Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 2
Eerder verschenen van Marleen Schmitz bij uitgeverij Zomer & Keuning Zwarte ogen, groene ogen * Wintervlinder * Zand en zilver * Twee zussen, drie levens * Tussen twee grenzen * * Deze uitgave is ook verkrijgbaar als e-book
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 3
Marleen Schmitz
Late lente
Uitgeverij Zomer & Keuning
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 4
ISBN 9789401912570 ISBN e-book 9789401912587 NUR 344 © 2018 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Liesbeth Thomas, t4design www.marleenschmitz.nl www.romanserie.nl Alle rechten voorbehouden
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 5
1 Mijn brievenbakje puilt uit van de rekeningen; het zijn er echt veel meer dan ik dacht. Ik zucht, zet de computer aan en kijk over de rand van het beeldscherm naar buiten, waar de ruiten van de plantenkas vrolijk schitteren in het zonlicht. ‘Kijk eens hoe mooi,’ prevel ik tegen de meubels. ‘Na regen komt zonneschijn.’ Tegelijkertijd schud ik mijn hoofd. Al hou ik me honderd tegeltjeswijsheden voor, de onbetaalde rekeningen naast mijn toetsenbord verdwijnen er niet van. De in de wind deinende firmavlag zwaait naar me alsof hij ook iets van me moet. Aan de onderkant van het dunne doek hangt een irritante rafeldraad die speelse krullen schrijft in de lentelucht. Op het erf staan lege plantenrekken en kapotte pallets en al kijk ik bewust niet naar de plek waar de auto van Frank staat, toch zie ik hem staan. Mijn ogen lopen vol tranen, ik kan ze niet tegenhouden. Frank zal nooit meer in die auto rijden. Dat staat met bloedrode letters in mijn hart geschreven. Ik haal een paar keer diep adem, zeg tegen mezelf dat Frank niet zou willen dat ik opgeef en veeg mijn wangen droog. Buiten vliegen vogels af en aan met nestmateriaal, zie ik. Ja, het is voorjaar en er moet gewerkt worden. Het leven begint opnieuw. Dat geldt voor de vogels, maar ook voor mij. Weer bekijk ik de plantenkas. Nu met een andere blik. Hier en daar zijn de ramen met een groene waas bedekt. Ik pak een blanco vel en schrijf erop: DOEN. Daaronder: ramen wassen. Ons bedrijf moet er verzorgd blijven uitzien. Geen spoortje van verwaarlozing mag zichtbaar worden, want bij de minste twijfel haken de beste klanten af, en dat kan ik me niet veroorloven. Er komt een streep onder de eerste taak van mijn lijstje en voor de duidelijkheid schrijf ik er vanbinnen en vanbuiten bij. Bij het geluid van de heftruck rek ik me uit om naar buiten te kijken. Joeri zit achter het stuur. Opgelucht laat ik me weer in mijn stoel zakken. Hij is dus inderdaad aan de slag gegaan met 5
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 6
de pallets. De rommelige hoop, die zich in de afgelopen weken naast de loods heeft gevormd, wekte al een beetje de indruk dat de boel verwaarloosd wordt. Als Joeri doet wat ik hem gezegd heb, zet hij de pallets die maar een klein mankement vertonen in de loods. Guido kan die dan zaterdag repareren. De rest van de pallets ga ik aanbieden als brandhout. Alle beetjes helpen. Advertentie brandhout weekkrant en Guido bellen schrijf ik op. Ik laat het beeld van mijn zoon in me opkomen terwijl ik nu zomaar wat naar buiten tuur. Zijn donkerblonde haar met de losse slag heeft hij van mij, de blauwe ogen en de lange, slanke bouw heeft hij van zijn vader. Guido ziet er goed uit. Omdat hij mijn zoon is, ben ik misschien wat bevooroordeeld, maar hij is echt een kanjer, een spetter. Vierde jaar plantenveredeling in Wageningen. Veertien dagen geleden had hij een belangrijk tentamen. Ik ben benieuwd of hij dat gehaald heeft. Hij had wel even kunnen bellen, schiet me te binnen. Afgelopen weekend heeft hij ook overgeslagen. Niet naar huis gekomen. En ook niet gebeld. Natuurlijk weer het ouwe liedje. ‘Ik was het echt van plan mam, maar toen kwam er iets tussen.’ Ik kan het dromen. Ook daarin lijkt hij op zijn vader. Hoe vaak er bij hem niet iets tussenkwam… het een nog niet achter de rug, en zich alweer in iets nieuws gestort. Er vormt zich een brok in mijn keel die ik maar met moeite weggeslikt krijg. ‘O Frank,’ zeg ik hardop, ‘was je er nog maar, ik zou nooit meer op je mopperen en alles met liefde accepteren.’ Ik ga met een ruk rechtop zitten. Flink zijn. Eerst moet ik de administratie bijwerken. Daarna Erwin bellen. Vervolgens met Toon en Joeri praten over hoe het verder moet met het bedrijf. Ik nummer mijn taken. Wat voor toekomst gaan we met Rozenkwekerij Van Bergen tegemoet? De pen in mijn hand tekent bloemetjes en vormt daarna automatisch de F van Frank. Hoe kan een hart het zomaar ineens begeven? Mijn ogen worden weer vochtig, er druppelen tranen op het papier; mijn lijstje wordt vlekkerig. Plotseling schrik ik op van een enorm kabaal op het erf. Ik 6
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 7
schiet omhoog, kijk door het raam. Pallets liggen schots en scheef rond de heftruck, Joeri zet de motor uit en stopt zijn telefoon weg. Met moeite bedwing ik de impuls naar buiten te rennen om hem de mantel uit te vegen. Hij staat als een zoutzak naar de puinhoop te kijken. Ik weet dat het geen zin heeft om boos te worden. ‘Bij die jongen bereik je veel meer met rust en geduld,’ zei Frank altijd. Hij wist precies hoe hij Joeri aan moest pakken; hij had een engelengeduld met hem. Rust en geduld heb ik nu echt niet. Kijk hem daar nou staan met zijn handen in zijn zakken. Ik ruk het raam open. Een vlaag maartse frisheid waait naar binnen. Man, doe iets, wil ik hem toeschreeuwen. Als hij het raam open hoort gaan, draait hij zijn hoofd naar me toe en kijkt me aan met de blik van een hond die slaag verwacht. Ik slik de brok in mijn keel weg en roep: ‘Geeft niet, ga maar gewoon verder.’ Hij antwoordt niet, maar aan de manier waarop hij zijn rug recht, zie ik dat hij opgelucht is. Hij raapt een pallet op en legt hem terug op de vork. Ik zet twee uitroeptekens achter zijn naam op mijn lijstje. Wat ik precies met hem ga bespreken weet ik niet, maar ik móét met hem praten. Op de een of andere manier moet hij mij vertrouwen en zich voor het bedrijf blijven inzetten zoals hij dat onder Frank deed, al vrees ik dat hij dat niet zal doen. Die geslagen hondenblik… alsof ik een onmens ben. Maar het is waar, de laatste dagen heb ik weinig geduld. Komt omdat ik weinig tijd heb. En weinig geld… Langzaam doe ik het raam dicht en ga weer zitten. Eigenlijk is sinds Frank er niet meer is, niets meer de moeite waard. Ik geef mezelf een denkbeeldige schop onder mijn kont: kom op, Liesbeth, ga aan het werk! Drie kwartier later sluit ik de computer af, zet een halve kan koffie en loop naar buiten, waar Joeri houtsplinters bijeenveegt. ‘Kom je zo naar binnen? De koffie is klaar.’ Hij mompelt iets wat ik niet kan verstaan. Voor het gemak ga ik er maar van uit dat hij ja heeft gezegd. Rillend in mijn vestje loop ik naar de loods. Het lijkt warmer dan het is. Het grootste 7
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 8
gedeelte van de loods wordt gebruikt voor de planten. Tegen de achterwand staan rekken, bakken, potten en containers met daarnaast het laadstation van de heftruck. In het voorste gedeelte, meteen daar waar je binnenkomt, pauzeerden we vroeger. Er stonden wat aftandse tuinstoelen en er was een kast waar we onze laarzen, klompen en regenkleding in opborgen. Nu is het een soort kantoor. Het begon met de computer die Frank er neerzette. Daarna de printer en de grote tafel met de stoelen. Tot slot dat veel te dure espressoapparaat en de kopjes. Mét bijpassende schoteltjes. Vroeger waren we tevreden met een gewone mok filterkoffie… Met een steek van pijn komt de herinnering aan de woorden die we over het espressoapparaat hadden, weer boven. Maar toch, als ik toen had geweten dat het een van Franks laatste uitspattingen zou zijn, had ik er geen woord aan vuilgemaakt. We waren bij de groothandel voor een nieuwe printer en nadat we die hadden uitgezocht, trok Frank me mee naar de espressoapparaten. ‘Kijk Liesbeth, als we zo’n apparaat kopen, kunnen we zelf snel een lekker kopje pakken en dan kunnen we onze speciale klanten en de vertegenwoordigers ook een behoorlijk kopje aanbieden.’ ‘Is mijn koffie dan niet lekker genoeg? Al die cups… al dat afval!’ ‘Toe nou, dat valt best mee. We moeten met de tijd meegaan. En dan hoef jij niet steeds heen en weer te lopen van de keuken naar de loods met thermoskannen koffie.’ ‘Je vergeet dat we in de loods een waterkoker hebben.’ ‘Ja, voor oploskoffie!’ Hij trok een vies gezicht. ‘Alsof dat niet lekker kan zijn. Trouwens, onze klanten komen voor onze bloemen en planten, niet voor onze koffie. Laat mij maar ouderwetse filterkoffie zetten.’ ‘Guido zegt ook dat dit apparaat goed werkt.’ ‘Je hebt het er met Guido al over gehad, en niet met mij?’ ‘Guido weet een hoop van die dingen en jij…’ 8
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 9
‘… ik ben ouderwets, zeg het maar.’ ‘Een beetje ouderwets ben je wel, ja,’ zei hij met dat speciale lachje van hem. O, wat zou ik er niet voor overhebben hem nog eens zo te zien lachen… De deur van de loods staat open. Toon staat naast het espressoapparaat met een kopje in zijn hand. Net voordat hij het eronder kan zetten, roep ik dat binnen de koffie al klaarstaat. Toon weet niet wat hij moet doen. Hij twijfelt, ik zie het aan hoe hij met zijn wijsvinger over zijn bovenlip wrijft. Hij heeft van die aparte dingetjes, die kleine tics, maar hij werkt al zo lang bij ons dat ik ze nauwelijks meer zie. Geen idee eigenlijk waar die ingesleten gewoontes vandaan komen. Misschien van zijn tijd als ambtenaar. Op het eerste oog valt er ook helemaal niets aan hem op. Doodnormale spijkerbroek, grijze fleecetrui en zwarte bodywarmer. Maar als je hem vaker ziet, weet je dat hij altijd dezelfde pet op zijn hoofd heeft. Wilder Kaiser staat erop. Elk jaar brengt hij zo’n pet mee van zijn skivakantie in Tirol, waar hij elk jaar hetzelfde pension in hetzelfde skigebied van de Wilder Kaiser boekt. Hij brengt ook steeds dezelfde souvenirs mee: voor zichzelf die pet, voor Frank een flacon Strohrum en voor mij en zijn moeder een groot stuk Milka-chocolade. Koffie drinkt hij het liefst in zijn eentje in de loods. De lunch die in zijn broodtrommel zit, is altijd hetzelfde. Drie dubbele bruine boterhammen, een met jong belegen kaas, een met salami en een met pindakaas. Frank plaagde hem daar vaak mee. ‘Kerel, spring eens uit de band. Doe eens iets anders.’ ‘Waarom? Waarom zou ik iets anders op mijn brood moeten doen als ik kaas, salami en pindakaas het lekkerst vind?’ ‘Je roest vast, man, je bent nog geen vijftig.’ ‘Ik krijg niet de kans om vast te roesten, jij houdt me aardig in beweging. Kijk jij maar naar jezelf. Jij holt jezelf nog een keer voorbij,’ antwoordde hij dan goedmoedig. Ik kijk naar Toon. Zijn lichaamsbouw en donkere uiterlijk 9
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 10
geven hem iets mediterraans, maar qua karakter is hij veel meer noorderling. Misschien heeft hij wel gelijk gehad; heeft Frank zichzelf inderdaad voorbij gehold. ‘Kom toch binnen koffiedrinken,’ herhaal ik. Hij aarzelt. ‘Ik heb niet veel tijd.’ ‘Ik heb Joeri ook gevraagd.’ ‘Joeri…’ zegt hij schokschouderend. ‘Ik hoorde het kabaal.’ ‘Was weer met zijn aandacht bij zijn telefoon,’ verzucht ik. ‘Ik weet niet wat ik met hem aan moet.’ ‘Niemand weet wat hij met Joeri aan moet,’ antwoordt Toon. ‘Het is nu voor iedereen vreemd. Zo zonder Frank.’ Hij zet zijn lege kopje toch neer en samen lopen we naar het huis. ‘Hoe gaat het?’ vraagt hij. ‘Met mij? Of met het bedrijf?’ ‘Met allebei.’ ‘Laten we het maar niet over mij hebben. En eigenlijk ook niet over het bedrijf,’ zeg ik met een neplach. Mijn poging luchtig over te komen mislukt. ‘Is het echt zo erg?’ vraagt Toon. ‘Om eerlijk te zijn, ik denk het wel. Ik heb net de crediteurenadministratie bijgewerkt en ik schrok me rot van het bedrag dat ik nog moet betalen.’ ‘Heb je eraan gedacht dat Frank in het begin van het jaar altijd voorraad inkoopt voor het hele seizoen? Tenminste,’ zegt hij terwijl hij van de kistjes en de potten naar een hoge berg potgrond wijst, ‘voor zover ik weet. Maar hoe gaat het met jou? Red jij je wel?’ Hij tast met zijn ogen mijn gezicht af. Ik vind het niet erg dat mijn verdriet te zien is aan de wallen onder mijn ogen en de rimpels rond mijn mondhoeken. ‘Slaap je wel genoeg?’ We staan bij de achterdeur. Zijn belangstelling doet me goed. Ik knik. ‘Ik heb wat van de dokter gekregen. Dat helpt.’ Hij buigt zich voorover en trekt zijn laarzen uit. Dan houdt hij de deur voor me open en loopt op zijn grijze wollen sokken naar de stoel die hij altijd neemt als we iets moeten bespreken. 10
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 11
Joeri is er nog niet. ‘Neem alvast koffie. Waar die Joeri nou weer uithangt…’ Mopperend loop ik naar buiten. Bij de achterste kas zie ik de heftruck staan en ik ga ernaartoe. ‘Joeri!’ ‘Ik kom!’ Het antwoord komt uit de kleine kas. Met een rood hoofd komt hij even later naar buiten. ‘Koffie. En overleg,’ zeg ik kort. Hij beent langs me heen en zit al aan de keukentafel, voordat ik binnen ben en mijn handen gewassen heb. Ik zeg niets van de moddervlekken die hij met zijn laarzen op mijn keukenvloer heeft gestempeld, maar haal wat stroopwafels uit de verpakking. Joeri zit tegenover Toon, die uitzicht op het erf heeft. Allebei hebben ze Franks plaats aan het hoofd van de tafel leeg gelaten. ‘We moeten praten.’ Ik slik een paar keer, schuif Franks stoel terug en ga zitten. Joeri, die verdiept is in een of ander spelletje op zijn telefoon, mompelt iets onverstaanbaars en legt tergend langzaam zijn telefoon neer. Hij draagt een nieuw T-shirt, zie ik. Het staat hem goed. Zoiets zou Guido ook goed staan. Niet afdwalen. Ik moet met hen over het bedrijf praten. Over de toekomst. Geen idee hoe die eruit gaat zien. Frank wist veel meer van bedrijfsvoering dan ik. In theorie waren we samen de baas, maar in de praktijk kwam het erop neer dat ik de winkel deed en wat eenvoudige dingen als inboeken van in- en uitgaande rekeningen en het regelen van verzendingen. Frank hield zich bezig met de hoofdlijnen van het bedrijf. Hij maakte de plannen, regelde de investeringen en beheerde ons geld. Voor dingen als afschrijvingen, belastingen, balansen enzovoort riep hij soms de hulp in van Erwin, die een goedlopend accountantsbureau in de stad heeft en met wie hij op de middelbare school bevriend raakte. Nog steeds zoekend naar woorden wijs ik uitnodigend naar de stroopwafels. Joeri legt zijn telefoon aan de kant, neemt een stroopwafel en kijkt me wat onzeker aan. 11
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 12
‘Ik wil het met jullie hebben over hoe het verder moet. Frank is drie weken geleden begraven, mijn hoofd staat er nog helemaal niet naar, maar… het voorjaar komt eraan en als ik, als wij, door willen gaan met het bedrijf, moeten we … hoe zeg je dat, de handen ineenslaan en aan de slag. Ik heb het allemaal nog niet zo helder, maar voor mij zit er niets anders op dan doorgaan. Ik heb geen andere keus, de kwekerij is mijn boterham.’ ‘Hoeft niet,’ zegt Joeri met een gebaar dat van alles kan betekenen. ‘Hoe bedoel je?’ vraag ik. ‘Je kunt de boel toch verkopen.’ Boos kijk ik hem aan. ‘Ik ga de rozenkwekerij toch niet verkopen! Geen haar op mijn hoofd die daaraan denkt!’ ‘Tuincentrum,’ corrigeert Joeri. Ik knik geïrriteerd. Hij heeft gelijk, we zijn allang geen rozenkwekerij meer. Die specialisatie hebben we jaren geleden los moeten laten vanwege de concurrentie van de Afrikaanse rozentelers, maar de naam Rozenkwekerij Van Bergen zit zo in mijn hoofd dat het me soms nog ontglipt. ‘Maar je zóú kunnen verkopen. Dat bedoel ik,’ zegt Joeri. ‘Al zijn we nu een tuincentrum, het is nog steeds het bedrijf van Van Bergen. Van Frank en mij. En dat wil ik zo houden.’ Terwijl ik het zeg, besef ik dat het waar is, dat dat een van de weinige dingen is die ik zeker weet. Franks beeld flitst over mijn netvlies, ik krijg er een brok van in mijn keel. Ik zie zijn kortgeknipte grijze haar, zijn gebruinde gezicht en de jeugdige blik in zijn blauwe ogen zo haarscherp voor me, dat het pijn doet. Ik doe of ik een slokje neem, zet mijn kopje neer. Na een paar keer diep ademhalen ga ik verder: ‘Toon, jij weet alles van dit bedrijf en jij, Joeri, bent net zo onmisbaar. Kan ik op jullie rekenen? Zonder jullie is het een verloren zaak.’ Niemand zegt iets. ‘Nou?’ dring ik aan. Joeri neemt als eerste het woord. ‘Alles is nu anders.’ 12
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 13
‘Dat is zo,’ zeg ik. ‘Voor mij is ook alles anders. Ik mis Frank dag en nacht. Bij alles.’ Met Joeri’s stomme zet met de vorkheftruck in gedachten voeg ik eraan toe: ‘Ik weet dat ik soms te snel uit mijn slof schiet.’ Ik kijk hem aan. Hij laat een lange pauze vallen, waarin hij op zijn gemak de stroopwafel weg kauwt. Ik wacht tot hij zijn mond opendoet. Zijn haar is lelijk opgeschoren, maar dankzij de orthodontist heeft hij wel een mooi gebit. ‘Waarom ben ik onmisbaar?’ Die vraag verrast me. Natuurlijk is hij niet onmisbaar. Dat is niemand. Ik had hem een hart onder de riem willen steken door dat te zeggen, maar er zijn vast meer jongens van twintig die kunnen doen wat hij doet. Misschien zelfs wel beter. Frank heeft Joeri destijds aangenomen om de vorkheftruck te besturen. Sindsdien hoort Joeri net zo bij het bedrijf als Frank en ik en Toon. Joeri is een vreemde combinatie van handig en onhandig. Alles wat draait, rolt of een motor heeft, kan hij bedienen en repareren, maar het specifieke werk dat groene vingers vereist, gaat hem minder goed af. Dat interesseert hem ook niet echt. Ik kan gelukkig worden van de geur van een roos, een ontluikende bloem of een prille groene scheut in de donkere aarde. Zulke dingen laten Joeri koud. Toch denk ik er niet over om iemand anders aan te nemen; op dit moment heb ik genoeg aan mijn hoofd. ‘Joeri, ik heb je nodig, dat weet je. Niet alleen voor de heftruck, maar voor alle techniek hier. Ik zou niet weten wat ik moet doen als er iets kapotgaat.’ Joeri knikt. ‘Dat zei Frank ook. Dat ik goed ben met motoren.’ Meer zegt hij niet. Hij speelt met zijn telefoon, hoesje open, hoesje dicht. Na een poosje vraag ik: ‘Dus ik kan op je rekenen?’ ‘Als het doorgaat met de vrachtwagen.’ ‘Vrachtwagen?’ Vragend kijk ik naar Toon, die meeluistert. Toon haalt zijn schouders op. ‘Ja,’ zegt Joeri, ‘Frank was van plan om een vrachtwagen te kopen. En daar zou ik dan op rijden.’ 13
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 14
Ik heradem. ‘O. Nou, als we ooit een vrachtwagen gaan aanschaffen, lijkt het me logisch dat jij ermee gaat rijden.’ Verbaasd zie ik dat Joeri zijn hoofd schudt. ‘Zo was het niet. Het was niet ooit. Hij was het echt van plan. En hij heeft me beloofd dat ik het rijbewijs voor de vrachtwagen mocht halen.’ Ik probeer me te herinneren of Frank het over een vrachtwagen heeft gehad. Vooralsnog gaat er geen belletje rinkelen. Een vrachtwagen… wat wilde hij daarmee? Waar hebben we een vrachtwagen voor nodig? Vrachtwagens komen op ons bedrijf om potgrond, pallets, potten, containers, perkgoed en rozen af te leveren en op te halen. Zou Frank daarvoor een eigen vrachtwagen hebben willen aanschaffen? Voldeed ons busje dan niet meer? Of zou een vrachtwagen goedkoper zijn? Geen idee. Dat moet ik uitzoeken. Joeri kijkt me vol verwachting aan. ‘Sorry Joeri, daar kan ik nu geen ja of nee op zeggen.’ Hij is teleurgesteld, ik zie het aan de manier waarop hij naar zijn telefoon reikt. Dit is een belangrijk moment, zegt mijn intuïtie. Deze slag moet ik winnen. ‘Maar je kunt alvast beginnen met je rijlessen,’ antwoord ik in de hoop dat ik ergens iets over Franks plannen terug kan vinden. ‘Oké,’ zegt hij als een acteur in een slechte cowboyfilm. ‘Dan ben ik je man, boss.’ ‘Mooi!’ De opluchting in mijn stem is goed te horen, maar dat kan me niets schelen. Dan neemt Toon het woord. ‘Twintig jaar geleden ben ik hier begonnen als rozenkweker.’ Hij schraapt zijn keel en vervolgt op rustige toon: ‘Toen we het assortiment moesten uitbreiden met gewone tuinplanten om het hoofd boven water te houden, ben ik gebleven. En ik beloof je dat ik ook nu de schouders eronder zal zetten. Ik ga niet weg. Tenzij je van me af wilt.’ ‘Natuurlijk niet! Ik ben wel gek, jij hebt hier de groenste vingers. Bedankt. Fijn, ik ben blij dat jullie willen blijven.’ Dankbaar kijk ik ze aan. ‘Nog wat praktische zaken. Joeri, ga jij ver14
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 15
der met de pallets? Wat nog te maken is, gaat naar de loods. Ik bel Guido vanavond, dan kan hij zaterdag spijkers met koppen slaan.’ Ik grinnik slapjes om mijn woordspeling, niemand valt me bij. ‘Toon, heb je het snoeien van de rozenborders van de gemeente al ingepland? Ik heb de hovenier aan de lijn gehad en hij wil graag weten wanneer jullie komen.’ Toon glimlacht. ‘Dat verbaast me niets. Die man is er altijd vroeg bij. Zal ik hem bellen? Dan leg ik het uit en maak een afspraak.’ Hij rimpelt zijn voorhoofd. ‘Voor het snoeien zelf hebben we nog tijd genoeg, maar ik heb maar twee handen. Eens kijken hoe ik dat rond krijg.’ ‘Ik kan met je meegaan. Of Joeri?’ ‘Het perkgoed moet ook verzorgd worden…’ ‘Dat is ook weer waar,’ geef ik peinzend toe. ‘Ik zal iemand regelen.’ ‘Laat mij dat maar doen.’ Verbluft kijk ik hem aan. Personeel aannemen deed Frank altijd. En daarom ging ik ervan uit dat ik dat nu zou doen. Hij staat op. ‘Ik ken ’n paar goede mensen. Maar als je vindt dat ik buiten mijn boekje ga…’ Hoewel ik er niet zeker van ben dat het een goed idee is, krabbel ik toch terug. ‘O…’ zeg ik aarzelend, ‘nee, doe maar. Ik duik maar weer in de boeken.’ Nadat ik de deur dicht heb horen slaan, bel ik onmiddellijk mijn zoon op. Hij neemt niet op. Teleurgesteld spreek ik op zijn voicemail in dat ik hoop dat hij zaterdag naar huis komt. ‘Het is zo vreemd in huis, zo zonder pap.’ Met een ontevreden gevoel leg ik de telefoon neer. Ik wil geen moeder zijn die haar kind niet los kan laten en ik wil mijn zoon zeker niet claimen, maar begrijpt hij wel hoezeer ik Frank mis? Het is toch vanzelfsprekend dat ik hem graag thuis heb. Bovendien heb ik zijn hulp echt nodig. Aan het einde van de dag heeft Guido nog steeds niet teruggebeld. Ik weersta de neiging hem opnieuw te bellen en ga voor 15
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 16
de televisie zitten. Op het scherm is iemand als een krankzinnige met een mitrailleur in de weer. Ik wil die heftige beelden niet zien, dus ik zap langs een paar kanalen. Een quiz met lachende mensen, een reisprogramma… niets kan me boeien tot ik op een regionale zender in een instructiefilmpje over reanimeren val. Handen in elkaar, dertig hartmassages, twee beademingen, dertig hartmassages… het lijkt zo simpel. Mijn gemoed vult zich met spijt over hoe het ook had kunnen gaan. Het had zo anders kunnen aflopen als Frank me maar wakker had gemaakt. Dertig massages, twee beademingen. Misschien hadden we hier dan gewoon samen gezeten. Valentijnsdag betekent keihard werken. Elk jaar weer is het spannend om de robijnrode rozen op tijd in bloei te hebben. Dit jaar was het bijzonder spannend, want het leek erop dat onze rozen te vroeg op hun hoogtepunt zouden zijn. Het koelen was ingewikkeld en stressvol. Daarna moesten we alle zeilen bijzetten om de bestelde rozen op tijd, in cellofaan ingepakt en met rood cadeaulint afgewerkt, te kunnen leveren. We hadden nauwelijks tijd om adem te halen en hoe dichter de veertiende februari naderde, hoe vermoeider Frank eruitzag. Ik zei dat hij naar de dokter moest gaan. Hij wuifde het weg. Ik zei dat hij zichzelf in acht moest nemen. Hij beloofde het, maar deed het niet. Misschien had hij nog geleefd als ik erop aangedrongen had naar de dokter te gaan. Als ik geweten had dat zijn hart iets mankeerde, had ik dat zeker gedaan. Het was de hele dag druk in de winkel. Toen de laatste klant eindelijk de deur uit was, sloeg Frank zijn arm om me heen en trok me tegen zich aan. ‘Elke Valentijnsdag kost me jaren van mijn leven, maar het is het waard, kijk maar in de kassa.’ ‘Ik zie het morgen wel, ik ben kapot, ik ga slapen,’ zei ik, waarmee ik de lichtjes en de uitnodiging in zijn ogen negeerde. Toen Frank in de badkamer nog zijn tanden stond te poetsen, sliep ik al bijna. 16
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 17
Nee, het was het niet waard geweest. Geen enkele opbrengst, hoe mooi ook, is een leven waard. De volgende ochtend was het te laat. Vreemd en akelig koud voelde hij aan toen ik tegen hem aan kroop. De schreeuw die uit mijn keel kwam, klonk onaards en dierlijk. Verdwaasd, alsof het buiten me om ging, zat ik eerst een hele poos naar hem te kijken. Daarna heb ik op hem gescholden; hem gesmeekt zijn ogen weer open te doen, tegen hem gepraat, maar pas toen ik in staat was de vredige uitdrukking op zijn gezicht te zien, besefte ik dat ik afscheid moest nemen. Ik weet niet meer hoelang het duurde voordat ik eindelijk de dokter kon bellen. Ik zet de televisie uit. Het is nog geen negen uur, veel te vroeg om naar bed te gaan. Als ik al in slaap val, word ik na een paar uur toch weer wakker. Nu er niets is wat me afleidt, mis ik Frank in volle hevigheid. Op dit uur van de dag waren we meestal samen. Met de krant of voor de tv. Of we praatten over de afgelopen dag, over de planten, over de weersverwachting, over wat er in het dorp gebeurd was, over Guido, over wat we nog allemaal wilden doen voordat we oud waren‌ Ik sta op, loop naar de keuken en zet een bord en een theeglas klaar voor morgenvroeg. Meer is er niet te doen. Uit verveling schil ik een appel, die ik keurig verdeel en op een bord leg. Een voor een steek ik de partjes in mijn mond, kauw er langzaam op zonder ze te proeven. Het lukt me niet om aan iets anders te denken. Frank had nog zoveel plannen; hij wilde nog zoveel van de wereld zien. De klok wijst tien over negen aan. Nog vroeg genoeg om Erwin te bellen voor een afspraak. Wanneer ik zijn nummer ingetoetst heb, laat ik de telefoon een paar keer overgaan, maar ik verbreek de verbinding voordat hij opneemt. Om Erwins redeneringen goed te kunnen volgen moet ik beter weten hoe onze administratie in elkaar zit, wat er op welke grootboekrekening terechtkomt en wat er op de spaarrekening staat. Ik moet ook de laatste balans en de verlies- en winstrekening bestuderen. 17
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 18
In het kantoortje boven de keuken sluit ik de gordijnen en zet de nieuwe computer aan. Frank heeft er amper zes maanden plezier van gehad. Nu zit ik ermee opgescheept. De oude computer staat in de loods. Frank was bezig met het overzetten van bestanden. Geen idee of dat af is. Er zijn zoveel dingen die niet af zijn, die ook nooit af zullen komen… Ik knijp mijn ogen dicht, leg mijn telefoon en die van Frank opzij en trek een nieuw vel uit de printer. Maar dan komt er iets anders in me op. Via de achterdeur verlaat ik het huis en ik blijf midden in de loods staan. Is dit hier de plaats voor een vrachtwagen? Ik doe mijn ogen dicht, stel me Franks gezicht voor, warm me even aan zijn liefdevolle blik. Daarna mijn vraag, mijn intense gedachte, of hij inderdaad van plan was een vrachtwagen aan te schaffen. Doodstil blijf ik staan en ik zet al mijn zintuigen onder spanning. Ik herinner me niets, er komt geen antwoord. Teleurgesteld open ik mijn ogen en loop ik naar de vorkheftruck. Ik hijs me erop, leg mijn handen op het stuur, dat vies en kleverig aanvoelt. Hoe zet je zo’n ding aan? Zou het echt zo lastig zijn om hiermee te rijden? Mistroostig ga ik weer naar binnen. Zoveel te doen, zoveel te leren… Het is bijna halfzes als ik de volgende ochtend wakker word. Met mijn voeten op het koude zeil schuif ik de gordijnen een stukje open. Nog donker, maar droog. Het waait wel, ik zie de vlag wapperen. Terwijl ik een shirt over mijn hoofd gooi, vraag ik me af of ik dit bedrijf wel kan leiden. Wat weet ik over rozen? Er zitten grote gaten in mijn boekhoudkundige kennis en de computer is me vaak de baas… Mijn haar kammend, bekijk ik mezelf in de spiegel. Dankzij mijn appelwangen zie ik er mijn hele leven al jonger uit dan ik ben. Vandaag niet. Mijn wallen en rimpels zijn duidelijk te zien. De blossen op mijn wangen lijken vager. Ik wrijf erover. Vroe18
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 19
ger haatte ik die altijd aanwezige blossen, inmiddels ben ik eraan gewend. Ik ben eenenvijftig en al voel ik me ouder, toch ben ik nog jong genoeg om te leren. Ik kan cursussen volgen. Bijscholingen. Op termijn krijg ik de computer wel onder de knie. En als het moet ook die vervelende administratie. Maar hoe moet het vandaag, morgen en volgende week? Hoe speel ik dat klaar? Voor het leeuwendeel van het werk in en om de kas kan ik op Toon rekenen. Hij heeft de vakkennis en gisteren heeft hij me beloofd dat hij zijn schouders eronder zal zetten. Dat is het allerbelangrijkste. Joeri is er voor de techniek en voor het cijfergedoe kan ik Erwin om raad vragen. Net als Frank dat deed. Erwin was Franks vriend. Anderhalf jaar geleden is hij voor de tweede keer gescheiden. Weer van een jonge knappe vrouw. Ik voel dat de haartjes in mijn nek recht overeind gaan staan. Hij was Franks vriend, maar daardoor nog niet automatisch de mijne. Het schijnsel van de straatlantaarn valt op de toonbank in de voorste kas. Dat daar is mijn domein, niet de computer waar ik tot na middernacht achter heb gezeten. In de winkel vertel ik de klanten hoe ze hun bloemen en planten het beste kunnen verzorgen. Ik laat ze zien hoe schuin ze de stelen moeten afsnijden en blindelings weet ik cellofaan, inpakpapier en cadeaulinten te vinden om van elk boeket een mooi cadeau te maken. Ik weet wat ik op een gewone zaterdag in voorraad moet hebben, hoeveel ik voor Moederdag verkoop en hoe dramatisch mijn omzet daalt als er een hittegolf voorspeld wordt. Mijn buik trekt zich samen bij de gedachte die hele gecompliceerde administratie te moeten doen. Ik ben er gewoon niet klaar voor. Aan wie kan ik het uitbesteden? Toon heeft zijn handen al meer dan vol. Moet ik dan toch maar bij Erwin aankloppen? Plotseling schiet me de oplossing te binnen. Guido! Dat ik dat niet meteen zag. Hij studeert Plantenveredeling in Wageningen, heeft verstand van zaken, is familie en gaat sowieso op den duur 19
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 20
het bedrijf overnemen. Dé oplossing. Opgelucht en tevreden over mijn goede inval kleed ik me verder aan. Op de grote keukentafel staat mijn ontbijtbord, eenzaam als een bootje op een oceaan. Op de radio jengelt een vrolijk deuntje dat me samen met de geur van geroosterd brood oppept. Na het ontbijt check ik het klimaat in de kas en maak het grote schuifhek open. Weer in huis ga ik mijn mobiele telefoon zoeken. Bellen doe ik nog steeds in eerste instantie met de vaste lijn, maar voor Guido maak ik een uitzondering. Hij is dol op alles wat nieuw, hip en digitaal is, en ik wil hem laten merken dat ik niet helemaal uit het stenen tijdperk stam. Voor zijn verjaardag heeft hij van Frank de allernieuwste smartphone gekregen, ook al was ik het daar niet mee eens. We zaten na te tafelen op een zaterdagavond toen Guido met een folder op de proppen kwam. ‘Kijk eens, wat een mooi ding!’ Ik zag aan zijn ogen waar het naartoe ging en gaf meteen tegengas. ‘Er is toch zeker niets mis met je andere telefoon?’ Blozend zei hij: ‘Nee, die doet het nog prima.’ Verder reageerde hij niet op mijn opmerking, maar richtte zich tot Frank. ‘Als ik die nieuwe krijg, krijg jij mijn oude, pap. Echt nog een mooi toestel.’ Enthousiast wees hij naar de afbeelding van de glimmende telefoon. ‘Het scherm van het nieuwe model is verbeterd. Het is nu iets groter. Er zit meer geheugen in en hij is ook sneller. Bovendien heeft de camera meer pixels, zodat de foto’s en filmpjes kwalitatief enorm zijn verbeterd. Ik gebruik mijn telefoon als agenda en ik luister er ook muziek op.’ Hij keek Frank aan. ‘Pap, als ik nou…’ Ik viel hem in de rede: ‘Ik vind het echt onzin. Je vader heeft een telefoon die het doet. Die jij voor deze had. Die doet het toch nog gewoon, Frank?’ Frank knikte, maar wilde toch de folder zien. Toen wist ik genoeg. Verder argumenteren had geen zin. Frank kon zijn zoon maar moeilijk iets weigeren, hij verwende hem echt veel te veel. 20
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 21
Nog geen kwartier later had hij zijn telefoon al binnen. Mijn mobiele telefoon vind ik naast de computer in het kantoor op de eerste verdieping. Er is een berichtje van Guido. Voordat ik het lees, weet ik al dat ik er niet blij mee zal zijn, want het is gisteravond laat verstuurd. Erg laat, tot na middernacht heb ik aan de boekhouding gewerkt en in die tijd is er geen bericht binnengekomen. In nog geen tien woorden deelt hij me mee: Sorry mam, erg druk. Ik bel je morgen. Echt. Ik doe mijn best niet boos te worden. Probeer redenen te bedenken waarom hij drie weken na de dood van zijn vader geen kwartiertje tijd heeft om zijn moeder te bellen. Ineens is ook de glans van mijn geweldige idee af. Nee, ik bel hem er niet over op. Beter kan ik het met hem bespreken als hij komend weekend naar huis komt. De werkdag begint zoals gebruikelijk. Als eerste komt Toon aan. Hij parkeert zijn vijfdeurs-Japanner ook vandaag helemaal rechts op de parkeerplaats voor het bedrijf. Voordat hij naar de loods gaat, klopt hij op de achterdeur. ‘Kom binnen,’ zeg ik. ‘Geen tijd,’ antwoordt hij. ‘Het ziet ernaar uit dat er geen vorst meer komt. De weerman zei het gisteren ook al. We krijgen een drukke tijd. Wat ik wilde zeggen is dat er straks twee nieuwe seizoenwerkers komen; een Brabantse knul en een Poolse vrouw. Ze hebben allebei wel wat ervaring in de tuinbouw, maar niet echt in wat wij doen. Ik heb gezegd dat ze eerst met jou kennis moeten maken.’ ‘O. Dat is snel.’ ‘Dat hadden we toch afgesproken?’ ‘Ja, ja… zeker.’ ‘Ik heb ze het gebruikelijke uurtarief aangeboden. Ik denk dat ze dat wel waard zijn.’ ‘Waar heb je ze zo snel vandaan?’ vraag ik. ‘De jongen is werkloos. Hij woont een eind verderop, maar ik weet dat hij uit een goed nest komt en dat hij wil werken. Daar heb ik gisteren even aangebeld. Van de vrouw wist ik niet precies waar ze woonde, maar ik had haar telefoonnummer. Vorig 21
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 22
jaar klampte ze me aan met een zielig verhaal over dat haar man bij het sorteren van asperges door de lopende band drie vingers is kwijtgeraakt en dat zij nu de kost voor man en kinderen moet verdienen. Ze heeft een tweeling van twee en ze wonen al een paar jaar in een huurhuisje. Ik heb het nagetrokken en het bleek te kloppen. Ze wil heel graag werken. Haar Nederlands is nog niet zo goed, maar in het Duits kun je redelijk met haar praten.’ Ik kan niet anders dan knikken. Toon lijkt er behoorlijk van overtuigd dat het goede werknemers zijn. ‘Oké. Akkoord. Dan zie ik ze wel verschijnen.’ Ik kijk naar Toon. Naar zijn petje met Wilder Kaiser erop. Ik denk aan het feit dat Toon personeel aanneemt. Is dat goed? Of geef ik daarmee de touwtjes uit handen? Hij staat nog steeds in de geopende keukendeur en vraagt: ‘Is er nog iets?’ ‘Nee,’ zeg ik aarzelend. ‘Ik roep je er wel even bij als de nieuwe werknemers zich melden.’ Ik sluit de deur en ga aan tafel zitten. Ik heb nog tot negen uur de tijd. Nadat ik de wasmachine heb aangezet, sorteer ik de papieren die op de hoek van de keukentafel liggen. Kranten, reclamefolders en nog een rekening van een telefoonprovider die tussen de condoleancekaarten verzeild is geraakt. Ik leg hem alvast op de trap, zodat hij meegaat met de volgende betaling. Het abonnement is al opgezegd. Dat heb ik gedaan nadat ik de eerste keer met Erwin de boeken in was gedoken. Dat was een dag of tien na de begrafenis van Frank. Het saldo van de bankrekening was toen niet toereikend om alle openstaande posten te betalen en het was vooral de factuur van begrafenisondernemer Arthur die ik direct wilde betalen. Erwin zei: ‘Tijd genoeg. Die vervalt pas over veertien dagen.’ ‘Toch wil ik hem graag meteen betalen. Ik heb geen zin om een slechte naam te krijgen.’ ‘Waarom? Snap ik niet.’ ‘Ik ben hier nog altijd vreemd. En ik heb een bedrijf.’ ‘Dan snap ik het nog steeds niet.’ ‘Jullie zijn hier geboren. Ik ben nog altijd die stadse meid die 22
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 23
met “een van jullie” getrouwd is. Op mij wordt veel meer gelet dan op jullie en daarom moet ik alles precies zo doen zoals verwacht wordt. Ik wil echt geen aanleiding geven tot wat dan ook.’ Erwin schudde zijn hoofd. ‘Je dóét toch niets wat niet hoort? Je ziet spoken, Liesbeth. Iedereen hier is dol op je.’ Is dat zo? Ik bekijk de nagekomen condoleancekaarten in mijn hand. Het zijn er inderdaad behoorlijk veel. Ik berg ze op in de doos naast Franks foto op de schouw van de open haard. De doos gaat amper dicht. Veel kaarten. Betekent dat dat het dorp dol op mij is? Of zijn ze dol op Frank? Met een saai vest aan en een schort voor loop ik naar de winkel. Verbaasd zie ik dat er een vrouw met kort roodgeverfd haar voor de deur staat. Zo vroeg is er bijna nooit iemand. ‘U bent vroeg,’ zeg ik, ‘ik ben nog niet open, maar komt u binnen.’ ‘Nein,’ zegt ze. ‘Nicht kaufen, ich arbeiten. Antoon fragt mich, ich ja sagen.’ Ik begrijp dat dit de Poolse vrouw is die bij ons komt werken. Ik bekijk haar beter. Ze draagt een praktische spijkerbroek, hoge versleten wandelschoenen en een van grasgroene wol gebreide kabeltrui. Ik bestudeer haar handen. Stevige vingers met kortgeknipte nagels waar hier en daar nog een restje feloranje nagellak op zit. Die restjes nagellak interpreteer ik als: ik ben een vrouw die haar uiterlijk wel belangrijk vindt, maar er geen tijd voor heeft. Dat is iets wat me aanstaat en ik steek mijn hand uit. ‘Dag, ik ben Liesbeth van Bergen. Ik weet niet wat Toon je al verteld heeft over het bedrijf. Zal ik je rondleiden?’ ‘Nicht nodig. Ik weet en leer over dit Garten en Rozenhof. Ich liever jetzt arbeiten, als kann.’ ‘Hoe heet je?’ ‘Malina.’ ‘Goed, Malina. We gaan het met je proberen. Ik zal je straks een formulier geven om in te vullen, ik breng je nu naar Toon.’ Als ik met Malina het kantoor in de loods binnenkom, zit Toon koffie te drinken met Joeri en een andere jongen. De andere nieuwe medewerker, snap ik. Toon stelt hem voor als Pim. Ik 23
Late lente 8-8-2018_Romanplus-serie 08-08-18 13:35 Pagina 24
geef hem een hand en voel me een beetje aan de kant gezet wanneer Toon zegt: ‘Dag Malina! Fijn dat je even met haar meegelopen bent, Liesbeth. Laat de rest maar aan mij over.’ Ik plak een glimlach op mijn gezicht, loop naar de koffiemachine, tap twee koppen koffie, zet er een voor Malina neer en neem de andere mee naar de winkel. Het is de hele ochtend rustig en ik breng mijn tijd door met het vastnieten van monstertjes snijbloemenvoedsel aan onze voorjaarsfolder. Die ga ik bij elk huis in de bus stoppen. Frank en ik deden in drie avonden het hele dorp, in mijn eentje ben ik er wel een hele week mee zoet.
24
L
iesbeth is van de ene dag op de andere haar man Frank kwijt als hij overlijdt aan een hartaanval. Ze mist hem gigantisch. In haar hele leven, maar zeker ook bij de rozenkwekerij die ze samen hadden opgebouwd. Liesbeth voelt zich niet capabel genoeg om het bedrijf zelf te runnen. Ze wil het graag overdragen aan zoon Guido, maar die voelt daar niet voor. Liesbeth moet steeds meer in het bedrijf gaan doen. Dit heeft ze nooit gewild! Maar heeft ze een andere keus? Marleen Schmitz maakte naam in de Romanserie met boeken als Zand en zilver en Wintervlinder. In haar romans komen personages voor levensveranderende gebeurtenissen te staan en komt het erop aan dat ze het heft in handen nemen, ook wanneer ze denken dat ze daar niet toe in staat zijn.
MARLEEN SCHMITZ Late lente
Ze mist haar man wel duizend keer per dag
Late lente Roman
ISBN 978 94 0191 257 0 NUR 344
9 789401 912570 w w w. r o m a n s e r i e . n l
MARLEEN SCHMITZ