Skip to main content

Beter dan fictie - De mooiste geschiedenisverhalen.9789401903257

Page 1

Te mooi om waar te zijn, dat zijn de markante geschiedenisverhalen in deze bundel. Binnen- en buitenlandse historici van naam schrijven over de (levens)geschiedenissen die hen het meest fascineren, variërend van koning David tot keizer Nero en van Adela van Hamaland tot Maria de’ Medici, de koningin van Frankrijk. De auteurs hebben elk hun eigen invalshoek gekozen voor het navertellen van deze onvergetelijke verhalen. Maar ze blijven trouw aan de werkelijke geschiedenissen, want die zijn – jawel – beter dan fictie. Met verhalen van Martin Meredith, Martin van Creveld, Robin Lane Fox, Tom Holland, Adrian Goldsworthy, Matthew Dennison, Luit van der Tuuk, Arne Zuidhoek, Lorenzo de’ Medici, Julian Spilsbury, Arnout van Cruyningen en Rudolf Vrba.

ISBN 9789401903257 NUR 680

www.omniboek.nl

Omslag Beter dan Fictie e.indd 1

09-07-14 12:14


omBWbeterdanfictie0714.indd 3

09-07-14 09:14


Š Uitgeverij Omniboek, 2014 Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.omniboek.nl Omslagontwerp: Villa Grafica, Diemen Opmaak binnenwerk: Garage BNO, Kampen ISBN 978 94 0190 325 7 NUR 680 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher.

omBWbeterdanfictie0714.indd 4

09-07-14 09:14


Inhoud 1

Martin Meredith Homo Sapiens

13

2

Martin van Creveld Koning David

35

3

Robin Lane Fox Alexander de Grote

47

4

Tom Holland & Adrian Goldsworthy Hannibal en Scipio Africanus

57

5

Adrian Goldsworthy Pompeius en Julius Caesar

79

6

Matthew Dennison Hengelaar in de poel van duisternis

103

7

Luit van der Tuuk Gehelmde vrouwen op de trans

133

8

Arne Zuidhoek Parasols in zicht

151

9

Lorenzo de’ Medici De koningin van Frankrijk

167

10

Julian Spilsbury De onoverwinnelijkheid voorbij

197

11

Arnout van Cruyningen Een Habsburgse tragedie

215

12

Rudolf Vrba Een halfjaar hoop

231

omBWbeterdanfictie0714.indd 5

09-07-14 09:14


BETER DAN FICTIE

Verantwoording Het verhaal ‘Homo Sapiens’ is afkomstig uit het boek Afrika: de bron van ons bestaan, ISBN 9789059777798. Vertaling: Roelof Posthuma. De copyrights berusten bij de auteur en uitgeverij Omniboek. ‘Koning David’, ‘Alexander de Grote’, Hannibal en Scipio Africanus’ en ‘Pompeius en Julius Caesar’ zijn afkomstig uit het boek Legendarische veldheren I: de onoverwinnelijke generaals tot en met het eerste millennium, ISBN 9789059775039. Vertaling: Roelof Posthuma. De copyrights berusten bij de auteurs en uitgeverij Omniboek. ‘Hengelaar in de poel des duisternis’ is afkomstig uit het boek De twaalf Caesars, ISBN 9789401902113. Vertaling: Roelof Posthuma. De copyrights berusten bij de auteur en uitgeverij Omniboek. ‘Gehelmde vrouwen op de trans’, ‘Parasols in zicht’ en ‘Een Habsburgse tragedie’ zijn speciaal geschreven voor de bundel Beter dan fictie. De copyrights berusten bij de auteurs en uitgeverij Omniboek. ‘De koningin van Frankrijk’ is afkomstig uit het boek De’ Medici, ISBN 9789059773103. Vertaling: Maarten van der Marel. De copyrights berusten bij de auteur en uitgeverij Omniboek. ‘De onoverwinnelijkheid voorbij’ is afkomstig uit het boek Rampzalige veldslagen, ISBN 9789059776012. Vertaling: Geraldine Damstra/Littera Scripta. De copyrights berusten bij de auteur en uitgeverij Omniboek. ‘Een halfjaar hoop’ is afkomstig uit het boek Ik ontsnapte uit Auschwitz, ISBN 9789021557625. Vertaling: M.J. Strengholt. De copyrights berusten bij de erven van de auteur en Kosmos Uitgevers.

6

omBWbeterdanfictie0714.indd 6

09-07-14 09:14


omBWbeterdanfictie0714.indd 214

09-07-14 09:16


RUYN VAN C T U O ARN

INGEN

Een Habsburgse tragedie

4 Op 30 januari 1889 sterven de Oostenrijkse kroonprins Rudolf en zijn minderjarige minnares, het baronesje Mary Vetsera, in het jachtslot van Mayerling. De precieze doodsoorzaak is nog altijd een mysterie. De strenge geheimhouding van het Oostenrijkse Hof heeft voor vele speculaties gezorgd. Arnout van Cruyningen ontrafelt de ware toedracht van deze tragedie.

omBWbeterdanfictie0714.indd 215

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

Geen enkel vorstelijk overlijden heeft zo veel pennen in beroering gebracht als de gewelddadige dood van kroonprins Rudolf van Oostenrijk-Hongarije in 1889. Het heengaan onder mysterieuze omstandigheden van de enige zoon van keizer Franz Joseph I en keizerin Elisabeth heeft tal van romanciers, filmers en complotdenkers gefascineerd en geïnspireerd. Het drama dat zich eind januari 1889 op het jachtslot Mayerling in de buurt van Wenen afspeelde, bevat dan ook alle ingrediënten voor een smeuïg verhaal. Een in veel opzichten briljante troonopvolger die popelt om de macht over het grote rijk van zijn conservatieve vader over te nemen, maar buiten de staatszaken wordt gehouden. Een mooie, jonge minnares die aan de zijde van haar idool het leven laat. Daarbij gevoegd tal van ongerijmdheden, onduidelijkheden, vraagtekens, elkaar tegensprekende getuigenverklaringen. De altijd explosieve mix van seks en politiek zou misschien al voldoende zijn geweest om de fantasie te prikkelen. Maar in het geval van Mayerling heeft het Habsburgse hof zelf in ruime mate bijgedragen aan de mythevorming door de officiële lezing enkele malen te herzien. In een overigens begrijpelijke paniek en gedreven door de behoefte de schade te beperken, heeft het hof geprobeerd bepaalde feiten te verdoezelen. Tot het einde van de Oostenrijkse monarchie is de aanwezigheid van een jonge vrouw stelselmatig verzwegen in de officiële versie van het Mayerling-drama. Die handelwijze heeft de geruchtenstroom en de bloei van allerlei theorieën uiteraard bevorderd. Keizer Franz Joseph I die, in tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, bijzonder getroffen was door de dood van zijn zoon, aanvaardde de consequenties van de versluiering en merkte op dat alles beter was dan de waarheid. Hoewel er misschien altijd enkele onzekerheden, hiaten en vragen zullen overblijven, stelt serieus historisch onderzoek ons inmiddels in staat feiten en waarschijnlijkheden van verzinsels en romantische kitsch te onderscheiden. De keizer had het niet bij het rechte eind. Ook dit geschiedverhaal is ‘beter dan fictie’.

216

omBWbeterdanfictie0714.indd 216

09-07-14 09:16


De hoofdpersoon in het Mayerling-drama werd geboren op 21 augustus 1858 in Schloss Laxenburg en kreeg de doopnamen Rudolf Franz Carl Josef. Als eerste (en naar zou blijken enige) zoon van de keizer van Oostenrijk leek hij voorbestemd om de oude, eerbiedwaardige dynastie Habsburg-Lotharingen en de heerschappij over het uitgestrekte rijk voort te zetten. De naam Rudolf verwees naar de stamvader van de Habsburgers en symboliseerde de grote verwachtingen die keizerlijke familie en onderdanen van dit kind hadden. Hoewel de nieuwe aartshertog al vroeg blijk gaf van intelligentie en ook met zijn uiterlijk vele harten wist te stelen, leken de mogelijkheden om tot een evenwichtig mens uit te groeien beperkt. Rudolfs vader, Franz Joseph, stond al sinds zijn achttiende aan het hoofd van het rijk en had nooit geleerd zijn gevoelens te uiten. De keizer was steeds een toonbeeld van plichtsbetrachting, zelfbeheersing en vrome berusting. Een van de weinige gelegenheden dat hij niet deed wat er van hem verwacht werd, deed zich voor toen hij smoorverliefd werd op zijn jeugdige nichtje Elisabeth, ‘hertogin in Beieren’, telg uit een jongere tak van het Beierse koningshuis Wittelsbach. Het beeld van Elisabeth is in hoge mate vertekend door de mierzoete Sissi-films uit de jaren vijftig van de twintigste eeuw die nog ieder jaar bij voorkeur rond Kerstmis worden vertoond. Het was ontegenzeglijk een heel mooi, fris meisje dat het hart van Franz Joseph stal, maar aan het streng gereglementeerde Weense hof ontpopte Elisabeth zich al snel als een moeilijke vrouw die wel erg op zichzelf gespitst was. In temperament konden keizer en keizerin niet sterker van elkaar verschillen. De arbeidzame, gelijkmatige Franz Joseph droeg zijn egocentrische, wispelturige vrouw op handen. Elisabeth verzette zich echter tegen de door haar als verstikkend ervaren omgeving van de keizerlijke entourage, ging zich obsessief bezighouden met haar uiterlijk en gezondheid, onttrok zich aan haar verplichtingen en ontvluchtte het Weense hof zo vaak zij maar kon. Uit het huwelijk werden naast zoon Rudolf drie dochters

EEN HABSBURGSE TRAGEDIE

Een moeilijke jeugd

217

omBWbeterdanfictie0714.indd 217

09-07-14 09:16


geboren. De oudste dochter, aartshertogin Sophie, overleed echter als peuter. De verhouding van keizerin Elisabeth tot haar zoon was ambivalent. Zij adoreerde Rudolf maar kwam hem desondanks niet werkelijk nader. Elisabeth en Rudolf hadden veel eigenschappen gemeen, en zouden later tal van opvattingen delen. Rudolf vertoonde veel trekken die hij aan de Beierse familie van Elisabeth ontleende, inclusief een neiging tot melancholie. Toch bleven moeder en zoon in wezen vreemden voor elkaar. Vader Franz Joseph was geremd in de contacten met Rudolf en wist eigenlijk alleen te ontspannen tijdens gezamenlijke jachtpartijen. Hij hield beslist veel van de jongen maar wist dat niet over te brengen. Er is niet al te veel psychologisch inzicht nodig om het drama dat zich in Mayerling zou voltrekken, voor een deel terug te voeren op de omstandigheid dat zijn naaste familieleden Rudolf nooit echt leerden kennen en niet wisten wat er in hem omging.

BETER DAN FICTIE

Isolement De opvoeding en opleiding van de slimme maar overgevoelige troonopvolger werd toevertrouwd aan anderen. Dat ging vrijwel onmiddellijk mis. Keizer Franz Joseph I gaf de voorkeur aan een militaire benadering en stelde generaal Leopold Graf de Condrecourt aan tot leermeester van zijn zoon. De benoeming van deze houwdegen zonder pedagogische kwaliteiten had desastreuze gevolgen. Zijn draconische methoden maakten de jongen niet sterker maar juist nerveuzer en angstiger. Gelukkig kwam keizerin Elisabeth in actie en eiste zij in 1865 ‘onbeperkte volmacht in alles wat de kinderen betreft’. Keizer Franz Joseph willigde het ultimatum van zijn vrouw in en ontsloeg generaal De Condrecourt. Deze treurige episode liet echter diepe sporen na bij Rudolf. Niet lang na haar noodzakelijke ingreep toonde Elisabeth weer minder interesse voor haar kinderen en trok zij zich andermaal terug in haar eigen wereld, liefst zo ver

218

omBWbeterdanfictie0714.indd 218

09-07-14 09:16


Lusten Een hoofdstuk apart vormde het privéleven van Rudolf. Dat was bandeloos te noemen; de kroonprins gaf zich volledig over aan zijn

EEN HABSBURGSE TRAGEDIE

mogelijk van het hof. De plichtbewuste keizer stortte zich op zijn werk, trok zich steeds meer terug achter zijn bureau en zocht op den duur ook steun bij andere vrouwen. De opleiding van de kroonprins werd nu toevertrouwd aan de liberale officier Latour. Onder zijn leiding verzorgden uitsluitend liberaal gezinde leraren het onderwijs aan Rudolf. Zij propten de aartshertog vol met kennis, maar de vorming was niet evenwichtig te noemen. Rudolf kreeg een enorm ontzag voor de wetenschap bijgebracht, maar dat ging gepaard met enig dedain voor principes die niet puur wetenschappelijk waren. De kroonprins omarmde non-conformistisch gedachtegoed, inclusief republikeinse noties, kantte zich tegen de adel en werd uitgesproken antiklerikaal. Daarmee verwijderde Rudolf zich van vrijwel alle waarden die zijn familie en het hof hoog wilden houden. Die verwijdering leidde tot een zeker isolement en tot een identiteitscrisis. Aan de ene kant twijfelde de kroonprins over de toekomst van de monarchie, terwijl hij aan de andere kant popelde om het bewind van zijn behoudende vader over te nemen. Ondanks zijn kritiek op het adellijke officierskorps voelde Rudolf zich merkwaardig genoeg wel thuis in het leger. Maar als vriend van de wetenschap hield hij zich toch het liefst bezig met ornithologie en een omvangrijke publicatie over de volkeren van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. Daarnaast leverde Rudolf kritiek op de Oostenrijkse politiek, toonde hij antipathie voor zijn vaders bondgenoot Duitsland en sympathie voor het republikeinse Frankrijk. Omdat zijn politieke denkbeelden vaak haaks stonden op het officiële beleid, moest hij daarbij heimelijk en dus onder extra spanning opereren. Hoe het ook zij, de keizer was volstrekt niet op de hoogte van de ideeën van zijn zoon en betrok hem nooit bij staatszaken.

219

omBWbeterdanfictie0714.indd 219

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

lusten en had veel vluchtige betrekkingen. Al op jeugdige leeftijd gold Rudolf als verleidelijke, charmante vrouwenheld. Zijn vroege, moeiteloze succes bij de vrouwen maakte hem blasé en beïnvloedde zijn beeld van het andere geslacht als weinig achtenswaardig lustobject. Hij vertrouwde een familielid eens toe: ‘Er is nog nooit een vrouw geweest die mij kon weerstaan.’ Het keizerlijk hof hoopte dat Rudolfs losbandigheid zou worden beteugeld door een degelijk dynastiek huwelijk. De keuze was beperkt tot rooms-katholieke prinsessen en viel uiteindelijk op een telg uit het nog jonge Belgische koningshuis. Prinses Stephanie Clotilde Louise Hermine Marie Charlotte werd op 21 mei 1864 in Laken geboren, als tweede dochter van koning Leopold II. Het niet bepaald harmonieuze gezin van de Belgische vorst en zijn vrouw Marie Henriette zou uiteindelijk drie dochters tellen. Koning Leopold II kwam het vroege verlies van enige zoon Leopold (1859-1867) nooit helemaal te boven. Dochters kwamen niet in aanmerking voor de troonopvolging in België en waren in zijn ogen alleen goed als huwelijksmateriaal. Daarbij stond niet hun persoonlijke geluk maar het belang van de jonge dynastie voorop. De drie prinsessen werden dan ook zeer streng en koel, om niet te zeggen meedogenloos, opgevoed. Stephanie was zeker niet de mooiste of de sprankelendste van de drie. Eigenlijk was zij heel gewoontjes, weinig opvallend. Misschien om haar tekortkomingen te compenseren gaf zij wel voortdurend blijk van het besef van haar hoge status als koningsdochter. De meeste mensen die zij ontmoette, zagen hierin bewijzen van hooghartigheid en misplaatste eigendunk. Haar moeder was een Oostenrijkse aartshertogin, en het was al heel vroeg duidelijk dat prinses Stephanie de banden van de Belgische dynastie (Saksen-Coburg-Gotha) met het huis Habsburg-Lotharingen nog nauwer zou moeten aanhalen. Op haar vijftiende kreeg zij van haar vader te horen dat de Oostenrijkse kroonprins Rudolf om haar hand kwam vragen. Hoewel de prinses hem voordien nog nooit had gezien, zei ze vrijwel onmiddellijk ja. Het voor een rooms-katholieke prinses

220

omBWbeterdanfictie0714.indd 220

09-07-14 09:16


Huwelijkscrisis De harmonie bleek echter van korte duur, vooral omdat Rudolf en Stephanie zo heel verschillend dachten. De liberale vrijdenker Rudolf had geen affiniteit met de behoudende ideeën van zijn goed-

EEN HABSBURGSE TRAGEDIE

hoogst haalbare leek immers voor haar te zijn weggelegd. Door haar huwelijk met de Habsburgse troonopvolger moest zij ooit keizerin van Oostenrijk en koningin van Hongarije worden. De verloving met Rudolf was op 7 maart 1880 een feit, maar de huwelijksvoltrekking werd enige tijd uitgesteld, omdat Stephanie lichamelijk nog ‘onvoldoende ontwikkeld’ was om te trouwen. Die tijd werd benut om haar tot dusverre verwaarloosde opleiding wat bij te spijkeren. In mei 1881 reisde de inmiddels bijna zeventienjarige Stephanie met haar ouders naar Wenen om met de zes jaar oudere kroonprins Rudolf in de echt te worden verbonden. Op 10 mei werd het huwelijk met veel pracht en praal ingezegend. De huwelijksreis voerde naar het niet erg comfortabele Slot Laxenburg nabij Wenen, en op de heenreis begon Stephanie zich al wat ongemakkelijk te voelen: ‘We wisten elkaar niets te vertellen; we waren vreemden voor elkaar.’ En als we haar gedenkschriften mogen geloven, was de huwelijksnacht een traumatische ervaring: ‘Wat een nacht! Wat een ellende; hoe afschuwelijk!’ De bruid was nog zo groen als gras en had geen seksuele voorlichting genoten. De bruidegom had genoeg ervaring in bed maar kennelijk weinig geduld met een bleue partner. Ondanks dit moeizame begin kwamen de echtelieden toch nader tot elkaar en waren de eerste huwelijksjaren niet ongelukkig. Het huwelijk bracht wat rust en huiselijkheid. Rudolf behandelde zijn vrouw steeds voorkomender en zachtaardiger. ‘Ik ben verliefd op haar geworden,’ schreef hij zelfs aan een vriend. De kroonprins was ook dolgelukkig toen Stephanie in verwachting raakte. Op 2 september 1883 bracht zij een dochtertje ter wereld, dat de naam Elisabeth Marie kreeg.

221

omBWbeterdanfictie0714.indd 221

09-07-14 09:16


katholieke, monarchaal denkende echtgenote. Na enige tijd maakte de kroonprins zich geen illusies meer en pakte hij zijn oude leventje weer op, met allerlei korte, ruige liefdesavonturen. Daarbij liep Rudolf een geslachtsziekte op, die zich in 1886 openbaarde en waarmee hij ook Stephanie besmette. Alle hoop op een volgende zwangerschap en de geboorte van een stamhouder werd daarmee de bodem ingeslagen. Stephanie raakte verbitterd en Rudolf leek steeds dieper weg te zinken in depressies en twijfels. Hij zocht troost in een langdurige verhouding met een Weense dame van dubieuze zeden, Mizzi Caspar. Op haar beurt werd Stephanie verliefd op de Poolse graaf Artur Potocki, een vijftien jaar oudere weduwnaar. Er zijn aanwijzingen dat Rudolf in 1888/1889 echtscheiding overwoog. Hoewel archiefbewijs hiervoor ontbreekt, zou hij zich zelfs rechtstreeks met een dergelijk verzoek tot Paus Leo XIII hebben gewend. Zulks tot hevige verontwaardiging van zijn vader, keizer Franz Joseph. Een hoveling zou in januari 1889 hebben opgevangen dat de keizer zijn zoon toevoegde: ‘Je bent het niet waard om mijn opvolger te worden.’ Ook voor dit incident, zo het ooit heeft plaatsgevonden, ontbreekt elk bewijs.

BETER DAN FICTIE

Verval Onbetwist is het feit dat Rudolfs gezondheid in de jaren 1888/1889 hard achteruitging. De geslachtsziekte had ernstige fysieke en mentale gevolgen, zoveel is zeker. Bovendien heeft de kroonprins in 1888 waarschijnlijk een ongelukkige val van zijn paard gemaakt, waaraan hij geen ruchtbaarheid wilde geven. Om de pijn te bestrijden gebruikte Rudolf morfine, meer dan de voorgeschreven dosis. Daarbij dronk hij ook erg veel. Overmatig gebruik van drank en verdoving, gepaard met slaapgebrek, verergerde het fysieke verval en leidde mogelijk ook tot impotentie. De depressies van de kroonprins werden zwaarder en hij ging steeds meer aan de dood denken. Net als veel tijdgenoten was Rudolf gebiologeerd door het verschijn-

222

omBWbeterdanfictie0714.indd 222

09-07-14 09:16


EEN HABSBURGSE TRAGEDIE

sel zelfmoord en sprak hij daar vaak over. Tot twee keer toe nodigde hij zijn minnares Mizzi Caspar uit om met hem een zelfmoordpact aan te gaan. Zij weigerde en meldde het tweede verzoek zelfs bij de politie, die er verder weinig mee deed. Keizer Franz Joseph werd in ieder geval niet van een en ander op de hoogte gesteld. De conclusie dringt zich op dat Rudolf in zijn laatste levensjaren zo verstrikt was geraakt in een kluwen van moeilijkheden (huwelijksproblemen, een gevoel van politieke machteloosheid, lichamelijk en geestelijk verval), dat hij ten slotte geen andere uitweg zag dan zelfmoord. Volgens de mode van zijn tijd koos hij klaarblijkelijk voor de methode van het ‘zelfmoordpact’, waarbij twee gelieven gezamenlijk een einde aan hun leven maken. Door de weigering van Mizzi Caspar ontbrak de daarvoor benodigde partner nog. Maar eind 1888 verscheen een geschikte kandidaat ten tonele: de zeventien jaar jonge barones Mary Vetsera. Als iemand aanleiding heeft gegeven tot kitscherige versies van het drama-Mayerling, waarin zij graag als tragische heldin wordt voorgesteld, is het deze jonge vrouw wel. Een verder serieuze biograaf omschrijft haar lyrisch als ‘een schepsel Gods in bloei’. Er is in de loop van de tijd veel suiker rond haar gesponnen, maar als we die laag wegkrabben komt zij er minder lelieblank onder vandaan. ‘Marie Freiin von Vetsera’, zoals zij officieel heette, dochter van een diplomaat, behoorde tot een jong, laagadellijk geslacht. Zij was een vroegrijp meisje met vormen die als ‘zeer vrouwelijk’ werden omschreven. Het baronesje was ‘eerder pikant dan mooi’: koket, verleidelijk, sensueel. Mary Vetsera leek zowel zich bewust van haar aantrekkingskracht als geneigd die te gebruiken. Zij had kennelijk al de nodige ervaring met mannen, en een hele stoet aanbidders. Nadat Mary kroonprins Rudolf in april 1888 vanuit de verte op een renbaan had gezien, adopteerde zij hem als idool en ging alles sparen wat over de kroonprins verscheen. Haar dweepzucht nam zulke groteske vormen aan, dat familieleden en bekenden zich ongerust maakten. Maar Mary was vastbesloten in contact te komen met Ru-

223

omBWbeterdanfictie0714.indd 223

09-07-14 09:16


dolf en een notoire societyfiguur, gravin Marie Larisch – een familielid van keizerin Elisabeth – bleek bereid haar (tegen betaling!) hierbij een handje te helpen. Mary Vetsera probeerde zo vaak mogelijk in de nabijheid van de kroonprins te verkeren. Zo was zij op 14 oktober 1888 aanwezig bij de opening van het Burgtheater, waar zij Rudolf van een afstandje bestudeerde. Daarna schreef zij de kroonprins een brief, waarop hij eind oktober antwoordde. Vervolgens hielp gravin Larisch bij het arrangeren van een eerste geheime ontmoeting in de Hofburg op 5 november. Daarop volgden meer steelse contacten. Waarschijnlijk vond Rudolf de jonge vrouw aantrekkelijk, maar dat hij dolverliefd op haar werd is minder aannemelijk. Verschillende uitlatingen van Mary Vetsera wijzen erop dat hij haar bespeelde en de dood vaak ter sprake bracht.

BETER DAN FICTIE

De Nacht van Mayerling Medio januari 1889 stelde Rudolf haar waarschijnlijk op de hoogte van zijn zelfmoordplan. Kort daarop liet Mary Vetsera haar testament opstellen en er volgden nog twee ontmoetingen. Vanaf 26 januari liepen de voorbereidingen van de kroonprins op volle toeren en vervroegde hij een jachtpartij rond zijn jachtslot Mayerling naar 29 en 30 januari. Hoewel de ontdekking van enkele geheimen van Mary Vetsera door haar moeder het plan leek te verijdelen, kon zij toch weer naar de Hofburg worden gesmokkeld en vervolgens ‘ontvoerd’ naar Slot Mayerling. Dat Mary Vetsera niet de grote liefde van Rudolf was, zoals zij zelf heilig geloofde, kan worden afgeleid uit het in een politiebericht vastgelegde feit dat de kroonprins zijn laatste nacht in Wenen van 28 op 29 januari grotendeels doorbracht bij Mizzi Caspar. Opvallend daarbij was nog dat hij bij vertrek (tegen zijn gewoonte) het kruisteken op Mizzi’s voorhoofd maakte. We kunnen alleen maar gissen naar wat zich in de nacht van 29 op 30 januari op Slot Mayerling exact heeft afgespeeld. Maar op grond van diverse verklaringen, onderzoeken en rapporten mogen we aan-

224

omBWbeterdanfictie0714.indd 224

09-07-14 09:16


EEN HABSBURGSE TRAGEDIE

nemen dat kroonprins Rudolf eerst Mary Vetsera van dichtbij door het hoofd heeft geschoten en daarna zichzelf. Rudolfs kamerdienaar Loschek brak op 30 januari uiteindelijk de deur van het slaapvertrek van de kroonprins open en trof twee levenloze lichamen aan. Hij veranderde zijn verklaring later drastisch, maar aanvankelijk gaf hij aan een vergiftiging te vermoeden. Het Weense hof, dat zo snel mogelijk maar in het geheim op de hoogte werd gesteld, geloofde dan ook een dag lang in een gifmoord op Rudolf. Leden van de hofhouding lichtten eerst keizerin Elisabeth in, die het droeve nieuws vervolgens aan de keizer moest overbrengen. Franz Joseph toonde zich diep geschokt en wankelde even, maar hervond al snel zijn evenwicht. Hij moest dan ook onmiddellijk beslissen over een officiële kennisgeving en liet zich daarbij leiden door de belangen van de staat en het keizerlijk huis. Alleen een natuurlijke dood kon de eer van zijn zoon hooghouden en de aanwezigheid verhullen van een jonge vrouw met wie hij niet getrouwd was. Daarom was in de eerste officiële versie sprake van een beroerte; iets later werd verklaard dat Rudolf was overleden aan een hartaanval. Mary Vetsera kwam in geen enkele verklaring van het Oostenrijkse hof voor, en dat zou tot de val van de monarchie in 1918 zo blijven. Het lichaam van Mary moest zo snel mogelijk verdwijnen, en daarom werd het op lugubere wijze – alsof zij nog leefde, geheel gekleed met mantel en hoed en zittend tussen twee heren in – weggevoerd en haastig in alle vroegte begraven in het nabijgelegen Heiligenkreuz. Maar ook zonder Mary Vetsera te noemen bleek de officiële versie niet lang houdbaar. Tot zijn ontzetting kreeg keizer Franz Joseph de volgende dag van zijn hofarts te horen dat Rudolf door een kogel om het leven was gekomen en waarschijnlijk zelfmoord had gepleegd. De gedachte dat de Rooms-Katholieke Kerk zijn zoon een christelijke begrafenis zou kunnen weigeren, was ondraaglijk voor de diepgelovige keizer. Enkele zinnen in het officiële autopsierapport moesten daarom uitkomst bieden: de kroonprins had klaarblijkelijk ‘in een toestand van geestelijke verwarring’ gehandeld. Paus Leo

225

omBWbeterdanfictie0714.indd 225

09-07-14 09:16


XIII stemde toe in een kerkelijke uitvaart en op 1 februari meldde de Wiener Zeitung officieel dat de kroonprins de hand aan zichzelf had geslagen. Rudolfs jongere zuster Marie Valerie heeft in haar dagboek opgetekend hoe Franz Joseph reageerde op de mededeling dat zijn zoon een zelfmoordenaar en mogelijk ook een moordenaar was: ‘Toen is keizer Franz Joseph een ogenblik volledig ingestort en heeft hij gehuild en gesteund in verdubbelde smart.’ Naar buiten toe bleef hij zelfbeheersing uitstralen, ook bij de plechtige uitvaart op 5 februari 1889, maar in kleine kring verheelde Franz Joseph zijn verdriet niet en bleef hij in talrijke gesprekken zoeken naar een verklaring. Het was extra pijnlijk dat de kroonprins voor tal van personen afscheidsbrieven had achtergelaten, behalve voor zijn vader. Aan zijn moeder had Rudolf echter geschreven: ‘Ik ben het niet waard zijn zoon te zijn.’ Bewondering voor zijn vader was waarschijnlijk gemengd met beduchtheid. Keizerin Elisabeth maakte zichzelf ernstige verwijten en zocht een verklaring in de ‘waanzin’ die haar familie Wittelsbach in het huis Habsburg zou hebben gebracht. ‘Vergeef me, Franz, we hadden nooit mogen trouwen,’ zei ze tegen haar man.

BETER DAN FICTIE

Weduwe en dochter In zijn afscheidsbrief aan Stephanie schreef Rudolf: ‘Lieve Stephanie! Je bent van mijn tegenwoordigheid en plaag bevrijd; word gelukkig op jouw manier. Wees goed voor het arme kleintje, die het enige is dat van mij overblijft. […] Ik ga gerust de dood in; alleen die kan mijn reputatie redden. Een hartelijke omhelzing. Je liefhebbende Rudolf.’ En hoe verging het Stephanie? De dood van Rudolf schokte haar en zij leek geen rust meer te vinden. Aan het hof in Wenen, waar zij nooit populair was geweest, liet de prinses zich nog maar zelden zien; het ‘arme kleintje’, hun dochter Elisabeth Marie, werd aan de

226

omBWbeterdanfictie0714.indd 226

09-07-14 09:16


zorgen van keizer Franz Joseph toevertrouwd. In 1890 overleed Stephanies vriend Potocki. Tien jaar later ontmoette zij de Hongaarse graaf Elemer Lonyay. Om met hem te kunnen trouwen deed Stephanie in 1900 afstand van haar titels en trad zij uit het Keizerlijk Huis. Haar vader Leopold II zou het haar nooit meer vergeven. Maar Stephanie had geen spijt van dit tweede huwelijk, dat op 22 maart 1900 werd voltrokken. Het paar vestigde zich in Hongarije en werd in 1917, kort voor het einde van de Dubbelmonarchie, door de Oostenrijkse keizer Karl I, opvolger van Franz Joseph, tot vorst en vorstin Lonyay verheven. In 1935 publiceerde Stephanie haar memoires, onder de titel Ich sollte Kaiserin werden. Omdat zij hierin niet vriendelijk schreef over Rudolf, kwam dit boek de toch al gespannen verhouding met hun dochter, aartshertogin Elisabeth Marie, niet ten goede. Op 23 augustus 1945 overleed Stephanie, op de vlucht voor het Rode Leger, in het Benedictijner klooster Pannonhalma in Hongarije. Zij werd daar ook begraven. Haar man, vorst Lonyay, stierf nauwelijks een jaar later. Dochter Elisabeth Marie was in 1925 lid geworden van de Oostenrijkse sociaaldemocratische partij en ging de geschiedenis in als ‘de Rode Aartshertogin’. Zij overleed in 1963.

De telkens gewijzigde officiële versies van het drama van Mayerling en verdonkeremaande documenten vormen de voedingsbodem voor een legende die maar niet wil sterven. Vrijwel onmiddellijk na het overlijden van Rudolf wemelde het al van de geruchten. Officieel was het thema tot 1918 taboe in Oostenrijk-Hongarije, al trokken enkele sensatieschrijvers zich daar weinig van aan. Maar na de val van de Habsburgse monarchie kwam Mayerling pas echt in de mode en wemelde het op den duur van de theorieën. Sommige schrijvers en filmmakers romantiseerden er lustig op los en belichtten vooral de veronderstelde seksuele of sentimentele achtergronden van de tragedie. Was Rudolf misschien vermoord door jaloerse minnaars

EEN HABSBURGSE TRAGEDIE

De legende leeft voort

227

omBWbeterdanfictie0714.indd 227

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

van Mary Vetsera, of was er sprake van een gedwongen abortus? Was Rudolf omgekomen bij een duel? Of was Rudolf soms met medeweten van Franz Joseph gevlucht en ergens anders een nieuw leven begonnen? Andere schrijvers gingen op zoek naar politieke motieven. Was Rudolf betrokken bij een Hongaarse opstand; wilde Duitsland of Frankrijk de kroonprins misschien uit de weg ruimen? Uiteraard duiken van tijd tot tijd ook de ‘usual suspects’ op: complotterende Joden, vrijmetselaars en Jezuïeten. Dat al die theorieën de toets der kritiek niet kunnen doorstaan en dat zelfmoord alleen al op grond van de afscheidsbrieven het waarschijnlijkst is, lijkt niet steeds relevant. Blijkbaar voorziet de legende in een behoefte. Tot de legende behoort ook een zekere overschatting van de kwaliteiten van Rudolf, een troonopvolger die sommige auteurs graag afschilderen als het slachtoffer van een verroest systeem. Alles is beter dan de waarheid, dacht keizer Franz Joseph. Hij had het niet bij het rechte eind.

228

omBWbeterdanfictie0714.indd 228

09-07-14 09:16


omBWbeterdanfictie0714.indd 229

09-07-14 09:16


omBWbeterdanfictie0714.indd 230

09-07-14 09:16


RUDO

A LF VRB

Een halfjaar hoop

4 De gevangenen van vernietigingskamp A in Auschwitz-Birkenau hebben alle mogelijke gruwelen al aanschouwd, als ze ineens iets opmerkelijks zien. Joodse gezinnen uit TsjechiĂŤ arriveren in gewone burgerkleren in kamp B. Bovendien lijkt het erop dat de ouders en kinderen bij elkaar blijven, iets wat nog nooit gebeurd is in Auschwitz, behalve als mensen direct naar de gaskamers gingen. Dat is nu niet het geval, en heel voorzichtig durven ze te hopen dat er iets verandert.

omBWbeterdanfictie0714.indd 231

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

Niemand van degenen die Kamp A van Birkenau overleefd hebben, zal ooit de dag van 7 september 1943 vergeten. Dat was een dag die anders was dan alle andere die we in het kamp meegemaakt hebben. Die ochtend voelden we ons verwonderd, opgetogen, nostalgisch en vooral verbaasd toen we naar iets keken waarvan de meesten bijna het bestaan vergeten waren en waarvan de overigen betwijfelden of ze het ooit nog eens zouden zien. Naast ons in Kamp B, slechts van ons gescheiden door een hek van prikkeldraad, kwamen mannen, vrouwen en kinderen binnengestroomd. Ze waren gekleed in gewone burgerkleren, hun hoofden waren niet geschoren, hun gezichten wel verward, maar niet mager of kapotgeslagen. De volwassenen droegen hun bagage, de kinderen hun poppen en teddyberen. Wij, mannen van Kamp A, de zebramannen die slechts nummers waren, stonden daar maar naar hen te staren, zich afvragend wie de wereld had doen kantelen en een deel ervan over ons had uitgestort. Het waren er ongeveer 4000. En terwijl we toekeken hoe ze zich installeerden, gonsde ons kamp van de speculaties. Nooit eerder in Auschwitz waren gezinnen bij elkaar gebleven, behalve in de gaskamers. Nooit eerder hadden ze hun kleren en bagage mogen behouden. Het was een raadsel, een mysterie en wij die al langer gevangenzaten waren er vast van overtuigd dat het een of andere truc was, want we kwamen er al snel achter dat deze nieuwe gevangenen een ware vipbehandeling kregen. De SS’ers behandelden hen met een zekere welwillendheid, maakten grapjes met hen, speelden met hun kinderen. En toen ze hun bagage hadden opgeruimd werden alle administrateurs erbij gehaald om hen in de boeken van Birkenau op te schrijven. Ik dacht dat ik zo misschien iets van het raadsel zou kunnen oplossen, maar het weinige waar ik achter kwam maakte de hele toestand alleen nog maar verwarrender. Eerst viel het me op dat ze allemaal getatoeÍerd waren met een speciaal nummer, dat los stond van de andere Auschwitznummers. Zelfs de jongste kinderen, die

232

omBWbeterdanfictie0714.indd 232

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

een jaar of twee waren, droegen zo’n nummer. Bovendien had ieder van hen een kaart waarop stond: Zes maanden quarantaine met speciale behandeling. Dat laatste, ‘speciale behandeling’, was in Auschwitz een uiterst onheilspellende uitdrukking. Het betekende vernietiging. En toch werden deze mensen, die uit het Terezingetto (Theresienstadt) nabij Praag kwamen, duidelijk met een bepaald doel in leven gehouden. Ik begreep er werkelijk niets van en zo gauw ik kon rapporteerde ik alles wat ik wist aan Schmulewski. Ik had namelijk in de tussentijd doorgekregen dat hij de leider van de ondergrondse in Birkenau was. Ik merkte dat hij al redelijk goed geïnformeerd was omtrent deze verwarrende ontwikkelingen. Er waren zelfs al verzetscellen gevormd in Kamp B. Maar er werd een speciale bijeenkomst van de leiding van de ondergrondse bijeengeroepen om de reden te bespreken van deze zachte behandeling, waarbij alle normale kampregels overtreden werden; en al snel kwamen ze tot wat een redelijke conclusie leek te zijn. In het getto van Terezin, zo hadden we gehoord, zaten ongeveer 100.000 Joden. Voor ons was het duidelijk dat ze allemaal eens naar Auschwitz zouden komen en hier om zouden komen. Maar uit wat we van de nieuw aangekomenen begrepen, zou dat geen eenvoudige operatie worden. Een zachte behandeling was noodzakelijk omdat in dit getto waarnemers van het Internationale Rode Kruis aanwezig waren. Het sprookje van de hervestigingsgebieden moest daarom een onloochenbaar feit lijken. Niets mocht hier aanleiding geven tot twijfels, tot geruchten, tot angst, want een ongunstig rapport aan Genève kon het hele plan in het honderd laten lopen. Dus de eerste 4000 werden op comfortabele wijze getransporteerd, bij aankomst goed behandeld en bevolen om vrolijke brieven terug te schrijven, brieven van het ik-wou-dat-je-hier-was-type, die zelfs de vaagste bange vermoedens de grond in zouden boren. Het was natuurlijk een oud trucje. Maar nu werd het op een on-

233

omBWbeterdanfictie0714.indd 233

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

gekend grote schaal uitgespeeld, want dit was een operatie die niet mocht mislukken. De toekomst van Himmlers vernietigingsplannen hing ervan af. De SS wist dan ook dat het zinloos zou zijn om deze mensen met een pistool in de rug te dwingen zulke brieven te schrijven. De slimmen en de moedigen onder hen zouden dan immers geheime waarschuwingen tussen de regels door kunnen schrijven. Daarom besloten ze om deze mensen geen enkele reden tot klagen te geven en geen enkele reden om te twijfelen aan wat hun te wachten stond. Ze hielpen hen om zich lekker te installeren. Ze probeerden zelfs het vertrouwen van de kinderen te winnen door hun snoepjes en fruit te geven. En de ouders waren natuurlijk zeer ontroerd door de aanblik van deze potige soldaten die hun kleintjes verwenden. Ze waren er nog niet achter hoe deze moordenaars zich konden verlagen om hun doel te bereiken. Vanachter het hek keek ik verwonderd toe hoe ze hun nieuwe, tijdelijke leven inrichtten, want ze dachten dat Birkenau slechts een doorgangskamp was. Ik zag dat ze aparte barakken voor de kinderen maakten. Een crèche onder de rook van het crematorium! Ik zag een blonde, sportieve man van een jaar of dertig die spellen organiseerde en daarna zelfs lessen, en op de een of andere manier stak het me een hart onder de riem, ook al vermoedde ik dat deze kinderen niet lang meer te leven hadden. Anderen, die ouder waren dan ik, dachten aan heel andere dingen terwijl ze door het hek staarden. Zij zagen aantrekkelijke meisjes met zijden kousen en hoge hakken, net als de meisjes die ze eeuwen geleden thuis gekend hadden. Aan alle kanten werd heimelijk geflirt. Eerst werden namen uitgewisseld. Dan werden afspraakjes gemaakt. De romantiek bloeide op in het midden van de hel. En dat alles op een afstand van tien meter. In feite bloeide de romantiek zo snel op dat het hek tussen de twee kampen een serieus ongemak betekende. Maar als de mannen van Auschwitz iets konden, dan was het wel zich aanpassen aan de situ-

234

omBWbeterdanfictie0714.indd 234

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

atie en al snel werd dit obstakel door de meer vermetelen onder hen overwonnen. Een groep mannen die bezig waren een nieuw riool aan te leggen, evenwijdig aan het hek, lieten de schoppen tijdelijk wat extra werk doen. Dit resulteerde in een tunnel, een tunnel van de liefde, waar de meest ijverige Romeo’s ’s nacht doorheen kropen. Uiteraard zetten ze daarmee hun leven op het spel, maar achteraf verzekerden ze ons in geuren en kleuren hoezeer de beloning het de moeite waard maakte. Ik heb nooit gebruikgemaakt van die tunnel. Niet dat ik ongevoelig was voor de charmes van de Tsjechische meisjes aan de andere kant van het hek. Integendeel. Ik bewonderde hen van een afstandje, zogezegd, maar ik was veel te verlegen om me in luchthartige affaires te storten die het leven van mijn meer ervaren en avontuurlijke medegevangenen opvrolijkten. Dankzij de universiteit van Auschwitz was ik weliswaar wat oud voor mijn negentien jaar, maar waar het meisjes betrof was ik nog steeds het onhandige jochie van zeventien dat thuis in Trnava opschepte over z’n veroveringen, maar in feite nooit veel verder gekomen was dan een paar snelle, onhandige kussen na een dansavond. Ik denk dan ook dat het onvermijdelijk was dat ik weldra vreselijk verliefd was op een meisje met wie ik nog nooit een woord gewisseld had. Daar in Birkenau, in die hel van dood en verval en wanhoop, leed ik aan de zoete pijn van een jeugdige verliefdheid. Het gebeurde toen ik op een dag door het hek met Fredy Hirsch stond te praten, de man die de leiding had over de slaapbarak van de kinderen en alles op alles zette om hun jonge leven tjes een beetje normaal te laten verlopen. Hij was een Duitse Jood die naar Tsjechoslowakije geëmigreerd was, een gymnastiekleraar van beroep maar met een sterke roeping tot jeugdleider. In feite vertelde hij me net over een nieuw plan voor z’n kinderen en stond ik versteld van het enthousiasme van de man, toen een meisje ons onderbrak; daarna hoorde ik hem nauwelijks meer, want hij leek volledig op te gaan in de achtergrond.

235

omBWbeterdanfictie0714.indd 235

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

Ze was ongeveer tweeëntwintig, lang, donker en slank, een meisje met een natuurlijke charme en open, lachende ogen. Vaag hoorde ik Fredy zeggen: ‘Dit is onze buurman, Rudi Vrba. Hij is administrateur. Rudi, dit is Alice Munk, een van mijn assistenten.’ Ik mompelde iets gebruikelijks, zoals ‘Leuk je te ontmoeten’ en bleef gewoon in die donkerbruine ogen staren tot dat haar in verlegenheid bracht, zodat zij ze neersloeg en ik mezelf stilletjes uitschold omdat ik zo’n onhandige stommeling was. Toen glimlachte ze weer naar me en vroeg met een zachte stem: ‘Hoelang ben je hier al, Rudi?’ Dat was uiteraard een wat banale vraag. Ze stelde hem eigenlijk alsof we voor het eerst samen dansten in een vreemde danszaal en ze vroeg: ‘Kom je hier vaak?’ Toch klonk het mij allemaal als muziek in de oren. Ik schuifelde wat met m’n voeten en zei: ‘Ongeveer twee jaar…’ ‘Twee jaar? Maar je ziet er zo… sterk uit. Zo anders dan… de anderen, bedoel ik.’ Ik glimlachte uit pure verrukking. Opeens was ik vreselijk blij dat ik administrateur was, dat ik een keurige rijbroek aanhad en een mooie tuniek, dat mijn kale hoofd verborgen zat onder een aardige pet. Op de een of andere manier wist ik uit te brengen: ‘Nou… het is niet altijd zo erg. Niet als je de weg een beetje weet.’ Zo ging het stuntelige gesprekje voort, met onhandige pauzes en een stortvloed aan betekenisloze woorden. We merkten geen van beiden dat Fredy Hirsch rustig wegglipte. We zagen geen van beiden iets anders dan elkaar. Heel Auschwitz, met z’n prikkeldraad en z’n muren en z’n verschrikkingen leek weg te smelten terwijl de zon helder boven ons tweeën begon te stralen. Daarna zagen we elkaar iedere dag. De onhandigheid maakte plaats voor een soort vertrouwelijkheid. We praatten over elkaar, over haar ouders, rijke industriëlen uit een stadje ten noorden van Praag, over haar schooltijd. Ze moest lachen om mijn heimelijke Russische studie, om mijn ruzies met m’n moeder; haar blik werd

236

omBWbeterdanfictie0714.indd 236

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

zachter en verdrietig toen ze hoorde over mijn tocht naar Hongarije, die achteraf zo aandoenlijk leek. We praatten over de toekomst, alsof die er zeker zou zijn en de hele tijd ontweek mijn blik de schoorstenen, waar alleen maar harten waren die niet meer klopten. Uiteraard hield ik zo mezelf voor de gek. Maar ik denk dat dat wel begrijpelijk was. Ik wilde er niets van weten, want dit was mijn eerste liefde en alles in mij deed z’n best om te vergeten dat Alice iets vreselijks zou kunnen overkomen. Ik probeerde het, maar het lukte niet; iedere dag werd ik eraan herinnerd dat de situatie werkelijk heel dreigend was; en het werd nog ingewikkelder toen er in december een tweede groep van zo’n 4000 Tsjechen uit Terezin arriveerde. De ondergrondse maakte zich echt zorgen om de nieuw aangekomenen. Ze stonden tegenover een totaal nieuwe situatie – de kinderen bijvoorbeeld – en ze werkten keihard om zich eraan aan te passen. Ieders broodrantsoen werd iets teruggebracht zodat de allerjongsten meer te eten zouden hebben. Zeep en medicijnen kwamen tevoorschijn, de hemel weet waarvandaan. Het was een geweldig staaltje razendsnelle improvisatie. Iedere dag ging ik naar Schmulewski om verslag te doen en iedere dag meende ik een hardere blik in zijn ogen te zien. Ik moest mezelf inhouden om niet te vragen wat er aan de hand was, want dat zou een inbreuk op de discipline hebben betekend, maar met het verstrijken van de tijd werd ik steeds bezorgder, want ik voelde dat hij meende dat ze gedoemd waren. De eerste stellige, zekere aanwijzing in die richting kreeg ik toen hij op een dag tegen me zei: ‘Ik wil dat je uitzoekt hoeveel leden van de ondergrondse er precies in het gezinskamp zijn.’ ‘Hoezo?’ vroeg ik. ‘Is er iets mis?’ Even fronste hij. Toen glimlachte hij wrang, want hij wist van mij en Alice en zei kortaf: ‘Het ziet er niet best uit.’ Die avond sprak ik niet alleen met Alice, maar ook met haar vriendinnen, Helena en Vera Rezek, twee zussen uit Praag. Ze waren alle drie lid van de ondergrondse van het gezinskamp en ik vroeg hun

237

omBWbeterdanfictie0714.indd 237

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

om uit te zoeken wat Schmulewski wilde weten. Eventjes bleef het stil. Toen vroeg Helena kalm: ‘Wat gaat er gebeuren? Is het… ernstig?’ Ik keek vlug naar Alice. Zij bleef even koel en onverstoorbaar als de andere twee. Zo rustig mogelijk zei ik: ‘Ik denk niet dat het veel ernstiger zou kunnen zijn.’ De volgende dag kwam Helena naar het hek en zei: ‘Er zijn drieëndertig leden van de ondergrondse in de twee kampen samen. Is er verder nog nieuws?’ Ik schudde mijn hoofd. Net als zij vroeg ik me af waarom Schmulewski het exacte aantal wilde weten. En later, toen ik hem verslag deed, moet hij de vraag in mijn ogen gezien hebben. ‘Het is niet veel,’ zei hij, ‘maar het is misschien net genoeg. Meer kan ik je niet vertellen.’ Toen de tijd verstreek en de raadselachtige datum van 7 maart dichterbij kwam, werd mijn werk als koerier steeds deprimerender. Ik bracht allerlei cryptische boodschappen heen en weer tussen Schmulewski en de mensen van de ondergrondse in het gezinskamp. Iedere dag weer analyseerde ik ze, speurend naar een sprankje hoop, maar steeds zonder succes. Uit meer dan tien verschillende bronnen schraapte Schmulewski zijn brokjes informatie bij elkaar en allemaal leken ze in dezelfde richting te wijzen, die van de schoorstenen. Toch had ik de hele tijd het gevoel dat hij het nog niet opgegeven had, dat achter zijn brede, ondoorgrondelijke gezicht een plan lag dat de ramp zou kunnen voorkomen, dat de Tsjechen zou kunnen redden, dat Alice zou kunnen redden. Ik had er geen idee van wat het was, maar ik had het volste vertrouwen in hem als mens en als leider. Pas op 4 maart, drie dagen voor D-day, maakte hij me deelgenoot van wat hij dacht; en dat was bepaald niet geruststellend. ‘Rudi,’ zei hij, ‘deze hele toestand stinkt. Om te beginnen is hun allemaal opgedragen om naar huis te schrijven en hun brieven een maand later te dateren. De SS zegt dat dat is omdat ze via Berlijn

238

omBWbeterdanfictie0714.indd 238

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

moeten om gecensureerd te worden, maar dat is onzin.’ ‘Maar waarom?’ zei ik. ‘Zou het niet waar kunnen zijn?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Nee, Rudi,’ zei hij, ‘ik ben bang van niet. Het Sonderkommando heeft de opdracht gekregen om in de nacht van 7 maart de ovens op te stoken voor 4000 personen. En we hebben SS’ers horen praten over een bijzonder karwei, een moeilijk karwei.’ Hij keek me strak aan. Ik staarde nog steeds niet-begrijpend terug. ‘Begrijp je het niet?’ zei hij. ‘Het is niet eenvoudig om deze mensen te vergassen. Ze zijn geen nietsvermoedende massa die zo uit een trein komt. Ze weten wat er hier gebeurt. Ze zouden in opstand kunnen komen. Ga nu maar naar ze toe en vertel ze alles wat ik je gezegd heb.’ Ik ging terug naar het kamp, terwijl de gegevens die Schmulewski me verteld had in mijn hoofd over elkaar heen tuimelden. Een opstand! Ik dacht aan kinderen die vastzaten in het kruisvuur van honderd machinegeweren. Ik dacht aan de jonge meisjes die nog nooit bloed hadden gezien. Het meest van al dacht ik aan Alice. Toch begon ik langzaam maar zeker te beseffen dat zij allemaal alleen een kans hadden door te vechten. Dan zou het ervan afhangen hoeveel steun ze kregen van de andere gevangenen. Hoe sterk was de ondergrondse? In hoeverre was men bereid mee te doen? Het zou gemakkelijk zijn om te zeggen dat het verzet mee zou doen en ook in opstand zou komen. Maar het zou een geweldig offer eisen. Deze mannen waren er al in geslaagd in leven te blijven terwijl de kansen erg klein waren. Met iedere dag groeide hun kans om het te overleven. Sommigen praatten nu al over de bevrijding, over de Russische stoomwals die de ring om Auschwitz plat zou walsen, over de SS die weggevaagd zou worden door het opkomende tij van de oorlog. Zouden deze geharde gevangenen, die in de loop van de tijd een miljoen mensen hadden zien omkomen, alles op het spel zetten voor 4000 Tsjechen? Of zouden ze misschien vechten voor iets veel groters? Voor de ondergang van Auschwitz zelf bijvoorbeeld? Voor een

239

omBWbeterdanfictie0714.indd 239

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

massale ontsnapping en vlucht naar de bossen waar de Poolse partizanen rondzwierven? Wat had Schmulewski in gedachten en wat betekende zijn openlijke boodschap eigenlijk echt? In stilte vervloekte ik de discipline die me verbood om vragen te stellen en ik zocht Alice, Helena en Vera op om hun te vertellen wat hij gezegd had. Ze luisterden zorgvuldig en zonder iets te zeggen, ondertussen af en toe naar elkaar kijkend. Daarna zei Helena: ‘Ik heb ook nieuws voor jou, Rudi. Ik geloof dat we morgen naar jouw kamp verhuizen. Het gerucht gaat dat we binnenkort overgeplaatst worden.’ ‘Bedoel je… weg uit Auschwitz?’ Ze knikte. Ik zag opwinding in haar ogen en ik wist dat ze meer vertrouwen had in haar eigen informatiebronnen dan in de mijne. Heel eventjes monterde ik wat op, maar toen besefte ik dat hier de wens de vader van de gedachte was. ‘Wie weet, Helena’, zei ik. ‘Maar jullie moeten aan iedereen doorgeven wat Schmulewski heeft gezegd. Dat is zijn bevel.’ De volgende dag kwam het eerste deel van haar voorspelling echter al uit. Plotseling haalde de SS alle nieuwe gevangenen uit Kamp A, zodat alleen de leden van de permanente staf achterbleven, onder wie ikzelf. Zodra alles vrij was, werden ze vervangen door de 4000 Tsjechen die in september gearriveerd waren. Ondanks de sombere vooruitzichten, ondanks Schmulewski en zijn grimmige waarschuwingen was ik verrukt. Al bijna zes maanden lang was ik verliefd op Alice, hevig verliefd. Al die tijd hadden de hekken ons gescheiden gehouden. Al die tijd hadden we zelfs nooit elkaars handen vastgehouden. En nu liep ze snel in mijn richting, vol verlangen en haar bruine ogen lachten en haar lange haar danste in de wind. Een moment lang stonden we dicht tegen elkaar aan en kon ik haar warmte voelen en haar frisheid ruiken. Haar wang streek heel even langs de mijne en toen was ze al weer weg. Maar ze had me nog wel iets toegefluisterd waarvan ik nooit gedacht had dat ik dat ooit zou horen.

240

omBWbeterdanfictie0714.indd 240

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

‘Tot straks, lieveling. In de barak.’ Die avond kwam ze met Vera en Helena naar mijn kamer en zaten we een paar uur bij elkaar en discussieerden over het laatste nieuws. Alice zat naast me met haar hand in de mijne en het leek wel of haar vingers mijn pessimisme wegdrukten. Het wemelde nu van de geruchten en allemaal weerspraken ze de harde woorden van de leider van onze ondergrondse. ‘Ze zeggen dat we naar het noorden gaan’, zei Helena. ‘Ergens in de buurt van Warschau.’ ‘Fredy Hirsch zegt dat ze nooit de kinderen zouden durven doden’, zei Vera. ‘Hij zegt dat ze bang zouden zijn dat het nieuws zou uitlekken.’ ‘Misschien is de oorlog wel snel voorbij’, zei Alice heel zachtjes. ‘En dan… en dan…’ Die avond kuste ik haar voor het eerst. Als kus stelde het niet zoveel voor, want ik had in m’n leven nooit veel kunnen oefenen, maar op de een of andere manier leek mijn onhandigheid weinig uit te maken; en die nacht voor ik in slaap viel, dacht ik: misschien is de oorlog inderdaad wel snel voorbij. Deze rooskleurige gedachten werden echter al snel weer de kop ingedrukt. De volgende morgen toen ik twintig gevangenen meenam om het broodrantsoen op te halen, zag Schmulewski er grimmiger uit dan ooit tevoren. ‘Luister goed, Rudi’, snauwde hij. ‘Ik heb niet veel tijd. Kort gezegd is de situatie zo slecht als hij maar kan zijn. Je moet ze waarschuwen dat ze op het ergste voorbereid moeten zijn. Zodra ik iets definitiefs hoor, neem ik contact met je op. En dat zou nu elk moment zover kunnen zijn.’ Ik aarzelde. Ook nu weer raadde hij wat er in m’n hoofd omging. Nogal nors zei hij: ‘Persoonlijk ben ik er behoorlijk zeker van dat ze morgen zullen sterven. Is dat wat je wilde weten?’ Ik knikte. Plotseling leken de opgewekte, hoopvolle geruchten van de vorige dag bleek en nietszeggend. Dit was de waarheid uit de mond van een man die overal spionnen had zitten, die al zo vaak

241

omBWbeterdanfictie0714.indd 241

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

oog in oog met de dood had gestaan dat hij hem zowat kon ruiken. Opnieuw bracht ik verslag uit. Opnieuw kwamen die avond Helena, Vera en Alice in mijn kamer. Maar ditmaal was er geen sprake van mooie dagdromen. Ik deed ook geen poging om het nieuws voorzichtig te brengen, want daar was het al te laat voor. Nu moesten we allemaal razendsnel denken. Ik vroeg aan Helena: ‘Hoe zit het met de anderen? Wat denken ze ervan? Geloven ze Schmulewski?’ ‘Sommigen wel’, zei ze schouderophalend. ‘Anderen niet. Maar vrijwel niemand gelooft dat de kinderen zullen omkomen. Ze kunnen zich niet voorstellen dat mensen kleine kinderen zouden vermoorden, vooral niet na de manier waarop de SS zich heeft gedragen.’ Een uur lang praatten we erover door. We ontrafelden de feiten, de halve feiten, de geruchten en we kwamen er niets verder mee. Ten slotte stond Helena plotseling op, glimlachte naar Alice en mij, die op het bed zaten en zei: ‘Goed, jullie twee hebben waarschijnlijk wel andere dingen om over te praten. Kom mee, Vera.’ Toen waren we alleen. Voor mij was het de allereerste keer dat ik met een meisje alleen in een slaapkamer was. De verlegenheid blokkeerde mijn verstand en hoewel ik wist wat ik wilde, werd ik erdoor weerhouden om iets te doen. ‘Ik vraag me af wat Schmulewski gaat doen’, zei ik en mijn stem klonk hoogdravend en onnatuurlijk. ‘Ik weet zeker dat hij iets van plan is.’ Alice zei niets. ‘Een opstand misschien. Dat zou het einde van Auschwitz kunnen betekenen.’ Alice zei nog steeds niets. ‘Er zouden veel mensen omkomen natuurlijk. Maar misschien zou het dat waard zijn. Misschien…’ ‘Rudi,’ zei ze zachtjes, ‘kijk naar me.’ Langzaam draaide ik me om en keek naar haar. Ze lag nu opge-

242

omBWbeterdanfictie0714.indd 242

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

rold op het bed en ik denk niet dat ik ooit iets mooiers gezien heb. Haar donkerbruine haar viel losjes over haar schouders. Haar ogen stonden mistig, maar lachten nog steeds en haar mond was licht gebogen. Toen liet ze zich achterover zakken en de tere lijn van haar borsten bewoog zich zachtjes onder haar vaalblauwe bloes. De barrières, alle barrières smolten weg. Ik leunde over haar heen, zo dichtbij dat haar geur ons omgaf, en ditmaal verdween ook al mijn onhandigheid. ‘Je ruikt zo heerlijk’, fluisterde ik suffig, zonder na te denken. ‘Waarom ruik je toch zo heerlijk?’ Ze lachte, een bijna ademloos lachje. ‘Zeep, lieverd’, mompelde ze. ‘Gewoon zeep. Waarom praat je zo veel?’ Daarna zei ik een hele tijd niets meer. Auschwitz deed er niet meer toe, bestond zelfs niet meer. De wachttorens en de geweren en de honden, de modder, de dood, de hoge, kwaadaardige schoorsteen, alles was weggevaagd, uitgewist door een magie die we geen van beiden eerder hadden gekend. Iemand stond aan m’n schouder te rukken. In de verte hoorde ik een stem die zei: ‘Wakker worden, Rudi. Wakker worden. Snel!’ Ik verzette me ertegen. Ik wilde niet wakker worden, ik wilde de werkelijkheid niet meer. Maar het schudden hield niet op en ten slotte ging ik slaperig rechtop zitten. Helena stond naast m’n bed met een ontsteld gezicht en een vreselijk bezorgde blik. ‘Schmulewski vraagt naar je’, zei ze snel. ‘Hij zegt dat het dringend is. De hele zooi is omsingeld door SS’ers.’ Ik knipperde met m’n ogen en het kamp, dat gehate kamp, werd weer scherper. Aan het voeteneind van m’n bed zag ik een verfrommelde, vaalblauwe bloes. Alice lag naast me nog steeds te slapen, met een vage glimlach op haar gezicht. Ze bewoog zich, rekte zich uitgebreid uit, en toen ze zich omdraaide gleed haar arm om mijn lichaam heen. Zachtjes, zo zachtjes als ik maar kon, fluisterde ik: ‘Wakker wor-

243

omBWbeterdanfictie0714.indd 243

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

den, schat. Het is ochtend. Ik moet gaan.’ In één klap was ze wakker en schoot ze overeind en voor het eerst zag ik iets van angst in haar ogen. Toen zag ze Helena en trok de deken op tot haar kin. ‘Opschieten, Rudi’, zei Helena. ‘In Godsnaam, schiet op. Er is iets afschuwelijks aan het gebeuren.’ Ze ging weg en ik begon me aan te kleden. Alice had haar kalmte weer hervonden en was eerder klaar dan ik. Ze kuste me vluchtig en zei heel zacht: ‘Kom op, lieveling. Er is werk aan de winkel.’ Samen liepen we naar buiten om de grijze ochtend van de zevende maart onder ogen te zien. Het moment van de deadline was aangebroken, zoals elke deadline een keer aanbreekt. Iets later liep ik met mijn twintig gevangenen Kamp A uit om het brood op te halen in Kamp D. Ik zag dat Helena gelijk had. Overal stonden SS’ers met machinepistolen op de arm. Sommigen herkende ik. Anderen waren vreemden. Maar allemaal hadden ze iets van een grimmige, onuitgesproken doelbewustheid over zich en toen wist ik dat de commandant op alles voorbereid was, zelfs op een opstand. De Russen hadden het brood voor ons klaarliggen, maar ik bleef even met hen kletsen, in een poging om het gesprek uit te stellen dat ik niet wilde voeren, om de woorden die ik niet wilde horen te vermijden. Ik vroeg hun om citroenen voor de kinderen, alles wat hen en mij een paar extra minuutjes bezig zou houden. Ten slotte kon ik geen tijd meer vertreuzelen. Ik ging naar Schmulewski, die me met zware oogleden aankeek alsof hij niet geslapen had en hij kwam terzake met een directheid die pijn deed. ‘Het nieuws is als volgt’, snauwde hij. ‘Het gezinskamp sterft vandaag.’ ‘Bedoelt u dat er een selectie komt? Gaan ze zich ontdoen van de ouderen en de kinderen en de zieken?’ ‘Nee. Iedereen sterft. En om die reden zou dit onze dag kunnen worden. Dit is voor het eerst dat ze gaan proberen een paar duizend mensen te vergassen die weten wat er gaat gebeuren. Dit is het mo-

244

omBWbeterdanfictie0714.indd 244

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

ment voor een opstand en dat weet de SS ook.’ Op zijn gezicht was geen enkele uitdrukking te lezen, maar de spanning straalde van hem af. Ik wist dat elke vezel van zijn lichaam klaarstond om direct in actie te komen en dat hij zich zorgvuldig beheerste. ‘Nu kan ik niet van onze makkers vragen dat ze hun leven vergooien voor een verloren zaak. Maar als de Tsjechen in verzet komen, als ze de strijd serieus aangaan, dan zullen ze er niet alleen voor staan. Honderden van ons, misschien wel duizenden zullen naast hen strijden en met een beetje geluk kunnen we heel dit vunzige zaakje te pletter slaan. Vertel hun dat. Vertel hun dat ze niets te verliezen hebben, dat de keus is tussen vechten en sterven. Maar vertel hun ook dat ze geen enkele kans maken tenzij ze de juiste leider hebben.’ ‘Een leider? Wie?’ ‘We hebben hem al uitgekozen, al weet hij het zelf nog niet. Maar het is van wezenlijk belang dat je het er bij hen inpraat waarom we die man uitgekozen hebben. Zoals je weet is er een half dozijn verschillende politieke groeperingen in het kamp te vinden: communisten, zionisten, antizionisten, sociaaldemocraten, Tsjechische nationalisten, de hele zooi. Als we iemand uit een van deze groepen aanwijzen, dan komt er zeker heibel van en verdeeldheid en dus mislukking. We moeten iemand hebben die door allen zonder te bedenken gerespecteerd en gehoorzaamd zal worden. Iemand die hun kan zeggen dat ze moeten vechten en die ze in de strijd kan aanvoeren, zodat ze één blok vormen.’ ‘Maar wie dan? Waar vind je in hemelsnaam zo iemand?’ ‘Zoals ik al zei hebben we hem al gevonden. Fredy Hirsch.’ Fredy Hirsch! Een Duitser! Die lange, atletische Fredy, die de slaapbarak van de kinderen had opgezet. Eerst dacht ik dat Schmulewski gek geworden was, maar langzaam drong het tot me door dat hij volkomen gelijk had. Iedereen had respect gekregen voor Hirsch. Goed, hij was een Duitser. Maar wel een Duitse Jood. Hij had zich helemaal verbonden aan de mensen van zijn nieuwe vaderland, had

245

omBWbeterdanfictie0714.indd 245

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

met hen geleden en was bereid om met hen te sterven. Ik wist dat hij ook met en voor hen zou vechten. ‘Luister. Dit is wat je moet doen. Ga terug en roep onmiddellijk de leden van de ondergrondse uit de eerste groep bijeen, de septembergroep, want voorlopig gaat het alleen om hen. Vertel hun wat ik je verteld heb. Vertel hun dat wij zullen vechten als zij vechten, maar dat zij moeten beginnen en goed moeten beginnen. Laat daarna Fredy bij je komen en vertel hem welke rol hij moet spelen. Oké?’ ‘Oké.’ ‘Succes ermee.’ ‘Bedankt.’ Ik liep terug naar het kamp met het brood en de citroenen en nog wat uien die ik achterover had weten te drukken. Zodra ik terug was gaf ik de bevelen van Schmulewski door aan Helena. En toen ging ik terug naar mijn kamer en ging daar zitten wachten; de kamer waar Alice en ik een paar uur daarvoor elkaar hadden liefgehad. De leden van de ondergrondse uit het gezinskamp druppelden binnen en gingen op de grond zitten, want er waren maar twee stoelen. Ik zat op het bed en Alice zat naast me, met haar arm om mijn schouder. Terwijl ze sigaretten pakten of rolden, telde ik hen. Het waren er maar zestien en meer meisjes dan jongens. Ik probeerde hen te zien als een gevechtseenheid, als fakkeldragers die het kamp in vuur en vlam zouden zetten; maar dat viel niet mee. Ze waren jong. Ze waren dapper. Ze waren toegewijd. Maar het waren eigenlijk nog kinderen, ongeschoold door de wereld, niet gehard door moeite of haat. Ik vroeg me af hoeveel moed ze wel niet nodig zouden hebben om tegenwicht te bieden tegen hun onschuld, om hun een kans te geven te midden van de slachtpartijen. Ik vertelde hun botweg hoe de situatie lag. Terwijl ik sprak bekeek ik hun gezichten. En toen ik uitgesproken was, wist ik dat hun harten groot genoeg waren voor de vreselijke taak die voor hen lag, want ze waren kalm en onbevreesd, al was het misschien omdat ze de realiteit van de dood nog niet hadden leren kennen.

246

omBWbeterdanfictie0714.indd 246

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

Helena zei: ‘Ik zal Fredy Hirsch wel halen.’ Ze keerde binnen een paar minuten met hem terug en toen lieten ze ons alleen. Ik stond een tijdje naar die sterke jonge Duitser te staren, naar zijn openhartige, vragende blik en ik wist dat hier een man stond die zou doen wat zijn geweten hem ingaf, ook al betekende dat zijn dood. Ik herhaalde Schmulewskis boodschap nog eens. De uitdrukking op zijn gezicht veranderde niet. Twee minuten lang zat hij zonder iets te zeggen, tot ik zei: ‘Fredy, je bent de enige die het kan doen. De enige die ze zullen volgen.’ ‘Maar Rudi,’ zei hij bijna fluisterend, ‘hoe moet het met de kinderen?’ Dit was het moment waar ik met angst naar uit had gezien. Ik wist hoeveel hij van die kinderen hield, hoeveel zij ook van hem hielden. Hij was een tweede vader voor hen, de as waarom hun jonge leventje draaide. ‘Fredy,’ zei ik, ‘de kinderen gaan sterven. Dat moet je geloven. Maar duizenden kinderen zijn al gestorven en nu hebben we de kans om dat een halt toe te roepen. Om het kamp zo te verpletteren dat er hier nooit meer een kind vergast zal worden. Denk daar eens aan. Een paar honderd sterven vandaag omdat niemand ze kan redden. Maar tienduizenden andere kinderen blijven in leven.’ Zijn gezicht stond bleek en gespannen. Zijn hand trilde toen hij een sigaret opstak. ‘Hoe kan ik ze achterlaten, Rudi?’ zei hij. ‘Hoe kan ik weglopen om voor mijn eigen huid te vechten en hen achterlaten om afgeslacht te worden? Zie je dan niet dat ze mij vertrouwen? Ze hebben me nodig!’ ‘Ze zijn ten dode opgeschreven, Fredy. Je kunt ze niet redden. Denk aan de anderen. Denk aan de duizenden kinderen in heel Europa. Kinderen die nu nog thuis zitten bij hun ouders, maar die in Auschwitz zullen omkomen als wij nu niets doen.’ De marteling van de beslissing die hij moest nemen was in zijn ogen te lezen, de marteling van een man die nog steeds beschaafd

247

omBWbeterdanfictie0714.indd 247

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

was, die nog niet lang genoeg in Auschwitz was geweest om een dikke, ongevoelige huid aangekweekt te hebben. ‘Geef me een uur, Rudi’, zei hij. ‘Geef me een uur om erover na te denken.’ Het was ongeveer elf uur. De vergassing zou waarschijnlijk op z’n vroegst aan het eind van de middag beginnen. Ik zei tegen Fredy: ‘Oké. Maar onthoud één ding. Er is maar één manier waarop je wie dan ook kunt helpen.’ Alice stond buiten te wachten. Ik vertelde haar wat er gebeurd was en opeens zei ze: ‘Rudi, weet je het zeker? Weet Schmulewski het zeker? Het lijkt gewoon niet mogelijk.’ ‘Ik weet het zeker’, zei ik. ‘Ik ken de SS. Voor hen is dit de enige manier.’ ‘Maar de kinderen… toch zeker niet de kinderen.’ ‘Ook de kinderen. Maar laten we ergens anders over praten.’ We praatten over iets anders. Over een toekomst zonder prikkeldraad. Over een wereld zonder geweren. Over een gewoon huis in een gewone straat met een groenteboer net om de hoek. Over vier stevige muren, met daarbinnen een slaapkamer en een keuken en een haard, waarin ’s avonds een vuur danste en flikkerde. Over vrede, waarvan ik bijna niet meer wist dat die bestond en waarvan zij nauwelijks kon geloven dat die afgelopen was. Schitterende woorden. Lege woorden. Valse woorden, want nu logen we tegen elkaar om elkaar te helpen. En we logen tegen onszelf. En toen was het twaalf uur. Ik ging terug naar de barak om de beslissing te vernemen die ons zou kunnen helpen onze schaduwen te verwerkelijken. Fredy Hirsch lag bewusteloos op het bed. Ik rende naar hem toe. Zijn zware ademhaling rommelde in zijn keel. Zijn gezicht had een blauwgrijze kleur. Hij had schuimspetters op z’n lippen en vertoonde alle symptomen van een luminalvergiftiging. Ik stormde de barak uit en ging als een razende op zoek naar een

248

omBWbeterdanfictie0714.indd 248

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

van de artsgevangenen. Ik vond er twee en ze kwamen direct met me mee naar de man die in leven moest blijven. Hij ademde nu nog zwaarder, heel vlug, dringend, wanhopig. Zonder een woord te zeggen onderzochten ze hem terwijl ik hulpeloos op de achtergrond stond toe te kijken. Ten slotte draaiden ze zich met een nietszeggende uitdrukking op hun gezicht weg van het bed. De oudste van de twee zei tegen me: ‘Ik kan hem redden, Rudi.’ ‘God zij dank!’ ‘Maar er is tijd voor nodig. Het zal wel twee weken duren voor hij weer op de been is.’ ‘Daar heb ik verdorie niks aan!’ schreeuwde ik. ‘Hij gaat vandaag toch sterven. Ze gaan allemaal sterven. Hij is de enige die ze kan redden! Hij is de enige die ze kan laten vechten!’ De twee artsen keken elkaar aan. Toen zei de oudste rustig: ‘Als wat je zegt waar is, laat hem dan nu sterven. Dat is het beste voor hem, want we kunnen niets doen.’ Ik keek neer op Fredy Hirsch, de Duitser wiens hart te groot was, die het idee dat hij kleine kinderen zou zien lijden niet kon verdragen. En ik realiseerde me dat ik te veel van hem gevraagd had. Toch was er nog hoop. Er was nog tijd. Schmulewski zou wel iets bedenken, zou een nieuwe leider vinden, een nieuw boegbeeld. Ik rende de barak weer uit; en toen bleef ik plotseling staan. Heel Kamp A was omsingeld door SS’ers. We waren totaal geïsoleerd. Ik ging naar het hek dat ons van Kamp B scheidde, waar de tweede groep Tsjechische gezinnen nog steeds verbleef en ik riep Hugo Lenk, een van de leiders van de ondergrondse. ‘Hirsch is dood’, vertelde ik hem. ‘Zorg alsjeblieft dat er een boodschap naar Schmulewski gaat!’ ‘Hoe moet ik dat doen, Rudi?’ snauwde hij. ‘De hele zooi is afgegrendeld.’ ‘Probeer het toch, man, probeer het! Ik kan niet zomaar orders

249

omBWbeterdanfictie0714.indd 249

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

geven. Ik kan ze niet zeggen dat ze moeten vechten, niet zonder Hirsch. Schmulewski is de enige die dat kan.’ ‘Goed dan. Ik doe m’n best. Maar het zal niet meevallen.’ Ik wist natuurlijk best dat het moeilijk zou zijn, maar nu eiste ik wonderen van hem. De verantwoordelijkheid voor de situatie drukte op m’n schouders en opeens voelde ik me moe, leeg, ontmoedigd. In een troosteloze stemming dwaalde ik door de barak, waar ik Alice, Helena en Vera tegenkwam. Alice sloeg meteen haar arm om me heen. ‘Wat is er, Rudi?’ zei ze. ‘Je bent ziek. Lieveling, wat is er gebeurd?’ ‘Hirsch is dood. Er komt geen opstand.’ ‘Maar waarom niet? We kunnen zonder hem doorgaan. Geef jij het bevel en we zullen vechten.’ Dit had ik wel verwacht. Ze realiseerden zich niet hoeveel er op het spel stond. Ze begrepen niet hoe de ondergrondse werkte. Ze wisten niets van z’n ijzeren discipline, z’n koele, ongevoelige, ontzettend rationele benadering van elk probleem. ‘Ik kan geen bevelen geven’, zei ik vermoeid. ‘Ik ben maar een klein mannetje in de organisatie. Ik kan zo’n verantwoordelijkheid niet op me nemen zonder toestemming van hogerhand.’ ‘Maar we moeten vechten!’ zei Vera wanhopig. ‘We kunnen ons niet als honden laten afmaken. Laten we de barakken in brand steken, wat dan ook. Alles is beter dan niets!’ Helena keek haar fronsend aan en zei toen tegen mij: ‘Heb je verder geen bevelen van Schmulewski, Rudi? Voor wat dan ook?’ ‘Ik heb geen bevelen. Helemaal niets.’ Ze draaide zich weer naar haar zus toe en zei: ‘Doe niet zo dom, Vera. We mogen niets doen wat andere mensen het leven kan kosten. We moeten wachten op instructies.’ Ik keek haar dankbaar aan. Zij begreep het tenminste. Daarna ging de tijd snel. Ik onderzocht ieder mogelijk gaatje in de muur rond het kamp. Ik zei tegen de SS dat ik naar Kamp D moest met belangrijke documenten. Ze schudden hun hoofd. Ik dacht zelfs

250

omBWbeterdanfictie0714.indd 250

09-07-14 09:16


EEN HALF JAAR HOOP

even over de mogelijkheid om hun te vertellen dat ik het lichaam van Fredy Hirsch het kamp uit moest brengen, maar ik verwierp de gedachte meteen weer als zinloos. Ik nam contact op met Hugo Lenk, tegen beter weten in hopend dat hij erin geslaagd was om een boodschap naar buiten te brengen, maar hij schudde triest zijn hoofd. We zaten in de val. Nu, zo wist ik, was het nog slechts een kwestie van tijd, tenzij de wonderen die ik verlangd had gebeurden. Automatisch begaf ik mij terug naar de barak, naar Alice en Helena en Vera. Ik herinner me niet hoelang we daar gezeten hebben of wat we tegen elkaar gezegd hebben; maar wat ik nooit zal vergeten, is het geluid van de vrachtwagens. Ze kwamen brullend het kamp binnen, tien stuks, twintig, vijftig, zestig. Ik heb ze niet kunnen tellen. We liepen naar de deur, maar het was al te laat. Een hele zwerm kapo’s, vreemde kapo’s, stroomde de barakken binnen, zwaaiend met hun knuppels. ‘Naar buiten… naar buiten!’ brulden ze. ‘Raus… raus… raus! ’ De knuppels kwamen keer op keer neer. Het ijle gejammer van de vrouwen vermengde zich met het verschrikte geschreeuw van de kinderen. Alice wierp zich in mijn armen en terwijl ik haar dicht tegen me aan hield, sloegen en trapten de kapo’s hun vee in de wagens. Ze zwermden overal om ons heen, maar lieten ons voor het moment met rust, want aan mijn kleren zagen ze dat ik één van hen was. Maar dat bood uiteraard maar voor korte tijd bescherming. Dit was het einde, dat wist ik heel goed. Een met bloed besmeurd kind viel aan mijn voeten. Een moeder tilde het dode lichaampje op en werd met een klap op haar rug de deur uit gesmeten. Alice hield haar gezicht heel dicht tegen het mijne aangedrukt en ze fluisterde in mijn oor: ‘We zullen elkaar terugzien, lieveling. We zullen elkaar terugzien en dan zal alles fantastisch zijn. Maar… als we elkaar niet meer zien… het was al fantastisch.’ Een kapo kwam langs gestampt, gaf ons een duw en brulde: ‘Opschieten, jullie twee. Dit is geen moment om te neuken. Zorg dat die griet in de vrachtwagen komt!’

251

omBWbeterdanfictie0714.indd 251

09-07-14 09:16


BETER DAN FICTIE

We hielden elkaar nog steeds vast, onze lippen tegen elkaar gedrukt, onze vingers zinloos in elkaars vlees klauwend. ‘Kom nou, smeerlap! Laat dat meisje los of je gaat samen met haar de wagen in!’ Alice had hem gehoord. Haar greep verslapte. Haar gezicht was wit, maar ik zag geen tranen. ‘Ga, lieveling’, hijgde ze. ‘Ga nu!’ Toen was ze zelf weg en rende ze naar een vrachtwagen. Ik zag dat ze struikelde toen ze een klap kreeg, overeind krabbelde en door de deur verdween. Ik volgde haar, maar kon haar niet meer zien. Buiten waren de barakken volledig omsingeld door kapo’s en SS’ers, de veiligheidspal van hun machinegeweren los. Als ik in die ring bleef, wist ik dat ik ook in de vrachtwagen geduwd zou worden, rijbroek of geen rijbroek. En als ik wegrende, zou ik onmiddellijk doodgeschoten worden. Ik haalde een sigaret uit m’n zak, stak hem aan en liep rustig naar een kapo die ik kende. Ik babbelde wat tegen hem, maar hij luisterde niet. En toen liep ik, met de sigaret in de mond en m’n handen in de zakken langzaam naar de groene muur van SS’ers. ‘Halt!’ De loop van een machinegeweer prikte in m’n buik. ‘Ik ben de administrateur van Blok 14. Ik heb bevel gekregen onmiddellijk naar de blokoudste te gaan.’ ‘Oké. Maar snel.’ Hij zwaaide me met zijn geweer door het kordon heen en ik liep snel weg van de barakken, weg van het gekkenhuis, weg van Alice. Bij de deur van Blok 14 bleef ik staan en keek achterom. Een administrateur die ik kende zei: ‘Je bent een echte stomkop! Je was verdorie bijna in de oven beland.’ Ik antwoordde hem niet. Ik hoorde hem nauwelijks. De vrachtwagens begonnen weer te brullen en reden naar het hek. Het leek wel een pantserdivisie. Het geluid van de motoren leek het hele kamp te vullen, overstemde alle andere geluiden. En toen plotseling, boven dat rauwe, opdringerige geluid uit

252

omBWbeterdanfictie0714.indd 252

09-07-14 09:16


Philip Müller had de hele nacht doorgewerkt. Z’n gezicht zag grauw en z’n ogen stonden doodmoe. Met een zorgvuldig onverschillige stem vroeg ik hem: ‘Hoe is het gegaan?’ ‘Rustig, Rudi’, zei hij. ‘Heel rustig. Ze zongen de hele tijd het Tsjechische en het Joodse volkslied en ze liepen gewoon de gaskamers in.’ ‘Zonder verzet?’ ‘We zaten erop te wachten, maar het kwam niet. Als ze hadden gevochten, dan hadden wij meegedaan. Ik neem aan dat ze in de eerste plaats aan de kinderen dachten.’ ‘Geen enkel protest?’ ‘Niets dat het noemen waard is. Drie meisjes verzetten zich en moesten naar binnen geslagen worden. Dat was alles.’ Maar drie meisjes. Ik vroeg me af wie het waren geweest. Maar ik vroeg Philip verder niets.

EEN HALF JAAR HOOP

hoorde ik een ander geluid, een nieuw, schitterend geluid. Het geluid van duizend vrouwen die zongen. Ze zongen het Tsjechoslowaakse volkslied: Waar is mijn thuis… Het vervaagde toen de vrachtwagen waarin ze zaten om de hoek verdween. Maar andere stemmen namen het over met een nieuw lied, geïnspireerd door dezelfde gedachte. Ditmaal was het het Joodse volkslied: De hoop. Urenlang stond ik buiten, tot lang nadat de laatste vrachtwagen verdwenen was en de stank van de uitlaten weg was. Ik stond daar, gemarteld, tot ik een donkere rookwolk zag die zich met de gele vlam aan de top van de schoorsteen van het crematorium vermengde. Toen ging ik terug naar mijn kamer, terug naar het bed dat nog geen vierentwintig uur daarvoor magische dingen had meegemaakt. Ik ging erop liggen, maar ik deed geen oog dicht.

253

omBWbeterdanfictie0714.indd 253

09-07-14 09:16


Te mooi om waar te zijn, dat zijn de markante geschiedenisverhalen in deze bundel. Binnen- en buitenlandse historici van naam schrijven over de (levens)geschiedenissen die hen het meest fascineren, variërend van koning David tot keizer Nero en van Adela van Hamaland tot Maria de’ Medici, de koningin van Frankrijk. De auteurs hebben elk hun eigen invalshoek gekozen voor het navertellen van deze onvergetelijke verhalen. Maar ze blijven trouw aan de werkelijke geschiedenissen, want die zijn – jawel – beter dan fictie. Met verhalen van Martin Meredith, Martin van Creveld, Robin Lane Fox, Tom Holland, Adrian Goldsworthy, Matthew Dennison, Luit van der Tuuk, Arne Zuidhoek, Lorenzo de’ Medici, Julian Spilsbury, Arnout van Cruyningen en Rudolf Vrba.

ISBN 9789401903257 NUR 680

www.omniboek.nl

Omslag Beter dan Fictie e.indd 1

09-07-14 12:14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Beter dan fictie - De mooiste geschiedenisverhalen.9789401903257 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu