H
oeveel Tine ook houdt van haar man Bob en hun drie kinderen, het wordt haar even te veel. Ze gaat ertussenuit naar Noorwegen. Met een wandelroute die ze van een andere wandelaar krijgt gaat ze op pad in de bossen‌ totdat ze na een paar uur ontdekt dat ze verdwaald is. Uiteindelijk vindt ze een blokhut, waar ze naar binnen gaat. Ondanks het donker merkt ze direct dat ze hier niet alleen is. Ook de Belgische pastoor Bram ligt in de hut. Hij is gewond en kan niet lopen. Het ziet ernaar uit dat ze voorlopig op elkaar zijn aangewezen. In de dagen en nachten die ze noodgedwongen samen doorbrengen, delen Bram en Tine hun levensvragen en krijgen ze een bijzondere band. Als Tine terug is in Nederland, kan ze Bram niet loslaten. Ze heeft het gevoel dat alleen hij haar begrijpt, dat ze bij hem thuis is. Als de weg verborgen is is een indringend en intiem verhaal van Ina van der Beek, die gevoelens verkent waar we normaal gesproken liever onze ogen voor sluiten. Wat mag je voelen en wat niet? En wat kun je doen als je gevoelens niet in overeenstemming zijn met je geloof en principes? ISBN 978 94 0191 485 7 NUR 344
9 789401 914857 w w w. r o m a n s e r i e . n l
INA VAN DER BEEK Als de weg verborgen is
ZE HEEFT HET GEVOEL DAT ALLEEN HIJ HAAR BEGRIJPT
INA VAN DER BEEK
Als de weg verborgen is
Roman
ALS DE WEG VERBORGEN IS
Eerder verschenen van deze auteur bij Uitgeverij Zomer & Keuning o.a.: Blijvende herinnering Verdrongen herinnering Als een droom uiteenspat De broosheid van het leven De reis van je leven
Ina van der Beek
Als de weg verborgen is
Uitgeverij Zomer & Keuning
ISBN 9789401914857 ISBN e-book 9789401914864 NUR 344 Š 2019 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design www.romanserie.nl www.inavanderbeek.nl Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Zomer & Keuning vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Voor de papieren editie van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.
1
‘Er is niets wat ik liever zou willen…’ mompelt ze. Even nog blijft ze naar het zwarte scherm staren, dan sluit ze de laptop en schuift haar stoel met een ruk naar achteren. ‘Wat ga je doen, mam? Wat zou je liever willen?’ Tine heeft Jula niet horen binnenkomen. Ze kijkt naar de klok. ‘Ik ga niks doen, maar jij wel: het is allang bedtijd!’ ‘Alleen nog even overhoren, morgen heb ik een repetitie Engels.’ Jula steekt haar moeder een boek toe. ‘De rechter bladzijde, helemaal. En door elkaar.’ Met haar gedachten nog bij het Skypegesprek met haar vriendin Lara, pakt Tine het boek aan en begint de woordjes op te noemen. Zonder dat het tot haar doordringt wat ze opleest, gaat Tine het rijtje af. Haar hoofd nog vol van wat Lara voorstelde. Wat een idee… Zou ze dat echt aandurven? ‘Je doet het van het rijtje af, ik zei toch door elkaar!’ dringt Jula’s ongeduldige stem tot haar door. ‘Geef maar hier dat boek, je hebt toch weer geen aandacht voor me!’ Voor ze kan reageren, wordt het Engelse boek al uit haar hand gerukt. Voeten stampen de kamer uit, de trap op. Boven slaat een deur dicht. Je hebt toch weer geen aandacht voor me… De woorden resoneren in haar hoofd. De laatste weken krijgt ze vaker dit soort verwijten van Jula, haar jongste dochter. Waarom zou Jula zo heftig reageren? Zijn haar verwijten terecht? Tine gaat het zich steeds meer afvragen. Maar diep in haar hart weet ze dat het niet waar is: ze staat altijd klaar voor de kinderen. Zijzelf zijn het, die zich steeds meer van haar terugtrekken. En dat is waarschijnlijk ook normaal; langzaam maar zeker groeien ze naar de volwassenheid. Maar hoort daar dit gedrag bij? Of doet ze toch iets verkeerd? Hoe doen andere ouders dat, vraagt ze zich de laatste tijd regelmatig af.
5
Van boven klinkt harde muziek, dan een stem die er bovenuit probeert te komen: ‘Juul! Ik probeer te slapen, zet uit!’ Tine zucht, moet ze naar boven gaan, rechter spelen tussen de twee meiden die de laatste tijd altijd ruzie lijken te hebben? Maar het lost zich blijkbaar al op, een deur slaat dicht, de muziek verstomt. Tine staat op, ze pakt de eenzame mok van de tafel, hij is nog half gevuld met – inmiddels koude – koffie. Ze brengt hem naar de keuken, giet hem leeg boven de gootsteen en zet de beker in de vaatwasser. Dan begint ze het aanrecht verder leeg te ruimen. Er staat een bord met een paar broodkorsten, dikke klodders pindakaas aan een mes naast het bord. De pot pindakaas nog open ernaast, het deksel nergens te bekennen. Een glas met een laagje melk aan de andere kant van de gootsteen, en ja natuurlijk: het melkpak ernaast. Tine voelt boosheid in zich opborrelen. Kunnen die meiden dan niks opruimen? Ze kijkt rond terwijl ze de melk in de koelkast zet. Daar op de grond ligt het deksel van de pindakaas. In een boze opwelling schopt ze het deksel onder de kast, ze zet de nog halfvolle pot onder de kraan en laat er heet water inlopen. ‘Wat doe jij nou?’ Bob komt door de achterdeur binnen en kijkt verbaasd naar de volgelopen pot pindakaas. Een vlugge kus, dan loopt hij door naar de gang om zijn jas op te hangen. ‘Misschien leert Madelon dan een keer, dat ze haar rommel moet opruimen. Ik koop voorlopig geen nieuwe pot meer,’ roept ze hem achterna. Bob staat weer in de deuropening en trekt alleen even zijn wenkbrauwen op. Dan loopt hij naar de koelkast en pakt een flesje bier. ‘Jij ook wat drinken?’ En zonder haar antwoord af te wachten, gaat hij verder: ‘Dat was een pittige vergadering vanavond! Gerrit heeft zulke vastgeroeste ideeën, daar valt nauwelijks tegenaan te praten. Doodmoe word je van die man. En eigenwijs… je hebt geen idee!’ Staande bij het aanrecht wipt hij de dop van het flesje, pakt een glas uit de kast en loopt al naar de kamer. Tine zucht, pakt de kroonkurk van het aanrecht en gooit die
6
in de pedaalemmer. De opener legt ze terug in de la en het keukenkastje doet ze dicht. Van wie zouden die kinderen het toch hebben… flitst het door haar hoofd. Zo vader, zo dochters. Vanuit de kamer hoort ze de tv, het late journaal. Tine zet de vaatwasser aan en werpt een blik de woonkamer in. Bob zit onderuitgezakt op de bank, zijn ogen al halfgesloten. Langzaam loopt ze de trap op. Boven is alles stil geworden. De deur van Stefans slaapkamer staat open, ze is er nog steeds niet aan gewend dat haar oudste nu op kamers in Delft woont en alleen in het weekend thuiskomt. Nog een paar jaar, dan zijn ze waarschijnlijk alle drie de deur uit. Dat vooruitzicht zou haar kunnen plezieren na haar ervaringen van deze avond. Maar dat is toch ook niet zo. Ze verlangt terug naar de tijd dat de kinderen nog klein waren, aanhankelijk. De tijd dat Bob nog niet zo werd opgeslokt door zijn werk, door de talloze commissies waar hij zo nodig in moet zitten. De jaren dat er tijd en aandacht voor elkaar was. Ze bestudeert haar gezicht in de spiegel en zucht. Is dit het nu? Haar gedachten gaan weer naar het gesprek met Lara vanavond. Wat een ander leven heeft haar schoolvriendin! ‘Kom nou eens een keer hiernaartoe!’ drong Lara een uurtje geleden weer aan. ‘Je hebt nog nooit ons huis hier gezien en veel erger: je hebt onze Lars en Simon nog nooit in levende lijve ontmoet! Zo via Skype blijft het toch behelpen. Jouw kinderen zijn groot genoeg om het even zonder hun moeder te stellen, lijkt me.’ Zeven jaar geleden ontmoette Lara, toen nog steeds vrijgezel, tijdens een vakantie in haar favoriete vakantieland Noorwegen, een man met wie het liefde op het eerste gezicht bleek. Al na een paar maanden was ze voorgoed naar Noorwegen vertrokken, getrouwd met haar Andreas die een groot houtbewerkingsbedrijf in de buurt van het plaatsje Trysil heeft. Getuige de foto’s en beelden via Skype is het een droomhuis, waar Lara nu woont. Maar wel ergens midden in de natuur, een eind van de bewoonde wereld vandaan. Anderhalf jaar geleden – Lara was toen al eenenveertig – werd hun tweeling geboren. Twee jongetjes, Lars en Simon. Terwijl Tine haar tanden poetst, peinst ze verder over hoe
7
verschillend hun levens, die vroeger parallel liepen, geworden zijn. Vriendinnen vanaf hun schooltijd, meiden uit eenzelfde soort gezin, dezelfde interesses, zelfs een soortgelijke opleiding. Lara is medisch secretaresse geworden in het ziekenhuis, zijzelf heeft ook een baan als secretaresse gevonden, maar dan bij een middelgroot bouwbedrijf. Maar nu is er geen enkele overeenkomst meer tussen hun levens. Lara woont ergens ver weg in Noorwegen, tevreden zonder baan maar met een tweeling van anderhalf. En zijzelf? Sinds twee maanden heeft ook zij geen baan meer, maar niet omdat ze dat wilde. Het bedrijf waarvoor ze werkte ging failliet. Nu heeft ze alleen een huis met drie pubers die haar vooral lijken te zien als een soort dienstmeid. Of is ze nu te negatief? Een schuldgevoel bekruipt haar. Terwijl ze zich omkleedt in de slaapkamer, hoort ze Bob naar boven komen. ‘Waarom ga je zonder iets te zeggen naar boven, is er wat?’ Hij mikt zijn colbertjasje over een stoel, zijn overhemd erachteraan. Natuurlijk, dat ruimt de meid wel weer op… Ze wil niet zo bitter zijn, maar ze kan er niks aan doen. ‘Ik dacht: ik ga maar vast naar boven. Jij zat toch nog voor de tv.’ Hij knikt en loopt naar de badkamer. ‘Jij een rustige avond gehad?’ Als hij in het donker naast haar ligt slaat hij zijn arm om haar heen. Ze haalt haar schouders op, maar dat ziet hij natuurlijk niet. Ze trekt zich bijna onmerkbaar wat terug. ‘De meiden doen maar waar ze zin in hebben,’ zeg ze dan bitter. ‘Ik word er soms gewoon zo moe van! Alles laten ze maar slingeren, ze ruimen niks op. Je zag het net zelf: als ze iets te eten of te drinken pakken, blijft alles staan.’ Tine haalt diep adem en wat harder gaat ze verder: ‘Zelfs hun gedragen kleren moet ik ergens van een stoel of van de grond rapen en in de was gooien. En o wee, als er een shirtje niet op tijd schoon in de kast ligt! Op elk moment dat ze me nodig hebben moet ik klaarstaan en dan is het vaak nog niet goed.’ Bob geeft niet direct antwoord, hij streelt haar zacht over haar arm. Uiteindelijk zegt hij wat aarzelend: ‘Misschien is dat niet
8
zulk abnormaal gedrag voor pubers. Wellicht…’ hij stopt even met praten, maar dan gaat hij verder: ‘wellicht moet je wat duidelijker, wat strenger voor ze zijn. Ik bedoel…’ Tine schudt zijn hand van haar arm en gaat zitten. ‘Strenger voor ze zijn? Ik krijg nu al regelmatig te horen, zeker van Jula, dat ze geen aandacht van me krijgt.’ ‘Dat bedoel ik dus, je trekt je te veel aan van wat die meiden eruit gooien. Tine, ze zijn vijftien en zestien, je weet toch hoe kinderen van die leeftijd kunnen zijn? Trek het je niet zo aan! Als ze hun kleren niet in de wasmand gooien, jammer, dan blijven ze ongewassen! Eigenlijk deed je het net heel goed met die pindakaas. Al was dat misschien een klein beetje erg heftig, meteen onder de kraan…’ Tine hoort hem grinniken, ze gaat weer liggen. ‘Jij hebt gemakkelijk praten,’ zegt ze mokkend, ‘je bent er bijna nooit! Ik zit de hele dag thuis.’ ‘Dat zit je vooral dwars, hè? Dat je geen werk meer hebt. Dat snap ik wel, daardoor ga je op alles letten. Het komt wel goed, joh. Blijven solliciteren, dan lukt het vanzelf een keer. En nu slapen, het is al twaalf uur geweest!’ Hij buigt zich naar haar toe en geeft haar een zoen, die ergens op haar voorhoofd terechtkomt. ‘Slaap lekker!’ Bob draait zich om en binnen een paar minuten hoort Tine aan zijn regelmatige ademhaling dat hij slaapt. Zelf ligt ze nog lang wakker, met haar handen onder haar hoofd staart ze in het donker van de nacht. Bob snapt er helemaal niks van, hij heeft gemakkelijk praten. Natuurlijk tilt hij niet zwaar aan het gedrag van hun dochters, hij is zelf precies hetzelfde, denkt ze gefrustreerd. Na lang woelen valt ze uiteindelijk in een rusteloze slaap. De volgende ochtend wordt Tine wakker voor de wekker afloopt. Ze draait zich naar Bob toe, hij is nog diep in slaap. Stil blijft ze even naar hem liggen kijken. Hij ziet er ontspannen uit, er ligt een kleine glimlach om zijn mond. Waarover zou hij dromen? Vast niet over een mopperende echtgenote, denkt ze met een beetje zelfspot. Ze blijft even naar hem kijken en beseft opeens weer dat ze het
9
goed hebben met elkaar. Ze moet niet zo zeuren over de meiden. Bob heeft gelijk: het is de leeftijd. En ja, ze gaat wat strenger voor hen zijn, niet alles maar accepteren en achter hen opruimen. Het is tijd dat ze wat meer verantwoordelijkheidsgevoel gaan krijgen. Het is vrijdag, vanavond komt Stefan weer thuis. Ze gaat ervoor zorgen dat het een gezellig weekend wordt! Met dat voornemen stapt ze uit bed, juist op het moment dat de wekker naast Bob afgaat. Maar haar goede voornemen krijgt het zwaar te verduren. Jula komt pas na drie keer roepen uit bed en moet dan vreselijk haasten om op tijd naar school te vertrekken. Op het laatste moment moet Tine nog van alles voor haar pakken en aangeven. Haar wiskundeboek ligt nog op haar bureau boven, haar linkerschoen is opeens verdwenen en waar heeft ze haar broodtrommeltje gelaten? Te laat en al mopperend vliegt ze om tien voor acht de deur uit. Madelon is het eerste uur vrij, ze komt beneden als haar zusje net weg is. Zij is vrolijk en opgewekt deze ochtend, ze vraagt zelfs belangstellend naar de plannen van haar moeder voor deze dag. Zo kan het dus ook, denkt Tine tevreden, als Madelon haar een snelle kus geeft en de deur uitgaat. Het komt wel goed! Maar als ze een uurtje later in de schuur komt om haar fiets te pakken, verandert haar optimisme weer in ergernis. De fiets van Madelon staat met een lekke band tegen de wand en Madelon heeft blijkbaar ongevraagd haar moeders fiets meegenomen. Dan de boodschappen vanmiddag maar, als Madelon weer thuis is uit school. Tine begrijpt dat ze een fiets nodig had, maar Madelon had het natuurlijk best even kunnen melden. Toch wil ze haar goede voornemen om er een gezellig weekend van te gaan maken niet laten bederven. Eerst maar wat in huis doen en wie weet komt er vandaag bericht op haar laatste sollicitatie. Ze had een goed gevoel bij het eerste gesprek, waarvoor ze afgelopen woensdag was uitgenodigd. Als ze maar weer een baan met uitdaging heeft, dan kan ze de opvoedperikelen ook weer beter aan. Want dat is het waarschijnlijk: Bob, Stefan en de meisjes hebben hun eigen leven en lijken haar nauwelijks nodig te hebben. Zij moet ook iets hebben waar
10
ze haar energie in kan stoppen, waar ze nodig is. Want dat lijkt ze hier thuis steeds minder te zijn… Zonder zuchten plukt ze toch maar weer wat kleren van de grond in de slaapkamer van Jula en ook de gymkleding van Madelon, die nog in haar rugzak zit, haalt ze tevoorschijn om in de wasmachine te gooien. Zo nog maar een wasje draaien, dan is de wasmand leeg en kunnen de meiden maandag de nieuwe schoolweek weer opgeruimd beginnen. Dit weekend zal ze duidelijke afspraken met hen maken over hoe het voortaan gaat: alleen kleren die in de wasmand liggen worden vanaf maandag nog gewassen. Om twaalf uur is alles opgeruimd, de badkamer glanst en de was hangt op zolder. Buiten probeert de zon erdoor te komen. Tine pakt een doekje om de tuinstoelen droog te maken als ze de brievenbus hoort klepperen. Snel loopt ze naar de gang. Ja! Er ligt een envelop op de mat met daarop de naam van het bouwbedrijf. Snel pakt Tine de envelop. Eigenlijk had ze een telefoontje verwacht voor een uitnodiging voor een volgend gesprek. Maar dit kon weleens een contract zijn, zo’n envelop op A5-formaat! Met haar vinger ritst ze slordig de envelop open. Er zit een velletje in, met geen lange tekst. Gretig vouwt ze de brief open en leest ze de eerste zinnen. Tot onze spijt… Meer hoeft ze niet eens te lezen! Ze knijpt de brief tot een prop en smijt hem door de gang. Weer niet! Even blijft ze zo staan. De teleurstelling is groter dan bij welke afwijzing ook. Hier had ze echt een beetje op gerekend. Een beetje? Ze had er helemaal op gerekend! Het gesprek ging zo goed! Langzaam bukt ze zich om de verkreukelde brief weer op te rapen, ze strijkt het papier een beetje glad en leest nu de hele inhoud. Dan loopt ze naar de papierbak buiten en gooit de brief samen met de envelop erin. Ze laat het deksel met een klap neerkomen. Het kost haar erg veel moeite om haar goede stemming terug te vinden.
11
‘Hallooo!’ Met een klap gooit Stefan een volgepropte rugzak op de grond. ‘Wat eten we, mam?’ ‘Dag Stefan!’ Tine geeft haar zoon een snelle knuffel als hij naast haar komt staan. ‘Fijn dat je er weer bent,’ zegt ze. ‘We eten pasta met champignonsaus. Lekker?’ ‘Ja hoor.’ Hij is neergevallen op de bank en heeft de afstandsbediening al te pakken. ‘Hoe laat eten we?’ ‘Gewoon, zes uur. Hoezo, heb je honger? Je mag wel een stroopwafel pakken, hoor! En wil je thee?’ ‘Lekker. Nee, ik hoef geen thee, wel koffie graag.’ Hij zapt naar een volgende zender. Tine trekt even haar wenkbrauwen op. ‘Koffie, sinds wanneer drink jij koffie? En zet die tv alsjeblieft wat zachter of uit.’ ‘Gewoon…’ Hij zet de tv uit en loopt naar de kast waar hij de stroopwafels weet. Tine gaat naar de keuken en zet een beker onder het Senseoapparaat. Als ze de kamer weer binnenkomt, struikelt ze bijna over de rugzak van Stefan. ‘Zet zo die tas even weg, Steef,’ zegt ze. Stefan haalt, met zijn mond nog vol, juist een tweede stroopwafel uit het pakje dat hij in zijn hand heeft. ‘Is goed.’ ‘Eentje was eigenlijk wel genoeg; kijk, je koffie. En hoe was jouw week, druk geweest?’ Hij knikt, terwijl hij de beker aanpakt en op tafel zet. ‘Ja, best wel. Maar ook gezellig. Mam, ik blijf niet het hele weekend, ik ga morgenmiddag alweer terug naar Delft. Morgenavond is er een feest bij iemand thuis in Delft, een verjaardagsfeest. Het zal wel laat worden, dus ik blijf daar slapen, bij die ouders dus.’ ‘O, wat zijn dat voor mensen?’ vraagt ze. ‘Blijf jij daar alleen of blijven er meer logeren, hebben ze zoveel ruimte dan? En zondag, wat doe je dan zondag, ga je dan wel naar de kerk of…’ ‘Ma!’ Geërgerd onderbreekt Stefan zijn moeder. ‘Ik zal volgend weekend wel verslag uitbrengen of ik naar de kerk geweest ben of een keertje heb overgeslagen, hoor.’ ‘Ik mag dat toch wel vragen…’ Stefan geeft geen antwoord, maar drinkt zijn koffie met grote slokken op. Dan staat hij op en pakt zijn rugzak van de grond. ‘Kun je wel mijn kleren wassen, zodat ze morgen schoon zijn? Ik wil dat blauwe shirt zeker meenemen!’
12
Tine hoort hem de trap op lopen, dan stemmen en lachen, Jula en Stefan natuurlijk, twee handen op een buik. Tine glimlacht, leuk dat die twee altijd zo goed samen kunnen opschieten. Ze staat op en gaat ook naar boven. Meteen de wasmachine maar weer aanzetten en niet erover zeuren. Gewoon genieten dat Steef tot morgenmiddag thuis is! En vooral niet meer denken aan de afwijzing van het bouwbedrijf, haar gezin is veel belangrijker dan een eventuele nieuwe baan. Misschien kunnen ze vanavond weer eens een spel doen met z’n allen, alle drie de kinderen zijn altijd dol op Kolonisten van Catan geweest. Het is lang geleden dat ze dat met elkaar speelden. Maar als ze tijdens het eten dat plan oppert, blijkt er weinig animo voor te zijn. Madelon heeft met een vriendin afgesproken en Stefan vertelt dat hij met vrienden van de middelbare school naar Utrecht gaat. ‘Gezellig, je komt dus eigenlijk alleen even thuis om te eten en te slapen?’ Tine probeert het als een soort grapje te vragen, maar zijzelf hoort het verwijt in die woorden. Stefan hoort dat blijkbaar niet, hij lacht wat verontschuldigend en zegt: ‘Nou, eigenlijk vooral voor de was. Eten en slapen lukt me wel in Delft, maar een wasmachine hebben we helaas niet in ons studentenhuis.’ ‘Lekker ben jij!’ reageert Jula, voor Tine iets kan zeggen. ‘Mam, ik wil vanavond wel Kolonisten, hoor!’ Tine glimlacht en haalt haar schouders op. Voor haar is het plezier er al af. ‘Goed, we kijken straks wel.’ ‘Maar met z’n tweeën is het niet zo leuk natuurlijk. Of doe jij mee, pap?’ Bob steekt zijn handen in de lucht. ‘Sorry meisje, ik ga straks eerst de band van Madelon plakken en daarna heb ik nog wat stukken die doorgelezen moeten worden.’ ‘Oké, nou, ik ga ook eigenlijk liever een filmpje kijken… Vind je ’t erg, mam?’ ‘Nee hoor,’ zegt Tine op overdreven opgewekte toon, ‘ik ga fijn wat wassen en strijken en zo.’ De bedoelde ironie ontgaat de rest van het gezin. ‘Moet ik je straks brengen, Madelon?’ vraagt Bob na het eten. ‘Nee hoor, ik neem mama’s fiets wel.’
13
‘Natuurlijk,’ zucht Tine onhoorbaar en ze begint de borden op te stapelen. Het lukt Tine het hele weekend niet meer om uit haar negatieve spiraal te komen. Ze baalt ervan, ook omdat niemand haar neerslachtigheid lijkt op te merken. Waarom vraagt Bob haar niets? En waarom kan zij zich er niet gewoon overheen zetten? Pas zondagavond, als de meiden al naar boven zijn en ze samen in de kamer zitten, zegt Bob: ‘Wat ben je stil, is er iets?’ ‘Nee hoor, wat zou er moeten zijn?’ Maar de toon waarop ze dit zegt, zegt heel iets anders dan die woorden. ‘Zit je in over je sollicitatie van vorige week?’ probeert Bob, ‘misschien word je morgen wel gebeld joh, je had er toch een goed gevoel over?’ ‘Ik heb vrijdag al een afwijzing gehad, dus dat gevoel klopte blijkbaar niet.’ ‘Nee, echt? Waarom heb je dat helemaal niet verteld?’ vraagt Bob verbaasd. ‘Vergeten…’ zegt ze, ‘ik ga naar bed…’ ‘Tine, kom nu eens hier!’ Ze schudt het hoofd. ‘Laat maar, ik ga slapen.’ Ze gaat de kamer uit, de trap op. Boven is het stil, de meiden slapen blijkbaar en Stefans kamer is donker en leeg. Zo is haar gevoel ook, donker en leeg, denkt Tine als ze in bed ligt. Waarom komt Bob niet naar boven? Nu ligt ze hier alleen met haar frustraties. Had ze toch met Bob moeten praten over alles wat haar dwarszit? Uiteindelijk komt Bob boven als haar tranen al zijn opgedroogd. Ze houdt zich slapend als hij zachtjes naast haar in bed stapt. Binnen vijf minuten hoort ze aan zijn regelmatige ademhaling dat hij slaapt. Zelf ligt ze nog lang wakker.
14
2
Tine is blij dat het weer maandag is. Madelon en Jula zijn zonder gemopper op tijd naar school vertrokken en Bob is vlak daarna met een kleine koffer richting Schiphol gegaan. Hij is voor drie dagen naar Brussel voor zakelijke besprekingen met het moederbedrijf. De somberheid van het weekend is van Tine af gegleden. De zon schijnt al vroeg. Ze heeft de bedden afgehaald en de lakens in de wasmachine gestopt. Gisteren heeft ze haar dochters duidelijk verteld wat ze van hen verwacht wat betreft het bijhouden van hun slaapkamer en hoe ze voortaan te werk gaat met het wassen van hun kleding. Wat niet in de wasmand ligt, blijft ongewassen. Ze hebben zwijgend, bijna wat verveeld, geknikt. ‘Ja, mam, dat weten we heus wel.’ ‘Mooi, dan weet je nu dus ook dat ik het vanaf vandaag niet meer van jullie kamer haal.’ Vanochtend leerde een blik in de slaapkamers dat er geen kleren op de grond lagen, zelfs niet over een stoel. Zie je wel, ze moet duidelijker zijn en beter voor zichzelf opkomen! Dan wordt de sfeer in huis beslist ook veel beter. Na de lunch, een snel broodje bij het aanrecht, klapt Tine haar laptop open. Met een zucht gaat ze op zoek naar nieuwe vacatures. Ergens moet toch een baan voor haar zijn? Een goede secretaresse is altijd en overal nodig, zelfs de automatisering kan die plek niet innemen. En zij, met al haar jaren ervaring, moet toch vroeg of laat iets kunnen vinden? Ze stuurt mails met een open sollicitatie naar een paar bedrijven, die haar interessant lijken. Dan kan ze de verleiding niet weerstaan om via Google toch weer rond te gaan kijken in Noorwegen, door plaatjes op te zoeken van het prachtige gebied waar haar vriendin woont.
15
‘Kom nou eens een weekje’, drong Lara donderdagavond aan het eind van hun gesprek aan. ‘Je kunt hier geweldig wandelen, echt wat voor jou! Als je komt vraag ik of Andreas een paar dagen thuisblijft, of ik breng de jongens bij mijn schoonmoeder, dan gaan wij samen een paar tochten maken.’ Maar nee, dat zit er nu niet in. Misschien over een paar jaar, als ook Madelon en Jula wat ouder zijn en op zichzelf wonen. Wellicht kunnen Bob en zij dan samen eens gaan kijken bij Lara. Hoewel… Bob gaf pas nog aan dat Noorwegen hem absoluut niet zou trekken. Bob is een mensenmens, die moet drukte en reuring om zich heen hebben. Maar misschien kan ze dan eens alleen gaan? Wandelen in die eindeloos uitgestrekte bossen lijkt haar fantastisch! De achterdeur die opengaat en weer dichtklapt maakt een eind aan haar dromen over Noorwegen. ‘Hé, jij bent lekker vroeg!’ ‘De laatste twee uur vielen uit. Hederik was ziek, heb ik die repetitie voor niks geleerd,’ moppert Jula. ‘Dat heb je nooit voor niks geleerd,’ zegt Tine troostend. ‘Volgende week of wanneer je die toets wel krijgt, hoef je alles alleen even over te kijken en ben je klaar.’ ‘Dat weet ik ook wel! Maar ik had vanochtend vroeg m’n telefoon gezet omdat ik nog moest leren. Weet je hoe erg dat is, om om zes uur wakker te moeten worden?’ Gefrustreerd ploft Jula neer op een stoel. ‘Ja, dat is niet leuk,’ antwoordt Tine meelevend. ‘Misschien had je…’ ‘Ja, stop maar. Ik weet het: dan had ik maar eerder moeten gaan leren.’ Voor Tine kan reageren en haar op haar onprettige toon kan wijzen, loopt Jula de kamer al uit en stampt de trap op. Tine zucht en sluit de computer af. Jula komt de verdere middag niet meer naar beneden. Als Tine na een uurtje naar boven loopt met een glas sap en een koek, vindt ze Jula achter haar bureau met een leerboek voor haar neus. Ze mompelt een bedankje, maar kijkt nauwelijks op van het boek. ‘Lukt het een beetje?’ ‘Ja hoor, prima.’
16
Jula’s mobieltje ligt naast haar boek, Tine vraagt maar niet waar ze zo druk mee is. Madelon komt juist laat thuis vandaag. Een halfuur later dan normaal op maandag komt ze binnen. ‘Hallo, kunnen we straks een beetje vroeg eten, ik wil gaan tennissen met Lucia.’ ‘Hoi Madelon, ja hoor, dat moet geen probleem zijn. We zijn maar met ons drietjes, we kunnen eten wanneer we maar willen. Halfzes doen? Red je het met je huiswerk, als je ook nog gaat tennissen?’ Eigenlijk hoeft ze dat niet eens te vragen, Madelon zorgt altijd dat ze haar zaakjes keurig voor elkaar heeft. ‘Ja, makkelijk, ik heb niet veel.’ Madelon heeft al een glas sap ingeschonken en met haar rugzak in haar andere hand loopt ze de trap op. ‘Ik ga snel beginnen, hoor.’ Daar zit Tine dan weer. Ja, ze moet echt een nieuwe baan vinden, hier kan ze niet tegen. Na twee dagen lijken de meiden alweer vergeten dat hun was in de wasmand hoort. Woensdagavond moppert Madelon over een wit bloesje dat ze kwijt is. ‘Ik weet zeker dat ik alles in de was heb gegooid,’ zegt ze op een boze toon. ‘En ik wil het morgen aan.’ ‘Je moet nog maar eens goed zoeken,’ antwoordt Tine, terwijl ze probeert om haar geduld niet te verliezen. ‘De wasmand is leeg en het hangt ook niet aan de waslijn boven.’ ‘Dan zal Juul het wel hebben gepakt…’ sputtert Madelon. ‘Zij leent wel vaker iets van me zonder het te vragen.’ Tine haalt haar schouders op. ‘Dat moeten jullie samen uitzoeken, andersom pak jij ook weleens wat van haar, geloof ik.’ Nauwelijks een paar minuten later maakt een hoop geschreeuw duidelijk dat het bloesje gevonden is. Madelon komt woedend de trap af. ‘Mam! Mijn bloesje lag onder haar bed en nu kan ik het morgen niet aan.’ ‘Dat wist ik toch niet!’ Jula komt ook de trap af. ‘Mama heeft het ook niet gezien, hoor. Het lag er al voor de nieuwe regels ingingen, dus het is niet alleen mijn schuld.’ Tine kijkt even sprakeloos van de een naar de ander. ‘Je wil
17
dus eigenlijk zeggen, dat ik verantwoordelijk ben?’ vraagt ze dan. ‘Nou, verantwoordelijk…’ mompelt Jula. ‘Dat niet, maar je hebt het ook niet gezien.’ ‘Wat een gezwam!’ zegt Madelon kwaad. ‘Jij moet eens afleren om ongevraagd mijn kleren te pakken.’ ‘Zeg jij nou niks! Dat doe je ook zo vaak bij mij.’ Tine laat de twee ruziënde meiden achter in de gang, terwijl ze naar boven loopt. Ze moeten het maar samen oplossen; haar dochters zijn oud en wijs genoeg. Wat een hysterie om een bloesje! Als Bob een halfuurtje later thuiskomt, lijkt de ruzie tussen de meiden weer voorbij. Tine maakt koffie voor Bob en zichzelf, ze praten even bij over oppervlakkige dingen, dan staat Bob alweer op van de bank. ‘Het is wel ongezellig, maar ik moet nog wat telefoontjes plegen en wat mails versturen. Zal ik de koffer boven zetten? Het meeste kan zo in de was, hoor.’ Tine zucht vermoeid. ‘Doe je best, je weet waar de wasmand staat.’ Ze blijft zitten en kijkt naar hem. Hij trekt even verwonderd zijn wenkbrauwen op en knikt dan. ‘Komt in orde, mevrouw!’ Hij lacht alsof ze een grap heeft gemaakt. Maar haar gezicht blijft strak. Hij loopt naar haar toe en legt zijn hand op haar arm. ‘Hé joh, wat is er nou?’ ‘Er is niks, maar je kunt toch best zelf je zooi opruimen? Ik hoef je koffer toch niet uit te pakken?’ ‘Natuurlijk hoeft dat niet. Alleen… meestal zeg je: zet maar neer, ik ruim het wel op. Maar je hebt gelijk, ik kan dat zelf ook prima.’ Hij geeft een klopje op haar arm. ‘Ik ga vlug even aan de gang, dan drinken we straks samen een wijntje en praten we echt bij, goed?’ Ze haalt haar schouders op. ‘Kijk maar…’ Hij werpt haar nog een bezorgde blik toe, dan gaat hij de kamer uit, het koffertje in zijn hand. Tine blijft achter in de kamer. Ze heeft een hekel aan zichzelf en toch lijkt het of ze niet anders kan.
18
Later zitten ze samen op de bank. Bob heeft twee glazen witte wijn ingeschonken. Tevreden leunt hij naar achteren en legt zijn arm om Tines schouder. ‘Hè, wat hebben we het goed samen, meisje!’ Tine reageert niet maar hij lijkt het niet op te merken. Hij nipt van zijn wijn en begint te vertellen over zijn ervaringen in Brussel. Over het nieuwe hotel, waarin hij gelogeerd heeft en het uitgekiende luchtcirculatiesysteem in de kamers. Tine laat zijn woorden over zich heen gaan zonder echt te luisteren. ‘Ongelooflijk, hoe ze dat bedacht hebben, gewoon schitterend. Heel iets anders dan de gewone airco. Knap, als je zoiets uitdenkt, toch?’ Tine knikt maar wat. Alleen die laatste zin heeft ze meegekregen. ‘Ach, natuurlijk helemaal niet interessant voor jou, sorry! Maar ja, toch een beetje mijn vakgebied hè, dan kijk je er met andere ogen naar.’ Bob gaat wat rechterop zitten. ‘Nu jij, hoe waren de dagen hier? Nog wat bijzonders?’ Tine haalt een schouder op. ‘Wat zou er voor bijzonders moeten zijn gebeurd? De meiden zijn elkaar een paar keer in de haren gevlogen, de wasmachine heeft drie keer gedraaid en ik heb de vaatwasser in- en uitgeruimd. Dat was het wel zo ongeveer en ja, mezelf hier en daar aangeboden bij bedrijven die niet op me zitten te wachten. En o, nu vergeet ik het meest interessante, ik heb de planten verzorgd en de ramen gezeemd!’ Nu zwijgen ze allebei. Bob heeft zijn arm weggehaald van haar schouder en vouwt zijn handen om de voet van het wijnglas. Dan kijkt hij opzij en zegt zachtjes: ‘Wat praat je bitter. Dit is een fase, Tine, dat weet je toch? Probeer te genieten van het feit dat je niet hoeft te rennen naar je werk. Wellicht heb je binnenkort weer een baan en denk je met verlangen terug aan deze rustige tijd. En de meiden? Voor je het weet zijn Madelon en Jula ook het huis uit, dan verlangen we vast af en toe terug naar hun kleine ruzietjes, maar vooral naar hun gezelligheid.’ ‘Ja, dat zal wel…’ Met een grote slok drinkt Tine haar glas leeg en zet het op de
19
glazen tafel voor haar. ‘Jij hebt gemakkelijk praten,’ zegt ze terwijl ze opstaat. ‘Leuke baan, prettige collega’s en als je eindelijk thuiskomt pak je de gezelligheid hier mee.’ Ze kijkt haar man weer aan en raakt gefrustreerd als ze zijn verbaasde gezicht ziet. ‘En genieten van mijn rust, zonder baan? Je hebt geen idee, hoe vermoeiend het is om alleen maar nutteloos bezig te zijn!’ ‘Nutteloos bezig zijn? Noem je de opvoeding van je kinderen en de zorg voor ons gezin nutteloos?’ ‘O nee, natuurlijk niet! Het gezin is de hoeksteen van de samenleving!’ Haar stem klinkt honend, terwijl de tranen in haar ogen schieten. ‘Jij begrijpt er echt helemaal niks van!’ Ze loopt de kamer uit. ‘Tine, kom…’ De deur slaat met een klap achter haar dicht. Ze gaat naar bed. In het donker ligt ze te wachten. Ze weet dat ze onredelijk was tegen Bob, en niet alleen vanavond, maar vaak de laatste tijd. Wat is er toch met haar aan de hand? Waar komt al die woede vandaan? Ze kan het niet tegenhouden. Eigenlijk weet ze het wel: er zit een stuk onvrede, vermoeidheid in haar lijf en haar hoofd. Maar ze weet niet hoe ze die kwijt moet raken. Waarom komt hij nu niet naar haar toe, waarom begrijpt hij niet dat ze zich ongelukkig voelt? Ze heeft dat net toch duidelijk genoeg uitgesproken, al was het dan niet op de meest aardige manier. Maar nee, Bob haalt zijn schouders alleen maar op als ze dit soort dingen uitspreekt, als ze hem probeert duidelijk te maken dat ze zich niet gelukkig voelt. Hij wees haar er nota bene op, dat ze alleen maar reden heeft om te genieten van haar fijne gezin, van het feit dat ze niet hoeft te werken! Boos draait ze zich op haar zij. Genieten van haar gezin? Ja, toen de kinderen klein en aanhankelijk waren, toen genoot ze daarvan. De zaterdagochtenden waarop ze gezellig met z’n allen ontbeten. De gezamenlijke vakanties. En zomers de uitstapjes met Stefan, Madelon en Jula naar de buurtspeeltuin of zomaar met een ijsje in de achtertuin. Nu is ze een soort pensionhoudster geworden, Stefan komt het weekend vooral thuis om zijn was te laten doen en Madelon en Jula? Zij krijgen ook steeds meer hun eigen leven. Tot voor een paar jaar vonden ze het heerlijk om met haar de stad in te gaan,
20
een beetje te winkelen en ergens wat te drinken. Maar nu? Ze shoppen veel liever met vriendinnen, besteden hun kleedgeld aan truitjes en broeken, die zij als moeder vaak niks vindt. Die idiote mode van spijkerbroeken met scheuren overal! Maar het gebeurt gewoon, ze gaan met vriendinnen naar de stad en komen met die troep thuis. En als ze er een opmerking over maakt, kan ze van Jula een grote mond krijgen terwijl Madelon haar kritiek gewoon negeert. Sinds wanneer is het contact met haar dochters zo geworden? Maakt ze nou zelf overal een punt van, of zijn Madelon en Jula echt zo onverschillig geworden? En Bob… Bob gaat op in zijn drukke baan, zijn bezigheden als kerkrentmeester, leider van een jeugdclub. ‘Hij is zó betrokken!’ zei pas nog iemand tegen haar. Valt mee dat er niet achteraan gezegd werd, dat zij echt boft met zo’n man en die voorbeeldige kinderen. Nijdig draait Tine zich op haar andere zij. Ze moesten eens weten. Die ideale man hangt nu waarschijnlijk voor de tv met een tweede glas wijn. Zijn koffer zag ze net, nog steeds dicht, boven op de overloop staan. En aan haar denkt hij niet. Wat een ideaal gezin, zeg! Ze ligt zich steeds meer op te fokken, ze voelt stevige hoofdpijn opkomen en ze gaat zich alleen maar ellendiger voelen. Na een hele tijd hoort ze Bob de trap opkomen. Ze kijkt snel op het verlichte schermpje van de wekkerradio, 00.05 geeft het aan. Ze hoort hem in de badkamer en dan komt hij de donkere slaapkamer binnen. Tine houdt zich slapend als ze hem naast zich in bed hoort komen. Ze voelt hoe hij zich naar haar toe buigt, zachtjes de haren uit haar gezicht strijkt en haar op haar wang kust. Dan draait hij zich om, stompt wat tegen zijn kussen en zucht diep. Dan wordt het stil. Ze houdt haar ogen gesloten maar ze voelt de tranen langs haar wimpers lopen. Opeens is al haar wrok en boosheid weg, ze voelt zich alleen maar eindeloos verdrietig. Ooit, aan het begin van hun huwelijk hebben ze afgesproken om nooit met ruzie te gaan slapen. En nu? Of is dit geen ruzie? Nee, was het maar zo, dan konden ze het uitpraten, goedmaken.
21
Maar hier valt niks te praten of te verzoenen. Zij zit alleen in die diepe put van onvrede en somberheid. ‘Tien, ben je nog wakker?’ Ze geeft geen antwoord. Donderdagochtend is ze eerder wakker dan Bob. Ze gaat zachtjes uit bed en loopt de trap af. Het ziet ernaar uit dat het een prachtige dag gaat worden. De zon schijnt nu al volop en er lijkt nauwelijks wind te zijn. Tine doet de openslaande deuren naar de tuin open en de frisse ochtendlucht stroomt naar binnen. Ze stapt de tuin in en haalt diep adem. Ze moet die moeheid proberen van zich af te schudden. Bob had gelijk, ze heeft veel om dankbaar voor te zijn. Waarom is het dan zo moeilijk om dat ook te voelen… Tine gaat achter in de tuin op het houten bankje zitten. Een vroege vlinder zit op een bloem. Wat is het buiten heerlijk, zo vroeg in de ochtend. Ze gaat het anders doen, ze zal geduldig zijn met haar dochters en niet zo onredelijk zijn tegen Bob. En morgen, als Stefan thuiskomt zal ze zorgen dat het een gezellig weekend wordt! Ze sluit haar ogen en draait haar gezicht naar het zonlicht. Ze zal… ‘Mam! Is er nog geen brood uit de vriezer? Ik moet vandaag echt op tijd op school zijn, dat had ik toch gezegd?’ Madelon staat aangekleed en wel bij de tuindeuren. ‘Waarom zit je daar zo gek in je nachtpon?’ ‘Gek, waarom gek?’ Tine staat op en loopt naar de deur. ‘Je kunt zelf ook brood uit de vriezer pakken, hoor. En waarom ben jij zo vroeg?’ ‘Vroeg? Het is halfacht geweest! Jullie zijn allemaal laat! Jula slaapt volgens mij ook nog.’ ‘Echt waar?’ Tines blik gaat verschrikt naar de kleine klok aan de wand. ‘Ach, ik dacht dat het nog vroeg was! Papa slaapt toch ook nog?’ ‘Nee hoor, hij staat onder de douche.’ Madelon loopt naar de keuken, Tine hoort hoe ze de vriezer en de koelkast open- en dichtdoet, alles met veel lawaai. Snel loopt Tine de trap op en gaat de slaapkamer van Jula bin-
22
nen. Ja hoor, haar jongste dochter is nog in diepe rust. ‘Juul! Wakker worden, schiet op, we hebben ons verslapen! Zet toch ook eens zelf een wekker!’ Jula schiet overeind en als ze beseft hoe laat het is, springt ze mopperend uit bed. Twintig minuten later zijn ze alle drie de deur uit. Tine blijft achter met een aanrecht met chaos en broodkruimels op de grond. Haar goede voornemens zijn totaal verdwenen. Ze is nu alweer moe, uitgeput en opgebrand door het gehaast en door het gemopper van Madelon en Jula. Of misschien ook door haar eigen gemopper op alles en iedereen, beseft ze. Door het gehaast om iedereen op tijd de deur uit te helpen. Bob is niet meer teruggekomen op gisteravond. Daar was trouwens geen gelegenheid voor, iedereen liep te haasten en te rennen. En ach, wat zou hij ook moeten zeggen? Hij zal wel belangrijkere dingen aan zijn hoofd hebben dan een chagrijnige vrouw. Boven op de overloop vindt ze de kleine koffer die Bob meehad naar Brussel. Tuurlijk! Die mag ze ook nog leeghalen. Nijdig geeft ze er een schop tegen. Tot haar verrassing vliegt hij door de gang alsof er niets inzit. En dat klopt, de koffer staat klaar om naar zolder gebracht te worden. Nou, dat had hij natuurlijk ook best zelf kunnen doen. Zij doet het ook niet. Kijken wie de langste adem heeft. Tine gaat haar slaapkamer in en gaat op de rand van het bed zitten. De dag strekt zich lang en zwaar voor haar uit. Het liefst zou ze weer naar bed teruggaan. En ach, waarom zou ze dat ook niet doen? Nog een uurtje slapen verdrijft misschien die moeheid en lusteloosheid wel. Ze gaat in bed liggen en sluit haar ogen, maar ze blijft klaarwakker. Waar is ze nu eigenlijk mee bezig, vraagt ze zich af. Zelfmedelijden, is dat het? Maar waar komt dat dan vandaan, heeft ze reden om zich te voelen zoals ze zich voelt? En wat zou ze eraan kunnen doen? Dat is het nu juist, er is niets aan te doen. Ja, ze zou weer een baan moeten hebben, het gevoel hebben dat ze meer is dan alleen een zorgende en opruimende moeder en huisvrouw. Wat tegenwicht voor het intensieve leven hier in huis. Ze is nu eenmaal geen type dat tevreden met een haakwerkje of een boek zit te
23
wachten tot de kinderen uit school komen, om direct naar hun kamer te hollen. Ze heeft uitdaging nodig, inspanning en waardering. Ja, dat laatste, dat is het vooral, weet ze. Van haar kinderen krijgt ze dat zeker niet. Als ze haar al waarderen, weten ze dat in elk geval goed te verbergen! En Bob? Ach, hij houdt van haar, dat gelooft ze wel. Maar hij heeft geen idee hoe ze zich voelt, wat er in haar omgaat de laatste maanden. ‘Geniet even lekker van de rust, je vindt best weer een baan…’ zei hij pas nog. Snapt hij dan niet, dat ze haar leeftijd tegen begint te krijgen bij sollicitaties? Ze is bijna vijfenveertig; jonge meiden, net klaar met hun opleiding, zijn voordeliger om in dienst te nemen. Misschien komt ze helemaal niet meer aan de bak. Maar Bob heeft gemakkelijk praten, hij heeft een drukke baan en verschillende nevenfuncties. Geen moment tijd om zich te vervelen. Integendeel. Opeens verlangt ze heel erg naar haar moeder. Kon ze nog maar eens met mama praten! Zij zou ongetwijfeld begrijpen hoe Tine zich voelt. Mama begreep haar zoals geen ander haar had begrepen, wist precies hoe zij in elkaar zat. En haar moeder kon altijd heel goed relativeren, Tine weer laten zien hoe ze verder moest. Want dit is niet de eerste keer dat ze in zo’n negatieve periode zit. Het is ook een beetje haar aard om, als dingen tegen zitten, af te glijden naar somberheid. Eigenlijk voelt ze zich al somber vanaf het plotselinge overlijden van mama zeven maanden geleden. De eerste tijd had ze in een soort roes geleefd, pas na een aantal maanden leek het weer wat beter te gaan. Maar toen opeens was daar haar ontslag gekomen en dat was net de beruchte druppel die de emmer deed overlopen. Ach ja, ze weet het zelf heus wel. Alleen heeft ze geen idee hoe ze hieruit kan komen. De omstandigheden lijken allemaal mee te werken om haar steeds dieper in die put te krijgen. Met Stefan die zijn eigen leventje in Delft leidt en de meisjes die zich steeds verder van haar lijken terug te trekken. Tine zucht. Het is niet anders, ze zal ermee moeten leven. Maar vooruit, met in bed blijven liggen, lost ze zeker niks op. Misschien
24
straks maar eens een flinke wandeling maken. Ze kan Rieke bellen om te vragen of ze meegaat, of een van haar andere vriendinnen. Ach nee, Rieke is natuurlijk gewoon naar haar werk, en Joyce ook. Dan gaat ze wel alleen, hoeft ze ook niet verplicht te praten. Juist voor ze wil weggaan, gaat haar mobiele telefoon. Bob, ziet ze op het schermpje. ‘Heb je vanavond iets bijzonders?’ vraagt hij. ‘Nee? Mooi, dan gaan we samen lekker uit eten. De meiden redden zich best een avondje. Ik hoop om halfzeven thuis te zijn. Zorg dat je klaar bent!’ Voor ze wat kan vragen heeft hij de verbinding al verbroken. Leuk!, is haar eerste gedachte, maar dan bedenkt ze dat dat natuurlijk helemaal niet gaat lukken. Het is donderdag, Bob weet toch dat Jula dan naar hockeytraining moet en dat Madelon moet zwemmen? Een onmogelijke avond om weg te gaan, Madelon moet weggebracht en later weer opgehaald worden; ze zwemt in het naburige stadje, omdat hun eigen dorp geen wedstrijdbad heeft. Wrevelig pakt ze haar telefoon om Bob terug te bellen, maar dan bedenkt ze zich. Ze belt niet, hij hoort het wel als hij vanavond thuiskomt. De wandeling moet ze ook maar op een ander moment maken. Ze kan beter boodschappen gaan doen, er zal vanavond – thuis – toch gegeten moeten worden. Als Bob om iets voor halfzeven thuiskomt, staat het eten op tafel. Tine heeft net de meisjes van boven geroepen. Jula heeft haar sporttas al klaarstaan, direct na het eten moet ze weg. ‘Wat is dat nou?’ Bob blijft staan en kijkt naar de gedekte tafel en dan naar Tine, die met een lang gezicht de laatste schaal op tafel zet. ‘Het is donderdag!’ zegt ze kortaf. ‘Madelon moet zwemmen en Juul naar hockey. We gaan een andere keer wel, morgen of zaterdag.’ ‘Ach!’ Bob slaat met de hand tegen zijn voorhoofd. ‘Nooit aan gedacht! Waarom zei je dat niet gelijk vanmiddag?’ ‘Daar kreeg ik nogal de gelegenheid voor! Kom je zitten? Dan kunnen we beginnen.’ ‘Wat is er, heb ik wat gemist?’ Madelon kijkt van de een naar de ander.
25
‘Nee hoor, er is niets en je hebt zeker niks gemist! Ga nu maar zitten.’ Tines toon is ongeduldig. Zonder nog iets te zeggen neemt ook Bob zijn plaats aan tafel in en vouwt zijn handen voor het gebed. Ze eten bijna zwijgend. Jula heeft haar mobiel op haar schoot liggen, de oortjes in haar oren. Tine ziet het wel, maar ze heeft geen zin om er iets van te zeggen. ‘Gezellig weer!’ merkt Madelon op, als Tine zwijgend de lege borden weghaalt. Bob kijkt verontschuldigend naar zijn dochter. ‘Sorry, je hebt gelijk, ik zat nog met mijn gedachten bij mijn werk. Maar hoe was jullie dag?’ Hij kijkt van Madelon naar Jula. Madelon haalt haar schouders op. ‘Gewoon hoor.’ Jula hoort niet eens dat Bob haar wat vroeg. Ze tikt met haar wijsvinger mee op de maat van de muziek in haar oren, daarmee verraadt ze zich. ‘Jula!’ Bob verheft zijn stem. ‘Doe die dingen uit je oren, je weet dat we dat niet willen aan tafel.’ Jula laat de oortjes naar beneden vallen. ‘Sorry, pap.’ Tine zet de dessertschaaltjes op tafel. ‘Ik hoef geen toetje, mag ik danken? Ik moet weg!’ Jula schuift haar stoel al wat naar achteren. ‘Je hebt nog tijd genoeg, je blijft zitten!’ Scherp klinkt Tines stem. ‘Maar ik…’ ‘Juul! Je hoort wat mama zegt. We zijn zo klaar.’ Tien minuten later is Jula de deur uit en Madelon is weer naar boven gegaan. Tine heeft de tafel afgeruimd, en als ze met het tafellaken in haar hand opnieuw naar de keuken wil lopen, legt Bob zijn arm om haar heen en trekt hij haar mee naar de bank. Het tafellaken pakt hij in een beweging uit haar hand en hij gooit het terug op de eettafel. ‘Toe nou, Bob, ik wil eerst even opruimen.’ ‘Dat komt zo wel. Eerst vertel je me wat er aan de hand is. Is het omdat ons etentje niet kon doorgaan?’ ‘Ach welnee!’ zegt ze wrevelig. ‘Als dat het ergste was…’
26
‘Wat is dan het ergste?’ ‘Niks, gewoon…’ ‘Kom op, Tine, je bent al dagen, al weken jezelf niet. Komt dat nu allemaal doordat je nog geen nieuwe baan gevonden hebt, of is er meer aan de hand? Als jij het me niet vertelt, dan weet ik het ook niet. Ik wil alles voor je doen, maar dan moet je wel zeggen wat je nodig hebt.’ ‘Wat ik nodig heb…’ herhaalt ze langzaam. Maar daar blijft het bij. Eindelijk begint ze toch verder te praten. ‘Ik ben gewoon zo moe van alles…’ probeert ze onder woorden te brengen wat ze voelt. ‘Moe? Maar je hebt nu juist een rustige periode, geen werk, Stefan de hele week weg, alle tijd voor de meisjes en jezelf.’ Tine schudt haar hoofd. ‘Dat klinkt wel heel simpel, als je het zo zegt.’ Hij kijkt haar van opzij aan. ‘Zeg jij dan eens hoe je het wel ervaart?’ Ze denkt wat ongeduld in zijn stem te horen en opeens barst ze uit: ‘Hoe ik het ervaar? Dat zal ik je vertellen! Ik mis ons hechte gezin van pakweg twee jaar geleden. Stefan komt alleen nog thuis omdat hij nu eenmaal schone kleren nodig heeft en de meiden gaan hun eigen gang. Ze zijn liever bij hun vriendinnen dan hier thuis. En jij…’ Even kijkt ze naar hem, maar direct kijkt ze weer strak voor zich en gaat verder: ‘Jij bent altijd druk met je werk, met de kerk of met een andere vereniging of commissie waar je zo nodig iets moet betekenen. En ik zit hier maar in huis, iedereen is druk met iets, behalve ik.’ Ze haalt diep adem en zegt dan opeens zacht: ‘En mijn moeder, ik mis mijn moeder zo ontzettend! Het idee, dat ik haar nooit meer zal zien, nooit meer met haar kan praten.’ Een traan glijdt over haar wang, ze veegt hem weg. Het blijft even stil na haar uitbarsting. Bob zit stil naast haar, zijn hand ligt nog steeds in haar nek, maar hij zegt niets. Na een poosje begint hij voorzichtig: ‘Misschien moet je er even tussenuit, een korte vakantie, even helemaal tot rust komen. Dan kijk je daarna waarschijnlijk weer heel anders tegen de dingen en tegen de kinderen aan. Want wat je over hen zegt, zeker over Madelon en Jula… dat klopt geloof ik wel een beetje. Maar ik denk
27
ook dat dat normaal is op deze leeftijd, dat houd je niet tegen. Ik ga morgen op mijn werk meteen kijken of ik binnenkort een weekje vrij kan maken, dan gaan we lekker samen weg. Parijs, Wenen, zeg jij het maar.’ ‘En de kinderen, de meisjes, waar wil je hen laten?’ ‘Dat is toch niet zo’n probleem? Ze kunnen toch wel bij een vriendin logeren?’ ‘Misschien…’ Tine kijkt weifelend. ‘Maar kun jij dan weg? Je vertelde eergisteren nog dat het op het ogenblik zo hectisch is op de zaak?’ ‘Wat moet, dat moet! En het hoeft toch niet direct volgende week al? Volgende maand is het vast weer rustiger, ik ga morgen meteen kijken.’ ‘Wat moet, dat moet? Laat maar dan, het hoeft al niet meer.’ ‘Tine!’ ‘En anders ga ik wel alleen…’ ‘Alleen?’ Opeens veert Tine op, een gedachte flitst door haar hoofd. ‘Ja, alleen. Lara heeft al vaak gevraagd of ik eens een keertje kom.’ ‘Lara? In Noorwegen bedoel je toch?’ ‘Ja, welke Lara ken je verder nog?’ Het klinkt kortaf. Bob blijft rustig. ‘Als jij dat wilt, is dat natuurlijk prima. Een heel goed idee zelfs, denk ik.’ Hoort ze opluchting in zijn stem? ‘Ja, dat zou ik graag willen!’ zegt ze resoluut. ‘Prima, dan moet je dat met haar regelen. Over de meisjes hoef je je geen zorgen te maken, ik zorg dat ik iedere dag op tijd thuis ben.’
28
H
oeveel Tine ook houdt van haar man Bob en hun drie kinderen, het wordt haar even te veel. Ze gaat ertussenuit naar Noorwegen. Met een wandelroute die ze van een andere wandelaar krijgt gaat ze op pad in de bossen‌ totdat ze na een paar uur ontdekt dat ze verdwaald is. Uiteindelijk vindt ze een blokhut, waar ze naar binnen gaat. Ondanks het donker merkt ze direct dat ze hier niet alleen is. Ook de Belgische pastoor Bram ligt in de hut. Hij is gewond en kan niet lopen. Het ziet ernaar uit dat ze voorlopig op elkaar zijn aangewezen. In de dagen en nachten die ze noodgedwongen samen doorbrengen, delen Bram en Tine hun levensvragen en krijgen ze een bijzondere band. Als Tine terug is in Nederland, kan ze Bram niet loslaten. Ze heeft het gevoel dat alleen hij haar begrijpt, dat ze bij hem thuis is. Als de weg verborgen is is een indringend en intiem verhaal van Ina van der Beek, die gevoelens verkent waar we normaal gesproken liever onze ogen voor sluiten. Wat mag je voelen en wat niet? En wat kun je doen als je gevoelens niet in overeenstemming zijn met je geloof en principes? ISBN 978 94 0191 485 7 NUR 344
9 789401 914857 w w w. r o m a n s e r i e . n l
INA VAN DER BEEK Als de weg verborgen is
ZE HEEFT HET GEVOEL DAT ALLEEN HIJ HAAR BEGRIJPT
INA VAN DER BEEK
Als de weg verborgen is
Roman