende leerdoelen om je de orde, die met elkaar moeten worden opgelost. De te ontwikkelen tot sportzorgmasseur worden óók in dit inbreng van de student staat daarbij centraal. Een handboek gegeven. Docenten kunnen met dit handactieve houding van alle cursisten is daarbij gewenst. boek dus zowel voor de aanstaande sportmasseur, als Het voordeel is, dat daarmee ook de competenties voor de aanvullende opleiding tot sportzorgmasseur worden geoefend die nodig zijn in praktijksituaties. Het eigen lesroosters samenstellen. komt bovenop de vakkennis.
mag je je portfolio opsturen. Na een voldoende beoordeling van het portfolio ontvang je een uitnodiging voor de praktijkbeoordeling. 1. Kennistoets Bij het theorie-examen wordt nagegaan of de kandidaat over voldoende vakkennis beschikt betreffende acht werkprocessen. In dit handboek worden tien werkprocessen beschreven. Werkprocessen (W) 11 W1: Voert beroepsspecifiek onderzoek uit 11 W2: Werkt samen in de sportzorgketen 11 W3: Geeft voorlichting en advies 11 W4: Stelt een stappen- en behandelplan op 11 W5: Voert sportmassage uit 11 W6: Tapet en bandageert 11 W7: Handelt bij en na blessures 11 W8: Registreert en legt gegevens vast 11 W9: Evalueert werkwijze en resultaat 11 W10: Past EHBO en/of reanimatie toe 2. Portfoliobeoordeling Je portfolio moet minimaal drie volledig ingevulde NGS-cliëntendossiers bevatten. Deze moeten zijn gemaakt van drie verschillende cliënten en over drie verschillende casussen gaan. Een van de bovenste extremiteit, een van de onderste extremiteit en een van de romp. Gedurende de opleiding moet daarbij de feedback worden gegeven van bijvoorbeeld de opleider, de cliënt zelf of een derde en van de totstandkoming moet een evaluatieverslag in het portfolio worden bijgevoegd. Ook een geldig reanimatiebewijs in je portfolio zitten. 3. Praktijkbeoordeling Voor het praktijkexamen neem je zelf een proefpersoon (een cliënt) mee. Deze cliënt wordt ingezet bij een andere kandidaat. Aanwezig op het praktijkexamen zijn: een massagetafel, een enkelrol, een krukje en de EHBSO-materialen. Je dient zelf te zorgen voor een afdekhoes, handdoeken, massageolie en eventuele andere benodigdheden die je zelf denkt nodig te hebben. De totale tijdsduur van het praktijkexamen is maximaal 90 minuten. Je wordt beoordeeld op de uitvoering van vier werkprocessen. Als je in het bezit bent van een geldig EHBO-diploma krijg je vrijstelling van de praktijkbeoordeling over werkproces 10 (EHBO). Het praktijkexamen is als volgt ingedeeld. Deel 1 – Uitvoering van drie werkprocessen (W1, W5 en W6; 60 minuten) Op het praktijkexamen (assessment) word je door de beoordelaar een casus voorgelegd, waarvoor je een 14
behandelplan moet opstellen en uitvoeren. Er wordt een korte toelichting gegeven over de gang van zaken, waarna je de volgende drie werkprocessen moet uitvoeren. –– W1 Uitvoeren van het beroepspecifiek onderzoek: 20 minuten. –– W5 Uitvoeren van een sportmassage: 20 minuten. –– W6 Het aanleggen van een ondersteunende tapebandage: 20 minuten. NB Over het algemeen volgen de massage en het tapen uit het resultaat van het beroepsspecifieke onderzoek. Mocht dat niet het geval zijn, dan geeft de beoordelaar de opdracht voor de uitvoering van een bepaalde massage en tapeconstructie die hij wil zien. Reflectie-interview (10 minuten) Na de uitvoering van de drie werkprocessen volgt een tien minuten durend reflectie-interview met de beoordelaar over de werkprocessen. Hierover moet dan nadere toelichting worden gegeven. De proefpersoon/ cliënt is daarbij niet meer aanwezig. Deel 2 – Uitvoering van werkproces 10 (10 minuten) Voor het uitvoeren van werkproces 10 krijg je een opdracht van de beoordelaar, die betrekking heeft op EHBSO. Diploma Sportmasseur Je ontvangt het diploma Sportmasseur uiterlijk vijftien dagen na de praktijkbeoordeling, als de toetsingscommissie heeft vastgesteld dat de kennistoets, de portfoliobeoordeling en de praktijkbeoordeling ieder afzonderlijk voldoende zijn.
Kerntaak van de sportmasseur en de werk processen daarbij D
e behandelingen van de sportmasseur bestaan o.a. uit het functieonderzoek, het masseren, het tapen, het verlenen van eerste hulp bij acute sportletsels en het geven van adviezen. Dat kan zijn bij een sportvereniging, bij een sportschool of in een eigen praktijk. De sportmasseur werkt
de sportmasseur moeten routinematig, volgens onze eigen beroepsspecifieke procedure, protocollair worden uitgevoerd. Dit heet methodisch handelen. Methodisch handelen moet ervoor zorgen dat behandelingen niet alleen voldoen aan de verwachtingen van de cliënt, maar ook aan de eisen binnen de hele gezondheidszorg. In dit handboek worden richtlijnen tot ‘methodisch handelen’ gegeven (zie blz. 281). Het gehele behandelproces moet worden vastgelegd in het cliëntendossier. Een uniforme verslaglegging is noodzakelijk om bij te dragen aan de professionalisering en profilering van de sportmassage. INLEIDING
zelfstandig en wordt vaak als eerste gevraagd om hulp te verlenen bij klachten. Hij heeft dan de taak zijn cliënt verantwoord en veilig te begeleiden en te behandelen. De kerntaak is het gezonde lichaam gezond houden. Cliënten zijn over het algemeen wel tevreden over de behandeling die dan wordt gegeven, maar de kern van kwaliteitszorg is dat alle organisaties in de gezondheidszorg voldoende vertrouwen krijgen in het product sportmassage en het ook meer gaan afnemen. De kwaliteit van de zorg die de sportmasseur levert, moet worden verbeterd. Sportmassage mag niet (meer) worden gezien en beoordeeld als een beetje wrijven achter gesloten deuren. Daarvoor is het een te mooi beroep. Als sportmasseur heb je niet alleen met je cliënt te maken, maar ook met verschillende andere disciplines, zoals met de trainer. Belangrijk is het ook goed te kunnen overleggen met collega’s. Twee weten meer dan een. Wees en blijf leergierig, sta open voor allerlei mogelijkheden. Je moet ook verantwoording van je handelen af kunnen leggen aan bijvoorbeeld de huisarts. Je helpt de cliënt niet als je zelf problemen probeert op te lossen die buiten je competenties liggen. In veel gevallen creëer je er een probleem bij. Het wordt door de cliënt gewaardeerd als je goed uitlegt dat er andere disciplines zijn die het probleem beter kunnen oplossen. Door een goed functieonderzoek uit te voeren kom je te weten wat de klachten en de problemen zijn van je cliënt, zodat je adequate maatregelen kunt nemen. Je moet doorverwijzen als er een indicatie is die niet bij je thuishoort. De bevindingen uit het onderzoek, de behandelingen, het klachtenverloop en de resultaten moeten worden vastgelegd in het cliëntendossier om de begeleiding inzichtelijk te maken. Voor je cliënt, voor jezelf en om een goede communicatie mogelijk te maken. Bij de uitvoering van de werkprocessen is niet alleen kennis en technische vaardigheid van belang, maar zijn er meerdere eigenschappen nodig om een goede behandeling en begeleiding te waarborgen. Dit zijn competenties die nodig zijn om klantgericht je werkzaamheden uit te voeren. Als sportmasseur moet je technisch gezien een goed functieonderzoek kunnen doen, maar er zijn ook veel sociale eigenschappen nodig om dit naar volle tevredenheid van de cliënt uit te voeren. Competenties zijn nodig om de werkprocessen naar behoren uit te voeren. Deze eigenschappen moeten tijdens de opleiding worden ontwikkeld, Het handelen moet niet alleen duidelijk zijn voor de sportmasseur zelf, maar ook voor cliënten en de buitenwereld zoals trainers, paramedici en artsen. Het Nederlands Genootschap voor Sportmassage werkt er hard aan om dit te bereiken. Kwaliteitssystemen doen hun intrede en de samenwerking van de sportmasseur met andere disciplines in de gezondheidszorg krijgt daardoor meer en meer vorm. De werkzaamheden van
Werkprocessen voor de sportmasseur
H
ierna volgen tien hoofdstukken over de werkprocessen die de sport(zorg)masseur moet beheersen. Voor het overzicht en de duidelijkheid staan deze werkprocessen hieronder uitgebreid opgesomd. Zoals al eerder genoemd moet je als sportmasseur de werkprocessen 1, 3, 4, 5, 6, 8, 9 en 10 beheersen voor het examen. Werkproces 2 en 7 worden niet getoetst bij het examen sportmassage. Wel bij het examen van de sportzorgmasseur. Ook als sportmasseur krijg je altijd te maken met blessures en klachten van cliënten. Daarom moet je (naar mijn mening) altijd samenwerken met de sportzorgketen. Bij werkproces 7 worden de meest voorkomende blessures en klachten behandeld. Als sportmasseur leer je hier de oorzaken en de preventieve behandelmogelijkheden van kennen. Als aanvullende kennis worden in dit hoofdstuk voor de sportmasseur onderwerpen voor het geven van extra zorg in samenwerking met de sportzorgketen aangegeven. Voor beide groepen is het belangrijk om kennis te hebben van de contra-indicaties voor het behandelen.
15
11W3. Geeft voorlichting en advies
11W1. Voert beroepsspecifiek onderzoek uit
Als sportmasseur zorg je voor een goed ingerichte ruimte waar voldoende materialen en middelen aanwezig zijn om de hygiëne en veiligheid van de cliënt te waarborgen. Bij de intake informeer je zo goed mogelijk naar de behoeften en verwachtingen van de cliënt om te beslissen of en waarmee je kunt helpen. Op basis van de gegevens uit het beroepsspecifieke onderzoek krijg je een volledig beeld van de handelingen die je zou kunnen toepassen. Het kan zijn dat de zorgvraag buiten je competenties valt. Dan moet je verwijzen naar de huisarts, ook om nadere inlichtingen te krijgen over eventuele indicaties en contra-indicaties.
te begeleiden. Als sportzorgmasseur kun je te maken hebben met een sportzorgketen die vaak alleen op professioneel niveau en in de topsport werkzaam is. Informatie over belasting, belastbaarheid en herstel moet worden gegeven naar aanleiding van het functieonderzoek, gericht op het voorkomen van blessures en klachten. De adviezen moeten helder worden uitgelegd, goed onderbouwd zijn en aansluiten op de hulpvraag van de cliënt of een groep belangstellenden. Bij het begeleiden van cliënten is het belangrijk om de cliënt te enthousiasmeren, te motiveren en te controleren of de adviezen ook daadwerkelijk worden opgevolgd. Alleen op die manier kunnen gedragsveranderingen worden bereikt.
11W2. Werkt samen in de sportzorgketen
Gezondheid is in ieders belang. Niet in de laatste plaats van de mensen zelf. Recent werd het Nationaal Preventieakkoord afgesloten. Een historisch moment, omdat daarmee grondwettelijk is vastgelegd dat vele disciplines de taak hebben om maatregelen te nemen die de volksgezondheid bevorderen. Om de vele sportblessures en welvaartsaandoeningen te voorkomen is gezamenlijk nog veel werk te verrichten. Als sportmasseur moet je daarom ook een samenwerkingsverband opbouwen met trainers, fysiotherapeuten en huisartsen. Sportmasseurs hebben evenals de sportzorgmasseur ook de zorg over de fysieke gesteldheid van hun sporters, cliënten en patiënten. Uitwisseling en terugkoppeling van gegevens bijvoorbeeld met de huisarts is noodzakelijk om cliënten, ieder vanuit een eigen vakgebied, zo goed mogelijk afgestemd op elkaar 16
11W4. Stelt een stappen- en behandelplan op
Naar aanleiding van de ingewonnen informatie wordt de keuze van de sportmasseur om te masseren, te tapen of te oefenen met de cliënt besproken. Samen
INLEIDING
11W5. Voert massage uit
wordt een plan van aanpak opgesteld, waarin wordt vastgelegd welke behandelingen nodig zijn om de behandeldoelen te bereiken. De cliënt moet daarmee akkoord gaan. Ook moet overeenstemming worden verkregen over de voorwaarden en de behandelfrequentie. In het verloop van de behandelingen moeten het verloop, de reacties en het resultaat worden vastgelegd. Massages moeten worden afgestemd op de bevindingen van het onderzoek. Meestal gaat dit over herstelbevorderende massages ná inspanning en overbelasting en om stimulerende massages, die vóór een activiteit worden gegeven. Om het bewegingsapparaat voor te bereiden op activiteiten helpt training en een goede warming-up beter dan een preactiviteitmassage. Activerende massagehandgrepen worden vooral plaatselijk gegeven om de doorbloeding en de stofwisseling in de verschillende weefsels te bevorderen. Een goede sportmasseur kan zijn handgrepen zo doseren, dat slecht doorbloede weefsels stimulerend worden behandeld en spieren, die overbelast en pijnlijk zijn, ontspannen. Tijdens een massage moet goed contact worden gehouden over de bevindingen van de cliënt. Ga integer om met eventuele emoties en neem passende maatregelen bij bijzondere reacties van de cliënt.
11W6. Tapet en bandageert
Om bij grotere inspanningen te voorkomen dat weefsels te veel worden belast, moet de sportmasseur een functionele bandage kunnen aanleggen. Bij de keuze van de juiste middelen en technieken kan door een technisch goed aangelegde bandage de spierfunctie worden ondersteund en bij gewrichten kunnen de eindbewegingen worden beperkt of geremd. De cliënt moet goede uitleg krijgen over het juiste gebruik en over de voor- en nadelen.
11W7. Handelt bij en na blessures
17
Als sportmasseur word je niet opgeleid om blessures te behandelen. Wel verricht je eerste hulp. Ook zijn er veel chronische klachten, waarvan de diagnose bekend is, die ook door de sportmasseur goed kunnen worden behandeld en begeleid. Vraag je wel altijd af of je cliënt van jou de beste hulp krijgt. Overleg dat goed met elkaar en probeer informatie in te winnen over aanvullende behandelmogelijkheden. Als sportmasseur liggen je competenties op het gebied van primaire, secundaire en tertiaire preventie. Als sportzorgmasseur help je mee blessures te behandelen in samenwerking met de sportzorgketen.
Gedurende het hele behandelproces kunnen alle onderdelen van de werkwijze worden geëvalueerd. Na elke behandeling moet samen met de cliënt worden nagegaan of de aanpak effectief is geweest. Zo nodig kan het stappenplan in overleg met de cliënt worden bijgestuurd of worden veranderd met het doel om te komen tot betere resultaten. Bij goed vastgelegde gegevens kunnen begin- en eindsituatie worden vergeleken. Ook kan gekeken worden of de gestelde behandeldoelen zijn gehaald.
11W10. Past EHBO en/of reanimatie toe
11W8. Registreert en legt gegevens vast
Alle relevante bevindingen uit het functieonderzoek, de gevolgde aanpak en de behandelresultaten moeten worden vastgelegd. De gegevens worden volgens de richtlijnen van het methodisch handelen beknopt en duidelijk in het cliëntendossier worden vermeld. Alleen op die manier kan het hele proces van het begin tot het einde inzichtelijk worden gemaakt, zowel voor de cliënt, voor jezelf als voor derden. Voor de wet op de privacy dien je discreet om te gaan met gevoelige en vertrouwelijke informatie.
11W9. Evalueert werkwijze en resultaat
18
Voor het examen sportmasseur moet je in het bezit zijn van een geldig reanimatiebewijs. Ook het hebben van een EHBO-diploma is gewenst. Met het hebben van dit diploma ben je op de hoogte van het geven van effectieve hulp aan betrokkenen bij een ongeval, waarbij een letsel of een blessure is opgelopen. Mocht je niet in het bezit zijn van een EHBO-diploma, dan krijg je gedurende de opleiding voldoende informatie en training om eerste hulp te kunnen verlenen. Bij het praktijkexamen wordt beoordeeld of je bij de meest voorkomende blessures gedurende sportsituaties effectieve eerste hulp kunt toepassen.
Deel 1 Werkprocesssen Werkproces 1 Voert beroepsspeciďŹ ek onderzoek uit . . . . . . Werkproces 2 Werkt samen in de sportzorgketen . . . . . . . . Werkproces 3 Geeft voorlichting en advies . . . . . . . . . . . . . Werkproces 4 Stelt een stappen- en behandelplan op . . . . . Werkproces 5 Voert sportmassage uit . . . . . . . . . . . . . . . . . Werkproces 6 Tapet en bandageert . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Werkproces 7 Handelt bij en na blessures . . . . . . . . . . . . . . Werkproces 8 Registreert en legt gegevens vast . . . . . . . . . . Werkproces 9 Evalueert werkwijze en resultaat . . . . . . . . . . Werkproces 10 Past EHBO en/of reanimatie toe . . . . . . . . . .
21 69 81 117 127 223 245 277 285 289
Werkproces 1 Voert beroepsspecifiek onderzoek uit
11Sagittale vlak (mediale vlak).
11Transversale vlak.
Bewegingsvlakken Om gecombineerde bewegingen te kunnen analyseren, wordt gebruikgemaakt van de bewegingsvlakken waarin die bewegingen worden uitgevoerd. De drie bewegingsvlakken zijn: 11 het sagittale vlak (deelt het lichaam in een linker- en een rechterdeel); 11 het frontale vlak (deelt het lichaam in een voorste deel en een achterste deel); 11 het transversale vlak (deelt het lichaam/lichaamsdeel in een bovenliggend en onderliggend deel).
De drie (coördinatie)assen zijn: 11 sagittale as, de as die van voor naar achter door een gewricht loopt (sagitta betekent pijl); 11 transversale as, de as die van links naar rechts door een gewricht loopt; 11 longitudinale as, de as die in de lengte door een lichaamsdeel loopt. De diverse gewrichten kunnen bewegen om één, om twee of om drie verschillende assen, in de bijbehorende vlakken.
11Frontale vlak.
11 Voor- en achterwaartse bewegingen vinden plaats in het frontale vlak, om een transversale as. Let op: bij het benoemen van de buig- en strekbewegingen van de romp wordt de as ook wel de frontale as genoemd. 11 Bewegingen van het lichaam in zijwaartse richting en bewegingen van lichaamsdelen van het lichaam af en naar het lichaam toe vinden plaats in het frontale vlak om een sagittale as. 11 Draaibewegingen vinden plaats in een transversaal vlak om een longitudinale as.
37
BASISKENNIS
Bewegingsvlakken en de bijbehorende coördinatieassen
Coördinatieassen Een as is een denkbeeldige lijn, waaromheen een beweging plaatsvindt. De bewegingen worden benoemd vanuit het gewricht zelf. De stand van het gewricht in de ruimte is hierbij niet van belang.
Bewegingsvlakken en de bijbehorende coördinatieassen
Bewegingsbepalende uitdrukkingen 1. Bewegingen in het sagittale vlak 2. Bewegingen in het frontale vlak 3. Bewegingen in het transversale vlak
1. Vaktermen die worden gebruikt om bewegingen aan te geven die plaatsvinden om een transversale as in een sagittaal vlak zijn bewegingen naar voren en naar achteren, het buigen en strekken in de diverse gewrichten: 11 Flexie: buigen van de onderarm, buigen van de vingers, buigen van de tenen.
11 Plantairflexie in het enkelgewricht: 11 Dorsaalflexie: naar achteren naar beneden bewegen van de bewegen van de rug, strekken voet. van de rug.
113. Palmairflexie in het polsgewricht.
11 Palmairflexie in het polsgewricht: buigen van de hand (foto 3). 111. Anteflexie van de rechterarm en het linkerbeen. 115. Ventraalflexie van de romp.
11 Anteflexie/anteversie: naar voren brengen van de arm of het been, buigen van het hoofd (foto 1).
11 Ventraalflexie: naar voren buigen van de romp (foto 5).
114. Dorsaalflexie in het polsgewricht.
11 Dorsaalflexie: strekken van de hand, optrekken van de voet, achterover brengen van de romp (foto 4). 116. Extensie van de armen.
11 Extensie: strekken van de armen, strekken van de rug, achterover brengen van het hoofd (foto 6).
112. Retroflexie van het been.
11 Retroflexie: naar achteren bewegen van arm, been of hoofd (foto 2). 38
Bewegingsvlakken en de bijbehorende coรถrdinatieassen
117. Hyperextensie van de cervicale wervelkolom.
11 Hyperextensie: het overstrekken van de arm, het been, de nek (foto 7). 11 Bekken kantelen: het naar voren en naar achteren kantelen van het bekken.
119. Abductie van de armen.
11 Abductie: beweging van de arm of het been van het lichaam af (foto 9).
11 Abductie: spreiden van de vingers (duim en de pink van de middelvinger af, foto 11). 11 Adductie: sluiten van de vingers (duim en vingers naar middelvinger toe).
2. Vaktermen die worden gebruikt om bewegingen aan te geven die plaatsvinden in het frontale vlak zijn de zijwaartse bewegingen. Het zijn bewegingen om een sagittale as: 1112. Ulnairabductie in het polsgewricht.
1110. Lateroflexie van het hoofd.
11 Ulnairabductie: zijwaarts bewegen van de hand in het polsgewricht (naar de kant van de ulna, foto 12).
11 Lateroflexie: het buigen van de cervicale wervelkolom (hoofd) in zijwaartse richting (foto 10).
1113. Radiaalabductie in het polsgewricht.
118. Adductie van de linkerarm.
11 Adductie: bewegen van de arm of het been naar het lichaam toe (foto 8).
11 Radiaalabductie: zijwaarts bewegen van de hand in de richting van de radius (foto 13).
39
BASISKENNIS
1111. Abductie van de vingers.
Bewegingsvlakken en de bijbehorende coĂśrdinatieassen
1118. Exorotatie van de armen. 1116. Retractie van de schoudergordel.
1114. Lateroflexie van de romp.
11 Lateroflexie: zijwaarts buigen van de romp (foto 14).
1115. Laterorotatie van de scapula.
11 Exorotatie: naar buiten draaien van de arm in het schouderge11 Protractie en retractie: het naar wricht (foto 18). Naar buiten lateraal en terug naar mediaal draaien van het been in het heupbewegen van de schouderbladen. gewricht. Protractie vindt plaats bij adducProneren en supineren: deze ter1 1 tie en anteflexie van de armen. men worden gebruikt bij het naar Retractie bij exorotatie en retrofbuiten en naar binnen draaien lexie van de armen (foto 16). van de onderarmen in het elle11 Elevatie en detractie: elevatie is booggewricht. Het naar binnen het optrekken van de schouders, en naar buiten draaien van de waarbij de scapulae over de voet vindt plaats in het onderste thorax naar craniaal schuiven. Bij spronggewricht. detractie verschuiven de scapulae naar caudaal. 11 Zijwaarts kantelen van het bekken: bewegingen waarbij het bekken in het frontale vlak gekanteld wordt. 3. Vaktermen die worden gebruikt om bewegingen aan te geven die plaatsvinden om een longitidunale as in een transversaal vlak zijn draaibewegingen in de diverse gewrichten:
11 Laterorotatie en mediorotatie: zijwaarts bewegen van het schouderblad. Bij het abduceren van de arm schuift het schouderblad naar lateraal. Bij adductie van de arm draait de onderpunt van de scapula naar binnen. Bij 1117. Endorotatie van de benen. deze bewegingen vindt ook een geringe rotatie plaats, vanwege 11 Endorotatie: naar binnen draaien de kromming van de ribben van de arm in het schouderge(foto 15). wricht. Naar binnen draaien van het been in het heupgewricht (foto 17). 40
1119. Proneren van de onderarmen.
11 Pronatie van de onderarm: het draaien van de onderarm in het ellebooggewricht naar buiten. Bij het proneren van de onderarmen wordt de handrug naar boven gedraaid (foto 19).
In het eerste deel worden alle werkprocessen behandeld en wordt alle benodigde theorie daarover op het gebied van anatomie en fysiologie helder uitgelegd aan de hand van inzichtelijke tekst en medische illustraties. In het tweede deel komt de praktijk uitgebreid aan bod. Van de intake en anamnese tot uitleg en de daadwerkelijke behandeling. Nu er steeds meer een verschuiving plaatsvindt van ‘behandelen’ naar ‘voorkomen’ van blessures en aandoeningen mag er van een professional in de zorg verwacht worden dat zij of hij daar goed voorlichting over kan geven. Ook daar wordt in dit boek uiteraard aandacht aan besteed.
In deze herziene editie vind je nu alles over de 10 werkprocessen van een sportmasseur: ■ Beroepsspecifiek onderzoek uitvoeren ■ Samenwerken in de sportzorgketen ■ Voorlichting en advies geven ■ Een stappen- en behandelplan opstellen ■ Sportmassage uitvoeren ■ Tapen en bandageren ■ Handelen bij en na een blessure ■ Registreren en gegevens vastleggen ■ Werkwijze en resultaat evalueren ■ EHBO en reanimatie
Handboek voor sportmassage@10.indd 1
DE VRIESEBORCH
DE VRIESEBORCH
Met vijftig jaar ervaring als fysiotherapeut, sportmasseur en docent is Willem Snellenberg een autoriteit binnen zijn vakgebied. In zijn praktijk begeleidde hij vele amateursporters en topatleten. Daarnaast geeft hij cursussen en lessen sportmassage. Gedreven als hij is blijft hij zich inzetten voor vernieuwing van het vakgebied.
WILLEM SNELLENBERG
Het volledig herziene Handboek Sportmassage verenigt de jongste inzichten van het vakgebied van de sportmasseur met de huidige opleidingseisen.
HANDBOEK SPORTMASSAGE
HANDBOEK SPORTMASSAGE
WILLEM SNELLENBERG
ALLES OVER: BEVORDERING V.D. ALGEMENE GEZONDHEID, FUNCTIEONDERZOEK DOEN, BEHANDELPLAN OPSTELLEN, MASSEREN, TAPEN EN BANDAGEREN, LEEFSTIJLADVIEZEN GEVEN, EERSTE HULP, TOEGEPASTE ANATOMIE EN FYSIOLOGIE
– GEHEEL HERZIENE EDITIE –
DE VRIESEBORCH
19-08-2020 09:54