Skip to main content

9789401904124_Lekker is dat!_Anne West

Page 1

ANNE WEST

Ik leun naar voren. Dit is het moment. Joost haalt diep adem. Nu komt het. ‘Sofie,’ zegt hij. ‘Mijn vrouw is achter onze relatie gekomen. Je moet weg.’

IJskoude competitie: Let the games begin!

Sofie heeft een geheime relatie met Joost. Keer op keer belooft hij dat hij zijn vrouw Charlotte voor haar zal verlaten. Maar als Charlotte de affaire ontdekt, is het te laat. Of Sofie even van het toneel kan verdwijnen? Hij weet wel waar ze naartoe kan, zodat voor hem de lucht geklaard is.

IJskoude competitie: Let the games begin! Anne West heeft met haar eerdere romans Blijf af! en Superchef veel fans verzameld. Naast het schrijven van feelgoodverhalen geeft ze ook schrijfworkshops. Anne West is niet te stoppen! ISBN 978 94 0190 412 4 NUR 340

www.zomerenkeuning.nl

Lekker is dat V2 j.indd All Pages

Lekker is dat!

Haar ‘schuiladres’ blijkt een verwaarloosde ijssalon, maar voor Sofie is het de perfecte afleiding van haar problemen thuis. Ze bruist van de ideeën om de zaak weer op de rit te krijgen en ziet de toekomst zonnig in. Maar dan arriveert Charlotte… en zij zint op wraak.

r e k k Le ! t a d is T ANNE WES

24-03-15 14:08


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 3

Anne West

LEKKER IS DAT!

Uitgeverij Zomer & Keuning


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 4

Eerder verschenen van Anne West:

Blijf af! (2013) Superchef (2012) Cameramania (2011)

ISBN 9789401904124 ISBN e-book 9789401904131 NUR 340 Š 2015 Uitgeverij Zomer & Keuning Postbus 13288, 3507 LG Utrecht Omslagontwerp Villa Grafica Omslagfoto Shutterstock www.nederlandsechicklit.nl www.annewest.nl Alle rechten voorbehouden


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 5

PROLOOG

Dit is perfect. Stralend kijk ik het dure restaurant rond. En zo meteen mag ik van de heel dure menukaart alles kiezen wat ik lekker vind. En daarna… Joost zit tegenover me, hij is zichtbaar nerveus. Dat zou ik natuurlijk ook zijn als ik de belangrijkste vraag uit mijn leven moet stellen. Goed, ik moet natuurlijk het antwoord geven. Dat is toch ook nog wel een puntje, maar ik voel me merkwaardig kalm. Hier wacht ik al drie jaar op. En drie jaar geleden wist ik het antwoord ook al. Joost is mijn ideale man. Hij is gewoon perfect, net als deze avond. Joost kucht en wriemelt met zijn handen. De schat. Ik zou het liefst mijn vingers door zijn donkere haar halen. Hoe kan hij zo gespannen zijn? Hij weet toch zeker wel wat ik ga zeggen? Na alles wat we samen hebben meegemaakt is er echt maar één antwoord mogelijk. De ober brengt de menukaarten en mijn ogen struinen de heerlijke gerechten af. Joost slaat zijn menu niet open. Hij staart me aan met die prachtige donkere ogen van hem. Ik slik moeizaam. Ik ken hem goed genoeg om te weten dat hij niet gaat wachten tot het eind van de avond om te zeggen wat hij te zeggen heeft. Mijn hart slaat toch een slag over als ik de menukaart

5


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 6

voor me neerleg. ‘Sofie…’ begint Joost. ‘Ja!’ roep ik. De andere gasten kijken bevreemd op. ‘Ik bedoel… ja?’ zeg ik iets bedeesder. Joost staart langs me heen. ‘Dit is heel moeilijk.’ ‘Het komt wel goed,’ verzeker ik hem. ‘Dat denk ik eigenlijk niet,’ zegt Joost. ‘Jawel, het komt goed.’ Ik knik hem bemoedigend toe. Hoe duidelijk kan ik zijn? Ik begrijp eigenlijk niet waarom mannen toch altijd zo zenuwachtig zijn voor dit moment. We hebben drie jaar een relatie. Als ik niet voor eeuwig bij hem had willen blijven was ik toch allang weggegaan? ‘Sofie,’ herhaalt Joost. Ik leun naar voren. Dit is het moment. Hierover zal ik straks mijn kinderen – twee meisjes en een jongen – en mijn kleinkinderen – vijf meisjes en vijf jongens – tot vervelens toe vertellen. Minstens op elke verjaardag en waarschijnlijk ook op alle feestdagen, zittend op de veranda in een schommelstoel met Joost naast me en de kinderen en kleinkinderen voor ons op de grond. ‘Het was zo romantisch hoe jullie opa mij ten huwelijk vroeg. En na al die jaren zijn we nog net zo verliefd als toen.’ Ze zullen allemaal een beetje besmuikt lachen om mijn zoveelste anekdote, maar diep in hun hart zullen ze wensen dat ze net zo’n relatie hebben als Joost en ik. Nu word ik toch ook wel nerveus. Ik ben vooral bang dat ik de belangrijke details zal vergeten. Zijn ogen, zijn kleding, zijn handen die naar die van mij reiken. Ik moet het allemaal onthouden. Ik drink zijn blik in. Hij lijkt een beetje triest. Waarom? Ik knijp in zijn handen. Mijn gedachten dwalen al af naar de toekomst, samen een huis kopen, samen op lange reizen gaan, samen kinderen krijgen. Nee, focus, anders heb ik straks niets aan mijn nageslacht te vertellen omdat ik niet oplette.

6


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 7

Joost haalt diep adem. Nu komt het. ‘Sofie,’ zegt hij. ‘Mijn vrouw is achter onze relatie gekomen. Je moet weg.’

7


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 8


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 9

HOOFDSTUK 1

Sofie ‘Wat ben jij toch hopeloos naïef.’ Merel ligt op mijn bed en kijkt toe hoe ik mijn koffer pak. ‘Dacht je nou echt dat hij je ten huwelijk ging vragen?’ Mijn ogen doen pijn van het huilen. Toch komen er meteen weer tranen. ‘We zijn al drie jaar bij elkaar.’ ‘Jullie zijn niet drie jaar bij elkaar. Hij heeft je drie jaar gebruikt,’ zegt Merel hardvochtig. Geschokt kijk ik haar aan. ‘Zo is het niet.’ ‘Zo is het wel.’ ‘Dat zeg je ook alleen maar omdat je hem niet mag.’ ‘Goh, hoe zou dat toch komen?’ ‘Jij kent hem niet zoals ik hem ken.’ ‘Soof!’ Merel wil het wel uitgillen, zie ik aan haar gezicht. Ik kijk haar waarschuwend aan. Ik weet toch al wat ze wil zeggen. Haar verwijten hoor ik al jaren. Maar ze begrijpt het niet. Ze begrijpt het echt niet. ‘En waar ligt Noorderwei in vredesnaam?’ Merel verandert snel van onderwerp. ‘Drenthe.’ ‘En waar ligt dat?’ ‘Grappig.’ Ik leg mijn flanellen pyjama op de stapel. ‘Je haat het platteland.’

9


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 10

‘Dat weet ik niet. Ik ben er nog nooit geweest.’ ‘O allemachtig.’ Merel staart naar het plafond. ‘Kijk dan naar wat die vent jou heeft aangedaan.’ Ik had kunnen weten dat ik er niet zo makkelijk vanaf zou komen. ‘Hij heeft je jarenlang verborgen gehouden, hij bepaalde hoe je leven liep en nu stuurt hij je naar Drenthe. Ben je gek geworden of zo? Bel hem en zeg dat je hier blijft en dat hij de pot op kan.’ ‘Merel, hij gaat van zijn vrouw scheiden. Dat heeft tijd nodig.’ ‘Hij gaat niet scheiden. Doe toch niet zo stom!’ Merel schreeuwt nu echt. ‘Jemig, Sofie. Kom op!’ ‘Hij houdt van me.’ ‘O allemachtig!’ Merel is laaiend. Ze springt van het bed. ‘Je bent mijn beste vriendin, ik ben dol op je, maar op dit moment kan ik je echt niet uitstaan. Het maakt me woest te zien hoe jij je leven laat manipuleren door die klootzak.’ Goed, oké. Kalm blijven. Ik begrijp Merel best. Voor anderen dan Joost en mij ziet de hele situatie er ongezond uit. Dat weet ik heus wel. Het is net alsof ik zo’n vrouw ben die klakkeloos doet wat haar vriendje haar opdraagt, die geen eigen mening heeft en zich laat manipuleren. Maar zo is het echt niet. Joost is niet zo en ik al helemaal niet. Ik ben niet zo’n del die het willens en wetens doet met de man van een ander. Er zijn gewoon wat hobbels op de weg, mensen maken de verkeerde keuzes en soms moet je de puinzooi die daaruit voortkomt nog opruimen. Dat is bij Joost en mij het geval. En Joost gaat nu duidelijk drastische stappen nemen om zijn leven schoon te vegen. Daarna kunnen we eindelijk verder. Maar dat begrijpt Merel gewoon niet. ‘Drenthe, Soof,’ zucht Merel. ‘Hij stopt je weg.’ Ik ben te moe om me te verdedigen. Ze zal het vanzelf wel zien. Ik haal mijn schouders op. ‘Dus je gaat?’ vraagt ze. ‘Ik ga.’

10


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 11

‘Ik kan wel janken, echt waar,’ fluistert Merel. ‘Ik haat die man. Ik haat hem zo voor wat hij jou aandoet.’ ‘Hij doet me niets aan, Merel.’ Ik weet dat mijn woorden haar niet bereiken. Ik klap de koffer dicht. Het heeft geen zin Merel te vertellen dat Joost het perfecte plan heeft bedacht. Oké, leuk is het niet en ik moet echt heel mijn leven opgeven, maar dat is tijdelijk. En het beste van alles is dat ik Joost gewoon blijf zien terwijl hij de scheiding regelt. Ik ga bij zijn vader logeren. Joost kan daar regelmatig langskomen zonder argwaan te wekken. Het komt allemaal goed. Hij heeft me ook beloofd dat ik mijn baan terugkrijg zodra ik weer in Den Haag ben. Op dit moment heb ik onbetaald verlof, zogenaamd om een grote reis te maken. Dat heb ik mijn collega’s verteld. Meteen kwamen er allerlei verhalen los over Dubai en Australië. Ik heb mijn mond maar gehouden over Drenthe. Als alles straks geregeld is tussen Joost en mij doet het er ook niet meer toe. Joost is de eigenaar van het grote reclamebureau waar ik werk. Zijn vrouw, Charlotte, werkt er ook. Ik hoef je vast niet uit te leggen hoe de afgelopen drie jaar geweest zijn. Niet dat ik Charlotte veel tegenkwam. Gelukkig niet. Volgens mij weet ze niet eens wie ik ben. Ja, nu wel natuurlijk. Maar over een paar maanden doet dat er niet meer toe. Dan is Joost eindelijk helemaal van mij. Ik zucht en onderdruk het immer knagende schuldgevoel. Soms, in nachten dat ik niet kan slapen, dringt het pijnlijk tot mij door. Ik ben zo’n vrouw die een andere vrouw haar man afpakt. Ik weet het heus wel. Het is alleen niet zo zwart-wit. Echt niet. Merel kijkt toe hoe ik de koffer de trap van het appartement af zeul. Een kennis die tijdelijk in Den Haag komt werken, trekt er morgen in. Zo kost het me niet te veel geld. Ik verdien de komende tijd niets, natuurlijk. Hoewel Joost me beloofd heeft wat geld naar me toe te sluizen. Ik weiger achterom te kijken. Je moet leven met de keuzes die je maakt, en drie jaar geleden heb ik de

11


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 12

mijne gemaakt. Ik wist toen al dat het niet makkelijk zou worden. Merel staat verloren achter me. Ik slik en draai me naar haar om. ‘Hé.’ ‘Ik hoop dat je weet wat je doet.’ ‘Ja.’ Ik hoor de trilling in mijn stem. Heel even slaat de twijfel toe. Wat als Merel gelijk heeft? Wat als Joost me alleen maar gebruikt heeft? Wat als hij mij in Drenthe wegstopt en dan een nieuwe vriendin neemt tegen wie hij dezelfde beloftes uit? Nee, ik moet hiermee ophouden. Ik moet geloven in zijn liefde voor mij. Het is me niet vreemd, al die twijfels als hij er niet is, maar zodra Joost in het zicht komt, verdwijnen die. Het zit goed tussen ons. Hij is de man van wie ik houd. Merel helpt me de koffer in mijn autootje tillen. Ik sla de klep dicht en kijk haar aan. ‘Bel me,’ zegt ze. Ik knik en omhels haar. ‘En als je daar nog een leuke boer tegenkomt, dan moet je voor hem gaan.’ ‘Doe niet zo idioot.’ ‘Ik meen het.’ ‘Merel!’ Ze duwt me de auto in. ‘Dat zeg ik alleen maar omdat ik me zorgen maak.’ ‘Dat is niet nodig.’ Ze rolt met haar ogen. Ik zet de auto aan en schakel de tomtom in. Dat ik Noorderwei zonder hulp vind is echt uitgesloten. Tot gisteren had ik zelfs nog nooit van dat gehucht gehoord. Ik maak me wel een beetje zorgen over wat me te wachten staat. Ik houd van mijn leven in de stad. Met een zwaai rijd ik weg, de straat uit. Merel staat op het midden van de weg. Ik voel nu toch tranen opkomen. Waar ben ik mee bezig? Ik moet de neiging onderdrukken om op de rem te gaan staan.

12


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 13

In het drukke verkeer heb ik al mijn aandacht nodig, zodat ik mijn onrust kan negeren. Even later ben ik op de snelweg. Op naar Drenthe. Ik zet de radio aan, maar dat helpt niet tegen het gevoel van intense eenzaamheid dat me opeens overvalt. Ik wil terug. Naar Merel, naar Joost. Ik wil zijn armen om mijn lijf voelen, zijn stem in mijn oor horen. Hij moet me zeggen dat het goed is. Mijn handen klemmen zich om het stuur en nu voel ik de tranen over mijn wangen rollen. Dit is echt klote. Het gaat me niet zo makkelijk af als ik dacht. Stug rijd ik door. Er is geen weg terug en dat weet ik. Uren zit ik in de auto. De tomtom leidt me weg van mijn vertrouwde leven. Eindelijk ga ik de snelweg af. Dan pas word ik me weer bewust van mijn omgeving. Vol afschuw kijk ik rond. Waar zijn de gebouwen? Waar is Noorderwei? Om mij heen is niets anders dan weiland met hier en daar een boerderij. Ik steek een kanaal over en zie in de verte een kerktoren. Ik slik. Dit is geen Den Haag, dat is duidelijk. Misschien had ik me eerst even moeten verdiepen in Noorderwei voor ik toestemde in dit waanzinnige plan. De kerktoren behoort niet toe aan mijn eindbestemming, maar aan een ander dorp. Op een rotonde sla ik links af. Noorderwei is nog maar één kilometer. Ik zie nog steeds alleen maar groen. Plotseling in paniek grabbel ik naar mijn mobiel. ‘Dag schat.’ ‘Joost!’ roep ik uit terwijl ik behendig met één hand de auto bestuur. Hier zijn gelukkig geen tegenliggers. Er is helemaal niets of niemand. Behalve een auto achter me. ‘Ben je er bijna?’ ‘Ja, maar ik zie niets.’ ‘Hoe bedoel je?’ ‘Geen huizen of zo. Alleen maar wat boerderijen.’ ‘Dat is het,’ zegt Joost. ‘Dat is het?’ Mijn stem schiet omhoog.

13


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 14

‘Het is maar voor even.’ De auto haalt me in. ‘Ik kan dit niet,’ piep ik. ‘Waar ga ik shoppen? Waar kan ik mijn vrienden ontmoeten? O shit. Er wonen alleen maar oude mensen hier, hè?’ ‘Luister, Sofie. Het komt goed. Maar nog even over mijn vader.’ Waarom blijft die auto zo irritant voor me rijden? ‘Wat is er met je vader?’ ‘Hij denkt dat jij… nou ja… een overwerkte collega bent.’ Ik ben meteen afgeleid van de auto voor me. ‘Wat? Ik ben geen collega. Ik ben je vriendin.’ ‘Ja Soof, maar dat weet mijn vader niet, oké? En dat wil ik graag nog even zo houden. Snap je? Hij is erg… principieel.’ ‘Wat bedoel je daarmee?’ ‘Nou ja, hij vindt samenwonen al niets, dus laat staan…’ Joosts stem valt weg. Ik haal diep adem. ‘Schaam je je voor mij?’ ‘Nee, dat is het niet. Ik wil het mijn vader graag persoonlijk vertellen. Maar eerst moet ik de zaken met Charlotte regelen.’ Oké, niet kwaad worden. Rustig blijven. Hij heeft gelijk. Het is voor alle betrokkenen ingrijpend. Ik mag niet egoïstisch zijn. Rode letters lichten op in de achterruit van de auto voor me. Stop! Politie! O shit. Ook dat nog. ‘Ik moet je hangen.’ ‘Soof.’ ‘Het is goed, Joost, maar ik heb hier een klein probleem.’ Ik klik hem weg en moffel mijn mobiel onder de bank. Vlak voor de bebouwde kom van Noorderwei zet ik de auto stil. Dat dit de bebouwde kom is, weet ik alleen omdat er een bord staat, niet omdat het opeens stikt van wat fatsoenlijke flats of winkelende mensen.

14


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 15

Een politieman stapt uit de auto en loopt naar mij toe. Ik open het raam. ‘Goedemiddag, mevrouw. Menno ter Beek, politie Drenthe.’ ‘Dag.’ ‘U zat te bellen.’ Ik kan mijn irritatie nauwelijks onderdrukken. ‘U maakt een geintje zeker?’ Menno kijkt me onverstoorbaar aan. ‘Nee, u zat te bellen.’ ‘Dus?’ ‘Dat mag niet.’ Hij kijkt me nu aan alsof hij twijfelt aan mijn verstand. ‘Mag ik uw rij- en kentekenbewijs even zien?’ ‘Waarom mag je niet bellen?’ vraag ik. Voordat hij antwoord kan geven, doe ik dat. ‘Omdat je oog moet hebben voor ander verkeer. Ziet u hier ergens ander verkeer, agent? Ik niet. Dus het was geen gevaar voor de volksgezondheid, of hoe u dat ook noemt, en om die reden is het helemaal niet nodig dat u mij aanhoudt, laat staan bekeurt.’ Menno’s opvallend blauwe ogen beginnen te tintelen en ik zie dat hij met moeite een lach onderdrukt. ‘Ik ben bang dat het zo niet werkt, mevrouw. Uw rij- en kentekenbewijs, alstublieft.’ ‘U zat gewoon ergens in de struiken te wachten tot het moment dat er een auto langsreed,’ concludeer ik. ‘En omdat ik het enige levende wezen ben dat u vandaag gaat zien, moet u mij wel pakken.’ De agent trekt zijn wenkbrauwen omhoog en ik besef opeens wat ik gezegd heb. ‘Ik bedoel, bekeuren,’ mompel ik. ‘Om aan uw quota te komen en zo.’ ‘Uw rij- en kentekenbewijs, alstublieft.’ Menno steekt gebiedend zijn hand uit. Onder zijn pet zie ik een dikke bos blond haar. Hij moet iets ouder zijn dan ik. Hij heeft lachrimpeltjes in zijn gezicht en dat staat hem best goed. ‘Weet u, in Den Haag lachen ze hierom. Daar hebben ze het te druk met echte criminaliteit. Als ze daar iedereen moeten bekeu-

15


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 16

ren die belt tijdens het rijden, nou ja, dan konden moordenaars en inbrekers gewoon hun gang gaan.’ ‘Mevrouw, alstublieft.’ ‘Maar ja, het enige wat hier gebeurt is natuurlijk dat er zo af en toe een koe dood neervalt onder mysterieuze omstandigheden, toch?’ Menno bijt op zijn lip. ‘Mevrouw, als u niet gaat meewerken, moet ik u meenemen naar het bureau.’ Ik haal mijn papieren tevoorschijn. Hij bekijkt ze vluchtig. ‘Goed, mevrouw… Vincke. U krijgt een bekeuring voor niet handsfree bellen.’ ‘Valt daarover nog te onderhandelen?’ ‘Nee, het bedrag staat vast.’ ‘Ik bedoel, of u hem wel of niet geeft. Er was geen gevaar. Geef nou toe.’ ‘U heeft de wet overtreden.’ Ik rol met mijn ogen. ‘En terwijl u uw tijd verdoet met mij, valt er weer ergens een hoefijzer van een slecht onderhouden paard waardoor de wandelaar die erachteraan komt erover struikelt. Ik hoop dat u zich niet al te schuldig voelt als u hem bezoekt in het ziekenhuis.’ Menno draait iets uit. ‘De boete bedraagt tweehonderddertig euro.’ Mijn mond valt open. ‘Ben je gek geworden of zo?’ ‘De bon valt over een paar weken op uw deurmat.’ En zomaar uit het niets barst ik in tranen uit. Ik schaam me dood. Het is niet te stoppen. De tranen blijven maar komen. Vertwijfeld grabbel ik naar een zakdoek. Niet bij de hand, natuurlijk. ‘Hier.’ Menno overhandigt me een zakdoek. Ik snuit luidruchtig mijn neus, maar het helpt allemaal niets. ‘So… so… sorry,’ hik ik. Menno opent de portierdeur en knielt bij me neer. ‘Het spijt me. Ik doe alleen maar mijn werk.’

16


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 17

‘Het is niet die stomme boete,’ weet ik nog net uit te brengen voor een nieuwe tranenvloed mijn stem vertroebelt. Menno laat me even begaan. Ik begrijp zelf nauwelijks wat er gebeurt. Ik was zo rustig en kalm. Ik had het allemaal zo goed onder controle. Nu kan ik niet meer ontkennen dat ik me eenzaam, verlaten en verraden voel. Ik word weggestopt in dit gat, omringd door leugens. Alsof ik er niet mag zijn. Alsof mijn gevoelens fout zijn. Ik ril en denk aan de afgelopen jaren. Wat heb ik gedaan? Waarom heb ik het gedaan? Ver weg van alles wat mij vertrouwd is, ver weg van Joost, slaan de twijfels genadeloos toe. Houdt hij wel echt van me? Is dit niet een trucje zoals Merel beweerde? Neemt hij gewoon een andere vriendin? Of gaat hij met Charlotte die kindjes maken die hij beweerde zo graag met mij te hebben? O, wat ben ik toch een idioot. Hoe heb ik me zo kunnen laten bespelen? Nee, stop. Ik moet vertrouwen hebben. Joost houdt van mij. Hij was jong toen hij trouwde. Te jong. Nu passen hij en Charlotte niet meer bij elkaar. Dat is klote, maar zo gaat dat in het leven. Je verandert als je ouder wordt. Nu ben ik degene die bij hem past. Het komt goed. Ik snuit mijn neus. ‘Dus,’ zegt Menno. ‘Wat doet zo’n rasechte Hagenees in het Drentse land?’ Ik snif nog een keer. ‘Eh… ik ga logeren bij een… eh… vriend om bij te komen.’ ‘Van het drukke Haagse leven?’ De ironie van Menno’s vraag in het licht van de gebeurtenissen maakt me aan het lachen door mijn tranen heen. ‘Dus het is toch niet alles daar in Den Haag.’ Ik haal mijn schouders op omdat ik deze discussie toch niet ga winnen. ‘Bij wie logeer je?’

17


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 18

‘Gerard van Montfoort.’ Menno knikt. ‘De ijssalon. Die is makkelijk te vinden. Gewoon rechtuit rijden, zonder mobiel, en dan zie je de salon vanzelf aan de linkerkant.’ ‘Dank je wel.’ ‘Rust maar goed uit, mevrouw Vincke.’ ‘Sofie.’ Menno grijnst en tikt tegen zijn pet. Ik trek het portier dicht, start de auto en rijd Noorderwei binnen. Nu ik het dorp zie, moet ik bijna weer huilen. Langs de weg staan grote boerderijen of vrijstaande huizen. Dit dorp had wat mij betreft ook een landweg kunnen zijn. Ik kom langs een atelier en meteen daarna zie ik een vervallen uithangbord: IJssalon De lekkere bol. O jee, wat een naam. Hier in Noorderwei moeten ze nog wel wat leren over marketing. De salon zit – natuurlijk – in een oude boerderij. Het rieten dak ziet er verwaarloosd uit en het hout rond de kozijnen is verveloos. Vlak voor de boerderij is een oprit naar de tuin en een parkeerplaats. Ik sla af en rijd langs het gebouw en langs een bijgebouw waar allemaal apparatuur staat. De tuin is groot, maar overwoekerd. Ik zucht diep. Dit is nog erger dan ik dacht. Ik parkeer de auto – oké gratis, dat is wel een voordeel in vergelijking met Den Haag – en loop weer terug naar de ingang. Nerveus bel ik aan. Het is eigenlijk belachelijk. Al drie jaar heb ik een relatie met Joost, maar ik heb zijn vader nooit ontmoet. Hij weet niets van mijn bestaan. Ik voel me weer onzichtbaar. Na wat gestommel gaat de deur open. Ik kijk in Joosts donkere ogen, alleen staan ze in een ander gezicht. Gerard van Montfoort heeft grijs haar en een grijze baard. Hij heeft zijn mobiel aan zijn oor gedrukt en neemt me schijnbaar ongeïnteresseerd op. ‘Misschien moet je hem even met rust laten,’ zegt hij.

18


Lekker is dat! 11-3-2015_Anne West 11-03-15 13:45 Pagina 19

Ik staar hem aan, niet-wetend wat te doen. ‘Gewoon even afstand nemen.’ Hij is vast met een medeboer aan het bellen over een agressieve stier. Ik blijf in de deuropening staan. ‘Je kunt wel bij mij komen als je wilt. Plek zat.’ Gerard stapt opzij en laat me binnen. Ik sta meteen in de ijssalon. Of wat daarvan over is. In de hoek staan tafels en stoelen opgestapeld, de vitrines zijn leeg. Geblokte gordijntjes hangen voor de ramen. Op de vensterbanken en in de bakken waarin het ijs zou moeten zitten, ligt een laag stof. Het doet ouderwets en kleurloos aan. Ik kan me niet voorstellen dat er iemand hier ooit een ijsje zou kopen. Ik denk aan al die mooie restaurantjes in mijn stad en de moed zakt me nog verder in de schoenen. ‘Kijk maar. Het aanbod staat.’ Gerard beëindigt het gesprek en kijkt me vorsend aan. ‘De ijssalon is gesloten.’ ‘Eh… ja, dat dacht ik al,’ mompel ik omdat ik niet zeker weet wat ik met deze informatie moet. Gerard staat voor me met zijn handen in zijn zij. ‘Dus wie ben je en wat kom je doen?’

19


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789401904124_Lekker is dat!_Anne West by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu