JUBILEUM EDITIE OEFENINGEN Deel 3: Rijpe tarwe
Ter gelegenheid van de tweehonderdste geboortedag van de geliefde prediker Wulfert Floor worden 75 oefeningen (preken) in drie delen uitgebracht. Een prachtige jubileum editie die de eenvoudige, maar geestelijke rijke inhoud van deze teksten toegankelijk houdt voor de huidige generatie. Wulfert Floor was landbouwer en heeft als spreker vele godsdienstoefeningen geleid. In deze driedelige editie zijn alle oefeningen gebundeld die niet door hem zelf zijn ge publiceerd, maar later in een tweetal manuscripten werden gevonden. ‘Schriftuurlijk en bevindelijk. Voor een nadere kennisma king met deze eenvoudige landbouwer is dit boek zeker een aanrader.’ – Om Sions Wil ‘De oefeningen van Wulfert Floor worden breed gewaar deerd in de gereformeerde gezindte. Ze stralen eenvoud, afhankelijkheid, ootmoed, ernst en bewogenheid uit.’ – Gezinsgids
wulfert floor Rijpe tarwe
Wulfert Floor (1818-1876)
wulfert floor Rijpe tarwe
ISBN 978 90 435 3056 9 | NUR 707
g Rijpe tarwe omslag.indd Alle pagina's
30-08-18 13:18
Rijpe tarwe Oefeningen van
WULFERT FLOOR Overgezet uit origineel handschrift door Joh. A. Bunt
Tweede druk
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 3
03-09-18 16:31
Deze jubileumeditie bestaat uit de volgende delen: Volle aren Gebonden schoven Rijpe tarwe
JUBILEUM EDITIE WULFERT FLOOR (1818-1876) Tweede druk, 2018 Š 2011 Uitgeverij De Groot Goudriaan Omslagontwerp: Geert de Koning ISBN 978 90 435 3056 9 NUR 707 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieÍn, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 4
03-09-18 16:31
Inhoudsopgave Verantwoording 9 Oefening 1 11 Over Psalm 37:37: Let op den vrome en zie naar den oprechte, want het einde van dien man zal vrede zijn. Oefening 2 23 Over Psalm 119:19: Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet. Oefening 3 29 Over 2 Kronieken 14:9-13: En Zerah, de Moor, kwam tegen hen uit met een heir van duizend maal duizend, en driehonderd wagens; en hij kwam tot Marésa toe. Enzovoort. Oefening 4 33 Over Psalm 116:8: Want Gij, HEERE, hebt mijn ziel gered van den dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot. Oefening 5 43 Over Genesis 24:63a: En Izak was uitgegaan om te bidden in het veld, tegen het naken van den avond. Oefening 6 Over Matthéüs 27:63a: Doch Jezus zweeg stil.
53
Oefening 7 63 Over Zacharía 13:7: Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.
5
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 5
03-09-18 16:31
Oefening 8 71 Over Jesaja 53:5: Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Oefening 9 84 Over Jesaja 49:7: Alzo zegt de HEERE, de Verlosser Israëls, zijn Heilige, tot de verachte Ziel, tot Dien aan Welken het volk een gruwel heeft, tot den Knecht dergenen die heersen: Koningen zullen het zien en opstaan, ook vorsten, en zij zullen zich voor U buigen; om des HEEREN wil, Die getrouw is, des Heiligen Israëls, Die U verkoren heeft. Oefening 10 96 Over Jesaja 52:13: Zie, Mijn Knecht zal verstandiglijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden. Oefening 11 101 Over Johannes 21:15m: Jezus zeide tot Simon Petrus: Simon, Jona’s zoon , hebt gij Mij liever dan dezen? Hij zeide tot Hem: Ja, Heere, Gij weet dat ik U liefheb. Oefening 12 107 Over Prediker 11:3b: En als de boom naar het zuiden of als hij naar het noorden valt, in de plaats waar de boom valt, daar zal hij wezen. Oefening 13 115 Over Job 14:1: De mens, van een vrouw geboren, is kort van dagen en zat van onrust. Oefening 14 133 Over Psalm 73:24: Gij zult mij leiden door Uw raad; en daarna zult Gij mij in heerlijkheid opnemen. Oefening 15 145 Over Psalm 1:1, 2: Welgelukzalig is de man die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in
6
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 6
03-09-18 16:31
het gestoelte der spotters. Maar zijn lust is in des HEEREN wet, en hij overdenkt Zijn wet dag en nacht. Oefening 16 159 Over Numeri 28:10b: Mijn ziel sterve den dood der oprechten, en mijn uiterste zij gelijk het zijne. Oefening 17 173 Over Joël 2:32a: En het zal geschieden, al wie den Naam des HEEREN zal aanroepen, zal behouden worden. Oefening 18 181 Over Handelingen 2:4: En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest. Oefening 19 189 Over 1 Korinthe 6:11: En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd in den Naam van den Heere Jezus en door den Geest onzes Gods. Oefening 20 198 Over Psalm139:24: En zie of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg. Oefening 21 211 Over Openbaringen 3:5: Die overwint, die zal bekleed worden met witte klederen; en Ik zal zijn naam geenszins uitdoen uit het boek des levens, en Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen. Oefening 22 223 Over 1 Korinthe 16:13: Waakt, staat in het geloof, houdt u mannelijk, zijt sterk. Oefening 23 236 Over Matthéüs 6:33: Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden.
7
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 7
03-09-18 16:31
Oefening 24 247 Over MatthĂŠĂźs 16:26: Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven tot lossing van zijn ziel? Oefening 25 260 Over Spreuken 23:17, 18: Uw hart zij niet nijdig over de zondaren, maar zijt te allen dage in de vreze des HEEREN; want zekerlijk, er is een beloning; en uw verwachting zal niet afgesneden worden.
8
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 8
03-09-18 16:31
Verantwoording Deze bundel bevat 25 oefeningen van Wulfert Floor die hij zelf heeft uitgeschreven in een omvangrijke bundel. Deze wordt bewaard in de bibliotheek van de Vrije Universiteit van Amsterdam. In Volle aren zijn de eerste 22 oefeningen verschenen die nog niet eerder waren gepubliceerd. Gebonden schoven bevatte de daaropvolgende 25 oefeningen. Met Rijpe tarwe wordt deze reeks afgesloten. Eerder was reeds de bundel Vergaderd koren verschenen, met daarin een aantal korte oefeningen van Floor die gevonden werden in het archief te Wijk bij Duurstede. Rijpe tarwe bevat opnieuw een aantal niet eerder uitgegeven oefeningen van de hand van de landbouwer van Driebergen. Oefeningen uit het Amsterdamse handschrift die al in eerdere bundels van Floor zijn verschenen, zijn hier niet opgenomen. Het voorbericht dat Floor schreef in zijn bundel is opgenomen in Volle aren. Daarin omschreef hij zichzelf als iemand ‘die niet te zeer in des Bijbels waarheden geoefend’ is, maar ‘toch lust heeft om zijn arme medezondaren op de grote reis naar de eeuwigheid nuttig te zijn’. Dat die lust in grote mate aanwezig was bij Wulfert Floor blijkt uit iedere oefening. Ernstig en liefdevol spreekt hij zijn hoorders – en lezers – aan. Dat hij niet in de Bijbelse grondtalen en exegetische vaardigheden geoefend was, mag waar zijn, maar toch zullen vele lezers de auteur tegenspreken als hij zegt niet in de waarheden van de Bijbel geoefend te zijn. De toespraken van deze ongeschoolde voorganger geven er blijk van dat hij de Bijbelse waarheden van zonde en genade bij ervaring kende. Die ervaringskennis compenseert ruimschoots de door hem ontbeerde scholing. Dat gebrek aan scholing leidde bij Floor niet tot oppervlakkigheid, noch tot gezochte verklaring en vergeestelijking. In zijn eenvoud blijft hij heel dicht bij de eenvoud van de Schrift en spreekt hij van hart tot hart met zijn toehoorders. Door deze grote kwaliteiten behouden zijn eenvoudige oefeningen hun waarde en hun aantrekkelijkheid, ook anderhalve eeuw nadat ze zijn uitgesproken.
9
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 9
03-09-18 16:31
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 10
03-09-18 16:31
Oefening 1
Tekst: Psalm 37:37 Let op den vrome en zie naar den oprechte, want het einde van dien man zal vrede zijn. Voorafspraak Wel, mijn geliefde vrienden, waar reist gij zo heen? Waar leidt toch uw reis naartoe? Niettegenstaande dat dit een paar wonderlijke vragen aan zittende mensen zijn, zo weet gij nochtans immers ook wel dat de gehele wereld een reizend gezelschap is. Wij allen hier tezamen vergaderd en ook alle andere mensen met ons, zijn reizigers naar de ontzaglijke eeuwigheid in het algemeen. Maar dan zijn wij wederom reizigers naar één van die twee plaatsen, welke één van beide het eeuwig verblijf zullen zijn, van alle mensen die ooit op de wereld geleefd hebben, nog leven of eenmaal leven zullen. Wij zijn op reis naar de zalige hemel of naar de rampzalige hel. Naar de storeloze rust of naar de eeuwige jammer en onrust. Naar de eeuwige vreugde of naar de eeuwige smart. Naar de eindeloze heerlijkheid of naar de eindeloze pijn. Wel, zeg mij dan eens, o mens, waar uw reis naartoe leidt? Ja, vraagt het uzelf eens af voor het aangezicht des Heeren, voor Wien gij en ik binnenkort zullen moeten verschijnen. Veel mensen in het midden van ons zullen weinig over deze ontzaglijke reis denken en daarom is het zeer te vrezen dat zij nog reizigers zijn naar het eeuwige verderf. Velen zullen er in het midden van ons gevonden worden, welker harten vervuld zijn met zondige begeerlijkheden en onverzadigbare lust tot de schatten van deze wereld en die daardoor dan ook bewijzen dat zij nog nooit rechte reizende vreemdelingen op deze aarde geworden zijn, die het aangezicht naar Sion hierboven gericht hebben. Tot zulken moeten wij zeggen: o lieve medezondaar, gij zijt nog ongelukkige reizigers, die nog naar een schaduw grijpt en de wezenlijke dingen verzuimt. En daarom zijt gij nog te meer ongelukkig, omdat uw dagen reeds zo afkorten en gij met grote stappen nadert aan uw eeuwig huis, waar gij voor altijd uw dwaasheid zult moeten beklagen. Och,
11
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 11
03-09-18 16:31
verandert dan nog eens van keus, verandert eens van gezelschap en wast uw hart eens van boosheid. Ja, wast u, reinigt u en doet de boosheid uwer handelingen eens van voor des Heeren ogen weg; laat eens af van kwaad te doen, en leert goed te doen (Jes. 1:16, 17); en maakt uzelven eens een nieuw hart (Ezech. 18:31). Of ziet gij tot al deze dingen geen kans? Gelooft gij dat zulks voor u onmogelijk is? O, zoekt er dan bij te geloven dat het u toch allernoodzakelijkst is, verandert dan Gods geboden in gebeden en raakt eens aan het roepen: O Heere, bekeer Gij ons, dan zullen wij bekeerd zijn (Klaagl. 5:21). En geef ons uit genade een nieuw hart en een nieuwe geest, gelijk Gij beloofd hebt (Ezech. 36:26). Dit zou de weg zijn dat gij, die nu nog op reis zijt naar zulk een rampzalige plaats, nog eens reizigers zoudt worden naar het beloofde land hierboven. Maar gij, arme vrome zielen, zeg mij eens ten spijt des duivels, waar reist gij toch heen? Vele arme en sukkelende zielen zullen antwoorden: och, mocht ik het weten! Mocht mijn ziel verzekerd zijn, dat ik door Gods genade de reis naar het nieuwe Jeruzalem had aangenomen! Hierop antwoord ik: ziel, ziet gij niet dat gij Christus in alles nodig hebt? Is Hij u niet noodzakelijk tot Wegwijzer op de reis? Hebt gij de uitnemende dierbaarheid van Zijn Persoon in alles niet leren kennen? Zou het uw zielsbegeerte niet zijn om Hem oprecht en hoe heiliger hoe liever te dienen? En zijn deze dingen geen heerlijke blijken van het zijn in de staat der genade? En verder raad ik u, zijt niet vergenoegd om zo in het onzekere tussen hoop en vrees te hangen, maar legt gedurig uw noden en behoeften voor Jezus bloot, en denkt om de les van Paulus als hij zegt: ‘Maar wij begeren dat een iegelijk van u dezelfde naarstigheid bewijze tot de volle verzekerdheid der hoop, tot het einde toe,’ (Hebr. 6:11). En om de les van Petrus als hij zegt: ‘Daarom, broeders, benaarstigt u te meer om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen,’ (2 Petr. 1:10). En gij, die met verzekering weet dat gij op reis zijt naar het hemels vaderland, laat toch steeds uw oog geslagen zijn op Jezus, als de Weg ten hemel, als de Poort des hemels, als de Zaligheid des hemels en het eeuwige Alles, voor al Zijn arme volkje. Laat uw oog afgekeerd zijn van het aardse mooi, makkelijk, lekker en voordelig, en laat het op Jezus en op het hemelse vaderland geslagen zijn. Immers, op de wereld
12
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 12
03-09-18 16:31
hebt gij uzelf moede en blind gestaard, toen gij nog in uw rampzalige natuurstaat leefde. O, ziet dan nu op Jezus en op uw toekomende vaderland, waar gij heen reist. Ik hoop voor het tegenwoordige eens te spreken over eens christens reis naar het hemelse vaderland, en wel bijzonder over Davids getuigenis van de vromen en oprechten en zijn opwekking om op zodanigen te letten en naar hen te zien. Ik hoop dat het nog van nut mag zijn! Onze tekstwoorden vindt u in Psalm 37:37: ‘Let op den vrome en zie naar den oprechte, want het einde van dien man zal vrede zijn.’ Naar aanleiding van deze woorden zullen wij op drie hoofdzaken acht geven, onderzoekende: A. Wat vromen en oprechten wel voor mensen zijn. B. Hun einde, hetwelk vrede zijn zal. C. De verplichting die wij omtrent deze mensen hebben waar te nemen, namelijk: Let op hen, en zie naar hen. A. Wat vromen en oprechten wel voor mensen zijn Eerst moeten wij dan onderzoeken wie met vromen en oprechten bedoeld worden. Geleerde en vertrouwde taalkenners zeggen ons, dat de woorden in de Hebreeuwse grondtekst die hier als vroom en oprecht overgezet zijn, dezelfde betekenis hebben, waarom ook onze overzetters het woord dat hier met vroom overgezet is, op sommige andere plaatsen door oprecht hebben overgezet. En wederom het woord dat hier door oprecht is overgezet, op andere plaatsen door vroom is vertaald. Hierom verstaan wij de tekst op deze manier: let op de vrome oprechte man, of: let op de oprechte vrome man, die niet vroom is in schijn, voor het oog der mensen, maar die het inderdaad is, die waarheid in het binnenste deelachtig is geworden en wiens hart gereinigd is door het geloof (Hand. 15:9). Let op de oprechte vrome man, die, hoewel hij met Jakobus moet erkennen dat hij nog dagelijks in vele dingen komt te struikelen, nochtans het opzet en de toeleg heeft om vroom en oprecht in al de wegen Gods te wandelen. Nu zal het er dan op aankomen hoe zulk een vrome man gesteld is. Wij zullen het bestaan van zulk een mens in drie zaken voostellen en dan met elk een
13
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 13
03-09-18 16:31
dezer zaken tot onszelf zoeken in te keren: I. Zulk een vrome man zoekt oprecht te zijn voor God. II. Hij zoekt oprecht te handelen met zichzelf. III. Zulk een vrome man zoekt oprecht te handelen met zijn naaste. I. Zulk een vrome man zoekt oprecht te zijn voor God ‘De oprechten hebben U lief,’ zo staat er in Hooglied 1:4. En omdat zulk een mens den Heere liefheeft, daarom beproeft en onderzoekt hij welke de goede, welbehaaglijke en volmaakte wil van God is (Rom. 12:2). Terwijl hij met Paulus een vermaak heeft in de wet Gods naar den inwendige mens (Rom. 7:22). En met David al de geboden Gods in alles voor recht houdt, hatende alle valse pad (Ps. 119:128). En alzo zoekt hij met zijn ganse hart en ziel den Heere te dienen. O, de Heere heeft geen behagen in lippenwerk en Zijn oprechte vrome volk heeft daar ook geen behagen in. Neen, het hart moet er bij zijn of zij houden het voor een ongedaan werk. Nog eens, omdat zij oprecht voor God zoeken te wandelen, zo berusten zij ook niet alleen in het inwendige. Hun oprechtheid wil dat er overeenstemming is tussen hun inwendig bestaan en tussen hun uitwendig gedrag. Daarom willen zij om lief noch leed hun eerbied voor, noch hun gehoorzaamheid aan God ontveinzen. Zij willen hun licht laten schijnen voor de mensen opdat die hun goede werken mogen zien (Matth. 5:16). Doch niet met een farizees oogmerk, om van de mensen gezien en geprezen te worden, maar om volgens het wijd uitgestrekte van hun verplichting God te verheerlijken, zowel met het lichaam als met de geest, daar die beide Godes zijn en zo duur door Jezus zijn gekocht (1 Kor. 6:20). En opdat ook andere mensen door hun voorbeeld mochten opgewekt worden om mede den Heere te dienen. Nog eens, de vrome man, ziende dat hij in alles nog zo ten uiterste gebrekkig is en dat hij zelfs geen enkele plicht zonder aanklevende zonde kan verrichten, zo zoekt hij ook oprecht voor God te zijn in het belijden van zijn zonde. Hij roept gedurig met de dichter: ‘HEERE, wie zou de afdwalingen verstaan, reinig mij van mijn verborgen afdwalingen,’ (Ps. 19:13). En wederom zegt hij: ‘Ik zal belijdenis doen van mijn overtredingen,’ (Ps. 32:5). En wederom: ‘Ik, ik heb gezondigd, en ik, ik heb onrecht gehandeld,’ (2 Sam. 24:17). Of op een andere plaats: ‘Tegen U, U alleen heb ik gezondigd, en gedaan wat kwaad was in Uw ogen,’ (Ps. 51:6).
14
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 14
03-09-18 16:31
Laat ons nu eens met deze zaak tot onszelf inkeren en ons eens afvragen: ben ik alzo oprecht geworden voor God? De Heere vraagt in Spreuken 23:26: ‘Mijn zoon geef Mij uw hart.’ Maar hebben wij al ooit zo ons hart aan Jezus gegeven, opdat Hij het mocht reinigen en Zijn wet erin schrijven? Zijn de uitgangen en vurige begeerten van ons hart al tot Jezus en Zijn dienst? Kunnen wij al met Asaf zeggen: ‘Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde,’ (Ps. 73:25). Och, bij de meeste mensen heeft de wereld het hart nog vervuld, waardoor zij ook nog het bewijs vertonen dat zij nog niet oprecht voor God geworden zijn. Want die een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand van God gesteld. Nog eens, blijkt ook onze oprechtheid voor God in een Gode geheiligde wandel? Hebben wij God al leren dienen met lichaam en ziel en willen wij ons om geen lief of leed van Zijn zalige dienst terug laten houden? Kunnen de mensen het aan ons spreken en zwijgen, kopen en verkopen, doen en laten wel zien, dat wij niet van deze wereld zijn? Zo ja, dan is het wel, maar bij de meesten zal immers inderdaad het tegendeel ook nog zo openbaar zijn. Nog eens, zijn wij ook voor God oprecht geworden in het belijden onzer zonden? Lopen wij dagelijks met al onze zonde tot het dierbare borgbloed van de Heere Jezus? Is dat bloed onze enige grond van hoop voor de eeuwigheid? Onderzoekt in deze toch ook getrouw uzelf, want niets buiten Jezus’ verdiensten en voorbidding zal ons ten hemel kunnen binnenbrengen. Wij zeggen nogmaals uit Hooglied 1:4, dat de oprechten Jezus liefhebben. En waarom hebben zij Hem lief? Omdat zij Hem zo in alles nodig hebben voor hun arme, schuldige zielen, en omdat er in Hem zulk een zalige volheid is, tegenover hun ledigheid. Daarom lopen zij ook gedurig tot Hem en grijpen Zijn gerechtigheid aan door het geloof. II. Hij zoekt oprecht te handelen met zichzelf Hij waakt over zijn hart, dat hij als arglistig en dodelijk heeft leren kennen. Hij zoekt zekere gronden te hebben voor de eeuwigheid en daarom bidt hij gedurig met de dichter: ‘Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten. En zie of bij mij een schadelijke weg zij; en leid mij op den eeuwigen weg’ (Ps. 139:23, 24). Hij wil liever door anderen ontdekt worden als zich voor eeuwig te bedriegen. Daarom schuwt hij geen onderzoekende bedieningen,
15
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 15
03-09-18 16:31
maar voegt zich als het mogelijk is op zulke plaatsen waar men het woord der Waarheid recht snijdt en waar het tot zielsontdekking dienen kan. En zoekt dan vooraf eerst het aangezicht des Heeren, opdat het Woord tot zijn ontdekking mocht vruchtbaar gemaakt worden. Hij verdenkt nog veeleer zichzelf als andere mensen. Hij is bang voor wereld en duivel, maar allermeest voor zichzelf. Kent gij dat, o mijn ziel? Kent gij het ook, mijn toehoorders of lezers? III. Zulk een vrome man zoekt oprecht te handelen met zijn naaste Hij zoekt oprecht te handelen in tijdelijke en ook in geestelijke zaken: a. In tijdelijke zaken zoekt hij in oprechtheid met zijn naasten om te gaan. Zijn oprechtheid gedoogt het niet, dat hij onder een schijn van vriendschap zijn naaste lagen zou leggen en een net voor zijn voeten zou spreiden, om hem aldus te benadelen. Ook gedoogt zijn oprechtheid niet dat hij in het stuk van beroepsbezigheid, nering of koophandel zijn naaste zou verschalken of bedriegen in zijn handelingen. Maar zijn oprechtheid vordert dat hij in alles met zijn naaste handelen zal, zoals hij zelf graag behandeld wil worden. b. Ook wenst hij oprecht met zijn naaste om te gaan met betrekking tot geestelijke zaken. Is zijn naaste onbekeerd, dan wenst hij hem oprecht lief te hebben, niet alleen als hij een man van aanzien in de wereld is, maar zelfs ook dan, al woonde hij maar in een plaggen1stulp of -hut. Hij bemint als een oprechte de anderen die mede door Gods genade oprecht en vroom zijn, godvrezende en wijkende van het kwaad, zoals er van Job staat (Job 1:1). En dan bemint hij hen als ze die deugden van Job maar bezitten, al hebben zij dan niets van Jobs rijkdommen, wetende dat de rechtvaardige voortreffelijker is dan zijn naaste (Spr. 12:26). En dat de arme, wandelende in zijn oprechtheid, beter is, dan die verkeerd van wegen is, al is hij rijk (Spr. 28:6). Is zijn naaste onbekeerd, dan merkt hij hem aan als een schepsel van God, die met hem voor de eeuwigheid bestemd is, en daarom zoekt hij voor hen nuttig te zijn en hen mede tot de kennis der waarheid en de weg der godzaligheid te brengen. Zoveel hij vrijmoedigheid mag hebben, vermaant hij hen met ernst en liefde, en zijn oprechtheid gedoogt niet dat 1. zooijen, dat is zoden of plaggen
16
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 16
03-09-18 16:31
hij hun kwaad goed zou noemen en hen daardoor zou stijven in hun zorgeloosheid. En is het dat hem de vrijmoedigheid om zijn naaste te vermanen veeltijds ontbreekt, zo is hem die onvrijmoedigheid grotelijks tot schuld en hij vergeet niet om dezelve voor de Heere als een grote zonde te belijden. Laat ons nu wederom met deze zaak tot onszelf inkeren en vragen of wij nu al zo oprecht met onze naasten hebben leren omgaan. Gij immers behoort geenszins tot de oprechten, die op allerlei wijze uw naasten zoekt te misleiden en te bedriegen, en die vriendelijk met uw naasten omgaat en hem nochtans in uw hart vijand zijt. O, wat zijn er al onoprechten en geslagen geveinsden2 in onze dagen! De ene heeft geveinsde inzichten met zijn kerkgang, bijbellezen, bidden en spreken over de weg ten hemel. Een ander spreekt van vrede met zijn naaste, maar het kwaad is in zijn hart (Ps. 28:3). Met hun mond zegenen zij, maar met hun binnenste vloeken zij (Ps. 62:5). Het is of de geveinsden bij Kaïn ter school waren gegaan. Hij spreekt vriendelijk met zijn naaste; hij lokt hem uit en heeft onder alles het opzet om hem te doden, of ten minste te benadelen en te dwarsbomen. Meent niet, o mens, dat gij onder de oprechten behoort en dat gij ook, indien gij zo blijft, de dood der oprechten sterven zult. Neen, gij zult in de eeuwigheid uw lot hebben bij Bileam, Kaïn, Judas, Simon de tovenaar en alle andere geveinsden in het eeuwige verderf. En daarom zijt gewaarschuwd: doet afstand van uw geveinsdheid, opdat gij niet te laat uw rampzalige lot moet bejammeren als God uw deel zetten zal bij de geveinsden in het helse vuur. Maar gij, bekommerde zielen, gij immers kunt het niet ontkennen of gij hebt er door de genade enige kennis aan om oprecht te zijn voor God met uzelf en met uw naaste. Ja, maar gij zult wellicht zeggen: ik vind nog zoveel onoprechtheid in mij, dat ik nauwelijks of geheel niet kan geloven dat ik één van die oprechten zijn zou, waar de Heere van zegt: ‘Let op hen, want hun einde zal vrede zijn.’ Hierop antwoord ik: gij moet weten dat zelfs de beste van Gods oprechte gunst- en bondsvolk tot aan zijn dood toe klachten genoeg zal vinden over zijn onoprechtheid, daarom heb ik ze ook voorgesteld als oprecht voor 2. veinsaards
17
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 17
03-09-18 16:31
God in het schuld belijden. Verder moet gij opmerken dat Jakob een man was die ons als oprecht beschreven wordt (Gen. 25:27). Dat hij nochtans niet zonder groot gebrek oprecht was, dat kunt gij uit zijn droevige veinzerij zien aan het (vermeende) sterfbed van zijn hoogbejaarde vader, toen hij met bedrog de zegen verkreeg die Izak aan Ezau meende te moeten geven (Gen. 27:18-20). Wie kan twijfelen aan de oprechtheid van de heilige Petrus? Wie ziet evenwel niet duidelijk dat ook deze man nog een onoprecht deel omdroeg, uit zijn zondige veinzerij te Antiochië (Gal. 2:11-14). Al zijt gij dan ook nog slechts gebrekkig oprecht, zo neemt dit echter niet weg dat de wortel van de zaak bij u zijn kan, zoals Job spreekt (Job 19:28). Als gij in Davids tijd geleefd had en gij had aan hem gevraagd of er geen geveinsdheid in zijn hart meer was overgebleven, dan zou deze oprechte man net zo geklaagd hebben als gij nu klaagt. Trouwens, dat hij ook nog behoefte had aan Gods meer en meer oprecht makende genade, toont hij in Psalm 25:21, waar wij hem aldus horen roepen: ‘Laat oprechtheid en vroomheid mij behoeden!’ Nochtans maak ik deze opmerkingen niet om u of iemand anders in zijn onoprechtheid te stijven en zorgeloos te maken. Neen, gij hebt reden om over uw onoprechtheid te zuchten en daartegen te bidden, daar het zowel van u als van iemand anders een verfoeilijk kwaad is in de ogen des Heeren. Eindelijk, gij meer bevestigde volk des Heeren. Hebt gij ook altijd wel die vrijmoedigheid om met Paulus te zeggen: ‘Onzen roem is deze, namelijk het getuigenis van ons geweten, dat wij in eenvoudigheid en oprechtheid Gods, niet in vleselijke wijsheid, maar in de genade Gods, in de wereld verkeerd hebben?’ (2 Kor. 1:12). Hebt gij nog niet zeer te klagen dat gij zulk een verdraaid hart omdraagt? Ik mag hier wel uit aller naam antwoorden van ja! Maar, o vromen, laat ons dan ter meerdere reiniging en heiliging gedurig in onze binnenkamer aan Jezus’ voeten verkeren en met David bidden: ‘Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde’ (Ps. 119:80). B. Hun einde, hetwelk vrede zijn zal Tot hiertoe van de vroomheid en oprechtheid gesproken hebbende, zo zal onze tweede hoofdzaak zijn om te letten op het einde van deze vromen en oprechten, hetwelk vrede zal zijn. Het einde van die man of ook het einde van die vrouw, zal vrede zijn. Hun ganse leven en in
18
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 18
03-09-18 16:31
het bijzonder hun ganse leven en wandel in de weg der oprechtheid, is oorlog. Ja, oorlog zonder de minste stilstand van wapenen, maar hun einde is vrede. Maar zeg mij eens, waar moeten deze oprechte vrome mensen dan wel tegen oorlogen? Ik antwoord: Vooreerst, zij moeten te vuur en te zwaard staan tegen de duivel. Sinds zij vroom en oprecht geworden zijn, heeft de duivel bij uitstek een grote haat tegen hen gehad en heeft hen op duizenderlei wijze ten val zoeken te brengen. Maar hun Verlosser is sterk en blijft altijd voor hen de nauwste en almachtige zorg dragen. Was dat ook zo niet, zeker, de duivel zou dat zwakke volk de voet lichten en hen zodanig ten val brengen, dat zij in alle eeuwigheid niet weer konden opstaan. Nochtans, hoewel de duivel hen nimmer zal overwinnen, zo strijdt hij toch onvermoeibaar tegen hen en kan hij hen soms deerlijk bezeren. Ziedaar hun eerste vijand! De tweede vijand is die geveinsde wereld, die hen als des duivels medehelper gedurig aanvalt, fel bevecht en soms deerlijk benadeelt. Ziedaar hun tweede vijand! Wie is nu hun derde vijand? Het is dit onoprechte verdorven deel of dat oude hart vol krielende lusten en zondige begeerlijkheden. Het is die boze natuur die tot geen enkel kwaad te goed is. Het is die boze wortel der verdorvenheden, waar zij mee naar bed gaan en wederom mee opstaan. Die zij met zich omdragen bij de wereld en bij de vromen, op het werk en in de kerk, onder het lezen; ja, zelfs op de plaats van hun eenzaam gebed. En hoewel het waar is dat een mens niet tegelijk kan vooruit en achteruit zien, noch tegelijk de hemel en de aarde kan beschouwen, zo is het evenwel ook waar dat die boze natuur achteruit ziet als het vernieuwde deel het hoofd naar boven wil verheffen. Waaruit dan de zelfstrijd der zielen geboren wordt, die bij de dood eerst eindigen zal. Ziedaar, haar derde en ergste vijand! Hieruit begrijpt gij nu, inzonderheid gij die aan dit krijgsmansleven bevindelijke kennis hebt, dat het leven van een christen oorlog is. Maar onze tekst zegt: ‘Het einde van die man zal vrede zijn.’ Gelijk Jesaja daarvan schrijft: ‘Hij zal ingaan in den vrede; zij zullen rusten op hun slaapsteden, een iegelijk die in zijn oprechtheid gewandeld heeft,’ (Jes. 57:2). Dat wil zeggen, in de storeloze rust en zaligheid, op die plaats waar hij nooit meer zal behoeven te strijden. En waar zijn
19
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 19
03-09-18 16:31
geweten nimmermeer zal ontroerd worden door de overblijfselen van de zonde, maar waar hij eeuwige vrede en zalige vreugde genieten zal. O, dierbaar en overheerlijk zalig lot van deze vrome oprechte man. ‘Mijn ziel sterve den dood der oprechten!’ O kom, laat ons eens heel kort het einde van die man bezien! Laat ons met onze aandacht eens gaan staan voor het doodsbed van een verzekerd christen! Daar wordt hij ongesteld en hij gaat op het ziekbed liggen. Hier denkt hij: mijn strijd zal haast gestreden en mijn loop geëindigd zijn. Zijn steeds afnemende krachten zeggen hem aan dat zijn tijd slechts zeer kort zal zijn, hetwelk voor hem is als een goede tijding, uit een ver land. Ontbonden te worden en met Christus te zijn, dat acht hij toch het beste. De dood nadert zijn bedstede en daagt hem voor Gods oordeel. Hij is bereid. Hij heeft een onergerlijke consciëntie bewaard, beide voor God en mensen. Nochtans gedenkt hij nog aan tienduizenden van zonden, maar het Lam, Dat in het midden van de troon is, heeft die alle verzoend. De dood vertoont hem zijn grimmig gelaat. Doch hij, vol vertrouwen, licht en vreugde, vraagt aan de dood: Waar is uw prikkel? De tijd wil hem begeven. Geen nood, de nimmer eindigende eeuwigheid breekt voor hem door, als een blinkend morgenrood. Het tijdstip is er. Hij sterft. Hij legt zijn voeten samen en roept nog voor het laatst met de stervende Jakob: ‘Op Uw zaligheid wacht ik, o HEERE.’ Kom, Heere Jezus. Ja, kom haastelijk! De Heere is gekomen en heeft hem van zijn post afgelost. Terstond zijn de heilige engelen bij de hand, vliegen met de ziel tot ver boven de wolken en brengen die in de schoot van Abraham. De vrienden en huisgenoten zijn ontsteld en smelten in tranen. De rouwklagers gaan in de straten om. Het ontzielde lijk wordt in het stof gezet. De vrienden storten nogmaals tranen, maar hij over wie de tranen gestort worden, is reeds lang boven om Gode het eeuwige danklied toe te zingen en zijn kroon voor het geslachte Lam neer te werpen, hosanna, halleluja! ‘Mijn ziel sterve den dood der oprechten.’ C. De verplichting die wij omtrent deze mensen hebben waar te nemen, namelijk: ‘Let op hen, en zie naar hen.’ Onze derde en laatste hoofdzaak is om enige ogenblikken stil te staan bij de verplichting die wij omtrent deze zalige mensen hebben. Het is: ‘Let op den vrome, en zie naar den oprechte.’
20
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 20
03-09-18 16:31
Ten eerste. Wordt ons dan bevolen om op hen te letten. Wij moeten op hen letten. Niet met een kwaad oog, om hun gangen en wegen te bespieden, om het één of ander te ontdekken waarin zij te bestraffen zouden kunnen zijn, zoals dit de gewoonte is der goddelozen, die zichzelf en hun metgezellen de grofste zonden veroorloven en over de geringste misstap der vromen laag vallen, en luidruchtig schreeuwen. Maar wij moeten op hen letten met liefde en hoogachting en hen als zeldzame wonderen der genade Gods aanmerken. Wij hebben op hen te letten als dat heilige zaad hetwelk het steunsel is van het land (Jes. 6:13). Wij hebben op hen te letten als zijnde die uitverkorenen, om welker wil de dagen van verwoesting verkort worden (Matth. 24:22); om welker wil, als er slechts tien in Sodom geweest waren, die stad van gruwelen zou zijn gespaard geworden (Gen. 18:32). Ten tweede. Vermaant de dichter om op de vromen en oprechten te zien, namelijk ter navolging. Zo zeide Gideon tot zijn mannen, toen hij ze aanvoerde tot de strijd tegen de Midianieten: ‘Ziet naar mij, en doet alzo,’ (Richt. 7:17). In die zin vermaande ook Paulus de Filippenzen dat zij doen zouden hetgeen zij in hem gezien hadden (Filipp. 4:9). In die zin vermaande hij ook de Hebreeën dat zij zouden zien op Jezus (Hebr. 12:2). En onder Jezus ook op hun voorgangers die alreeds overleden waren, namelijk een gedenken aan hen en een navolgen van hun geloof, aanschouwende de uitkomst hunner wandeling (Hebr. 13:7). Wilt gij dan de dood des oprechten sterven? Dan moet gij zo op die vromen en oprechten zien, dat gij hun vroomheid en oprechtheid navolgt. En daartoe zal vooral vereist worden het zien op Jezus, met een arm bedelaars oog. Het roepen en zuchten tot Die over Sion gezalfde Koning met ernst en aanhoudendheid. Toepassing Let op de vromen, staat er in de tekst. Maar lieve vromen, zoudt gij het wel lijden kunnen als er eens in alles op u gelet werd? Kunt gij het wel lijden dat uw huisgenoten op uw handel en gedrag letten? Kunt gij wel nagezien worden? Jammer, droevig jammer is het, dat het voor ons menigmaal beter te pas zou komen als er gezegd werd: let niet op de vromen, en ziet niet naar de oprechten. Mag er wel op u gelet en naar u gezien worden, als gij menigmaal
21
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 21
03-09-18 16:31
zo oplopende en toornig zijt? Mag er wel op u gelet en naar u gezien worden als gij zo kijft en twist met uw huisgenoten en zo met scherpheid heerst over degenen waar God u over gesteld heeft? Mag er wel op u gelet en naar u gezien worden als gij uw huis net zo vol met afgoden hebt als de blinde wereld? Of als gij zo met de wereld lachen en spotten kunt? Mag er wel op u gelet en naar u gezien worden als gij menigmaal Gods dag zo ontheiligt door wereldse redenen? Of als gij op Gods dag net zo lang slaapt als de dode wereld, voor wie die dag nog nooit een zielsverlustiging geworden is? Of, als gij zelfs nog in de godsdienst zit te slapen? Mag er wel op u gelet en naar u gezien worden als gij u zo ophoudt met de aardse zorgen en bekommernissen? Of, als gij soms uzelf begeeft in de gezelschappen der ijdele en spottende wereldlingen? Ja, bij deze en meer andere gelegenheden zoudt gij wel te wensen hebben dat men maar niet op u lette. Doch evenwel zal de wereld het doen, hoewel niet naar de bedoeling der tekstwoorden. Het oog der wereldlingen zal veel scherper op u zien dan gij wel denkt en zij zullen blijde wezen als gij uzelf misdraagt. En daarom zijt op uw hoede en waakt met ootmoedige gebeden. En bid inzonderheid om de Geest des Heeren meer en meer tot uw Leidsman te hebben, opdat Die u in staat moge stellen om oprecht en vroom te zijn, godvrezende en wijkende van het kwaad. Nu, ik wens dat God deze woorden zegenen zal en ons tezamen genade zal geven om te wandelen voor Zijn aangezicht en oprecht te zijn. Driebergen, 24 februari 1848 en 26 augustus 1860 ***
22
Rijpe_tarwe_FLOOR_druk2_binnenwerk16x24_drukklaar.indd 22
03-09-18 16:31
JUBILEUM EDITIE OEFENINGEN Deel 3: Rijpe tarwe
Ter gelegenheid van de tweehonderdste geboortedag van de geliefde prediker Wulfert Floor worden 75 oefeningen (preken) in drie delen uitgebracht. Een prachtige jubileum editie die de eenvoudige, maar geestelijke rijke inhoud van deze teksten toegankelijk houdt voor de huidige generatie. Wulfert Floor was landbouwer en heeft als spreker vele godsdienstoefeningen geleid. In deze driedelige editie zijn alle oefeningen gebundeld die niet door hem zelf zijn ge publiceerd, maar later in een tweetal manuscripten werden gevonden. ‘Schriftuurlijk en bevindelijk. Voor een nadere kennisma king met deze eenvoudige landbouwer is dit boek zeker een aanrader.’ – Om Sions Wil ‘De oefeningen van Wulfert Floor worden breed gewaar deerd in de gereformeerde gezindte. Ze stralen eenvoud, afhankelijkheid, ootmoed, ernst en bewogenheid uit.’ – Gezinsgids
wulfert floor Rijpe tarwe
Wulfert Floor (1818-1876)
wulfert floor Rijpe tarwe
ISBN 978 90 435 3056 9 | NUR 707
g Rijpe tarwe omslag.indd Alle pagina's
30-08-18 13:18