Skip to main content

Inkijkexemplaar Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied - Rykel de Bruyne

Page 1

Onder het zeeoppervlak gaat een grote variatie aan leefgebieden schuil, waarin elke diersoort een specifieke plek heeft. Dat geldt niet alleen voor de tropische zeeën met hun prachtige onderwaterleven, maar ook voor onze ‘eigen’ zoute en brakke wateren: de Noordzee, de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta en de Waddenzee. Alle ruim 250 in het Nederlandse deel van de Noordzee voorkomende soorten van een van de meest gevarieerde diergroepen ter wereld worden in deze atlas behandeld: de weekdieren (Mollusca). Hiertoe behoren vooral schelpdragende soorten als de huisjesslakken en tweekleppigen, maar ook zeenaaktslakken en inktvissen. Gegevens

TIRION NATUUR

STICHTING ANEMOON

www.tirion.nl

www.anemoon.org

van professionele onderzoeksinstituten en van talloze vrijwilligers zijn in dit naslagwerk op een toegankelijke manier ontsloten in tekst en beeld, met bijna 1.700 foto’s, kaarten en grafieken. Behalve beschrijvingen van uiterlijk, leefwijze, voedsel, voortplanting en habitat, zijn kaarten opgenomen waarop de verspreiding van dicht onder de kust tot ver in de Noordzee levende soorten wordt geïllustreerd. Ook veranderingen die in de loop der tijd zijn opgetreden staan aangegeven. Eventuele trends en seizoenspatronen zijn samengevat in heldere grafieken en ook aan de bedreigingen en bescherming van weekdieren is ruime aandacht besteed. Een aanwinst voor iedereen met interesse voor het leven in zee.

~<(st!p#=baicbg<

Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied

Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied

Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied Ecologische atlas van de mariene weekdieren (Mollusca)

Rykel de Bruyne, Sylvia van Leeuwen, Adriaan Gmelig Meyling en Rogier Daan (red.)

TIRION NATUUR

STICHTING ANEMOON

Cover Ecologische Atlas DEF.indd 1

TIRION NATUUR

STICHTING ANEMOON

21-03-2013 12:36


Colofon

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke

Redactionele ondersteuning Inge van Lente en Floor Driessen

toestemming van de uitgever en Stichting ANEMOON. De uitgever heeft ernaar gestreefd de rechten van derden zo goed mogelijk te regelen. Degenen

Kaarten, trendanalyses en grafieken Adriaan Gmelig Meyling

die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich tot de uitgever wenden.

Ontwerp Jan Johan ter Poorten, Aperta, www.aperta.nl Citatie Opmaak Anne Annegarn, Inge van Lente en Jan Johan ter Poorten

Gelieve het boek als volgt te citeren / Please cite this book as follows: Bruyne, R.H. de, S.J. van Leeuwen, A.W. Gmelig Meyling & R. Daan (red.), 2013. Schelpdieren van

Omslagfoto’s voorplat v.l.n.r.: Dwerg-pijlinktvis (Mario Dobbelaar), Nonnetjes en Platte slijkgapers

het Nederlandse Noordzeegebied. Ecologische atlas van de mariene weekdieren (Mollusca).

(Sytske Dijksen), Mossels, Priktolhoren en Slanke ringsprietslak (Marion Haarsma);

Uitgeverij Tirion, Utrecht en Stichting ANEMOON, Lisse

achterplat: v.l.n.r.: Wijde mantel (Erik de Boer), Zwakgeribde olifantstand (Marc Cochu & Florence Gully), Asgrauwe keverslak (Sylvia van Leeuwen), Dwerginktvis (Mathilde Matthijse)

Dit boek is gepubliceerd door

en Purperslak (Marianne Ligthart).

Tirion Uitgevers, Postbus 13288, 3507 LG Utrecht, www.tirion.nl Stichting ANEMOON, Postbus 29, 2120 AA Bennebroek, www.anemoon.org

Foto’s voorwoord v.l.n.r.: Kalme zee (Inge van Lente); Watersnood in Groningen, 1686 (Ets door Jan Luyken uit: De Vries, 1698); Zeeslag met galjoenen (Olieverfschilderij, privé-collectie

Deze uitgave is mede tot stand gekomen dankzij financiële bijdragen van het Ministerie van

Marcel J.A. Deelen); Stoomschip ‘Plancius’ (jaren 20-30, privé-archief R. Koiter); Boomkorschip

Economische Zaken; Naturalis Biodiversity Center; het Schure-Beijerinck-Popping Fonds van

(Oscar Bos, IMARES)

de KNAW; het door het Prins Bernhard Cultuurfonds beheerde Van der Ploeg Natuurfonds, het Barbara Eveline Keuning Fonds en het Juncus Porzana Delichon Fonds; en particuliere

Foto’s binnenwerk zie bijlage 7 Fotoverantwoording ISBN 978 90 5210 821 6

soortsponsoren . Schure-Beijerinck-Popping Fonds van de

NUR 430 © 2013 Tirion Uitgevers, Utrecht en Stichting ANEMOON, Lisse Het copyright van de foto’s berust bij de fotograaf, vermeld in bijlage 7

AtlasCompleet_DEF.indd 4

21-03-2013 14:54


Voorwoord Nulla aetas ad discendum sera (Men is nooit te oud om te leren)

Als je zo oud bent als ik, heb je veel meegemaakt. Er bestaat een spreekwoord: ‘Wie verre reizen maakt, kan veel verhalen’. Maar ook wie lang vanuit hetzelfde perspectief rondkijkt, maakt veel mee. Aangezien de Noordzee mijn lust en mijn leven is, mijn leefomgeving waarin ik de afgelopen jaren veel heb zien veranderen, mag ik deze ecologische atlas inleiden. Voor mij betekent de Noordzee alles. Het is de voedselbron voor mijn familie en mij en levert wat we nodig hebben om te kunnen voortbestaan. Hoewel vanaf de wal de immer aanwezige Noordzee een stabiel rustpunt lijkt, kan schijn bedriegen. Wanneer een noordwesterstorm het water tot huizenhoge golven opstuwt, kunnen schepen met man en muis vergaan en zijn dijken en Deltawerken nodig om het land te beschermen. Over vroeger kan ik veel vertellen. Toen nog slechts houten galjoenen, klippers en fregatten de golven doorkliefden en VOC-schepen een Gouden Eeuw van welvaart brachten. Over de laatste brikken die bakzeil haalden voor stoomschepen, waarvan nog overal verbrande steenkoolsintels liggen. Over zeehelden als Michiel de Ruyter en Piet Hein en over historische zeeslagen. Of over de vele scheepswrakken op en in de zeebodem. Honderden vissers bevoeren de laatste eeuwen de Noordzee om daar, soms duur betaald, vis uit te halen. Er verschenen steeds sterkere boten, met over de bodem getrokken netten en alsmaar zwaardere wekker­ kettingen. Dit veroorzaakte veel beroering en ook mijn familieleden en ik liepen daar klappen door op. Gelukkig hebben vissers, beleidsmakers en natuurbeschermers elkaar inmiddels gevonden en tracht men zowel de visstand als de bodemfauna te beschermen. Platforms voor olie- en gaswinning, windmolenparken, dumpplaatsen voor munitie, militaire oefenterreinen, drukke scheepvaartroutes en duizenden kilometers buizen en kabels over de bodem; ik kan moeiteloos doorvertellen over alle veranderingen die ik zag optreden. Lang niet alles was even positief. Het vele afval, de diverse vreemde stoffen in het water en de verzuring kunnen mijn verwanten en mij nog danig last bezorgen. Ook opwarming van het water kan voor noorderlingen als ik negatief uitpakken. Positief vind ik de toenemende belangstelling voor alles wat in zee leeft. De laatste decennia raakten steeds meer onderzoekers en sportduikers geïnteresseerd in de bodemfauna. Samen met lieden die het getijden­ gebied afspeuren of uit aanspoelsel afleiden wat zich in de kustzone afspeelt, verzamelden zij veel gegevens. Hierdoor nam de kennis over ons onderwaterleven sterk toe en kon er een mooi boek komen. Ik raad u aan deze ecologische atlas te lezen en te bekijken. Dat er nu een boek is dat alle kennis over mijn verwanten en mijzelf uit het Nederlandse Noordzeegebied samenvat, verheugt me. Het ontslaat me van de taak verdere geschiedenissen op te diepen uit mijn respectabele, nu al weer honderden jaren oude geheugen. Als Nestor van de Noordzee wens ik u veel leesplezier. A. islandica (zie pag. 82)

AtlasCompleet_DEF.indd 5

21-03-2013 14:54


Inhoud

1 Inleiding pag. 9 Sylvia van Leeuwen, Adriaan Gmelig Meyling, Rykel de Bruyne

5 Schildvoetigen – Caudofoveata pag. 41

& Rogier Daan

Rykel de Bruyne & Inge van Lente

1.1 1.2 1.3 1.4

Een zee van kennis Doelgroepen Oorsprong en toekomst Dankwoord 6 Keverslakken – Polyplacophora pag. 43 Hermann Strack

2 Methodische verantwoording pag. 13 Sylvia van Leeuwen, Rogier Daan & Adriaan Gmelig Meyling

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9

Behandeld gebied Behandelde soorten Naamgeving en systematiek Methodes ‘in het veld’ Gebruikte gegevens Variatie en lacunes in de beschikbare gegevens Toelichting op de kaarten Toelichting op de trends en grafieken Seizoenspatronen

7 Tweekleppigen – Bivalvia pag. 47 Rogier Daan, Rykel de Bruyne, Sander Wijnhoven, Wim Kuijper, Marco Faasse, Godfried van Moorsel, Adriaan Gmelig Meyling & Sylvia van Leeuwen

8 Huisjesslakken – Gastropoda pag. 175 Rykel de Bruyne, Rogier Daan, Marco Faasse, Wim Kuijper, Sander Wijnhoven,

3 Leefgebieden voor weekdieren pag. 23

Adriaan Gmelig Meyling & Sylvia van Leeuwen

Rogier Daan, Sander Wijnhoven, Rob Dekker & Sylvia van Leeuwen

3.1 3.2 3.3 3.4

Variatie aan leefgebieden in de zoute wateren Noordzee Waddenzee en Eems-Dollard Zuid-Hollandse en Zeeuwse Delta

9 Zeenaaktslakken – Gastropoda pag. 263 Floor Driessen, Peter van Bragt & Rob Dekker

4 De oorsprong van de Nederlandse mariene weekdierfauna pag. 35 Frank Wesselingh

4.1 Inleiding 4.2 Noordzeebekken en haar weekdierfauna’s 4.3 Migratie is van alle tijden

10 Stoottanden – Scaphopoda pag. 325 Aad Bastemeijer

11 Inktvissen – Cephalopoda pag. 327 Ate de Heij & Jeroen Goud

AtlasCompleet_DEF.indd 6

21-03-2013 14:54


12 Effecten van menselijk gebruik op mariene weekdieren pag. 343 Godfried van Moorsel & Sylvia van Leeuwen

12.1 Inleiding 12.2 Visserij 12.3 Scheepvaart 12.4 Waterbouwkundige werken 12.5 Winning van olie en gas, windparken 12.6 Winning van zand, grind en schelpen 12.7 Zandsuppleties en baggeren 12.8 Verontreiniging 12.9 Exoten 12.10 Klimaatverandering

Bijlagen pag. 361 Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8

Lijst van begrippen en afkortingen Detailkaarten Waddenzee Detailkaarten Delta Lijst van vers aangevoerde of aangespoelde soorten Soorten weekdieren per deelgebied Lijst van waarnemers Fotoverantwoording Adressen dataleveranciers

Literatuurlijst pag. 385 Soortenregister pag. 407

13 Bescherming van de Nederlandse mariene weekdieren pag. 355 Sylvia van Leeuwen

13.1 13.2 13.3 13.4 13.5

AtlasCompleet_DEF.indd 7

De internationale verdeling van verantwoordelijkheden Internationale verdragen Europese regelgeving Nederlandse wetgeving Mariene Natura 2000-gebieden in Nederland

21-03-2013 14:54


Gewone pijlinktvissen in de Oosterschelde (MH)

‘Filippijnse tapijtschelp’ bij Zoetersbout, Oosterschelde (HHO)

Alikruik met zeepokken bij Bergse Diepsluis, Oosterschelde

Groene wierslak in Zeeland (BB)

(GBE)

AtlasCompleet_DEF.indd 8

21-03-2013 14:54


Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied Methodische verantwoording

Deelgebied

Totaal aantal records

Noordzee totaal • waarvan kustzone tot 15 meter diep

60.009

• waarvan offshore 15-35 meter diep

43.195

• waarvan offshore 35-70 meter diep + grind

110.716

7.512

Op strand, kwelders, binnendijks

23.891

Waddenzee incl. voormalige Zuiderzee

151.996

Delta totaal

125.361

• waarvan Grevelingen(meer)

23.486

• waarvan Oosterschelde

67.535

• waarvan Westerschelde

25.732

• waarvan overige Delta-wateren

8.608

Overig + niet toebedeeld

2.978

––––––––

Totaal

414.942

Tabel 2.2 Totaal aantal waarnemingen per deelgebied

Gemiddeld aantal records per km2

Deelgebied Noordzee

2

Waddenzee

56

Delta

105

Tabel 2.3 Gemiddeld aantal waarnemingen per km2

2.7 Toelichting op de kaarten Levend aanwezig vóór 1985

Standaard verspreidingskaarten Bij alle soorten in de hoofdstukken 5 tot en met 11 is een standaard verspreidingskaart opgenomen waarop het hele Nederlandse faunagebied is afgebeeld. De waarnemingen zijn op de kaarten ingedeeld in de volgende vier categorieën: • • • •

rood vierkant: levend aanwezig vóór 1985 in een gebied van 10 x 10 km; groene cirkel: levend aanwezig vanaf 1985 in een gebied van 10 x 10 km; blauw vierkant: vers aangespoeld vóór 1985 in een gebied van 5 x 5 km; gele cirkel: vers aangespoeld vanaf 1985 in een gebied van 5 x 5 km.

Een cirkel of vierkant op de kaart betekent dat de betreffende soort in die periode minimaal één keer is waargenomen in het betreffende gebied. Het kan echter ook gaan om vele tientallen waarnemingen uit dit gebied. Voor de kaarten zijn alle waarnemingen uit de samengevoegde database gebruikt. In totaal zijn dat 414.942 records. In figuur 2.14 is te zien dat het merendeel van de gegevens betrekking heeft op autochtoon levende exemplaren in de periode vanaf 1985 (83%, groene stippen op de kaart) en 10% op autochtoon levende exemplaren van vóór 1985 (rode vierkanten op de kaart). De rest (7%)

Records opverspreidingskaarten de verspreidingskaarten Records op de

Levend aanwezig vanaf 1985 Vers aangespoeld vóór 1985 Vers aangespoeld vanaf 1985

Fig. 2.13 Ruimtelijke verdeling van de gebruikte gegevens vóór en na 1985

betreft verse, meestal aangespoelde exemplaren (met vleesresten, doubletten) die zeer waarschijnlijk afkomstig zijn uit nabij gelegen kustgebieden. Als gevolg van de ongelijke verdeling van gegevens in de tijd geven de kaarten vanaf 1985 een completer beeld van de verspreiding dan vóór 1985. Vooral voor de zeldzame soorten hoeft een toename van het aantal stippen op de kaart na 1985 niet te betekenen dat een soort daadwerkelijk is toegenomen. Toch is er ook in de periode vóór 1985 een redelijke spreiding van de gegevens over de 10 x 10 km-gebieden (zie figuur 2.13 en 2.15).

aantal 10 x 10 km-gebieden 700 600

■ Levend vóór 1985 ■ aanwezig Levend aanwezig vóór 1985 ■ Levend aanwezig vanaf 1985

■ Levend aanwezig vanaf 1985

■ Vers aangespoeld vóór 1985

■ Vers aangespoeld vóór 1985

■ Vers aangespoeld vanaf 1985

■ Vers aangespoeld vanaf 1985

500 400 300

Fig. 2.14 Verdeling soorten records vóór en vanaf 1985, zoals vermeld op de verspreidingskaarten

200

Fig. 2.15 Aantal onderzochte 10 x 10 km-gebieden vóór en vanaf 1985

100 0 Autochtoon Autochtoon Vers aan- Vers aan- Nog nooit levend levend gespoeld gespoeld onderzocht vóór 1985 vanaf 1985 vóór 1985 vanaf 1985

20

AtlasCompleet_DEF.indd 20

21-03-2013 14:55


Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied Huisjesslakken | Cylichnidae

Links: Noordzeebemonsteringen NIOZ (MM); rechts: levend dier. Malta (CM)

(%)

Noordzee

150 125 100 75 50 25 0

1960-’84 1985-’89 1990-’94 1995-’99 2000-’04 2005-’10

Levend aanwezig vóór 1985 Levend aanwezig vanaf 1985 Vers aangespoeld vóór 1985 Vers aangespoeld vanaf 1985

Links: veranderingen in trefkans op basis van bodembemonsteringen (geïndexeerd); rechts: na de suppleties spoelen soms in groten getale oudere en verse horens aan op Ameland, 2010 (RHB)

182

Cylichna cylindracea (Pennant, 1777) Valse oubliehoren

Te verwarren met Retusa obtusa; Diaphana minuta, Roxania utriculus. Uiterlijk H. 11 mm, B. 4,5 mm. (zelden tot 14 mm). Vrij stevige cilindervormige horen. De laatste winding sluit alle voorgaande volledig in. Aan de bovenzijde licht taps toelopend, boven- en onderzijde gelijkmatig afgerond. De mondrand steekt boven de top van de schelp uit. Sculptuur van groeilijnen en fijne spiraalgroefjes. Schelpkleur glanzend crèmewit, soms meer hoornkleurig, opperhuid oranjegeel tot bruin. Vanuit de mondopening lopen vaak dunne roodbruine lijntjes over de laatste omgang, die onderaan zo dicht opeenstaan dat de onderkant van de schelp roodbruin lijkt. Binnenkant van de mondopening porseleinwit. Geen operculum. Het dier kan zich voor het overgrote deel nog in de schelp terugtrekken. Dier: het hele dier, inclusief kopschild, kan in uitgestrekte toestand tot 18 mm worden. Tijdens het kruipen is voornamelijk het kopschild zichtbaar, alsmede soms een klein stukje van de voet. Kopschild rechthoekig, aan de voorzijde wat ingedeukt, met zeer stomp afgeronde tentakels aan de achterzijde. In de mond zit een rasptong, in de maag drie ovale, gelijkvormige, verkalkte kauwplaten. De voet is een weinig langer dan de kop, zonder verlengde of uitgetrokken hoekpunten aan de voorzijde. Achteraan stomp afgerond, met opzij twee onopvallende lichaamsplooien of flappen (parapodiën). Lichaamskleur crème, geelwit of wit, soms deels transparant.

Areaal en verspreiding Ruime verspreiding: Noordzee, Atlantische Oceaan van IJsland tot de Kaapverdische Eilanden, Angola en in de Middellandse Zee. Op het NCP is de soort voornamelijk beneden de 35 m-dieptelijn aangetroffen op slibrijke bodems met fijn en medium zand. De hoogste presentie werd op deze diepten behaald op bodems met fijn zand. Niet gevonden in de zone van 0-15 m. Met name op de Oestergronden, doorgaans in aantallen van 10-20 exemplaren per m2. Daarnaast is er een aantal vindplaatsen vlak ten zuiden van de Oestergronden en is de soort op de Doggersbank aangetroffen. Dat in het gebied ten noorden van de Waddeneilanden aanzienlijke populaties voorkomen, blijkt ook uit de tienduizenden schelpen, waaronder zeer verse, die aanwezig zijn in materiaal dat voor zandsuppleties werd gebruikt. Sindsdien spoelen met name op Ameland zeer frequent schelpen aan. Trends Er zijn geen aanwijzingen dat de soort de afgelopen 50 jaar (1960-2010) structureel is toe- of afgenomen. Zowel het areaal, als de kans de soort in een monster aan te treffen (trefkans) vertoont geen significante toe- of afname. Opmerkingen Bij verstoring scheiden de dieren een roodachtige vloeistof af, de precieze functie hiervan is nog onbekend. De soort wordt gegeten door platvissen en stekelhuidigen als de Kleine kamster Astropecten irregularis (onder meer uit de maag van deze laatste gemeld door Eisma, 1966).

Habitat en ecologie Op en in de bovenste 3 cm van zachte zandbodems, in het sublitoraal tot 1.500 m diepte. De slakken zijn omnivoor en leven onder meer van gepantserde protozoa (dinoflagellata) en foraminiferen, maar jagen mogelijk ook actief op andere prooien. Met de in de maag gelegen kalkachtige kauwplaten wordt de geheel ingeslikte prooi gekraakt. Voortplanting: hermafrodiet. Ei-afzetting in Denemarken in het voorjaar (juni). De dieren kunnen twee jaar of nog ouder worden, waarbij de schelp het grootste deel van het leven blijft groeien. 254

AtlasCompleet_DEF.indd 254

21-03-2013 15:07


Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied Leefgebieden voor weekdieren

3°0’E

4°0’E

G

E

R

B

S

A

N

6°0’E

Waterdiepte in meters (t.o.v. LLWS, meting 2010)

D

55°0’N

Begrenzing beleids-

A

■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■

B

12 Bo

E

O

KlaverBank

S

DEN ON R RG TE C

gebieden Droogvallende platen tot 5 m 5-10 m 10-15 m 15-20 m 20-25 m 25-30 m 30-35 m 35-40 m 40-45 m 45-50 m 50-55 m 55-60 m 60-65 m 65-70 m

tn

54°0’N

7°0’E

K

O

G

13

5°0’E

ey Cu

H

E

R

Texelse stenen

nt

ED BI E G

Z

O

N

E 10

D

11 14

ZU ID EL IJ K

KU

O

F

F

S

O

e

ro

ST

t Fri

F se

K

U

ST

E

ZO NE

Bruine Bank

BR EE VE ER TIE N

53°0’N

52°0’N

F 9 8 6

K

U

S

T

Z

O

N

E

2

1 4

3 G 5

7

24

AtlasCompleet_DEF.indd 24

21-03-2013 14:55


ar)

Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied Oorsprong van de weekdierfauna

Midden-Eoceen

Fig. 4.3 Nederland tijdens het Midden-Eoceen, ca. 45 miljoen jaar geleden, en het Eemien, ca. 130.000 jaar geleden (FW)

Eemien

Moerassen

ondiepe kustzone

Laaggebergte/ heuvelland

zee > ca. 20 m

Rifgebieden

Ardennen-Rijns Massief

Randzee (< 100 m)

heuvelland

Moerasvegetatie

laagland

d

22,5

20

17,5

Vroeg-Mioceen

12,5

15

10

Midden-Mioceen

7,5

5

Laat-Mioceen

2,5

Plioceen

c

0

Ouderdom (miljoen jaar)

0

Ouderdom (x 1000 jaar)

Kwartair

e

a 200

150

100

50

Laat-Pleistoceen Saalien

Eemien

b

Laat-Eemien

Weichselien

Holoceen

36

AtlasCompleet_DEF.indd 36

21-03-2013 14:56


Bijlage 8 Adressen dataleveranciers De volgende organisaties stelden verspreidingsgegevens over weekdieren van zout en brak water beschikbaar voor deze atlas.

koeman en bijkerk bv ecologisch onderzoek en advies

Ecosub

Natuurmuseum Fryslân

www.ecosub.nl

www.natuurmuseumfryslan.nl

vanmoorsel@ecosub.nl

info@natuurmuseumfryslan.nl

European Invertebrate Survey (EIS) – Nederland

Natuurhistorisch Museum Rotterdam

www.eis-nederland.nl

www.hetnatuurhistorisch.nl

eis@naturalis.nl

info@hetnatuurhistorisch.nl

GiMaRIS

Rijkswaterstaat

www.gimaris.com

www.rijkswaterstaat.nl

info@gimaris.com

helpdeskwater@rws.nl

Grontmij | team ecologie

Stichting ANEMOON

www.grontmij.nl/Diensten/Water/Waterkwaliteit

www.anemoon.org

communicatie@grontmij.nl

anemoon@cistron.nl

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

STOWA

www.hhnk.nl

www.limnodata.nl

info@hhnk.nl

stowa@stowa.nl

Hoogheemraadschap van Rijnland

Strandwerkgemeenschap

www.rijnland.net

www.strandwerkgemeenschap.nl

post@rijnland.net

rien-tien@planet.nl

Koeman en Bijkerk bv

IMARES Wageningen – UR

www.koemanenbijkerk.nl

www.imares.nl

info@koemanenbijkerk.nl

Johan.Craeymeersch@wur.nl

Koninklijk NIOZ – Texel

Waterschap Hollandse Delta

www.nioz.nl

www.wshd.nl

(voornaam.achternaam@nioz.nl)

2005005@wshd.nl

Monitor Taakgroep, Koninklijk NIOZ – Yerseke

Waterschap Noorderzijlvest

www.monitortaakgroep.nl

www.noorderzijlvest.nl

herman.hummel@nioz.nl

info@noorderzijlvest.nl

Muzee Scheveningen

Waterschap Scheldestromen

www.muzee.nl

www.scheldestromen.nl

info@muzee.nl

info@scheldestromen.nl

Naturalis Biodiversity Center

Wetterskip Fryslân

www.naturalis.nl

www.wetterskipfryslan.nl

contact@naturalis.nl

info@wetterskipfryslan.nl

384

AtlasCompleet_DEF.indd 384

21-03-2013 15:16


Onder het zeeoppervlak gaat een grote variatie aan leefgebieden schuil, waarin elke diersoort een specifieke plek heeft. Dat geldt niet alleen voor de tropische zeeën met hun prachtige onderwaterleven, maar ook voor onze ‘eigen’ zoute en brakke wateren: de Noordzee, de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta en de Waddenzee. Alle ruim 250 in het Nederlandse deel van de Noordzee voorkomende soorten van een van de meest gevarieerde diergroepen ter wereld worden in deze atlas behandeld: de weekdieren (Mollusca). Hiertoe behoren vooral schelpdragende soorten als de huisjesslakken en tweekleppigen, maar ook zeenaaktslakken en inktvissen. Gegevens

TIRION NATUUR

STICHTING ANEMOON

www.tirion.nl

www.anemoon.org

van professionele onderzoeksinstituten en van talloze vrijwilligers zijn in dit naslagwerk op een toegankelijke manier ontsloten in tekst en beeld, met bijna 1.700 foto’s, kaarten en grafieken. Behalve beschrijvingen van uiterlijk, leefwijze, voedsel, voortplanting en habitat, zijn kaarten opgenomen waarop de verspreiding van dicht onder de kust tot ver in de Noordzee levende soorten wordt geïllustreerd. Ook veranderingen die in de loop der tijd zijn opgetreden staan aangegeven. Eventuele trends en seizoenspatronen zijn samengevat in heldere grafieken en ook aan de bedreigingen en bescherming van weekdieren is ruime aandacht besteed. Een aanwinst voor iedereen met interesse voor het leven in zee.

~<(st!p#=baicbg<

Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied

Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied

Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied Ecologische atlas van de mariene weekdieren (Mollusca)

Rykel de Bruyne, Sylvia van Leeuwen, Adriaan Gmelig Meyling en Rogier Daan (red.)

TIRION NATUUR

STICHTING ANEMOON

Cover Ecologische Atlas DEF.indd 1

TIRION NATUUR

STICHTING ANEMOON

21-03-2013 12:36


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Inkijkexemplaar Schelpdieren van het Nederlandse Noordzeegebied - Rykel de Bruyne by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu