Skip to main content

Ik ben Malala jongereneditie-Malala Yousafzai.9789043525152 biw inkijk

Page 1

pr ol oog

Sluit ik mijn ogen, dan zie ik mijn kamer. Het bed is niet opgemaakt en mijn donzige deken ligt er slordig bij. Ik had een examen en had daarom haast om op school te komen. Mijn rooster ligt op mijn bureau, opengeslagen op 9 oktober 2012. En mijn schooluniform – mijn witte shalwar en blauwe kamiz – hangt aan de muur op mij te wachten. Ik hoor de buurkinderen cricket spelen in de steeg achter ons huis. Ik hoor het geroezemoes van de bazaar niet veel verderop. En als ik heel goed luister, hoor ik Safina, mijn buurmeisje, op de muur kloppen om mij een geheim te vertellen. Ik ruik dat mijn moeder in de keuken rijst staat te koken. Ik hoor mijn broertjes vechten om de afstandsbediening – het beeldwisselt tussen een worstelshow en tekenfilms. Niet veel later hoor ik mijn vaders donkere stem. Hij gebruikt mijn koosnaampje. ‘Jani’, zegt hij dan, wat Perzisch is voor ‘liefje’, ‘hoe liep het op 1

KOKT_1411_IkbenMalala_BW_08.indd 1

17-11-14 11:53


IK BEN MALALA

school vandaag?’ Hij wilde weten hoe de dag op de Khushal meisjesschool was verlopen, de school die hij had opgericht en die ik bezocht. Ik nam altijd de kans waar om de vraag letterlijk te beantwoorden. ‘Aba’, zei ik gekscherend, ‘de school staat stil, ze kan niet lopen!’ Dit was mijn manier van zeggen dat het volgens mij beter kon. Op een dag verliet ik dat geliefde huis in Pakistan – van plan om weer onder de deken te kruipen zodra de school uit was – en kwam uiteindelijk een wereld verderop terecht. Er zijn mensen die zeggen dat het nu voor mij te gevaarlijk is om terug te gaan. Dat ik nooit meer terug zal kunnen. Daarom reis ik er van tijd tot tijd in gedachten naartoe. Er woont nu een ander gezin in dat huis, er slaapt een ander meisje in die kamer – terwijl ik duizenden kilometers verderop woon. Ik geef niet veel om de spullen in mijn kamer, maar ik maak me wel zorgen om de schoolprijzen op mijn boekenkast. Soms droom ik er zelfs over. Er staat een tweede prijs voor de eerste spreekwedstrijd waar ik ooit aan heb meegedaan. En meer dan vijfenveertig gouden bekers en medailles die ik bij examens, debatten en wedstrijden heb gewonnen. Voor een ander zijn het misschien maar prullen van plastic. Voor een ander zijn het gewoon prijzen voor goede schoolprestaties. Maar voor mij zijn het herinneringen aan het leven dat ik liefhad en aan het meisje dat ik was – vóór ik op die noodlottige dag het huis verliet. Doe ik mijn ogen open, dan zit ik op mijn nieuwe kamer. Een kamer in een stevig stenen huis in een vochtige en kille stad, 2

KOKT_1411_IkbenMalala_BW_08.indd 2

17-11-14 11:53


proloog

genaamd Birmingham, in Engeland. Er komt hier water uit de kraan, warm of koud, net wat je wilt. Je hoeft niet eerst een blik gas op de markt te halen om het water te verhitten. Hier hebben we ruime kamers met glanzende houten vloeren, vol met grote meubelstukken en een meer dan grote tv. In deze rustige, groene wijk is nauwelijks een geluid te horen. Geen lachende en gillende kinderen. Geen vrouwen die beneden groenten staan te snijden en met mijn moeder staan te kletsen. Geen mannen die sigaretten roken en over politiek praten. Soms, zelfs door de dikke muren heen, hoor ik iemand van ons gezin huilen om thuis. Maar dan stapt mijn vader het huis binnen en klinkt zijn stem. ‘Jani!’ zegt hij dan, ‘hoe was het vandaag op school?’ Nu volgen er geen grapjes. Hij informeert niet naar de school die hij leidt en die ik bezoek. Er klinkt zorg in zijn stem door, alsof hij bang is dat ik er niet ben om hem antwoord te geven. Want nog niet zolang geleden werd ik bijna gedood – enkel en alleen omdat ik opkwam voor mijn recht om naar school te gaan.

Het was een heel gewone dag. Ik was vijftien, zat in de derde en was de avond ervoor veel te lang opgebleven om een examen te leren. Ik had de haan ’s ochtends vroeg al horen kraaien maar was weer in slaap gevallen. Ik had de oproep voor het ochtendgebed van de moskee ook al gehoord maar had me onder mijn deken verstopt. En ik had net gedaan of ik mijn vader niet had gehoord toen hij me kwam wekken. 3

KOKT_1411_IkbenMalala_BW_08.indd 3

17-11-14 11:53


IK BEN MALALA

Toen kwam mijn moeder en pakte me voorzichtig bij mijn schouder vast. ‘Wakker worden, pisho’, zei ze. Ze noemde me kitten in het Pasjtoe, de taal van de Pathanen. ‘Het is al half acht, straks kom je nog te laat op school!’ Ik had een examen van het vak Pakistaans. Nog snel bad ik tot God. Als het uw wil is, mag ik dan alstublieft eerste worden? fluisterde ik. O, en dank u wel voor alles wat ik tot nu toe heb gehaald! Met een kop thee spoelde ik gauw wat gebakken ei en chapati weg. Mijn jongste broer, Atal, zat die ochtend flink te klieren. Hij klaagde over alle aandacht die ik had gekregen omdat ik mij erover had uitgesproken dat meisjes hetzelfde onderwijs moesten krijgen als jongens. Mijn vader zat hem tijdens het ontbijt een beetje te plagen. ‘Wanneer Malala op een dag minister-president is, kun jij haar secretaris worden’, zei hij. Atal, de clown in de familie, deed net of hij boos was. ‘Nee!’ riep hij. ‘Zij wordt later mijn secretaresse!’ Door al dit geplaag was ik bijna te laat. Ik liet de rest van mijn ontbijt staan en rende de deur uit. Ik holde de straat uit, nog net op tijd voor de bus, volgeladen met meisjes, op weg naar school. Zonder nog een keer om te kijken naar mijn ouderlijk huis sprong ik die dinsdagochtend de bus in.

Het was niet ver rijden naar school, slechts vijf minuten over 4

KOKT_1411_IkbenMalala_BW_08.indd 4

17-11-14 11:53


proloog

de weg en nog een stukje langs de rivier. Ik kwam op tijd en de examendag verliep net als anders. We werden omringd door de chaos in de stad Mingora met al het getoeter en het fabriekslawaai, terwijl wij ons in stilte en geconcentreerd over onze papieren bogen. Aan het einde van de dag was ik moe maar blij; ik wist dat ik mijn toets goed had gemaakt. ‘Laten we wachten op de tweede rit’, zei Moniba, mijn beste vriendin. ‘Dan kunnen we nog wat langer kletsen.’ We wachtten altijd graag op de late bus. Al dagenlang had ik een vreemd, knagend gevoel dat er iets naars zou gebeuren. Op een avond waren er allerlei vragen over de dood door mijn hoofd geschoten. Wat is dood zijn eigenlijk? wilde ik weten. Ik zat alleen op mijn kamer en richtte me tot Mekka om het aan God te vragen. ‘Wat gebeurt er wanneer je doodgaat?’ vroeg ik. ‘Hoe voelt dat?’ Als ik dood zou gaan, wilde ik mensen graag kunnen vertellen hoe dat voelde. ‘Malala, dom kind’, zei ik daarna tegen mezelf, ‘dan ben je dood en kun je mensen niet meer vertellen hoe dat voelt.’ Voor ik naar bed ging, vroeg ik God nog iets. Kan ik niet een beetje sterven en terugkomen, zodat ik mensen erover kan vertellen? Maar de volgende dag was het helder en zonnig weer geweest, net als de dag erna en de dag daarna. En nu wist ik dat ik mijn examen goed had gemaakt. Als er al een wolk boven mijn leven had gehangen, dan begon die nu weg te trekken. Moniba en ik deden dus wat we altijd deden: gezellig kletsen. Welke 5

KOKT_1411_IkbenMalala_BW_08.indd 5

17-11-14 11:53


IK BEN MALALA

gezichtscrème gebruikte ze? Had een van de leraren zich laten behandelen voor haaruitval? En nu het eerste examen erop zat, hoe moeilijk zou het volgende zijn? Toen onze bus werd omgeroepen, renden we de trappen af. Net als anders bedekten Moniba en de andere meisjes hun hoofd en gezicht voor we door de poort naar buiten liepen en in de wachtende dyna klommen, de witte vrachtauto die diende als onze Khushal ‘schoolbus’. En net als anders had onze chauffeur een tovertrucje bij de hand om ons te vermaken. Die dag liet hij een kiezel verdwijnen. Hoe we ook ons best deden, het lukte ons niet zijn geheim te achterhalen. We dromden naar binnen, twintig meisjes en twee leerkrachten, dicht opeengepakt op de drie rijen banken achter in de dyna. Het was er warm en plakkerig; er waren geen ramen, alleen een vergeeld stuk plastic dat tegen de zijkant wapperde terwijl wij in de spits hotsend en botsend door Mingora reden. Haji Baba Road was een wirwar van vrolijk gekleurde riksja’s, vrouwen in wijde gewaden en mannen op scooters die toeterend en zigzaggend door het verkeer schoten. We reden langs een winkelier die kippen slachtte. Een jongen die ijshoorns verkocht. Een reclamebord voor dr. Humayuns instituut voor haartransplantatie. Moniba en ik waren verdiept in ons gesprek. Ik had veel vriendinnen, maar zij was mijn hartsvriendin, degene met wie ik alles deelde. Die dag, toen wij het erover hadden wie dit semester de hoogste cijfers zou halen, zette een van de andere meisjes een lied in, waarna de rest van ons inviel.

6

KOKT_1411_IkbenMalala_BW_08.indd 6

17-11-14 11:53


proloog

Vlak na de snoepfabriek en een bocht in de weg, op nog geen drie minuten van mijn huis, kwam de vrachtauto tot stilstand. Het was vreemd stil buiten. ‘Wat is het stil vandaag’, zei ik tegen Moniba. ‘Waar zijn de mensen gebleven?’ Daarna weet ik niets meer, maar dit is wat mij is verteld: Twee jongemannen in witte gewaden gingen voor de vrachtauto staan. ‘Is dit de Khushal schoolbus?’ vroeg een van hen. De chauffeur lachte. De naam van de school stond met zwarte letters op de zijkant. De andere jongeman sprong op de laadklep en leunde naar binnen, waar wij met z’n allen zaten. ‘Wie is Malala?’ vroeg hij. Niemand zei iets, maar een paar meisjes keken mijn kant op. Hij stak zijn arm uit en richtte op mij. Sommige meisjes gilden en ik kneep in Moniba’s hand. Wie is Malala? Ik ben Malala, en dit is mijn verhaal.

7

KOKT_1411_IkbenMalala_BW_08.indd 7

17-11-14 11:53


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Ik ben Malala jongereneditie-Malala Yousafzai.9789043525152 biw inkijk by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu