I
n 1965 werd de Alblasserwaardse veevoer- en fouragehandelaar Arie Blokland op brute wijze vermoord. De dader, een boer uit Groot-Ammers, had een gewiekst plan bedacht om uit handen van de politie te blijven, maar werd uiteindelijk gepakt door onmetelijk domme beslissingen. Zo bewaarde hij onder andere 39 aardappelen met bloed erop. Waarom weggooien, zal hij gedacht hebben, als ze nog heel goed eetbaar zijn? Waar Moord in de Alblasserwaard het verhaal vertelt van het slachtoffer, neemt Jan W. Klijn de lezer in dit boek mee in de belevingswereld van de moordenaar: van de moord tot het leven in de gevangenis. Jan W. Klijn kreeg de kans om uniek archiefmateriaal over de zaak-Arie Blokland door te nemen ten behoeve van Onrecht in de Alblasserwaard, de spiegelroman van zijn boek Moord in de Alblasserwaard, dat in 1994 verscheen. In deze roman verplaatst hij zich in de beweegredenen van de intrigerende misdadiger.
ISBN 978 94 0191 509 0 NUR 344
9 789401 915090 w w w.c i ter r eek s .nl
JAN W. KLIJN Onrecht in de Alblasserwaard
Het dossier over de moord op Arie Blokland wordt heropend
JAN W. KLIJN
Onrecht
in de Alblasserwaard Het dossier over de brute roofmoord in Groot-Ammers gaat na vijftig jaar weer open
Roman
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 1
ONRECHT IN DE ALBLASSERWAARD
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 2
Van Jan W. Klijn verscheen eerder in de Citerreeks: Moord in de Alblasserwaard* Volhouder* Op eigen grond* Trots en trouw* Overheidsdienaren* Dorp in verzet (bevat Oorlogstijd langs de Lek* en Overwinning*) Nieuwe wegen* * Deze uitgave is ook verkrijgbaar als e-book
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 3
Jan W. Klijn
Onrecht in de Alblasserwaard
CITER
REEKS
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 4
Een van de laatste foto’s van het slachtoffer, Arie Blokland
ISBN 9789401915090 ISBN e-book 9789401915106 NUR 344 Š 2019 Citerreeks Postbus 13288, 3507 LG Utrecht De Bijbelteksten in deze uitgave zijn ontleend aan de Herziene Statenvertaling. Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design www.citerreeks.nl www.janwklijn.nl Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Zomer & Keuning vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Voor de papieren editie van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 5
Inleiding Toen ik Moord in de Alblasserwaard schreef, was het 1994. Met instemming van weduwvrouw Blokland en haar zoon Niek gebruikte ik als informatiebronnen hun verhaal, aangevuld met een doos boordevol krantenknipsels. Het kon niet anders of ik moest over bepaalde gebeurtenissen aannames maken. Zoals een journalist het destijds verwoordde: Bij het lezen van dit boeiende boek vraag je je voortdurend af: wat is nu fictie en wat is werkelijkheid? En dat klopte, ik moest destijds roeien met de riemen die ik had! Nu, vijfentwintig jaar later, is dat anders. Ik stuitte op een neef van het slachtoffer, Klaas Blokland, politieagent. Hij schreef een mooie column in een weekblad die hij met zijn naam ondertekende. ‘Bent u familie van…?’ zo vroeg ik hem als reactie op zijn column. Dat bleek zo te zijn. Een afspraak was snel gemaakt. Mijn uitgever Kok had, bij name van Monique Boltje, al verschillende keren gevraagd of ik geen vervolg kon schrijven op Moord in de Alblasserwaard. Met dat verzoek in mijn achterhoofd ging ik het gesprek in. ‘Wat wil je dan, Jan?’ vroeg Klaas me na wat uitleg behoedzaam. Daarbij keek hij me onderzoekend aan met zijn grijsblauwe ogen, zoals alleen een politieagent dat kan. ‘Goede vraag, Klaas. Dat weet ik niet.’ Na verder aftasten kwam hij met een verrassende mededeling. ‘Ik heb een ordner boordevol gegevens over de verschrikkelijke moord, Jan. Mijn vader Niek was een broer van het slachtoffer. Zelf was ik een jaar of tien, maar ik weet nog als gisteren hoe woedend, maar vooral verslagen de familie was. Ik heb toen voor het eerst in mijn leven mijn vader zien huilen.’ Hij liep weg en kwam terug met de vuistdikke ordner met een schat aan gegevens. Samen bladerden we door het dossier heen. Een ongelooflijk dossier. Dat had hij gedurende jaren opgebouwd. Mijn hart ging open. Dat was mijn kans om het verhaal van een andere kant te belichten, en nu zonder mankementen. Hoewel ook nu aannames gemaakt zullen moeten worden. Daar ontkom je niet aan. We maakten afspraken, ik kreeg de ordner mee. Het resultaat kunt u lezen. –5–
5
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 6
Hoewel de vreselijke gebeurtenis nu ruim vijftig jaar geleden plaatsvond, de zaak is verjaard, worden namen van getuigen niet genoemd. Vooral het leven van de dader is belicht. Maar ook bijvoorbeeld het rapport van dr. J. Zeldenrust, patholoog-anatoom, gerechtelijk geneeskundige, wordt uitgeplozen. Siem de Zeeuw, aannemer, woont sinds 1967 in het huis van de moordenaar, Achterland 33. Van hem en zijn vrouw Ali, beiden zeventigers, mocht ik vrij rondneuzen. Ook verschaften zij me veel nuttige informatie over het huis zelf en de omgeving. Eppie Lousma, tweeënzeventig, was achtendertig jaar lang verbonden aan Veenhuizen. Hij deed het zware werk als bewaarder*, maar was ook jarenlang leidinggevende. Hij heeft me veel informatie verstrekt over het gevangenisleven in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Hij las gedeeltes mee, corrigeerde me waar nodig. Tevens leidde hij me rond over het gehele complex Veenhuizen. Van Cors Slob, negenenzestig, zelf ook boerenzoon, kreeg ik veel informatie over de hoofdpersoon. Hij kende hem vanuit zijn jeugd, had geen onprettige herinneringen. Was dat door het leeftijdsverschil? De dader was zo’n twaalf, dertien jaar ouder dan Cors. Veel van zijn gegevens zijn verwerkt in dit boek. Het gedeelte ‘Na het proces,’ bladzijde 159 tot het einde, is fantasie. Het kan zo zijn gegaan, maar harde bewijzen waren er niet. Behalve dan dat de dader nauwelijks een halfjaar na zijn invrijheidstelling weer opgepakt en veroordeeld werd. Dat de werkelijkheid zo goed als mogelijk verwoord is, moge duidelijk zijn. Dit boek is ontstaan mede door en dankzij de nauwe betrokkenheid van een naast familielid. Ik verwacht dat het voor nieuwe en oude lezers een meeslepend en bijzonder verhaal zal zijn. Jan W. Klijn * Bewaarder zeggen ze van zichzelf, geen bewaker.
6
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 7
1 ‘Een zoon, Gerhard,’ zegt de baker opgewekt tegen de boer die in de keuken zit. ‘Het zal tijd worden, drie meiden is me genoeg,’ antwoordt de man knorrig, zijn grote neus luidruchtig in een rode zakdoek leegmakend. ‘Een opvolger, mooi toch?’ ‘Dat gaan we zien. Het is tijd, ik ga melken.’ Vlak voor de deur die naar de stal leidt, schiet hij zijn groezelige klompen aan en via de krakende deur loopt hij zonder haast naar zijn vee. De wat scheef hangende, groenachtige toegangsdeur valt automatisch dicht door een zware steen, bevestigd aan een katrol. Hier voelt hij zich beter op zijn gemak dan binnen. Hij deponeert geroutineerd een fluim bruin speeksel in de cementen voergoot voor de koeien. Even zijn stukjes bruine tanden zichtbaar. Dan sluiten de dunne lippen zich weer, en komt zijn malende kaak in beweging. Het is 4 april 1937, zijn twaalf koeien staan nog op stal. Vier liggen er, hun buiken met de grote uiers uitgedijd, de rest staat. Zij zijn opgesloten met hun gehoornde kop tussen houten palen. Erachter bevindt zich de verlaagde groep waarin ze hun ontlasting en urine deponeren, wat kletterend klinkt. De groep wordt dagelijks geleegd, de mesthoop achter de boerderij wordt gedurende de winter hoger en hoger. Boven de achterwerken is over de hele lengte van de koeienlijven een draad gespannen. Met strotouw eraan vastgeknoopt staan de staarten recht omhoog. Op deze manier krijgt de boer, als hij aan het melken is, geen klappen van de met harde stront geklonterde staart. Onder de koeien ligt stro dat zo nu en dan ververst wordt. Doorlopend klinkt het zware zuchten van de beesten, gewasemde adem zorgt voor een hoog vochtpercentage in de stal. De brede kaken malen onophoudelijk, zo nu en dan verdwijnt de lange, roze tong in een van de grote neusgaten. De stal is langwerpig, een peertje verspreidt zuinig licht. Spinnenwebben zitten in alle hoeken en gaten. De zware lucht van kuilgras overheerst. Regen laat een regelmatig getik horen tegen de kleine, met vuil bedekte, ondoorzichtige ruitjes. Boer Gerhard gaat routinematig aan het werk. Ineens beseft hij dat hij niet eens bij de baker naar zijn zojuist bevallen vrouw heeft geïnformeerd. Nou ja, het zal ook met haar wel goed zijn, anders had de –7–
7
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 8
baker het hem wel gezegd, spreekt hij zichzelf vergoelijkend toe. Terwijl hij de hooivork hanteert, malen zijn kaken onophoudelijk. Grijskleurige, zware wenkbrauwen vormen een afdakje boven zijn ogen. De naam van het jongetje wordt Heinrich. Zijn drie zussen, zes, tien en dertien jaar ouder, zijn dol op hem. Met moeder erbij wordt hij gedurende het opgroeien door vier vrouwen in de watten gelegd. Hij wordt danig verwend, laat het zich welgevallen, weet niet beter. Vader, met zijn grote, knoestige handen en lange armen, is een norse brombeer. Maar ook dat is niets bijzonders voor het kereltje. Hij groeit ermee op. Slim maakt hij gebruik van zijn speciale positie, de vier vrouwen weigeren hem zelden iets. Genietend klost hij op klompjes met een zelfvoldaan gezichtje over het erf, een afgebedelde dikke snee koek verorberend. Hij trekt de lapjeskat aan zijn staart, die blazend een boom in vlucht. Lachend grijpt hij een steen, hij probeert het beest te raken maar komt niet zo hoog. Hij slentert naar het gesloten wilgenslieten hek dat naar het weiland voert, en tuurt de nog lege polder in. Straks, als de koeien buiten lopen, is er meer te zien. Hun boerderij staat aan het van oost naar west lopende Graafland, dat onder Groot-Ammers valt. Dat is zijn wereld. Vanuit de boerderij kijkt hij de wijde Alblasserwaardse polder in. Voor jonge Heinrich bestaat de wereld uit hoofdzakelijk Alblasserwaardse, hardwerkende, betrouwbare boeren. Het gros is kerks. Daar onderscheidt het gezin waarin Heinrich opgroeit, zich van de buurtgenoten. Op kerkelijk gebied nemen zijn ouders het niet zo nauw. Als er buien dreigen, durft Friedrich Gerhard, van oorsprong Duits, best op zondag een vracht hooi binnen te halen. Hij ligt daar niet wakker van. Melken op zondag doen ook de kerkse boeren. Hetzelfde als vee verzorgen. Maar hooien op zondag‌? Verder past de veeboer zich aan. Stilzwijgend gaat hij zijn gang, hij valt niet graag op. Het boerengezin ontvangt weinig bezoek, buurten in de herfst en de winter is een zeldzaamheid. Heinrich groeit vrijwel probleemloos op, kinderziektes daargelaten. Vanuit het oosten gerekend bewonen ze de tweede boerderij in Graafland. Aan beide zijden van de smalle weg loopt water, onder8
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 9
broken door bruggetjes die voor verbinding met de weilanden zorgen. Met regelmaat wordt de weg versperd door koppels koeien die de weg oversteken, begeleid door hand opstekende boeren en boerinnen. Je hebt dan maar te wachten, het is hun terrein. De lagere school staat in het eeuwenoude, nostalgische stadje Nieuwpoort. Niet ver weg, ruim een kilometer van de stee vandaan. ‘Dat jong krijgt een fietsje,’ commandeert moeder, terwijl ze het zwarte haar van haar rode wangen wegblaast. ‘Daar kan hij mee naar school.’ Uitdagend staat ze met haar handen in de zij. Armbanden rinkelen zachtjes. Ze is een knappe, propere, goed uitziende vrouw, en dat weet ze. Ze voelt zich geen echte boerin. ‘Zo ver is het niet, lopen kan gemakkelijk,’ protesteert haar echtgenoot zwakjes. ‘Het geld groeit me niet op de rug,’ vult hij aan. Hij staat er lummelig bij, kijkt haar niet aan. De zon schijnt de sobere keuken binnen waar muggen als zwarte stipjes ronddwarrelen. De witte wekker in de vensterbank tikt onverstoorbaar. ‘Geld? Daar zorg ik dan wel voor,’ blijft ze strijdlustig volhouden. Hoe ze dat denkt te doen, zegt ze er wijselijk niet bij. Het gros van de dorpsbewoners weet dat trouwens wel. Er openlijk over praten doen ze niet. ‘Dat zoekt die Duitser zelf maar uit,’ redeneren ze huiverend. Immers, het zevende gebod is heilig. Alle geboden trouwens, maar dit gebod, dat ze wekelijks in de kerk horen voorlezen, zeker. Anderzijds moet het mannelijke deel van de inwoners heimelijk toegeven dat het een mooie, aantrekkelijke vrouw is. Maar dat mag geen rol spelen. Als dat het uitgangspunt zou zijn, waar blijven we dan? Streng in de leer is echt Alblasserwaards, daarbij passen geen slimmigheidjes of uitvluchten. Het fietsje komt er. De eerste schooldag breekt aan. Zijn oudste zus brengt hem weg, ernaast fietsend. De wind laat haar geblokte rok wapperen. Veel moeite om het omhoog waaien te bedwingen doet ze niet, haar benen zijn melkwit. Haar broertje draagt een kort, donkerblauw broekje, een grijs bloesje, zijn voeten zijn in klompjes gestoken. ‘Nu ga je goed je best doen, Heinrich,’ spreekt ze hem streng toe als ze bij de school aankomen. Daarbij trekt ze lachend speels aan zijn oorlelletje. Ongeduldig schudt hij afwerend zijn hoofd, zijn lichtblonde haar is kortgeknipt. Ze loopt met hem naar de nog jonge juffrouw die op de speelplaats de nieuwelingen verwelkomt. ‘Dit is mijn broertje Heinrich, juffrouw, Heinrich Gerhard,’ ver–9–
9
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 10
duidelijkt ze. Op haar knappe, gladde gezicht vertoont zich een trots lachje. De juffrouw buigt zich naar hem over en pakt vriendelijk zijn handje vast. Even kijkt hij op, slaat dan zijn blik weer naar beneden. Zich los rukken durft hij niet. ‘Welkom, Heinrich,’ lacht de juffrouw, waarbij kuiltjes in haar ronde wangen tevoorschijn komen. Ze ziet een stevig gebouwd kereltje met grijze ogen die langs haar heen kijken. ‘Goed luisteren naar wat de juffrouw zegt, Heinrich,’ zegt zijn zus, zich eveneens naar hem over buigend. ‘Dan word je vast een knappe jongen.’ Ze drukt even haar lippen op zijn prikkelhoofdje. ‘Nou, ik ga weer. Dag Heinrich.’ De juffrouw richt zich intussen naar een andere moeder die haar kind brengt. Heinrich antwoordt niet op de groet van zijn grote zuster. Nieuwsgierig kijkt hij rond. Hij is gewend zichzelf te vermaken. Het krioelt hier van de luidruchtige leeftijdsgenootjes. Heinrich voelt geen behoefte zich met hen te bemoeien, laat staan te spelen. Met zijn rug tegen de dikke, oude kerkmuur geleund, een onderbeen gebogen tegen de warme stenen, wacht hij op wat komen gaat. De school ligt naast de kerk. Hij blijft rondkijken tot ze de klas in gecommandeerd worden. Dat sein wordt gegeven door handgeklap van de juffrouw die luidkeels bevelen geeft. ‘Naar binnen, kinderen, het is tijd.’ Gehoorzaam stapt ook hij in de rij die zijn klasgenoten vormen. Plotseling zijn ze allemaal stil. In het lokaal aangekomen wijst de juffrouw allen een zitplaats aan. Heinrich komt in een bank dicht bij de buitendeur te zitten, de derde rij van voren. De jongen naast hem is een blonde krullenbol met blauwe ogen uit Nieuwpoort. Onwennig zitten ze in de houten bankjes, hun blikken zwerven onrustig rond. De juffrouw begint met bidden, het is doodstil. Heinrich houdt zijn ogen open. Hij kijkt rond en merkt op dat hij de enige is met open ogen. Door het hoge raam ziet hij witte wolkjes aan de blauwe lucht. Heel langzaam drijven ze voort. Dan luistert hij naar het voorlezen uit de kinderbijbel. Het gaat over David die een reus versloeg. De geschiedenis is hem onbekend, maar hij vindt het best interessant. Immers, een reus versla je niet zomaar. Dan volgen de lessen. Die blijken lastig voor hem te zijn. Veel lessen vindt hij moeilijk, heel moeilijk zelfs. Of hem dat wat doet, is niet 10
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 11
te zien. Hij is gesloten, verre van spontaan, laat niet snel merken wat er in hem omgaat. Maar vooral lezen geeft problemen. Dat merkt de juffrouw al snel op. Ze geeft hem extra aandacht, maar tevergeefs. Ze maakt zich er ernstig zorgen over. ‘Woordblind, mevrouw Gerhard, Heinrich is woordblind,’ zegt de juffrouw bedrukt na een aantal maanden op een ouderavond. Ze maakt ouders liever blij met goede leerresultaten van hun kind. Trotse moeder Gerhard – ze is alleen – schrikt heftig. ‘Blind, zegt u? Hij is toch niet blind?’ Ja, dan moet de juffrouw toch moeite doen om haar lach in te houden. Haar wangen kleuren, ze slaat haar slanke hand voor de mond. ‘Nee hoor, zo erg is het gelukkig niet. Woordblind betekent dat hij moeilijk kan lezen. Heel moeilijk zelfs. En die handicap belemmert ook het opnemen van andere leerstof. Dus op leergebied is dat best lastig,’ legt ze serieus uit, zichzelf weer onder controle hebbend. ‘Nou ja, we gaan het wel zien,’ zegt moeder Gerhard grotendeels gerustgesteld. ‘Boer kan hij toch zeker wel worden?’ vraagt ze voor de zekerheid. ‘Volgens mij wel,’ antwoordt de juffrouw behoedzaam, ‘maar hij zal altijd harder moeten werken dan anderen om de lesstof te begrijpen.’ Nadenkend knikt moeder met haar zwartgelokte hoofd. ‘De tijd zal het leren, mevrouw Gerhard. Wij zullen ons best doen, voorlopig is hij schoolplichtig,’ sluit de juffrouw af. Of datgene wat hij leert voor boer voldoende zal zijn, moet de tijd inderdaad uitwijzen, maar na de vijfde klas vertikt Heinrich het om nog langer naar school te gaan. Hij is dan twaalf, een keer blijven zitten en dat zal dit jaar weer het geval zijn, heeft hij begrepen van de leerkracht, een meester deze keer. Ineens is hij schoolgaan spuugzat. ‘Ik blijf thuis,’ deelt hij vastbesloten mee. ‘De school kan de pot op, ik heb genoeg geleerd.’ Uitdagend kijkt hij de woonkeuken rond, maar hij krijgt tot zijn verbazing geen commentaar. De drie vrouwen – de oudste zuster is intussen getrouwd en uit huis – vinden het allang best. Zij zagen al veel eerder dat hij op school niet goed in zijn vel stak. Door zijn stugge houding, mede veroorzaakt door slecht leerpresteren, maakt hij nauwelijks vrienden. Wel is hij kort voor de kar gespannen, en maakt om het minste of geringste ruzie op het schoolplein. Daarbij gebruikt hij hardhandig zijn klompen, niet gehinderd 11
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 12
door voorzichtigheid. En dat komt aan, sommige pestkoppen lopen met blauwe plekken rond. Als hij dan vermanend wordt toegesproken door de juffrouw of meester, en straf krijgt, luistert hij ongeïnteresseerd toe. De ernstige berispingen doen hem niets, de straf van nablijven ook niet. Een volgende keer slaat hij er net zo gemakkelijk op los. Zeker als hij voor ‘stomme boer’ wordt uitgemaakt. Die ervaringen en zijn slechte rapporten maken dat hij er de brui aan geeft. Nee, hij heeft bepaald geen vrienden op school gemaakt. De klachten over hem die ze via een leerkracht van tijd tot tijd thuis kregen, werden ook niet gewaardeerd. ‘Ja, hoor eens, als ze hem plagen, mag hij zich van ons verdedigen. Hier hebben we geen last, het is een best jong.’ Moeder werd dan furieus, en gaf daarbij de leerkracht weinig tot geen ruimte. Thuis, maar ook op school, wordt zijn stoppen dan ook niet als een catastrofe ervaren. Voor hem is het een opluchting. ‘Als hij zijn poten op de boerderij maar uitsteekt,’ is vaders korte commentaar als hij hoort van de vervroegde schoolverlating, ‘dan is het mij best.’ En warempel, daarin stelt Heinrich niet teleur. Melken kon hij al, hooien was hem niet vreemd. Hoewel hij niet echt handig is, gaat het boerenwerk hem behoorlijk goed af. Maar ook vindt hij werk bij derden, feitelijk overal los-vast. Als het maar geld oplevert, vindt hij het allang best. Maar waar hij ook is, wat hij ook doet, hij blijft stug, zwijgzaam en moeilijk benaderbaar. Dat ‘poten uitsteken’ neemt hij ook ruim op. Op een goede dag is hij alleen in de kamer bij een buurboer waar hij vrij in en uit loopt. Dat gebeurt in Graafland trouwens wederzijds. Overdag deuren op slot was in de jaren vijftig van de vorige eeuw nog ongewoon in Graafland. Hij ziet in een hoek op een klein tafeltje drie spaarpotten staan van de kinderen die hij kent, en met wie hij bijna dagelijks contact heeft. Hij kijkt speurend om zich heen, luistert of hij iets hoort. Hij ziet niemand, hoort ook niets. Als een volleerde boef maakt hij behendig de spaarpotten leeg, hij doet het kleingeld in zijn broekzak onder zijn zakdoek en maakt dat hij wegkomt. Pas vele jaren later beseffen de gedupeerden dat hij het geweest moet zijn die zich de inhoud van de spaarpotten toe-eigende. Verhaal halen heeft dan helaas geen zin meer.
12
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 13
Een lolbroek zal hij nooit worden, maar thuis vermaakt Heinrich zich best. Buiten dat het thuis financieel schraalhans keukenmeester is, groeit hij feitelijk onbezorgd op. Op zijn eigen manier ontdekt hij de wereld. Hij komt op een leeftijd dat hij heimelijk zijn zussen bekijkt. Dat er verschil is tussen mannen en vrouwen weet hij uit het dierenrijk. Bij koeien, honden, schapen, paarden, kippen, allemaal beesten die op hun boerderij leven, bestudeert hij leergierig wat ze van tijd tot tijd uitspoken. Hij trekt daaruit zijn conclusies voor het menselijke ras. Langzaam maar zeker gaat die drift hem in bezit nemen. Het vrouwelijke geslacht gaat hij met heel andere ogen bekijken. Zijn geest tracht in gelijke tred de lichamelijke ontwikkeling bij te houden. Een lastig, moeizaam gebeuren! Beharing overal, breed worden in de schouders, niet slungelig maar fors gebouwd. Volwassen worden is een ingrijpend proces. Door de dagelijkse lichamelijke arbeid is hij sterk, heeft hij grote handen. Zijn grijze ogen staan waakzaam, bij fris weer heeft hij rode wangen. Onhandig doet de puberende boerenzoon toenaderingspogingen bij het andere geslacht op het dorp. En zie, door zijn zwijgzaamheid lukt hem dat ook nog. Bot vraagt hij de meisjes of ze met hem willen gaan wandelen. Hij maakt er niet veel woorden aan vuil. Een meisje uit Nieuwpoort, bij wie het ontwikkelingsproces zich ook aan het voltrekken is, gaat in op zijn stuntelige avances. Het is midden zomer, samen slenteren ze onwennig over de met gras bedekte stadswallen, in de schaduw van hoge populieren met glimmende, lispelende, lichtgroene bladeren. Zaterdagavond, hij verlet niets. Het boerenleven moet plaatsmaken, zijn hoofd is nu met andere dingen bezig. Hij lijkt verlegen, maar weet deksels goed wat hij wil. ‘Zitten?’ nodigt hij Mientje uit, die een jaar jonger is dan hij, ze is zestien. Hij wijst naar een plekje op de glooiing, bedekt met lang gras en tamelijk uit het zicht voor andere voetgangers. ‘Nee joh, Hein, mijn rok wordt dan vuil.’ Ze meent dat hij Hein heet, hij laat dat maar zo. Er zijn momenteel belangrijker zaken aan de orde. ‘O, daar heb ik wel wat voor.’ Hij tovert een reusachtige rode zakdoek tevoorschijn, trekt haar bezitterig de helling af en legt het neusapparaat zo vlak mogelijk op het groene gras. Kleurend laat Mientje zich erop zakken, angstvallig haar witte rok zo ver mogelijk over haar blanke knieën trekkend. Ze ruikt hem. 13
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 14
Mientje weet dat hij een boerenzoon is, de lucht die om hem heen hangt, is normaal. Haar vader is timmerman, die hebben zo weer hun eigen geurtjes. Het eerste zoentje doet haar weinig, zijn zoekende, tastende handen des te meer. Zijn kop kleurt rood van opwinding. ‘Hein, dat niet… Afblijven!’ reageert ze fel. En als dat niet snel genoeg gebeurt, komt ze overeind. Ze strompelt, met haar blote armen zwaaiend, door het lange gras met gele bloemen op hoge stengels, de helling op. Boven aangekomen blijft ze op het smalle paadje stilstaan, ze draait zich om en kijkt op hem neer. Dan ziet ze hem met een chagrijnige blik zijn zakdoek oprapen en naar boven klauteren. ‘Sorry hoor, Hein,’ zegt ze, ‘maar jij gaat te snel.’ Ze hijgt van de spanning, maar oogt vastbesloten. Hij gaat er niet op in, verontschuldigt zich op geen enkele manier, maar doet of er niets gebeurd is. Dat is in zijn ogen trouwens ook zo! Stilzwijgend lopen ze verder, beschenen door oranje zonnestralen die vredig van de dag afscheid nemen. Daar blijft het bij die avond. Traag overdenkt hij later hoe andere zaken hem eerder wel lukten. Zoals wekelijks extra zakgeld van moeder, terwijl ze weet dat vader ook over de brug komt. ‘Ach moe, ik wil toch een pilsje drinken op zaterdagavond? Dat kan echt niet van die paar rotcenten die ik van pa krijg, hoor.’ Fronsend kijkt hij haar aan. Hij is haar lieveling, en sinds die bewuste zaterdag krijgt hij in het geheim ieder weekend vijf gulden van haar. ‘Mond houden tegen je zusters, hoor Heinrich. Anders krijg ik moeilijkheden met hen,’ waarschuwt ze zacht sprekend. Haar donkere ogen speuren rond. ‘Natuurlijk, moe, dat blijft tussen ons,’ reageert hij onverschillig. ‘Bedankt.’ Dat hij van zijn op één na oudste zuster – zij heeft een baan en verdient – ook wekelijks een gulden krijgt, zegt hij niet. Dat de twee, als ze onder elkaar zijn, het elkaar lachend vertellen, ontgaat hem. ‘Wat een jong, hè mam. Hij is slim.’ Moeder Gerhard lacht tevreden. ‘Dat heeft hij van niemand vreemd,’ vult ze trots aan. ‘Van slim zijn word je niet minder.’ Zijn trage maar vasthoudende, berekenende geest verwerkt de voor hem teleurstellend verlopen gebeurtenis met Mientje op zijn manier. ‘Niet gelukt’ vormt daarin de hoofdmoot. ‘Volgende keer beter’ is er 14
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 15
onlosmakelijk aan verbonden. Dat zijn wulpse moeder daarin een verwerpelijke rol speelt, is zo goed als zeker. Dat wat zij als getrouwde vrouw doet, niet klopt, daar denkt hij niet over na. Mede daardoor krijgt hij een verwrongen zicht op relaties. Net als zij. Vrouwen zijn er genoeg, keus voldoende. En hij is een frisse, jonge boerenzoon met een aantrekkelijke uitstraling voor het andere geslacht. Meestal heeft hij dan ook wel wat aan de hand. ‘Verandering van spijs doet eten’ is daarin zijn leidraad. Wat bij de een niet lukt, bereikt hij bij de ander wel. Dat hij daarbij serieus denkende meisjes geducht kan beschadigen, komt niet in hem op, daar staat hij niet bij stil. Dat boeit hem ook niet. Als hij zijn zin maar krijgt, dat is het voornaamste. Intussen vindt er voor de boerenfamilie een ingrijpende gebeurtenis plaats. Ze kunnen verhuizen naar het Achterland, nummer 33, twee-, driehonderd meter van de provinciale weg verwijderd. Hun boerderij in Graafland is fraaier dan die in het Achterland, de weilanden die erbij horen, verschillen nauwelijks. Het zijn beide trouwens pachtboerderijen. Maar in het Achterland staat de woning los van de andere onderkomens. Voor moeder Gerhard is dat gemakkelijker met haar privébesognes. En de familie kan er een leuke cent aan overhouden, daar is de oude Gerhard ook niet vies van. Dat zijn brutale echtgenote, maar ook zoon Heinrich in de ver- en aankoop een beslissende rol spelen, blijft voor de buitenwereld verborgen. Moeder en zoon kunnen het uitstekend met elkaar vinden. Friedrich Gerhard laat het tweetal vrijwel altijd hun gang gaan. Hij is liever met zijn vee en land bezig dan dat hij zich bemoeit met zaken die ze met regelmaat bekokstoven. Daarbij toont hij bepaald geen overvloed aan ruggengraat. Zijn grote flaporen, waar grijze haren uit groeien, zijn dikwijls Oost-Indisch doof. Maar zijn vrouw laat zich niet onbetuigd en spreekt luid en overtuigend. ‘Heinrich is het met me eens, hoor man, ruilen moeten we! Zo’n kans krijgen we nooit meer,’ roept ze nijdig kijkend, zich ergerend aan zijn passiviteit. Een tegenstrijdigheid trouwens, want zou hij ertegenin gaan, dan is de beer helemaal los. ‘Ik heb al een afspraak met de makelaar geregeld,’ besluit ze bazig. En jawel hoor, de zaak komt rond. Hoewel het hemelsbreed niet ver is, geeft de nieuwe plek haar toch meer vrijheid. En dat is wat ze wil, dan kan ze haar dubieuze praktijken minder opvallend uitvoeren. In Graafland wordt ze te veel op haar vingers gekeken naar haar zin. 15
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 16
De aankoop en verkoop via de eigenaren van de boerderijen wordt een feit. De eigenlijke verhuizing is een heel gedoe. Daarbij laat Heinrich zijn handen geducht wapperen. En eerlijk is eerlijk, het is een lief, opzichzelfstaand huisje waar ze in gaan wonen, gebouwd in 1925. Een gebroken kap, noordelijk de weilanden in kijkend. De trouw-rouwdeur bevindt zich op de noordzijde en wordt zelden gebruikt. Ramen met rondlopende kozijnen geven het huis een boerderijachtig uiterlijk. Heinrich krijgt op zijn dringend verzoek van moeder de zolder toegewezen. Via de deur naar het halletje aan de zuidzijde bestijgt hij een trap die rechtstreeks naar de zolder voert. Daardoor kan hij ongezien door derden in het woonhuis op zijn zolderkamer komen. Er staat een tweepersoonsbed en een grote houten kast voor kleding en wat daarbij hoort. Hij scharrelt een gietijzeren wasbak op om zich af te poedelen, installeert die tegen de brandmuur. Beneden vlak naast de trap is het toilet. Op de ruime zolder kan hij aardig zichzelf zijn. Nadat ook zijn beide andere zussen getrouwd zijn, heeft hij het rijk alleen. Als zij vertrokken zijn, schildert hij de borstwering en de muur erboven beige, en versiert dezelfde gedeelten met rode klodders verf. Het ziet eruit alsof Picasso aan het werk is geweest. Met wat verbeelding zouden het reusachtige spetters bloed kunnen zijn. De gehele kavel is omringd door talloze elzen, essen en wilgenbomen. Die aankleding zorgt voor een bosachtige, liefelijke uitstraling. Links en rechts is het huis met opstallen ingesloten door water. Een tiental meters oostelijk, los van het huis, staat de stal, geschikt voor zeker twintig koeien. Eraan vast gebouwd zit de hooischuur. Pal erachter, op het zuiden, liggen weilanden. Richting Langerak pacht Gerhard ook nog kaveltjes puik weiland! Kortom: het is best boeren op deze plek. Het Achterland ligt ruim een kilometer zuidelijk van Graafland en is net zo’n soort gehucht. Van oost naar west even lang, ook in het Achterland wonen hoofdzakelijk boeren. Het Achterland valt ook onder Groot-Ammers. Beide gehuchten zijn ingesloten door water vol groen leven en vis. Sloten, greppels, weteringen, boezems van noord naar zuid en oost naar west. Kenmerkend voor de laaggelegen Alblasserwaard, die op plaatsen wel vier, vijf meter onder de zeespiegel ligt. EÊn groot verschil: het Achterland loopt in het uiterste 16
Onrecht in de Alblasserwaard 23-7-2019_Citer 23-07-19 13:13 Pagina 17
westen dood voor paard-en-wagen en gemotoriseerd verkeer. Aan het eind stuit je op de smalle Molenkade, waarlangs als stoere wachters vier molens staan, hun imposante wieken al dan niet draaiend. Een rondlopende houten fiets-loopbrug over de brede boezem maakt dat je wel te voet op de Ammerse Kaai kunt komen. Een nostalgische omgeving, die boerenleven ademt.
17
I
n 1965 werd de Alblasserwaardse veevoer- en fouragehandelaar Arie Blokland op brute wijze vermoord. De dader, een boer uit Groot-Ammers, had een gewiekst plan bedacht om uit handen van de politie te blijven, maar werd uiteindelijk gepakt door onmetelijk domme beslissingen. Zo bewaarde hij onder andere 39 aardappelen met bloed erop. Waarom weggooien, zal hij gedacht hebben, als ze nog heel goed eetbaar zijn? Waar Moord in de Alblasserwaard het verhaal vertelt van het slachtoffer, neemt Jan W. Klijn de lezer in dit boek mee in de belevingswereld van de moordenaar: van de moord tot het leven in de gevangenis. Jan W. Klijn kreeg de kans om uniek archiefmateriaal over de zaak-Arie Blokland door te nemen ten behoeve van Onrecht in de Alblasserwaard, de spiegelroman van zijn boek Moord in de Alblasserwaard, dat in 1994 verscheen. In deze roman verplaatst hij zich in de beweegredenen van de intrigerende misdadiger.
ISBN 978 94 0191 509 0 NUR 344
9 789401 915090 w w w.c i ter r eek s .nl
JAN W. KLIJN Onrecht in de Alblasserwaard
Het dossier over de moord op Arie Blokland wordt heropend
JAN W. KLIJN
Onrecht
in de Alblasserwaard Het dossier over de brute roofmoord in Groot-Ammers gaat na vijftig jaar weer open
Roman