ZIEN EN BEGRIJPEN Niveau
A1 – A2
Compleet • Met beeld en audio • Woordenschat van ca. 1.400 woorden • Idioom • Gevarieerde oefeningen • Uitleg van de basisgrammatica • Informatie over cultuur en gewoontes Handig • Bevat de 20 meest voorkomende thema’s (van kennismaken tot solliciteren) • Vaste indeling van de hoofdstukken • Grammatica geïntegreerd • Alfabetische woordenlijst achterin het boek
Taalcursus Frans Iedereen kan Frans leren
Je suis un symbole français. Je suis une grande tour à Paris. Je suis …
Website • Beluister of download vele geluidsfragmenten voor het maken van de oefeningen op www.vandale.nl/taalcursus-frans
www.vandale.nl www.vandale.be
e Je vous invi!t chez moi
l' escargot
______ ______ ______
La Tour Eiffel
______
vin salade oeufs
m
et audi
o
Zien en begrijpen 9 789460 773723
Voor beginners
De Van Dale Taalcursus Frans is een volledig nieuwe visuele zelfstudiemethode waarmee je eenvoudig en doelgericht de Franse taal leert. De kleurrijke afbeeldingen helpen je om de stof beter te onthouden. Daarnaast word je ondersteund door woordenlijsten en talloze geluidsfragmenten om je uitspraak en luistervaardigheid mee te oefenen.
Taalcursus Frans
Taalcursus Frans
Iedereen kan Frans leren!
Vragen hoe het met iemand gaat Comment ça va ? Ça va très bien. Je suis en pleine forme. Comme ci comme ça. Ça va mal.
Hoe gaat het ermee? Het gaat heel goed. Ik voel me kiplekker. Zozo. Het gaat slecht.
knutselen tuinieren internetten tv-kijken film kijken lezen muziek luisteren een reis maken schlderen fotograferen boksen trompet spelen tennissen kaarten voetballen
EN WAT DOE JIJ?
Schrijf nu op hoe jij zelf je vrije tijd besteedt. Gebruik een woordenboek als dat nodig is. Als je een vreemde taal verbindt met je eigen ervaringen, onthoud je beter wat je leert.
42
Vandaag is het vrijdag de 13e.
Dagen van de week lundi mardi mercredi jeudi
Hobby's bricoler jardiner naviguer sur Internet regarder la télé regarder un film lire écouter de la musique faire un voyage faire de la peinture faire de la photo faire de la boxe jouer de la trompette jouer au tennis jouer aux cartes jouer au foot
Aujourd'hui, nous sommes vendredi 13.
maandag dinsdag woensdag donderdag
vendredi vrijdag samedi zaterdag dimanche zondag
Je préfère regarder des comédies. Ik kijk het liefst naar comedy's
Zeggen wat je van iets vindt J'adore ça. C'est intéressant. C'est difficile. C'est fatigant. Je trouve ça super. Je déteste ça.
Ik vind het geweldig! Het is interessant. Het is moeilijk. Het is vermoeiend. Ik vind dat fantastisch. Ik verafschuw dat.
4. Vie quotidienne Naast de klassieke rituelen kent de Franse dagindeling een paar bijzonderheden. Fransen werken van ca. 8.30 of 9.00 uur tot 17.30 of 18.00 uur. De lunchpauze duurt ruim een uur, waarin in een restaurant of bedrijfskantine een warme maaltijd wordt genuttigd. Het is niet ongebruikelijk jezelf daarbij een glaasje wijn te gunnen! De dagindeling van Franse kinderen wijkt niet veel af, zij brengen de hele dag door op school. 's Avonds koken Fransen thuis en rond 19.30 eten ze warm, meestal een driegangenmenu, al is is deze maaltijd wat eenvoudiger dan 's middags in het restaurant. Woordenschat / Communicatie de dagindeling over gewoontes praten dagelijkse handelingen telwoorden van 20 tot en met 69 kloktijden
Grammatica bijwoorden van tijd wederkerende werkwoorden en wederkerende voornaamwoorden vraagzin met omgekeerde woordvolgorde (inversie) het vraagwoord quel het werkwoord prendre
Vragen hoe het met iemand gaat Comment ça va ? Ça va très bien. Je suis en pleine forme. Comme ci comme ça. Ça va mal.
Hoe gaat het ermee? Het gaat heel goed. Ik voel me kiplekker. Zozo. Het gaat slecht.
knutselen tuinieren internetten tv-kijken film kijken lezen muziek luisteren een reis maken schlderen fotograferen boksen trompet spelen tennissen kaarten voetballen
EN WAT DOE JIJ?
Schrijf nu op hoe jij zelf je vrije tijd besteedt. Gebruik een woordenboek als dat nodig is. Als je een vreemde taal verbindt met je eigen ervaringen, onthoud je beter wat je leert.
42
Vandaag is het vrijdag de 13e.
Dagen van de week lundi mardi mercredi jeudi
Hobby's bricoler jardiner naviguer sur Internet regarder la télé regarder un film lire écouter de la musique faire un voyage faire de la peinture faire de la photo faire de la boxe jouer de la trompette jouer au tennis jouer aux cartes jouer au foot
Aujourd'hui, nous sommes vendredi 13.
maandag dinsdag woensdag donderdag
vendredi vrijdag samedi zaterdag dimanche zondag
Je préfère regarder des comédies. Ik kijk het liefst naar comedy's
Zeggen wat je van iets vindt J'adore ça. C'est intéressant. C'est difficile. C'est fatigant. Je trouve ça super. Je déteste ça.
Ik vind het geweldig! Het is interessant. Het is moeilijk. Het is vermoeiend. Ik vind dat fantastisch. Ik verafschuw dat.
4. Vie quotidienne Naast de klassieke rituelen kent de Franse dagindeling een paar bijzonderheden. Fransen werken van ca. 8.30 of 9.00 uur tot 17.30 of 18.00 uur. De lunchpauze duurt ruim een uur, waarin in een restaurant of bedrijfskantine een warme maaltijd wordt genuttigd. Het is niet ongebruikelijk jezelf daarbij een glaasje wijn te gunnen! De dagindeling van Franse kinderen wijkt niet veel af, zij brengen de hele dag door op school. 's Avonds koken Fransen thuis en rond 19.30 eten ze warm, meestal een driegangenmenu, al is is deze maaltijd wat eenvoudiger dan 's middags in het restaurant. Woordenschat / Communicatie de dagindeling over gewoontes praten dagelijkse handelingen telwoorden van 20 tot en met 69 kloktijden
Grammatica bijwoorden van tijd wederkerende werkwoorden en wederkerende voornaamwoorden vraagzin met omgekeerde woordvolgorde (inversie) het vraagwoord quel het werkwoord prendre
5. Au marché
1. Les aliments - Levensmiddelen
2. Où trouvez-vous... – Waar vindt u ...?
54
Welke levensmiddelen zie je op de afbeelding? Enkele antwoorden zijn alvast gegeven. Luister vervolgens naar de uitspraak een zeg de woorden na.
pa
à la boulangerie
poi sso pro n, via dui n ts la des e itie t rs
in
,p
ât es
et
3
1
1. les croissants
cé ré a
le
2 13
55
Zet de namen van de levensmiddelen uit oefening 1 bij de winkel waar je ze kunt kopen.
s
2.
la baguette
3.
le
14
à la fromagerie kaas
6. le fromage
à la boucherie 15
4. les saucisses
16
5
sucreries
4
5.
yoghurt
9. les yaourts
chez le marchand de fruits et légumes 7
11
10. les
13. le
14. les
12 9
8
2 3
B
le pain complet
C les pommes de terre D l'aubergine
m
its
les champignons
11.
es
fru
A
G H
les tomates le citron
I
le chocolat
M le poisson
J
les bananes
N les carottes
K
la baguette
L
le poulet
11 O les pommes 13 P les œufs
15. les 16. les
à la poissonnerie schaal- en schelpdieren, zeevruchten
17. les fruits de mer 18.
56
l'
12. les
lé gu
5 E le miel 15 F le lait
le
8. les œufs
le
10 6
7.
le
ANTWOORDEN
1. 1.K, 2.B, 3.C, 4.I, 5.E, 6.A, 7.G, 8.N, 9.D, 10.H, 11.O, 12.J, 13.P, 14.M, 15.F, 16.L 2. 3. pain complet, 5. poulet, 7. lait, 10. champignons, 11. aubergine, 12. pommes de terre, 13. citron, 14. tomates, 15. carottes, 16. pommes, 18. poisson 57
5. Au marché
1. Les aliments - Levensmiddelen
2. Où trouvez-vous... – Waar vindt u ...?
54
Welke levensmiddelen zie je op de afbeelding? Enkele antwoorden zijn alvast gegeven. Luister vervolgens naar de uitspraak een zeg de woorden na.
pa
à la boulangerie
poi sso pro n, via dui n ts la des e itie t rs
in
,p
ât es
et
3
1
1. les croissants
cé ré a
le
2 13
55
Zet de namen van de levensmiddelen uit oefening 1 bij de winkel waar je ze kunt kopen.
s
2.
la baguette
3.
le
14
à la fromagerie kaas
6. le fromage
à la boucherie 15
4. les saucisses
16
5
sucreries
4
5.
yoghurt
9. les yaourts
chez le marchand de fruits et légumes 7
11
10. les
13. le
14. les
12 9
8
2 3
B
le pain complet
C les pommes de terre D l'aubergine
m
its
les champignons
11.
es
fru
A
G H
les tomates le citron
I
le chocolat
M le poisson
J
les bananes
N les carottes
K
la baguette
L
le poulet
11 O les pommes 13 P les œufs
15. les 16. les
à la poissonnerie schaal- en schelpdieren, zeevruchten
17. les fruits de mer 18.
56
l'
12. les
lé gu
5 E le miel 15 F le lait
le
8. les œufs
le
10 6
7.
le
ANTWOORDEN
1. 1.K, 2.B, 3.C, 4.I, 5.E, 6.A, 7.G, 8.N, 9.D, 10.H, 11.O, 12.J, 13.P, 14.M, 15.F, 16.L 2. 3. pain complet, 5. poulet, 7. lait, 10. champignons, 11. aubergine, 12. pommes de terre, 13. citron, 14. tomates, 15. carottes, 16. pommes, 18. poisson 57
5. Au marché
8. Het delend lidwoord
9. Telwoorden van 70 tot en met 99
61
In het Frans komt iets voor wat het Nederlands niet kent: het delend lidwoord. Je gebruikt het meestal wanneer wij in het Nederlands het lidwoord weglaten. Lees de regels. Bekijk dan de voorbeelden in de tekstballonnen en vul vervolgens de ontbrekende delende lidwoorden in. Controleer je antwoorden met behulp van de audio.
vormen van het delend lidwoord:
H ET DELE ND LIDWOORD
Je gebruikt het delend lidwoord bij: ontelbare dingen onbepaalde hoeveelheden
du
Het delend lidwoord bestaat uit het voorzetsel de en het bepaald lidwoord le, la, l', waarbij de + le samensmelten tot du.
de la
Il me faut...
de l'
Il me faut aussi...
62
Vul de ontbrekende getallen in en controleer je antwoorden met behulp van de audio.
70 soixante-dix
80 quatre-vingt
90 quatre-vingt-dix
71 soixante et onze
81 quatre-vingt-un
91 quatre-vingt- onze
71 soixante et onze
72 soixante-douze
82
92 quatre-vingt-douze
73 soixante-treize
83 quatre-vingt-trois
94
81 quatre-vingt-un 91 quatre-vingt-onze (zonder et)
74 soixante-quatorze
84 quatre-vingt-quatre
96 quatre-vingt-seize
76
85
98
79
88 quatre-vingt-huit
99 quatre-vingt-dix-neuf
10. Telwoorden vanaf 99
LET O P!
Maar:
63
Vul de ontbrekende getallen in en controleer je antwoorden met behulp van de audio.
du lait.
mineraalwater
1.
de l'eau minérale.
200 deux cent
1000 mille
101 cent un
220 deux cent vingt
2140 deux mille cent quarante
110
756
9830
pain.
In Frankrijk heten de secundaire wegen routes départementales. Op borden worden ze kortweg aangeduid met D. Hier zie je het bord van de D 186 naar Quiberon in het zuiden van Bretagne. Zoals je ziet is de bewegwijzering tweetalig: in het Frans en in het Bretons.
jam, confituur
de la confiture.
3.
62
100 cent
crème fraîche.
2.
orangina.
la D cent quatre-vingt-six
ANTWOORDEN
8. 1. du, 2. de l', 3. de la 9. 76 soixante-seize, 79 soixante-dix-neuf, 82 quatre-vingt-deux, 85 quatre-vingt-cinq, 94 quatre-vingt-quatorze, 98 quatre-vingt-dix-huit 10. 110 cent dix, 756 sept cent cinquante-six, 9830 neuf mille huit cent trente 63
5. Au marché
8. Het delend lidwoord
9. Telwoorden van 70 tot en met 99
61
In het Frans komt iets voor wat het Nederlands niet kent: het delend lidwoord. Je gebruikt het meestal wanneer wij in het Nederlands het lidwoord weglaten. Lees de regels. Bekijk dan de voorbeelden in de tekstballonnen en vul vervolgens de ontbrekende delende lidwoorden in. Controleer je antwoorden met behulp van de audio.
vormen van het delend lidwoord:
H ET DELE ND LIDWOORD
Je gebruikt het delend lidwoord bij: ontelbare dingen onbepaalde hoeveelheden
du
Het delend lidwoord bestaat uit het voorzetsel de en het bepaald lidwoord le, la, l', waarbij de + le samensmelten tot du.
de la
Il me faut...
de l'
Il me faut aussi...
62
Vul de ontbrekende getallen in en controleer je antwoorden met behulp van de audio.
70 soixante-dix
80 quatre-vingt
90 quatre-vingt-dix
71 soixante et onze
81 quatre-vingt-un
91 quatre-vingt- onze
71 soixante et onze
72 soixante-douze
82
92 quatre-vingt-douze
73 soixante-treize
83 quatre-vingt-trois
94
81 quatre-vingt-un 91 quatre-vingt-onze (zonder et)
74 soixante-quatorze
84 quatre-vingt-quatre
96 quatre-vingt-seize
76
85
98
79
88 quatre-vingt-huit
99 quatre-vingt-dix-neuf
10. Telwoorden vanaf 99
LET O P!
Maar:
63
Vul de ontbrekende getallen in en controleer je antwoorden met behulp van de audio.
du lait.
mineraalwater
1.
de l'eau minérale.
200 deux cent
1000 mille
101 cent un
220 deux cent vingt
2140 deux mille cent quarante
110
756
9830
pain.
In Frankrijk heten de secundaire wegen routes départementales. Op borden worden ze kortweg aangeduid met D. Hier zie je het bord van de D 186 naar Quiberon in het zuiden van Bretagne. Zoals je ziet is de bewegwijzering tweetalig: in het Frans en in het Bretons.
jam, confituur
de la confiture.
3.
62
100 cent
crème fraîche.
2.
orangina.
la D cent quatre-vingt-six
ANTWOORDEN
8. 1. du, 2. de l', 3. de la 9. 76 soixante-seize, 79 soixante-dix-neuf, 82 quatre-vingt-deux, 85 quatre-vingt-cinq, 94 quatre-vingt-quatorze, 98 quatre-vingt-dix-huit 10. 110 cent dix, 756 sept cent cinquante-six, 9830 neuf mille huit cent trente 63
ZIEN EN BEGRIJPEN Niveau
A1 – A2
Compleet • Met beeld en audio • Woordenschat van ca. 1.400 woorden • Idioom • Gevarieerde oefeningen • Uitleg van de basisgrammatica • Informatie over cultuur en gewoontes Handig • Bevat de 20 meest voorkomende thema’s (van kennismaken tot solliciteren) • Vaste indeling van de hoofdstukken • Grammatica geïntegreerd • Alfabetische woordenlijst achterin het boek
Taalcursus Frans Iedereen kan Frans leren
Je suis un symbole français. Je suis une grande tour à Paris. Je suis …
Website • Beluister of download vele geluidsfragmenten voor het maken van de oefeningen op www.vandale.nl/taalcursus-frans
www.vandale.nl www.vandale.be
e Je vous invi!t chez moi
l' escargot
______ ______ ______
La Tour Eiffel
______
vin salade oeufs
m
et audi
o
Zien en begrijpen 9 789460 773723
Voor beginners
De Van Dale Taalcursus Frans is een volledig nieuwe visuele zelfstudiemethode waarmee je eenvoudig en doelgericht de Franse taal leert. De kleurrijke afbeeldingen helpen je om de stof beter te onthouden. Daarnaast word je ondersteund door woordenlijsten en talloze geluidsfragmenten om je uitspraak en luistervaardigheid mee te oefenen.
Taalcursus Frans
Taalcursus Frans
Iedereen kan Frans leren!