1 Drie maanden eerder ‘Geduldige Penelope. De vrouw van de koning van Ithaca, Odysseus. De toegewijde echtgenote en moeder met haar serieuze en vlijtige karakter werd door sommige critici weggezet als uitsluitend een symbool van echtelijke trouw, maar Penelope is een complexe vrouw, die haar plannen even behendig smeedt terwijl ze een kledingstuk weeft.’ De gids laat een mysterieuze stilte vallen terwijl hij zijn blik over zijn geïntrigeerde publiek laat gaan. Gabriel en ik bezoeken een tentoonstelling in het National Museum. We staan op de achterste rij van de menigte op kleine afstand van de anderen, alsof we er niet bij horen, of geen deel willen uitmaken van de groep maar niet cool genoeg zijn om het risico te nemen de informatie te missen. Ik luister naar de gids, terwijl Gabriel naast me door de brochure bladert. Hij zal later woordelijk kunnen herhalen wat de gids zei. Hij is dol op dit soort dingen. Ik geniet meer van het feit dat hij dol is op dit soort dingen dan van de dingen zelf. Hij weet heel goed hoe hij de tijd kan vullen, en toen ik hem ontmoette was dat een van zijn aantrekkelijkste karaktertrekken, omdat ik al een date met het lot had. Over maximaal zestig jaar had ik een date met iemand aan gene zijde. ‘De echtgenoot van Penelope trekt ten strijde in de Trojaanse Oorlog, die tien jaar duurt, waarna hij er nog eens tien jaar over doet om terug te keren. Penelope bevindt zich in een zeer gevaarlijke situatie wanneer in totaal 108 vrijers haar een hu-
11
welijksaanzoek doen. Penelope is slim en beraamt plannetjes om tijd te rekken. Ze belooft iedere man dat ze misschien ja zal zeggen, maar zwicht voor niemand.’ Plotseling voel ik me niet meer op mijn gemak. Gabriels arm, die losjes over mijn schouder geslagen is, voelt zwaar aan. ‘Het verhaal van Penelopes weefgetouw, dat we hier zien, symboliseert een van de sluwe trucjes van de koningin. Penelope was een lijkwade aan het weven voor de uiteindelijke begrafenis van haar schoonvader Laërtes en beloofde dat ze een echtgenoot zou uitkiezen zodra de lijkwade af was. Overdag zat ze in een zaal van het paleis achter een groot weefgetouw, ’s nachts haalde ze stiekem uit wat ze had geweven. Dat hield ze drie jaar vol, wachtend tot haar echtgenoot zou terugkeren. Ze leidde haar vrijers om de tuin totdat ze herenigd waren.’ Dat knaagt aan me. ‘Heeft hij ook op haar gewacht?’ roep ik. ‘Pardon?’ vraagt de gids. Hij kijkt rond om de eigenaar van de stem te lokaliseren. De mensen in de groep gaan uiteen en draaien zich om om naar mij te kijken. ‘Penelope is de belichaming van huwelijkse trouw, maar haar echtgenoot dan? Heeft hij zich tijdens de oorlog en in de tien jaar erna voor haar bewaard?’ Gabriel grinnikt. De gids glimlacht en vertelt kort over de negen andere kinderen die Odysseus kreeg bij vijf andere vrouwen, en over zijn lange reis om na de Trojaanse Oorlog terug te keren naar Ithaca. ‘Nee dus,’ mompel ik tegen Gabriel terwijl de groep verder loopt. ‘Stomme Penelope.’ ‘Dat was een uitstekende vraag,’ zegt hij, en ik hoor dat hij geamuseerd klinkt. Ik draai me weer om naar het schilderij van Penelope, terwijl Gabriel door de brochure bladert. Ben ik Geduldige Penelope? Ben ik overdag aan het weven en het weefsel ’s nachts aan het
12
uithalen, waarmee ik deze trouwe en geweldige vrijer misleid terwijl ik wacht tot ik met mijn man herenigd zal worden? Ik kijk op naar Gabriel. Zijn blauwe ogen staan schalks, hij leest mijn gedachten niet. Verrassend genoeg is hij misleid. ‘Ze had onder het wachten met al die mannen naar bed kunnen gaan,’ zegt hij. ‘Niet zo’n feestnummer, die Preutse Penelope.’ Ik schiet in de lach en leg mijn hoofd tegen zijn borstkas. Hij slaat zijn arm om me heen, houdt me stevig vast en drukt een kus op mijn hoofd. Gabriel is een beer van een vent en ik zou in zijn omhelzing kunnen wonen. Hij is lang, breedgebouwd en sterk en klimt als boomchirurg, of boomspecialist zoals hij het liever noemt, de hele dag in bomen. Hij is eraan gewend op grote hoogte te verkeren, houdt van de wind en de regen, van de elementen. Hij is avonturier, ontdekkingsreiziger, en als hij niet in de top van een boom zit, zit hij er wel onder met zijn neus in een boek. ’s Avonds na het werk ruikt hij sterk naar waterkers. We hebben elkaar twee jaar geleden tijdens het kippenvleugelfestival in Bray ontmoet. Hij stond naast me aan de toonbank en hield de rij achter zich op toen hij een cheeseburger bestelde. Hij trof me op een goed moment; ik genoot van zijn humor, wat ook zijn bedoeling was, want hij had mijn aandacht willen trekken. Het was zijn openingszin denk ik. M’n vriend vraagt of je met hem uit wil. Ik wil graag een cheeseburger. Ik laat me altijd inpakken door een slechte versierpoging, maar ik heb een goede smaak wat mannen betreft. Goede mannen, geweldige mannen. Gabriel wil verder lopen, maar ik trek hem de andere kant op, weg van de blik van Geduldige Penelope. Ze kijkt de hele tijd naar me en denkt dat ze een soortgenoot herkent als ze er een
13
ziet. Maar ik ben niet zoals zij. Ik ben haar niet en ik wil haar niet zijn. Ik zet mijn leven niet op pauze zoals zij deed om op een onzekere toekomst te wachten. ‘Gabriel.’ ‘Holly.’ Hij zegt het net zo serieus. ‘Over je vraag.’ ‘Om een protestmars te organiseren tegen te vroeg opgehangen kerstversiering?’ Ik moet mijn rug krommen en mijn nek strekken om naar hem op te kijken, zo lang is hij. Zijn ogen glimlachen. ‘Nee, die andere. Of ik bij je wil intrekken.’ ‘Aha.’ ‘Laten we het gewoon doen.’ Hij stompt in de lucht en doet in stilte alsof hij een wave uitvoert in een stadion. ‘Als je me belooft dat we een tv nemen en dat je er elke dag als ik wakker word zo uitziet als nu.’ Ik ga op mijn tenen staan om dichter bij zijn gezicht te komen. Ik leg mijn handen op zijn wangen en voel zijn glimlach onder de baard en snor die hij laat groeien, scheert en onderhoudt als een professional; de bomenman die zijn eigen gezicht cultiveert. ‘Dat is een voorwaarde om mijn huisgenoot te worden.’ ‘Neukgenoot,’ zeg ik en we giechelen als kinderen. ‘Waarom ben je toch altijd zo lekker romantisch?’ vraagt hij terwijl hij een arm om me heen slaat. Dat was ik vroeger wel. Ik was vroeger heel anders. Naïef misschien. Maar zo ben ik niet meer. Ik omhels hem stevig en leg mijn hoofd tegen zijn borstkas. Als ik Penelopes veroordelende blik zie, hef ik zelfvoldaan mijn kin. Ze denkt dat ze me kent. Maar dat is niet zo.
14
2 ‘Ben je klaar?’ vraagt mijn zus Ciara zacht terwijl we onder het gedruis van de menigte, die wacht tot het programma gaat beginnen, plaatsnemen op zitzakken voor in de winkel. We zitten in de etalage van Ciara’s vintage- en tweedehandswinkel, De Hamsteraar, waar ik al drie jaar met haar samenwerk. Opnieuw hebben we de winkel omgetoverd tot evenementenruimte, waar haar podcast – Hoe praat je over... – met publiek erbij wordt opgenomen. Vanavond zit ik echter niet op mijn gebruikelijke veilige plekje, achter de tafel met wijn en cupcakes. In plaats daarvan heb ik toegegeven aan het aanhoudende verzoek van mijn volhardende maar avontuurlijke en onbevreesde zusje om te gast te zijn bij de aflevering van deze week: Hoe praat je over de dood. Ik had al spijt van mijn toezegging toen het woord ‘ja’ over mijn lippen rolde, en die spijt heeft een astronomische omvang aangenomen tegen de tijd dat ik ga zitten en ik het kleine publiek voor me zie. De kledingrekken en vitrines voor accessoires zijn tegen de muren gerold en vijf rijen met zes klapstoelen elk vullen de winkelruimte. We hebben de etalage leeggeruimd zodat Ciara en ik op een verhoging konden zitten, terwijl buiten de mensen die zich vanuit hun werk naar huis haastten in het voorbijgaan blikken werpen op de bewegende paspoppen op zitzakken achter het raam. ‘Dank je wel dat je dit doet.’ Ciara geeft me een kneepje in mijn hand.
15
Ik glimlach zwakjes en schat in wat ik me op de hals zou halen als ik op dit moment zou vertrekken, maar ik weet dat het dat niet waard is. Ik moet mijn belofte nakomen. Ze schopt haar schoenen uit en trekt haar benen op tot haar blote voeten op de zitzak rusten. Ze voelt zich volkomen thuis in deze ruimte. Ik schraap mijn keel en het geluid weerkaatst via de speakers door de winkel, waar dertig mensen nieuwsgierig en vol verwachting naar me kijken. Ik klem mijn vochtige handen ineen en kijk naar de aantekeningen die ik als een uitgeputte student voor een examen verwoed heb zitten neerpennen sinds Ciara me hiervoor heeft gevraagd. Ik werd gegrepen door flarden van gedachten die ik heb opgeschreven om als inspiratie te dienen, maar op dit moment slaan ze nergens meer op. Ik zie niet waar de ene zin begint en de andere eindigt. Mama zit op de voorste rij, een paar stoelen bij mijn vriendin Sharon vandaan, die in de stoel naast het middenpad zit waar ze meer ruimte heeft voor haar dubbele kinderwagen. Twee voetjes, de een met een sok die zijn uiterste best doet niet te vallen en de ander zonder sok, piepen onder een deken in de wagen uit, en Sharon heeft haar zes maanden oude baby in haar armen. Haar zoon van zes, Gerard, zit naast haar, met zijn ogen op zijn iPad gericht en een koptelefoon op zijn hoofd. Haar vierjarige zoon verklaart melodramatisch dat hij zich verveelt en zit zo onderuitgezakt op zijn stoel dat alleen zijn hoofd nog tegen de rugleuning rust. Vier jongens in zes jaar tijd; ik vind het heel knap dat ze er is. Ik weet dat ze al sinds het krieken van de dag op is. Ik weet hoeveel tijd het haar heeft gekost om het huis uit te komen, waarna ze nog drie keer of vaker terug naar binnen moest omdat ze iets was vergeten. Maar ze is er, mijn heldhaftige vriendin. Ze glimlacht naar me, haar gezicht een toonbeeld van uitputting, maar altijd mijn steun en toeverlaat. ‘Welkom allemaal, bij de vierde aflevering van de podcast
16
van De Hamsteraar,’ begint Ciara. ‘Er zijn een paar vaste gasten – Betty, dank je wel dat je die heerlijke cupcakes voor ons hebt gebakken, en dank je wel Christian voor de kaas en de wijn.’ Ik kijk rond op zoek naar Gabriel. Ik weet eigenlijk wel zeker dat hij er niet is, want ik heb hem uitdrukkelijk verboden te komen, hoewel dat niet had gehoeven. Omdat hij zijn privéleven privé houdt en zijn emoties stevig onder controle heeft, ging het zijn verstand te boven dat ik met vreemden over mijn privéleven zou praten. We hebben er flink over gediscussieerd, maar op dit moment ben ik het volmondig met hem eens. ‘Ik ben Ciara Kennedy, eigenaresse van De Hamsteraar. Onlangs heb ik besloten dat het een goed idee zou zijn om een podcast te maken met de titel “Hoe praat je over...”, waarin de goede doelen aan bod komen die een percentage van de winst van deze winkel ontvangen. Deze week hebben we het over de dood – en dan vooral over verdriet en achterblijven – en we hebben Claire Byrne van Bereave Ireland te gast, en een paar mensen die baat hebben bij het fantastische werk dat Bereave doet. De opbrengst van jullie toegangskaartjes en gulle donaties gaat rechtstreeks naar Bereave. Later zal ik met Claire praten over het belangrijke, onuitputtelijke werk dat ze verrichten om mensen bij te staan die geliefden hebben verloren, maar eerst wil ik mijn bijzondere gast aan u voorstellen, die toevallig ook mijn zus is: Holly Kennedy. Je bent er eindelijk!’ roept Ciara opgewonden uit, en het publiek applaudisseert. ‘Ja,’ zeg ik met een nerveus lachje. ‘Ik dring er al vanaf het moment dat ik vorig jaar met de podcast ben begonnen bij mijn zus op aan om te komen. Ik ben heel blij dat je dit doet.’ Ze pakt mijn hand. ‘Jouw verhaal heeft me diep geraakt en ik weet zeker dat veel mensen er iets aan zullen hebben als ze horen wat je allemaal hebt meegemaakt.’ ‘Dank je wel. Ik hoop het.’ Ik zie de blaadjes met aantekenin-
17
gen trillen in mijn hand en ik laat Ciara’s hand los om ze tot rust te brengen. ‘“Hoe praat je over de dood” – het is geen eenvoudig onderwerp. We vinden het zo makkelijk om over ons leven te praten, over hoe we leven, hoe we beter kunnen leven, dat we ons vaak ongemakkelijk voelen als we over de dood praten en er niet diep op ingaan. Ik kan niemand anders bedenken met wie ik liever dit gesprek over verdriet zou willen voeren. Holly, wil je ons alsjeblieft vertellen hoe de dood invloed op jou heeft gehad.’ Ik schraap mijn keel. ‘Zeven jaar geleden heb ik mijn man Gerry verloren aan kanker. Hij had een hersentumor. Hij was dertig jaar oud.’ Hoe vaak ik het ook zeg, ik krijg altijd een brok in mijn keel. Dat deel van het verhaal is nog steeds echt, het brandt nog steeds heet en fel binnen in me. Ik kijk even naar Sharon voor steun en ze slaat dramatisch haar ogen ten hemel en gaapt. Ik glimlach. Ik kan het. ‘We zijn hier om over verdriet te praten, dus wat zal ik jullie eens vertellen? Ik ben niet uniek, iedereen krijgt te maken met de dood en zoals velen van jullie hier weten, is verdriet een ingewikkeld proces. Je kunt je verdriet niet beheersen, het grootste deel van de tijd lijkt het wel alsof het verdriet jou beheerst. Het enige wat je beheerst is de manier waarop je ermee omgaat.’ ‘Je zegt dat je niet uniek bent,’ zegt Ciara, ‘maar ieders persoonlijke ervaring is uniek en we kunnen van elkaar leren. Het ene verlies is niet zwaarder dan het andere, maar denk je dat het verlies van Gerry intenser is doordat jullie samen zijn opgegroeid? Jullie waren al onafscheidelijk toen ik nog een kind was.’ Ik knik en vertel hoe Gerry en ik elkaar hebben ontmoet. Om het makkelijker te maken kijk ik niet naar de mensen, alsof ik
18
tegen mezelf praat, net zoals ik onder de douche heb geoefend. ‘Ik heb hem op mijn veertiende op school ontmoet. Vanaf die dag was ik Gerry én Holly. Gerry’s vriendin. Gerry’s vrouw. We zijn samen opgegroeid, we hebben van elkaar geleerd. Ik was 29 toen ik hem verloor en Gerry’s weduwe werd. Ik heb niet alleen hem en een deel van mezelf verloren, het voelde echt alsof ik mezélf kwijt was. Ik had geen idee wie ik was. Ik moest mezelf opnieuw opbouwen.’ Een paar mensen knikken. Ze weten het. Ze weten het allemaal, en als ze het nog niet weten, dan zal dat niet lang meer duren. ‘Poepie,’ klinkt er uit de wagen, gevolgd door gegiechel. ‘Ssst,’ zegt Sharon zachtjes tegen haar peuter. Ze pakt een rijstwafel met een laagje aardbeienyoghurt uit een reusachtige tas. De rijstwafel verdwijnt in de wagen. Het gegiechel houdt op. ‘Hoe heb je dat gedaan?’ vraagt Ciara. Het voelt vreemd om Ciara iets te vertellen wat ze samen met mij heeft meegemaakt, dus draai ik me naar het publiek en richt ik me daarop, op de mensen die er niet bij waren. En als ik hun gezichten zie, wordt er een schakelaar binnen in me omgezet. Dit gaat niet om mij. Gerry heeft iets bijzonders gedaan en dat ga ik namens hem vertellen, aan mensen die het graag willen horen. ‘Gerry heeft me geholpen. Voordat hij stierf had hij in het geheim een plan gemaakt.’ ‘Tromgeroffel!’ zegt Ciara, en mensen lachen. Ik glimlach en kijk naar de verwachtingsvolle gezichten. Ik ben opgewonden bij de gedachte dat ik alles ga vertellen, het is weer een herinnering aan hoe uniek het jaar na zijn dood was, terwijl ik in de loop der tijd ben vergeten hoeveel het voor me betekende. ‘Hij heeft tien brieven voor me achtergelaten, die ik mocht openen in de maanden na zijn dood, en hij ondertekende elke brief met “P.S. Ik hou van je”.’
19
Het publiek is zichtbaar ontroerd en verbaasd. De mensen wenden zich tot elkaar, wisselen blikken en fluisteren, de stilte is verbroken. Sharons baby begint te huilen. Ze sust hem en wiegt hem heen en weer en tikt met een afwezige blik in haar ogen ritmisch op zijn speen. Ciara praat wat harder om boven het gemopper van de baby uit te komen. ‘Toen ik je vroeg om mee te doen aan deze podcast, zei je dat je je niet wilde concentreren op Gerry’s ziekte. Je wilde het hebben over het geschenk dat hij je gaf.’ Ik schud resoluut mijn hoofd. ‘Nee, ik wil het niet over zijn kanker hebben, over wat hij moest doorstaan. Mijn advies, als jullie daarop zitten te wachten, is: probeer je niet op het donker te richten. Daar is al genoeg van. Ik wil het liever over hoop hebben.’ Ciara kijkt me aan met ogen die stralen van trots. Mama slaat haar handen ineen. ‘Ik besloot me te richten op het geschenk dat hij me gaf, het geschenk dat ik kreeg doordat ik hem verloor: mezelf vinden. Gerry’s dood heeft me gebroken, en dat is niet iets waardoor ik me minderwaardig voel of waar ik me voor schaam. Zijn brieven hebben me geholpen mezelf weer te vinden.’ Ik struikel bijna over mijn woorden en ik kan niet ophouden met praten. Ik wíl dat ze het weten. Als ik zeven jaar geleden in het publiek had gezeten, had ik het moeten horen. ‘Ik heb een nieuwe en verrassende kracht in mezelf gevonden, op de bodem van een donkere en eenzame plek, maar ik heb hem gevonden. En jammer genoeg vinden we daar de grootste schatten in ons leven. Na het graven, zwoegend in het donker en het vuil, vinden we eindelijk iets. Ik heb ondervonden dat op het dieptepunt een springplank kan staan.’ Voorgegaan door een enthousiaste Ciara applaudisseert het publiek.
20
De kreten van Sharons baby veranderen in gegil, een hoog doordringend geluid alsof zijn benen worden afgezaagd. De peuter gooit zijn rijstwafel naar de baby. Sharon staat op en loopt na een verontschuldigende blik in onze richting door het middenpad weg. Ze bestuurt met één hand de dubbele kinderwagen en houdt de huilende baby in de andere arm. De oudste twee laat ze bij mijn moeder achter. Terwijl ze de kinderwagen onhandig naar de uitgang stuurt, botst ze tegen een stoel aan en schampt tassen die tot in het middenpad uitsteken, waarbij de riemen en handvatten in de wielen verstrikt raken. Ze vervolgt excuses mompelend haar weg. Ciara wacht met haar volgende vraag tot Sharon weg is. Sharon duwt met de wagen tegen de buitendeur om hem open te krijgen. Mathew, Ciara’s man, gaat snel naar haar toe om de deur voor haar open te houden, maar de dubbele wagen is te breed. In haar paniek botst Sharon telkens weer tegen het kozijn. De baby gilt, de wagen bonkt en Mathew zegt tegen haar dat ze de wagen moet stilhouden terwijl hij de onderkant van de tweede deur ontgrendelt. Sharon kijkt ons met een vernederde uitdrukking op haar gezicht aan. Haar eerdere gezichtsuitdrukking imiterend sla ik mijn ogen ten hemel en gaap. Ze glimlacht dankbaar voordat ze wegvlucht. ‘Dat knippen we er gewoon uit,’ zegt Ciara grappend. ‘Holly, zijn er afgezien van Gerry’s brieven nog andere manieren waarop je zijn aanwezigheid voelde na zijn dood?’ ‘Bedoel je of ik spoken zag?’ Sommige mensen in het publiek grinniken, andere willen heel graag een bevestigend antwoord horen. ‘Zijn energie,’ zegt Ciara. ‘Of hoe je het ook wilt noemen.’ Ik zwijg even om na te denken en het gevoel weer op te roepen. ‘Vreemd genoeg heeft de dood een lichamelijke aanwezigheid die kan aanvoelen als een ander mens in de kamer. De
21
leemtes die dierbaren achterlaten zijn zichtbaar, dus soms waren er ogenblikken waarop Gerry levender voelde dan de mensen om me heen.’ Ik denk terug aan die eenzame dagen en nachten waarin ik gevangenzat tussen de echte wereld en mijn gedachten. ‘Herinneringen kunnen heel krachtig zijn. Ze kunnen een heerlijke ontsnapping zijn, en ik kon me er heel makkelijk in verliezen. Ik wilde die plekken heel graag verder onderzoeken, omdat Gerry daar weer verscheen. Maar pas op: ze kunnen ook een gevangenis zijn. Ik ben heel blij dat Gerry die brieven voor me had achtergelaten, want hij heeft me uit al die zwarte gaten getrokken. Hij kwam weer tot leven en daardoor konden we weer samen herinneringen maken.’ ‘En nu? Zeven jaar later? Is Gerry nog steeds bij je?’ Ik zwijg. Ik staar haar met grote ogen aan, als een hert in de koplampen. Ik ben van mijn stuk gebracht. Er komen geen woorden in me op. Is hij er nog? ‘Ik weet zeker dat Gerry altijd deel van je zal uitmaken,’ zegt Ciara zachtjes, omdat ze ziet hoe ik eraan toe ben. ‘Hij zal altijd bij je zijn.’ Ze lijkt me gerust te stellen, alsof ik het was vergeten. Stof zijn we en tot stof zullen we wederkeren. Opgeloste, om me heen zwevende deeltjes materie. ‘Zeker.’ Ik glimlach benepen. ‘Gerry zal altijd bij me zijn.’ Het lichaam sterft, maar de ziel, de geest blijft bestaan. Na Gerry’s dood had ik op sommige dagen het gevoel dat zijn energie in me zat, me opbouwde, me sterker maakte, een vesting van me maakte. Ik kon alles. Ik was onaantastbaar. Op andere dagen voelde ik zijn energie en viel ik in een miljoen stukjes uiteen. Het was een herinnering aan wat ik had verloren. Ik kan het niet. Ik wil het niet. Het universum had het belangrijkste deel van mijn leven van me afgenomen en daarom was ik bang dat het al het andere ook kon afnemen. En nu
22
besef ik dat al die dagen juist kostbare dagen waren omdat ik, zeven jaar later, helemaal niet meer het gevoel heb dat Gerry bij me is. Verstrikt in de leugen die ik zojuist heb verteld, vraag ik me af of het net zo hol klonk als het voelde. Hoe dan ook, ik ben bijna klaar. Ciara nodigt het publiek uit vragen te stellen en ik ontspan me een beetje, want ik neem aan dat het einde in zicht is. De vijfde persoon op de derde rij, met een verfrommeld papieren zakdoekje in haar hand, de mascara om haar ogen heen uitgesmeerd. ‘Hallo Holly, ik ben Joanna. Ik heb een paar maanden geleden mijn man verloren, en ik zou willen dat hij net zoals jouw man brieven voor me had achtergelaten. Kun je ons vertellen wat er in zijn laatste brief stond?’ ‘Ik wil weten wat er in alle brieven stond,’ zegt iemand luid, en er klinkt gemompel van instemming. ‘We hebben de tijd om ze allemaal te horen, als Holly daar geen bezwaar tegen heeft,’ zegt Ciara, die dat bij me checkt. Ik haal diep adem en laat de lucht dan langzaam ontsnappen. Ik heb al zo lang niet aan de brieven gedacht. Wel als concept, maar niet aan de brieven afzonderlijk, niet op volgorde, niet echt. Waar zal ik beginnen? Een nieuw lampje voor naast het bed, een nieuwe outfit, een karaokeavond, zonnebloemzaadjes, een verjaardagsreisje met vrienden... Hoe zouden ze kunnen begrijpen hoe belangrijk al die schijnbaar onbelangrijke dingen voor me waren? Maar de laatste brief... Ik glimlach. Dat is een makkie. ‘In zijn laatste brief stond: “Wees niet bang om weer verliefd te worden.”’ Daar houden ze zich aan vast, aan die prachtige zin, een mooi en heldhaftig einde wat Gerry betreft. Joanna is niet zo ontroerd als de anderen. Ik zie de teleurstelling en verwarring in haar ogen. De wanhoop. Ze is zo diep in de rouw dat ze dat
23
niet wilde horen. Ze klampt zich nog vast aan haar echtgenoot, ze piekert er niet over hem los te laten. Ik weet wat ze denkt. Met geen mogelÄłkheid kan ze weer zo van iemand houden. Niet op die manier.
24