S
tudente Rita heeft een relatie met een militair die wordt uitgezonden naar Afghanistan. Niet alleen hem moet ze missen, maar ook haar vader, die ze nooit heeft gekend. Ze probeert te weten te komen wie hij is en hoopt hem te ontmoeten.
Een verre vriend is een prachtige comingof-ageroman over een jonge vrouw die met vallen en opstaan haar weg vindt in het leven. Marleen Schmitz schreef eerder onder meer Late lente, Zwarte ogen, groene ogen en Zand en zilver.
Een verre vriend
Wanneer Rita’s vriend beschadigd terugkeert uit Afghanistan, verbreekt hij de relatie. Ook krijgt ze het bericht dat haar vader is overleden, voor ze hem ooit heeft kunnen zien. Haar leven staat op zijn kop. Ze beseft dat het hoog tijd is om zich echt te richten op haar eigen leven, in plaats van op anderen. Maar op eigen benen staan is niet zo makkelijk.
MARLEEN SCHMITZ
Als ze ĂŠcht in de bloei van haar leven wil komen, moet ze op eigen benen gaan staan
MARLEEN SCHMITZ
Een verre vriend
ISBN 978 94 0191 511 3 NUR 344
9 789401 915113 w w w. r o m a n s e r i e . n l
Roman
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 1
EEN VERRE VRIEND
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 2
Van deze auteur verschenen eerder bij Uitgeverij Zomer & Keuning: Late lente Zwarte ogen, groene ogen Zand en zilver Wintervlinder Tussen twee grenzen Twee zussen, drie levens
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 3
Marleen Schmitz
Een verre vriend
Uitgeverij Zomer & Keuning
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 4
ISBN 9789401915113 ISBN e-book 9789401915120 NUR 344 Š 2019 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design Vormgeving binnenwerk Yvonne Reijsoo, Nyvonco www.marleenschmitz.nl www.romanserie.nl Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Zomer & Keuning vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Voor de papieren editie van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 5
1 herfst-winter 2008 Niet veel tijd meer. Over vijf minuten begint de film. Rutger staat vast al te wachten. Nou ja, we hebben nog wel iets meer tijd, de reclames kunnen we missen. Toch gooi ik gauw mijn fiets op slot en haast me naar de ingang. Terwijl ik mijn haren uit mijn bezwete gezicht veeg, valt mijn handschoen in een plasje drab. Ook dat nog. Ik vis hem eruit, loop terug, smijt hem in mijn fietstas en ren dan hijgend de bioscoop binnen. Rutger is er nog niet, zie ik. Dat valt mee, nu ben ik niet de laatste, maar het valt me ook tegen dat hij er nog niet is. Het is al zo lastig om iets af te spreken. Met veel moeite heb ik mijn dienst voor vanavond weten te ruilen, en nu hoop ik maar dat er bij hem niet weer iets tussen is gekomen. Hoe vaak is er op het laatste moment niet iets wat nog niet af is of een gesprek dat gevoerd moet worden. Bij die gedachte komt een lichte ergernis op, die ik meteen wegstop omdat ik het zelf ook maar net gehaald heb doordat die vrachtwagen het verkeer blokkeerde. Het komt goed, hou ik me voor. Rutger heeft beloofd op tijd van de kazerne te vertrekken. Ik sluit aan in de rij voor het loket. We schuiven een meter naar voren. Er staat een groepje meisjes van mijn leeftijd voor me. Makeup, oorbellen, armbanden, rokjes en jurkjes. En parfum. Te veel parfum. Vergeleken bij hen zie ik er maar saai uit in mijn jeans. Zou Rutger dat ook vinden? De meiden kopen kaartjes voor een romantische komedie. Dat is het soort films waar ik met Iris naartoe ga. Het scherm boven de balie zegt dat er nog maar zeventien plaatsen vrij zijn bij de film die wij willen zien. Waar blijft hij toch? Ik stuur hem een berichtje. Hij 5
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 6
sms’t onmiddellijk terug dat hij er zo is. Nadat ik de kaartjes heb betaald, kijk ik op mijn horloge. Sinds ik een keer van de trap gekukeld ben, heb ik er een hekel aan om in het donker naar mijn plaats te moeten zoeken. Ik drentel door de hal met de affiches van de nieuwe films, een boekverfilming, een actiefilm met Oscarnominaties, een tekenfilm… Plotseling tikt er iemand op mijn schouder. ‘Je staat op mij te wachten? Lief van je.’ Rutger geeft me een snelle kus. ‘Waar bleef je nou?’ Hij haalt zijn schouders op. ‘Files. Zoals altijd.’ ‘Laten we maar gauw gaan.’ ‘Kunnen we niet ergens iets gaan drinken?’ ‘In plaats van de film?’ Hij knikt. ‘Iets drinken. Praten.’ ‘Maar ik heb al kaartjes gekocht. We kunnen daarna toch iets drinken?’ Nogal gestrest loop ik voor hem uit naar de filmzaal. De hoofdfilm is al begonnen en wanneer we eindelijk onze plek hebben gevonden, is het duidelijk dat het geen leuke avond zal worden. Rutger zit als een robot naast me, hij staart naar het scherm maar is duidelijk met zijn gedachten ergens anders. ‘Toe, Rutger, ontspan je. In de pauze kunnen we iets drinken,’ zeg ik dicht bij zijn oor. ‘Je ruikt lekker,’ fluister ik erachteraan wanneer ik de geur van zijn frisse douchegel opsnuif. Rutger geeft geen antwoord. Ik leun even tegen hem aan. Ook daar reageert hij niet op. Nou, dan niet. Ik ga, net als hij, naar het scherm zitten staren. Maar wanneer ik op een gegeven ogenblik stiekem opzij gluur, tref ik zijn blik. Er ís iets, hij zit ergens mee, ik zie het aan hem. ‘Sorry, zullen we gaan?’ fluister ik. ‘In de pauze.’ Hij laat zijn vingers knakken, glimlacht vaag en grijpt dan mijn hand, vouwt hem open en dicht… en weer open en dicht. Ik ben blij dat de spanning tussen ons is weggeëbd en probeer mijn aandacht op de gebeurtenissen op het scherm te richten, maar nu leidt het nerveuze spelletje dat Rutger met mijn vingers speelt, me af. Ik laat hem begaan, want er is blijkbaar echt iets wat hij kwijt moet. 6
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 7
Als het pauze is, zoeken we, zonder dat we erover hoeven te praten, een rustig plekje op. In een hoek van de grote ruimte waar de filmzalen op uitkomen, staan twee lege fauteuils met een laag tafeltje ertussenin. Ik ga zitten en vraag wat er aan de hand is. Hij verschuift zijn zetel zodat hij niet meer tegenover me, maar naast me zit en pakt opnieuw mijn hand. ‘Ik moet je iets opbiechten,’ zegt hij, ‘en dat is niet gemakkelijk.’ Ik schrik van de ernst in zijn stem. Rutger die me iets moet vertellen! Rutger is mijn buurjongen, Rutger hoort al mijn hele leven bij me. Eerst was hij de broer die ik nooit heb gehad, en op de middelbare school werd hij mijn vriendje. Dat is hij nog steeds. Of houdt hij niet meer van mij? Is er een ander? Ik lees het tegendeel in zijn ogen. Heeft hij dan een ernstige ziekte? Onmogelijk, de man die naast me zit, blaakt van gezondheid. Militairen houden hun conditie op peil. Hij heeft een uithoudingsvermogen om jaloers op te zijn; hij is sterk, snel en lenig. ‘Je maakt me bang.’ ‘Je weet dat ik militair ben,’ begint hij. Ik knik. ‘Je weet ook dat Nederland participeert in vredesmissies, dat het er steeds in zat dat ik naar Afghanistan moest…’ Hij laat het einde van de zin in de lucht hangen. Zodat ik het vervolg zelf kan invullen. Het bloed trekt uit mijn wangen weg, ik weet wat er gaat gebeuren. Hij heeft zich er al tijden op voorbereid, maar ik heb het al die tijd zo ver weggeduwd als ik maar kon. Nu gaat het dus toch gebeuren: de uitzending! In een razende vaart schieten de gedachten door mijn hoofd. Ik ben bang. Ik wil niet dat hij gaat. Ik wil hem geen maanden aan een stuk missen. Ze noemen het een vredesmissie, maar er vallen altijd slachtoffers. ‘Je begrijpt wat dat betekent?’ Hij kijkt me vragend aan. ‘Ja,’ val ik uit, ‘natuurlijk snap ik wat dat betekent. Je gaat weg. En misschien kom je nooit meer terug!’ 7
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:47 Pagina 8
Hij wil me op zijn schoot trekken, maar ik verzet me. ‘Rita, doe nou rustig, luister alsjeblieft naar me.’ ‘Ik wil niet dat je gaat! Zeg dat je ziek bent.’ Zacht zegt hij: ‘Ik ben al medisch goedgekeurd.’ ‘Wat? Wanneer? En waarom zeg je dat nu pas?’ ‘Moet je zien hoe je reageert.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Daarom dus. Omdat ik je ken. Ik ben militair en ik neem mijn werk serieus, dat weet je.’ Zijn laatste woorden klinken vastbesloten, en ik weet dat het geen zin heeft ertegenin te gaan. Toch doe ik het. ‘Zeg dan dat je ziek bent geworden.’ Hij geeft geen antwoord. ‘Zeg dat je… last hebt van je ogen,’ smeek ik verder. ‘Ja, dat is een goeie, zeg gewoon dat je plotseling wazig ziet!’ ‘Alsjeblieft, maak het me niet zo moeilijk. Ik begrijp dat het je koud op je dak valt, maar probeer aan het idee te wennen. Alsjeblieft.’ ‘Ik wil niet aan het idee hoeven wennen!’ Ik spring op en loop naar buiten. Hij komt achter me aan en roept: ‘Wacht nou, Rita, ik breng je naar huis!’ ‘Dat hoeft niet!’ gil ik overspannen terug. De kortste route van de bioscoop naar het huis van mijn moeder gaat door het park. Ik steek de drukke straat over en fiets trappend als een gek het park in. Het interesseert me niet dat ik daar van Rutger ’s avonds absoluut niet in mijn eentje mag fietsen. Dat hij daarvoor speciaal een fietsendrager in zijn auto heeft liggen. Hij kan barsten met zijn Afghanistan! Daar is het veel gevaarlijker dan in een parkje in Breda! Wanneer ik niet ver genoeg uitwijk voor een overhangende tak krijg ik een koude pets in mijn gezicht. Hijgend minder ik vaart. Er ritselt ergens iets. Tussen de tweede en derde lantaarnpaal zit een onverlicht stuk, ik voel me steeds minder op mijn gemak. Het dringt tot me door dat ik dom bezig ben. Ik keer om en rij terug naar de drukke weg die het centrum verbindt met de wijk waar we wonen. Langzaam fiets ik naar huis, nadenkend, piekerend, wikkend en wegend. Ik ben er nog lang niet uit 8
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 9
als ik onze straat in rij. Pal voor onze deur staat een bekende auto, de Opel van Rutger. Normaal staat die op de oprit van het huis van zijn ouders, drie deuren verder. Ik had het kunnen weten! Voordat ik weet wat ik ga doen, gaat het portier open en komt hij naar me toe. Hij slaat zijn armen om me heen en drukt me strak tegen zich aan. Zachtjes zegt hij: ‘Lieverd, wat doe je toch.’ Net als ik wil zeggen dat ik moest nadenken, zegt hij: ‘Ik was zo ongerust. Ben je door het park gefietst? Dat moet je niet meer doen.’ Hij ongerust? Mijn boosheid laait weer op. ‘Ik mag niet door het park fietsen en jij mag wel naar Afghanistan gaan?’ Abrupt duwt hij me van zich af. ‘Rita, alsjeblieft, mijn geduld is op. We kunnen twee dingen doen: we kunnen de tijd die we samen nog hebben ruziemaken, of we kunnen er het beste van maken. Kies jij maar. Ik hoor het wel. Nee, zeg nu maar niets, je bent nu te boos. Ga naar bed, slaap er een nacht over en bel me morgen. Of nee, ik haal je morgenvroeg op om een eindje te wandelen. Dan kunnen we rustig praten.’ Hij zet mijn fiets tegen de zijkant van het huis, stopt het sleuteltje in mijn jaszak en wacht tot ik binnen ben. Al die tijd zeg ik niets. Ik weet niet wat. Er gaat te veel door mijn hoofd. In huis doe ik zachtjes om mam niet wakker te maken, maar wanneer ik uit de badkamer kom, zit ze in haar pyjama op de trap op mij te wachten. ‘Je bent vroeg, was de film niet leuk?’ Ik ga naast haar zitten, leg mijn hoofd tegen haar aan en begin te huilen. ‘Ik heb nauwelijks iets van de film gezien. In de pauze zijn we weggegaan. Rutger moet op uitzending.’ Zwijgend aait mam mijn haar. Na een poosje zegt ze: ‘Ik begrijp dat je ertegen opziet, maar hij moet, het is zijn werk.’ ‘Het is daar geváárlijk! Overal liggen bermbommen.’ ‘Ach, meisje toch. Natuurlijk maak je je zorgen. En er liggen daar inderdaad bermbommen. En er zullen vast weleens gevaarlijke situaties voorkomen, maar ik weet zeker dat ze er echt alles aan doen om het zo veilig mogelijk te maken.’ ‘Rutger is zo’n stoere, die zal het wel even opknappen.’ 9
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 10
‘Hij is wel stoer, maar hij is niet dom. Kom, ga slapen. Laat het even rusten. Morgen kijk je er anders tegenaan.’ Ik slaap moeizaam in en word tegen negenen wakker van mam die Rutger binnenlaat. ‘Ze slaapt nog,’ hoor ik mam zeggen. ‘Dan kom ik zo terug.’ ‘Ik heb de koffie klaar. Wil je een kopje?’ ‘Laat ik dat maar doen,’ antwoordt hij. ‘Dan kan ik je meteen bijpraten.’ ‘Ik heb het nieuws al gehoord,’ zegt mam. Daarna gaat de keukendeur dicht en hoor ik hen niet meer. Maar ik kan me precies voorstellen hoe ze aan de keukentafel zitten. Rutger aan de korte zijde van de tafel met zijn rug naar het raam, mam ertegenover, de ene lange zijde staat tegen de muur en bij de andere staat mijn stoel. Daar staat ook de suikerpot, want mam en Rutger drinken niks in hun koffie. Mam en Rutger kunnen goed met elkaar overweg. Altijd al. Maar ik kan ook met de ouders van Rutger overweg. Ik ken hen al zolang ik me kan herinneren. Toen mijn vader ervandoor ging, en mam moest gaan werken, belandde ik overdag in het gastoudergezin van Rutgers moeder. Ik was nog heel jong, mijn tweede verjaardag vierde ik bij hen. Niet dat dat een succes was. Er waren ballonnen, cupcakes met kaarsjes, maar ik schijn toch de hele ochtend gehuild te hebben. Alle kinderen probeerden me te troosten. Rutger was de enige die erin slaagde, door me zijn loopfietsje aan te bieden. Dat verhaal wordt zowel door mam als door Rutgers moeder op zijn tijd van stal gehaald. Dan stralen ze als een zomerzon. Wat is het toch een lieve jongen! Als ik écht eerlijk ben, moet ik toegeven dat Rutger inderdaad voor mij altijd lief is. Ik kan me een leven zonder hem niet voorstellen. Ik gooi het dekbed van me af en ga rechtop zitten. Beneden hoor ik hem vrolijk lachen. Ik heb totaal geen zin in deze nieuwe dag: het woord Afghanistan dwarrelt in donkere letters door mijn hoofd. Eindelijk weet ik me te vermannen en ik plant onwillig mijn voeten naast het bed. Een snel wasje, een broek en een warme trui. 10
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 11
‘Ga zitten, er is nog koffie,’ zegt mam als ik de keuken binnenkom. ‘Eet wat.’ Ze schuift een beschuit met jam en een boterham met ham naar me toe. ‘Hoe heb je geslapen?’ vraagt Rutger op een toon alsof er niets aan de hand is. ‘Wat denk je?’ Mam fronst haar wenkbrauwen bij mijn bitse toon. De beschuit kraakt en valt in stukken uiteen als ik er een hap van neem. ‘Ik ook niet,’ zegt hij. ‘Ik neem mijn kopje mee naar de kamer,’ zegt mam, ‘ik heb mijn boek nog niet uit.’ ‘Blijf maar zitten, wij zijn zo weg,’ zeg ik. Het is winters koud buiten. Aan de overkant van de straat loopt een vrouw, weggedoken in een sjaal, haar adem zichtbaar in de vrieslucht. Rillend steek ik mijn handen diep in de zakken van mijn jas. Rutger lijkt geen last van de kou te hebben, zijn jack hangt open, geen sjaal en geen handschoenen. ‘We nemen de auto en gaan de stad uit, goed?’ vraagt hij. ‘Maakt mij niet uit.’ ‘Wat zijn we weer enthousiast.’ ‘Maar het maakt me gewoon niet uit.’ Zwijgend rijden we de stad uit, en wanneer we in de buurt van het water komen, zet hij de auto weg en stappen we uit. Na een minuut of vijf zegt hij: ‘Denk je dat ik stond te juichen toen jij per se in Antwerpen wilde gaan studeren?’ Van mijn stuk gebracht kijk ik hem aan. Hij zucht. ‘Sorry, dat is geen goed begin, geen leuke opmerking.’ Zijn opmerking zet me aan het denken. Ik studeer inderdaad al ruim drie jaar verpleegkunde in Antwerpen. Door de week zit ik daar ‘op kot’ en ik ben dus alleen in de weekends in Breda. ‘Antwerpen was de beste keuze voor mij,’ zeg ik na een poosje. ‘De opleiding daar sprak mij het meeste aan van alle voorlichtingsdagen waar ik naartoe ben geweest.’ 11
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 12
‘Ja, ik weet dat Antwerpen voor jou het beste was. Maar daarom was het voor mij nog niet het beste.’ ‘Daar heb je nog nooit iets over gezegd.’ ‘Had dat zin?’ ‘Over een halfjaar ben ik klaar.’ ‘Het leger is voor mij het beste,’ zegt hij, alsof hij mijn laatste woorden niet gehoord heeft. ‘Wat dat betreft, staan we gelijk, want wat Antwerpen voor mij is, is Oirschot voor jou,’ zeg ik. ‘Dat je wekenlang weg moet voor oefeningen is ook niet altijd leuk. En daar heb ik ook nooit over geklaagd. Maar dit… dit is anders.’ ‘Dat een uitzending erin zat, wist je toch toen ik tekende?’ ‘Natuurlijk. Maar het is nu toch anders. Het is nu echt.’ ‘Voor mij ook,’ zegt hij zacht. Ineens snap ik dat hij ook aan het idee moet wennen. Wat ben ik een egoïst. Rutger is degene die gevaar gaat lopen, niet ik. Maar dan zegt hij: ‘Eigenlijk ben ik blij dat het eindelijk zover is.’ Verbijsterd blijf ik staan. ‘Ja, het is waar, hoe gek het ook klinkt. We hebben ernaar toegeleefd, we hebben ervoor getraind, we zijn intussen tot en met voorbereid: nu wil ik het gaan doen ook!’ Hij klinkt enthousiast en gebaart met zijn handen. Zoals hij dat vroeger ook deed voor een judotoernooi. Het dringt nu ten volle tot me door dat het geen zin heeft me ertegen te verzetten. ‘Als iets je niet bevalt, probeer het te veranderen, lukt dat niet, accepteer het en maak er het beste van,’ dat is de wijze les die mam me al mijn hele leven probeert te leren. Dat Rutger naar Afghanistan wordt uitgezonden, staat vast. Dus dat moet ik maar zien te accepteren. Maar ik zal er nooit zo enthousiast over kunnen worden als hij. Dat is echt te veel gevraagd. Er loopt een koude rilling over mijn rug als ik bedenk dat er al een aantal dodelijke slachtoffers is gevallen. In de tijd dat Rutger er is, zullen er beslist ook gevaarlijke situaties ontstaan. ‘Koud?’ We lopen langs de rand van een brede beek waar op sommige 12
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 13
plaatsen vlak boven het water al een flintertje ijs hangt. ‘Het vriest,’ antwoord ik ontwijkend. Rutger trekt zorgzaam mijn sjaal wat omhoog. ‘Dat jij het niet koud hebt,’ zeg ik, ‘je hebt je jas niet eens dicht.’ Een nonchalant schouderophalen is het antwoord. ‘Hoe warm is het daar?’ vervolg ik. ‘Vertel me eens wat meer.’ Ik ben best een beetje trots op mezelf als ik zie dat zijn gezicht opklaart nu ik interesse toon. ‘Er staat nog niets vast, maar waarschijnlijk vertrek ik volgend jaar mei of juni. In het begin van mijn periode is het wel te doen, maar in de echte zomermaanden kan het wel veertig graden worden.’ ‘Veertig graden! Ik hou van de zon, maar veertig graden… ik moet er niet aan denken.’ ‘Ik eigenlijk ook niet.’ Met een plotselinge beweging ritst hij zijn jack helemaal open, hij blijft staan en doet zijn ogen dicht. ‘Wat doe jij nou?’ ‘Ik concentreer me op de kou. Zodat ik het gevoel van kou kan oproepen als ik daarginds omval van de hitte.’ ‘Werkt dat?’ ‘Weet ik niet, het schoot me net te binnen, maar het lijkt me het proberen waard. Doe je mee? Geef me je hand.’ Met mijn ogen dicht reik ik hem mijn hand en ik concentreer me op wat ik voel. Mijn hand komt warm uit mijn jaszak, die van hem is koud, niet ijskoud, maar wel kouder dan koel. Mijn gezicht voelt kil, vooral de rechterkant, want van die kant komt de wind. De grond onder mijn voeten is hobbelig en omdat de zolen van mijn laarzen aan het verslijten zijn, zijn mijn voeten koud, mijn tenen zelfs ijskoud. Ook de lucht die ik inadem, is koud. Hij haalt me met een kus uit mijn concentratie en we wisselen onze indrukken uit. ‘Hoe jouw hand de mijne verwarmde, dat heb ik voor altijd op mijn harde schijf gezet,’ zegt hij. ‘Wat staat op jouw harde schijf?’ ‘Koud, warm, mei.’ ‘Mij, mij wat?’ ‘Nee, mei, de maand mei, dat zei je toch?’ 13
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 14
Hij knikt en ik vervolg: ‘Het is nu al bijna december, dus dan hebben we nog maar een halfjaar.’ ‘En daarna ons hele leven,’ voegt hij plechtig aan mijn woorden toe. ‘Als ik terugkom, ben jij vast al ergens als gediplomeerd orthopedieverpleegkundige aan het werk. Dan zoeken we samen daar in de buurt een leuk huisje voor ons. Hoe klinkt dat?’ ‘Prachtig,’ zeg ik. Maar in gedachten herhaal ik het woord als, als ik terugkom… Maar wat als er iets misgaat? Als hij een ongeluk krijgt? Of helemaal niet terugkomt? Rutger leest de gedachten van mijn gezicht af en slaat zijn arm om me heen. ‘Het komt allemaal goed, heb er maar vertrouwen in.’ Als antwoord leg ik mijn arm om zijn middel en zo lopen we verder tot we bij een cafeetje komen. ‘We gaan hier even iets drinken.’ Warmte, muziek en geroezemoes komt ons tegemoet als we de deur opendoen. Het is er gezellig druk. Hij bestelt een cappuccino, ik een warme chocolademelk. Wanneer ik terugkom van een toiletbezoekje, zit Rutger geanimeerd met een blonde man te praten. Ze kijken allebei op als ik eraan kom. ‘Rita, mijn vriendin,’ zegt Rutger met trots in zijn stem. ‘Ik ben Tim,’ zegt de man terwijl hij me een hand geeft. Rutger schuift er intussen een stoel voor mij bij. ‘Wat toevallig dat jij ook hier bent,’ zegt hij tegen Tim. ‘Kom je hier vaak? Ik haast nooit.’ ‘Dit is het beginpunt van mijn favoriete hardlooproute,’ antwoordt Tim. Daarna weidt hij uit over afstanden, kilometertijden en uithoudingsvermogen. ‘Sorry, Rita,’ zegt hij op een gegeven ogenblik, ‘ik vergeet soms dat niet iedereen een fanatieke hardloper is.’ ‘Ik hou ook van sporten, dus ga vooral verder.’ ‘Mooi. Kijk!’ Hij stroopt de mouw van zijn trui omhoog en laat zijn sporthorloge zien. ‘Nieuw. Tof dingetje. Kan ik ook mijn hartslag mee in de gaten houden.’ Blazend in mijn hete chocolademelk kijk ik naar Tim en Rutger. Ze zien er heel anders uit, maar lijken toch op elkaar. Waar zit ’m dat in? Ah, tuurlijk, Tim is ook militair. 14
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 15
Om het zeker te weten vraag ik het hem. ‘Ja, we zijn collega’s,’ zegt hij op een speciale toon. ‘Ja, ze weet het,’ zegt Rutger. Tim staat op en slaat Rutger kameraadschappelijk op de rug. ‘Dan laat ik jullie alleen.’ Bij mij vallen er twee kwartjes vlak na elkaar: Tim gaat ook naar Afghanistan. Rutger heeft met Tim over mij gepraat. Met een verontschuldigende grijns op zijn gezicht kijkt Rutger mij aan. ‘Tja, dat krijg je als er onder mannen over vriendinnen gepraat wordt.’ ‘Ik hou er niet van dat er over mij gesproken wordt als ik er niet bij ben.’ ‘Schatje, ik heb alleen maar over je opgeschept!’ zegt hij breeduit lachend. ‘Smiecht!’ Ik kan niet anders dan met hem meelachen. ‘Je lacht! Zo ken ik je weer.’ ‘Ik ben een open boek,’ zeg ik. ‘Dat ben ik altijd al geweest. En dat is best lastig.’ ‘Voor mij niet. Ik weet graag waar ik aan toe ben.’ ‘Ik geloof niet dat er, op mijn moeder na, iemand is die me beter kent. Maar ik heb het niet over jou. Het is lastig in mijn werk. Mijn stagebegeleider zegt dat het niet de bedoeling is dat patiënten de uitslag van een onderzoek van mijn gezicht af kunnen lezen.’ ‘Maar het is vast ook niet de bedoeling dat ze door een robot verpleegd worden.’ Er verschijnt een ober bij ons tafeltje. ‘Nog een koffie voor meneer en een chocolademelk voor mevrouw?’ vraagt hij. ‘Of iets anders? Van die meneer daar.’ Hij wijst naar Tim die met een groepje mannen bij het dartbord staat. ‘Dat is erg vriendelijk van die meneer,’ zegt Rutger. ‘Ik neem een biertje.’ ‘Voor mij nog een chocolademelk.’ Wanneer de ober weg is, vraag ik aan Rutger of het klopt dat Tim ook naar Afghanistan gaat. ‘Hij lijkt me een aardige knul.’ Rutger knikt. ‘Voor zover ik weet, is hij dat ook, maar ik ken hem 15
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 16
niet heel goed. Ik heb ook niet zoveel contact met hem, hij is bij de geneeskundige dienst. Voor jou natuurlijk wel interessant.’ De ober zet een glas bier voor Rutger neer. ‘Een biertje voor meneer, de chocolademelk komt zo.’ Rutger neemt meteen een grote slok. ‘Ober!’ roept hij tegen diens verdwijnende rug. ‘Geef de heren bij het dartbord er eentje van mij.’ Nog voordat mijn chocolademelk er is, heeft Rutger zijn glas leeg en kondigt hij aan dat hij naar het toilet moet. Ik haal mijn telefoon tevoorschijn om te kijken of er nog leuke mails of sms’jes zijn. Er is een mailtje van mijn vriendin Iris. Dat bewaar ik voor straks in de trein, de reis tussen Breda en Antwerpen duurt normaal gesproken een halfuur en dat is te lang om niets te doen, maar te kort om echt in een studieboek te duiken. Uit het groepje mannen bij het dartbord klinkt gelach op, iemand heeft blijkbaar iets grappigs verteld. Rutger staat er nu ook bij. Iemand heeft hem een glas bier in de hand gedrukt. Zo snel en gemakkelijk kunnen mannenvriendschappen dus ontstaan. Voordat Rutger drinkt, kijkt hij even naar mij. Toe maar, gebaar ik. Toch komt hij naar me toe. ‘Sorry, ik kan dit niet weigeren, er zijn mannen van mijn lichting bij. Ben zo terug.’ ‘Doe nou maar. Ik heb net een mail van Iris gekregen.’ ‘Wil je nog wat drinken?’ ‘Ik hoef geen chocolademelk meer, een warme wijn, kan dat?’ ‘Dat ga ik regelen. Ik hou van je,’ zegt hij bij mijn oor voor hij teruggaat. Wachtend tot de mail op het scherm verschijnt, denk ik aan Iris. Onze vriendschap begon van de ene minuut op de andere. Het was op de allereerste dag van mijn derde jaar op het vwo. Omdat de klassenmentor vond dat Rutger en ik wel erg veel bij elkaar hingen, werd ik dat jaar in een parallelklas geplaatst. Ik was vroeg naar school gegaan en bemachtigde een mooie plaats bij het raam. Terwijl ik wat kletste met mijn nieuwe klasgenoten, zag ik Iris voor het eerst. Ze stond te dralen in de deuropening. Een spichtig meisje met heldere ogen achter een bril met dikke glazen; maar ze droeg een T-shirt van mijn favoriete popgroep! Ik had zo’n zelfde shirtje een 16
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 17
paar weken geleden bij een festival gekocht. Ik sprong op en liep naar haar toe. ‘Kom mee, ik heb ook zo’n shirtje. Toffe groep. Naast me is nog een plaats.’ Ze keek me stralend aan, haar ogen waren helderblauw en haar glimlach maakte ineens een persoonlijkheid van haar. Ze ging aan het tafeltje naast me zitten. We trokken daarna het hele jaar samen of met z’n drieën op. Rutger kon het ook goed met haar vinden. Helaas bleef ze zitten en is ze naar de havo gegaan. Nu zit ze op de pabo en op woensdagmiddag wil ze nog weleens onverwacht in Antwerpen opduiken. Hey, begint het bericht van Iris, hoe gaat-ie? Ik heb je hulp nodig, ik zoek een Sinterklaas voor het feest a.s. vrijdag op mijn stageschool. Mijn pa zou het doen, maar hij krijgt dan net implantaten en is bang dat hij dan zijn reservegebit nog niet heeft. Of slist of zo. Iets voor Rutger? Vraag het hem alsjeblieft? Als alles goed gaat, sta ik woensdag rond vijven bij je op de stoep. Ik verwacht geen driegangendiner, maar een soepje? Ik breng lekkere broodjes mee, doei, Iris. Ik verheug me erop, maar vijf is te vroeg, ik werk tot zes, schrijf ik terug. Ze antwoordt meteen met een opgestoken duim. Lachend neem ik een slok warme wijn. Iris wil Rutger als Sinterklaas? Alleen al bij het idee moet ik lachen. Natuurlijk zal ik het hem vragen, maar ik zal ook maar alvast nagaan wie er van mijn mannelijke vrienden in aanmerking zou kunnen komen. Het zijn er maar een paar, want ik heb niet zoveel mannelijke vrienden. Wanneer we teruglopen naar de auto, vraag ik Rutger of hij Sinterklaas wil zijn op de stageschool van Iris. Tot mijn verrassing zegt hij dat hij erover zal denken. ‘Je bent helemaal geen type voor Sinterklaas. Veel te jong,’ lach ik. ‘Nou, met schmink, een lange baard en een mijter kun je van iedereen een Sinterklaas maken. Ja, ik zal het doen,’ zegt hij. ‘Voor Iris, want zij moet een beetje op jou passen als ik weg ben.’ En daarmee verdwijnt onze gewone vanzelfsprekende gesprekstoon en hangt het thema Afghanistan weer zwaar tussen ons in. Ook als hij mij later op de avond naar de trein brengt, is het dui17
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 18
delijk aanwezig. ‘Denk er maar niet te veel aan,’ zegt hij. ‘Jij ook niet.’ ‘Ik juist wel. Dat hoort bij de voorbereiding.’ Hij trekt me naar zich toe en we zoenen tot de trein eraan komt. Wanneer ik in Antwerpen ben, eisen werk en studie veel van mijn tijd en aandacht. Wat er aan de andere kant van de grens gebeurt, komt meestal pas in het weekend aan de beurt. De bezoekjes van Iris, Rutger of mijn moeder uitgezonderd. Op woensdagavond ben ik nog niet klaar met het bijwerken van de dossiers als het berichtje komt dat Iris al in Antwerpen is. Het is kwart voor zes. Tussen de bedrijven door laat ik haar weten dat ik nog even tijd nodig heb, ik moet nog wat foto’s opbergen. Geen probleem, antwoordt ze, de winkels zijn nog open. Het laatste jaar van de opleiding tot verpleegkundige bestaat voor het overgrote deel uit stage lopen, en ik zit sinds kort op de afdeling dermatologie. Niet mijn eerste keus. De dermatoloog bij wie ik werk, eist veel van zijn medewerkers, en ik vind het lastig om al die rode vlekken en bultjes die een mens kan hebben, van elkaar te onderscheiden. Vandaag was er een jongetje met een rode kring op zijn rug. Een erythema migrans, het gevolg van een tekenbeet, ik herkende het meteen. Zo een heeft Rutger ook gehad. ‘Dat is een erythema migrans,’ zei de dermatoloog die het spreekuur deed tegen de moeder van het jongetje. ‘Een wat?’ vroeg ze. De dermatoloog, een lange man die een voorliefde heeft voor dure auto’s, keek mij vragend aan. ‘Dat is een rode kring die wijst op de ziekte van Lyme,’ antwoordde ik. ‘Dat is correct.’ Daarna nam hij het gesprek over. ‘Sinds wanneer heeft hij die vlek? Je zou denken dat teken alleen in de zomer voorkomen, maar dat is dus een misvatting. Hier hebben we het bewijs.’ Ik moest een foto van de vlek maken. Naderhand vroeg hij me 18
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 19
wat ik nog meer wist. ‘Behandeling? Ziekteverloop? Bijzonderheden?’ Gelukkig kon ik wat feiten oplepelen. ‘De ziekte van Lyme wordt veroorzaakt door de Borrelia bacterie die via een besmette teek in het bloed komt. Behandeling met antibiotica, het ziekteverloop kan grillig zijn, huid, hart en…’ ‘Gewrichten. U vergat de gewrichten, maar voor nu volstaat uw antwoord. Foto met datum en naam in dossier opbergen.’ Blij met de goede indruk die ik gemaakt heb, bekijk ik de foto nog eens goed voordat ik die in het dossier stop. De volgende foto laat een oppervlakkig melanoom zien. Terwijl ik die aan het bestuderen ben, piept mijn telefoon. O ja, Iris. Snel berg ik de andere foto’s op en stuur haar een sms dat ik ook naar het centrum kom. Zwaaiend met een tasje van een modeketen komt ze me op de Meir tegemoet. Het magere meisje van de middelbare school is een slanke, knappe vrouw geworden, haar bril heeft ze ingewisseld voor lenzen en haar haren zijn lang genoeg om er allerlei ingewikkelde vlechten in te maken. Vandaag hangt het los, op haar hoofd een blauwe baret, en ze heeft handschoenen en een sjaal in dezelfde kleur. ‘Kijk eens wat ik gekocht heb!’ roept ze vrolijk. Ze straalt een en al enthousiasme en levenslust uit. Ik ben blij haar te zien en dat zeg ik haar ook. Onderzoekend kijkt ze me aan. ‘Is er iets?’ En dan gooi ik er, midden op de Meir, mijn verhaal en mijn angst om Rutger uit. Ze slaat haar arm om me heen en zegt, als ik helemaal uitgepraat ben, dat het toch allemaal zo erg niet is. Haar reactie maakt me boos. ‘Hoe kun je dat nou zeggen als hij maandenlang naar zo’n vreemd en gevaarlijk land moet? En misschien nooit meer terugkomt?’ ‘Sorry, Rita, maar je overdrijft behoorlijk. Ik begrijp dat je er niet blij mee bent en dat hoeft ook niet, maar je bent niet reëel. Kijk eens naar de militairen die er al geweest zijn. Die zijn toch allemaal gewoon weer thuis?’ 19
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 20
‘Niet allemaal,’ protesteer ik. ‘Oké, op een enkeling na dan. Statistisch gezien is de kans dat hem iets overkomt, echt heel klein.’ ‘Maar de kans bestaat.’ ‘Ja, dat is zo, maar daar moet je niet van uitgaan. Je moet positief denken. Aan leuke dingen denken, iets ondernemen en dan is die tijd zo voorbij.’ Ik wil weer protesteren, maar doe het niet. Iris bedoelt het goed. De etalageruit van een schoenenwinkel weerspiegelt onze gestalten. We zijn allebei even groot, maar Iris lijkt veel groter omdat ze mooi rechtop staat en ik er met hangende schouders naast sta. Ik recht mijn rug. Genoeg zelfmedelijden gehad, denk ik terwijl we in de richting van de bushalte lopen. Ineens blijft ze staan. ‘Wanneer gaat hij?’ ‘Dat duurt nog een poos. Mei volgend jaar.’ ‘O, hè, gelukkig, dat duurt nog even. Super dat hij Sinterklaas wil zijn, want weet je, ik wil graag op deze school blijven. Het is een fijne school en ik hoop dat mijn organisatietalent hen over de streep trekt.’ Bij het woord organisatietalent trek ik plagend mijn wenkbrauwen op. Het gebeurt haar nogal eens dat ze ergens iets laat liggen. ‘Doe niet zo flauw,’ zegt ze. ‘Er hangt al een poos een sjaal van jou bij mij aan de kapstok.’ ‘Al vergeet ik weleens iets, ik kan best dingen regelen en oplossingen bedenken!’ ‘Dat is zo.’ ‘Ik ben best wel zenuwachtig. Het is al overmorgen. Ik speel voor Piet.’ ‘Vertrouw maar op Rutger, hij zal echt geen roet in het eten gooien.’ ‘Jij boft maar. Waar blijft de bus? Ik krijg honger. Wat eten we?’ ‘We eten erwtensoep, goed? Mam heeft me een dubbele portie meegegeven.’ Ik moet lachen als ik haar hartgrondige ‘Lekker!’ hoor. ‘Ik hou van stevige winterkost en jouw moeder kan lekker koken,’ gaat ze verder. ‘Veel beter dan de mijne.’ 20
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 21
‘Haar erwtensoep is inderdaad goed,’ beaam ik. ‘Maar als ze gerechten uitprobeert die ze op de televisie ziet, is het soms niet te pruimen. Dat doet ze heel erg uit de losse pols.’ ‘Het is bijna sinterklaas, geef haar een schrijfblok. Of een kookboek,’ zegt Iris lachend. ‘Ik heb voor mijn moeder een mooi vest gekocht. Kijk.’ Ze houdt het tasje open. ‘Het is te donker, ik zie alleen iets grijzigs.’ Als ze het vest eruit wil halen, komt de bus, en daar is het zo druk dat we niet verder praten. ‘Wat vindt Rutger ervan?’ vraagt Iris wat later. Ze staat in de keuken van het studentenhuis in de soep te roeren terwijl ik in het keukenkastje naar schone borden zoek. ‘Waarvan?’ ‘Afghanistan. Hem kennende heeft hij er wel zin in.’ Met een klap gooi ik het kastje dicht. Iris kijkt op. Snel voegt ze eraan toe dat hij mij wel vreselijk zal gaan missen. Ik hum maar een beetje als antwoord, maar als ze zegt: ‘Kom maar bij mij uithuilen als je het moeilijk hebt,’ besef ik pas hoe waardevol onze vriendschap is. Ik krijg er een dikke brok van in mijn keel, draai het gas dicht en zet de pan op tafel. ‘Dat is dus waarom hij voor jou Sinterklaas wil spelen.’ ‘Dat is lief van hem.’ Na een poosje zegt ze: ‘Ik zou ook best een Rutger willen hebben.’ Nadenkend buig ik me over mijn bord soep. Hoe moet ik hierop ingaan? Is haar dit ontglipt? Ze heeft het nog nooit ronduit gezegd, maar ik weet dat ze al een aantal jaren naar de ware jakob verlangt. Op luchtige toon zeg ik: ‘Zullen we een keertje bij de kazernepoort gaan staan?’ ‘En dat ik dan een bordje om mijn nek hang,’ vult ze lachend aan. ‘Nee, zo wanhopig ben ik nog niet. Is er nog soep?’ * Het is bijna sinterklaas. Op het televisiescherm klimt een door Pieten geflankeerde Sinterklaas op een schimmel en rijdt het beeld uit. Op 21
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 22
de achtergrond zingen kinderstemmen over hoe het paardje trippeltrap over de daken gaat. Ja, ik hou van sinterklaas, al bezorgt het feest me soms een dubbel gevoel. Het is leuk om passende cadeautjes te zoeken en gedichten te maken. Voor Iris ben ik een sprookjesboek en een cd met sinterklaasliedjes aan het inpakken. Bij Iris valt dat zeker in de smaak. Ik geniet van de gezelligheid van het feest, maar de herinnering aan dat ene jaar werpt er nog altijd een schaduw overheen. Ik was zes jaar en geloofde nog zonder vraagtekens in het bestaan van de Sint. Samen met mijn moeder maakte ik mijn verlanglijstje. ‘Vader’ had ik doorgestreept omdat mam zei dat Sinterklaas wel dingen als speelgoed en kleren bracht, maar nooit mensen. Hamsters, zei ze, bracht hij soms wel. En boeken, jurkjes en pyjama’s ook. ‘Van Disney?’ vroeg ik. ‘Misschien wel,’ zei mam. Ik schreef er nog stickers, chocola en een toverstaf bij en legde het verlanglijstje met een dikke wortel in mijn schoen. Een paar dagen later bracht de postbode een pakketje met een prinsessenjurkje erin. Mam werd woest en het jurkje moest terug. Wat ik natuurlijk niet begreep. Ik huilde tranen met tuiten. ‘Sinterklaas heeft zich vergist, het is voor een ander kind,’ zei mam. Het jaar daarna kwam ik erachter dat het hele sinterklaasfeest één groot bedrog van de volwassenen was, maar het duurde nog een aantal jaren voordat ik de link legde van het jurkje naar de vader die van ons weggelopen was. Nog steeds is het onderwerp ‘vader’ voor mam taboe. Ze is voor mij de beste moeder die ik me maar kan wensen, maar over de man die ooit haar echtgenoot was, wil ze absoluut niet praten. Toen ik zestien was, heb ik in mams spullen geneusd; ik moest en zou weten van wie ik afstam. In de la waarin ze het afgesloten kistje met haar belangrijke papieren bewaart, lagen vier oude elpees van de Beatles en een vergeelde krant waarin mijn geboorte werd aangekondigd. Ik werd er niet veel wijzer van. Dat mijn vader Visser heet, wist ik natuurlijk, want zo heet ik ook. Maar hoeveel mensen heten niet Visser? Dat ik mijn voornaam waarschijnlijk aan een 22
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 23
liedje van de Beatles te danken heb, bracht me ook niet veel verder. Bij Lovely Rita, meter maid, stonden twee uitroeptekens, bij Lucy in the sky with diamonds stond er een en bij Michelle stond er ook een. Ik had dus ook Lucy of zo kunnen heten. Daarna heb ik het thema ‘vader’ nog maar één keer aan durven snijden. Dat was na de uitreiking van mijn vwo-diploma. Rutger, ik en de andere eindexamenkandidaten zaten vooraan in de aula en mam ergens in het midden van de zaal met de ouders van Rutger. De rector las een voor een de namen van de geslaagden op en vertelde over iedere geslaagde iets persoonlijks. Van Rutger zei hij dat hij een uitstekende militair zou worden, hij had er het hoofd en het lichaam voor. Ik was benieuwd wat hij van mij zou zeggen. Toen ik me, terwijl ik wachtte tot de rector eindelijk bij de V was, even omdraaide, keek ik recht in de ogen van Rutgers vader. Zijn trotse blik raakte me en mijn onbekende vader flitste door mijn hoofd. Wie was hij? Waar was hij? Zou hij trots op mij zijn geweest als hij nu hier was? Maar nee, hij gaf niet om ons, hij had ons in de steek gelaten. Hoe? Wat? Waarom? De enige die daar een antwoord op kon geven, was mam die altijd maar haar mond stijf dichthield. Waarom wilde ze nooit over hem praten? Om mij geen verdriet te doen? Nu was ik achttien, oud genoeg voor de waarheid. Ik nam me voor haar bij thuiskomst er opnieuw naar te vragen. ‘… grote talenknobbel! Veel succes bij je studie verpleegkunde in Antwerpen,’ zei de rector. Rutger gaf mij een duwtje met zijn arm. Dat ging over mij, verdorie, de helft gemist. ‘Talenknobbel’ zei hij van mij. Met talen heb ik geen moeite en ik heb een goed geheugen voor woordjes. Fotografisch geheugen, zegt Rutger, maar dat is volgens mij toch iets anders. Thuis, met de bloemen in de vaas en het diploma op de kast, aten we samen taart. Mam was vrolijk en blij, ze complimenteerde me met mijn puntenlijst en beloofde me een stedentripje als cadeau. ‘Ik heb nog niet geboekt, Londen, Parijs, Berlijn, Barcelona… kies jij maar.’ Op dat ogenblik trok ik de stoute schoenen aan. ‘Dat is erg lief van je, mam, maar er is iets wat ik nog liever zou willen.’ 23
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 24
Ik wachtte even, en zag haar gezicht betrekken. Ze wist al wat ik ging vragen, maar ik zette door, al wist ik dat ik dit unieke moment zou bederven. ‘Mam, ik weet dat je het niet leuk vindt, maar ik hoop dat je daar vandaag overheen kunt stappen. Ik wil meer weten over mijn vader. Toen ik daarstraks in de aula al die trotse vaders zag, vroeg ik me af of hij trots op mij zou zijn. Ik weet niets van hem!’ ‘Hij hoeft niet te weten dat je geslaagd bent!’ stootte ze er boos uit. ‘Hij, trots zijn op zijn slimme dochter? Dat gun ik hem niet, dat gebeurt niet.’ Geagiteerd schudde ze haar hoofd. ‘Vergeet het maar! Ik heb je opgevoed, ik moest maar zien hoe ik de touwtjes aan elkaar geknoopt kreeg. Geen sprake van. Hij vertrok van de ene op de andere dag en toen stonden de deurwaarders op de stoep.’ ‘Deurwaarders?’ herhaalde ik geschrokken. ‘Liet hij jou met schulden achter? Dat wist ik niet.’ Nijdig zei ze: ‘Wat denk je, dat ik ’s avonds voor de lol kantoren ging schoonmaken?’ Ze haalde diep adem en zei toen langzaam: ‘Jouw vader was een slappeling. Hij liet mij met alles zitten. Voor jou heb ik nog nooit een cent ondersteuning gehad. Zo, nou weet je het.’ Ik las zoveel pijn, verdriet en verbittering in haar ogen, dat ik naar adem snakte en begon te huilen. Ze stond op, sloeg een arm om me heen. Van het ene op het andere moment sloeg haar boosheid om in bezorgdheid om mij. Zacht zei ze: ‘Lieverd, dit had ik je willen besparen, ik weet dat je op een goede vader hoopte, maar helaas is hij dat niet.’ Deze ene keer begreep ze me verkeerd. Ik huilde om haar, niet om mij. Ze stond op en terwijl ze de woonkamer verliet, zei ze op een nare toon: ‘Mijn opvolgster zal daar intussen ook wel achter zijn.’ Voordat tot me doordrong dat ze eigenlijk zei dat er een andere vrouw in het spel was, ging de deur van de badkamer op slot en hoorde ik water stromen. Omdat het haar zo aangreep, heb ik er nooit meer naar gevraagd, maar bij sommige gebeurtenissen, zoals verjaardagen, Kerst en nu 24
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 25
met Sinterklaas, spoken de vragen rond mijn onbekende vader weer door mijn hoofd. Hoe kon hij zo’n lieve vrouw als mijn moeder in de steek laten? Ze ziet er, nu ze de vijftig gepasseerd is, goed uit, maar vroeger was ze echt knap. Bovendien doet ze geen vlieg kwaad. En het doet me pijn dat hij mij op tweejarige leeftijd achterliet en nooit meer naar me omkeek. Op dat sinterklaascadeau na, dat prinsessenjurkje… Toen heeft hij dus wel aan mij gedacht. Lijk ik op hem? Heeft hij ook donker haar en donkere ogen? Die zware wenkbrauwen moet ik wel van hem hebben, want mam heeft die niet. Misschien ben ik hem al tientallen keren tegengekomen zonder hem te herkennen. De aankondiging van het nieuws haalt me uit mijn gemijmer. Er is dit jaar alweer meer gekocht. Computerspul, kleren en geurtjes. Ik heb voor mam de tip van Iris opgevolgd, geen kookboek, maar ik heb haar aangemeld voor een kookworkshop. Ze kan zelf kiezen of ze taarten of brood wil bakken of toch liever Italiaans of Indonesisch koken. Ik heb me laten vertellen dat koken en bakken erg in trek is, zeker bij vrouwen. Voor Rutger heb ik een verrassing: een weekendje wintersporten in Winterberg. Dan kan hij nog eens echt van de kou genieten. Ik neem wel een extra trui mee. Vrijdagavond staat hij me op te wachten op het station. Ik zie zijn rossige haar al van ver. ‘Dag schat, hoe was je week?’ ‘Hard gewerkt en veel geleerd. Tekenbeet, allergie, melanoom, psoriasis, acne,’ som ik op. ‘Laat maar, dat hoef ik niet allemaal te weten, ik krijg al jeuk als ik het hoor.’ ‘Dermatologie is mijn ding ook niet, maar het is toch wel interessant. En handig ook, hoor, als je weet hoe je insectenbeten en zo moet behandelen.’ ‘Ik hoorde dat Iris bij je was geweest.’ Mijn hoofd is nog bezig met allerlei huidziekten, ik moet heel even schakelen. ‘Iris?’ 25
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 26
‘Dat zei ze vanmiddag.’ Hij neemt mijn weekendtas over. ‘Vanmiddag. Ik was bij haar op school.’ ‘O ja, jouw debuut als Sinterklaas. Hoe is het gegaan?’ ‘Heel goed.’ Grinnikend geeft hij me zijn telefoon. ‘Kijk maar.’ Op de foto, die ergens buiten genomen is, zwaait hij naar de camera, compleet met mijter, baard en tabberd. Zijn sproeten zijn prachtig weg geschminkt. In plaats daarvan heeft hij rimpels gekregen, die het helemaal afmaken. ‘Wow, wat echt.’ Hij lacht. ‘Ja, maar het was alleen een beetje dom dat ik mijn telefoon aan had laten staan en dat hij afging toen de kinderen voor mij aan het zingen waren.’ ‘Haha, ik zie het voor me.’ ‘Maar Iris loste het heel handig op. Ze zei: “Dat is vast de Hoofdpiet die u wil spreken. Ik denk dat hij op de gang staat.” Terwijl zij snoep uitdeelde, kon ik even naar de gang om daar onder die jurk in mijn broekzak naar mijn telefoon te grabbelen.’ ‘En verder?’ vraag ik als we in zijn auto zitten. ‘Mijn week, bedoel je?’ Ik knik. ‘Voorbereiding voor Afghanistan.’ Meer zegt hij niet, maar ik zie het als een uitnodiging om er dieper op in te gaan. ‘Bijvoorbeeld?’ ‘De bekende kost, schietoefeningen, conditie op peil houden. We trainen ons fysiek het leplazarus. Daarnaast krijgen we informatie over het land, wat we daar wel en niet van de bevolking kunnen verwachten, wat we daar wel en niet kunnen en mogen doen.’ Hij start de motor en rijdt de straat in. ‘Nou weet ik nog niks, wat kun je daar wel, wat mag wel en wat niet?’ ‘Het is een vredesmissie.’ ‘Ja, en?’ Hij zwijgt. Er kruipen rode blossen van zijn hals omhoog naar zijn wangen. ‘Sorry, liefje, maar ik mag niet uitweiden over wat ik daar precies ga doen. En geloof me, het is echt beter als je dat niet weet.’ 26
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 27
‘Belachelijk! Wat een geheimzinnig gedoe. Alsof ik dat in de krant ga zetten. Ik wil gewoon weten wat jou te wachten staat.’ Zijn wangen worden zo mogelijk nog roder. ‘Wat verberg je voor me?’ val ik uit. Ik zie hoe hij met zijn handen het stuur omklemt. ‘Niets. Mijn ouders weten ook niet meer dan jij.’ ‘Je liegt. Vertel me wat er is,’ zeg ik dwingend. We rijden onze straat in en hij stopt voor ons huis. Er brandt licht in de woonkamer. Mam zit met een boek, ze kijkt naar buiten, ziet ons en steekt haar hand op. Al die tijd zegt Rutger niets. ‘Het is moeilijk,’ zegt hij aarzelend. ‘Beloof me niet te flippen.’ ‘Beloofd,’ zeg ik, al bezorgen zijn woorden me een koude rilling. ‘Ik moet een formulier invullen voor als er toch iets mis zou gaan.’ Ik staar hem aan. Hij knikt. ‘Voor mij ook heftig, ja.’ Voor hem ook heftig. Ik slik mijn angst weg en het lukt me om op gewone toon te vragen of hij wil dat we dat samen doen. Opgelucht kijkt hij me aan, ik zie dat er een last van hem af valt. ‘Ik heb er al even naar gekeken,’ zegt hij, met zijn hand zijn voorhoofd wissend. ‘Bij de vraag naar welke muziek bij mijn begrafenis gespeeld moet worden, haakte ik af.’ Mijn adem stokt in mijn keel en ik kan me maar net goed houden. ‘Dat is logisch. Zullen we dat later vanavond doen? Mam wacht op me.’ Zijn handen trillen op mijn schouders als hij me een kus geeft. Ik stap uit en hij rijdt weg. Pas wanneer de voordeur achter me dichtvalt, geeft mijn zelfbeheersing het op. Hijgend leun ik tegen de deur en het duurt een poosje voor ik zover ben dat ik mam kan begroeten. Hakkelend begin ik mijn verhaal, maar als eenmaal het woord ‘begrafenis’ is gevallen, stromen de tranen over mijn wangen. Mam kijkt me met een bezorgd gezicht aan. ‘Ach meisje toch,’ zegt ze, als ik uitgepraat ben, ‘ik kan wel zeggen dat het allemaal zo’n vaart niet loopt – en dat dat zo is, weet jij ook – maar ik ken je, dat heeft nu geen zin.’ Ze neemt me mee naar de keuken en zet een kop thee voor me neer. ‘Je moet nu sterk zijn, 27
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 28
voor Rutger. Ik weet dat je dat kunt. Kom, drink je thee op, was je gezicht en ga even rusten. Hij heeft iemand nodig op wie hij kan bouwen.’ Na een hazenslaapje en een douche ga ik redelijk fris naar beneden, waar ik Rutger met mam in de keuken bij een pot koffie verwacht aan te treffen. Ik heb het mis. Rutger is er niet en mam zit in haar eentje in de woonkamer te lezen. ‘Is hij er nog niet?’ Ze kijkt op van haar boek en wijst naar mijn telefoon die op tafel ligt. ‘Je hebt een berichtje.’ Twee berichten van Rutger. Ik krijg net onverwacht bezoek van een paar maten van mij (o.a. Tim). We gaan biljarten. Kom je ook? Tweede bericht. Heb het formulier nog eens bekeken. Invullen heeft nog tijd zat. Doen we later. Kom je? R. ‘Of ik kom biljarten met zijn maten, vraagt hij,’ zeg ik tegen mam. ‘Daar hoef ik niet lang over na te denken. Nee dus, zeker nu niet. Ik blijf hier. Bij jou.’ ‘Gezellig.’ Ze klapt haar boek dicht, maar slaat het meteen weer open. ‘Weet je dat zeker?’ ‘Hij heeft nu meer aan een avondje biljarten met zijn vrienden dan de hele avond met mij over zijn begrafenis te moeten nadenken.’ ‘Ik denk dat je daar gelijk in hebt. Zullen we tv-kijken? Er is een leuke quiz op.’ ‘Doen we.’ Mam zet de quiz op, haalt ergens nootjes vandaan en ik stuur Rutger een sms’je terug. Nee, ik kom niet. Beter zo. Kun jij lekker biljarten en ik met mam naar die televisiequiz kijken die jij zo vervelend vindt. Kus, Rita. Met een pot thee tussen ons in beginnen we aan een gezellige en ongecompliceerde avond bij de televisie. Onze favoriete deelneemster doet het goed en bij de pauze zit ze er nog steeds in. Mam informeert naar mijn stage op de dermatologie terwijl op de achtergrond de reclameboodschappen over het scherm rollen. Het valt me op dat ze heel wat aandachtiger luistert naar wat ik over vlekken, kringen 28
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 29
en bultjes vertel dan Rutger, en ze vraagt of ik verschil kan zien tussen een moedervlek en huidkanker. ‘Dat leer ik dus nu. Ik weet wel dat een melanoom grilliger van vorm is.’ Ze knoopt haar blouse een stukje los en trekt haar ondergoed wat opzij. ‘Test,’ zegt ze en ze laat me een ronde, gepigmenteerde vlek zien. ‘Wat is dit?’ ‘Dat is een moedervlek, die heb je daar al zolang ik weet.’ Omdat ze geen antwoord geeft, buig ik me wat verder naar haar toe, waarbij ik de vertrouwde geur van haar huid en haar zachte parfum ruik. De vorm en de kleur zijn niet onrustig, zeg ik bij mezelf. Omdat ze mijn moeder is, begin ik te twijfelen. ‘Het lijkt op een moedervlek, een naevus-nog-wat, maar ik ben geen dokter en als hij groter is geworden, moet je er echt even mee naar de dokter.’ Nog altijd zegt ze niets. Mijn hartslag gaat omhoog terwijl ik de vlek opnieuw bestudeer. ‘Volgens mij is het echt een onschuldige moedervlek, maar laat het toch maar even controleren.’ ‘Je bent geslaagd,’ zegt ze lachend. ‘Ik heb het laten controleren en het is een gewone moedervlek.’ ‘Dat was echt niet leuk van je! Omdat jij zweeg, begon ik te twijfelen en dacht dat ik het mis had. Ik schrok me rot.’ ‘Sorry, dat was niet de bedoeling. Maar je had het helemaal goed. Je zou best goed zijn in huidziekten, zeker met jouw geheugen.’ Ik schud mijn hoofd. ‘De huid is een interessant orgaan, maar om uit te zoeken welk zalfje voor welk vlekje is, daarvoor boeit het me niet genoeg. Dan ga ik nog liever naar cardiologie, al zit het hart wel erg vanbinnen. Nee, geef mij het bewegingsapparaat maar. Het complexe functioneren van botten, spieren en pezen in verschillende gewrichten vind ik interessant. Botbreuken immobiliseren, spalken, gipsen, bandageren, iemand weer op de been krijgen na een heupof een knieoperatie, dat soort dingen geeft me voldoening. Dat ze dan zonder pijn en op eigen benen de deur uit gaan en dat je daaraan meegeholpen hebt, snap je?’ ‘Ik snap het helemaal. Je wilt graag het resultaat van je werk zien. 29
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 30
Dat stimuleert je. Eigenlijk wist ik dat al, want dat past bij je, dat was vroeger al zo.’ ‘Is dat zo?’ vraag ik me hardop af. ‘Daar heb ik eigenlijk nooit bij stilgestaan.’ ‘Weet je niet meer dat je van fiets- en wandeltochten altijd precies wilde weten hoe ver het was?’ Ik haal mijn schouders op. ‘Dat is toch niet gek?’ ‘Dat is het ook niet, maar het is typisch iets voor jou.’ ‘Je bedoelt dat ik een duidelijk doel moet hebben? Dat geldt toch voor iedereen?’ ‘Misschien, maar voor jou in elk geval wel. Judo bijvoorbeeld, de lessen vond je leuk, maar het doel was het halen van de volgende band.’ Ik kijk haar aan, open mijn mond om daarop te reageren, want ik ging helemaal niet zo graag naar de judo. Zeker in het begin niet. Ik wilde op ballet, dansen in zo’n mooi roze pakje. Maar dat was duur. Bovendien kon mam me niet halen en brengen en zodoende ging ik met Rutger mee naar de judo. Ik doe mijn mond weer dicht, oude koeien uit de sloot halen heeft geen zin. Ik wijs naar de televisie. ‘De quiz gaat verder, kijken we weer?’ ‘Zeker,’ zegt ze, en met af en toe een losse opmerking kijken we de quiz af en gaan daarna naar bed. De laatste week van het jaar rijden Rutger en ik naar het Sauerland. We hebben daar een wintersportvakantie geboekt in een eenvoudig hotel in de buurt van Winterberg. Het is zowel mijn sinterklaascadeau voor Rutger als zijn cadeau voor mij. Zo grappig dat we allebei hetzelfde dachten, nou ja, bijna hetzelfde. Hij had voor mij een lang weekend met een zonbestemming in gedachten, terwijl ik voor hem aan Winterberg dacht. Na wat heen en weer praten en overleggen hebben we een hele week wintersporten kunnen regelen. Rutger heeft in het leger vaak ook oefeningen in de winter. Hij verheugt zich op het skiën, maar eerlijk gezegd ben ik blij dat er nu nog te weinig sneeuw ligt. Omdat ik nog nooit geskied heb, zal ik 30
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 31
een blok aan zijn been zijn. Voor mij is het samenzijn belangrijker dan die lange latten. Misschien kunnen we morgen meteen al een flinke wandeling maken. Voor de dagen daarna is er kans op sneeuw. Ik strijk mijn nieuwe trui glad. Het is mams sinterklaascadeau. Rood met wit, een sportief model van een nogal prijzig merk. Gelukkig kan ik hem ook gewoon door de week dragen. Mam was blij met de bon van de kookworkshop die ik haar gaf. ‘Wat een origineel cadeau,’ zei ze. ‘Ik voel wel iets voor die rijsttafels.’ ‘Origineel?’ plaagde Rutger. ‘Louter eigenbelang, je weet hoe dol Rita is op Indisch eten.’ Ik werp een blik opzij. Rutger draagt een legertrui in de welbekende groene kleur; toevallig staat die kleur goed bij zijn rode haar. Hij humt mee met de cd van Adele die ik van Iris voor sinterklaas gekregen heb. ‘Heb je er zin in?’ vraag ik. Hij geeft geen antwoord. ‘Ik vroeg of je er zin in had.’ ‘Sorry, ik was naar de muziek aan het luisteren. Wat zingt die meid goed. Misschien is dat wat.’ Hij kijkt me aan, schudt zijn hoofd en richt vervolgens zijn ogen weer op de weg. ‘Nee, toch maar niet. Dan is die muziek voor altijd, hoe zeg je dat, “besmet”?’ Ik hoef niet lang na te denken om te begrijpen waar hij het over heeft: de muziek die op zijn begrafenis gespeeld zou moeten worden. Sinds ik weet dat hij zijn wensen op papier moet zetten, blijft het door mijn hoofd spoken. En hij is er dus ook meer mee bezig dan hij laat merken. ‘Besmet, ja, inderdaad, zo heb ik dat nog niet bekeken. Dat je die muziek dan altijd verbindt met… met…’ hakkel ik. Ik kan het woord doodgaan niet uit mijn mond krijgen. ‘Met dát, daarmee dus.’ Met zijn hand raakt hij even mijn wang aan. ‘Sorry, liefje, ik had beter mijn mond kunnen houden.’ ‘Nee, niet. Dat is de kop in het zand steken.’ Ik moet een paar keer slikken voor ik het thema echt kan openbreken. ‘Ik zou voor mijzelf iets van Enya kiezen, en Everybody hurts van REM. Of James Blunt. 31
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 32
Maar dat vind jij waarschijnlijk te soft.’ ‘Dat klopt. En Who wants to live forever, of The show must go on, wil ik ook niet. Dan zie ik steeds Freddy Mercury voor me.’ Ik pak de hoes van de cd van Adele, maar voordat ik alle titels gelezen heb, leg ik hem weer weg. ‘Al besmet?’ vraagt hij. ‘Een beetje.’ Hij haalt een vrachtwagen in en rijdt weer naar de rechterbaan. In de berm liggen resten oude sneeuw. ‘Tim heeft Moby en Eric Clapton,’ zegt hij op een gegeven ogenblik. Mijn mond valt open. Dat hij er überhaupt met iemand over gepraat heeft, verbaast me en dat die persoon Tim is, verbaast me nog meer. Staat hij op zo vertrouwelijke voet met Tim? Hij ziet mijn verbazing en met die grijns die ik zo goed ken, zegt hij: ‘Dat gebeurt als mannen lang biljarten en veel bier drinken. Te veel bier drinken.’ Het beeld van Tim verschijnt op mijn netvlies. Wat weet ik van hem? Hij is blond en rustig. En hij werkt bij de geneeskundige dienst. ‘Tim lijkt me wel oké, Tears in heaven van Eric Clapton ook, maar Moby?’ Nu kijkt hij verbaasd. ‘Ben je niet boos?’ ‘Waarom zou ik?’ zeg ik, alsof het me niet steekt dat hij dat soort persoonlijke dingen met iemand anders heeft besproken, en tegen mij zei hij dat er tijd genoeg was, dat we het er later wel over zouden hebben. Ik heb er uren over gepiekerd, maar ik laat me niet kennen. Ik weet zelfs een lachje te produceren. ‘Dat is dan mooi.’ Hij zet de cd van Adele af. ‘Bewaar deze toch maar.’ Daarna is het een hele poos stil in de auto. ‘Welke bloemen vind je mooi?’ vraag ik. ‘Gewoon,’ zegt hij schokschouderend. ‘Van alles wat.’ ‘Wat is gewoon? Wat is van alles wat?’ ‘In elk geval geen rozen,’ antwoordt hij knorrig. ‘Ander thema?’ ‘Graag!’ 32
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 33
We naderen het wintersportgebied. ‘Veel sneeuw is er nog niet te zien.’ ‘Wacht maar tot je de Kahler Asten ziet. Daar ligt echt wel wat.’ ‘Maken we vandaag nog een wandeling?’ ‘Dat is goed. Inchecken, wandelen en dan leer ik je morgen skiën. De weerman heeft nieuwe sneeuw voorspeld, dus dat komt mooi uit.’ Bij de wandeling merk ik pas hoe goed Rutgers conditie eigenlijk is. In een behoorlijk tempo loopt hij de heuvel op zonder dat er ook maar iets verandert aan zijn ademritme. Zijn tred is soepel en krachtig. Als ik probeer hem bij te houden, kom ik adem tekort. ‘Volg je eigen tempo, ik wacht boven op je.’ Maar ik geef niet toe. Vroeger judode ik net zo goed als hij. Half rennend loop ik achter hem aan over het pad dat hier en daar glad is door de platgelopen sneeuw. ‘Wees toch niet zo eigenwijs, zo put je jezelf helemaal uit,’ zegt hij, wanneer hij me hoort hijgen. ‘Dat is nergens voor nodig. Je weet dat ik op je wacht.’ ‘Ik sport minstens twee keer in de week en ik pak de fiets wanneer dat maar mogelijk is, dan moet ik toch een heuveltje op kunnen? En als je zo ver voor me uit loopt, kunnen we niet praten.’ ‘Dus je wilt praten?’ ‘Ja. En wandelen.’ Hij blijft staan en trekt me tegen zich aan. ‘Strebertje.’ Hij heeft zijn jas weer open hangen, zodat ik zijn hart hoor kloppen, het gaat merkbaar langzamer dan het mijne. ‘Vergelijk je niet met mij, vergelijk je met je collega’s, met je vriendinnen, met Iris, maar je vergelijken met een militair is niet reëel.’ ‘Ja, je hebt gelijk, ik geef het toe. Maar vroeger –’ Hij smoort mijn woorden met een kus. ‘Waar wil je over praten? Hebben we vanmorgen in de auto niet al genoeg gepraat? Het belangrijkste is dat je weet dat ik van je hou.’ Langs mijn hoofd heen kijkt hij naar de heuveltop. ‘En dat ik altijd op je wacht.’ Plagend trekt hij mijn muts ver over mijn oren en zet weer de pas erin.
33
224 Een verre vriend nw. stramien 7-3-2019_Romanserie stramien 07-03-19 15:48 Pagina 34
’s Nachts valt er een laagje sneeuw. ‘Precies wat we nodig hebben,’ zegt Rutger enthousiast. Van op ons gemak ontbijten is geen sprake meer, hij wil gaan skiën! Omdat ik wil dat hij in Afghanistan kan teren op de herinnering aan een koude, sportieve en fantastische week, eet ik snel mijn broodje op en trek skikleding aan. Kortom, ik volg hem in alles. Behalve wanneer ik met knikkende knieën boven op een berg uit de stoeltjeslift stap en de helling zie die voor me ligt. Andere skiërs suizen langs me heen of ze dalen in elegante bochten af. Het ziet er simpel uit, maar ik ben er inmiddels achter dat het dat niet is. Het is echt niet eenvoudig om de ski’s te laten doen wat ze moeten doen. ‘Deze helling? Dat meen je niet!’ ‘Het lijkt moeilijker dan het is. Het is een blauwe afdaling, de blauwe zijn het gemakkelijkst.’ ‘Dat ga ik niet doen, dat kan ik niet.’ ‘Je kunt het wel, je hebt er aanleg voor, dat heb ik allang gezien. Vertrouw maar op mij, doe mij maar gewoon na.’ Hij glijdt een stukje omlaag, wacht en kijkt of ik volg. En ik volg. Uiteraard. Want ik hou van hem.
34
S
tudente Rita heeft een relatie met een militair die wordt uitgezonden naar Afghanistan. Niet alleen hem moet ze missen, maar ook haar vader, die ze nooit heeft gekend. Ze probeert te weten te komen wie hij is en hoopt hem te ontmoeten.
Een verre vriend is een prachtige comingof-ageroman over een jonge vrouw die met vallen en opstaan haar weg vindt in het leven. Marleen Schmitz schreef eerder onder meer Late lente, Zwarte ogen, groene ogen en Zand en zilver.
Een verre vriend
Wanneer Rita’s vriend beschadigd terugkeert uit Afghanistan, verbreekt hij de relatie. Ook krijgt ze het bericht dat haar vader is overleden, voor ze hem ooit heeft kunnen zien. Haar leven staat op zijn kop. Ze beseft dat het hoog tijd is om zich echt te richten op haar eigen leven, in plaats van op anderen. Maar op eigen benen staan is niet zo makkelijk.
MARLEEN SCHMITZ
Als ze ĂŠcht in de bloei van haar leven wil komen, moet ze op eigen benen gaan staan
MARLEEN SCHMITZ
Een verre vriend
ISBN 978 94 0191 511 3 NUR 344
9 789401 915113 w w w. r o m a n s e r i e . n l
Roman