Ooit was Matthew Rising een befaamde topsporter. Totdat hij werd beschuldigd van iets afschuwelijks. Nu heeft hij er twaalf jaar gevangenisstraf opzitten, walgen zijn voormalige fans van hem en wil zijn grote liefde Audrey niets meer van hem weten. Matthew verlaat de gevangenis met maar één doel: Audrey weer voor zich winnen. Hij ontdekt dat ze een jong footballtalent onder haar hoede heeft genomen, dat dringend een goede coach nodig heeft. Het coachen van de jongen is niet zonder risico: het gaat in tegen de voorwaarden die Matthews vrijlating mogelijk hebben gemaakt. Maar Matthew waagt het er toch op, in de hoop dat hij Audreys hart opnieuw zal kunnen veroveren.
N U R 302 ISBN 978 90 435 3121 4
9 789043
12 jaar hoop TOT.indd 1
531214
Van de auteur van Over bergen heen
TWA ALF JA AR HOOP
Charle s Mar t i n
Charles Martin stapte uit het bedrijfsleven om zich helemaal aan het schrijven te kunnen wijden. Eerder schreef hij o.a. de romans Ver van huis, Hemelwater en Over bergen heen. Deze laatste werd in 2017 verfilmd.
TWA ALF JA AR HOOP
Het aangrijpende verhaal van een man die alles verloor en beseft dat in het leven maar één ding telt
Charle s Mar t i n ROM A N
26-04-2019 14:06:43
TWAALF JAAR HOOP
Andere romans van Charles Martin: Over bergen heen Noodweer Zonder script Vrij als water Ver van huis Hemelwater
Charles Martin
Twaalf jaar hoop Roman
Vertaald door Ernst Bergboer
KokBoekencentrum Uitgevers • Utrecht
Vertaling: Ernst Bergboer Ontwerp omslag: Mark Hesseling Lay-out binnenwerk: Crius Group
isbn 978 90 435 3121 4 isbn 978 90 435 3122 1 (e-book) nur 302 www.kokboekencentrum.nl Oorspronkelijk verschenen onder de titel A Life Intercepted bij Center Street, a division of Hachette Book Group, USA. Š Charles Martin, 2014 Š 2019 KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Uitgeverij KokBoekencentrum vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid. Ook is het papier 100% chloor- en zwavelvrij gebleekt.
Voor David Wainer
Proloog
Hij zat op de grond. Handdoek om zijn nek, doornat van zweet, zijn ogen gefixeerd op het scherm. Een football in de ene hand, een half opgegeten banaan in de andere, op zijn schoot een flesje Gatorade. Zij zat naast hem, in kleermakerszit. Droeg een jeans, een wat oudere sweater. Afstandsbediening in de ene, laserpointer in de andere hand. Ze tuurde door een leesbril. Verschoten haar. Eens diep kastanje, nu zilvergrijs. De verandering was niet onverwacht, de timing wel. Het bestaan als de aanjager van een genetische aanleg. Begin dertig was ze, feitelijk gezien oud genoeg om zijn moeder te kunnen zijn, maar het laatste derde deel van die jaren was bitter geweest. Het waren niet zozeer de rimpels die dat verrieden als wel de kringen onder haar ogen. Hij was een adolescent, een zeventienjarige knaap met een onwaarschijnlijk talent, torenhoge verwachtingen en dromen waarover hij alleen nog maar fluisterend had durven spreken. Een meter tweeënnegentig, vijftien centimeter groter dan zij, ruim negentig kilo, geen grammetje vet: er was nog maar weinig jongen over. Ze had geen leesbril nodig om dat vast te stellen. Als zij zijn aandacht wilde, trok ze een wenkbrauw op en zei zacht: ‘Dalton Rogers.’ Andere keren noemde ze hem kortweg ‘Dee’. Zolang ze binnen gehoorsafstand van anderen waren, noemde hij haar respectvol ‘zuster Lynn’, maar als ze alleen waren, was het ‘Momma’. Ze had de nodige ervaring met talenten als hij en was realistisch over zijn kansen. Behoedzaam had ze zijn verwachtingen getemperd, zonder zijn hoop de bodem in te slaan. Een wankel evenwicht. De wedstrijd op het scherm ging in slow motion, beeld voor beeld. Midden op het veld, en op het scherm, stond de ‘nummer 8’ under center. Een beroemdheid in zijn tijd, de 7
maatstaf waaraan alle anderen zich moesten meten. Dat was ook de reden waarom ze naar deze beelden keken. Dee wilde van de besten leren.Weinigen – wellicht niemand – waren beter geweest dan deze nummer 8. Ze drukte op pauze en richtte de groene laser. Het stipje danste rond de voeten van de man. ‘Daar begint het.’ Zachtjes tikte zij hem met de afstandsbediening op zijn hoofd. ‘Voeten. Voeten. Voeten. De eerste schakel in de kinetische keten. Wat er uit zijn handen komt als hij werpt, begint bij zijn voeten.’ Dee citeerde uit een artikel dat Sports Illustrated naderhand over het optreden van nummer 8 in deze wedstrijd had gepubliceerd: ‘Arm van een miljoen, voeten van twee miljoen.’ Ze tikte hem andermaal met de afstandsbediening op het hoofd.‘En dat kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Denk eraan’ – ze lachte een keer – ‘football is schaken in 3D met, om volledig te zijn, een cardiovasculaire component. En het –’ ‘Het hossende publiek, niet te vergeten.’ Hij maakte een beweging alsof hij een nijdig zoemende mug verjoeg. ‘Dat heb je onderhand’ – een hap – ‘al vijfhonderd keer gezegd.’ Ze glimlachte en richtte het groene stipje op de helm van de nummer 8. ‘Waar kijkt hij naar? Wat doen zijn ogen?’ Ze sprak in de tegenwoordige tijd, al was het vijftien jaar geleden dat de wedstrijd werd gespeeld. Dee volgde de kijkrichting van de nummer 8 naar de linkercornerback in de verdedigingslinie van de tegenstander, die op dat moment een meter of tweeënhalf van de belangrijkste receiver van nummer 8 stond, een getalenteerde speler, Roderick. Onder vrienden en degenen die hem adoreerden beter bekend als ‘Roddy’. Dee wees met wat er over was van de banaan. Momma zorgde ervoor dat hij er elke dag een at; het kalium en het magnesium die de banaan bevatte, verminderden de spierpijn in zijn kuiten. Hij sprak met volle mond. ‘Tweeënhalve meter bij Roddy vandaan. Mandekking. Hij speelt naar binnen, wat betekent dat hij de slant eruit haalt en Roddy naar de zijlijn stuurt en The Rocket 8
dwingt om outside shoulder te gooien.’ Het was een spannende wedstrijd geweest en de bezoekers hadden geen greintje ontzag getoond voor de nog ongeslagen Saints of hun sterquarterback. Ze drukte op ‘play’ en de band spoelde in slow motion verder. De quarterback begon af te tellen, checkte de rechterflank, pauzeerde, zag toen beweging bij zowel de linebacker aan de weak side als de strong safety, stopte het aftellen, wees naar beiden en banjerde langs zijn aanvalslinie heen en weer en bulderde hun een nieuw strijdplan toe. Afgaand op het geloei op de tribunes gaf de quarterback vervolgens signalen aan de receivers en de lone tailback. Zij knikten, namen nieuwe posities in, maakten het veld iets groter. Alles bij elkaar duurde het minder dan vier seconden. Dee keek gebiologeerd toe; met wijd open ogen, een hongerig brein dat aantekeningen maakte, alles opzoog. Hier kreeg hij nooit genoeg van. Als zij hem zijn gang liet gaan, zou hij de hele nacht blijven zitten kijken. Haar filmbibliotheek telde meer dan honderd banden. De meeste highschoolwedstrijden stonden op spoelen. De universiteitswedstrijden waren VHS. Een klein deel van het ESPN-spul en de meeste kampioenschappen waren HD. Om heel die verzameling voor Dee te ontsluiten zonder constant te hoeven schakelen tussen drie verschillende apparaten, had ze alles geconverteerd naar digitale bestanden en op wedstrijddatum op haar Macbook gezet, die ze via een HDMI-kabel had verbonden met een gigantisch televisiescherm. Zij hoefde niet te kijken om te weten hoe de wedstrijd verliep – ze was erbij geweest. Hoorde nog altijd het gebulder en de spreekkoren van het publiek, de rammelende muntjes in de melkkan. Rook het net gemaaide gras. Bijna altijd als zij haar ogen sloot, zag ze deze video, tal van andere video’s. Ze spoelde een heel aantal beelden door, tot het groene stipje bleef rusten op de helm van nummer 8.‘Ogen.Vertel.Waar kijken die nu naar?’ Dee’s hand, in verhouding met de bal reusachtig, wees. ‘De scheids.’ ‘Waarom?’ 9
‘Die heeft de speelklok.’ Ze trok groene lichtcirkels rond de scheidsrechter. ‘Let op, wat gebeurt er als zijn hand omhooggaat.’ Het lichtje zeilde over het scherm terug naar de quarterback. ‘Wat doet hij nou?’ ‘De back direct onder de center. Opnieuw aftellen. Een race tegen de klok; hij weet dat-ie nog drie seconden heeft.’ Ze glimlachte. Ze had hem goed getraind. Het groene lichtje werd een stralenkrans rond het hoofd van nummer 8 op het scherm.‘Probeer je voor te stellen wat er nu omgaat in dat hoofd. Ja, hij is absolute top in fysiek opzicht, maar wat hem beter maakt dan alle anderen zijn de dingen die je niet ziet.’ Ze trok cirkels rond het hele scherm. ‘Dit is een schaakspel. Hij stelt zijn stukken op.’ Hij knikte. Ogen gefixeerd. The Rocket zou zo meteen een zwakke plek in de defensie blootleggen en een Klasse 5A State Championship binnenhalen. Alweer. Ze drukte op ‘play’ en fluisterde: ‘Schaakmat.’ De wedstrijd werd hervat. De center – een reusachtige, grappige, trouwe man die ‘Wood’ heette – snapte de bal en zette daarna een op het oog ondoordringbaar blok. De quarterback maakte een schijnbeweging, alsof hij de lone running back wilde bedienen, stapte in het B-gat, verstevigde de muur die Wood had neergezet en blokte de razendsnelle line backer aan de strong side. Hij zette drie vlugge, lange passen naar achteren, weg van de linie, om de receivers tijd te geven voor een loopactie en de defensie open te breken. Op het moment dat de verdedigers uit de scrimmage doorbraken en zich op nummer 8 dreigden te storten, draaide de Rocket zich, rolde naar rechts en volgde zijn receivers. Hij was gevaarlijk in de pocket, maar als hij uitbrak, kon hij je fileren. Dat was algemeen bekend. Sports Illustrated had de term ‘The Rocket’ gemunt, een ode aan zijn talent en snelheid. De naam was blijven hangen en meer dan honderd scouts en coaches stonden die avond kwijlend te wachten, te hopen, op een lancering. Iedereen stond, het hele stadion hield hoorbaar de adem in. Toen hij de bal wierp, wierp hij niet naar waar Roddy, 10
zijn receiver, zich bevond. Hij wierp naar de plek waar Roddy zou zijn als de bal zijn baan voltooid had. Ze zette de video af en deed het licht aan. Dee begon zijn boeken bij elkaar te zoeken. Aanvankelijk had het hem gestoord dat zij video’s nooit afkeek. Tot hij zich realiseerde dat herinneringen soms blijven etteren en dat eraan pulken dan alleen maar meer pijn doet. Buiten staken ze het terrein over via het overkapte pad dat hem naar zijn school en slaapzaal voerde en haar naar haar cottage, weggestopt achter de massief stenen muur. ‘Differentiaalrekenen af?’ Hij grijnsde en knikte. ‘Jawel, m’vrouw.’ ‘Natuurkunde?’ ‘Proefwerk morgen.Voor de tweede periode.’ Ze trok een wenkbrauw op en vroeg of hij gestudeerd zou hebben als zij hem dat niet had gevraagd. Hij haalde zijn schouders op. ‘Wel. Een beetje.’ Ze keek op haar horloge. Het was al na tienen. ‘Niet te laat.’ Haar wijsvinger priemde naar zijn borst. ‘En geen SportsCenter. Je kunt niet televisiekijken en leren voor een proefwerk tegelijk.’ Hij glimlachte en wees over zijn schouder de kamer in. ‘Hij wel.’ Ze knikte. Daar had hij gelijk in, hij had dat wel gedaan. Zij hadden samen gekeken. Soms was het over hem gegaan. ‘En je ziet waar hem dat gebracht heeft.’ Hij grinnikte, maar reageerde niet. Hij wist beter. Sommige dingen waren nog te rauw. Stilte. Hij wilde haar wel troosten, maar hij wist niet hoe. ‘Het is overal op het nieuws; morgen komt hij vrij.’ Ze knikte en staarde voor zich uit. Hij drong aan. ‘Hebben jullie plannen gemaakt?’ Ze schudde haar hoofd. ‘Weet hij dat jij hier bent?’ Ze schudde haar hoofd opnieuw, een keer. ‘Gaat hij naar je op zoek, denk je?’ 11
‘Geen idee.’ Ze sloeg haar armen over elkaar. ‘Ik heb geen idee wat hij gaat doen.’ Hij voelde het gewicht, maar wist niet hoe hij haar zou kunnen helpen het te dragen. Ze had hem dat ook nooit toegestaan. Dit droeg zij alleen. Hij boog zijn knieën, bracht zijn ogen op gelijke hoogte met de hare. ‘Kan ik iets voor je doen?’ Ze kuste hem op zijn wang.‘Zorg dat je voldoende slaap krijgt en een dikke voldoende voor natuurkunde.’ Hij slingerde zijn rugtas op zijn rug. ‘Ik sta een tien voor dat onderdeel, weet je.’ Ze stak een vinger op. ‘Negen komma acht.’ Hij fluisterde: ‘Dit is een bijvak.’ Ze glimlachte. ‘Trusten.’ Ze liep weg over de slingerpaadjes, onder de takken van de rijzige eiken die de privécottages overhuifden door; haar schaduw beurtelings opdoemend en zich achter haar terugtrekkend wanneer ze onder lantaarnpalen door liep. Ten slotte trok ze de deur van de cottage achter zich dicht en kroop even daarna onder de wol. Minuten tikten voorbij en ze liet haar vingertoppen over de contouren van de duif aan haar halsketting gaan. Ze had altijd met jonge mensen willen werken. Maar niet zo. Twee uur later schroefde ze het deksel van het potje, schudde drie pillen op haar handpalm en spoelde ze weg met water. Ze nam een douche, de pillen deden hun werk en haar oogleden werden zwaar. Ze zette de televisie aan, klikte op ‘hervat’ en trok haar knieën tegen haar borst. Ze doezelde weg bij het geluid van supporters die zijn naam scandeerden.‘Rocket! Rocket! Rocket!’ Het laatste beeld dat ze zag, was iconisch. Iedereen kende het, het hele land had het gezien. Een joch op de tribune hield de Sports Illustrated van die week omhoog.Voor het eerst prijkte er een highschoolquarterback op de voorpagina. De compositie was zorgvuldig geënsceneerd: de fotograaf lag op zijn rug in het gras, nummer 8 stond op het veld, de bal in zijn hand, achter hem de doelpalen, een en al kracht en belofte, de wereld aan zijn voeten. De kop luidde: De god van de vrijdagavond. 12
Ze knipperde met haar ogen, tranen vloeiden en ze reisde in gedachten terug naar een tijd waarin al haar dromen werkelijkheid waren geworden.
13
1
Dertien jaar eerder De assistente bevestigde het microfoontje op mijn revers, haalde een kledingborstel over mijn schouders en bewonderde het pak dat ik net een dag in mijn bezit had. ‘Moldone’s Off 5th?’ Betrapt. ‘Ja.’ Nog een haal met de borstel langs mijn kraag, voordat ze zich naar Audrey keerde. ‘Goede keus.’ Audrey nam het compliment met een knikje in ontvangst. De dame keek steels over haar schouder en schoof me vervolgens een Topps-footballplaatje met mijn hoofd erop toe. ‘Mijn broer doet me wat als ik het je niet vraag.’ ‘Hoe heet hij?’ ‘Ben.’ Ze bloosde.‘Hij kijkt alles van je. Hij draagt jouw T-shirts. In zijn slaapkamer hangt een poster van je.’ Topps had een speciale editie laten drukken met de jongens van wie zij vermoedden dat ze in de eerste ronde zouden zitten. Glossy. Stevig karton. Foto op de ene zijde. De naam van de high school en schoolstatistieken op de andere. Ik zette een krabbel en zij schoot weer in de rol van assistente. ‘Het publiek komt zo door die deur. Voel je vrij om je onder de mensen te mengen. Of niet. Wat jij wilt. Zij hebben strikte instructies om niet voorbij die streep te komen, maar dat geldt natuurlijk niet voor jou.’ Ze wees. ‘Die jongens daar, met armen als de jouwe, maar wat kleiner dan jij bent, zorgen voor orde als dat nodig is. Jim is er over…’ Ze wierp een blik op de digitale klok aan de muur. ‘Over drieëntwintig minuten. Een halve minuut later gaan we live. Nog vragen?’ 15
‘Nee. Ik red me wel. Dank je.’ Ze liep weg en ik keek over mijn schouder naar Audrey, die hautain een wenkbrauw hief en naar mijn pak wees.‘Ik zei het je.’ Ik schoof op de bank, verzond twee berichtjes, zette voor de derde keer mijn telefoon op stil, terwijl mijn linkerbeen ongedurig op en neer wipte. Mijn das zat strak. Mijn kop voelde knalrood. Het pak stijf. Niet comfortabel. Langs de verre muur, achter de camera’s, stond een tafel met zoete broodjes, bagels en vers fruit. Mijn blik viel op de frambozen. Ik overwoog er een paar te halen, maar dacht aan de microfoon en het snoertje en de kans dat er iets tussen mijn tanden bleef zitten zonder dat ik het in de gaten had. Zweetdruppels glibberden over mijn rug omlaag. Acht jaar lang was ik nu aanstormend quarterback, maar op de mediagekte die de afgelopen paar dagen was losgebarsten, had niets me kunnen voorbereiden. Audrey stond naast het podium, buiten het bereik van de camera. Handen op de rug. Schouders ontspannen.Wood noemde haar ‘de stille kracht’.Terecht. Zesennegentig wedstrijden had ze tussen de high school en de universiteit voor haar kiezen gekregen. Zon. Regen. Sneeuw. Stroomuitval. Tackles. Bloeduitstortingen. Verrekkingen. Verstuikingen. Blessures. Weinig bracht haar van haar stuk. Het had haar de niet zo flatterende bijnaam – een van meerdere – ‘Prestone’ opgeleverd. Als in antivries. De producer had haar een koptelefoon gegeven, zodat ze met het interview mee kon luisteren. Ik gebaarde naar de lege plek op de bank naast me, wees toen naar de lege stoel van Jim Kneels. ‘Vindt hij best.’ Ze schudde haar hoofd. ‘Als je het maar laat. Als jij me hierin betrekt, zeg ik een maand lang geen woord meer tegen je.’ *** Twee dagen geleden had Audrey me meegetroond naar een chique herenmodezaak, Moldone’s Off 5th, waar je alleen op af16
spraak terechtkunt. Drie uur lang modellenwerk en een bonte verzameling kleuren, patronen en wevingen, een proces dat me een nieuw respect gaf voor mannequins en de ontwerpers van nieuwe automodellen. Kleedkamer uit, het podium op, blijven staan in effen en gestreepte pakken, terwijl zij haar hoofd keurend scheef hield, dan links, dan rechts. Alsof ik in mijn blootje stond. Haar wijsvinger beschreef een cirkel, ik draaide om mijn as, zodat ze me helemaal kon zien, waarna ze goedkeurend knikte of me terugstuurde met hetzelfde gebaar als dat waarmee ze duiven in het park verjoeg. Na de vijfde kostuumwissel protesteerde ik. ‘Dat kreukvrije ding van Sears is ook best.’ ‘Lieverd, dat is nou een van die dingen die ik zo aan je waardeer: plattelandsjongen en trots op je afkomst.’ Ze keerde zich naar Moldone, die met een meetlint om zijn nek en een leesbril op het puntje van zijn neus geschoven aandachtig stond toe te kijken. ‘Neemt u het hem niet kwalijk, meneer Moldone. Hij speelt al heel lang football. Net te vaak een dreun op zijn kop gehad.’ Ik glimlachte en draaide me om, blij dat ze was bijgedraaid en klaar om te gaan. ‘Dank je wel.’ Verkeerde inschatting. Duidelijk. ‘Maar…’ ze stak een vinger op, ‘dit is de grote stad.’ Ik keek met een schuin oog naar het prijskaartje, wetend dat zij feitelijk een krent was en dat de rede zou zegevieren. Ze kwam voor me staan en streek een revers glad. ‘Ik weet het. Krankzinnig, niet? Maar deze stad is vol gekken. Heb jij naar de cijfers in jouw contract gekeken?’ ‘Ja, maar –’ ‘Wen er maar aan.’ ‘Iedereen die ik tegenkom, ziet meteen dat ik deze rommel net heb gekocht.’ Ze veegde over mijn wang. ‘Het staat fantastisch bij je ogen. Ze stralen.’ Op het moment dat ik mijn mond opendeed om bezwaar te 17
maken tegen nog een combinatie, priemde ze een vinger in mijn richting en trok twee wenkbrauwen op. Dus ik paste nog een elftal pakken en evenzoveel paar schoenen. We verlieten de winkel met drie pakken, zes maatoverhemden, vijf dassen, twee riemen, twee paar schoenen, een tot de limiet leeggeplukte Visa-kaart en een dolgelukkige meneer Moldone. Ik had maar een keer eerder zo veel geld uitgegeven voor iets wat te koop is op deze planeet en dat droeg zij aan haar linkerhand. *** Twintig minuten voor aanvang zwaaiden de dubbele deuren open en schuifelde het publiek naar binnen. De eerste toeschouwers gehaast, in een race om de voorste stoelen. De meesten wuifden, gingen zitten, fluisterden, maakten foto’s of hielden hun telefoon omhoog om een filmpje van mij te maken. Anderen lachten, riepen, schreeuwden een aanmoediging. Een joch floot. Zo’n tweehonderd mensen, alles bij elkaar. De beveiligers voelden de opwinding stijgen en kwamen ook de zaal in. Het leek me wat raar om maar gewoon te blijven zitten, dus ik koppelde het microfoonsnoertje af en begaf me onder het publiek. Ik schudde handen, zette handtekeningen en poseerde voor selfies. Een vrouw omhelsde me. ‘Och, lieverd! Ik heb bijna tweehonderdvijftig kilometer gereden en vanaf het middaguur in de regen gestaan.’ Ik bedankte haar, zette een handtekening op haar entreebewijs en T-shirt en schoot in de lach toen een paar kleerkasten op haar af stapten en haar bij me weg plukten om te voorkomen dat ze me nog een keer knuffelde. Ik werkte me door de eerste paar rijen heen, liep naar boven en baande me een weg naar een vrouw in een rolstoel die mijn universiteitsshirt droeg. Ze heette ‘Jenny’, zei ze. Ik knielde voor een foto en zette mijn handtekening op haar mouw. Ze huilde. Ik drukte een kus op haar voorhoofd, zij kneep in mijn hand. Ze had geen controle over haar spieren en haar ogen dansten, maar ik vond haar prachtig en vertederend. Een klein joch van een jaar of tien dat verzoop 18
in mijn universiteitsshirt en de cap droeg van wat over een paar uur mijn club in de NFL zou zijn, tikte me op mijn schouder en duwde me een Topps-kaartje onder mijn neus. Ik zette mijn handtekening, hurkte voor een foto en zei: ‘Vette cap.’ Hij haalde zijn schouders op, schudde zijn hoofd en zette zijn handen op zijn heupen. ‘Jij hebt het me knap lastig gemaakt.’ Ik liet me op mijn knieën zakken en grinnikte. ‘Echt? Hoezo?’ Hij nam de cap af en draaide die tussen zijn vingers rond. ‘Ik heb de pest aan die gasten, maar nu moet ik vóór hen zijn.’ Ik keek in de spiegel en wist dat ik mijn handen vol zou krijgen aan dit joch. Ik stak mijn hand uit. ‘Matthew, aangenaam.’ ‘Mac. Mac Powell.’ Dit knulletje had de zelfverzekerdheid van een veertiger.‘Nou, Mac…’ Ik boog me voorover, mijn gezicht een paar centimeter van het zijne. Ik sprak zachter. ‘Nu jij dat zo zegt, ik was ook niet zo dol op hen. Had ook behoorlijk de pest aan ze.’ Hij glimlachte om de bekentenis. ‘Maar’ – ik keek over mijn schouders, alsof ik hem iets vertrouwelijks ging meedelen – ‘zo veel keus had ik niet. Daarbij, als ik afga op de gesprekken die ik tot nu toe heb gevoerd, zijn die nieuwe eigenaren zo slecht nog niet. En tussen jou en mij: ik begin me af te vragen of zij niet een beetje erg zwart zijn gemaakt. Ik bedoel, dat hele gedoe in de play-offs twee jaar geleden, volgens mij was dat niet hun fout.’ De knul begon instemmend te knikken. ‘Bij die third and one zijn ze schandalig genaaid door die scheidsrechters.’ Hij stak een vinger op. ‘Ja. Maar toen had je ook dat fi asco met die ruil van vier tegen een met die geblesseerde running back, Jackson, die sinds hij tekende geen minuut heeft gespeeld.’ Inmiddels was er een opstopping ontstaan. Een van de jongens van ESPN had een camera aangezet en was het gesprek aan het filmen. Verscheidene volwassenen waren, kennelijk onder de indruk van deze knul, het gesprek aan het opnemen met hun telefoon. ‘Jawel, maar’ – ik stak ook een vinger op – ‘die mislukte ruil heeft gezorgd voor ruimte in het salarisplafond. En daardoor konden ze mij’ – ik tikte op mijn borstkas – ‘een 19
contract aanbieden.’ Ik zweeg een moment. ‘En die Jackson? Ik heb hem ontmoet en die is nu fit. Ik bedoel: echt fit, topfit.’ De knul glimlachte. ‘En hij kan echt wel wat, je zou nog weleens versteld kunnen staan.We geven hem het voordeel van de twijfel, totdat het tegendeel bewezen is, wat jij?’ stelde ik voor. De knul knikte alsof hij het volledig begreep. ‘Bovendien is-ie nu mijn teamgenoot. Dus ik neem het voor hem op.’ Ik las in de ogen van het joch dat ik hem had overtuigd. Hij keek even peinzend naar zijn cap, trok hem ver over zijn voorhoofd en stak zijn handen in zijn zakken. ‘Speel jij?’ Hij keek me aan en grimaste. ‘Meen je dat? Zie ik eruit als iemand die speelt?’ De jongen woog vermoedelijk nog geen dertig kilo, al had hij met kleren aan in bad gezeten. Hij schudde zijn hoofd.‘Ik wil’ – hij wees naar de stoel van Jim Kneels – ‘zijn baan.’ Ik zei al dat hij ballen had. Ik grinnikte. ‘Nou, als je die hebt, kun je me misschien een keer terugvragen, dan doen we dit nog een keer.’ Hij stak zijn hand uit. ‘Deal.’ Ik keerde me naar Audrey en wees op de koker met ballen die ik van de producers van ESPN na afloop van het programma moest uitdelen aan het publiek. Ze gaf me er een en ik zette mijn handtekening en schreef: Mac, toitoi met je leven en je dromen. Matthew #8. Hij bestudeerde het resultaat en toen dat akkoord werd bevonden, stak hij de bal onder zijn arm en zei: ‘Nou, goed dan.’ Achter me ging een deur open. Een hele trits schuifelende voeten volgde. De lichten werden feller, verblindden me nog meer dan eerst, en de assistente gebaarde me terug te gaan naar mijn plekje op het podium, waar ze me weer aan het lijntje koppelde. Toen ik eenmaal zat, kwam Jim Kneels, het icoon, binnen en ging links van me zitten. Een decennium lang had ik op televisie naar de man gekeken. Misschien wel langer. Hij had meer grootheden geïnterviewd dan wie ook, met uitzondering van Howard Cosell. Hij gaf me een hand en wierp een blik op het publiek dat een en al glimlach was; zijn ogen bleven even 20
rusten op het joch. ‘Jij leert snel.’ ‘Ik vind het niet erg.’ ‘Geniet ervan.’ Ik had de indruk dat hij nog meer wilde zeggen, maar het bleef voor nu bij die twee woorden. Hij streek zijn aantekeningen glad, keek vluchtig naar het bovenste vel en zei toen: ‘Nog vragen?’ Ik haalde mijn schouders op. Jim was een boom van een kerel. Breed. Lang.Vierkant.Voormalig All-Pro-linebacker. Eerst bij de Raiders, daarna bij de Steelers. Een van de vier World Champion-ringen aan zijn rechterhand. Ik had zijn plaatje thuis, ergens in een schoenendoos. ‘Dat was jouw werk, dacht ik.’ Hij lachte en knikte een keer. ‘Dat komt wel goed met jou.’ Het groene lampje floepte aan en als een van de weinige nog levende legenden uit zowel de Football Hall of Fame als de Sports Broadcast Hall of Fame legde Jim een been over de andere en bleef een moment roerloos zitten. Als zijn omgang met de camera een dans was, dan leidde hij, geen twijfel over mogelijk. Hij begon. ‘We gaan even terug in de tijd.’ Zijn blik gleed over een van zijn blaadjes. ‘Vier jaar beginnend highschoolspeler, niet een keer verloren.’ Hij pauzeerde voor het effect. ‘Aangever van meer yards dan wie dan ook in de geschiedenis van het highschoolfootball.’ Opnieuw een stilte. ‘Aangever van meer touchdowns dan wie ook. Ooit.’ Een wat langere pauze. ‘Daarna de universiteit, toen je meer dan vijftig beurzen voor de Eerste Divisie aangeboden kreeg. De meeste wees je af en je koos voor een staatsuniversiteit in de buurt van de stad waar je opgroeide, Gardi, waar je prompt vrijwel elk record van debutanten in de NCAA brak, record na record.’ Hij schraapte zijn keel. ‘Vervolgens won je een paar prijsjes.’ Het publiek lachte. ‘Een paar topwedstrijden.’ Het publiek lachte opnieuw. ‘Twee uur geleden ben jij als eerste gekozen in de NFL-draft.’ Hij monsterde me. Leunde achterover. ‘Er worden boeken en verhalen geschreven over jongens als jij. Hoe voel je je?’ ‘Dankbaar.’ Hij liet het antwoord neerdalen. ‘Ik heb jou vanaf de high 21
school gevolgd. Heb je een keer of wat geïnterviewd. Ken je beter dan de meeste kijkers. Na bijna dertig jaar in dit vak ben ik zo nu en dan wat sceptisch als ik een knul in jouw positie, die kan wat jij kunt, die zijn smoel ziet op flesjes Gatorade en cruesliverpakkingen en in Nike-commercials, woorden hoor bezigen als ‘dankbaar’. Maar in jouw geval vind ik het integer en geloof ik je.’ Hij tuurde even over de rand van zijn bril naar me, keek weer op zijn blaadjes. ‘Over een paar uur neem je vanuit New York City een nachtvlucht naar Hawaï, waar jij en je vrouw Audrey gaan genieten van een welverdiende huwelijksreis van veertien dagen die ook nog eens lang op zich heeft laten wachten.’ Hij keek voorbij het podium naar Audrey en toen naar de camera. ‘Voor diegenen van u die het nog niet wisten, mister Bescheidenheid hier heeft woord gehouden en is met zijn highschoolliefje Audrey getrouwd…’ Hij maakte een introducerend gebaar. Een camera ving haar portret dat live werd geprojecteerd op een groot scherm naast ons. Ze wuifde. Zelfverzekerd. Op haar gemak in de schaduw. Niet uit op het delen van de plek in de spotlights. ‘Alvorens zijn laatste jaar op de universiteit af te maken en te spelen, en zijn criticasters de mond te snoeren.Wie football volgt, zal haar kennen als “Lady Eight” of ’ – er volgde gegniffel, een kort hoofdschudden – ‘als “Prestone”.’ Hij keek haar aan. ‘Sorry. Dat moest even. En dan mijn favoriet… “Spinaap”.’ Hij haalde zijn schouders op. Het publiek applaudisseerde instemmend.‘Wat is dat toch met bijnamen en football?’ Op scherm verschenen beelden van Audrey in mijn T-shirt. ‘In sneeuw, ijzel, regen, zinderende hitte en onophoudelijk gezoem van persmuskieten, bleef en is zij cool en ongenaakbaar. Zijn grootste fan…’ Meer beelden. Hij keek naar mij. ‘Zij is net zo verbonden met nummer acht als jij.’ Opnieuw een blik op zijn spiekbriefje, niet omdat hij dat nodig had, maar voor het effect. Een ingestudeerde zijstap in de dans. Een natuurlijke overgang naar mij. ‘Alles wat jij aanraakt, verandert in goud. Teamgenoten omschrijven je als een chirurg, een commandant, een generaal in het veld, een leeuw onder 22
verdedigers, maar diezelfde teamgenoten voegen daar meteen het woord “onzelfzuchtig” aan toe. Dat jij de credits al heel snel deelt met anderen. Tamelijk ongebruikelijk voor iemand die bereikt wat jij bereikt hebt. Waar komt dat door, denk jij?’ Ik wees met mijn duim over mijn schouder. ‘Als ik een opgeblazen kop krijg, prikt zij die wel lek.’ Het publiek lachte gretig. Jim wachtte. ‘En als dat niet werkt?’ ‘Dan mept ze hem eraf.’ Meer gelach. Jim maakte een gebaar naar de producer, die de koptelefoon van Audreys hoofd nam en haar naar de bank op het podium bracht. ‘Audrey?’ Jim stond op, boog en gebaarde naar de lege plaats naast mij. ‘Alsjeblieft.’ Audrey ging naast me zitten en kneep in mijn been. Ze fluisterde: ‘Een maand.’ Het publiek applaudisseerde. Jim wachtte. ‘Wat is haar bijdrage aan jouw succes?’ ‘In tegenstelling tot wat beweerd en geschreven wordt, ik heb dit niet op eigen kracht bereikt. Dit hebben wij samen gedaan. Twee jaar geleden wierp ik in de laatste minuut een back-shoulder-pass op Roddy in de eindzone en verloren we het landskampioenschap. Mijn criticasters riepen dat het succes me naar het hoofd gestegen was en dat ik de cup nooit zou pakken. Audrey trok de kabel eruit, letterlijk, ze koppelde de autoradio los, stelde een nieuw werkschema op om de media te ontlopen en bracht Roddy en mij weer het veld op. Zij wilde niet dat die stemmen, die twijfels, post zouden vatten in mijn kop. Een paar maanden geleden, met nog slechts zeven seconden op de klok, wierp ik diezelfde pass tegen dezelfde veldbezetting – met betere spelers, vermoedelijk – en ook naar Roddy. Ik doe niets af aan wat hij presteert. Hij is de beste. Hij heeft mij meer dan eens doen schitteren, maar als hij hier zat, had hij je verteld dat die vangbal alles met Audrey te maken had en veel minder met ons.’ Ik wuifde naar de papieren die Jim voor zich had. ‘Dat daar is een weerslag van ons, van Audrey en mij.Van wat wij hebben bereikt. Niet wat ik heb bereikt. Een groot verschil.’ 23
Hij wendde zich tot Audrey. ‘Iets aan toe te voegen?’ ‘Matty is gemaakt voor wat hij doet. Hij doorgrondt een verdediging beter dan de meesten. Fenomenale armen. Goede heupen. Visie.Voldoende snelheid in zijn voeten.’ Ze grinnikte, net als Jim. ‘Ziet er aardig uit.’ Ze blikte naar het publiek, daagde het uit te reageren, te fluiten en te roepen. Ze keerde zich weer naar Jim. ‘Kalm onder druk. Nieuwsgierig naar het spel, een leerling. Kijkt beelden ad nauseam. Hij heeft een filmbibliotheek die kan wedijveren met die van jullie, denk ik. Maar wat hem anders maakt, zijn de dingen die je niet ziet. Hij geeft om de mensen om hem heen. Heeft in de gaten wat er speelt. Zij doen ertoe voor hem. En dat weten ze. Dat kun je niet coachen. Zijn medespelers zijn geen nummers op een T-shirt of middelen naar een doel. Zij zíjn het doel. Zijn ogen zijn het eerste wat ze zien als ze bijkomen na een operatie, het is zijn stem aan de andere kant van de lijn om vijf uur ’s ochtends als het tijd is voor een trainingskamp, en meer dan eens was hij te laat voor een etentje met mij omdat iemand hem de weg vroeg, advies wilde of hulp nodig had bij een belangrijk examen. Als je zijn telefoon zou doorzoeken, zou je zien dat de berichtjes die hij heeft getikt en verstuurd, zelfs nu, hier op de bank, bestemd zijn voor teamgenoten, trainers, coaches. “Dank je wel.” “Was zonder jou nooit gebeurd.” Matty is authentiek. Hij doet niet alsof.’ Ze keek me aan. ‘Hij is wie hij zegt dat hij is.’ Jimmy richtte zich tot de kijkers. ‘Geen slechte reclame, mensen, dit. Wij gaan er even tussenuit, zijn zo bij u terug.’ Toen de studiolamp op rood sprong, keek Jim eerst naar Audrey, vervolgens naar mij. ‘Jij bent ver boven je stand getrouwd, vriend.’ Ik knikte. ‘Dat ben ik.’ Jim verzamelde een aantal vragen uit de zaal voordat het licht weer op groen sprong. Ik zette handtekeningen op nog een paar ballen, die ik de zaal in gooide en dreef producenten en technici tot wanhoop door op te staan en met een dwars over de set gespannen microfoonkabeltje Jenny een bal in handen te drukken. Toen de lamp weer groen kleurde, richtte Jim zich tot mij. 24
‘Het is geen geheim dat jij Gardi, Georgia, op de kaart hebt gezet. Jij hebt die stad veel gebracht; bijna iedereen daar is een uitgesproken en loyale fan. Jij bent ereburgemeester. Ze gaven je de sleutels van de stad. Als jij al critici hebt, dan hoor je ze zelden omdat zij nauwelijks stokken kunnen vinden om de hond mee te slaan.’ Hij grinnikte. ‘En niet zonder reden. Gedurende je tijd op de high school en je jaren op de universiteit heb je zeven kampioenschappen mee naar huis genomen. Beide schoolshirts zijn collectors items geworden en inmiddels vervangen. De belangrijkste doorgangsweg in de stad is vorig jaar omgedoopt: Matthew “The Rocket” Boulevard. Het sportcomplex van St. Bernard’s, jouw high school, is naar je vernoemd.Volgens de gegevens van de burgerlijke stand van Gardi is Matthew daar al vijf jaar lang de meest populaire jongensnaam.’ Hij trok een wenkbrauw op. ‘Dus… is er nog meer te bereiken?’ Ik wees naar mijn nieuwe vriend, die in het publiek zat. Mac zat op het puntje van zijn stoel en straalde.‘Ik ben nu een groentje in de National Football League. Als ik morgen opsta, sta ik onderaan de pikorde. Alles wat jij daarnet beschreef, alles wat je daar op papier hebt staan, heeft me zover gebracht. Dat. Maar meer is het niet.Voor de oude rotten betekent het geen ene moer. Ik zit dus weer op school, bij de allerbesten. De meesters van het spel, dat spel waar ik zo veel van hou. Kennelijk heb ik er aanleg voor, een talent dat ik ook maar heb gekregen, en er valt nog genoeg te verbeteren. Daarbij, het blijft een spelletje tussen twee zijlijnen waar elf jongens samen dingen kunnen doen die ze in hun eentje nooit voor elkaar zouden krijgen. Dat in zichzelf is de grootsheid en het wonder van football. En dat is waarom ik dit spel speel.’ Jim zweeg. Zweeg nog wat langer. ‘Favoriete moment in een wedstrijd, welke wedstrijd dan ook?’ ‘Als we achter staan en het momentum is tegen ons. Dat zijn de momenten waarop blijkt uit welk hout we gesneden zijn. Dan leer je wat het betekent om op elkaar te bouwen, om te vertrouwen. Als het gaat om de ogen achter de maskers.’ Jim pauzeerde een moment, vouwde het papier op en schoof 25
dat in de binnenzak van zijn jasje. Liet zijn partner een pirouette maken. Leidde haar met zijn vingertoppen. ‘Naar het schijnt stap jij aansluitend op dit interview in de auto naar een conferentieoord, waar je voor ettelijke miljoenen aan sponsorcontracten zult tekenen, aansluitend op een contract voor naar verluidt nog enkele tientallen miljoenen, waarvan het meeste gegarandeerd, zolang jij je maar meldt op het trainingsveld, en dan…’ Hij grinnikte. ‘Dan vlieg je economyclass, let wel, naar Hawaii. Nog even en jij bent multi-multimiljonair. Gaat dat je veranderen?’ Diep ademhalen. ‘Dat hoop ik toch.’ Het publiek lachte. Een blik naar Audrey. ‘De airco mag ’s nachts niet te laag van haar. Dat kunnen we ons niet veroorloven, zegt ze. Niet met mijn dieet. Ik hoop dat ik ’m nu wel een paar graden lager mag zetten.’ Jim hield de Sports Illustrated van deze week omhoog. Een foto van mij op de cover, de tweede keer in vier jaar tijd. Ik stond bij State op de mat, de bal in mijn hand, mijn rug naar de camera, en keek naar het veld, met in de verte de doelpalen. Een goede foto, eentje die me beviel omdat hij de aandacht van de kijker naar het veld leidde, naar het spel, en niet naar mij. Jim hield het blad op voor de camera, die het beeld voor het publiek op het scherm projecteerde. De kop luidde: Heerst de god van de vrijdagavond ook op zondag? Jim tikte op de vetgedrukte letters en wachtte. ‘Je reactie?’ Ik zocht naar de juiste woorden. ‘Ik voel me daar wat ongemakkelijk bij.’ Jim vroeg door. ‘Waarom?’ Ik schudde mijn hoofd een keer. ‘Ik heb mezelf niet gemaakt. Ik ben ook maar gewoon wie ik ben.’ Ik wees naar Jenny en haar rolstoel. De camera ving haar glimlach, de ernstig loensende ogen. ‘Neem me niet kwalijk als ik wat te vrijpostig ben, Jenny, maar’ – ik wierp een zijdelingse blik op Jim – ‘ik stel me zo voor dat zij als geen ander weet wat hobbels zijn. Moeilijkheden. Ik werp een paar passes die leiden tot een doelpunt en mensen praten over mijn “grootheid”. Er worden standbeelden gemaakt die op mij lijken, ik krijg de sleutels van een stad. Misschien kost het 26
haar al haar energie om alleen al op te staan, zich aan te kleden en naar deze studio te komen. Waar blijft het applaus voor haar? Bij mij gaat het om het winnen van een spelletje. Bij haar gaat het om haar bestaan.’ Ik zweeg een moment en keek de zaal in. ‘Begrijp me goed, ik hou van dit spelletje. Ik ben dankbaar dat ik het mag spelen. Ik vind het heerlijk om lachende gezichten te zien en ik begrijp de behoefte om meer te willen weten over jongens zoals ik, maar als je naar het grote plaatje kijkt, is wat ik tussen de lijnen doe peanuts vergeleken met wat anderen daarbuiten doen.’ Jim keek even recht de camera in. ‘Dames en heren. Audrey Rising met haar echtgenoot, soms footballspeler, Matthew Rising, ook wel bekend als “The Ice Man”,“Leeuw”,“Burgemeester van Gardi” en “The Rocket”. Hij reikte Audrey zijn hand, daarna mij. ‘Dank voor jullie komst aan het begin van wat een zeer enerverende en welverdiende avond belooft te worden.’ ‘Dank u, meneer.’
27
Ooit was Matthew Rising een befaamde topsporter. Totdat hij werd beschuldigd van iets afschuwelijks. Nu heeft hij er twaalf jaar gevangenisstraf opzitten, walgen zijn voormalige fans van hem en wil zijn grote liefde Audrey niets meer van hem weten. Matthew verlaat de gevangenis met maar één doel: Audrey weer voor zich winnen. Hij ontdekt dat ze een jong footballtalent onder haar hoede heeft genomen, dat dringend een goede coach nodig heeft. Het coachen van de jongen is niet zonder risico: het gaat in tegen de voorwaarden die Matthews vrijlating mogelijk hebben gemaakt. Maar Matthew waagt het er toch op, in de hoop dat hij Audreys hart opnieuw zal kunnen veroveren.
N U R 302 ISBN 978 90 435 3121 4
9 789043
12 jaar hoop TOT.indd 1
531214
Van de auteur van Over bergen heen
TWA ALF JA AR HOOP
Charle s Mar t i n
Charles Martin stapte uit het bedrijfsleven om zich helemaal aan het schrijven te kunnen wijden. Eerder schreef hij o.a. de romans Ver van huis, Hemelwater en Over bergen heen. Deze laatste werd in 2017 verfilmd.
TWA ALF JA AR HOOP
Het aangrijpende verhaal van een man die alles verloor en beseft dat in het leven maar één ding telt
Charle s Mar t i n ROM A N
26-04-2019 14:06:43