Skip to main content

Anno Domini 30 - Ted Dekker.9789043525176

Page 1

Wanneer vijanden onverwachts aanvallen, krijgt Maviah, de bastaarddochter van een van de machtigste bedoeïensjeiks in Arabië, de opdracht koning Herodes om hulp te vragen. Maviah ontsnapt met de hulp van twee van haar vaders soldaten – Saba, die meer met zijn zwaard spreekt dan met zijn stem, en Juda, een Jood die de sterren leest. Een reis vol gevaren begint. Als het hen al zal lukken om de uitgestrekte en dodelijke zandvlakten te overleven, wacht hen een brute wereld waarin ze onderworpen zijn aan wrede koningen en keizers. Maar dan ontmoet Maviah een man van een heel ander kaliber – een raadselachtige leraar die spreekt over een koninkrijk dat uiteindelijk zal triomferen en het zal winnen van welk koninkrijk dan ook. Zijn naam is Jeshua en zijn woorden zetten alles wat Maviah ooit geleerd heeft op zijn kop. Maar ondanks dat hem volgen een risicovolle onderneming is, is het misschien wel de enige kans voor Maviah om zichzelf en allen die haar dierbaar zijn te redden. Ted Dekker droomde er al jaren van om de wereld van Jezus te gebruiken voor een roman. Met een frisse blik beschrijft hij het leven van Jezus, door de ogen van een buitenstaander. Zo kon hij de kracht van Jezus opnieuw zien, en nadenken over de vraag: hoe wil Jezus dat wij ons leven leiden? De woorden van Jezus waren revolutionair en stonden lijnrecht tegenover de heersende opvattingen. In Anno Domini 30 laat Ted Dekker de wereld van Jezus opnieuw tot leven komen.

Ted Dekker Anno Domini 30

Mijn naam is Maviah, dochter van Rami bin Malik. En zijn naam was Jeshua. Ik leerde hem kennen als de Gezalfde die grote macht zou schenken aan het handjevol mensen dat hem op zijn pad volgde.

anno domini

30 ro m an

‘Anno Domini 30 is een genre op zichzelf.’ — New York Times ‘De koning van de christelijke thriller trapt de deur naar Bijbels-historische fictie open.’ — Publishers Weekly ‘Anno Domini 30 is het soort boek waarvoor de term ‘sweeping epic’ is bedacht.’ — Booklist NUR 302

www.kok.nl

DEKKER_AnnoDomino30_WT_02.indd 1

Ted Dekker 10-08-15 09:56


Proloog

Ik had gehoord van koninkrijken ver achter de oase, die leven schenken waar geen leven geschonken zou moeten worden, koninkrijken achter de uitgestrekte, dorre zandvlakten van de Arabische woestijn. Ooit woonde ik in zo’n koninkrijk achter de grote Rode Zee, in een land dat Egypte werd genoemd, waar ik als klein kind als slaaf naartoe was gestuurd. Ik had gedroomd van koninkrijken verder noordelijk, waarvan gezegd werd dat de Romeinen er in pracht en praal leefden, genietend van hun geroofde land; van zijden koninkrijken nog achter Mesopotamië, in het verre Oosten waar betovering en magie regeerden. Maar geen van deze koninkrijken was werkelijkheid voor mij, Maviah, dochter van de grote sjeik van de Banu Kalb-stam die regeerde over de noordelijke zandvlakten van Arabië. Geen enkel koninkrijk was werkelijkheid voor mij, Maviah, want ik was in schande geboren, zonder enige hoop op eerbaarheid. Er wordt gezegd dat het leven in Arabië vier pijlers kent, zonder welke al het leven in de woestijn voorgoed tot stilstand zou komen. De zandvlakten, want zij zijn de aarde en schenken water – als je het kunt vinden. De kameel, want die schenkt zowel vrijheid als melk. De tent, want die beschermt tegen een gewisse dood. En de bedoeïenen, geregeerd door niemand, 5

Anno Domini 30 1-400.indd 5

14-08-15 15:41


loyaal aan de dood, gepassioneerd in het leven, heersers over de onherbergzaamste woestijnen waar alleen de allersterksten kunnen overleven. In de hele wereld is niemand zo nobel als de bedoeïen, want alleen bedoeïenen zijn werkelijk vrij, levend in de genadeloze wisselwerking tussen deze vier pilaren. Toch zijn de vier slaaf van een vijfde pilaar: de pilaar van eer en schande. Als ik er goed over nadenk, dan zou ik zeggen dat er geen grotere eer is dan geboren te worden met het bloed van een man, en geen grotere schande dan geboren te worden met het bloed van een vrouw. Sterker nog, geboren in schande kan een vrouw alleen maar eer vinden door geen schande over de man af te roepen. Alle banden worden in bloed gevormd. Door bloed wordt alle schande gewroken. Door bloed gaat het leven over van vader op zoon. Door bloed wordt het leven gevormd, en toch heeft een vrouw niet de macht haar eigen leven te vormen. Daarom wordt ze geboren in schande. Dat gezegd hebbende – de omvang van mijn schande was vele malen groter dan alleen als vrouw geboren te zijn. Buiten mijn schuld was ik een onwettig kind, het product van een eerloze verbintenis tussen mijn vader en een vrouw uit de laagste woestijnstam, de Banu Abysm, aaseters die de botten van dode dieren kraakten en aten om te overleven in het dorre land. Buiten mijn schuld overleefde mij moeder de bevalling niet. Buiten mijn schuld stuurde mijn vader me stiekem naar Egypte, zodat zijn schande niet bekend zou worden, want er wordt wel gezegd dat goed verborgen schande al voor twee derde is vergeven. Buiten mijn schuld werd ik een slaaf in dat verre land. Buiten mijn schuld keerde ik terug naar mijn vaders huis toen ik een zoon baarde zonder geschikte echtgenoot. Daar, in zijn weinig enthousiaste bescherming, leefde ik wederom in balling­ schap. Ik was een bedoeïen maar ik was niet vrij, een vrouw die voor­ goed onrein was, een moeder die geen echtgenoot waardig 6

Anno Domini 30 1-400.indd 6

14-08-15 15:41


was, een buitenstaander gevangen tussen die machtige woestijnpilaren, onderdaan van geen ander koninkrijk dan dat van de dood. Maar toen verscheen in die wereld een man die van een ander soort koninkrijk sprak, met woorden die al die andere koninkrijken tartten. Sommigen zeiden dat hij een profeet van hun God was. Sommigen zeiden dat hij een mysticus was die in raadselen sprak om de geest te laten ontbranden en het hart sneller te laten kloppen, dat hij wonderen verrichtte om zijn krachten tentoon te spreiden. Sommigen zeiden dat hij een gnosticus was, maar die hadden het mis. Sommigen zeiden dat hij een messias was die zijn volk kwam bevrijden. Maar anderen meenden dat hij een Zeloot was, een ketter, een man die te veel dood en te veel lijden had gezien om geestelijk gezond te kunnen blijven. Maar ik leerde hem kennen als de Gezalfde die grote macht zou schenken aan het handjevol mensen dat hem op zijn pad volgde. Mijn naam is Maviah, dochter van Rami bin Malik. En zijn naam was Jeshua.

7

Anno Domini 30 1-400.indd 7

14-08-15 15:41


Kafarnaüm Betsaïda Nazaret Tiberias

Meer van Galilea

Perea

Mi dde llan dse

Zee

Sepphoris

Samaria

Jeruzalem

W

Judea

Dode Zee

ad iS i rh

Koninkrijk der Nabateeë Petra

Aela Bron bij Sidin

Al Nafu

Rode Zee

Anno Domini 30 1-400.indd 8

14-08-15 15:41


N

W W

ba Na

ad iS i rh an

O

e tes

gr en s

nkrijk abateeĂŤrs

Z

Duma Al Nafud-woestijn

Anno Domini 30 1-400.indd 9

14-08-15 15:41


Duma ‘Want ik zeg jullie je niet te verzetten tegen wie kwaad doet, en wie je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe te keren.’ Jeshua

Anno Domini 30 1-400.indd 10

14-08-15 15:41


1

De woestijn kent het verstrijken der jaren niet. De tijd wordt hier gemarkeerd door slechts drie dingen. Door het opkomen en ondergaan van de zon, elke dag weer om ieder met haar vuur te zegenen of te vervloeken. Door het vallen van de regen, misschien twee keer in de winter als de goden ons goedgezind zijn. En door het sterven van jong en oud, als dezelfde speelbal van dezelfde goden. Ik stond alleen op het dakterras van het paleis Marid, hoog boven de oase van Duma, terwijl de zon langzaam achter het bloedrode zand zakte. Mijn één jaar oude zoontje zoog luidkeels aan mijn borst, verborgen onder een witte sjaal die hem tegen de buitenwereld beschermde. Die wereld werd beheerst door twee soorten mensen: de nomaden die bekendstonden als bedu of bedoeïen en in grote en wijdverspreide stammen door de woestijn trokken, zoals de Kalb en Thamud. En mensen die niet trokken, maar in grote steden woonden die geregeerd werden door koningen en keizers. Daartoe behoorden bijvoorbeeld de Nabateeërs, de Joden, de Romeinen en de Egyptenaren. Twee verschillende soorten mensen, maar ze leefden en stierven allemaal door hetzelfde zwaard. Dit land kende meer oorlog dan vrede, omdat vrede alleen 11

Anno Domini 30 1-400.indd 11

14-08-15 15:41


bereikt kon worden door onderdrukking en door dubieuze verbintenissen tussen stammen en koningen, die bij het omslaan van de wind ook zomaar weer in vijanden konden veranderen. En zoiets hing nu in de lucht. Ik had mijn zoon naar mijn vader vernoemd, Ramin bin Malik – dat was voor ik terugkeerde naar Duma en me pas echt bewust werd van de grote kloof die mij en mijn vader scheidde. De sjeik tolereerde mijn aanwezigheid alleen maar omdat zijn vrouw, Nashquya, hem had overgehaald. Ik was dan misschien een bastaard, zo had ze hem blijkbaar duidelijk gemaakt, maar mijn zoon was hoe dan ook zijn kleinzoon. Ze stond erop dat hij ons in zijn huis opnam. Nasha was geen vrouw die je kon negeren – ze was de nicht van koning Aretas van de Nabateeërs, die alle handelsroutes door de woestijn in handen had. Mijn vader had zijn grote rijkdom te danken aan zijn verbintenis met koning Aretas, die besloten lag in zijn huwelijk met Nasha. Toch bleef ik voor hem vooral een symbool van schande. Zonder Nasha’s niet aflatende vriendelijkheid tegenover mij zou hij me ongetwijfeld alleen de wildernis in hebben gestuurd om ergens te creperen, zodat hij mijn zoon als zijn eigen kind kon opvoeden. Nasha was onze enige redder. Ze was de enige die van mij hield. En nu lag ze, meer dood dan levend, in haar slaapvertrek, twee verdiepingen onder het dakterras waar ik me bevond. Sinds ze ziek was geworden, had men mij verboden haar te bezoeken, maar ik kon me niet langer inhouden. Zodra mijn zoon verzadigd was en in slaap viel, zou ik hem in mijn kamer leggen en ongezien Nasha’s kamer in proberen te glippen. Voor me lagen de fonteinen en bekkens van Duma, die leven schonken aan duizenden dadelpalmen die zich langs de wadi uitstrekten; het was in de lengte ruim een uur lopen en in de breedte zeker een half uur. Er stonden ook olijfbomen, maar dat waren er veel minder. De oase herbergde ook granaatappelstruiken, en appel-, amandel- en citroenbomen die veelal door de Nabateeërs in de woestijn waren geïntroduceerd. 12

Anno Domini 30 1-400.indd 12

14-08-15 15:41


En wat hier niet groeide, werd door karavanen aangevoerd. Wierook en mirre, voor de Egyptenaren en Romeinen net zo waardevol als goud, omdat ze de heilige aroma’s gebruikten om hun doden te begeleiden naar het leven na de dood. Uit India en de Golf van Perzië: rijke specerijen, fel gekleurde stoffen en aardewerk. Uit Mesopotamië: tarwe, gerst, gierst en paarden. Al die schatten werden over de Arabische zandvlakten vervoerd via de drie verschillende handelsroutes, waarvan er een door Duma liep, dat midden in de uitgestrekte noordelijke woes­ tijn lag. Sommigen beweerden dat Arabië zonder het water in Duma een schim zou zijn van wat het was. De oase was daadwerkelijk een sieraad voor de grote woestijn. Duma was bovendien rijk dankzij de aanzienlijke belasting die werd geheven door de stam van mijn vader, de Banu Kalb. De karavanen passeerden regelmatig, en soms trokken er wel duizend kamelen langs, beladen met meer rijkdommen dan menig bedoeïenenstam ooit in zijn hele leven zou aanschouwen. Zo veel overdaad, zo veel glorie, zo veel eer. En ik, de enige donkere vlek in mijn vaders rijk, werd gedefinieerd door schande, en een deel van mij verafschuwde hem erom. Kleine Rami was onrustig, wilde meer melk, en ik tilde mijn witte sjaal op en onthulde daarmee dat lieve gezichtje en ogen, groot van onschuld en verbazing. Zijn honger was net zo snel gegroeid als zijn warrige zwarte haar, dat sinds zijn geboorte nog niet geknipt was. Ik verlegde hem naar mijn andere borst, schoof mijn jurk op­ zij en liet hem drinken terwijl ik omhoog keek. Als slaaf, gedrild voor de hoogste posities in Romeinse huishoudens, was ik goed opgeleid, met name in de talen, want de Romeinen waren dol op verre landen. Tegen de tijd dat ik in de puberteit kwam, sprak ik Arabisch, de taal van de woestijn; Aramees, de handelstaal van de Nabateeërs en de gangbare taal in Palestina; Latijn, de taal van de Romeinen, en Grieks, dat vooral in Egypte veel werd gesproken. En toch waren die talen als bittere kruiden op mijn tong, want zelfs mijn opleiding irriteerde mijn vader. 13

Anno Domini 30 1-400.indd 13

14-08-15 15:41


Ik bestudeerde de horizon. Nog maar drie dagen geleden waren de dorre duinen, net achter de oase, bezaaid geweest met zwarte tenten. De Duma-markt had duizenden Kalb en Tavy en Assads getrokken – stuk voor stuk stammen die samenwerkten met mijn vaders stam. Een week vol feestelijkheden en handel had hun buiken gevuld en hun kamelen beladen met genoeg voorraden om hen de komende maanden te voorzien. Nu was iedereen weer weg en was Duma min of meer verlaten, een stad vol lome kamelen die lui graasden of in de zon lagen te slapen. Naar het zuiden lag de onverbiddelijke Al Nafud-woestijn, voorbehouden aan bedoeïenen die het lot graag tartten. Een dag rijden in oostelijke richting voerde naar Al Jawf, het bastion van de Thamud-stam, lange tijd onze bittere vijand. Het enige wat hun aasgieren ervan weerhield neer te dalen op Duma was de angst voor koning Aretas, Nasha’s oom, die een bondgenoot was van mijn vader en een enorm leger had. Hoewel zowel de Thamud als de Kalb sterk waren, kon geen van beide stammen zich zonder de steun van Aretas in de oase handhaven. Maar mijn vaders bondgenootschap met Aretas lag besloten in Nasha’s leven. Op haar beurt was Nasha degene die mij mededogen en een leven garandeerde. En nu zweefde ze op de drempel van de dood. Die gedachte leidde me zo af dat ik niet doorhad dat de klei­ ne Rami niet langer dronk. Hij was in slaap gevallen, blind voor de zorgen die zwaar op mij drukten. Het was zover. Als ik bij Nasha betrapt werd, zou mijn vader woest kunnen worden en kunnen beweren dat ik schande over zijn vrouw bracht door haar kamer te betreden. En toch kon ik niet langer bij haar wegblijven. Ik moest nu gaan, nu Rami nog bij het altaar van de maangod Wadd was om tot hem te bidden. Ik drukte mijn zoon dicht tegen me aan, ging snel de drie trappen af en liep op mijn blote voeten naar mijn kamer achter in het paleis, zo stil mogelijk opdat de bedienden me niet zouden opmerken. Het fort was in stilte gehuld. 14

Anno Domini 30 1-400.indd 14

14-08-15 15:41


Ik legde mijn zoon op de slaapmat, sloot zachtjes de deur, tilde mijn wapperende jurk met een hand op zodat ik me vrijelijk kon bewegen en rende door de onderste gang. Snel een trap op en door de hal die naar de zuidkant van het paleis leidde. ‘Maviah?’ Ik hapte naar adem en toen ik me omdraaide, zag ik Falak, Nasha’s goed doorvoede bediende, die in de deuropening van de keuken stond. ‘Waar ga jij zo gehaast naartoe?’ vroeg ze neerbuigend, want zelfs de bedienden keken op mij neer. Ik wist me snel te herpakken. ‘Heb je mijn vader gezien?’ Ze bekeek me argwanend. ‘Het gaat je niets aan, waar die is.’ ‘Weet je wanneer hij terugkomt?’ ‘Wat kan het je schelen?’ Haar ogen bleven op mijn jurk rusten, een simpel katoenen geval dat gewone burgers droegen, niet het weelderige, versierde zijde dat de mensen uit hogere kringen in de Marid aanhadden. ‘Waar is het kind?’ ‘Dat slaapt.’ Ik liet mijn jurk los en bleef staan, alsof ik niet helemaal wist wat ik moest doen. ‘Alleen?’ vroeg ze drammerig. ‘Ik wilde mijn vader vragen of ik voor Nasha mag bidden,’ zei ik. ‘En wat helpen jouw gebeden in dit geval? Beledig hem niet met zo’n verzoek.’ ‘Ik dacht enkel –’ ‘De goden luisteren niet naar hoeren!’ Haar toon was wreed, wat eigenlijk niet gebruikelijk was voor haar. Ze was enkel bang voor haar toekomst als haar meesteres niet zou herstellen. ‘Zelfs een hoer mag van Nasha houden,’ zei ik voorzichtig. ‘En zelfs Nashquya mag van een hoer houden. Maar ik ben geen hoer, Falak. Ik ben de moeder van mijn vaders kleinzoon.’ ‘Dan moet je naar je zoon toe, waar je hoort.’ Ik had iets terug kunnen zeggen, maar ik wilde haar achterdocht niet wekken. Ik boog respectvol het hoofd. ‘Als je Nashquya ziet, wil je haar dan zeggen dat zij die van haar houdt voor haar bidt?’ 15

Anno Domini 30 1-400.indd 15

14-08-15 15:41


Falak aarzelde, en zei toen vriendelijker: ‘De priester is nu bij haar. Ik zal het haar zeggen. Ga op je kind passen.’ Toen verdween ze de keuken in. Ik draaide me onmiddellijk om en haastte me de gang door, de hoek om, langs de ontvangstruimte waar mijn vader bezoekers ontving, weer een trap af en naar het slaapvertrek waar Nasha zich had teruggetrokken. Falak had gezegd dat er een priester bij haar was, en daarom glipte ik de aangrenzende badkamer in en schoof het zware gordijn net ver genoeg open om in Nasha’s kamer te kunnen kijken. Ik was niet voorbereid op wat mijn ogen daar aantroffen. Haar bed stond op een verhoogd stenen platform, heel anders dan gebruikelijk was bij bedoeïenen, die er de voorkeur aan gaven op de grond op dierenvellen en kleden te slapen. Op het plateau was een matras van geweven palmbladeren gelegd, gewikkeld in het fijnste paarse linnen. Bij het hoofd- en voeteneinde lagen rode en gouden kussens met zwarte franje – dit was een Nabatese vrouw die aan luxe gewend was. Nasha lag tegen een van de kussens geleund, haar gezicht bleek alsof het met as was gewassen, haar ogen geloken. Ze droeg enkel een dunne linnen jurk; hij plakte aan haar huid, die glom van het zweet. Een van de priesters van de maangod Wadd, gestoken in een lange, witte mantel met een blauwe zoom, zat bij het voeteneind. Hij wuifde met een grote hand met lange vingernagels over een kleine, ijzeren kom met brandende wierook en mompelde gebeden die om genade vroegen van Duma’s god. Zijn ogen weken niet van zijn taak, zozeer ging hij op in zijn incantaties. Nasha’s ogen gingen wijd open en ik wist dat ze me gezien had. Mijn adem stokte in mijn keel, want als de priester me ontdekte, zou hij me zeker bij mijn vader verklikken. Nasha was alert genoeg om weg te kijken en zwakjes haar arm op te tillen. ‘Laat me alleen,’ zei ze met iele stem. Het gezang van de priester viel stil en hij keek haar aan alsof ze hem net van zijn kleding had beroofd. 16

Anno Domini 30 1-400.indd 16

14-08-15 15:41


Nasha gebaarde naar de deur. ‘Laat me alleen.’ ‘Ik begrijp het niet.’ Hij keek verward naar de deur. ‘Ik… de sjeik heeft me ontboden om zijn vrouw te laten herrijzen.’ ‘En, ziet ze er herrezen uit in uw beleving?’ ‘Maar natuurlijk niet. De god van Duma hoort nog maar net mijn gebeden en is net ontwaakt uit zijn slaap. Ik kan onmogelijk nu gaan.’ ‘Hoelang bent u al aan het bidden?’ ‘Sinds de zon hoog aan de hemel staat, maar –’ ‘Als het zo lang duurt om uw god te wekken, dan heb ik blijkbaar een andere priester en een andere god nodig.’ Zoals Al-‘Uzzá, de Nabatese god tot wie Nasha bad, dacht ik bij mezelf. Al-‘Uzzá sliep misschien niet zo diep als Wadd, maar ik had nog geen god ontmoet die veel aandacht besteedde aan stervelingen, hoezeer ze ook smeekten en baden. ‘De sjeik heeft me ontboden,’ herhaalde de priester. ‘En nu beveel ik, Nashquya, nicht van de Nabatese koning Aretas, u,’ zei ze met raspende stem. ‘U bent hier alleen met de vrouw van een ander, en die vrouw heeft u verzocht te gaan. Ga terug naar uw tempel en gedraag u zoals het hoort.’ Zijn gezicht trok bleek weg bij haar insinuatie. Met zijn kaken opeen geklemd wierp hij Nasha een boze blik toe, spoog vol afschuw op de grond en verliet de kamer met lange, beledigde stappen. Zodra de deur achter hem dichtviel, schoot ik de kamer in, me ervan bewust dat het verslag dat de priester ongetwijfeld uit ging brengen Rami’s terugkeer zou bespoedigen. ‘Nasha!’ Ik rende naar haar bed en viel daar op mijn knieën. Ik pakte haar hand en kuste die, verrast door de hitte van haar huid. ‘Nasha… het spijt me. Ze hebben me verboden hier te komen, maar ik kon niet langer wegblijven.’ ‘Maviah.’ Ze glimlachte. ‘De goden hebben het verzoek van een stervende beantwoord.’ Ze ijlde van de koorts, dat kon niet anders. Ik liep snel naar een kom bij de muur, doopte een doek in het koele water, wrong die uit en ging weer op mijn knieën bij Nasha’s bed zitten. 17

Anno Domini 30 1-400.indd 17

14-08-15 15:41


Ze wierp me een waarderende blik toe toen ik het zweet van haar voorhoofd depte. Ze brandde van binnenuit. Ze noemden het zwarte koorts, maar veel ziekten waren nog onbekend. ‘Je bent sterk, Nasha,’ zei ik. ‘De koorts trekt wel weg.’ ‘Het duurt al twee dagen…’ ‘Ik had voor je kunnen zorgen!’ riep ik uit. ‘Waarom mocht ik je niet bezoeken?’ ‘Maviah, mijn lieve Maviah. Altijd zo gepassioneerd. Zo bereid te dienen. Als je geen slavin was, zou je een ware koningin zijn geweest.’ ‘Spaar je krachten,’ berispte ik haar. Ze was de enige met wie ik zo makkelijk kon praten. ‘Je moet rusten. Wanneer heb je voor het laatst het poeder van de ghadavrucht genomen? Hebben ze je Perzische kruiden gegeven?’ ‘Ja… ja, ja. Maar dat doet er niet meer toe, Maviah. Het heeft me in zijn macht.’ ‘Dat mag je niet zeggen!’ ‘Het heeft me te pakken en ik heb vrede gesloten met de goden. Ik ben een oude vrouw.’ ‘Hoe kun je zoiets zeggen? Je bent nog jong.’ ‘Ik ben twintig jaar ouder dan jij en ik ben er klaar voor mijn einde tegemoet te gaan.’ Ze glimlachte, maar ik vroeg me af of haar geest al aan het vertrekken was. ‘Rami is naar het heiligdom van Wadd om het bloed van een geit te offeren,’ zei ze. ‘Dan zijn alle goden gunstig gestemd en kan ik in vrede overgaan naar het volgende leven. Vrees niet voor mij.’ ‘Nee, ik sta de goden niet toe je zo snel al weg te nemen! Ik kan het niet verdragen zonder jou verder te moeten!’ Haar gelaatstrekken werden zachter bij mijn woorden en haar ogen zochten de mijne. ‘Je bent mijn enige zuster, Maviah.’ We waren niet in bloed met elkaar verbonden, maar het voelde wel alsof ze mijn zus was. Haar gezicht stond zorgelijk. Een traan glipte uit een ooghoek. ‘Ik ben nauwelijks een vrouw te noemen, Maviah,’ zei ze moeizaam. ‘Doe niet zo belachelijk.’ 18

Anno Domini 30 1-400.indd 18

14-08-15 15:41


‘Ik kan niet eens een zoon baren.’ ‘Maar je hebt Maliku.’ ‘Maliku is een tiran!’ Rami’s zoon van zijn eerste vrouw was nog maar een klein jongetje geweest toen Nasha naar Duma kwam om Rami’s bondgenootschap met het Nabatese koninkrijk met een huwelijk te bezegelen. Hij was twee jaar ouder dan ik en ging ervan uit de volledige heerschappij over de Kalb van zijn vader te erven, hoewel ik er niet helemaal zeker van was dat Rami hem vertrouwde. ‘Sst,’ fluisterde ik, en ik wierp een blik op de deur. ‘Je ijlt!’ Maar ook ik verafschuwde Maliku. Misschien wel net zozeer als hij mij verachtte, want hij had geen andere liefde te schenken dan de liefde die hem zijn positie, zijn macht en zijn bezittingen bracht. ‘Ik ben stervende, Maviah.’ ‘Je gaat niet dood, Nasha.’ Ik omklemde haar hand. ‘Ik zal tot Al-‘Uzzá bidden. Ik zal tot de godin Isis bidden.’ Ik had in Egypte geleerd te bidden tot Isis, die bij de Nabateeërs Al‘Uzzá werd genoemd, omdat zij gezien werd als beschermer van kinderen, vriend van slaven en onderdrukten – de hoogste godin. En toch was ik er al van overtuigd dat ook zij, die mij in Egypte ooit gunstig gestemd was geweest, mij ofwel de rug had toegekeerd of domweg doof was geworden. Of misschien was ze alleen maar een ingenieus verzinsel van mannen om vrouwen die in schande leefden het hoofd mee op hol te brengen. ‘De goden hebben mijn laatste verzoek al verhoord, ze hebben mijn zuster hier gebracht,’ zei ze. ‘Houd op! Je ijlt. Jij bent de koningin van deze woestijn, vrouw van de sjeik, die honderdduizenden kamelen beheert en over alle Kalb regeert, die naar Duma opkijken.’ ‘Ik ben zwak en door wormen verteerd.’ ‘Jij staat in de bloedlijn van Aretas, wiens rijkdom benijd wordt door iedereen in Rome en Palestina en Egypte en Arabië. Jij bent Nashquya, voor altijd mijn koningin!’ Bij die woorden keek ze me vastberaden maar zwijgend aan. Toen ze eindelijk sprak, klonk haar stem beheerst. 19

Anno Domini 30 1-400.indd 19

14-08-15 15:41


‘Nee, Maviah. Jij bent het die op een dag over dit uitgestrekte rijk zult heersen, in opdracht van de goden. Dat staat zo geschreven.’ De koorts had haar nu blijkbaar echt te pakken, en haar houding maakte me bang. ‘Ik zag dat toen je voor het eerst bij ons kwam,’ zei ze. ‘Geen enkele vrouw in Arabië, afgezien van vroegere koninginnen, is zo waardig als jij. Niemand zo mooi als jij. Niemand zo imponerend als jij.’ Wat moest ik zeggen op dat soort koortspraat? Ze kon niet weten dat die woorden me belachelijk maakten, een vrouw doordrenkt met het bloed van de schande. ‘Je moet rusten,’ wist ik uit te brengen. Maar ze greep mijn hand nog steviger beet. ‘Neem je zoon weg van hier, Maviah! Vlucht met hem voordat de Nabateeërs zijn hoofd tegen de rotsen kapotslaan. Ga weg uit Duma en red je zoon.’ ‘Mijn zoon is Rami’s zoon!’ Ik trok mijn hand los, geschokt door wat ze zei. ‘Mijn zoon is veilig bij mijn vader!’ ‘Jouw vaders verbintenis met de Nabateeërs berust enkel op mijn leven,’ zei ze. ‘Ik was aan Rami’s zorgen toevertrouwd. Denk je dat koning Aretas zomaar zal accepteren dat ik dood ben? Rami heeft de goden beledigd.’ ‘Welke god heeft hij dan beledigd?’ ‘Hoe moet ik dat weten? Maar ik zou niet zo ziek zijn als hij dat niet had gedaan.’ Dat werd zo gezien – de goden maakten hun ontevredenheid altijd duidelijk. ‘Aretas zal hem zijn woede hierover laten voelen, en wel zo dat iedereen het ziet, opdat zijn faam niet wordt aangetast.’ ‘Maar honderdduizend Kalb dienen Rami,’ zei ik in een wan­hopige poging haar angst te bezweren – want ik vreesde hetzelfde. ‘Dat is alleen maar vanwege zijn bondgenootschap met Aretas,’ zei ze. ‘Als ik sterf en Aretas zijn steun intrekt, dan vrees ik om Rami’s leven.’ Het beetje eer dat ik nog aan dit leven zou weten te ontfutselen, moest van mijn vader komen, de grootste aller sjeiks die 20

Anno Domini 30 1-400.indd 20

14-08-15 15:41


nooit kon falen. Mijn enige doel was het zijn goedkeuring te verwerven door hem te eren – zoals alle bedoeïenendochters doen. Als zijn macht over de woestijn werd aangetast, zou ik helemaal niets meer waard zijn. ‘Hij heeft de oude gebruiken losgelaten,’ fluisterde Nasha, ‘hij is niet zo sterk meer als hij ooit was.’ Bedoeïenen zijn nomaden, heer en meester over de woestijn, vrij om hun kameel en tent ergens op te slaan of er neer te strijken. Ze zijn aan niemand verantwoording schuldig, hooguit aan een andere bedoeïen die hetzelfde stuk land op het oog heeft. Zo is het altijd geweest, reeds lang voor de tijd van Abraham en zijn zoon Ismaël, de oude stamvader van de bedoeïenen in noordelijk Arabië. Zoals de traditie het wil, betekent een leven op een vaste plek het einde van de bedoeïenen-manier van leven. Mobiliteit is essentieel om in een dergelijk uitgestrekt land te kunnen overleven. Bij veel stammen stond zelfs de doodstraf op het optrekken van permanente bouwwerken. Door de macht te grijpen in Duma, een stad opgetrokken uit stenen muren en bouwwerken zoals het paleis Marid – een heus fort – hadden Rami en zijn onderdanen de heilige leefwijze van de bedoeïenen geschonden, hoewel de rijkdom die deze misstap met zich meebracht de meesten blind had gemaakt. Dat wist ik ook wel, maar het uit Nasha’s mond te moeten horen, maakte dat de angst in mij opborrelde. Ik depte opnieuw haar voorhoofd met de koude doek. ‘Rust nu maar. Je moet slapen.’ Nasha zakte dieper in de kussens en sloot haar ogen. ‘Bid tot Al-‘Uzzá,’ fluisterde ze na een tijdje. ‘Bid tot de godin Isis. Tot Dusharra. Tot Allaˉt. Bid tot jezelf om ons allen te redden.’ Ze zweeg, ademde diep in. ‘Nasha?’ Ze antwoordde niet. Ik duwde een paar losse haarlokken uit haar gezicht. ‘Nasha, lieve Nasha, ik beloof je dat ik zal bidden,’ fluisterde ik. Ze bewoog niet, misschien sliep ze wel. 21

Anno Domini 30 1-400.indd 21

14-08-15 15:41


‘Ik beloof je plechtig dat ik zal bidden.’ ‘Maviah,’ fluisterde ze. Ik keek naar haar gezicht, zo bleek maar ook zo vredig. ‘Nasha?’ ‘Maviah…’ Het waren de laatste woorden die ik Nashquya van de Nabateeërs, vrouw van mijn vader en als een zus voor mij, in dit leven hoorde spreken.

22

Anno Domini 30 1-400.indd 22

14-08-15 15:41


2

Er wordt onder de bedoeïenen gefluisterd dat er in de woestijn ghouls leven – demonen die van vorm kunnen veranderen en het uiterlijk aannemen van andere wezens, met name hyena’s; ze lokken nietsvermoedende reizigers de zandvlakte op om ze te doden en te verorberen. Net als nasnas, monsters gemaakt van een half mensenhoofd, een been en een arm. Ze jagen op mensen en kunnen springen als de beste. En dan zijn er nog de djinn, die soms kwaadaardig zijn, zoals de mariden, die iemands wensen in vervulling laten gaan, maar hem vervolgens over weten te halen allerlei slechts te doen. Er wordt ook gefluisterd dat deze ghouls en nasnas en djinn bij voorkeur de zwakkeren aanvallen, en kinderen, en oneerbare vrouwen. Hoewel ik niet zeker wist of dergelijke wezens echt bestonden, droomde ik er soms van en werd dan bang wakker. De nacht waarin Nasha mij verliet, droomde ik dat ik alleen was met de kleine Rami en dat we door de wildernis van Al Nafud dwaalden, die onverbiddelijke woestijn ten zuiden van Duma. We waren ballingen zonder koninkrijk om ons te beschermen, en de goden waren te ver boven in de hemel om ons hulpgeroep te kunnen horen. Al snel veranderde ons eigen jammeren in het plagerige gehuil van de ghouls die op ons joe23

Anno Domini 30 1-400.indd 23

14-08-15 15:41


gen, en met dat gehuil in mijn oren werd ik wakker, badend in het zweet. Het duurde even voor ik doorhad dat het angstaanjagende jammeren uit de gang kwam en niet van de geesten in mijn dromen. Kleine Rami lag op de mat naast me te slapen; zijn armen rustten boven zijn hoofdje, ver weg van de wereld en het droevige gehuil. Ik ging rechtop zitten, mijn hart bonkte, en ik wist dat ik er­ gens in een kamer mijn vader hoorde. Ik draaide me weg van mijn kind, sprong overeind en holde de trap op, de gang door. Het kon me niet schelen dat ik ongepast gekleed was, het was veel te warm om in meer te slapen dan een dun katoenen nachthemd. Ik was zo in gedachten verzonken, dat ik de deur open zwaai­ de zonder eerst om toestemming te vragen of ik wel binnen mocht komen. Mijn blik schoot direct naar het bed. Nasha lag op haar rug met haar ogen dicht en haar mond een beetje open. Haar lippen hadden de kleur van verbrande mirre, asgrijs en dood. Geen ademtocht raakte haar lippen. Mijn vader, zich niet bewust van mijn aanwezigheid, bevond zich naast het bed met zijn rug naar me toe. Daar stond de machtigste bedoeïen van Noord-Arabië, die door alle stammen werd gevreesd om zijn kracht in de strijd en zijn aanvallen. Net als andere bedoeïenen ging zijn eer hem bo­ven alles, hij zou die verdedigen tot de dood. Nasha was voor een groot deel verantwoordelijk voor die eer. Zijn eerste vrouw, Durrah, moeder van Maliku, was vele jaren eerder bij een vijandige aanval gedood. Woedend en wraakzuchtig had mijn vader in zijn eentje de woestijn doorkruist, was het hoofdkamp van de Tavy-stam binnengemarcheerd en had de sjeik voor de ogen van zijn stamleden met een sabel afgeslacht. Zijn wraak was zo meedogenloos en brutaal, dat de Tavy hem eerden met honderd kamelen, naast het leven van hun sjeik, waar Rami recht op had. Bloed werd hier altijd met bloed betaald. Oog om oog. Tand 24

Anno Domini 30 1-400.indd 24

14-08-15 15:41


om tand. Stamlid om stamlid. Alleen wraak kon eer herstellen. Dat, of bloedgeld. En – dat kwam minder vaak voor – genade, eveneens aangeboden met bloed in een traditie die ‘Licht van het Bloed’ werd genoemd. Zo deden bedoeïenen dat. Zo deden de goden dat. Zo deed mijn vader dat. Maar hier, in Nasha’s kamer, was die man ver te zoeken. Hij droeg enkel een lang nachthemd; snikkend trok hij met zijn handen aan zijn haren en balde zijn vuisten naar het plafond. ‘Waarom?’ jammerde hij. De tranen sprongen me in de ogen en ik wilde het verdriet wel met hem delen, maar ik kon me niet bewegen, laat staan Nasha uit de dood laten herrijzen. Hij slingerde zijn verwijten naar de hemel. ‘Waarom vervloekt u mij met deze dood? Ik ben als een beest, opgejaagd door de goden omdat ik deze vloek naar de zandvlakte bracht. Ik ben vanwege al mijn zonden aan hun wraak overgeleverd!’ Hij laadde de schuld van het feit dat Nasha in zijn zorg was overleden op zichzelf. ‘U hebt me vervloekt met een duizend plagen en mijn hart vertrapt met de hoeven van honderdduizend kamelen!’ Hij greep zijn nachthemd met beide handen beet en scheurde de bovenkant open. ‘Ik, Rami bin Malik, die enkel eervol wil­ de leven, ben vervloekt!’ Ik werd verscheurd tussen verdriet over Nasha’s dood en angst om Rami’s woede. ‘Waarom?’ brulde hij. ‘Vader…’ Hij draaide zich om, zijn gezicht nat van de tranen. Heel even oogde hij verloren, maar toen werden zijn ogen donker van woede. ‘Ze is dood!’ Hij wees met een trillende vinger naar me. ‘En jij hebt haar vermoord!’ ‘Nee!’ Had hij gehoord dat ik haar bezocht had? Nee, dat kon niet. 25

Anno Domini 30 1-400.indd 25

14-08-15 15:41


‘Jij en die hoer die jouw moeder was! En Aretas! En deze hele vervloekte woestijn!’ Ik kon geen woord uitbrengen. Hij gebaarde naar Nasha’s lichaam. ‘Haar goden spannen samen om mij te gronde te richten. Ik vervloek ze, stuk voor stuk. Ik vervloek Dusharra en Al-‘Uzzá. Ik spuug op de godin Isis en Quam, die me zo veel onheil hebben gebracht.’ ‘Nee, vader… alstublieft, ik dien u eerst, voor alle goden.’ Hij keek me woedend aan. ‘Zes maanden! Je bent hier pas zes maanden en nu word ik al door de goden gestraft.’ ‘Ze was als een zus voor mij!’ zei ik. ‘Ik hield ook van Nasha…’ ‘Nasha?’ Zijn gezicht vertrok van woede. ‘Nasha wist me zo­ ver te krijgen jou op te nemen. Maar nu, vandaag, vervloek ik Nasha en vervloek ik de dochter die niet mijn dochter is. Weet je wat jij hebt gedaan?’ Ik was te verbijsterd om de omvang van zijn bitterheid te kunnen bevatten. Rouwde hij omdat zijn macht werd bedreigd en niet om haar heengaan? ‘Aretas zal me verraden. Alles wat ik heb bereikt, is nu in gevaar omdat ik een bevlekte in mijn huis heb opgenomen.’ Dat was helder. Mijn angst maakte plaats voor woede en ik negeerde mijn gezond verstand. ‘Hoe durft u!’ Ik hield me niet in. ‘Uw vrouw ligt dood achter u en u denkt enkel aan uw eigen lot? Wat voor eer schuilt er in een koning als u? U was het die uw zaad in mijn moeders lijf plantte! Ik ben het product van uw eigen botte lust! En dan vervloekt u mij?’ Mijn woorden hadden net zo goed stenen kunnen zijn, zo hard kwamen ze aan. ‘En u wilt over de woestijn heersen?’ zei ik dwingend. ‘U moet u schamen!’ Mijn vader was geen echte koning, want geen enkele bedoeïen zou zich aan een koning onderwerpen. Maar door sluwheid en slim spel, door adellijk bloed en door een benoeming van de stamoudsten, was hij net zo machtig als een koning en heerste hij over een koninkrijk dat niet door grenzen in het zand gemarkeerd werd, maar door loyaliteit. 26

Anno Domini 30 1-400.indd 26

14-08-15 15:41


Zijn stilte maakte me moedig. ‘Rami denkt enkel aan zijn verlies. Ik zie Maliku in u.’ ‘Maliku?’ ‘Is hij niet uw ware zoon? Is mijn zoon in uw ogen niet enkel een bastaard?’ ‘Stilte!’ bulderde hij. Maar ik had de angel uit zijn woede gehaald. Door verdriet overmand keek hij me aan. Hij strompelde naar het bed, zakte op zijn knieën, hief zijn gezicht naar het plafond en snikte. Ik stond achter hem, mijn woede gezakt, mijn wangen nat van de tranen. Langzaam zakte zijn kin en boog hij zijn hoofd, heen en weer wiegend boven Nasha’s dode lichaam. ‘Vader…’ ‘Laat me alleen.’ ‘Maar ik –’ ‘Laat me alleen!’ Verstikt door emotie wierp ik een laatste blik op Nasha, draaide me om en liep weg. Maar nog voor ik de ruimte kon verlaten, zwaaide de deur open. Daar stond Maliku, Rami’s zoon. Angst sloeg me om het hart. Zo vroeg op de dag was hij al gehuld in weelderig blauw met een zwarte hoofdtooi, altijd bereid om zijn rijkdom en zijn trots te showen. Hij had Rami’s gezicht, maar hij was dunner en zijn lippen pronkten smal boven een klein baardje. Zijn ogen waren net zo donker als die van Rami, maar ik stelde me ze altijd voor als drooggevallen bronnen die dorstigen niets te bieden hadden. Hij keek langs me heen en nam Nasha’s verstijfde omtrekken in zich op. Op zijn gezicht zag ik geen verdriet, enkel een flard van zelfvoldane tevredenheid. Maliku’s blik schoot van Nasha naar mij. In een plotseling vertoon van verontwaardiging schoot zijn arm mijn kant op, als de tong van een adder. De rug van zijn hand landde brandend op mijn wang. Ik wankelde, verbeet de pijn. Zijn bovenlip krulde op. ‘Dit is jouw schuld.’ 27

Anno Domini 30 1-400.indd 27

14-08-15 15:41


Noch mijn vader noch ikzelf protesteerde. ‘Neem dat bastaardjong van je en offer jezelf aan de woestijn,’ zei hij, en hij liep langs me heen naar zijn vader. ‘Ze moet hier weg. We hebben een zondebok nodig.’ Vader kwam overeind, maar had ogenschijnlijk geen haast om hem te antwoorden. In plaats daarvan keek hij naar Nasha’s levenloze lichaam, als een man die in een afgrond staart. Maliku had het recht zoiets te zeggen. Maar ik besefte ook dat hij mijn zoon als bedreiging van zijn positie beschouwde. Dát was de wortel van zijn bitterheid. ‘Vader –’ ‘Stil, Maliku,’ zei Rami, en hij wierp zijn zoon een blik toe. ‘Vergeet niet wie je voor je hebt!’ Maliku keek hem glazig aan en liet toen respectvol het hoofd zakken. Rami begon te ijsberen in een poging zijn gedachten te ordenen. Als Maliku jonger was geweest, zou mijn vader hem wellicht gestraft hebben vanwege zijn toon, maar Maliku was in de ogen van velen al een machtig man. Rami herbergde een vijand in zijn eigen huis. ‘Vader, als het u behaagt,’ zei hij. ‘Ik bedoel alleen maar –’ ‘We zullen Nashquya vandaag in de tempel eren,’ onderbrak Rami hem. ‘Onder ons. Niemand mag weten dat ze is overleden. We kunnen niet riskeren dat de Thamud hiervan horen. Die willen me veel te graag onderuithalen.’ ‘Dat klopt.’ ‘Daarna kies je tien mannen uit, alleen de betrouwbaarste. Be­zoek de stammen in het westen, zuiden en noorden. Zeg hun direct naar Duma terug te keren. Ik wil ze hier binnen drie dagen zien.’ Ik zag de radertjes van Maliku’s hersenen achter zijn donkere ogen draaien. ‘Er zijn pas drie dagen verstreken sinds ze de grote jaarmarkt hebben verlaten,’ zei hij. ‘Het zal meer dan drie dagen vergen om ze te bereiken en ze te laten keren.’ ‘Wil je zeggen dat ik mijn eigen woestijn niet ken? We hebben geluk dat veel van onze stamleden nog zo dichtbij zijn. Ze 28

Anno Domini 30 1-400.indd 28

14-08-15 15:41


zullen niet zo snel zijn, nog dik van het feesten. Neem de snelste kamelen. Desnoods vallen ze er dood bij neer. Laat de vrouwen en kinderen in de woestijn achter. Keer binnen drie dagen terug, met alle mannen.’ Vader had gelijk. Normaal gesproken zouden de Kalb over de hele woestijn verspreid zijn, elke stam op zijn eigen weideland. ‘Als ik u dat mag vragen, vader: wat is het doel van dit alles?’ Rami plukte aan zijn baard. ‘Ik wil alle Kalb in Duma hebben om de laatste eer te bewijzen aan en te rouwen om hun overleden koningin.’ ‘Hun koningin? Bedoeïenen dienen geen koningin.’ ‘Vandaag dienen ze een koningin!’ bulderde Rami, terwijl hij op Maliku afliep. ‘Haar naam is Nashquya en haar man is de sjeik en dit is zijn wens!’ ‘Het zijn bedoe –’ ‘Ze is je moeder! Heb je dan helemaal geen hart?’ Maliku’s gezicht betrok. ‘Ik wil mijn Kalb hier in Duma hebben!’ schreeuwde Rami. ‘Om mijn vrouw te eren!’ Rami keek Maliku een kort moment aan, draaide zich toen om en liep naar een van de ramen, dat uitzicht bood op Duma. Toen hij weer sprak, klonk hij vastberaden. ‘Breng me alles wat we hebben. Breng me 20.000 Kalb. Breng me elke man die bereid is de Kalb te redden van de Thalmud-jakhalzen die om me heen cirkelen om me uit te schakelen.’ ‘U bent zeer wijs.’ Maliku zweeg een moment en keek toen mij aan. ‘Ik zou alleen willen voorstellen dat ook zij wordt weggestuurd.’ ‘Ga je me nu vertellen hoe ik mijn dochter moet behan­ delen?’ Maliku aarzelde. ‘Nee.’ Een moment van geladen stilte verstreek. ‘Laat me alleen,’ zei Rami. We draaiden ons beiden om om weg te gaan. ‘Jij niet, Maviah.’ 29

Anno Domini 30 1-400.indd 29

14-08-15 15:41


Ik bleef staan, licht verward. Maliku wierp me een blik toe, verliet toen de kamer en deed niet eens de moeite de deur te sluiten. Rami, diep in gedachten verzonken, keerde zich naar me om. Zijn wereld was vandaag veranderd, ongetwijfeld in meer opzichten dan ik kon bevroeden. Toen hij me eindelijk weer aankeek, stond zijn kaak strak. ‘Ik zie in Maliku alleen maar een honger naar macht. Zijn hart wordt beheerst door jaloezie. Jij ziet het ongetwijfeld ook.’ Ik aarzelde, maar besloot eerlijk te zijn. ‘Ik zie wat u ziet.’ ‘Mijn zoon is een egoïstisch man die ambitie indrinkt zoals zijn hengsten tijdens een rengalop de wind indrinken.’ Ik begreep nog steeds niet waarom hij mij wilde spreken, aangezien hij zelden een woord met me wisselde. ‘Jij blijft hier in het fort, waar niemand je kan zien.’ Ik boog mijn hoofd. ‘Ja, vader.’ ‘Als er problemen zijn, dan sluit je jezelf met je zoon op in de ontvangstzaal en open je de deur enkel voor mij. Heb je dat begrepen?’ ‘Problemen? Wat voor problemen?’ ‘Je zult ze herkennen als het zover is. Maar je moet dit voor me doen, beloof het.’ Als zijn dochter had ik geen keus. ‘Natuurlijk.’ ‘Het is heel, heel belangrijk. Het lot van de Kalb kan ervan afhangen.’ Hij keek me lang en indringend aan, en stuurde me toen met een hoofdknik weg. ‘Ga nu weg, ik wil alleen zijn met mijn vrouw.’ Ik spoedde me Nasha’s kamer uit en keerde terug naar mijn slaapvertrek; ik had nauwelijks oog voor mijn omgeving en was te verbaasd om te huilen. Kleine Rami lag – inmiddels klaarwakker – op de plek waar ik hem had achtergelaten en keek vol verbazing naar het begin van de nieuwe dag. Hij glimlachte en kirde, en liet me merken dat hij honger had. Zonlicht stroomde door het raam naar binnen, maar de kamer voelde vreemd kil aan. Daarom ontstak ik een olielamp, nam mijn zoon in mijn armen en voedde hem. 30

Anno Domini 30 1-400.indd 30

14-08-15 15:41


Ik voelde hoe mijn leven in hem stroomde, terwijl ik zijn wang streelde en genoot van de warmte van dat kleine lijfje tegen het mijne. In zijn wereld speelde de dood geen enkele rol. In de mijne leek het wel de hoofdrol te hebben. Voor mijn zoon zou ik bereid zijn te sterven. En toen kwamen de tranen, ze gleden zachtjes over mijn wangen. Ik kon ze niet tegenhouden.

31

Anno Domini 30 1-400.indd 31

14-08-15 15:41


Eerder verschenen van Ted Dekker bij Uitgeverij Kok: In de serie The Books of Mortals (met Tosca Lee): Verboden Sterfelijk Soeverein In de serie De Cirkel: Zwart Rood Wit Groen Dodenakker Bloedgetuige Vuur (met Erin Healey) Kus (met Erin Healey) De dochters van de beul Adam Obsessie Het huis (met Frank Peretti) Oogwenk Dri3 Het Heiligdom Exit Outlaw Water walker

Anno Domini 30 1-400.indd 2

14-08-15 15:41


Wanneer vijanden onverwachts aanvallen, krijgt Maviah, de bastaarddochter van een van de machtigste bedoeïensjeiks in Arabië, de opdracht koning Herodes om hulp te vragen. Maviah ontsnapt met de hulp van twee van haar vaders soldaten – Saba, die meer met zijn zwaard spreekt dan met zijn stem, en Juda, een Jood die de sterren leest. Een reis vol gevaren begint. Als het hen al zal lukken om de uitgestrekte en dodelijke zandvlakten te overleven, wacht hen een brute wereld waarin ze onderworpen zijn aan wrede koningen en keizers. Maar dan ontmoet Maviah een man van een heel ander kaliber – een raadselachtige leraar die spreekt over een koninkrijk dat uiteindelijk zal triomferen en het zal winnen van welk koninkrijk dan ook. Zijn naam is Jeshua en zijn woorden zetten alles wat Maviah ooit geleerd heeft op zijn kop. Maar ondanks dat hem volgen een risicovolle onderneming is, is het misschien wel de enige kans voor Maviah om zichzelf en allen die haar dierbaar zijn te redden. Ted Dekker droomde er al jaren van om de wereld van Jezus te gebruiken voor een roman. Met een frisse blik beschrijft hij het leven van Jezus, door de ogen van een buitenstaander. Zo kon hij de kracht van Jezus opnieuw zien, en nadenken over de vraag: hoe wil Jezus dat wij ons leven leiden? De woorden van Jezus waren revolutionair en stonden lijnrecht tegenover de heersende opvattingen. In Anno Domini 30 laat Ted Dekker de wereld van Jezus opnieuw tot leven komen.

Ted Dekker Anno Domini 30

Mijn naam is Maviah, dochter van Rami bin Malik. En zijn naam was Jeshua. Ik leerde hem kennen als de Gezalfde die grote macht zou schenken aan het handjevol mensen dat hem op zijn pad volgde.

anno domini

30 ro m an

‘Anno Domini 30 is een genre op zichzelf.’ — New York Times ‘De koning van de christelijke thriller trapt de deur naar Bijbels-historische fictie open.’ — Publishers Weekly ‘Anno Domini 30 is het soort boek waarvoor de term ‘sweeping epic’ is bedacht.’ — Booklist NUR 302

www.kok.nl

DEKKER_AnnoDomino30_WT_02.indd 1

Ted Dekker 10-08-15 09:56


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Anno Domini 30 - Ted Dekker.9789043525176 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu