Skip to main content

Wie ben jij, o liefde-Frans van der Lugt. ISBN 9789043529877

Page 1

fr a ns va n der lugt s.j.

Wie ben jij, o liefde ver z ameld werk van

pater frans


Wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 1 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


frans van der lugt s.j.

Wie ben jij, o liefde Verzameld werk van Pater Frans

KokBoekencentrum Uitgevers • Utrecht

Wie ben jij, o liefde 3 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Vertaler: Cilia ter Horst Ontwerp omslag: B’IJ Barbara Foto Frans van der Lugt: Hollandse Hoogte Lay-out binnenwerk: Elgraphic ISBN 978 90 435 2987 7 ISBN 978 90 435 29884 (ebook) NUR 700 www.kokboekencentrum.nl Vertaald uit het Arabisch met toestemming van uitgeverij Dar Elmachreq, Beirut, Libanon. © Frans van der Lugt, Min alfashal ila alnajah (Van falen naar slagen) – Beiroet, Dar al Machreq, 1991 © Frans van der Lugt, Alisgha wa alhubb (Liefde en luisteren) – Beiroet, Dar al Machreq, 1992 © Frans van der Lugt, Man anta ayyuha alhubb? (Wie ben jij, o liefde) – Beiroet, Dar al Machreq, 1996. © 2019 Nederlandse vertaling KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht Alle rechten voorbehouden. Uitgeverij KokBoekencentrum vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.

Wie ben jij, o liefde 4 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Inhoud

Voorwoord Van de vertaalster

9 17

I  van falen naar slagen

27

Inleiding Hoofdstuk 1  De maatschappelijke visie op slagen en falen en de invloed daarvan op het leven van kinderen Hoofdstuk 2  Het succes van Gods scheppende liefde in het leven van Christus op aarde Hoofdstuk 3  Van falen naar slagen in psychische gevallen Eerste geval: mislukking in de studie Tweede geval: mislukking in de liefde Derde geval: mislukking zoeken Epiloog

29

Wie ben jij, o liefde 5 | Elgraphic - Vlaardingen

31 36 54 54 59 63 69

31-01-19 13:57


II liefde en luisteren

71

Inleiding

73

deel 1  Luisteren naar het woord van de ander Inleiding op het eerste deel Hoofdstuk 1: Het luisteren op zich, de voorwaarden ervoor en de vruchten ervan Hoofdstuk 2: Complicaties van het luisteren in de relatie met de ander

77 77 77 85

deel 2  Luisteren naar het woord van God

93

Inleiding op het tweede deel Hoofdstuk 1: Een blik op de realiteit van onze gebeden Hoofdstuk 2: Het gebruik van het werkwoord ‘horen’ in het Nieuwe Testament Hoofdstuk 3: De betekenis van het werkwoord ‘horen’ in het Nieuwe Testament Hoofdstuk 4: De werkzaamheid van het woord van God in het hart van de luisteraar Hoofdstuk 5: Luisteren naar het woord van God Eerste punt: weigeren te luisteren Tweede punt: vruchteloos luisteren Derde punt: luisteren dat vruchten afwerpt Vierde punt: moeilijke onderwerpen om naar te luisteren Hoofdstuk 6: Christus als luisteraar

93 94

113 115

Tot slot

123

Wie ben jij, o liefde 6 | Elgraphic - Vlaardingen

96 98 101 104 104 106 112

31-01-19 13:57


III   wie ben jij, o liefde

127

Inleiding

129

deel 1  Valse liefde Hoofdstuk 1  Liefdesrelaties A) Eerste voorbeeld B) Tweede voorbeeld C) Derde voorbeeld D) Vierde voorbeeld Hoofdstuk 2  Ouder-kindrelaties A) De zich opofferende moeder B) De houding van de kinderen tegenover de zich opofferende moeder C) Waarom offert de moeder zich op? D) De vader Conclusie van het eerste deel

133

deel 2  De weg naar het Zelf Hoofdstuk 1  Bewustzijn van het bestaan van deze weg en het belang ervan Hoofdstuk 2  De voorwaarden voor de weg A) Het geloof in de creatieve schat in het hart van de mens B) Bewustzijn van de moeilijkheid van de weg: van de dood naar het leven C) Het belang van de begeleider

Wie ben jij, o liefde 7 | Elgraphic - Vlaardingen

135 135 140 142 147 151 151 159 163 169 176 179

181 184 185 189 195

31-01-19 13:57


D) Het belang van de afzondering, de stilte en het luisteren Hoofdstuk 3  De weg zelf Het verschijnen van de schat en het ontvangen ervan Slot

196 198 198 214

Levensloop pater Frans van der Lugt

217

Wie ben jij, o liefde 8 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Van de vertaalster

Frans sprak de taal van zijn naaste. In Syrië was dat het Syrisch dialect. Met zijn grote luistervermogen had hij zich de gewone taal van de gewone mensen eigen gemaakt. Hij was een man van het gesproken woord en het gesprek. Hij wilde dat wat hij te zeggen had echt aankwam bij de mensen. Daarom sprak hij vaak kort, maar altijd aandachtig aanwezig bij de diepere zowel als de praktische betekenis van zijn woorden. Hij sprak zijn woorden met nadruk uit en koos ze heel precies, maar stuk voor stuk uit een woordenschat die getuigde van zijn liefde voor eenvoud. Zijn stemgeluid klonk ongeremd krachtig, ongeremd liefdevol, opborrelend uit zijn kennis, liefde en missie. Zijn handen bewogen op natuurlijke wijze mee met de woorden die uit zijn mond kwamen, en het licht uit zijn ogen leek ter plekke zichtbaar te maken waarover hij sprak. Het was hem er steeds om te doen de mensen te laten inzien en ervaren dat Christus, God, de liefde en het Koninkrijk van God hier en nu in ons midden aanwezig zijn en dat het mogelijk is om van de vertaalster  |  17

Wie ben jij, o liefde 17 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


als mensen samen te leven ongeacht achtergrondverschillen. Daarbij had hij ruim oog voor de blokkades die mensen verhinderen om de ander en zichzelf te accepteren, veelal psychologische verwondingen die liefdevolle aandacht nodig hebben om te kunnen genezen. In 1991 en 1992 schreef hij hierover twee nummers voor de serie Opvoeding en ethiek van een in losse delen uitgegeven christelijke encyclopedie. Van falen naar slagen beschrijft hoe het aanvaarden en doorgeven van de goddelijke liefdesstroom de mens in staat stelt om steeds veerkrachtig te zijn. Liefde en luisteren legt uit hoe de mens verlost kan worden wanneer een medemens diep naar hem luistert of wanneer hij zelf diep naar het woord van God luistert. In 1996 volgde een los, iets langer boekje, Wie ben jij, o liefde, dat in feite gaat over zelfrealisatie, waar hij zowel vanuit de psychoanalyse als vanuit de zen ervaring mee had. De boekjes zijn in eenvoudige woorden geschreven, als zou hij u bij de koffie iets uitleggen (wat het vertalen niet per se makkelijk maakte). In Syrië bevat de schrijftaal, het Modern Standaard Arabisch, een deels andere woordenschat en een veel ingewikkeldere grammatica dan de spreektaal. De hier vertaalde werken bevatten echter veel spreektaal. Hiermee wendt de schrijver zich heel direct tot zijn lezers. Bovendien was het toen hij ze schreef al bijna dertig jaar geleden dat hij Arabische grammatica studeerde (tussen 1964 en 1968). Al die tijd had hij met mensen gewerkt – in gesprek. In de omgangstaal dus. Bij het vertalen is getracht niet alleen dit eenvoudige taalgebruik te volgen, maar ook recht te doen aan de stijl waarin Frans in het Nederlands schreef. Ook is wel eens van de letterlijke vertaling afgeweken omwille van de leesbaar18  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 18 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


heid. Hieronder worden enkele Arabische termen en vertaalkeuzes toegelicht. De j uit de transcriptie mag worden uitgesproken zoals de j in het Frans of zoals de j in het Engels; bij de dubbele j wordt de klank dubbel zo lang uitsgesproken. Tafajjara betekent gewoonlijk exploderen, uitbarsten. Met betrekking tot water betekent het echter stromen, uitstromen, opborrelen. In de inleiding van Van falen naar slagen wordt Johannes 4 vers 14 aangehaald, waarin Jezus tegen de Samaritaanse vrouw zegt dat het water dat hij de mensen geeft, in ieder die het ontvangt een bron wordt van water dat tot in eeuwig leven... De Arabische Jezuïetenbijbelvertaling waaruit Frans citeert kiest hier het genoemde werkwoord, klaarblijkelijk met de betekenis uitstromen, opborrelen. Maar deze tweede betekenis is niet zo bekend, dus de Syrische lezer denkt bij het lezen van de zin eerder aan een explosie van eeuwig leven. En dat doet denken aan het effect dat Frans op mensen had, namelijk dat mensen om hem heen zo intens tot leven kwamen. Op de wandeltochten die hij initieerde, en die na zijn dood zowel in Syrië als in Europa doorgang vinden, vindt men onder de deelnemers vaak een uitgelaten stemming en een uitbarsting van energie. Na eindeloos zware etappes komen ervaren deelnemers aan met trommels, de mensen beginnen te zingen en te dansen en lachen elkaar als het ware de hemel in. Andere plaatsen waar tafajjara in de teksten voorkomt, zijn: aan het kruis explodeert Gods liefde voor Christus; Gods hart ontploft voor de falende mens, evenals het hart van de barmhartige vader voor zijn teruggekeerde zoon; onder invloed van liefdevol luisteren zal het leven dat achter ons minderwaardigheidsgevoel aanwezig is exploderen, opborrelen. van de vertaalster  |  19

Wie ben jij, o liefde 19 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Masier is de naam voor de wandeltochten die Frans organiseerde. Het is afgeleid van sara, dat onder meer gaan, voortbewegen betekent. Masira is daar op dezelfde manier van afgeleid en is de aanduiding voor de Weg, de weg naar binnen, naar het zelf, beschreven in het tweede deel van het laatste boek. Frans’ visie was dat de mensen wanneer ze uitgeput raakten, hun maskers niet meer op konden houden waardoor hun ware zelf meer de ruimte kreeg. Zo droeg de wandelweg (masier) bij aan de weg naar het zelf (masira ila-aldhat). Met zijn aanwezigheid, zijn luisterende oor, zijn hartelijkheid, zijn aanmoedigingen om door te lopen en zijn diepere woorden voor wie hem vragen stelde, was Frans de mensen op beide wegen tot steun. Waar in de vertaling staat dat iemands hart ontploft, staat er in het Arabisch dat zijn ingewanden ontploffen, en waar het in 1 Joh. 3,17 in het Nederlands gaat over de (on)mogelijkheid om het hart te sluiten voor het lijden van een broeder, staat er ook in het Grieks waarin het Nieuwe Testament geschreven is zoveel als ingewanden/binnenste/darmen, met als symbolische betekenis affectie, genegenheid (in het Arabisch ahshaa en in het Grieks splanchna). Het geeft te denken waarom genegenheid in westerse talen hoger in het lichaam gelokaliseerd is, namelijk in het hart en niet in de buik. De Nederlandse cultuur lijkt het wenselijker te achten het buikgebied wat af te sluiten en het te associëren met ongunstige lusten. Frans leek meer de mening toegedaan dat hier de levenskracht huist en richtte in de eenvoudige yogalessen die hij gaf vaak de aandacht op de buik. Daarnaast leidde hij zen-oefeningen, dat hield in: (rechtop op een houten bankje) zitten, rustig ademhalen en stil zijn zonder verder iets te hoeven doen of denken. ‘De stilte doet het werk,’ 20  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 20 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


was zijn ervaring. Mensen zakten als vanzelf dieper in zichzelf. Hijzelf wekte de indruk dat zijn levenslust diep in zijn diepte ontsprong. Dit is hoorbaar in video-opnamen, zoals zijn boodschap op YouTube die op het laatst van zijn leven de wereld rondging en diepe indruk maakte op mensen die hem nooit ontmoet hadden. Een in de teksten veel voorkomend woord is ‘oeboer: oversteek, overstap of overgang (de ‘ staat voor een klank die ontstaat vanuit samengeknepen stembanden). In het christelijke paasfeest duidt dit woord op de oversteek van de dood naar het leven en in het joodse paasfeest op die van slavernij naar vrijheid. In de teksten van Frans gaat het over de overstap van sterven naar tot leven komen tijdens het leven. Het is tevens de overstap van zelfbedrog, waarbij het authentieke zelf als het ware voortdurend sterft, naar zelfacceptatie, waarin dit echte zelf tot leven komt. Verlossing van innerlijke slavernij en gevangenschap (zoals verslavingen, valse overtuigingen, liegen en gebrek aan liefdevolle aandacht) leidt naar een wedergeboorte in vrijheid en openheid. Frans maakt in de teksten duidelijk dat verlossing per definitie niet terugbetaald hoeft te worden, maar dat de verloste mens vanzelf ook verlosser wordt. Het begrip majani vormde voor dit thema een vertaaldilemma, omdat het letterlijk ‘gratis’ betekent en dit wat vreemd klinkt in combinatie met woorden als liefde, leven, luisteren en stilte. Meer voor de hand lag ‘onvoorwaardelijk, belangeloos, vrij’. Maar daar zijn stuk voor stuk andere Arabische woorden voor. Dichter bij het letterlijke woord ligt het wat in onbruik geraakte ‘gratuit’. Bezwaar daarvan was dat dit bekender is met de negatieve connotatie ‘willekeurig, van de vertaalster  |  21

Wie ben jij, o liefde 21 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


ongegrond, makkelijk gezegd’. Totdat ik Nicolaas Sintobin s.j. in een interviewopname het woord hoorde gebruiken op precies de hier gezochte wijze. In deze publicatie betekent gratuit dan ook ‘om niet, uit vrije beweging, zonder iets terug te verwachten’. Hiermee wordt het edele gebruik van de term in ere hersteld. Sommige termen worden in Nederland alleen in religieuze context gebruikt terwijl ze in Syrië veel algemener zijn. Een daarvan is rahma. Waar het over God of over Jezus gaat is dit letterlijk vertaald met ‘barmhartigheid’, maar waar het over relaties tussen vrienden gaat is gekozen voor het neutralere ‘mildheid’. Evenzo is insha’allah niet alleen vertaald met het letterlijke ‘als god het wil,’ maar ook met het in de context Nederlandse equivalent ‘hopelijk’. Voor de citaten uit de evangeliën is gekozen voor de vertaling van Ton Besterveld2, waarin – gezien het feit dat het Grieks geen beleefdheidsvorm kent – mensen elkaar met ‘je’ en ‘jij’ aanspreken, ook waar het Jezus betreft. Deze directheid van de taal, die in het Arabisch ook aanwezig is, past zowel bij Frans’ directe geloofsbeleving als bij de directe en nabije manier waarop de mensen om hem heen met hem omgingen. De gebruikte Arabische eigennamen zijn allerlei verschillende gewone namen die zowel bij moslims als bij christenen voorkomen en zijn ongewijzigd overgenomen uit de originele tekst. Dit maakt enerzijds zichtbaar dat de alledaagse beschrijvingen in Syrië gesitueerd zijn, hetgeen de bijzonderheid daarvan be2 Het Nieuwe Testament, vert. T. Besterveld (2016). Uitgave: De Christengemeenschap, Den Haag. 22  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 22 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


licht, en toont anderzijds hoe mensen met namen als Mezjd (glorie), Jamiel (mooi) of Jihad (inspanning) net als ieder ander mens voor algemeen menselijke psychische problemen gesteld worden, hetgeen wellicht een culturele kloof kan helpen overbruggen. In 2004 ontmoette ik Frans voor het eerst, tijdens mijn vijf maanden durende verblijf in Syrië. Ik bezocht zijn project en zijn klooster en nam deel aan zijn activiteiten, zoals de wandeltocht, het zen-weekend en de Ignatiaanse meditatie in de adventtijd. De ontmoeting was wederzijds vertrouwd, hij was net als mijn ouders geïnspireerd door pater Van Kilsdonk, die zijn godsdienstleraar was geweest op het Ignatiuscollege te Amsterdam. Hij was toen al veertig jaar weg uit Nederland en moest soms even nadenken om Nederlands te spreken, het kwam weleens voor dat hij me eerst in het Frans aansprak. Veel heb ik geleerd uit de vele korte gesprekken met hem in de jaren die volgden. Maar om zijn boodschap aan de Syriërs te begrijpen, om groepsgesprekken te kunnen volgen, om de teksten over zen en psychoanalyse die hij uitdeelde ter plekke te kunnen lezen (van Erich Fromm en D.T. Suzuki), moest ik mijn Arabisch verbeteren en de mensen om hem heen leren kennen. Vanaf het moment dat een vriendin de titel van zijn eigen boek noemde, Wie ben jij, o liefde, wilde ik het lezen. Het zou nog meer dan tien jaar duren voordat ik daaraan begon. De sinds lang gevreesde grote oorlog op Syrisch grondgebied was uitgebroken te midden van een revolutie die geen kans van slagen had, mensen waren op de vlucht geslagen, Frans was vermoord. Ik ontmoette onder de vluchtelingen in Europa mensen die Frans gevan de vertaalster  |  23

Wie ben jij, o liefde 23 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


kend hadden en zijn boodschap wilden doorgeven, onder meer middels wandeltochten in Europa. Een Syrische jonge vrouw wilde me helpen zijn boek te vertalen om het ook voor Nederlanders beschikbaar te maken, in de hoop dat het zou kunnen bijdragen aan verdraagzaamheid, begrip voor de ander en vreedzaam samenleven. Er bleken nog twee boekjes van zijn hand te zijn en we vonden uitgeverij KokBoekencentrum bereid om ze alle drie samen uit te geven. Dag na dag vertaalde Salam Mardini via Skype de woorden die ik niet kende naar de omgangstaal of naar het Engels of Nederlands. Zo leerden we elkaar en elkaars taal ook steeds beter kennen. We spraken veel over de inhoud en niet zelden legden we verbanden met onze dagelijkse levens. Dank, Salam, ook voor je toegewijdheid en voortdurende stimulans. In de tweede fase van het vertaalproces, het bijslijpen van de ruwe vertaling, heb ik van veel mensen hulp mogen ontvangen. Op willekeurige tijdstippen stuurde ik berichtjes naar Syrische vrienden die ik ontmoet had op de wandeltocht destijds in Syrië of onlangs in Europa, om verschillende antwoorden te ontvangen, dan weer drie woordenboeken te raadplegen en uiteindelijk een keuze te maken. Ik dank hiervoor in het bijzonder Hala Mohamed die alle grammaticale vragen wist te beantwoorden, Rita Bariche die me niet alleen op het boek attent maakte, maar ook het idee om het te vertalen van het begin af aan toejuichte en hier en daar belangrijke begrippen verduidelijkte, Nabil Georgeos die met interpreteren hielp, Sam al Khuri die achtergrondinformatie over enkele begrippen gaf, Bassam Sheer die een deel van de vertaling controleerde, Ben Schomakers voor de correctie van de Griekse woorden, laatstgenoemde en Michal 24  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 24 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


van Zelm alsmede Michiel ter Horst en Sophie Lambrechtsen voor hun redigeersuggesties bij stukken van de tekst en voor het delen van hun kennis over de kunst van het vertalen. Verder ben ik Désanne van Brederode dankbaar voor haar (wakkerschuddende) betrokkenheid, de Nederlandse en Vlaamse Jezuïeten voor hun financiële steun en Elsbeth Greven en Aart de Bonte van uitgeverij KokBoekencentrum voor de fijne samenwerking. Het was een grote vreugde om in dit hele vertaalproces de tekst stukje bij beetje te ontcijferen, te bespreken, me eigen te maken en zo de tijd te hebben om de inhoud op me in te laten werken. Ik raad de lezer dan ook aan om langzaam te lezen. Cilia ter Horst

van de vertaalster  |  25

Wie ben jij, o liefde 25 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


I

Van falen naar slagen

Wie ben jij, o liefde 27 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Inleiding

Ieder mens streeft naar een doel om te verwezenlijken. Soms slaagt hij, soms faalt hij. Meestal gaat hij door met streven naar steeds weer een nieuw doel. Maar als iemand bij een doel stopt, zoals de rijke die op zijn geld gaat zitten, betekent dit dat zijn doel, in dit geval zijn geld, iets absoluuts is geworden, terwijl het relatief is. Het is een afgod geworden die al zijn dynamisch streven naar andere horizonten in het leven verlamt. Als hij dit doel verliest, beschouwt hij zichzelf als mislukt, dood, en niet in staat om op een nieuw doel over te gaan. Dan zinkt hij weg in wanhoop. Wat is het dat de mens in staat stelt om te blijven reizen in het leven, van doel naar doel overstappend zonder zich met succes of mislukking bezig te houden? Het antwoord op deze vraag in de visie van het christelijk geloof is de scheppende, absolute, eeuwige kracht van Gods liefde. En naarmate de mens deze kracht aanvaardt, wordt hij zelf ook een bron van de goddelijke liefde. Jezus zei tegen de Samavan falen naar slagen  |  29

Wie ben jij, o liefde 29 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


ritaanse vrouw: ‘Het water dat ik je geef, wordt een bron van water dat [tot in] eeuwig leven opwelt’ (naar Joh. 4,14). Maar de mens kan de eeuwigheid van Gods liefde niet volledig leven. De verwerkelijking van deze liefde blijft voor de mens betrekkelijk. Daarom blijft de mens in een dynamische beweging in de hoop dat zijn aanvaarding van Gods liefde toeneemt en hij Gods zoon wordt, zoon van de Vaderlijke liefde dag na dag. Dus deze liefde is het die de mens de kracht geeft om te blijven streven naar Gods hart zonder stil te staan bij de mate van zijn mislukking of zijn succes, om anderen te helpen de oversteek te maken uit de gevangenis van de mislukking of het succes naar een nieuwe schepping. Dit boek bevat drie hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk behandelen we de visie van de maatschappij op succes en mislukking, en het effect daarvan op het leven van kinderen. In het tweede hoofdstuk zullen we zien hoe Christus volkomen slaagde in het aanvaarden van Gods liefde en het geven daarvan aan anderen, en hoe Hij de mensen met deze liefde verloste van mislukking en dood en hen liet opstaan van tussen de doden. In het derde hoofdstuk behandelen we een aantal psychologische casussen aan de hand waarvan we de oversteek zullen beleven van de mislukking naar het succes en het leven.

30  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 30 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


hoofdstuk 1

De maatschappelijke visie op slagen en falen en de invloed daarvan op het leven van kinderen

Wanneer beschouwt de maatschappij een mens als geslaagd en wanneer als mislukt? Noemt de maatschappij de vuilnisman een succesvol mens? Over het algemeen niet. Waarom niet? De vuilnisman kan gelukkig zijn in zijn leven, overtuigd van zijn waarde als mens, een liefdevolle vader of een liefhebbende echtgenoot, loyaal in zijn menselijke relaties, religieus, een man van God ... Maar uit maatschappelijk oogpunt is succes niet verbonden aan huiselijk, psychologisch of geestelijk geluk. De succesvolle mens heeft macht en geld. Hij heeft een hoge functie bereikt, hij onderscheidt zich in zijn werk en hij heeft kinderen voortgebracht, zoons met name. En zijn succes is niet compleet voordat hij zijn kinderen naar hoge functies heeft geleid. In zijn opvoeding benadrukt hij wetenschap, geld, macht en status. Als zijn kinderen falen, beschouwt hij zichzelf op een bepaalde manier als mislukt. Laat ons ter illustratie eens luisteren naar een gesprek tussen ‘Abu Khalil’ (een beroemde advocaat) en ‘Abu Kifah’. van falen naar slagen  |  31

Wie ben jij, o liefde 31 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


– Abu Kifah: Hallo Abu Khalil, ik heb je lang niet gezien, hoe gaat het met je? Hoe gaat het met Khalil, hoe gaat het met je vrouw en kinderen? God geve dat je oudste zoon Khalil medisch specialist is geworden met een Amerikaans diploma? – Abu Khalil: Nee, Abu Kifah, hij is geen arts geworden. – Abu Kifah: Of dat hij ingenieur is geworden, in Duitsland gespecialiseerd? – Abu Khalil: Was het maar zo, Abu Kifah! – Abu Kifah: Wat dan? – Abu Khalil: Wil je de waarheid, Abu Kifah? Hij is timmerman geworden. – Abu Kifah: Wat, timmerman? (Stilte. Dan:) Ehhh... wat maakt het uit... God behoede hem. Dag Abu Khalil. – Abu Khalil: Dag Abu Kifah.

De maatschappij ziet in de oudste zoon een verlengstuk van zijn vader, dus Khalil beeldhouwt (‘timmert’) als het ware het beeld van zijn vader, de beroemde advocaat, en haalt het omlaag voor het oog van de maatschappij. Abu Kifah zweeg toen hij het bericht hoorde, en hij verborg zijn reactie in stilte. Misschien voelde hij verdriet om Khalils falen en had hij medelijden met Abu Khalil, en zei hij tegen zichzelf: ‘arme Abu Khalil’. Misschien was hij juist blij vanwege zijn opgekropte haat tegen de verwaande Abu Khalil en dacht hij bij zichzelf: ‘ha ha, Abu Khalil keek altijd op ons neer en nu zit hij in de puree, net goed, hij verdient het.’ Je ziet dat hij zich na zijn stilte op een kunstmatige manier uit de pijnlijke situatie probeert te redden en zich snel terugtrekt. Aangezien het maatschappelijke succes van de ouders verbonden is met het succes van de kinderen, zien we soms dat het 32  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 32 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


slimme kind dat succes heeft in zijn studie meer geliefd wordt dan de lapzwans die de maatschappelijke positie van zijn ouders in twijfel trekt en daarom agressief behandeld wordt door zijn vader: ‘Ik wou dat ik je vader niet was ... was je maar net zo hardwerkend als je broer.’ De vader ziet niets dan mislukking in zijn zoon. Daarom wenst hij dat hij niet de vader was van deze zoon die zijn reputatie in de maatschappij bezoedelt. De vader geeft hier meer om zijn eigen maatschappelijke positie dan om zijn zoon en hij vergeet dat deze zoon kwaliteiten kan hebben op andere gebieden. De falende en de succesvolle student verkeren allebei in een moeilijke psychologische situatie. Degene met de hoge cijfers voelt dat hij belangrijk is vanwege zijn studievermogen, omdat zijn hoge cijfers het belang van zijn ouders dienen en ‘hun hoofd verheffen.’ Misschien brengen deze gevoelens in hem een angst om te falen tot stand, of een angst om door zijn ouders verwaarloosd te worden als hij faalt, of angst dat ze wraak op hem zullen nemen als hij ze zou teleurstellen: ‘Wij hadden onze hoop op jou gevestigd. Nu kijken alle buren naar ons. We houden niet meer van je. Je broers en zussen zijn ondanks hun luiheid beter dan jij. Zij geven ons tenminste geen hoop.’ De ouders geven hun zoon hiermee een gevoel van tekortkoming en schuld en zij plaatsen hem op de laagste rang. Bij de houdingen van de ouders tegenover hun succesvolle of falende kinderen vragen we ons af: waarom ontlenen de ouders hun waarde aan het succes van hun kinderen en aan de visie van de maatschappij? Hebben ze geen waarde op zichzelf? Waarom kunnen ze hun waarde niet voelen los van hun kinderen en de maatschappij? van falen naar slagen  |  33

Wie ben jij, o liefde 33 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Het opmerkelijke bij deze ouders is dat ze vaak uitzien naar diegenen in hun omgeving die van hen houden, hen hun rijkdom en hun waarde laten voelen en hen kunnen helpen om hun armoede te accepteren. Omdat ze geen voorgaand succes ervaren, vragen ze bewust of onbewust van hun zoon dat hij hun afgewezen falen compenseert met zijn begeerde succes om hun status te verhogen tegenover henzelf en de maatschappij. Zo wordt het de missie van de zoon om arts te worden voor zijn ouders en hun open gebleven wonden te verbinden. Als de zoon faalt, keren de ouders terug naar hun afgewezen wonden. En omdat zij deze terugkeer weigeren, weigeren ze ook hun falende zoon. Deze houding leidt er bij de zoon toe dat hij later zichzelf afwijst. Er zijn ook ouders die hun nederige situatie accepteren zoals die is en niet van hun kinderen vragen om hun maatschap­ pelijke niveau te verhogen, maar er genoegen mee nemen dat ze gelukkig zijn in hun leven. En er zijn ouders die een belangrijk maatschappelijk succes hebben behaald en geen succes van hun zoon nodig hebben om hun eigen succes voort te zetten. Deze ouders ontlenen hun waarde niet aan de blik van de maatschappij op hun zoon, en dientengevolge zijn ze geen slaaf van het succes van hun zoon. Indien nodig, kunnen zij hun zoon accepteren en van hem houden ondanks een mislukking en hem helpen om over deze mislukking heen te komen. Ter afsluiting van dit hoofdstuk kunnen we zeggen dat de zoon die wordt gebruikt om het belang van de ouders en de maatschappij te dienen, geen werkelijk succes kan bereiken en tegelijkertijd geen mislukking kan accepteren. Enerzijds ontspant hij dus niet in zijn succes, door zijn gevoel dat hij niet geliefd is om wie hij is, en anderzijds kan hij zijn mislukking niet te bo34  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 34 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


ven komen vanwege de negatieve houding van zijn ouders ten opzichte van hem. Het christelijke concept verschilt echter totaal van het maatschappelijke concept. We zullen nu de essentie van het christelijke concept bekijken. Daarna zullen we zien hoe het voor Christus, voor christenen en voor alle mensen die liefhebben mogelijk is om een mens die in de ogen van de maatschappij gefaald heeft, te helpen om zijn mislukking te boven te komen en zich weer open te stellen voor het leven.

van falen naar slagen  |  35

Wie ben jij, o liefde 35 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


hoofdstuk 2

Het succes van Gods scheppende liefde in het leven van Christus op aarde

Was Jezus succesvol in het leven? Zo ja, wat was dan de aard van zijn succes? Jezus had zich voor zijn leven tot doel gesteld dat hij de liefde van God totaal zou aanvaarden en dat hij alle mensen in deze goddelijke liefde zou plaatsen. Hij wilde bovendien dat de mensen deze liefde zouden aanvaarden zodat zij elkaar zouden kunnen liefhebben: ‘Zoals de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook ik jullie liefgehad. Blijf in mijn liefde! (...) Dit is mijn opdracht: dat jullie elkaar liefhebben, zoals ik jullie heb liefgehad’ (Joh. 15,9 en 12). De eerste vraag is: is Christus erin geslaagd de liefde van God te aanvaarden in zijn aardse leven? Jezus’ handelwijze als zoon van God ging uit van zijn goddelijke vader, en hij wilde niet leven dan door zijn vader: ‘Amen, amen, ik zeg jullie: De Zoon kan niets zelf doen, tenzij hij ziet wat de Vader doet; want wat Hij doet, dat doet ook de Zoon op dezelfde wijze’ (Joh. 5,19). De duivel heeft, net als veel mensen, geprobeerd om Christus ertoe te bewegen afstand te doen van zijn Vader, bij Hem weg te 36  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 36 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


gaan en voor het kwaad neer te knielen [met het voorhoofd tot op de grond]. Maar hij faalde ... ‘En opnieuw nam de duivel hem mee naar een zeer hoge berg en toonde hem alle rijken van de wereld in hun volle glans en zei tegen hem: Dit alles zal ik jou geven, als je voor mij knielt en mij aanbidt. Daarop sprak Jezus tot hem: Weg, satan! De schrift zegt: “De Heer, jouw God zul je aanbidden en alleen Hem vereren.”’ (Matt. 4,8-10). Zo bleef Jezus de ware zoon die zijn hele leven aanvaardde uit de hand van zijn Vader en hem daarvoor dankte: Lof zij u, liefhebbende Vader, u bent de bron van mijn leven, u bent de bron van mijn liefde. Christus werd op het einde van zijn leven geconfronteerd met een hevig gevecht tussen zijn eigen wil en Gods wil, maar hij bleef zich zelfs in deze worsteling overgeven aan de wil van zijn Vader: ‘Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze kelk aan mij voorbijgaan; maar niet zoals ik wil, maar zoals u wilt.’ (Matt. 26,39). En aan het kruis voelde Christus dat God hem verlaten had: ‘Mijn God, mijn God, waartoe hebt u mij verlaten?’ (Matt. 27,46). Maar ondanks dit gevoel verliet hij zijn vader niet. Hij bleef hem trouw tot het einde. Op het moment van zijn dood legde hij zijn leven in de handen van zijn Vader: ‘Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.’ (Luc. 23,46). We kunnen dus zeggen dat Christus succesvol was in zijn relatie met zijn Vader, want hij nam de liefde volledig van hem aan. De tweede vraag luidt: is Christus erin geslaagd om de liefde van God aan de mensheid te geven? Christus wilde Gods liefde in de harten van de mensen planten, maar zij verruilden haar vaak voor afgunst en haat. Christus zelf was niet teleurgesteld toen veel van zijn leerlingen zich terugtrokken na zijn gesprek over het brood des levens: ‘Daarop trokken velen van zijn leervan falen naar slagen  |  37

Wie ben jij, o liefde 37 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


lingen zich terug en gingen niet verder met hem mee. Toen zei Jezus tegen de twaalf: Willen jullie ook weggaan?’ (Joh. 6,66-67). Ook wordt niet vermeld dat Jezus teleurgesteld was toen zijn leerlingen ontsnapten na zijn arrestatie: ‘Toen verlieten alle leerlingen hem en vluchtten weg.’ (Matt. 26,56). Het kan zijn dat Christus wel teleurgesteld was in zijn leerlingen en dat hij de afgunst en de haat van de mensen jegens hem voelde. Maar dat zou nog niet betekenen dat hij gefaald heeft in het geven van Gods liefde aan de mensheid. Dit verzekert Johannes met zijn uitspraak: ‘Christus hield van de zijnen in de wereld en zijn liefde voor hen bereikte haar uiterste grenzen’ (naar Johannes 13,1).3 En Jezus sprak aan het kruis: ‘Het is volbracht.’ ‘Het’ betekent hier ‘Gods liefde in Christus,’ die niet faalde en niet stierf, maar groeide tot haar hoogste punt, tot het einde van haar weg. De mensheid wijst deze liefde misschien af, maar die afwijzing en haat geven Christus juist de gelegenheid om zijn liefde in al haar dimensies te tonen. Als antwoord op de haat van de mensen die hem kruisigen, onthult hij dat God niet alleen van de mens houdt wanneer die goed doet, maar dat hij hem liefheeft hoe hij ook is, omdat God enkel een bron van liefde kan zijn die zijn levend water aan alle mensen geeft. Dus zelfs tegenover zijn vijanden keert Gods liefde niet om in haat, maar blijft zij liefde, barmhartigheid en vergeving: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’ (Luc. 23,34). De haat is als het ware brandstof voor het vuur van de liefde. Christus was in zijn dood 3 Uit de Arabische tekst vertaald. In de vertaling van Besterveld luidt deze passage: ‘En de liefde waarmee hij de zijnen, die in de wereld waren, had liefgehad, betoonde hij hun totdat het doel bereikt was.’ 38  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 38 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


aan het kruis als een bloeiende tak die zijn zoete geur aan alle mensen gaf, zelfs aan diegenen die hem afsnoeiden. De zon van Gods liefde rijst het meest vanuit het kruis van Christus. Hij rijst naar de goeden om hen te verlichten en te verwarmen en hij rijst naar de slechten om ze uit te nodigen kinderen van God te worden: ‘Jullie hebben gehoord, dat gezegd is: “Je zult je naaste liefhebben en je vijand haten.” Maar ik zeg jullie: “Heb je vijanden lief en bid voor wie je vervolgen; zo worden jullie zonen van jullie Vader in de hemelen.” Want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en Hij laat het regenen over wie de goddelijke wet eerbiedeigen en over wie dat niet doen.’ (Matt. 5,43-45). God verliet Christus niet toen hij aan het kruis hing; zijn liefde explodeerde daar in al haar goddelijke kracht. Het kruis is dus het hoogtepunt van het succes van Gods liefde, en met deze liefde verlost God de mensheid en haalt hij haar uit de dood van de zonde en de mislukking. Sommige mensen geloven dat Christus de mensheid heeft verlost door zijn lijden. Maar zijn verlossende kracht kwam niet voort uit zijn lijden. Zijn verlossende kracht welde op uit zijn goddelijke liefde. Laat ons nu twee verhalen uit het evangelie van Lucas lezen om te zien hoe God de mens verlost met zijn liefde, ofwel hoe hij de mens de oversteek laat maken van mislukking en zonde naar een geslaagd en liefdevol leven.

van falen naar slagen  |  39

Wie ben jij, o liefde 39 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Lukas 19, 1-10

Zacheüs de tollenaar Hij kwam Jericho binnen en trok door de stad heen. Daar was een man, Zacheüs genaamd, een oppertollenaar, een rijk man. Hij probeerde te zien wie Jezus was maar door de menigte lukte het niet, omdat hij klein van gestalte was. Daarom liep hij vooruit en klom in een moerbeiboom om hem te kunnen zien, want hij moest daar voorbijkomen. Toen Jezus bij die plaats kwam, keek hij omhoog en zei tegen hem: Zacheüs, kom snel naar beneden, want vandaag moet ik in jouw huis te gast zijn. Hij kwam haastig naar beneden en ontving hem met vreugde. Allen die het zagen, morden en zeiden dat hij bij een zondaar naar binnen was gegaan om een maaltijd te gebruiken. Zacheüs kwam bij de Heer staan en zei: Weet je, Heer, de helft van mijn bezit geef ik aan de armen; en heb ik van iemand te veel genomen, dan betaal ik het viervoudig terug. Jezus zei tegen hem: vandaag is voor dit huis de redding gekomen; immers ook deze mens is een zoon van Abraham. Want de Mensenzoon is gekomen om te zoeken en te redden wat verloren was.

40  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 40 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Lukas 15, 11-31

Gelijkenis van de verloren zoon Daarna sprak hij: Een man had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: vader, geef mij het deel van het vermogen dat mij toekomt. Hij verdeelde het eigendom onder hen. Enkele dagen later pakte de jongste zoon alles bij elkaar en vertrok naar een ver land. Losbandig levend verkwistte hij daar zijn hele vermogen. Toen hij alles erdoor had gejaagd, ontstond er een grote hongersnood in dat land en hij begon gebrek te lijden. Hij ging in dienst van één van de burgers van dat land; die stuurde hem het veld op om varkens te hoeden. Graag zou hij zijn maag hebben gevuld met de schillen die de varkens aten, maar niemand gaf hem iets. Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: hoeveel arbeiders van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor jou; ik ben niet meer waard jouw zoon te worden genoemd; maak mij tot één van je arbeiders. En hij stond op en ging naar zijn vader. Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem en werd diep ontroerd; hij liep hem tegemoet, viel hem om de hals en kuste hem. De zoon zei tegen hem: vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor jou, ik ben niet meer waard jouw zoon te worden genoemd. Maar de vader zei tegen zijn knechten: haal snel het beste gewaad en trek het hem aan, geef hem een ring aan zijn hand en sandalen aan zijn voevan falen naar slagen  |  41

Wie ben jij, o liefde 41 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


ten en breng het gemeste kalf, slacht het en laten we eten en feestvieren; want mijn zoon was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden. En zij begonnen feest te vieren. Zijn oudste zoon was op het land. Toen hij nu terugkeerde en in de nabijheid van het huis kwam, hoorde hij muziek en dans en hij riep één van de jongste dienaren en vroeg hem wat dat betekende. Die zei tegen hem: je broer is gekomen en je vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond heeft teruggekregen. Hij was verontwaardigd en wilde niet naar binnen gaan. Zijn vader kwam naar buiten en nodigde hem uit, maar hij antwoordde zijn vader: al zoveel jaren dien ik jou en nooit heb ik je gebod overtreden; en mij heb je zelfs nooit een bokje gegeven, zodat ik met mijn vrienden feest had kunnen vieren; maar nu deze zoon van jou gekomen is, die zijn vermogen met liederlijke vrouwen erdoor heeft gejaagd, heb je voor hem het gemeste kalf geslacht. Hij zei tegen hem: Kind, je bent altijd bij mij en al het mijne is het jouwe; wij moeten feestvieren en ons verheugen, want je broer was dood en is levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.

42  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 42 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Zacheüs de hoofdtollenaar We beginnen met het verhaal van Zacheüs in Luc. 19,1-10. Zacheüs was als hoofdtollenaar verantwoordelijk voor het innen van de belastingen voor de Romeinen. Hij gebruikte de mensen en behandelde hen slecht. Enerzijds was hij een mislukkeling: de mensen meden hem omdat hij een zondaar was, vilein en niet geliefd. Anderzijds was hij succesvol: hij had status en geld. Zacheüs deed het onmogelijke om de Messias te zien te krijgen. Misschien had hij gehoord dat Jezus zich niet ver hield van zondaars en mislukkelingen, maar op hen toekwam en van hen hield. Zacheüs had sterk behoefte aan iemand die van hem hield. Daarom klom hij in een boom zodat hij Jezus kon zien. Jezus zag hem en noemde hem bij zijn naam. Hij zei tegen hem: vandaag moet ik in jouw huis verblijven. Zacheüs ontving Jezus vreugdevol. Jezus at met hem en sliep in zijn huis. Het evangelie zegt ons niet dat Jezus hem de les leest – ‘Zacheüs, dit gaat zo niet, als je je gedrag niet verbetert, kom ik niet meer bij je op bezoek’ – en ook niet dat hij hem verwijten maakt of advies geeft. Jezus liet Zacheüs voelen dat hij van hem hield zoals hij was. Christus’ liefhebbende blik drong door tot Zacheüs’ verborgen levensschat en ontdekte daarin Gods schoonheid. Zo deed hij hem voelen dat hij ook een zoon van God was, en zeer geliefd. De andere mensen namen een tegenovergestelde houding aan, zij zagen niets dan kwaad in hem en begonnen te mopperen op Jezus, zich afvragend hoe hij het huis van een zondaar binnen kon gaan en bij hem kon logeren. Zacheüs stond op en zei: ‘Weet je, Heer, de helft van mijn bezit geef ik aan de armen; en heb ik van iemand te veel genomen, dan bevan falen naar slagen  |  43

Wie ben jij, o liefde 43 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


taal ik het viervoudig terug.’ Zacheüs veranderde doordat hij Christus’ liefde voor hem langzamerhand ontdekte. Christus had hem gezien en hem bij zijn naam genoemd en was naar zijn huis gekomen zonder belang te hechten aan de mening van de mensen op straat. Misschien zei Zacheüs bij zichzelf: ‘houdt Jezus zóveel van mij? Hij kwam niet alleen naar mij toe, maar hij was bereid om alle mensen tegen zich in het harnas te jagen uit liefde voor mij.’ Zacheüs veranderde toen hij zich bewust werd van de omvang van Christus’ liefde voor hem. Hij veranderde van een tiran in een rechtvaardig man en van een gierigaard in een vrijgevig man. De vreugde ging zijn hart in en het geld ging zijn zakken uit, en met dat het geld zijn zakken verliet, verliet het kwaad zijn hart, enkel doordat de liefde erin was binnengedrongen. Zacheüs werd een nieuw mens. Jezus zei tegen hem: ‘Vandaag is dit huis verlost.’ Gods liefde heeft Zacheüs nieuw geschapen en hem van mislukking naar succes en van dood naar leven geleid. En deze liefde heeft hem uitgenodigd om de boodschap van Christus in deze wereld mede voort te zetten – de boodschap van de verlossing door middel van Gods scheppende liefde.

De barmhartige vader Laten we nu naar het tweede verhaal uit het evangelie van Lucas gaan. Daarin vinden we eveneens de verlossende liefde die uit Gods hart opwelt (Luc. 15,11-32): Aan het begin van de tekst vraagt de jongste zoon aan zijn vader het hem toekomende deel van zijn bezit, en de vader verdeelt zijn bezit tussen hem en zijn oudste broer. Na een paar dagen verzamelt de jongste zoon al 44  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 44 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


zijn geld en reist naar een ver land, waar hij zijn geld verspilt in een verkwistend leven. De zoon ging snel op reis (na een paar dagen) en hij was niet van plan om terug te keren (hij verzamelde alles). Lucas gebruikt het werkwoord ‘verzamelen’ drie keer in zijn evangelie: hier en in hoofdstuk 12,17-18. In hoofdstuk 12 beschrijft Lucas een rijke man die al zijn graan en bestaansmiddelen wil verzamelen in een grote voorraadschuur opdat hij er vele jaren van zal kunnen leven; hij voelt zich tevreden en hij geniet en hij eet en hij drinkt. Dan zegt God tegen hem: ‘Jij dwaas, in deze nacht zal je ziel van je worden opgeëist; wat helpen je dan al je schatten?’ En de tekst voegt eraan toe: ‘Zo gaat het met ieder die schatten voor zichzelf verzamelt en niet rijk is voor God.’ Net als deze rijke man denkt de jongste zoon waar we nu over lezen alleen aan zichzelf wanneer hij al zijn geld verzamelt. Hij wil niet rijk worden voor zijn vader; hij wil een onafhankelijk leven lijden, alsof hij indirect tegen zijn vader zegt: alles wat van mij is, is niet van jou. Terwijl de vader later tegen zijn oudste zoon zegt: alles wat van mij is, is van jou. De jongste zoon wil graag zelf de bron van zijn leven zijn, dus hij ontvlucht zijn vader en zijn oudere broer, alsof hij tot op zekere hoogte zijn vader doodt als bron van zijn bestaan en ver afreist om te doen en te laten waar hij zin in heeft. Hij vindt blijkbaar dat hij niet onafhankelijk en naar zijn eigen wil kan leven als hij niet ver weg van zijn vader is, hij denkt dat zijn vader hem thuis zal verbieden zijn vrijheid te gebruiken of hem zou straffen als hij zijn vrijheid zou benutten. Zijn vader behandelt hem in zijn ogen alleen goed zolang hij hem gehoorzaamt, dus de vader verandert in zijn ogen in een strenge, zich wrekende heerser. van falen naar slagen  |  45

Wie ben jij, o liefde 45 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


De zoon leeft ver van de vader een losbandig leven ... Hij verkwist al zijn geld totdat hij honger begint te lijden en wordt genoodzaakt om bij een varkenshoeder te gaan werken. Hij heeft dus gefaald. In plaats van te doen waar hij zin in heeft, doet hij het werk dat hij het meest haat: varkens hoeden. Deze totale mislukking stuurt hem opnieuw op reis. Dit keer niet naar een ver land en niet naar een nieuwe werkgever, maar naar een land heel dichtbij, naar zichzelf. Hij kwam tot zichzelf en zei: ‘Hoeveel arbeiders van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik kom hier om van de honger. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor jou; ik ben niet meer waard jouw zoon te worden genoemd; maak mij tot één van je arbeiders.’ (Luc. 15,17-19). Uit deze woorden concluderen we dat de zoon in zichzelf heeft gezegd: ‘Mijn vader heeft het recht om wraak op mij te nemen en mij te straffen, misschien zal hij mij doden als zoon nadat ik hem als vader heb gedood, of misschien accepteert hij mij als arbeidskracht.’ Hoe is de houding van de vader tegenover de zoon wanneer die naar hem terugkeert, moe en gebroken? De vader zou zijn ontvangst kunnen weigeren: ‘Kom je naar me terug om je buik te vullen ...? Je hebt het te bont gemaakt. Je bent ver weggegaan, dus blijf daar maar.’ Hij zou ook kunnen zijn als de priester in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan, die de gewonde ziet en zijn weg vervolgt: ‘toen hij hem zag, week hij uit naar de overkant en ging voorbij’ (Luc. 10,31). En hij zou de pijn van zijn zoon kunnen zien om vervolgens zijn hart te sluiten: ‘Wie kan bezit hebben in de wereld en zijn broeder gebrek zien lij46  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 46 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


den en toch zijn hart4 voor hem afsluiten?’ (1 Joh. 3,17). In deze gelijkenis ontdekken we dat de houding van de vader ten opzichte van zijn zoon doordrenkt is van Gods naastenliefde: de vader wachtte op de terugkeer van zijn zoon en bleef dichtbij hem ook al was deze ver van hem weggegaan. Hij liet zijn zoon de totale vrijheid om hem te verlaten en om te mislukken. Zijn liefhebbende blik bleef hem volgen in zijn ellendige afzondering. ‘Toen hij nog ver weg was, zag zijn vader hem’ (Luc. 15,20). Wat zou de vader in zijn zoon zien? Hij ziet in zijn zoon geen mislukking, hij raakt niet teleurgesteld omdat zijn zoon zijn dromen niet waargemaakt heeft. Ook ziet hij het niet als zijn eigen fout, hij beoordeelt hem niet, hij straft hem niet en hij vraagt geen verontschuldigingen. Hij ziet in zijn zoon evenmin de belediging die deze hem heeft aangedaan, hij voelt zich niet in zijn waardigheid geschonden. De vader die liefde ervaart maakt zich geen zorgen om zijn waardigheid, maar wordt gekenmerkt door een continu uit zijn liefhebbende zelf naar buiten gaande beweging; hij komt bij de ander binnen en beseft wat er in diens hart is aan pijn en wonden. De vader ziet in zijn zoon geen verwonder, maar een gewonde; hij is getroffen door de wonden van zijn zoon en hij probeert ze te behandelen met zijn liefde en zijn barmhartigheid. Daarnaast ziet hij in zijn zoon de dood die het gevolg is van het falen en fouten maken: ‘mijn zoon was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.’ (Vergelijk vers 17: en ik verga hier van 4 Gr: τὰσπλάγχνα: ingewanden of organen, verbonden met de emoties. In het Arabisch en in het Grieks staat er: zijn ingewanden sluiten. Zie ook het woord vooraf van de vertaalster. van falen naar slagen  |  47

Wie ben jij, o liefde 47 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


de honger). Tegenover deze dood sluit het hart van de vader zich niet, in tegendeel, het ontploft en er vloeit tederheid en barmhartigheid uit naar zijn hele lichaam en wezen: naar zijn benen (hij snelde op hem toe), naar zijn ziel (hij viel hem om de hals) en naar zijn lippen (hij kuste hem hartelijk). De vader dompelt zijn zoon onder in zijn tederheid en hij wil dit koude vieze lichaam schoonmaken met de warmte van zijn liefde en zijn zuiverheid. De vader ontvangt zijn gestorven zoon in de baarmoeder van zijn barmhartigheid en laat hem opnieuw geboren worden. We getuigen hier van het geheim van de nieuwe geboorte dat tegelijkertijd het geheim van de opstanding is: de met liefde en leven gevulde vader wekt zijn gestorven zoon tot leven en hij laat hem geenszins zeggen: ‘maak mij tot één van je arbeiders.’ Hij praat niet tegen zijn zoon, maar hij laat hem door zijn gesprek met de dienaren indirect begrijpen dat zijn zoon zijn zoon blijft in alle betekenissen van het woord: ‘omdat deze zoon van mij dood was en weer tot leven is gekomen.’ De zoon verliet zijn vader snel om zich te verlossen van diens macht, terwijl de vader zich bij de terugkeer van zijn zoon haastte (haast jullie!) om hem zijn waarde als zoon te laten voelen. We bemerken dat de vader er zelfs niet aan denkt om zijn zoon te vergeven, hij ziet in hem geen zondaar die hem heeft beledigd, maar een gestorvene, verlorene. Hij ziet zijn zoon niet in verhouding tot zichzelf als vader, maar hij ziet hem op zichzelf. Hij is blij omdat zijn zoon dood was en leeft, verloren was en gevonden is, en hij nodigt iedereen uit om in deze vreugde te delen. Tegenover deze liefdevolle vaderlijke ontvangst kan de zoon niet anders dan zich realiseren hoezeer hij gefaald heeft, niet alleen in zijn streven naar onafhankelijkheid ten opzichte van 48  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 48 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


zijn vader, maar ook in zijn gebrek aan begrip voor zijn vaders hart. Hij dacht dat zijn vader beperkend was voor zijn vrijheid, straffend en wrekend, en hij trof hem precies andersom aan. Zijn vader gaf hem zelfs niet de ruimte om zijn mislukking te betreuren, maar gaf hem meteen nieuwe waarde en liet hem met zijn onvoorwaardelijke liefde voelen hoe blij hij was. De zoon heeft het huis verlaten om ver weg van het leven te genieten, denkend dat zijn vader niet van feesten houdt, en bij zijn thuiskomst geeft de vader het meest fantastische feest voor hem als uitdrukking van zijn vreugde over zijn terugkeer. Nadat we de relatie van de jongste zoon met zijn vader hebben uitgediept, richten we ons nu op de relatie van de oudste zoon met zijn vader en zijn broer en op de relatie van de vader met zijn oudste zoon. De oudste zoon kijkt naar zijn vader als naar een werkgever die opdrachten geeft en toestemming verleent, en die zich een zoon wenst als dienaar die opdrachten uitvoert: ‘Al zoveel jaren dien ik jou en nooit heb ik je gebod overtreden; en mij heb je zelfs nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te kunnen vieren’ (Luc. 15,29). Deze zoon denkt als volgt: ik moet mijn vader gehoorzamen zodat hij mij goed behandelt en me er iets voor teruggeeft. Zijn relatie met zijn vader is dus opportunistisch. Niets is gratis in het leven van de oudste zoon, er is geen vrijheid en geen vreugde. Hij is een handelaar zonder avonturiersgeest, hij weet niet hoe hij zichzelf moet vermaken. Hij wacht op toestemming van zijn vader om zich te vermaken zonder zijn vader van dit wachten op de hoogte te stellen. Hij vraagt niks van zijn vader en hij laat het aan zijn vader over om zijn verlangen te ontdekken. Hij werkt lange saaie jaren in van falen naar slagen  |  49

Wie ben jij, o liefde 49 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


dienst van zijn vader. Zijn vader geeft hem geen bokje om met zijn vrienden van te genieten en hij voelt zich bovendien verongelijkt en kansarm. Deze gevoelens kweken agressie in hem tegen zijn vader: ik gehoorzaam je en werk altijd voor jou zonder iets van je terug te krijgen. Hij beschuldigt zijn vader van het feit dat hij hem niks heeft gegeven (je hebt me geen enkele bok gegeven), hij vindt het een ondragelijk onrecht. Daardoor voelt hij agressie jegens zijn vader die hij niet durft te uiten. En op het moment dat zijn jongste broer terugkeert, exploderen deze gevoelens bij hem. Zijn woede richt zich als eerste op zijn vader omdat die zijn broer met wijde armen ontvangt: ‘waarom behandel je mijn broer, die jou heeft misbruikt, goed, en behandel je mij, die jou heeft gehoorzaamd, slecht? Hoe kun je meer van mijn broer houden dan van mij terwijl ik degene ben die jouw liefde verdient?’ De oudste zoon benijdt zijn broer om de liefde van hun vader en hij voelt zich afgewezen. De terugkeer van de jongste zoon heeft tederheid in het hart van de vader gewekt, maar jaloezie en woede in het hart van de oudste zoon. Misschien is deze gelegenheid de eerste keer dat de oudste zoon zijn gevoelens uit. We kunnen uit zijn woorden concluderen dat hij zichzelf als voorbeeldig en geslaagd ziet, terwijl hij zijn vader vindt falen in diens relatie met zijn zoons. Hij ziet in zijn jongere broer enkel mislukking en slechtheid, dus hij weigert hem als broer en beschouwt hem als een zoon van een slechte vader: ‘maar nu deze zoon van jou gekomen is...’ In werkelijkheid is de oudste zoon degene die faalt, in zijn relatie met zichzelf, en met zijn broer en met zijn vader. Hij doet zijn vader en zijn broer onrecht aan en niet andersom. De oudste zoon is versmolten met een ideaalbeeld van zichzelf: ge50  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 50 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


hoorzaam, dienend. Alle slechte eigenschappen heeft hij onderdrukt in zijn onderbewustzijn. En zoals hij zichzelf veracht zodra hij afstand neemt van zijn idealisme, veracht hij iedereen die zich afzijdig houdt van dit idealisme. Hij zegt over zijn broer: ‘die jouw vermogen heeft opgegeten met de hoeren.’ In werkelijkheid wist hij niet wat zijn broer had gedaan, want alles wat de dienaar hem had gezegd, was: ‘jouw vader heeft hem gezond teruggevonden.’ Hij fantaseert dus dat zijn broer zich slecht heeft gedragen. Wat zou de bron van deze fantasieën van de oudste broer zijn? Wellicht verlangt hij er onbewust naar om prostituees te bezoeken, maar heeft hij dit verlangen onderdrukt en het op zijn broer geprojecteerd. Dan is hij zich niet bewust van zijn seksuele verlangens en weigert hij zichzelf te zien in het beeld dat hij op zijn broer legt. Van zijn vader heeft de oudste zoon een al even verwrongen beeld. Zoals hij zijn onbewuste deel projecteert op zijn broer, projecteert hij tot op zekere hoogte zijn bewuste deel op zijn vader, die zijn relatie met de ander net zoals hij moet leven, vindt hij: voorwaardelijk, zonder gratuïteit. Hij is berekenend in zijn relatie en hij stelt voorwaarden: ‘ik hou van jou en geef jou iets op voorwaarde dat jij mij iets teruggeeft.’ De ander moet, in zijn optiek, het geven verdienen. Maar de vader is niet zo. De vader houdt niet van de oudste zoon omdat deze perfect is of omdat hij een actieve werker is. Sterker nog, hij kan niet houden van iemand die probeert om perfect te zijn, zoals hij niets van zichzelf kan geven aan iemand die probeert om dit geven te verdienen door te versmelten met een ideaalbeeld. De vader kan niet in een opportunistische relatie geraken omdat zijn gevan falen naar slagen  |  51

Wie ben jij, o liefde 51 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


ven onvoorwaardelijk is, gratuit. Zijn kinderen krijgen van hem zonder wederdienst: ‘alles wat van mij is, is van jou.’ Met andere woorden, de oudste zoon heeft net als de jongste zoon gefaald in het begrijpen van zijn vader. Wat is de houding van de vader ten opzichte van het falen van de oudste zoon? Aanvankelijk, wanneer de oudste zoon weigert het huis binnen te gaan, gaat de vader naar buiten en vraagt hij zijn zoon om binnen te komen. De vader ziet geen kwaad in het hart van de zoon, maar zijn hart explodeert, net zoals in de situatie van de jongste zoon, omdat hij zich realiseert hoezeer zijn zoon gekweld wordt door jaloezie en hoezeer hij zich onthoudt van de warmte van het leven. Hij stopt niet bij de agressie van zijn zoon en hij maakt hem geen verwijten over zijn houding, die getuigt van minachting, jaloezie, huichelarij, onderdrukking en onrecht, maar hij probeert hem te begrijpen op tedere toon: ‘mijn zoon’. De zoon kent zijn vader niet en daardoor voelt hij onrecht. Als hij zijn vader begrepen had, had hij beseft dat alles wat van de vader was, ook van hem was, en dat hij alles van hem kon nemen, niet alleen de bok en het vette kalf. De vader wil niet dat zijn oudste zoon zich onrechtvaardig behandeld voelt, hij wil dat hij zijn houding tegenover zijn jongere broer verandert en naar hem kijkt met de blik van zijn vader en hem accepteert als broer: ‘want je broer was dood en kwam weer tot leven.’ De vader vraagt van zijn zoon om niet uit jaloezie te handelen, om niet het kwaad in zijn vader en zijn broer te zien en om niet over hen te oordelen, maar de liefde van zijn vader voor hem te ontdekken en het leven naar zijn broer terug te zien keren nadat hij dood was, en daar blij om te zijn. Lucas zegt ons aan het einde van deze tekst niet of de oudste zoon terugkeerde en 52  |  wie ben jij, o liefde

Wie ben jij, o liefde 52 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


deelnam op het feest, maar gezien het feit dat hij lijkt op de farizeeërs uit Lucas 15,1-3 kunnen we aannemen dat hij niet met de familieleden deelde in hun vreugde. De oudste broer heeft misschien geweigerd om het falen en het sterven in zijn leven te zien en is daardoor niet in staat om opnieuw geboren te worden in de baarmoeder van de liefhebbende vader.

van falen naar slagen  |  53

Wie ben jij, o liefde 53 | Elgraphic - Vlaardingen

31-01-19 13:57


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Wie ben jij, o liefde-Frans van der Lugt. ISBN 9789043529877 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu