Skip to main content

De gouvernante van Penwhythe Hall - Sarah Ladd. ISBN 9789043531887

Page 1

De gouvernante van enwythe Hall

P

Sarah Ladd schrijft Regency-romans die zijn geĂŻnspireerd op de klassiekers van Jane Austen en de zusters BrontĂŤ. Eerder verscheen van haar o.a. De erfgename van Winterwood en De winkel in Blinkett Street.

ISBN 978 90 43531887 NUR 342

De gouvernante

Jac Trethewey is vastbesloten om het verouderde Penwythe Hall in zijn vroegere glorie te herstellen. Zijn plannen worden echter danig in de war gestuurd door de aankomst van de kinderen van de broer die hij al jaren niet heeft gezien. Jacs leven staat op zijn kop als hij opeens de verantwoordelijkheid blijkt te dragen over de vijf kinderen, terwijl hij ondertussen de plotselinge dood van zijn broer moet verwerken. Maar wat hem nog meer zorgen baart, is wat hun gouvernante probeert te verbergen.

van Penwythe Hall

Engeland, 1811. Cordelia Greythorne ontvlucht Cornwall nadat ze is beschuldigd van de dood van haar echtgenoot. Ze accepteert een baan als gouvernante en probeert een nieuw leven te beginnen. Maar wanneer jaren later haar werkgever plotseling overlijdt, staat ze voor een dilemma. Ze kan de kinderen, die nu beide ouders hebben verloren, niet in de steek laten. Maar hun nieuwe voogd woont in Cornwall, de enige plek waarnaar Cordelia nooit had willen terugkeren.

S AR AH L ADD

Hij krijgt een nieuwe toekomst in de schoot geworpen Zij wordt achtervolgd door haar verleden Maakt hun liefde een kans?

S ARAH L ADD

De gouvernante van enwythe Hall

P

R oma n Omslag De gouvernante van Penwhthe Hall 140x215mm b.indd All Pages

28-05-19 14:08


De gouvernante van Penwythe Hall


Van Sarah Ladd verscheen eerder: De erfgename van Winterwood De directrice van Rosemere De gezelschapsdame van Willowgrove De winkel in Blinkett Street Het woud van Emberwilde De lerares van Fellsworth De weversdochter van Amberdale


Sarah Ladd

De gouvernante van Penwythe Hall Vertaald door Hilke Makkink

KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht


Vertaling: Hilke Makkink Ontwerp omslag:Villa Grafica Lay-out binnenwerk: Crius Group, Hulshout

isbn 978 90 435 3188 7 isbn (e-book) 978 90 435 3189 4 nur 342 www.kokboekencentrum.nl Š 2019 KokBoekencentrum Uitgevers Oorspronkelijk verschenen onder de titel The Governess of Penwythe Hall bij Thomas Nelson, onderdeel van HarperCollins Christian Publishing, Inc. Š Sarah Ladd, 2019 Alle rechten voorbehouden Uitgeverij KokBoekencentrum vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.


Deze roman is opgedragen aan L.E.G. in liefdevolle herinnering.


PROLOOG

Winter 1808 Cornwall, Zuidwest-Engeland Een bijtende vlaag Cornische wind liet Cordelia Greythornes inktzwarte reiscape opbollen. Met een hand probeerde ze de kap op haar hoofd te houden, waardoor haar grip op haar valies verslapte en de zware tas op de met sneeuw bedekte grond plofte. Door een waas van tranen keek Delia naar de tas en de brandende pijn in haar longen herinnerde haar eraan te blijven ademen. Met uitzondering van haar koffer, die al op het rijtuig geladen was, bevonden al haar bezittingen – alles wat ze nog overhad in haar kleine, miserabele wereldje – zich in deze versleten stoffen reistas. Ze had hem gepakt en opnieuw gepakt, alsof het een kostbare schat betrof. En nu lag de tas doorweekt op de oneffen kasseien, terwijl zich al een laagje donzige sneeuwvlokken vormde op het houten handvat, bijna blauw lijkend in het ijle ochtendlicht. De uitzonderlijke sneeuw zou geen lang leven beschoren zijn. Uiteindelijk zou vanaf zee warme lucht toestromen, waardoor elk beetje ijs op het ruige landschap zou smelten. Vreemd dat het weer juist op haar laatste ochtend hier zo onstuimig was, alsof zelfs de heide haar probeerde te verjagen. Een nieuwe traan vormde zich en terwijl ze zich bukte om haar tas op te pakken verscheen de koetsier naast haar, de cape van zijn overjas wapperend in de straffe wind, zijn ruige grijze haar alle kanten op waaiend. ‘Staat u mij toe?’ 7


Delia draaide zich zo dat hij er niet bij kon.‘Nee, dank u wel.’ Snel pakte ze de doorweekte tas op en drukte hem tegen zich aan. ‘Deze houd ik bij me.’ De koetsier liep terug naar het rijtuig en ging weer op zijn plek zitten. Ze wist dat ze de gretigheid van de koetsier om te vertrekken, om weg te komen van Greythorne House, zou moeten delen. Aan haar leven binnen deze oude muren was met de dood van haar echtgenoot een eind gekomen. Hier was niets meer voor haar, maar toch voelden haar gelaarsde voeten zwaar en weigerde haar broze hart om definitief afscheid te nemen. Ze wierp nog een laatste blik op de stijlvolle gevel van het huis. Eeuwenlang stond het daar al, trots en majestueus, op de rotsen met uitzicht over het Engelse Kanaal, zoals het er ongetwijfeld nog eeuwenlang zou blijven staan. De grandioze combinatie van steen en staal had haar drie jaar eerder tijdens haar komst hiernaartoe in vervoering gebracht, maar nu stond het harteloze huis er donker als de nacht bij, even ontoegeeflijk als de uitgestrekte heide erachter. Vanuit haar ooghoek meende ze iets te zien bewegen. Delia draaide zich om en zag Ada Greythorne, haar schoonmoeder, bij de voordeur staan, haar smalle kin geheven en haar houding kaarsrecht. Geen cape of sjaal om haar smalle schouders. Ze stond daar enkel, stil en onbeschermd tegen de woeste elementen, van top tot teen gekleed in haar glanzend zwarte rouwgewaad, de fijne kartelrand raakte de natte stenen. Zelfs vanaf deze afstand kon ze de haat in de kille ogen van de vrouw zien. Nog maar enkele weken geleden had die boosaardige blik Delia angst aangejaagd. Maar inmiddels had gevoelloosheid de angst verdreven en zich verankerd in haar ziel. Ze had alle hatelijke roddel en laster getrotseerd. Meer schade kon niet worden aangericht. Delia wilde zich net weer omdraaien naar het rijtuig toen bijtende woorden haar deden stilstaan. ‘Je denkt zeker dat je gewonnen hebt.’ 8


Delia keek over haar schouder. ‘Nee, Ada. Dat denk ik niet. Er valt niets te winnen.’ Ada’s blik boorde zich in die van Delia – uitdaging brandend in de bleke, lege diepte van haar ogen. De magere vrouw deed twee passen in Delia’s richting en sprak zacht. ‘Ik geef je nog één kans om je verraad deels goed te maken. Vertel me waar het is. Dat ben je aan de nagedachtenis van je man verplicht.’ Delia trok een wenkbrauw op, ze was het bekvechten moe. ‘Ik heb geen idee waar u het over heeft.’ Ze liep verder in de richting van het rijtuig, maar binnen enkele tellen klonken er voetstappen op het pad achter haar en voordat Delia kon reageren, voelde ze hoe vingernagels zich scherp in haar bovenarm boorden, zelfs door haar cape heen. Met een van pijn vertrokken gezicht draaide Delia zich om naar de moeder van haar overleden man. Ada’s kaak trilde met elk woord dat ze siste en haar ogen waren samengeknepen.‘Denk maar niet dat je vertrek ons – mij – zal laten vergeten wat je gedaan hebt. Mijn Robert heeft me de waarheid verteld vlak voordat hij zijn laatste adem uitblies – toen jij nergens te bekennen was. En je zult er niet aan ontkomen, zo zeker als de zon opkomt en ondergaat. Let op mijn woorden, op een dag zul je boeten voor wat je gedaan hebt. En wanneer je ook maar een greintje verstand bezit, laat je je nooit meer zien in Cornwall. Je hebt de Greythornes bedrogen en dat zal niemand vergeten.’ Op Delia’s voorhoofd vormde zich een dun laagje zweetdruppeltjes. Ze slikte eens moeizaam. Indien mogelijk had ze zichzelf verdedigd, maar haar wekenlange protesten en pogingen tot praten waren nutteloos gebleken. Ze rukte haar arm los en liep verder richting het rijtuig. ‘Ik zal dit nooit vergeten, Cordelia Greythorne.’ De geroepen woorden vlogen haar aan als een razend roofdier zijn prooi. ‘Ik hoop dat je nooit meer een rustig moment of gelukkige tijden zult kennen door wat je gedaan hebt.’ Met Delia’s volgende stap baande een traan zich een weg 9


over haar wang. Ze weigerde de hulp van de koetsier bij het instappen en zodra ze zat trok ze het portier dicht en drukte haar rug tegen de getufte bank. Ze had de vreselijke beschuldigingen nu al zo vaak gehoord dat ze ze bijna was gaan geloven. Maar ze zou de waarheid – de gruwelijke, wrange waarheid – altijd aan haar kant hebben, ook al geloofde verder niemand het. Delia sloot haar ogen terwijl het rijtuig rammelend wegreed. Ze zou niet omkijken. Ze wilde zich haar thuis herinneren zoals het geweest was, niet zo onheilspellend en naar als het nu was. Opnieuw viel er een traan. O, wat had ze graag gewild dat het anders geëindigd was, maar de doden waren begraven en haar gebroken hart kon niet nog meer verdragen.

10


1

Easten Park,Yorkshire, 1811 De dood. Hij leek haar te achtervolgen, iedereen om haar heen te treffen. Tijdens de drie korte jaren sinds Delia’s aanstelling als gouvernante op Easten Park was de dood, die onwelkome gast, al veel te vaak langsgekomen. Slechts enkele maanden nadat ze op het landgoed gearriveerd was, was de moeder van de kinderen overleden. En op dit moment lag hun vader, Randall Trethewey, binnen deze zelfde muren te vechten voor zijn leven. Een bliksemschicht flitste achter het onbedekte raam en verlichtte heel even met zijn zilveren gloed Sophy, haar jongste beschermelinge, die naast haar lag te dommelen, haar hoofd op Delia’s schoot. Er volgde een donderslag en Delia hield haar adem in toen het kind even bewoog, maar niet wakker werd. Langzaam ademde Delia uit.Voor nu leek het kleintje tenminste even rustig. Delia wierp een blik op de mantelklok. Het was nog geen vier uur. Het was een lange nacht geweest, beladen met die verstikkende angst die onzekerheid met zich meebrengt. Minuten strekten zich uit tot verschrikkelijke uren, totdat ten slotte de vermoeidheid het overnam en tijdelijke verlichting bood van de angst. Julia en Hannah, de oudere meisjes, sliepen op de divan en Johnny lag opgekruld op het kleed voor het dovende haardvuur. Alleen Liam, de oudste jongen, had toestemming gekregen om bij zijn vader te blijven. 11


De deur van de kinderkamer opende op een kier en Agnes, het kindermeisje, verscheen in de opening. Het normaal zo keurige haar van de slanke vrouw hing in kastanjebruine slierten langs haar smalle gezicht en de gloed van haar flakkerende kaars accentueerde de schaduwen onder haar ogen. ‘Is er nieuws?’ fluisterde Delia, terwijl het meisje binnenkwam. Met een bezorgde blik in haar ogen knielde Agnes naast Delia. ‘’t Is niet goed. Helemaal niet. Meneer Trethewey gaat dood. Dat is tenminste wat ze zeggen beneden. Zijn paard schrok ergens van en struikelde toen het over een bramenstruik in het oostelijke bos wilde springen. Het beest viel boven op meneer Trethewey en door het gewicht werd zijn long doorboord door zijn ribben. Hij kan nog ademen en een beetje fluisteren, maar bewegen lukt niet meer en het wordt elk uur erger. De dokter is er maar die zegt dat hij niets kan doen.’ Delia’s blik vertroebelde met onverwachte tranen en ze veegde Sophy’s zwarte haar uit haar gezichtje. ‘Die arme kinderen.’ Agnes kwam overeind en streek haar rok glad. ‘De kinderen zijn de reden dat ik gekomen ben. Meneer Trethewey wil jou en meneer Simon graag spreken.’ Delia fronste haar voorhoofd. ‘Waarom wil hij mij spreken?’ ‘Ik vermoed dat hij het wil hebben over de kinderen en wat er gaat gebeuren als…’ Haar stem stierf weg en Delia voelde hoe een koude rilling over haar rug liep. Stilte – en de aanhoudende angst – nam het weer over. Agnes gaf haar een duwtje. ‘Ga nu maar. Ik blijf wel bij hen zitten. Meneer Steerhead wacht op je in meneer Tretheweys kamer. Hier, neem mijn kaars mee.’ Delia tilde Sophy van haar schoot, langzaam en voorzichtig, om haar niet wakker te maken, waarna ze de kandelaar aanpakte. Eenmaal buiten de kinderkamer werd Delia omhuld door koelere lucht, terwijl ze door de vertrouwde gang liep. Haar benen waren nog wat wiebelig, na zo lang stilgezeten te hebben. De gloed van de kaars reikte ver, veroorzaakte schaduwen op de geverfde muren en het dikke tapijt van de hal. Overdag leek 12


deze gang altijd breed en licht, maar nu, zo midden in de nacht, terwijl het licht van de bliksem door de hoge ramen flitste en de dood in de schaduwen bleef hangen, was de sfeer somberder. Delia liep langs haar eigen slaapkamer terwijl ze in de richting van de hoofdtrap liep en de houten treden afdaalde, hun gekraak klonk luid in de stilte van de nacht. Aangekomen op de overloop van de eerste verdieping aarzelde ze even. Gedempte stemmen en een onheilspellend schijnsel kwamen haar tegemoet door de kier in de deur aan de linkerkant. De laatste keer dat ze bij een sterfbed geroepen was, was ze te laat geweest om definitief afscheid te nemen. Zou dat nu weer het geval zijn? Krampachtig vermande ze zichzelf en stapte de kamer van meneer binnen. Eenmaal over de drempel was de lucht ijl en ze bracht een hand naar haar neus, vechtend tegen de neiging om hem op te trekken tegen de indringende stank in de kamer. Het vuur in de haard woedde, springend en knallend. Door de zware fluwelen gordijnen voor de ramen aan de oostkant konden de hitte en de geur van rook en zweet nergens naartoe.Vanachter de gordijnen rondom het bed klonk een vreemd, raspend geluid, als de buitenaardse kreten in een nachtmerrie. De ziekenkamer bruiste van activiteit. De priester, de dokter en meneer Tretheweys advocaat zaten allemaal bij elkaar bij het bed, hun hoofden gebogen in een fluistergesprek. Ze liep wat verder de kamer in en liet haar blik naar links gaan. De veertienjarige Liam en zijn leraar, meneer Hugh Simon, zaten in de schaduw op een getuft bankje tegenover de mannen. De jongen zat bewegingloos met hangende schouders, ellebogen op zijn knieĂŤn, zijn blik strak op het tapijt gericht. Meneer Simon, haar enige gelijke op Easten Park en de enige persoon ook die ze vriend durfde te noemen, was de eerste die haar komst opmerkte. Hij knikte even en richtte zich toen in zijn volle lengte op. Hij liep naar haar toe, zijn ogen glimmend in het kaarslicht en zijn wenkbrauwen vertrouwd samengetrokken. Vaak dacht ze hem zo goed te kennen dat ze aan zijn 13


gezichtsuitdrukking kon zien wat hij dacht. Misschien dat het kwam door het late uur, of de ernst van de situatie, maar zijn gezicht verraadde niets. Een lok zwart haar viel over zijn voorhoofd en zijn brede kaak werd bedekt door een ongewoon stoppelbaardje. Niet in staat om te wachten totdat hij iets zou zeggen, zette ze haar kaars op een tafeltje en boog zich naar hem toe, haar vingers wriemelden onrustig. ‘Hoe is het met Liam?’ ‘Hij heeft zich al in geen uren meer bewogen.’ Meneer Simon wierp een blik op Liam, voordat hij zijn armen voor zijn brede borstkas over elkaar sloeg. ‘Hij heeft niets gegeten, geen woord gezegd. Hij zit daar alleen maar.’ ‘Misschien moeten we erop staan dat hij naar zijn kamer gaat om wat te rusten.’ Meneer Simon haalde zijn schouders op. ‘Liam is geen kind meer. Hij vindt dat hij hier moet zijn en ik heb niet het recht om hem iets anders te vertellen.’ Het liefst had Delia geprotesteerd, maar wat kon ze hier tegen inbrengen? Dit zou zomaar eens Liams laatste dag met zijn vader kunnen zijn. Haar hart vulde zich met moederlijke genegenheid, terwijl haar blik zich weer op de jongen richtte, en ze hield haar hart vast voor wat de nieuwe dag zou brengen. Het groepje mannen bij het bed ging uiteen en meneer Steerhead, meneer Tretheweys advocaat en vriend, kwam op hen af. Delia staarde de oudere man aan toen die dichterbij kwam en het kaarslicht zijn gelaatstrekken verlichtte. Edwin Steerhead was een zelfverzekerde man – altijd even keurig gekleed en zeer gedisciplineerd. Maar zijn dunne haar was verwilderd nu en hing alle kanten op. Hij droeg geen jas en zijn klamme linnen mouwen waren tot aan zijn ellebogen opgerold. Witte stoppels bedekten zijn slappe wangen en zijn normaal zo gezonde teint was bijna even bleek als de crèmekleurige zijde van zijn geborduurde vest. ‘Bereid uzelf voor, mevrouw Greythorne,’ fluisterde meneer Steerhead, terwijl hij zich naar haar toeboog, zijn staalgrijze ogen 14


bloeddoorlopen en zijn stinkende adem heet in haar gezicht. ‘Hij gaat het niet halen. Hij is zwak, zoals u zult zien, maar hij wilde u beiden spreken, tegelijk, over de kinderen. Hij heeft zijn testament veranderd en een nieuwe voogd toegewezen. In plaats van mevrouw Tretheweys zuster in Londen zullen de kinderen nu naar meneer Tretheweys broer Jac gaan, in Cornwall. Zoals u weet komt dit allemaal nogal plotseling. En onverwacht. Maar hij is nog helemaal bij zinnen, dat lijdt geen twijfel, en hij is zeer vastberaden.’ Delia’s hart bonkte toen Liam even opkeek om te luisteren naar de woorden van meneer Steerhead. Ze voelde een brandend verlangen om hem te beschermen. ‘Misschien moet Liam dit allemaal niet horen. Nog niet. Er zijn vast -’ ‘Binnenkort zal de jonge William hoofd van zijn familie zijn,’ snauwde meneer Steerhead direct met een onverstoorbare blik. ‘Het heeft geen enkele zin om de waarheid te verdoezelen.’ Delia perste haar lippen op elkaar en maakte haar blik los van het lijkbleke gezicht van de jongen. ‘Zoals ik al zei, staat Trethewey erop dat jullie de kinderen samen naar Cornwall begeleiden. Het is zijn wens dat jullie aanblijven als hun opvoeders en daar heeft hij de fondsen ook op aangepast.’ Meneer Steerhead deed een stap opzij, zodat ze naar het hemelbed konden lopen. Delia had zich niet gerealiseerd dat ze al die tijd haar adem ingehouden had, totdat haar nek plotseling helemaal nat van het zweet was en er zwarte vlekjes voor haar ogen dansten. Met aarzelende stapjes liep ze naar het bed en raapte al haar moed bij elkaar om meneer Tretheweys gezicht te bekijken. De vorige ochtend was ze hem nog tegengekomen, toen hij zich klaargemaakt had om op jacht te gaan. Zijn helderblauwe ogen hadden gestraald, zijn ronde gezicht was blozend en opgewekt geweest, alles had zijn gebruikelijke joviale karakter uitgestraald. Maar nu leken zijn gesloten ogen ingevallen en zijn inktzwarte haar lag door het zweet tegen zijn bleke voorhoofd aan geplakt. Tranen brandden in haar ogen, terwijl zijn borstkas schokte 15


en trilde bij elke moeizame ademhaling. Meneer Steerhead drong zich langs hen heen en legde een hand op meneer Tretheweys onderarm. ‘De gouvernante is er. En de leraar.’ Meneer Tretheweys ogen gingen even open en werden groot toen hij haar zag. ‘De kinderen,’ hijgde hij. ‘Wanneer ik er niet meer ben, gaan ze naar Cornwall. Penwythe Hall. Ze kennen er niemand. Ze hebben u nodig. Laat hen niet alleen.’ Ze hebben u nodig. De woorden raakten haar. De wanhoop in zijn stem bracht haar van haar stuk. Ze wierp een blik op meneer Simon. Zijn stoïcijnse gezicht bleef onveranderd. Ze slikte eens en keek toen weer naar de stervende man. Hij haalde diep adem en greep toen, met een plotselinge energie, met zijn klamme hand die van haar. ‘U moet met ze meegaan. Ze beschermen. Beloof het!’ De aanraking deed haar opspringen. Met elke ademhaling kneep hij harder in haar hand. Haar keel was volledig droog.‘Natuurlijk doen we dat, meneer Trethewey. Natuurlijk,’ kraste ze. Hij opende zijn mond om nog iets te zeggen, maar in plaats van woorden deed een droge hoestaanval zijn lichaam schokken. Hij liet haar hand los en al gauw volgde het vreselijke geluid van een man die stikkend naar adem hapte. Iemand pakte haar bij haar elleboog en trok haar naar achteren. De dokter stapte naar voren, waarbij hij haar tegen meneer Simon aan duwde. De mannen achter haar fluisterden. Links van haar slaakte Liam een kreet en plotseling bruiste de kamer weer van de activiteit. Mensen renden alle kanten op en toch leek de tijd voor Delia steeds langzamer te gaan. Zelfs toen meneer Simon haar de kamer uit leidde, kon ze haar blik maar nauwelijks losmaken van het tafereel dat zich voor haar ogen ontvouwde – van een man die vecht voor zijn leven, terwijl zijn verwondingen vastbesloten zijn het van hem af te nemen.

16


2

Penwythe Hall, Cornwall Richard Colliver pakte een roze appelbloesem tussen zijn dikke vingers en plukte die van de lange tak. Hij hield het kleine bloempje tegen zijn bolle neus, inhaleerde luidruchtig en liet de bloem toen op de grond vallen. ‘Dit is een gewaagde onderneming, Trethewey. Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet denken.’ Jac Trethewey zette zijn vuisten in zijn heupen en tuurde naar boven, waar de felle middagzon door de wapperende blaadjes scheen. Overal om hem heen wuifden de vroegbloeiende appelbomen in de aprilwarmte, zich volledig onbewust van de sombere toon van het gesprek onder hun bladerdak. ‘Zodra het risico op vorst voorbij is, komt alles goed.’ ‘Altijd even optimistisch, jij.’ Colliver schudde eens met zijn grijze hoofd en liep verder over het beschaduwde pad, met elke stap zwaar leunend op zijn sierlijk bewerkte houten wandelstok. ‘Appels. Onvoorspelbare krengen zijn het. Eén zware storm of een ziekte en het hele seizoen is mislukt. Financieel zou het jaren kosten om daar weer bovenop te komen.’ ‘Dat geldt voor elk gewas.’ Jac vertraagde zijn pas, zodat hij naast de oudere man liep.‘Bovendien bestaat deze boomgaard al jaren, nog voordat mijn oom overleed. Goed, hij is verwaarloosd, maar de basis is goed. Met aandacht en de juiste verzorging is er geen enkele reden om niet te kunnen floreren.’ ‘En mag ik vragen wat er gebeurt wanneer dit masterplan van je mislukt? Wat gebeurt er dan met Penwythe Hall?’ Colliver 17


leek vastbesloten om een manco in Jacs plan te ontdekken. ‘Ik hoorde dat je de graanvelden al gerooid hebt om er boomgaarden van te maken. Riskant, vind ik, om zoveel moeite in slechts één bron van inkomsten te stoppen.’ Jac raakte de bloesem aan een nabij hangende tak aan en stopte even om de complexe bloemblaadjes te bestuderen, maar plukte hem niet. Onbewust spanden zijn schouderspieren zich. ‘Ik ken je niet anders dan impulsief.’ Collivers schorre stem klonk onplezierig en hard naast het fluiten van de vogels in de vallei. ‘Als jongen was je al zo. Jij en je broer reden als wilden over de heide op die kleine dikke pony’s van jullie. Maar ik heb je nooit gezien als een gokker, die zijn bestaan en dat van talloze anderen zo makkelijk op het spel zet.’ Jac slikte het scherpe weerwoord in dat op het puntje van zijn tong lag. Het converteren van zijn graanvelden was een zware beslissing geweest. Ja, een mislukking zou niet alleen hem maar ook zijn pachters ruïneren, die voor hun levensonderhoud allemaal van Penwythe afhankelijk waren. Het was zeker een gok, maar ondanks het risico moest hij Colliver de strategie van zijn inspanningen laten inzien – en zijn steun zien te krijgen. Jac haalde zijn vingers door zijn dikke, krullende haar en veegde het uit zijn gezicht. ‘Verandering was nodig. Die grond was uitgeput. Bovendien hebben we nog andere middelen. Deze boomgaard is volwassen en zal veel fruit dragen. Net zoals de rest, op zijn tijd.’ ‘Op zijn tijd?’ snoof Colliver, zijn borstelige wenkbrauwen afkeurend gefronst. ‘En hoelang gaat dat duren?’ Jac aarzelde, wetend dat zijn planning niet rooskleurig klonk. ‘Het zal minstens drie jaar duren voordat de nieuwste boomgaarden fruit zullen dragen, en vijf jaar totdat ze stabiel zijn. Maar vergeet niet dat er op het Penwythe-land al verschillende boomgaarden bestaan, allemaal in verschillende stadia van ontwikkeling.’ Colliver tikte met zijn wandelstok tegen een boomstam. ‘En 18


wat hoorde ik over een ciderpers? Ik was gisteren in de Harpe and Lute. De boeren daar hadden het over niets anders dan jouw nieuwe onderneming.’ Jac was het niet gewend om zichzelf te verantwoorden, maar als hij wilde dat Colliver mee zou gaan in zijn visie en dus zou investeren, dan moest hij open kaart spelen. Hij paste zich weer aan Collivers tempo aan, terwijl ze over het graspad tussen de rijen bomen door liepen. ‘Ik wil van de graanschuur op de noordelijke wei een cidermolen maken. Ergens de komende weken arriveert er een granieten molensteen, samen met een pers, die op dit moment in Devon gemaakt wordt.’ Colliver klakte met zijn tong. ‘Dat klinkt allemaal erg duur.’ ‘Is het ook, maar het is de investering waard.’ ‘De investering waard, hè?’ Plotseling bleef Colliver staan. Hij pakte een zakdoek uit zijn linnen jas, tilde zijn hoge hoed op en veegde het zweet van zijn gerimpelde voorhoofd.Toen hij zich weer omdraaide naar Jac, was alle sarcasme uit zijn blik verdwenen en kneep hij even zijn lippen op elkaar, voordat hij sprak. ‘Ik heb je aanbod om deze onderneming financieel te ondersteunen overwogen. Je bent een integere man, dat lijdt geen twijfel, en dus zal ik eerlijk zijn. Er gaan allerlei geruchten rond, Trethewey. Ik zie mezelf als iemand die boven al dat geroddel van bekrompen mannen staat, maar ik weet ook dat dergelijke praat niet genegeerd kan worden. En wat ik hoor is dat Penwythe in financiële moeilijkheden is en dat de problemen elke dag groter worden.’ Jac ging wat breder staan. De geruchten waren al ontstaan nog voordat zijn oom overleden was, en nu, vijf jaar later, kon hij zich enkel voorstellen wat Colliver allemaal gehoord had. Hij koos zijn woorden zorgvuldig.‘Ik zal niet ontkennen dat we nogal wat problemen hebben moeten overwinnen, maar juist daarom is het zo belangrijk om te veranderen. Ik kan niet anders.’ De zilte lucht vanaf zee naar het noorden streek door Collivers grijze haar en bracht de blaadjes aan hun takken tot leven, dansend en draaiend in de wind. ‘Je oom was een geweldige 19


man, een van de beste mannen van Cornwall, durf ik wel te zeggen, maar hij had weinig oog voor de toekomst. Ik was dan ook niet verbaasd toen hij Penwythe aan jou naliet en niet aan Randall, absoluut niet verbaasd. Maar daarmee heeft hij jou wel met een enorme puinhoop opgezadeld.’ Hij trok een borstelige wenkbrauw op en keek Jac aan. ‘Hoe oud ben je nu? Dertig?’ Jac slikte. Hij vond de kant die dit gesprek op ging maar niks. ‘Tweeëndertig.’ Een gegrinnik steeg op uit Collivers keel. ‘Zo’n jonge vent nog. Met nog heel wat jaren voor de boeg, zo God het wil. Genoeg tijd dus voor risico’s en gokken met resultaten.’ Jac voelde hoe zijn nek heet werd. Zijn kaak trilde. Hij voelde hoe hij in de verdediging schoot, zoals altijd wanneer het over dit onderwerp ging. ‘Ik mag je,Trethewey. Ik heb je altijd al gemogen. Maar mijn tolerantie voor dergelijke ondernemingen is veel lager dan toen ik zo oud was als jij.’ Duizenden antwoorden schoten door Jacs hoofd, maar hij klemde zijn lippen op elkaar. Hij wilde Collivers goedkeuring. Nee, hij had zijn goedkeuring nodig. Colliver zette zijn hoed terug en schikte de rand. ‘En wat als je volgende zomer van gedachten verandert, wanneer de appelbomen te weinig dragen en je niet genoeg oogst hebt? Wat dan? Ik ben een beetje bang voor je impulsiviteit, zoals ik al zei. De groei van dingen kun je net zomin controleren als de hemel of de getijden van de zee. En als je plan mislukt? Want ik kan je zeggen dat ik heel wat goedbedoelde plannen in rook op heb zien gaan – en daarmee grote sommen geld.’ ‘De boomgaard en de plannen voor de ciderschuur zijn goed doordachte beslissingen. Het is echt een minder grote gok dan je denkt. Wij – Andrew en ik – hebben de cijfers meerdere keren doorgerekend. We hebben zelfs de hulp van een expert uit Devon ingeroepen. Penwythe zit in mijn bloed. Ik zou nooit iets doen om het in gevaar te brengen, noch het levensonderhoud van hen die ervan afhankelijk zijn.’ 20


De gouvernante van enwythe Hall

P

Sarah Ladd schrijft Regency-romans die zijn geĂŻnspireerd op de klassiekers van Jane Austen en de zusters BrontĂŤ. Eerder verscheen van haar o.a. De erfgename van Winterwood en De winkel in Blinkett Street.

ISBN 978 90 43531887 NUR 342

De gouvernante

Jac Trethewey is vastbesloten om het verouderde Penwythe Hall in zijn vroegere glorie te herstellen. Zijn plannen worden echter danig in de war gestuurd door de aankomst van de kinderen van de broer die hij al jaren niet heeft gezien. Jacs leven staat op zijn kop als hij opeens de verantwoordelijkheid blijkt te dragen over de vijf kinderen, terwijl hij ondertussen de plotselinge dood van zijn broer moet verwerken. Maar wat hem nog meer zorgen baart, is wat hun gouvernante probeert te verbergen.

van Penwythe Hall

Engeland, 1811. Cordelia Greythorne ontvlucht Cornwall nadat ze is beschuldigd van de dood van haar echtgenoot. Ze accepteert een baan als gouvernante en probeert een nieuw leven te beginnen. Maar wanneer jaren later haar werkgever plotseling overlijdt, staat ze voor een dilemma. Ze kan de kinderen, die nu beide ouders hebben verloren, niet in de steek laten. Maar hun nieuwe voogd woont in Cornwall, de enige plek waarnaar Cordelia nooit had willen terugkeren.

S AR AH L ADD

Hij krijgt een nieuwe toekomst in de schoot geworpen Zij wordt achtervolgd door haar verleden Maakt hun liefde een kans?

S ARAH L ADD

De gouvernante van enwythe Hall

P

R oma n Omslag De gouvernante van Penwhthe Hall 140x215mm b.indd All Pages

28-05-19 14:08


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De gouvernante van Penwhythe Hall - Sarah Ladd. ISBN 9789043531887 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu