Skip to main content

Door jou ben ik mij - Hinke Abbema. ISBN 9789043531788

Page 1

Van: Marouan Verzonden: 22-07 10:35 Jonathan! Zie ik je snel weer? Vandaag? Morgen?

Ik ben Jona en ik val op jongens. Niemand weet dat en ik durf er eigenlijk nog niet voor uit te komen. Ook vanwege het gezin waar ik uit kom vind ik dat best wel spannend. Geen idee hoe mijn omgeving zal reageren. Maar nu ben ik bij een wedstrijd van Feyenoord Marouan tegengekomen. Hij is zo anders dan ik. Ik moet telkens aan hem denken. Ik krijg het gevoel dat ik vlieg en val tegelijk. Wat nu? ‘Wat een heerlijk liefdesverhaal! Je sluit Jonathan en Marouan vanaf het begin in je hart, en je hoopt dat ze elkaar krijgen en samen oud gaan worden.’

‘Een vlot geschreven en hedendaags verhaal over relaties, seksualiteit en vooroordelen, maar vooral over de Liefde.’

Miranda Terpstra

Corien Oranje

Hinke van Abbema woont in Rotterdam. Ze is theoloog en houdt van schrijven. Dit boek is voor haar een droom die werkelijkheid is geworden.

NUR 285 ISBN 978 90 435 3178 8


Door jou ben ik mij

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 1

27-05-19 11:48


Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 2

27-05-19 11:48


KokBoekencentrum Uitgevers • Utrecht

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 3

27-05-19 11:48


Voor Martin, Femmy en Anneke jullie zien mij allemaal op een andere manier maar gezien worden, daar gaat het om

Ontwerp omslag: Karst-Janneke Rogaar en Marcel Flier Illustratie omslag: Karst-Janneke Rogaar Lay-out binnenwerk: Stampwerk ISBN 978 90 435 3178 8 ISBN 978 90 435 3179 5 (e-book) NUR 285 www.kokboekencentrum.nl Š 2019 KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht Alle rechten voorbehouden KokBoekencentrum Uitgevers vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 4

27-05-19 11:48


Want je kunt jezelf soms verliezen in een wereld die verandert Maar je vindt jezelf weer terug in de ogen van een ander Dus de schoonheid van wat vreemd is niet verwerpen maar om­ armen Stef Bos – ‘De kern’

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 5

27-05-19 11:48


Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 6

27-05-19 11:48


‘Die pisbakken hier zijn goor!’ Nick schuift op de barkruk naast me en trekt zijn neus op. ‘Stel je niet aan, joh,’ gromt Maarten. ‘Je bent toch geen wijf.’ Hij leunt voorover op de bar en houdt drie vingers omhoog naar de barman. Ik ben het met hen allebei eens. Behalve dan dat ik Maarten z’n ‘je bent toch geen wijf’-opmerking nogal seksistisch vind. Als Eline hier was geweest zou hij dat direct te horen hebben gekregen. Maar Nick heeft ook gelijk, die pisbakken hier zijn echt ranzig. Je zou er chlamydia van kunnen op­lopen als je niet uitkijkt. Ik weet niet of dat kan, maar bij wijze van spreken dan. Maarten zet een biertje voor mijn neus. ‘Nou jongens, eindelijk is die gast achttien en dan gaat-ie zeiken over pisbakken. Proost!’ We tikken onze glazen tegen elkaar en ik neem een slok, waarna ik mijn klamme handen aan mijn broek afwrijf. De muziek staat te hard, waardoor we telkens moeten schreeuwen als we iets willen zeggen. Ik weet niet, ik wil niet zeiken, maar soms vind ik dat irritant. Nick schreeuwt in mijn oor. ‘Dus je gaat eindelijk naar Feye­ noord?’ ‘Ja, morgen,’ roep ik terug. ‘Mag zelfs de Toyota mee.’ ‘Wow.’ Hij kijkt me bewonderend aan, alsof die Toyota eigenlijk een Tesla in disguise is. ‘Die ouders van jou zijn zulke vette hipsters. Én naar De Kuip, én de auto mee. Dat dat mag, zeg.’ ‘Mijn ouders zijn zó geen vette hipsters.’ ‘Echt wel,’ vindt Nick. Maarten onderbreekt ons gesprek. ‘Wel of niet coole hipsters, we gaan een meisje voor je scoren, Nick. Ik ga je wingman wel zijn.’ 7

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 7

27-05-19 11:48


Nick zucht diep. ‘Kan Jona dat niet doen? Jij hebt al een relatie, dus dan ben je waardeloos als wingman.’ ‘Juist niet,’ zegt Maarten. ‘Dan vorm ik geen gevaar. Jona is een mooiboy, die moet je niet hebben als wingman.’ Ik sputter tegen. ‘Ik ben geen mooiboy.’ ‘Echt hè, als je Jona meeneemt… Al die meiden als bijen op de honing, ik zeg het je.’ Maarten negeert mijn opmerking volledig. ‘Maar hij is zo afstandelijk,’ zegt Nick. ‘Daarom juist. Afstandelijk en mysterieus. Bijen op de h ­ oning.’ ‘Hmm.’ Nick is niet overtuigd. Ik besluit dat ze nu lang genoeg over me hebben gepraat alsof ik er niet naast zit. ‘Ik ga sowieso niet mee als wingman, vergeet het maar mooi.’ Geërgerd haalt Nick zijn schouders op. Maarten lacht. ‘Zie! Heb je niks aan, die gast. Laat mij nou maar, ik sla er wel eentje aan de haak voor je.’ ‘Weet je vriendin dat je zo praat?’ vraagt Nick. ‘Ik zoek het zelf wel uit.’ Met zijn biertje in de hand verdwijnt hij richting de dansvloer. ‘Zo snel geraakt, die jongen.’ Maarten haalt zijn schouders op. ‘Blijkt wel weer: we kunnen niet zonder Pieter.’ Hij heeft gelijk. Pieter is de stabiele factor in onze vriendengroep. Maar hij is er niet vandaag. ‘Ik ga niet aan de cola terwijl jullie kunnen zuipen,’ waren zijn woorden. Hij wordt pas in juli achttien en ze controleren hier heel streng, aan de deur al. De uitsmijter heeft onze id’s minutenlang geïnspecteerd. ‘Heel veel fake-id’s,’ gaf hij als uitleg. Ik vond dat-ie er zelf uitzag alsof hij amper zestien was, maar hij had impo­sante bicepsen die rolden onder het strakke, zwarte shirt dat hij droeg. Misschien zestien, maar zeker in staat om uit te smijten. Lijkt me ook wel een handige voorwaarde voor die baan, ik weet niet. Maar goed. Pieter wilde niet mee en dat maakt nu dit wazige conflict tussen Maarten en Nick, waarvan ik eerlijk gezegd niet eens begrijp wat er nou aan de hand is, redelijk onoplosbaar. 8

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 8

27-05-19 11:48


Nick is altijd al wat opvliegend geweest, maar één opmerking van Pieter is meestal voldoende om hem rustig te krijgen. Maarten bereikt juist het tegenovergestelde, die weet precies de goede knopjes in te drukken. Of hij het nou expres doet om te stangen? Soms wel, maar soms gaat het ook een soort van automatisch. Zo is hij nu eenmaal. En ik kan Pieter niet zijn. Alsof ik weet wat ik dan moet zeggen. Maarten tikt me op mijn arm. ‘Wil je er nog een?’ ‘Is goed.’ Ik sla mijn biertje achterover, al is het glas nog halfvol. ‘Bier en pisbakken, vanavond.’ Hij lacht naar me en ik lach terug. Maarten bestelt er weer drie en met twee van die drie loop ik Nick achterna. Toch maar even zoeken, het is tenslotte zijn verjaardag. Hij staat naast de dansvloer te praten met een meisje. Of, nou ja, een vrouw eigenlijk. Volgens mij is ze minstens vijfentwintig. ‘Hey,’ zeg ik en ik duw hem het biertje in de hand. ‘Sorry, ik kom alleen even drinken brengen.’ Ik wil me alweer omdraaien, maar Nick pakt mijn arm beet. ‘Wacht,’ zegt hij. ‘Ze heeft ook een vriendin, die is even naar de wc.’ Onwillekeurig moet ik denken aan wat Maarten net zei voordat hij lachte. Bier en pisbakken. Maar straks komt dat meisje terug van de wc, en wat moet ik dan?

9

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 9

27-05-19 11:48


Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 10

27-05-19 11:48


Hoofdstuk 1

Hij ziet me niet! De donkerblauwe BMW schiet voor mijn auto langs en ik ben ervan overtuigd dat hij me gaat raken. Maar hij sjeest alweer verder over de Van Brienenoord­brug. ‘Idioot!’ roep ik, terwijl ik mijn richtingaanwijzer voor de afslag Feye­noord aandoe. Lucas, naast me, heeft niks door, maar wijst enthousiast naar buiten. ‘Jona, kijk! De Kuip! En ik zie ook de Maastoren,’ roept hij. Ik kijk over mijn schouder naar de stad die naast ons ligt. De Maas slingert als een lint en verdeelt de stad in Noord en Zuid. Ik zie de vier lichtmasten van De Kuip en verderop de hoogbouw van de Kop van Zuid. Over de Maas varen een vrachtschip vol containers en de waterbus, die richting Dordrecht gaat. De zon maakt dat het water schittert tegen de blauwe lucht, die bedekt is met een paar wattige wolken. Het is koud voor juni, maar alles beter dan die regen van vorige week. Lucas noemt alle gebouwen op die hij ziet. ‘En daar heb je die ene die eigenlijk met z’n drieën is.’ Hij wijst weer. ‘Je weet welke ik bedoel, toch?’ ‘Je bedoelt De Rotterdam,’ zeg ik lachend. ‘Ja, die! Die gekke.’ We verlaten de snelweg en rijden richting De Kuip. Vandaag is de dag dat mijn ouders het oké vinden dat ik samen met Lucas naar een voetbalwedstrijd ga. Ze zijn een beet­ je overbezorgd, vooral mijn moeder. Ze heeft bedacht dat Luuk in elkaar gemept wordt door de hooligans waar volgens haar het stadion mee volzit. ‘Wel voorzichtig zijn, hoor, Jonathan,’ heeft ze wel duizend keer tegen me gezegd. ‘En goed op Lucas letten, je weet dat hij alle kanten oprent als je niet uitkijkt.’ Heel waar. Hij is negen, 11

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 11

27-05-19 11:48


maar hij gedraagt zich af en toe als een kleuter. Misschien komt dat omdat hij de jongste is. In het stadion kijkt Lucas met grote ogen rond. Ik pak hem bij zijn mouw en neem hem mee naar het snackpunt. ‘Wil je friet?’ Lucas knikt. ‘Met ketchup en mayo.’ Met twee bekers cola in mijn ene hand en een friet met mayo in de andere loop ik de trappen af, op zoek naar onze plekken. Lucas rent voor me uit en wijst alle kanten op. ‘Hier zitten? Daar?’ ‘Hier gaan we in!’ roep ik. Lucas rent terug en schuift de rij in, waar hij neervalt op één van de blauwe kuipstoelen. Ik ga naast hem zitten en geef hem zijn cola. Natuurlijk gooit hij hem bijna om. ‘Doe nou effe voorzichtig, Luuk. Je bent toch geen klein kind meer,’ zeg ik. ‘Straks zit je er helemaal onder.’ Overal klinkt gegons van stemmen. De geur van frituur en bier hangt in de lucht. De mensenzee wordt steeds compacter. Dringende, lachende en bierknoeiende mensen, gekleed in rood en wit ploffen neer in de stoelen om ons heen. Lucas heeft de Feye­ noordsjaal, die hij vorig jaar voor zijn ver­jaardag had gekregen, om zijn nek geknoopt. Hij heeft het al voor elkaar gekregen er een klodder mayonaise op te morsen. Ik stop een paar frietjes in mijn mond, terwijl de omroeper vertelt dat de spelers het veld opkomen voor de warming-­up. Zodra hij is uitgepraat komt er muziek door de speakers. Voornamelijk liedjes over hoe fantastisch Feye­noord is. Lucas wijst naar het veld. ‘Daar is El Ahmadi. Die is echt vet goed.’ Hij stoot me aan, de cola klotst over mijn mouw. Het is onmogelijk om hem weer schoon af te leveren thuis, dus ik laat het maar zitten. Kan mij het ook schelen. ‘Zie je hem ook?’ Zijn blauwe ogen stralen en hij juicht mee met de rest van het publiek. Dit zijn van die momenten waarop het leuk is om een jonger broertje te hebben. Na een tijdje verdwijnen de spelers en even later komen ze samen met de tegenstanders het veld weer op. De wedstrijd gaat beginnen. 12

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 12

27-05-19 11:48


Lucas geeft commentaar op alles wat er gebeurt. Zodra El Ahmadi de bal heeft begint hij te krijsen. ‘Scoren, scoor dan!’ ‘Lucas, hij staat aan de andere kant van het veld, zo kan hij toch niet scoren,’ zeg ik. ‘Tuurlijk wel. Gewoon heel hard schieten.’ Na een minuut of tien ontstaat er wat commotie rechts van me. Iemand loopt de rij in, waardoor mensen moeten gaan staan om hem erlangs te laten. Automatisch sla ik mijn benen opzij om ruimte te maken, maar er gebeurt niks. ‘Hoi,’ zegt een stem. Ik kijk op en zie een jongen staan van een jaar of twintig met zwart haar, opgeschoren aan één kant. Hij draagt een strakke spijkerbroek met een net overhemd erop. Een jasje hangt nonchalant over zijn arm. Hij kijkt me aan en lacht zijn tanden bloot. Die glimlach transformeert zijn hele gezicht. Alsof iemand binnenin hem een licht heeft aangedaan. ‘Volgens mij is dit mijn plek,’ zegt hij. Zijn hand wuift naar de lege stoel naast me. ‘O, sorry.’ Snel pak ik mijn jas van de stoel. ‘Geeft niet,’ zegt de jongen. Hij gaat zitten en rekt zich uit. ‘Ik ben zo laat. Veel te hard gereden natuurlijk. Fingers crossed dat ik niet geflitst ben.’ Dan keert hij zich naar me toe en steekt een hand uit. Aarzelend neem ik hem aan. ‘Ik ben Ma­rouan,’ stelt hij zichzelf voor. ‘Jona… eh, Jonathan,’ stotter ik. Ma­rouan glimlacht breed. ‘Jona Jonathan?’ ‘Nee,’ grinnik ik. ‘Jonathan. Maar meestal wordt het afgekort tot Jona.’ ‘Mooie naam, Jonathan,’ zegt Ma­ rouan. ‘Ik zou niet weten waarom dat afgekort moet worden. Jonathan.’ Vreemd, de manier waarop Ma­rouan mijn naam uitspreekt, geeft me het gevoel alsof er iets speciaals is aan mijn naam en daarmee ook aan mij. Iets wat ik er nog niet eerder in heb gehoord. 13

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 13

27-05-19 11:48


Lucas kijkt langs me heen naar Ma­rouan. ‘Hoi,’ roept hij. ‘Ik ben Luuk. Jona’s broer. Ik mag voor het eerst naar een wedstrijd, omdat Jona zijn vwo-diploma heeft gehaald. En volgend jaar gaat hij studeren, toch Jona?’ Ik stoot Luuk aan. ‘Dat hoef je toch niet allemaal te zeggen,’ mompel ik. ‘O, ik vind het niet erg om te weten, hoor,’ zegt Ma­rouan. ‘Een student, toe maar! Goed voor jou.’ Hij kijkt van me weg naar het veld. Ik haal diep adem en vertel mezelf dat ik me niet zo moet aanstellen. ‘Heb ik iets gemist?’ vraagt Ma­rouan. Ik schud mijn hoofd. ‘Nog niet. Het staat 0-0. Ze zijn eigenlijk net begonnen.’ Wat is dat nou weer voor iets doms om te zeggen? Ma­rouan weet zelf ook wel dat ze net begonnen zijn. En dat het nog steeds 0-0 staat is ook te lezen op de scoreborden. ‘Mooi zo.’ Ma­rouan pakt zijn telefoon en vestigt zijn aandacht op zijn beeldscherm. ‘Ga je niet kijken?’ ‘Zo meteen. Even met een vriend afspreken, we gaan vanavond Casablanca kijken.’ ‘Casablanca? De film?’ Ik haal verrast mijn wenkbrauwen op. ‘Ja, natuurlijk,’ grijnst Ma­rouan. ‘Beste film ooit. Ken je hem?’ ‘Uiteraard.’ Wat zeg ik nou? Uiteraard? Doe normaal, Jona. ‘Mijn vrienden zijn allemaal zo van: die fillum is oud, weet je. Dat is verreweg het stomste wat je kan zeggen, volgens mij,’ vertelt Ma­rouan. ‘Alsof oud betekent dat het slecht is. Ik zeg je, films zoals deze worden tegenwoordig niet meer gemaakt.’ ‘Ik ben het met je eens,’ zeg ik. ‘Vet.’ Ma­rouan straalt terwijl hij het zegt. ‘Ik ben er ge­boren, weet je, in Casablanca. Dus je snapt wel dat ik er een zwak voor heb.’ Hij kijkt me aan en knipoogt. Ik voel me onverwacht warm worden en draai snel mijn hoofd naar de wedstrijd. 14

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 14

27-05-19 11:48


Het is even stil, voor zover dat mogelijk is in een stadion. We kijken naar de wedstrijd, maar het kan me niet boeien. Na een paar minuten voel ik Ma­rouans ogen weer op me gericht. ‘Dus je gaat studeren na de zomer. Wat?’ ‘Psychologie.’ ‘Toe maar.’ Hij legt plotseling een hand op mijn arm. Ik voel de warmte van zijn hand door de mouw van mijn shirt. ‘Ga je dan diepe gesprekken voeren met mensen?’ Ik moet lachen om de manier waarop hij het zegt. ‘Nee, joh. Nou ja, ik weet het niet. Eerst maar eens studeren.’ Ma­rouan trekt zijn wenkbrauwen op. ‘Dat gaat wel goed komen. Ben je slim genoeg voor.’ Hoe weet hij dat nou? Hij kent me niet eens. Net als ik aan hem wil vragen wat hij doet, trekt Lucas aan mijn arm. Ik realiseer me dat ik Lucas en de voetbalwedstrijd compleet vergeten ben. ‘Zag je dat?’ roept hij. ‘El Ahmadi scoorde bijna!’ Ma­rouan buigt zich naar voren. ‘El Ahmadi is goed, hè?’ zegt hij tegen Lucas, die geestdriftig knikt. ‘Komt omdat hij uit Marokko komt. Alle goede voetballers komen uit Marokko, net als ik,’ grinnikt Ma­rouan. Lucas zet grote ogen op. ‘Echt waar? Mijn vriendje die naast ons woont, komt ook daaruit, maar hij kan helemaal niet voetballen. Ik ben beter, toch Jona?’ Ik sla een arm om hem heen en woel door zijn haar. ‘Jullie kunnen allebei goed voetballen.’ ‘Maar niet zo goed als jij,’ zegt Lucas. Hij hangt nu over mijn benen heen en tikt Ma­rouan op zijn knie. ‘Jona kan heel goed voetballen. Later wil ik net zo goed worden als hij.’ ‘Jong en vol idealen,’ lacht Ma­rouan. Hij kijkt me aan. ‘Dus jij zit op voetbal?’ ‘Niet meer. Wel een tijd gezeten.’ ‘Nu geen tijd meer voor natuurlijk, als je moet studeren.’

15

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 15

27-05-19 11:48


Ik schud mijn hoofd en wil iets zeggen, maar er klinkt gejoel als er een goede kans komt. De wedstrijd krijgt wat meer spanning in de laatste minuten van de eerste helft. ‘Jonathan?’ vraagt Ma­rouan, als het fluitsignaal voor de rust klinkt. ‘Wil je wat drinken?’ Hij kijkt naar Lucas, die alweer half over mijn benen ligt. ‘En jij ook? Ik ga wel halen.’ ‘Ik wil wel cola,’ zegt Lucas opgetogen. ‘En jij?’ ‘Doe ook maar cola,’ antwoord ik. Ma­rouan staat op. ‘Komt eraan.’ Ik trek Lucas van mijn schoot af. Hij gaat rechtop zitten. ‘Het is vet gaaf, hè, Jona.’ ‘Ja,’ reageer ik. Ik pak mijn telefoon. ‘We maken een selfie voor mama, oké?’ Lucas steekt zijn tong uit naar de camera en ik trek een gek gezicht. Dan zet ik de foto in de familiegroepsapp, kunnen m’n zusjes en m’n vader het ook zien. Als Ma­rouan terug­komt met de drankjes, begint Lucas hem te bestoken met vragen over voetbal – hij heeft kennelijk bedacht dat Ma­rouan een expert is. De tweede helft begint en er komt meer actie. Tot Lucas’ grote genoegen scoort El Ahmadi. De hele tribune schiet als één man omhoog en barst uit in gejuich. Iedereen schreeuwt en zingt mee met het lalala van I will survive, dat uit de luidsprekers schalt. Lucas staat enthousiast op en neer te springen op de blauwe kuipstoel. Ma­rouan tikt met zijn elleboog tegen de mijne. ‘Kijk hem blij zijn, dan! Leuk, man.’ ‘Het is onze eerste keer hier,’ verklaar ik. ‘Wedstrijden zijn toch vaak op zondag en dan kunnen we niet. En mijn ouders vinden het niks. Met al die drukte en mensen die te veel drinken. Mijn moeder heeft zich in het hoofd gehaald dat er alleen maar hooligans in dit stadion zitten, en mensen die drugs dealen.’ Hij grinnikt. ‘Waarom kunnen jullie niet op zondag?’ ‘Dan gaan we naar de kerk,’ antwoord ik. 16

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 16

27-05-19 11:48


‘Ah, je bent christen?’ Ik knik bevestigend. ‘En jij?’ Ma­rouan haalt onverschillig zijn schouders op. ‘Ik geloof niet in God,’ zegt hij simpel. ‘God gaat er bij mij niet in.’ Ik staar naar mijn handen. Hij raakt mijn onderarm aan. ‘Hé, trek je niks van mij aan. Ik ben vreselijk cynisch, niks aan. En wat weet ik er ook van?’ Ik kijk hem zijdelings aan. Hij glimlacht. ‘Ik vind het mooi als iemand gelooft. Ik hoop dat je er veel aan hebt.’ De oprechtheid klinkt door in zijn stem. Voorzichtig glimlach ik terug. ‘Ja. Ik hoop het ook.’ Er wordt weer gescoord en het stadion ontploft. Iedereen staat nu, Lucas schreeuwt zijn keel schor, mensen zijn aan het klappen en stampen met hun voeten op de grond. De laatste tien minuten van de wedstrijd blijft iedereen staan, zingend en joelend. Eigenlijk vind ik dat niet eens fijn, want het maakt het onmogelijk om verder te praten met Ma­rouan. Gek: eindelijk ben ik dan een keer bij een voetbalwedstrijd, om er vervolgens achter te komen dat ik andere dingen, of andere mensen eigenlijk, veel interessanter vind. Het laatste fluitsignaal klinkt en het stadion barst uit in luid gejuich en applaus. De spelers van Feye­ noord lopen rond en zwaaien naar het publiek. Lucas zwaait geestdriftig terug en roept El Ahmadi’s naam, maar we zitten natuurlijk veel te hoog om gehoord te worden. Ma­rouan draait zich naar me toe. ‘Jonathan!’ Er klinkt een lach door in zijn stem. ‘Het was veel te kort. Gaan we nog wat blijven drinken hier?’ Ik check de tijd. Eigenlijk moeten we gaan, om op tijd te zijn voor het eten, maar ik wil niet. ‘Leuk.’ Met z’n drieën lopen we de trappen op en het stadion uit. In de galerij is het nog druk. Ik ga in de rij staan voor de bar en laat Luuk achter bij Ma­rouan. 17

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 17

27-05-19 11:48


‘Vond je het leuk?’ vraag ik aan Lucas, als ik terugkom met het drinken. ‘Heel erg!’ roept hij, zijn ogen schitteren. Hij kijkt op naar Ma­ rouan. ‘En jij?’ Die knikt. ‘El Ahmadi heeft het goed gedaan. De eer van mijn land hooggehouden.’ ‘Ben jij daar geboren?’ vraagt Lucas. ‘Yep. In Casablanca. Ik ben een volbloed Marokkaan. Tenminste, mijn ouders zijn allebei in Nederland geboren, dus ik heb twee paspoorten,’ vertelt Ma­rouan. Hij kijkt naar me terwijl hij het zegt. ‘Ze waren voor een jaar of zo teruggegaan naar Marokko om voor mijn zieke oma te zorgen. Dus ik werd daar geboren, vandaar.’ ‘En hoe oud was je toen je naar Nederland kwam?’ vraag ik hem. ‘Nog een baby,’ zegt hij. ‘Ik ben gewoon Nederlander, alleen toevallig in Casablanca geboren. Mijn oudere broer moest naar school, dus mijn ouders wilden terug naar Nederland. Mijn oma was inmiddels overleden. Het was sowieso maar tijdelijk, die verhuizing naar Marokko. Onze hele familie komt uit Casablanca, maar er zijn er heel veel naar Nederland geëmigreerd. Mijn ouders hadden hun huis nog op Zuid, dus daar gingen we wonen, bij Afrikaanderplein.’ ‘Woon je daar nu nog steeds?’ Ik vraag me af waar ik de moed vandaan haal om al die vragen te stellen, maar ik wil het gewoon weten. Nou maar hopen dat ik niet te veel overkom als een nieuwsgierige journalist. Ma­rouan lijkt het niet te merken. ‘Nee, ik woon daar niet meer. Ik woon nu in het centrum aan de Mauritsweg. Dat is vlak bij Centraal Station. En jij?’ ‘Ik woon bij mijn ouders thuis, in ’s-Gravenland, in de Den Outerstraat.’ ‘Zegt me niks,’ zegt hij. ‘Het is ook niks aan. Echt zo’n saaie nieuwbouwwijk. Het lijkt me veel gaver om in het centrum te wonen,’ vertrouw ik hem toe. 18

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 18

27-05-19 11:48


Lucas heeft inmiddels zijn drinken op en loopt door de galerij te dwalen. Ik zie hem de hoek om gaan en haast me achter hem aan. Ma­rouan loopt met me mee. ‘We moeten naar huis,’ zeg ik, en ik hoor de teleurstelling in mijn eigen stem. ‘Mijn moeder heeft het eten klaarstaan.’ ‘Chill, een moeder die voor je kookt. Je hebt geluk.’ Ik knik en dan gaan we met z’n drieën het stadion uit, richting de parkeerplaats. Ma­rouan klopt me op mijn arm. ‘En waarom Casablanca?’ ‘It doesn’t take much to see that the problems of three little peo­ ple don’t amount to a hill of beans in this crazy world,’ zeg ik na een paar seconden. ‘Now, now. Here’s looking at you kid,’ reageert hij lachend. ‘Wanneer gebeurt dat nou? Dat ik iemand tegenkom die Casablanca kent, laat staan dat-ie het leuk vindt en eruit kan quoten? Hoe kan dat?’ Het lijkt wel alsof Ma­rouan van binnenuit straalt. Hij heeft iets intrigerends. Iets wat ik niet goed kan benoemen, maar waarvan ik zeker weet dat het er is. ‘Mijn vader vindt het een mooie film, dus we kijken hem thuis weleens,’ vertel ik hem. ‘En deze zin, van de “hill of b ­ eans”, vind ik tof. Ik weet niet. Ik hou wel van oorlogs­verhalen, en deze heeft iets speciaals. Er zit net wat meer in, of zo.’ ‘Hou op, man,’ zegt hij. ‘Er zit zoveel in, vergeleken met de zooi die nu gedraaid wordt. Ze weten niet meer hoe het moet en ze kunnen ook niet acteren. Neem nou Humphrey Bogart, maar ook Paul Henreid! Die konden er tenminste wat van.’ We zijn bij mijn vaders zilverkleurige Toyota aangekomen, dus ik blijf staan. ‘Mijn auto staat iets verderop,’ zegt Ma­rouan. ‘Ik ga je zien!’ Hij steekt een hand op naar Lucas, die naast de auto staat en ongeduldig aan het portier trekt. ‘Doei, Lucas!’ ‘Doei!’ roept Lucas. Ik doe de auto open, zodat hij kan in­ stappen. 19

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 19

27-05-19 11:48


Dan draai ik me om in de richting waarin Ma­rouan verdween. Hij ging me zien, zei hij. Maar hoe dan? We hadden telefoonnummers moeten uitwisselen. Ik kan me wel voor mijn kop slaan dat ik dat nu pas bedenk. Kan ik nog achter hem aan? Maar dan hoor ik een motor starten en een auto komt langsrijden, of langs scheuren eigenlijk. Het is een donkerblauwe BMW en Ma­rouan zit achter het stuur. Wat een idioot. Wat een fantastische idioot.

20

Door_jou_ben_ik_mij_ABBEMA_druk1_binnenwerk_proef5.indd 20

27-05-19 11:48


Van: Marouan Verzonden: 22-07 10:35 Jonathan! Zie ik je snel weer? Vandaag? Morgen?

Ik ben Jona en ik val op jongens. Niemand weet dat en ik durf er eigenlijk nog niet voor uit te komen. Ook vanwege het gezin waar ik uit kom vind ik dat best wel spannend. Geen idee hoe mijn omgeving zal reageren. Maar nu ben ik bij een wedstrijd van Feyenoord Marouan tegengekomen. Hij is zo anders dan ik. Ik moet telkens aan hem denken. Ik krijg het gevoel dat ik vlieg en val tegelijk. Wat nu? ‘Wat een heerlijk liefdesverhaal! Je sluit Jonathan en Marouan vanaf het begin in je hart, en je hoopt dat ze elkaar krijgen en samen oud gaan worden.’

‘Een vlot geschreven en hedendaags verhaal over relaties, seksualiteit en vooroordelen, maar vooral over de Liefde.’

Miranda Terpstra

Corien Oranje

Hinke van Abbema woont in Rotterdam. Ze is theoloog en houdt van schrijven. Dit boek is voor haar een droom die werkelijkheid is geworden.

NUR 285 ISBN 978 90 435 3178 8


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Door jou ben ik mij - Hinke Abbema. ISBN 9789043531788 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu