Skip to main content

Jan Taeke Bakker (1924-2012) - Akke van der Kooi | Gerard den Hertog | Gerrit Neven.9789043526081

Page 1

Op 11 april 2014 stond Bakkers theologie centraal op een studiedag in Groningen waaraan collega’s en oud-leerlingen medewerking gaven. Deze bundel bevat de bijdragen aan deze bijeenkomst alsmede enkele karakteristieke publicaties van Bakker zelf.

Dit boek wil een eerste poging zijn het profiel van deze unieke theoloog te schetsen.

Akke van der Kooi | Gerard den Hertog | Gerrit Neven (red.)

Leidende vraag is hoe Bakker vorm gaf aan theologische vernieuwing in een periode van maatschappelijke en kerkelijke verandering. Wat waren zijn drijfveren en wat voor theologie paste daarbij? En wat is daarvan de actuele betekenis?

Jan Tæke Bakker (1924-2012)

Jan Tæke Bakker (1924-2012) was ruim dertig jaar – van 1957 tot 1988 – hoogleraar in Kampen, eerst in de praktische theologie en daarna in de dogmatiek. Hij ontwikkelde zich er tot een inspirerende leermeester, met een intense aandacht voor wat zich voltrekt in samenleving en cultuur.

Jan Tæke Bakker (1924-2012) Leermeester in de theologie

9 789043 526081

Bakker def.indd 1-3

Akke van der Kooi | Gerard den Hertog | Gerrit Neven (red.)

15-06-15 16:26


Jan Taeke Bakker (1924-2012)

Leermeester in de theologie

Akke van der Kooi – Gerard den Hertog – Gerrit Neven (red.)

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 3

15-06-15 15:20


© 2015 Uitgeverij Kok – Utrecht www.kok.nl Omslagontwerp Geert de Koning Foto omslag: PThU Foto-archief, foto Piet Ashouwer ISBN 978 90 435 2608 1 NUR 700 Alle rechten voorbehouden.

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 4

15-06-15 15:20


Jan Taeke Bakker: Fries theoloog in Kampen

Gerrit Neven

I

Een kwart eeuw theologie

Het gaat om mensen In dit verhaal werk ik toe naar een profiel van de theoloog Jan Taeke Bakker. Daartoe baseer ik me op zijn vele bijdragen door de jaren heen in met name het Gereformeerd Weekblad, dat een bijdrage wilde zijn aan de ‘opbouw van het Gereformeerde leven’.1 Ik schat dat er in het oeuvre van Jan Taeke Bakker op een enkel boek en een dertigtal theologische etudes na ruim 700 artikelen in allerlei kerkelijke bladen zijn die zich bezig houden met gereformeerde religie. Hierin beschrijft Bakker de mentaliteit en de structuurvormen die bepalend zijn voor deze geloofsvorm. Ze beschrijven deze geloofsvorm in een periode, die we als een van de belangrijkste van de eeuw zijn gaan zien. Het is de naoorlogse geschiedenis in haar fase van opbouw, van roering – ik denk aan de jaren zestig – en de teleurstelling erna. Wie in de geschiedenis van de vorige eeuw is geinteresseerd hoeft zich bij het doornemen van deze lectuur absoluut niet te vervelen. Hij zal in Bakkers werk alle grote thema’s van de eeuw tegenkomen. Alle grote thema’s van de eeuw zijn bij Bakker te vinden Ik noem het maar even op: het oorlogsvraagstuk, dus ‘nooit meer oorlog’, maar tot welke prijs? Het grote oecumenische vraagstuk: kerken wereldwijd bijeen in de Wereldraad van kerken. Dan in de katholieke wereld de vernieuwingsbeweging – het Aggiornamento –, die al veel eerder begon maar nu vorm krijgt in het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965). Ook hier: vernieuwing gevolgd door een conservatieve reactie. In toenemende mate komt in de artikelen van Bakker verder 1.

Het betreft bij elkaar zeker 600 artikelen, die onderling weer heel verschillend zijn.

23

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 23

15-06-15 15:20


de verhouding van de kerk tot het Jodendom aan de orde. Ten aanzien van de Jodenmoord is er is ook in de auteur Jan Taeke Bakker – zo blijkt uit zijn eigen herinneringen – nog veel onverwerkt. Hier ligt zijns inziens nog altijd een schuld, die aan christenen in Nederland om verantwoording vraagt. Dan is er de opstand in Algerije tegen het Franse koloniale bewind, die zeer wreed wordt neergeslagen. Verder is er veel aandacht voor Zuid-Afrika en het racisme aldaar. En niet te vergeten: de tot mislukken gedoemde oorlog in Vietnam! Ook de situatie in arme landen, de honger, de kindersterfte, het wordt indringend beschreven. In meditatief werk denkt Bakker intensief er over na welke gevolgen deze wereldsituatie voor een westers christen heeft. Hij zelf is al vanaf begin jaren zestig betrokken bij de uitbouw van de diaconale taken van de kerk. Het werelddiaconaat wordt één van zijn aandachtsgebieden. Hij levert indringende analyses van onderdrukkingsmechanismen, bijvoorbeeld in de arbeidssituatie van migranten in Latijns Amerika, die nog altijd verrassend actueel aandoen. Bakker is dan zelf weliswaar geen econoom, maar hij weet altijd wel de goede documenten of het goede boek te vinden. Zijn kracht is dat zijn beschrijvingen nooit abstract zijn. Mensen in beeld, die aan onze blik ontgaan Bakker brengt – en dat is zijn métier als theoloog – mensen in beeld die onder structuren van onrecht lijden, maar die tegelijk aan onze blik ontgaan. In zijn kritische analyse komen dus steeds de mensen in beeld om wie het gaat. Bakker speelt dit klaar door de beschrijving van een situatie steeds in een verhalende setting te plaatsen. De mentaliteit van de theoloog Bakker schrijft natuurlijk ook over de mentaliteit van de theoloog. Daarin is één punt dat hem bijzonder steekt: het spreken over de dood van God en in het verlengde daarvan over het einde van de mens, die sterft doordat hij geen God meer heeft die hem bergen kan. Voor Bakker is een dergelijke manier van spreken geen begaanbare weg. Het gaat toch altijd om mensen met een naam, een gezicht. Dat blijft gelden, ook als mensen gaan denken dat God weg is. Nog heel laat in de eeuw – we zijn dan al in de jaren negentig – klaagt hij over de mist waarin ‘wij theologen’ tegenwoordig verkeren. Hierdoor wordt hij al vanaf de jaren zestig geplaagd. Hij doet een uiterste poging taal voor God terug te vinden. Daarvoor ging hij steevast uit van 24

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 24

15-06-15 15:20


verhalen uit de Schrift, die hij meer en meer met joodse ogen ging lezen. Ik kom daarop terug. Ook daar geldt: de mensen zien om wie het in het verhaal draait. Je kunt vragen: hoe kwam Bakker, afkomstig uit een degelijk gereformeerd nest, en gestempeld door de eigen gereformeerd antirevolutionaire zuil – zo bij de tijd? En de Theologische Hogeschool in Kampen waaraan hij doceerde, stond toch ook in een uithoek? Dat kan zo zijn, maar aan zijn artikelen is daarvan niet zo veel te merken. De eeuw komt volop aan de orde. Ook op de colleges hadden de studenten bij hem wat dat betreft niet te klagen. Hij stelde de vragen van de eeuw, en zij kregen de volle laag.2 In het kleinsteedse Kampen confronteerde hij de aanstaande predikanten met het moderne wereldbeeld en met de gevolgen die dat heeft voor het denken over geloof en kerk. Ik wil het werk van déze Jan Taeke Bakker nader bezien. Ik beperk me tot een kwart eeuw: de jaren van 1957 tot 1982. Het zijn precies de jaren waarin hij actief was als auteur in het Gereformeerd Weekblad. Hierin bleef hij schrijven, tot de opheffing van dit blad in 1982. Zijn stukken, eerst in de rubriek Uit de pers en later in Van week tot week bestaan veelal uit korte indringende impressies. De gedachten die hij heeft worden niet ellenlang uitgesponnen. Zijn wapens: zijn humor, ironie, overdrijving soms, en vooral scherpe, soms bijtend scherpe analyse. Korte gedachteflitsen, daar voelde hij zich goed bij. Toen hij dogmaticus werd bleef dat zo. Ook zijn inzichten in het christelijk geloof krijgen vorm in zulke kritische gedachten. Dat zijn gedachten, waarin kritisch onderscheidingen worden gemaakt (goed en kwaad, God en mens), of waarin verkeerde tegenstellingen worden ontrafeld (zoals horizontaal tegenover verticaal). Maar als een grap in één keer een probleem helder kan maken, dan heeft dat zijn voorkeur. Later wordt Bakker, zoals zoveel anderen, christenen zowel als niet-christenen, geplaagd door de vraag of er wel vooruitgang is in onze cultuur. Of zijn wij bezig de hoop op een andere wereld van minder onrecht en van minder oorlog te verliezen? Deze vraag stelt hij nog aan het einde van deze periode in 1981. Naar aanleiding van een lezing van de Jodin Lea Dasberg schrijft hij over de ogen van het kind. Hij voelt 2.

Misschien maakte Bakker meer los dan hij zelf op dat moment besefte. Studenten kwamen tot inzichten die dan voor hem weer te ver gingen. Hij begreep het wel, maar ging niet mee.

25

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 25

15-06-15 15:20


dat onze moedeloosheid de hoop verteert, en dat wij dat ook in de opvoeding uitstralen. Daartegen komt hij dan als theoloog in opstand. Onze moedeloosheid mag het kind dat zo verwachtingsvol de wereld inkijkt niet in de weg staan. Bakker is hierdoor dan bijzonder geraakt en schrijft erover als was hij dat kind zelf.3 Dat en nog veel meer kom je bij het lezen van Bakker tegen. II Profiel Hieronder volg ik Jan Bakker. Zijn denken over God, zijn vorming, zijn eerste grote studie, zijn theologie, zijn Bijbeluitleg… Ik verwacht dat er dan vanzelf een soort van profiel gaat ontstaan. Besef van God Om te beginnen een moment uit zijn leven dat voor Bakker heel belangrijk is geweest. Hij schrijft erover in een meditatie geschreven tijdens de kerstdagen van 1965. Het speelde in een kerkdienst in Leeuwarden kort na de oorlog. Het moment dat Bakker beleeft lijkt op wat de secularisatiedenker Charles Taylor een Conversion noemt: zo’n moment dus waarop een beslissend inzicht doorbreekt.4 Ik citeer: ‘Tussen de paar preken, die ik (dan) nog van vroeger weet staat één me zeer scherp voor ogen. Wij werden eerst neergezet in het dodenhuis van deze wereld; dat zat ons allen nog vers in de botten, de oorlog was maar pas voorbij. Het existentialisme kwam overwaaien. En toch opende de verkondiging in dat huis het venster van de hoop.’ De preek was van de latere hoogleraar filosofie S.U. Zuidema, en ging over 1 Petrus 1:3: ‘bevrijd tot een levende hoop’. Ik citeer verder:

‘We zagen uit over de akker van Jozef van Arimathea, en het was de morgen van de verrijzenis. Het licht woei naar binnen en we 3. 4.

J.T. Bakker, ‘Door de schoolkinderen’, Gereformeerd Weekblad 36 (1980/1981), nr. 35 (1 mei 1981) 273v. Zie Charles Taylor, A secular Age, Cambridge, MA 2007, Ch. 20.

26

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 26

15-06-15 15:20


wisten dat Petrus ons wilde zeggen: wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus uit de doden. Dat was geen bedreiging met eeuwigheid, het was geen vertroosting met wat eenmaal vanuit de eeuwigheid neer zou dalen. Het was een venster naar de levende Heer en de levende Jezus van Nazareth. En zo was het: evangelie van de hoop.’5 Bakker schrijft dit dus in 1965. Geen oorlog meer in Europa, maar wel Vietnam! Hoe kom je door al die vermoeiende en contraproductieve vrome vertogen heen? Het enige wat hier echt nodig is, is de dimensie te vinden van de waarachtige hoop. Uitgetekend in wat een akker des doods lijkt. Ik denk dat deze toonzetting klank en kleur gaf aan wat Bakker daar voelde in de kerk van Leeuwarden: bevrijding in de betekenis van een wenteling die bepalend wordt voor een hele bestaanswijze. Ze drukte een besef van God uit. Het geeft aan dat het ‘onverwachte’ zo maar kan gebeuren. Ik moet zeggen, dat ik Jan Bakker zo ook gekend heb. Vorming als theoloog Bakker kreeg zijn theologische vorming aan de Vrije Universiteit. Daar was in de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw een theologische doorbraak gaande. Het oude gereformeerde denksysteem, vertegenwoordigd in de persoon van de theoloog/filosoof Hepp, stortte in. Over hem zegt de filosoof S.U Zuidema: ‘Hepp wist alles van God…’.6 En Berkouwer schrijft: Wat we toen meemaakten was dat ‘een onzinnige zingeving (te weten de Nazi-ideologie) op het nippertje bijtijds werd uitgewist.’ Hiermee kwam ook het gereformeerde denksysteem van Hepp ten val. Er heerste verwarring en on5. 6.

J.T. Bakker, ‘Bevrijd tot een nieuw leven van hoop’, Gereformeerd Weekblad 21 (1965/66) nr. 27 (31 december 1965) 177. Uit een vraaggesprek van P. Koenes met Zuidema in het blad Patrimonium (1970), geciteerd naar K.J. Popma, ‘Zin en dwaling in de theologie’, in: Mededelingen van de Vereniging voor calvinistische wijsbegeerte 1971, nr. 2 ( juli 1971), 2. In dit artikel stelt Popma het Griekse waarheidsbegrip tegenover het Bijbelse waarheidsbegrip. In het werk van Hepp c.s. is volgens Popma het Griekse waarheidsbegrip volstrekt dominant. Wanneer Hepp stelt dat de waarheid zeggen gelijk staat aan de ‘de volledige toedracht mededelen’, zo Hepp, volgt hij het Griekse begrip van waarheid, niet het Bijbelse. ‘Hepp was’, aldus Popma, ‘geheel in die strop bevangen’.

27

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 27

15-06-15 15:20


zekerheid, zegt Berkouwer verder. Tegelijk was er een vrijheidsgevoel: Ik citeer: ‘We leefden toen in een nieuw ruimtegevoel, dat aanleiding werd tot een geweldige leesdrift, tot een luisteren, zó samen, dat er vriendschappen werden geboren, waaraan later niets en niemand kon tornen’.7 Ik denk dat de jaren tussen 1946 en 1950 beslissende jaren zijn in de ontwikkeling van de gereformeerde theologie. Zij beleefde toen haar eigen aggiornamento. Berkouwer had toen briljante studenten. Namen zijn de bekende Harry Kuitert, de Zuid-Afrikaan Willie Jonker, Gerard Rothuizen, en Jan Bakker. Berkouwer herinnert zich de scriptie die Bakker schreef nog heel goed. Het ging over de leer van de verzoening bij de Zweedse theoloog Aulén. De verzoening was, zegt Berkouwer, voor Bakker geen begrip, maar een realiteit die ‘diepe sporen’8 in het leven zet. Theologie is geen abstracte wetenschap van principes. Zij erkent dat het geloof een existentiële zaak is. Voor het geloof zijn bijbel en traditie geen dode letter, maar reeksen van levende stemmen en spannende verhalen. Geloof staat met die traditie in contact. Men vatte dit contact samen onder het codewoord correlatie. Correlatie = betrekking van geloof en openbaring. Het woord correlatie houdt in dat het geloof in een spontane betrekking staat met bevrijdende woorden. De essentie is dat men leeft uit, leeft van een belofte. Geloven is een worp. Dat biedt geen garantie. Want, zo Bakker, ‘de belofte is in wezen niet anders dan de belovende God zelf.’9 En God kunnen wij nooit in regie nemen. En: ‘de belovende God’ laat zich niet nog eens herverzekeren via een polis, die buiten geloof en belofte om kan worden afgesloten’.10 Later zal deze denkvorm wel onder druk komen te staan. En in het gesprek hierover krijgen de vrienden het soms ook wel moeilijk. Voorlopig heeft Bakker er genoeg aan. In zijn dissertatie is het vooral deze grondvorm van geloof en belofte, die zijn interesse heeft. Hij beschrijft uitvoerig hoe juist bij Luther het inzicht doorbrak dat ‘de weg van het geloof de weg naar God is’. Deze studie vormt het begin van Bakkers theologie. 7. 8. 9. 10.

G.C. Berkouwer, ‘Jan Taeke Bakker (1956-1981)’, Gereformeerd Weekblad 36 (1980/1981) nr. 35 (1 mei 1981) 274-277. G.C. Berkouwer, ‘Jan Taeke Bakker (1956-1981)’, 274. J.T. Bakker, ‘Berkouwer en Luther’, KABATS, het faculteitsblad van de Theologische Faculteit aan de Vrije Universiteit 6 (1993) nr. 5 (juni 1993), 40. J.T. Bakker, ‘Berkouwer en Luther’, 40.

28

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 28

15-06-15 15:20


‘Coram Deo’ (Voor Gods aangezicht) Het proefschrift over Luthers theologie heeft een markante titel. ‘Voor Gods aangezicht’. Ik gebruik hem als leidraad bij de invulling van mijn profiel van Bakker. Die titel helpt me de theologie van Bakker te leren begrijpen. Bakker zegt over die titel onder meer: ‘Het is een slagzin geworden, waarmee men niet maar een bepaald onderdeel van het theologisch terrein aanduidt, maar waarin een theologische houding zich weerspiegelt. Het is een term, die, als zoveel woorden van Luther, eigenlijk onvertaalbaar is, maar waarvan men intuïtief zonder meer beseft, wat ermee bedoeld wordt.’11 Wat weten we dan intuïtief? Wat Bakker hierop antwoordt vat ik in mijn eigen woorden als volgt samen: De ware God, die liefde is en wiens barmhartigheid geen einde kent, is niet zomaar vanzelf in beeld te krijgen. De voorstellingen van God komen in allerlei gedaantes op het netvlies. God is dus eigenlijk een verborgen God, die wij in allerlei vermommingen tegenkomen. De kunst is de sporen van deze God te leren vinden, en zo God te vinden zoals God werkelijk zijn wil. Later zal Bakker steeds meer naar voren laten komen dat elke tijd qua Godsvoorstelling zijn eigen accenten zet. Dit zal ook in de gereformeerde belevingswereld steeds meer gaan gebeuren. Dan ontstaat er spraakverwarring. Waarover hebben we het als we ‘God’ zeggen. In dat verband haalt Bakker een theoloog uit de oude kerk aan die zei: dan moet je maar niet te veel naar elkaar kijken, om dan elkaar de maat te nemen. Het is veel beter met elkaar uit te zien naar wat verder ligt dan wat wij, ieder voor zich, kunnen zien.12 Zo zou ik de bedoeling van Bakker willen benoemen. Staar niet naar je eigen geloofsideaal, kijk samen verder. Kritische gedachten Wij kennen het werk van Bakker dus vooral uit verspreide artikelen. Een dogmatiek heeft hij – wat collega’s en studenten natuurlijk 11. 12.

J.T. Bakker, Coram Deo. Bijdrage tot het onderzoek naar de structuur van Luthers theologie, Kampen 1956, 13. Vgl. J.T. Bakker, ‘Pluraliteit: lot of kans?’, Gereformeerd Weekblad 37 (1981/1982) nr. 26 en 27 (19 en 26 februari 1982), 201; 209.

29

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 29

15-06-15 15:20


wel gewild hadden – nooit geschreven. Ook zijn grote artikelen nemen nooit echt de vorm aan van een afgerond systematisch discours. Ik denk dat Bakker – als hij het al gekund had – zoiets niet wilde. Pogingen zijn er overigens wel geweest: bijvoorbeeld een inleiding in de Heidelbergse Catechismus (in de jaren zestig); en in de jaren zeventig ging hij een zomer lang ijverig aan de slag voor een Bijbelse theologie geschreven vanuit de liturgische jaarorde van de kerk. Hij hield er een paar mooie artikelen aan over, maar geen liturgische dogmatiek.13 Wat stond hem dan wel voor ogen? Dat kan ik het best duidelijk maken aan enkele auteurs, aan wie hij zich enigszins kon spiegelen. En dan noem ik in de eerste plaats niet de namen van Berkouwer, zijn promotor, of van Luther, aan wie hij een groot deel van zijn studie wijdde; ook niet de naam van Karl Barth, ook voor hem de top theoloog van de eeuw, of Oepke Noordmans, van wie hij talloze inzichten soms bijna letterlijk overnam. Ik noem dan als eerste Pascal en in de tweede plaats Kierkegaard. Pascal Over Pascal schrijft hij in een artikel bij Kerst 1966 onder de titel ‘Die om ons mensen en om ons heil uit de hemel is neergedaald.’ Het thema is de geboorte van Jezus; met als dimensie daarom heen de open hemel en de lof van God in de stem van de engelen. Zijn vraag is: hoe is dit denkbaar? Vandaag, onder de condities van deze tijd, eind 1966. Voor een kritische gedachtevorming hierover kan hij zich dit keer niet beroepen op Luther, die nog half middeleeuws is en zelfs niet op Karl Barth, die het moderne wereldbeeld soms afhield. Liever knoopt Bakker in een flitsend artikel van drie kolommen tekst drie micro – verhalen aan elkaar. Ten eerste het verhaal van de moderniteit, zoals Blaise Pascal het ontstaan ervan verwoord en verantwoord heeft. Ieder kent de Penseés (1669). Hierin geeft Pascal kritische gedachten over het ontstaan van een nieuw wereldbeeld. Die thematiek was toen in allerlei verhandelingen aan de orde. In dit nieuwe denken over de wereld is de aarde uit het middelpunt weggevallen. Bakker citeert Pascal uitvoerig. Het laatste citaat dat hij geeft luidt als volgt:

13.

Zie J.T Bakker, ‘Naar een nieuwe jaarorde’, Gereformeerd Weekblad 34 (1978/1979) nr. 33 (24 februari, 3 maart, 10 maart) 417-419; 433-435; 449451.

30

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 30

15-06-15 15:20


‘Heel de zichtbare wereld is niets dan een onmerkbaar klein deeltje in de grote schoot der natuur. Deze laatste wordt door geen enkele idee benaderd. Laten we onze voorstellingen maar opblazen, tot voorbij de ruimte die we ons kunnen denken. Toch brengen wij niets dan atomen voort vergeleken met de werkelijkheid. Ze is een oneindige bol waarvan het middelpunt overal is en nergens. [Daar komen wij met onze gedachten niet bij, gwn] De aarde is uit het middelpunt weggevallen, de mens is opgehangen tussen het niets en de oneindigheid – verliest zijn houvast omdat heel ons fundament openbreekt en de aarde zich openbreekt tot afgronden’.14 Bakker daarover: ‘Zo nog eenmaal Pascal en al brengen we het anders onder woorden, we voelen hetzelfde.’ Het beroemde woord van Pascal luidt dan: ‘het eeuwige zwijgen van die oneindige ruimten jaagt me angst aan.’15 Rebel without a cause Het tweede verhaal komt uit de film ‘Rebel without a cause’.16 Een astronomieleraar vertelt zijn klasje met pubers zonder enige emotie over dit zwijgende heelal, waarin we toevallig terechtgekomen zijn. Het begin, zoveel miljard jaar geleden, was puur toeval. Het einde ervan is even zeker als de eerstvolgende zonsverduistering. De meeste jongens en meisjes hebben in het halfdonker wel wat anders om naar uit te kijken, behalve één: wie de angst in de ogen staat. Citaat: ‘een jongen, die geen thuis heeft en die nu kalm hoort uitleggen, dat er nooit en nergens een thuis is geweest of zijn zal.’ De hemel is leeg… waarop nu onze dromen richten? In de film is dat ook aan de orde: als de hoofdpersoon sterft ontstaat er een waanzinnige religieuze verering voor die persoon. Het kleine verhaal van Jezus van Nazareth Het derde verhaal vertelt de geboorte van het kind. Ergens – in een uithoek, in wat een minuscuul vlekje is in de oneindigheid – heeft 14. 15. 16.

Te vinden in de Penseés, Fragment 72. ‘Le silence éternel de ces espaces infinis m’effraie’, Penseés, Fragment 205. 1955, met James Dean en Nathalie Wood in de hoofdrol. Bakker kijkt graag films met studenten.

31

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 31

15-06-15 15:20


God naar ons omgezien. Daar speelt het, en is de stem gehoord. Dit zijn de verhalen: de wiskundige Pascal… de film met het verhaal over het absolute einde en de geboorte van Jezus ergens in een uithoek van de toenmalige politieke wereld. Door zo verhalen te koppelen weet Bakker te voorkomen dat onze beschouwing over het geloof in deze tijd een abstracte uitwerking krijgt. Het gaat anders: De verdediging van het christelijk geloof krijgt gestalte als fragment. Pascal is een wiskundige. Deze denkt geen systeem uit maar giet zijn inzicht in de vorm van meestal kort en puntig geformuleerde gedachten. Bakker houdt hiervan, hij schrijft: ‘Ik geloof ook, dat men elke apologie voor het christelijk geloof, die meer wil dan een fragment, met het nodige wantrouwen bezien moet. Het geloof is het verhaal van een weg, een naam, een motie van wantrouwen in de bestaande machten, een “hopen op de dingen die men niet ziet” en zo juist verwacht. Dat laat zich nauwelijks rijmen met een kalm en onverbiddelijk voortschrijdend betoog, waardoor ook de laatste tegenstander onder de voet gelopen wordt.’17 Bakker gaat hier helemaal voor deze vorm. ‘Misschien dat juist dit fragmentarisch karakter, de talloze notities cirkelend rond het geheim van het geloof, hun centrum vindend in de kennis van God in Christus, aan de “gedachten” een diepte en spankracht verleent, die bij elke keurige afronding aan geladenheid ingeboet zou hebben. Zoiets komt meer voor; denk maar aan de geweldige werking, die er in de tegenwoordige theologie uitgaat van het al even tastende “Verzet en overgave”, de brieven van Dietrich Bonhoeffer in het laatste jaar in de gevangenis.’18 Ook Jezus van Nazareth is belichaming van het kleine verhaal, dat elk betoog onderbreekt. Bij hem is het woord, dat klinkt in de leegte, meer dan enkel stem. ‘Het Woord is vlees geworden en heeft onder 17. 18.

J.T. Bakker, ‘Die om ons mensen en om ons heil uit de hemel is neergedaald’, Gereformeerd Weekblad 22 (1966/1967) nr. 26 (23 december 1966) 171. J.T. Bakker, ‘Die om ons mensen en om ons heil uit de hemel is neergedaald’, 171.

32

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 32

15-06-15 15:20


ons gewoond. Zijn voeten over onze aarde… Duizeling, schrik en aanbidding trekken zich dan samen tot één akte van overgave en bevrijding.’19 Kierkegaard (incognito) Over Kierkegaard spreekt Bakker in een meditatie over ‘Pasen als doortocht’ (1966)20 en in een bespreking van Noordmans (1980), met wie hij zich verwant voelt.21 De figuur die hij in de bespreking noemt is die van de ‘ridder des geloofs’, een figuur uit het werk van Kierkegaard. Deze ‘ridder’ weigert voor de last van het leven op de loop te gaan door al vast wat eeuwigheid in te slaan. Je mag de geloofsridder dus niet verwisselen met de christen die de betrekkelijkheid van het dagelijks leven weet te ontstijgen. En die daarmee natuurlijk een zekere geestelijke status verwerft. En die dat ook weten wil. Met de ridder van het geloof (denk aan Abraham) is dat anders: Deze leent niet alvast een beetje eeuwigheid en vrome geestelijkheid. ‘Zijn belangrijkste hartstocht – zijn geloof – is gericht op de werkelijkheid van het dagelijks leven. Daar vangt hij de klappen op, daar moet hij én alles loslaten én alles durven vastpakken’.22 Citaat: ‘Deze ridder blijft volstrekt incognito, het kan de melkman of de postbode zijn die men over het hoofd ziet.’23 In Bakkers meditaties wordt vaak op deze vlucht in het ‘geestelijke’ gezinspeeld. In confrontatie en contrast daarmee zoekt Bakker de concrete mens: de mens aan wie je het niet aanziet, maar die doet wat moet. Voorbeeld de Zuid-Afrikaanse dominee Frikkie Conradi, en de Kampense student en latere journalist Koos Koster. Mensen van wie je houden kunt – niet omdat ze zo sympathiek maar omdat ze zo lastig zijn. Zij zijn de getuigen van de opstanding. Zij scherpen de ogen voor waar het om gaat. ‘Ze hebben’, schrijft Bakker, ‘iets

19. 20. 21. 22. 23.

J.T. Bakker, ‘Die om ons mensen en om ons heil uit de hemel is neergedaald’, 171. J.T. Bakker, ‘Pasen als doortocht’, Gereformeerd Weekblad 20 (1965/1966) nr. 41 (8 april 1966) 290. J.T. Bakker, ‘Schildwacht voor de eeuwigheid’, Gereformeerd Weekblad (1979/1980) nr. 34 (18 en 25 april 1980) 265-267; 273-275. Geert Jan Blanken, Kierkegaard, Een inleiding in zijn leven en werk, Amsterdam 2012, 170. J.T. Bakker, ‘Schildwacht voor de eeuwigheid’, 274.

33

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 33

15-06-15 15:20


ondoorgrondelijks, omdat ze aangeraakt zijn door een voor gewone ogen onzichtbare instantie.’24 Hij sprak met diep respect over hen. De theologie werkt in de vorm van kritische gedachten: het zijn geen ideeën of theorieën zozeer, maar scherpe inzichten. Hun focus betreft twee punten, waar je als theoloog niet omheen kunt. Het ene is het geloof, zoals Kierkegaard dat in zijn Vrees en beven benoemt, en bijvoorbeeld uitwerkt in zijn Oefening in Christendom: Het is de navolging van Christus zowel in zijn kruisiging als in zijn verheerlijking.25 En het andere is de plaats van Jezus van Nazareth, van ‘zijn voeten over onze aarde’.26 De verborgenheid van God Met deze scherpe blik op christelijk geloof in moderne tijden, raak ik als vanzelf aan een laatste punt. Het betreft de verborgenheid van God. Vele theologen en filosofen zijn met name in de twintigste eeuw een stap verder gegaan. Zij spraken van de dood van God. Deze dood gold niet alleen de mythologische godenwereld op de Olympus, maar ook de Bijbelse God, van Abraham, Izaäk en Jacob. Bakker schreef er onder andere over naar aanleiding van een themanummer in 1974 van het bekende rooms-katholieke blad Concilium. Dat God verborgen is of zich verborgen houdt was een gedachte waarmee hij als geen ander vertrouwd was. Daar draait zijn hele Luther-studie eigenlijk om. De opvatting echter dat God dood is was voor hem van meet af aan een gruwel. Dat leidde er niet toe dat hij het probleem verdrong. Als er geen antenne is voor God, erkende hij wel eens, dan mag je dat nooit ontkennen. Waar hij last van had was de totale spraakverwarring als het over de dood van God ging.27 Dat het besef van God diffuus werd kon ook hij niet ontkennen. En later klaagde hij, ik zei het eerder al, over de vage mist waarin wij als theologen vandaag ons vak uitoefenen. Hij verzette zich er heftig tegen. Zijn eerste reactie: ‘wat weten wij eigenlijk van God af?’. Toch eigenlijk niet veel meer dan dat

24. 25. 26. 27.

J.T. Bakker, ‘Schildwacht voor de eeuwigheid’, 274. J.T. Bakker, ‘Schildwacht voor de eeuwigheid’, 274. J.T. Bakker, ‘Die om ons mensen en om ons heil uit de hemel is neergedaald’, 171. J.T. Bakker, ‘Notities bij een teach-in’, Gereformeerd Weekblad 22 (1966) nr. 17 (21 oktober 1966) 98v.

34

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 34

15-06-15 15:20


hij zich met de zonde bemoeit (Noordmans).28 En daar kwam nog iets anders bij: de schuld van de christenheid jegens het joodse volk. Bakker ging deze schuld naarmate hij ouder werd steeds sterker beleven. Dat deze dingen vlak onder onze ogen konden gebeuren! Is het gebod van de God van Israël om geen andere goden na te lopen en de naaste lief te hebben ons dan toch ontgaan? In het licht van deze vraag zie ik ook Bakkers inspanning voor de taal van de liturgie. De taal die wij als kerk spreken hebben wij ontvangen. Jezus, de joodse Messias kwam eerst, toen wij. Dat moet herkenbaar zijn in de viering van het Paasfeest, in het gebruik van teksten en liederen, in de uitleg van het evangelie. Deze taal kent de verborgenheid van God, maar is nooit vlak in het spreken over God. Ter toelichting sluit ik af met een meditatie van Bakker in het blad Kind en Zondag die gaat over Daniel 3, over koning Nebukadnezar. De vrienden van Daniel willen wel een positie bekleden in het staatsbestel van de koning. Dit vereist dat ze buigen voor het beeld dat van de koning is gemaakt. Dat heeft z’n gevolgen! De tekst draait om het Godsbesef van de vrienden: ‘Maar indien niet… Het lijkt alles even fantastisch: het buitenmaatse beeld van dertig bij dertig meter; het hoempaorkest van elk instrument dat meer lawaai en verdoving kan produceren; de totale gehoorzaamheid van alles wat maar rang of stand heeft; en het helse vuur voor elke weigeraar. Maar even fantastisch: de schildering van de uitredding van de drie, die niet knielden; er was zelfs geen brandlucht aan hun kleren… Je aarzelt, telkens als je het verhaal leest: is het een nachtmerrie of een sprookje? Als niet in het midden de twee verzen 17 en 18 stonden, als een scharnier waar alles om draait: “Als onze God bij machte is ons te redden… maar indien niet, toch zullen wij uw beeld niet vereren.” Zo zonder enige stemverheffing, het volstrekte tegenbeeld van de klap, waarmee alles ter aarde stort om het beeld te aanbidden. Oer-joodse nuchterheid tegenover al dat bovenmaatse geloei, waarmee de volkeren zichzelf tegen de hemel projecteren om er vervolgens hun menselijkheid aan te verkwanselen en de dissidenten uit te roeien. 28.

O. Noordmans, Gestalte en Geest, Amsterdam 1955, 72 (= O. Noordmans, Verzamelde werken deel VIII. Meditaties, Kampen 1980, 234); geciteerd in: J.T. Bakker, ‘Berkouwer en Luther’, 40.

35

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 35

15-06-15 15:20


Achter dit verhaal ligt een ervaring van eeuwen van de volstrekte verborgenheid Gods en tegelijk van een altijd weer ervaren aanwezigheid. Een God van wie, aan het eind van de geschiedenis bijna nog meer dan aan het begin, geldt: “Ik zal er zijn, zoals ik er zijn zal”. En hoe, dat weet niemand; Ver van een sprookje te zijn is dit een ware legende, een “legendum”, d.i. “dat wat men moet lezen” en herlezen. Want het gaat hier om laatste beslissingen: of een mens zal neervallen voor het beeld, dat altijd weer, obsederend en oorverdovend, iedereen op de knieën dwingt. Of men heeft, vaak letterlijk met de rug tegen de muur, niets anders meer om te antwoorden dan: maar uw beeld, koning, zullen wij niet aanbidden. Niemand heeft een garantie vooraf over de uitkomst. En toch, de vierde aanwezige, onzichtbaar, maar schrikwekkend voor de tirannen aller tijden, heeft in geen generatie ooit ontbroken.’ 29 Ergens in 2000 belt Bakker me op. Hij is geïnteresseerd in een studie van Anton van Harskamp over de terugkeer van de religie.30 Hij vindt het boek belangrijk. Het boek onderzoekt de motivatie die onder de huidige terugkeer van religie in haar diverse vormen zit. Van Harskamp betoogt dat er onder die herleving een zoeken gaande is, dat ook theologen te denken geeft. Wat dat is, daarover zou het – zo Bakker – moeten gaan. Helaas heb ik de brieven die Bakker en van Harskamp wisselden niet meer kunnen achterhalen. Wat Bakker vooral geïnteresseerd moet hebben is de onmiskenbare onrust die er in dat verlangen zit. Iets om met Jan Bakker als voorbeeld over na te denken.

29. 30.

J.T. Bakker, ‘Meditatie bij Daniël 3’, Kind en zondag 62 (1993) nr. 6 (7 november 1993) 14. Geboren 1946, was (is) verbonden aan VU bezinningscentrum. Zijn boek: Anton van Harskamp, Het nieuwe religieuze verlangen, Kampen 2000.

36

Jan Taeke Bakker-15juni.indd 36

15-06-15 15:20


Op 11 april 2014 stond Bakkers theologie centraal op een studiedag in Groningen waaraan collega’s en oud-leerlingen medewerking gaven. Deze bundel bevat de bijdragen aan deze bijeenkomst alsmede enkele karakteristieke publicaties van Bakker zelf.

Dit boek wil een eerste poging zijn het profiel van deze unieke theoloog te schetsen.

Akke van der Kooi | Gerard den Hertog | Gerrit Neven (red.)

Leidende vraag is hoe Bakker vorm gaf aan theologische vernieuwing in een periode van maatschappelijke en kerkelijke verandering. Wat waren zijn drijfveren en wat voor theologie paste daarbij? En wat is daarvan de actuele betekenis?

Jan Tæke Bakker (1924-2012)

Jan Tæke Bakker (1924-2012) was ruim dertig jaar – van 1957 tot 1988 – hoogleraar in Kampen, eerst in de praktische theologie en daarna in de dogmatiek. Hij ontwikkelde zich er tot een inspirerende leermeester, met een intense aandacht voor wat zich voltrekt in samenleving en cultuur.

Jan Tæke Bakker (1924-2012) Leermeester in de theologie

9 789043 526081

Bakker def.indd 1-3

Akke van der Kooi | Gerard den Hertog | Gerrit Neven (red.)

15-06-15 16:26


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Jan Taeke Bakker (1924-2012) - Akke van der Kooi | Gerard den Hertog | Gerrit Neven.9789043526081 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu