weduwe Aven Norgaard van Noorwegen naar Amerika om te gaan inwonen bij een tante van haar man en haar drie zoontjes. Maar bij aankomst blijkt de tante overleden en wordt Aven tot haar verbazing opgewacht door drie volwassen mannen, die in hun levensonderhoud voorzien met het brouwen van cider. Haar komst zet de verhoudingen tussen de broers op scherp.
Treffend schetst Joanne Bischof een beeld van de stille wereld van Thor in dit ontroerende verhaal over broederschap, rivaliteit en de helende kracht van liefde.
De zoete geur van appelcider
Tussen Aven en de charmante Haakon ontstaat al snel een vriendschap, al is dat wat Haakon betreft niet genoeg. Maar het is de gevoelige, dove Thor die Avens hart steelt. Thor is echter verslaafd aan zijn eigen cider, een probleem dat Aven dankzij haar overleden echtgenoot pijnlijk bekend voorkomt. Zolang de verslaving zijn leven blijft beheersen, heeft de liefde tussen Thor en Aven geen kans. Of is het juist de liefde die hem kan helpen zijn dorst te overwinnen?
Joanne Bischof
Aan het eind van de negentiende eeuw verhuist de jonge
Joanne Bischof
De zoete geur van appelcider ROMAN
nur 342 ISBN 978 90 435 3071 2
www.KokBoekencentrum.nl
Een ontroerend verhaal over de woordeloze liefde tussen een jonge vrouw en een dove man.
1
Blackbırd Mountaın,Vırgınıa 27 augustus 1890 Aven wierp weer een blik op de brief, las het adres in het handschrift van tante Dorothe en keek toen weer naar het houten bord dat in de grond gestoken was. De locatie klopte, maar met die zomerzon van Virginia boven haar hoofd en de kust van Noorwegen als niets meer dan een herinnering, vond ze het ineens moeilijk om de ene voet voor de andere te zetten. Een bescheiden landweg tekende zich vaag af, zowel voor als achter haar. Maar als ze nu zou doorlopen, zou ze de bossen die ze doorkruist had achter zich laten en in de schaduw van de ontelbare bomen in een boomgaard terechtkomen. Appelbomen, te oordelen naar het fruit dat aan de knoestige takken bungelde. Er hing een zoete geur in de warme lucht. Aven haalde diep adem, boog zich naar het bord en liet haar vingers over de ruw ingekerfde letters glijden. Norgaard. Blackbird Mountain. Hier was het. Op deze plek moest ze zijn. Het stuk grond waarover de achterneefjes van Dorothe rondzwierven. Het waren vrije en wilde jongens; althans, volgens de verhalen. Aven vond dat niet
9
18090 De zoete geur van appelcider.indd 9
18-09-18 14:14
erg.Toen ze in het armenhuis woonde, had ze met lede ogen moeten aanzien hoeveel weeskinderen daar wegkwijnden. De huidige verandering van omgeving – in vrijheid – zette haar er weer toe aan om op zoek te gaan naar het huis. De familie. En dan vooral de kinderen. Opeens hoorde ze een ritmisch geluid op het pad, keek op en zag een hond op zich afkomen. Al kwispelend begon het dier rond de schoenen van Aven te snuffelen. Zijn staart sloeg tegen haar ene been, waarop Aven bukte en over de glanzende, bruine kop van het dier aaide. ‘Hallo, daar.’ De hond gaf haar een paar likken en dribbelde daarna terug over het pad, alsof hij haar de weg wilde wijzen. En aangezien de hond vast beter de weg wist in dit glooiende landschap dan zij, pakte Aven haar verfomfaaide reistas weer op en volgde hem. Ze liep verder en veegde ondertussen het stof van haar zwarte rouwjurk. Een jurk die ze niet meer nodig had, want de twee jaren van de rouw waren voorbij geweest nog voordat ze ook maar een voet op deze plek met de naam ‘Blackbird Mountain’ had gezet. Toen er even verderop een tak kraakte, zette ze een hand boven haar ogen. Nu de middag al overging in de avond, waren de schaduwen in het groepje bomen donker, maar de zon die erin doordrong was nog helder. Er kraakte weer een takje en nog geen vijf rijen bomen verderop stapte een man het pad op. Aven had geen idee hoe oud hij was, omdat hij met zijn rug naar haar toe op zijn hurken metalen emmers aan het opstapelen was. De hond dartelde vrolijk om hem heen. Aven voelde zich een indringer en liep langzaam verder om gedag te zeggen. De man draaide zich niet om. Pas toen haar schaduw hem bereikte, keek hij haar kant op. Langzaam stond hij op en hij kamde met zijn hand zijn onverzorgde haar, dat zo donker was als de aarde onder zijn schoenen, naar achter. Het reikte tot net
10
18090 De zoete geur van appelcider.indd 10
18-09-18 14:14
over zijn schouders, waar het achteloos in elkaar krulde. Een koordje om het bij elkaar te houden, zag ze niet. Zijn lippen gingen van elkaar en in zijn ogen zag ze een verwarrende mengeling van droefheid en verrassing. Een blik zo scherp, dat deze afleidde van de aangename trekken van zijn gezicht. Hij begroette haar niet. Bood niets meer dan die zwijgende, ontwapenende aantrekkingskracht, alsof de wereld hun allebei onrechtvaardig gezind was. Aven zocht naar haar stem. ‘Dag, meneer. Zou u… zou u mij kunnen zeggen waar ik Dorothe Norgaard kan vinden?’ Hoewel Aven al vier jaar zelf een Norgaard was, klonk de Noorse naam met haar Ierse accent nooit helemaal correct. De man keek naar de reistas die ze stevig vasthield, vervolgens naar haar stoffige schoenen en toen weer omhoog. Met de rug van zijn hand wreef hij over zijn kort geschoren baard. Zenuwachtig verplaatste ze de tas in haar hand en overtuigde zichzelf ervan dat ze het bord toch goed had gelezen. De Norgaard-boerderij. Hier moest het zijn. De reis was te ver en te lang geweest om nu op de verkeerde plek te staan. Ogenschijnlijk geïrriteerd schoof de man de manchetten van zijn geruite overhemd omhoog en wees uiteindelijk met zijn duim over zijn schouder. Blijkbaar had deze jongen geen spraakwater. En waarom ze hem zag als een jongen, was haar een raadsel. De man leek ouder dan zijzelf met haar eenentwintig jaar. Hij zag er bijna net zo stevig uit als de boom achter hem en droeg duidelijk meer kilo’s met zich mee dan zij. Zijn blik liet haar los en hij draaide zich om, om vervolgens met zijn duim nog verder de weg op te wijzen. Ja. Ze moest weer verder… die kant op, blijkbaar. Ze bedankte hem zachtjes en hij knikte, zijn bruine ogen op haar gericht, terwijl
11
18090 De zoete geur van appelcider.indd 11
18-09-18 14:14
ze langsliep. Na slechts een paar passen bleef Aven staan. Deze man had net zo’n voorhoofd als haar Benn. Met de nobele trekken van Noors bloed. Hoewel het haar van de vreemdeling enorm verschilde van de bleke lokken van Benn, zag ze wel iets bekends in zijn houding. Diezelfde stoere pose en peinzende blik. ‘Bent u wellicht een van de Norgaards?’ Ze hoopte dat haar accent niet te zwaar was voor hem. Amerikanen leken haar dialect maar moeilijk te kunnen volgen. Hij stapelde twee emmers op die apart stonden van de rest. De blik die hij haar teruggaf, was onrustig. Hij had iets wilds over zich en in combinatie met zijn stilzwijgen werd ze daar alleen maar nerveuzer van. Maar toen knikte hij. Aven glimlachte. Geen vreemdeling, maar familie. ‘Ik ben Aven. Weduwe van Benn.’ De man knikte weer, alsof hij dat al had begrepen. Misschien was dit een oom van de kinderen. Maar waarom had Dorothe het niet gehad over een oom… ‘Dus…’ Aven wees langs hem heen en toen er een roestbruine pluk haar voor haar gezicht gleed, veegde ze die weg. ‘Ik moet die kant op?’ Hij knikte nogmaals, waarop zij weer glimlachte. ‘Dank u, meneer Norgaard.’ Ze pakte het handvat van haar reis tas stevig beet en liep verder over het pad, ondanks zijn ogen die in haar rug prikten. Vreemde kerel. Ze liep een tijdje verder en op een gegeven moment zag ze een groot, rood huis. Verbleekt en verweerd als het was, leek het meer op een gigantische schuur dan een huis, maar afgaande op de schommelbank op de veranda en de waslijn was het toch duidelijk dat laatste. Aven keek om en zag dat ze werd gevolgd. Op enige afstand, dat moest ze hem nageven. Maar toch bleef ze om de paar bomen die
12
18090 De zoete geur van appelcider.indd 12
18-09-18 14:14
ze passeerde over haar schouder kijken, totdat de boomgaard overging in een uitgestrekt erf. Dikke, kronkelende takken maakten plaats voor schuren en andere bijgebouwen. Twee daarvan waren enorm en een stuk verderop stond nog een zwartgeblakerd schuurtje. Rond de meeste stonden vele stapels houten kratten en meer metalen emmers dan ze ooit op één erf had gezien. Haar metgezel bleef staan en sloeg zijn armen over elkaar. Aarzelend liep Aven verder het pad op en juist op dat ogenblik kwam een tweede man het huis uit. Hoewel hij even lang was als de eerste en ook gespierd, was hij slanker. Zijn haar was een paar tinten lichter, maar net zo lang en van achteren bij elkaar gebonden. Zware schoenen stampten de trap af. Nog een Norgaard? Ze keek om zich heen, op zoek naar kinderen, maar zag nergens speelgoed liggen en de kleding aan de waslijn was zeker niet voor kinderen. Aven bekeek de vreemdeling voor zich en wist de drang te weerstaan om de mooie ketting van haar moeder rond haar nek aan te raken, iets wat ze vaak deed als ze zenuwachtig was. ‘Dag, meneer.’ Ze liep naar hem toe met een uitgestoken hand, die heel klein leek in vergelijking met die van hem. ‘Ik ben Aven. Ik was getrouwd met Benn.’ Het was vreemd om dat er zo uit te flappen, maar ze wist niet hoe vaak ze zich nog zou moeten voorstellen. ‘Ah.’ Hij bekeek haar even aandachtig. ‘Fijn om u eindelijk te ontmoeten, m’vrouw.’ Hij schraapte zijn keel en noemde zijn naam: Jorgan. Ze kende die naam uit de vele brieven van tante Dorothe. Maar Jorgan zou een kleine jongen moeten zijn en dat was deze man zeker niet. Aven nam hem kritisch op. Dorothe had haar zonen beslist niet als mannen beschreven.Voordat ze er ook maar iets van begreep, stapte er nog een man naar buiten. Hoewel de charmes van de derde broer uitvoerig door tante Dorothe waren beschreven, deden haar loftuitingen geen recht aan de man die wel een
13
18090 De zoete geur van appelcider.indd 13
18-09-18 14:14
volwassen Haakon moest zijn. De schitterende blauwe ogen van de man trokken haar aandacht en hoewel hij gladgeschoren was, maakte zijn voorkomen korte metten met het idee dat hij – net als de andere Norgaard-kinderen – nog jong was. Ze voelde de paniek in zich opwellen toen Jorgan het woord nam. ‘En dit is Haakon. Hij is de jongste.’ Haakon sneed een schijfje van de peer in zijn hand en gebruikte het lemmet van het mes om het naar zijn mond te brengen. Zijn aantrekkelijke gezicht was een en al schalksheid. ‘We vroegen ons al af of u nog zou komen.’ Aven slikte met moeite. Hoe had ze zich zo kunnen vergissen? In gedachten ging ze de brieven van Dorothe na. Steeds opnieuw waren de mannelijke Norgaards beschreven als allesbehalve volwassen. ‘Jongens’ had Dorothe hen genoemd. En vervolgens had ze steevast verteld over hun avonturen en het kattenkwaad dat ze uithaalden, hoe wild ze waren en dat ze sturing nodig hadden. En tuchtiging. Vooral in het geval van Haakon. Dezelfde Haakon als die nu met een glimlach op Aven neerkeek, alsof hij al geruime tijd geen pak rammel meer had gekregen. Aven vouwde haar nu trillende handen in elkaar en haar poging tot een enthousiaste reactie kwam eruit als gefluister. ‘Aangenaam met u kennis te maken, heren. U bent de… broers? De zonen?’ Zonen van wie, dat kon ze zich niet herinneren; Dorothe had weinig geschreven over de overleden ouders van de jongens. En nu ze volwassen bleken, spatte het beeld van drie kinderen die door Aven verzorgd moesten worden uiteen. Ja, tante Dorothe was abso luut misleidend geweest. De behoefte om met die vrouw te praten om dit alles te kunnen begrijpen, werd met de minuut groter. ‘Ja m’vrouw. Ik ben de oudste,’ zei Jorgan. ‘Noem ons daarom maar bij onze voornamen, anders moet u wel vreselijk vaak “meneer Norgaard” zeggen. Zo te zien hebt u Thor al ontmoet. Hij is de middelste.’ Hij wees langs Aven heen naar de plek waar de man
14
18090 De zoete geur van appelcider.indd 14
18-09-18 14:14
met het donkere haar nog steeds stond. Hij leek sterk als een os en kon blijkbaar zijn ogen niet van haar afhouden. Thorald. Zo had tante Dorothe hem genoemd in de brieven, waarin het had geleken of ze een zwak voor hem had. Als Aven niet beter had geweten, had ze nooit geloofd dat deze naam en deze persoon bij elkaar hoorden. ‘Ja,’ zei ze aarzelend. ‘We… hebben elkaar ontmoet.’ Jorgan grijnsde. ‘Sorry. Thor zegt niet veel.’ Daar was ze al achter gekomen. Jorgan keek langs haar heen en vervolgens in het rond, alsof hij op zoek was naar woorden. ‘Bent u vanaf het treinstation komen lopen?’ ‘Ja.’ Haar zere voeten herinnerden haar aan elke kilometer die ze had afgelegd. ‘Het spijt me dat we er niet waren om u op te halen. En nog gecondoleerd met het verlies van Benn.’ ‘Dank u,’ zei Aven zachtjes. Ze zette haar bagage op de grond, niet wetend wat ze moest zeggen. Haar man – hun neef – was overleden. En nu was ze hier in Amerika. De hond snuffelde aan haar schoenen en Haakon knipte met zijn vingers. ‘Grete!’ De hond kwam naast hem staan. Aven keek om zich heen. Met die drie mannen zo dichtbij, wilde ze maar al te graag een andere vrouw zien. ‘Kunt u mij vertellen waar ik tante Dorothe kan vinden?’ Jorgan wierp een blik op de broer naast hem, waarna hij over zijn nek wreef en zich weer tot haar richtte. De blik in zijn ogen was bezorgd. ‘Ik neem aan dat u mijn brief niet hebt gekregen.’ Ze schudde haar hoofd. Hij klemde een hand iets boven de elleboog van zijn andere arm. ‘Ze… Ik vrees dat Dorothe is… heengegaan. Twee maanden geleden.’
15
18090 De zoete geur van appelcider.indd 15
18-09-18 14:14
‘Waarheen dan?’ Avens gezicht begon te gloeien. Haar rouwjurk voelde veel te zwaar en strak aan. ‘Naar… naar de hemel.’ ‘Hoogstwaarschijnlijk wel.’ Haakon schoof weer een schijfje peer in zijn mond. Aven voelde haar maag krimpen en zich licht in het hoofd worden, waardoor de aarde leek te kantelen. ‘Ze is… overléden?’ Jorgan boog meelevend zijn hoofd. ‘Het spijt me dat ik dat nu zo moet meedelen. Zodra het was gebeurd, heb ik u geschreven, in de hoop dat dat bericht u nog op tijd zou bereiken.’ Hij bekeek haar vanaf haar verwaaide haar tot aan haar versleten schoenen. ‘Blijkbaar was ik te laat.’ Ze moest even gaan zitten en omdat er niets anders was dan de kale grond, liet ze zich daarop neerzakken, zonder er acht op te slaan dat haar jurk vies werd en haar kousen te zien waren. Opeens voelde ze zich heel klein en toen ze met samengeknepen ogen naar de heldere, blauwe lucht boven haar keek, werd ze eraan herinnerd hoe ver ze van Noorwegen verwijderd was. Of zelfs van Ierland. Ze was hier, in Virginia, op een plek die ‘Blackbird Mountain’ heette. En er was geen tante Dorothe. Hoewel de vrouw geen bloedverwante van haar was en er door hun brieven slechts een bescheiden vriendschap was ontstaan, was Benns oudtante de enige familie geweest die Aven nog had. ‘Wat moet ik nu?’ fluisterde ze tegen zichzelf. De man – Jorgan – kwam naast haar staan. Hij knielde op de grond en raakte met zijn ruwe werkhanden de grond tussen hen. ‘Juffrouw?’ Aven haalde bevend adem en keek hem aan. ‘Wat moet ik nu?’ vroeg ze weer. ‘U… u legt uw arm maar gewoon op die van mij.’ Hij hielp haar overeind. ‘Kom mee naar binnen. Juffrouw Ida, onze huishoudster, zal u wat te eten geven.’
16
18090 De zoete geur van appelcider.indd 16
18-09-18 14:14
Jorgan leidde haar een paar treden op en vervolgens over de brede veranda. Met opgetrokken wenkbrauwen hield de jongste broer de deur open. Jorgan voerde haar naar de keuken, waar hij een stoel vanonder de tafel naar achter trok en haar daarop liet plaatsnemen. Vanuit de bijkeuken kwam een vrouw met een huid zo donker als kaneelstokjes. Glimlachend reikte de vrouw Aven een beker koffie en een plak kruidkoek aan. Aven raakte ze niet aan. In plaats daarvan klemde ze haar handen tussen haar knieën om het beven tegen te gaan. Vaag hoorde ze de vrouw iets zeggen. ‘Ze is wel ontiegelijk bleek.’ Daarna de stem van Haakon. ‘Ze is Ierse.’ Aven bleef roerloos zitten. ‘Ik bedoel dat ze ’t vaantje gaat strijken, Haakon. Dat ze straks nog flauwvalt.’ De koele knokkels van de hand van de vrouw drukten tegen de slaap van Aven, die bijna haar ogen liet dichtvallen. Jorgan zei zachtjes: ‘Ze wist niet dat Dorothe is overleden.’ Een stoel schraapte over de vloer en hij ging zitten. De vrouw gaf hem een beker koffie. Vanuit haar ooghoek zag Aven dat Thor wegliep. ‘Gaat het wel?’ vroeg Jorgan voorzichtig. Ze knikte, maar zelfs die ene beweging voelde als een leugen. Wanhoop stak in haar keel en droogde deze meer uit dan de klim naar deze boerderij toe. Ze draaide de tinnen beker in haar hand en de aanblik van de dampende drank bezorgde haar een knoop in haar maag. ‘U bent hier nog steeds welkom,’ zei Jorgan, en hij klonk oprecht. ‘Maar we hebben helemaal geen plek voor haar,’ bracht Haakon ertegenin, bij lange na niet zachtjes. Aven keek om zich heen. Het begon al schemerig te worden. ‘Is er… is er misschien nog meer familie in de buurt?’
17
18090 De zoete geur van appelcider.indd 17
18-09-18 14:14
‘Nee, m’vrouw.’ Haakons blauwe ogen – ongelooflijk blauw – verloren aan charme, terwijl ze over haar heen gleden. ‘Alleen wij.’ Niemand verroerde zich. Allemaal onbeweeglijk als de warme lucht. Aven legde een hand op haar kloppende borst en haalde diep adem met haar pijnlijke longen. Dit was geen tijd om te wanhopen. Maar de schok sloeg als een vloedgolf door haar heen. Alles werd wazig en iemand zei iets wat ze niet hoorde. De veranda kraakte, gevolgd door zware stappen. Even later hield iemand een glas water voor haar neus. Ze keek omhoog en zag Thor het voor haar neerzetten. Het water droop langs de buitenkant van het glas, alsof het net in een bron was gevuld. Toen ze het niet pakte, schoof hij het dichterbij en droogde zijn hand aan de zijkant van zijn broek. Ze nam een slok en het koude water gleed door haar keel, gevolgd door een gefluisterd bedankje tot de man die het had gehaald. De huishoudster, die enigszins mank liep, kwam dichterbij en legde voorzichtig een hand op die van Aven. Het gezicht van de vrouw was een en al bezorgdheid en het zien daarvan deed tranen in Avens ogen opwellen. De vrouw vroeg de mannen om hen een paar minuten alleen te laten. Toen ze naar buiten liepen, gaf de huishoudster een kneepje in haar hand. Aven deed haar ogen dicht en bad – nee, smeekte – dat deze dag een droom was. ‘Zo, zit ’r nou maar niet over in. We vinden wel een goed plekkie voor je. Beter dan goed. Beloofd. ’k Ben hier al zowat dertig jaar huishoudster. Vroeger noemden de jongens me “mammy”, maar nu dat ze groot zijn noemen ze me “juffrouw Ida”. Ik zorg wel voor jou.’ Een paar verdwaalde grijze krullen omlijstten haar glanzende voorhoofd en de ogen die Aven bestudeerden stonden zo vol vriendelijkheid, dat Aven ondanks alle onzekerheden toch iets van veiligheid voelde.
18
18090 De zoete geur van appelcider.indd 18
18-09-18 14:14
‘Je hoef voor niks nie bang te zijn. De Norgaards zijn allemaal goeie knullen. Heb ze zelf opgevoed. En zo loyaal als ’k weet nie wat.’ Aven knikte langzaam. ‘Nou, kom.’ Juffrouw Ida gebaarde het huis in, dat net zo leeg leek te zijn als Avens binnenste. Maar ondanks de leegte en het feit dat dit huis heel ver bij het leven dat ze had gekend vandaan was, zou ze op deze plek misschien wel veilig zijn. Misschien zou het zelfs een thuis voor haar worden. Had Dorothe juist niet daarover geschreven? De Bijbeltekst die ze had gedeeld – Daarom is de Here een burcht voor de verdrukte, een burcht in tijden van nood – had Aven overgehaald de schaduwen van het verleden achter zich te laten en de loopplank van het schip op te gaan. Juffrouw Ida pakte haar stevig vast en hielp haar overeind. En ondanks haar spichtige uiterlijk pakte ze ook de reistas op alsof die niets woog. ‘As ’k iets weet over Haakon, dan is het dat-ie vaak maar wat raaskalt.’ Ida kneep vriendschappelijk in Avens arm en knipoogde. ‘Laten we maar ’s een plekkie voor je gaan zoeken.’
19
18090 De zoete geur van appelcider.indd 19
18-09-18 14:14
2
Thor keek vanaf de veranda naar Ida die Aven naar de grote kamer begeleidde. Hij liep naar binnen en zag dat de jonge, roodharige vrouw dicht langs de vale bank en vervolgens voorbij een bijzettafeltje vol boeken liep. Daarna vertraagde ze haar pas en keek verbaasd omhoog naar het enorme gewei boven de haard. Haar grote ogen gleden omlaag naar het haardhout aan weerszijden van de bakstenen haard. De blokken lagen keurig opgestapeld, maar de gordijnen die ooit vlak daarboven voor het raam hadden gehangen, waren er niet meer; er waren in de oorlog kleren van gemaakt. Haar aandacht verplaatste zich naar de geweren die op een wandtafel lagen en daarna naar de dozen munitie die openstonden en waar pas nog in gerommeld was. Dat had hij gedaan. Toen keek ze naar hem om, alsof ze al die tijd al had geweten waar hij was. En weer zag hij diezelfde waakzame blik. Waarom? Hij was niet van plan haar aan te raken. En bijten deed hij ook niet. Avens zwarte rok zwierde om haar benen, toen ze achter Ida aan de trap op liep. Die magere taille kon wel het eten van een hele maand gebruiken. Thor was zelf ook van plan geweest om naar boven te gaan,
20
18090 De zoete geur van appelcider.indd 20
18-09-18 14:14
maar het leek hem beter om wat afstand te houden. Zijn werk in de boomgaard voor vandaag zat erop. De emmers waren allemaal verplaatst en samen met Jorgan had hij de extra werkkrachten voor de komende oogst ingehuurd. Thor had er drie geselecteerd. Allemaal zwarte jongens die in de afgelopen herfst het hardst hadden gewerkt. Bepaalde buren zouden daar allesbehalve blij mee zijn, wat betekende dat er waarschijnlijk al gauw ongenood bezoek op de stoep zou staan. Weer een waarschuwing. Thor zette de gedachte van zich af en besloot verder te gaan met het schoonmaken van de geweren. Hij pakte er een van de wandtafel, klapte dat dicht en vergrendelde het. Met het geweer op ooghoogte kneep hij één oog dicht en richtte het vizier op een plank aan de tegenoverliggende muur. Hij liet het wapen weer zakken, blies een paar stofdeeltjes weg en stelde het vizier bij.Tevreden legde hij het weer neer. Als vanzelf reikte zijn hand naar de literpot die daar stond. Deze was tot de helft gevuld met het beste brouwsel van de streek, zoals altijd. Hij had al genoeg gedronken om het uit te houden tot aan zijn ochtendwhisky, maar toch nam Thor een paar flinke slokken en zette de pot toen opzij, wetend dat hij er voor het vallen van de avond nog een keer naar zou grijpen. Met hun logee zou hij alle vloeibare moed nodig hebben die hij maar kon krijgen. Het verbrande uiteinde van een lucifer vloog langs hem heen en hij keek om. Zijn oudere broer. Jorgan zoog aan een zojuist aangestoken pijp en wees er vervolgens mee naar het trapgat, waarin hun gast net was verdwenen. Daarna maakte Jorgan het handgebaar voor ‘mooi’, waarbij hij zijn hand gespreid omhooghield en met zijn wijsvinger en duim de letter ‘o’ vormde. Thor draaide zich om. Daar hoefde hij niet aan herinnerd te worden. Hij legde het deksel op zijn ciderpot en draaide het vast. Jorgan stampte weer om zijn aandacht. Bij de beweging van de vloerplanken keek Thor boos naar zijn broer, die woorden zei die
21
18090 De zoete geur van appelcider.indd 21
18-09-18 14:14
Thor kon lezen door te kijken en niet door te luisteren. ‘Je weet waarom Dorothe haar heeft laten komen.’ Zonder zijn blik los te maken van de man die, met zijn tweeëndertig jaar, vier jaar ouder was dan hij, deed Thor het doosje met munitie weer dicht. ‘Omdat je je nooit buiten waagt.’ Nooit weg, voegde Jorgan daaraan toe. Met de pijp tussen zijn lippen had hij zijn handen vrij om de laatste twee woorden te vormen. Ik weg, gebaarde Thor terug. Hij stak drie vingers op voor ‘drie’. Hij was op zondag naar de kerk geweest en die week twee keer naar het meer gegaan om een bad te nemen. Daar kwam het op neer. Jorgan lachte. Thor zag dat aan zijn grijns en het snelle op- en neergaan van zijn borst. Toen Jorgan weer wat zei, begreep Thor dat niet. Hij wees naar de pijp van zijn broer, waarop Jorgan die wegtrok. ‘Je houdt je altijd afzijdig in de kerk,’ zei Jorgan nu duidelijker. Hij keek over zijn schouder in de richting van iets wat een geluid moest zijn. Zoals iedereen in dit huis wist, zei Jorgan niets totdat Thor zijn lippen weer kon zien bewegen. Dat was moeilijk bij Jorgan, wiens baard nodig geknipt moest worden. ‘En bij die vijver zijn ook geen vrouwen.’ Thor rolde met zijn ogen. Hoewel hij probeerde kalmte uit te stralen, vond hij de manier waarop Aven in dit gesprek met hem werd verweven, verontrustend. Maar voordat hij iets terug kon gebaren, kwam Ida de trap af en viel Jorgan met een theatrale knik bij, wat betreft zijn opmerking over vrouwen. Schone lakens hingen opgevouwen over haar arm en zoals altijd was haar slepende gang ’s avonds duidelijker zichtbaar. Thor blies uit. Luistervink. Hij stak de punt van zijn vinger in haar richting en aangezien er geen gebaar was voor het woord dat hij zocht, moest hij het vingerspellen. B-E-M-O-E-I-A-L. Door
22
18090 De zoete geur van appelcider.indd 22
18-09-18 14:14
de irritatie bewogen zijn handen zo snel, dat de letters onduidelijk waren. Ida glimlachte alleen maar. Nu hij in de minderheid was, pakte Thor zijn pot op en liep naar de trap. Met twee treden liep hij naar de overloop en vervolgens beende hij langs Jorgans kamer, de eerste van vier deuren, en daarna met gebogen hoofd langs de kamer die Aven waarschijnlijk had gekregen. Er stond daar een bed, maar de laatste keer dat hij dat had gezien, was dat bedolven geweest onder een berg pelzen en twee manden vol oude deksels van weckpotten. Aangezien de pelzen en de manden nu op de gang stonden, had Aven zich vast geïnstalleerd. Thor durfde niet te kijken of dat klopte en liep haastig voorbij. Daarnaast was de dichte deur van Dorothe’s kamer.Vreemd dat Ida die niet aan Aven had gegeven, maar misschien wilde ze de herinnering aan Dorothe nog wat langer vasthouden. De laatste deur bevond zich boven aan een trapje van tien gedraaide treden dat naar de tweede verdieping leidde: een netjes afgewerkte zolder die hij deelde met Haakon. In de zomer was het er heet en in de winter koud, maar nooit zo ellendig dat ze niet blij waren met deze ruimte. Overal waren ramen. De twee die uitkeken over de helling aan de westkant waar zijn Baldwin-appels – vol en rood – groeiden, vond Thor het mooist. Inmiddels was de zon verdwenen en restte alleen nog de rode gloed tussen de knoestige takken. Na de deur zachtjes te hebben gesloten, liep hij naar zijn bed en ging op de matras zitten. Hij reikte onder het bed en trok een kist naar voren. Er zat geen deksel op en erin zat een verzameling van alles en nog wat, heel gewoon, op dat ene na dat tussen die andere spulletjes niet opviel. Hij hoefde de ingelijste trouwfoto niet te pakken om te weten dat Avens lippen zo subtiel krulden dat het nauwelijks een glimlach kon worden genoemd. Of dat de jonge bruid die naast Benn Norgaard stond nog maar net zeventien was. Weggehaald uit een
23
18090 De zoete geur van appelcider.indd 23
18-09-18 14:14
Iers armenhuis om met een man te trouwen die ze nog nooit had ontmoet. Maar met haar gelijkenis nu vers in zijn gedachten, stak hij zijn hand in de kist en trok de foto van onder twee boeken vandaan. De Noorse exemplaren had hij net zo goed gelezen als de Engelse boeken die op zijn planken stonden. Hij keek naar de foto, wreef met zijn duim over het lijstje en kreeg een naar gevoel bij het zien van de onzekere blik in Avens ogen. Benn die haar hand trots en stevig vasthield. Daar had Thor altijd een hekel aan gehad bij deze foto, die een paar maanden na het huwelijk per post was gearriveerd. Het ongemak op Avens gezicht. Hoe jong en eenzaam en verloren ze eruitzag. Hij kon dan misschien niet horen, maar zien kon hij wel. Beter dan de meeste mensen. En hij had altijd een groot verdriet op haar gezicht gezien. Maar ze was de vrouw van iemand anders geweest en dus had Thor beloofd om het Ierse meisje uit zijn hoofd te zetten. Hij had het lijstje opgehangen en al gauw had de foto stof verzameld aan de muur met de andere foto’s. Toen het nieuws over het overlijden van Benn hen bereikte, had Thor de foto van de muur gehaald en nogmaals het gezicht van de jonge vrouw bestudeerd die zichzelf met zijn oudere neef had verbonden. Die – inmiddels weduwe – de naam ‘Norgaard’ droeg. Ten slotte had hij de ingelijste foto in zijn kist gestopt waar hij veilig was. Net als het sprankje hoop dat zich nu in zijn behoed zame hart vormde. En op dit moment bevond de jonge vrouw zich slechts een paar meter bij hem vandaan. Ze was zo dichtbij, dat hij alleen maar de overloop op hoefde te lopen en met zijn knokkels op haar deur te kloppen om zelf in die ogen te kunnen kijken. Om te zien dat haar haar daadwerkelijk de kleur van koper had en dat haar huid net zo bleek was als op de zwart-witfoto. Roomkleurig en net zo zacht, stelde hij zich zo voor.
24
18090 De zoete geur van appelcider.indd 24
18-09-18 14:14
Deze vrouw, die nog maar een paar uur geleden in de boomgaard naar hem toe was gelopen. Zoals ze daar voor hem had gestaan, binnen handbereik, terwijl ze er doodmoe uitzag en vragen stelde die hij nauwelijks voor haar kon beantwoorden. Hij had geweten dat het Aven was op het moment dat hij zich had omgedraaid. Zijn hart was zo tekeergegaan, dat hij dacht dat het het zou begeven. Zelfs als hij had geweten wat hij tegen haar had moeten zeggen, had hij dat niet gekund. De vloerplanken trilden onder zijn schoenen. Thor stopte de foto weer weg en schoof de kist uit het zicht. Hij zat net weer rechtop toen Haakon de zolderkamer binnenstapte. Hij maakte een vuist en raakte met zijn wijsvinger en duim zijn lippen aan. Tijd om te eten. Thor stond op. Haakon zei iets, maar de zin ging verloren in het schemerlicht.Thor hield niet van de duisternis en het feit dat deze zijn wereld verkleinde. Daarom maakte hij rondjes met zijn gestrekte handen, waarbij de handpalmen elkaar net niet raakten en bracht daarna zijn platte hand naar zijn wang en veegde daar een paar keer met zijn wijsvinger tegenaan: Gebaren alsjeblieft. Dat hij door te gebaren kon spreken, was iets wat hij nooit als vanzelfsprekend beschouwde. Niet sinds de leraar zijn polsen bij elkaar had gebonden en erop stond dat hij net als de anderen zou leren spreken. Haakon wees naar de overloop en vormde de letters ‘A-V-E-N’, en veegde daarna met zijn wijsvingers over beide wangen. Huilde ze? ‘Niet hard,’ zei Haakon die de lantaarn hoger draaide. ‘Ik hoorde het toen ik langs haar deur liep.’ Hij liep weer weg en Thor wist waarom; hij wilde nooit ook maar één maaltijd missen. Toch bleef hij even verderop staan. ‘Waarom denk je dat Dorothe haar heeft laten komen?’ Thor haalde zijn schouders op en schudde zijn hoofd. Het enige antwoord dat hij Haakon zou geven.
25
18090 De zoete geur van appelcider.indd 25
18-09-18 14:14
‘We zijn even oud. Dat bedacht ik, toen ik haar klemmende raam losmaakte.’ Haakon bewoog zijn wenkbrauwen op en neer, alsof dat niet het enige was wat hij voor haar wilde losmaken.Voordat Thor ook maar een reactie kon bedenken, liep zijn jongere broer al de trap af. Zonder echt trek te hebben, reikte Thor naar zijn pot. Hij wilde niet, maar het was een behoefte die zo vervlochten was met de tijd en het verlangen, dat hij het deksel losdraaide, het glas naar zijn lippen bracht en dronk. Er volgde geen troost toen de mousserende cider hem verwarmde en de alcohol kon ook niet de zelfvoldane blik van Haakon wegspoelen. Gefrustreerd door zijn eigen zwakte deed Thor het deksel er weer op. Hij stond op, zette de drank opzij en haalde de foto weer tevoorschijn. Toen liep hij, stijf van een dag hard werken, de kamer uit en de trap af. Het was bijna donker op de overloop, op de spleet licht onder Avens deur na. Hij liep zo stil mogelijk. Toen ze jong waren en nogal wat kattenkwaad uithaalden, had Haakon hem geleerd welke planken er kraakten, zodat Thor daar nu overheen kon stappen.Voor Avens deur bleef hij staan. Hij aarzelde en legde toen zijn handpalm op het hout. Hij boog zijn hoofd en deed zijn ogen dicht. Daar was het. De zachte trilling in de plank die bewoog tegen zijn hand… Het geluid van haar verdriet. Overweldigd deinsde hij terug, dankbaar dat Ida er was, zodat Avens gehuil wellicht wat gemakkelijker in slaap overging. Na nog een laatste blik te hebben geworpen op de foto – het begin van een leven waar hij niets van wist en dat hij eerlijk gezegd niet verdiende – knielde Thor en zette de foto tegen de deurpost, waarmee hij het enige wat hij haar kon geven voor haar achterliet.
26
18090 De zoete geur van appelcider.indd 26
18-09-18 14:14
weduwe Aven Norgaard van Noorwegen naar Amerika om te gaan inwonen bij een tante van haar man en haar drie zoontjes. Maar bij aankomst blijkt de tante overleden en wordt Aven tot haar verbazing opgewacht door drie volwassen mannen, die in hun levensonderhoud voorzien met het brouwen van cider. Haar komst zet de verhoudingen tussen de broers op scherp.
Treffend schetst Joanne Bischof een beeld van de stille wereld van Thor in dit ontroerende verhaal over broederschap, rivaliteit en de helende kracht van liefde.
De zoete geur van appelcider
Tussen Aven en de charmante Haakon ontstaat al snel een vriendschap, al is dat wat Haakon betreft niet genoeg. Maar het is de gevoelige, dove Thor die Avens hart steelt. Thor is echter verslaafd aan zijn eigen cider, een probleem dat Aven dankzij haar overleden echtgenoot pijnlijk bekend voorkomt. Zolang de verslaving zijn leven blijft beheersen, heeft de liefde tussen Thor en Aven geen kans. Of is het juist de liefde die hem kan helpen zijn dorst te overwinnen?
Joanne Bischof
Aan het eind van de negentiende eeuw verhuist de jonge
Joanne Bischof
De zoete geur van appelcider ROMAN
nur 342 ISBN 978 90 435 3071 2
www.KokBoekencentrum.nl
Een ontroerend verhaal over de woordeloze liefde tussen een jonge vrouw en een dove man.