Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) is voor velen de bekendste theoloog uit de twintigste eeuw. Hij heeft een onuitwisbare indruk gemaakt door zijn verzet tegen het bewind van Hitler, wat leidde tot zijn tragische dood in 1945.
– Dietrich Bonhoeffer
NUR 700 ISBN 978 90 435 2352 3
9 789043 523523
kokBOverborgenomgang0614.indd 1
uitgeverij kok – utrecht
Verborgen omgang
Gods Woord, de stem van de kerk en ons gebed horen bij elkaar.
DIETRICH BONHOEFFER
In dit boek zijn twee van Bonhoeffers meest geliefde teksten gebundeld: ‘Gemeenschapsleven’ en ‘Gebedenboek van de Bijbel’. Dietrich Bonhoeffer was gefascineerd door het fenomeen ‘kerkelijke gemeenschap’ en welke rol de Bijbel, en in het bijzonder de Psalmen, daarin speelt. Welke dienst bewijzen de Psalmen in de eredienst, wat betekenen schepping, wet, Messias, kerk, het gewone leven, lijden en schuld? Hoe moet je bidden? Hoe vind je kracht in persoonlijke meditatie?
kok
DIETRICH BONHOEFFER
Verborgen omgang Over leven in gemeenschap
11-06-14 11:12
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 1
10-06-14 15:28
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 2
10-06-14 15:28
Gemeenschapsleven en Gebedenboek van de Bijbel Vertaald, geannoteerd en ingeleid door Dr. L.W. Lagendijk
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 3
10-06-14 15:28
© Oorspronkelijke rechten van de teksten van Dietrich Bonhoeffer: Gütersloher Verlagshaus, Gütersloh © 2014 Uitgeverij Kok - Utrecht Eerder verschenen bij Uitgeverij Ten Have - Baarn Vertaald, ingeleid en geannoteerd door: Dr. L.W. Lagendijk Omslagontwerp: Garage BNO Typografie: www.spaansenmedia.com ISBN 978 90 435 2352 3 ISBN e-book 978 90 435 2353 0 NUR 700
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 4
10-06-14 15:28
Inhoudsopgave Ten geleide
7
Gemeenschapsleven Gemeenschap De dag met elkaar De dag alleen De dienst Biecht en avondmaal
11 13 37 74 89 110
Gebedenboek van de Bijbel Een inleiding tot de Psalmen ‘Heer, leer ons bidden!’ De bidders van de Psalmen Naam, muziek, dichtvorm De eredienst en de Psalmen Indeling - De schepping - De wet - De heilsgeschiedenis - De Messias - De kerk - Het leven - Het lijden - De schuld - De vijanden - Het einde
123 125 125 128 131 133 134 134 135 137 138 140 141 142 145 148 150
Noten
155
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 5
10-06-14 15:28
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 6
10-06-14 15:28
Ten geleide Vreemd genoeg danken wij het boek ‘Gemeenschapsleven’ aan de Gestapo. Want deze heeft eind september 1937 naast andere organen van de Belijdende Kerk ook het door Dietrich Bonhoeffer geleide predikantenseminarie en broederhuis te Finkenwalde, waar aanstaande predikanten ‘gemeenschapsleven’ praktiseerden, gesloten. Daardoor zag Bonhoeffer zich genoodzaakt op te schrijven wat hij over het leven van de christelijke gemeenschap te zeggen had. Eberhard Bethge heeft eens gezegd dat dit boekje zeker niet geschreven zou zijn, als het seminarie níet zou zijn gesloten. Want Bonhoeffer voelde er niets voor om met zijn experiment te vroeg voor de dag te komen. Hij wilde niet programmatisch rechtvaardigen wat nog niet volledig uitgeprobeerd was.1 ‘Gemeenschapsleven’ beschrijft wat Bonhoeffer met de kandidaten van het seminarie en het broederhuis heeft gepraktiseerd. De vragen naar de gestalte en de betekenis van de christelijke gemeenschap hadden hem al veel eerder beziggehouden. Toen hij docent werd aan de Berlijnse theologische faculteit nodigde hij zijn studenten al uit om in jeugdherbergen bij elkaar te komen en na te denken over wat christelijke gemeenschap is: morgen- en avondwijding, stille tijd, veel zang en het theologisch gesprek was het resultaat en dus de opmaat voor het latere ‘Gemeenschapsleven’, maar was duidelijk ook bedoeld als tegenhanger van de kille academie. Het mag ook best gezien worden waar christenen voor staan, vond Bonhoeffer. En aan een vriend schreef hij eens dat de onzichtbaarheid de kerk kapot maakt. Het geordende leven heeft hij voor het eerst ervaren in Engeland in Anglicaanse kloosters en vrij-kerkelijke gemeenschap-
Ten geleide
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 7
7
10-06-14 15:28
pen, waar hij dankzij bisschop Bell toegang kreeg. Toch was zijn eigen seminarie en broederhuis bepaald geen kloosterlijke aangelegenheid, hoewel het er door het samenkomen rondom het Woord in de morgen en avond, en de vaste gebedstijden wel op lijkt. De leidinggevenden van de Belijdende Kerk keken met argusogen naar Bonhoeffers experiment en vonden in eerste instantie dat er voor meditatie helemaal geen tijd is; studenten moeten leren preken en catechisatie geven, maar gemeenschapsleven? Maar Bonhoeffer ervoer dat studenten juist met vragen zitten als: ‘hoe leer ik bidden?’ of ‘hoe leer ik de Schrift lezen?’2 De impulsen die van dit boekje uitgingen, zijn in zowel katholieke als protestantse kringen te ervaren als het gaat om spiritualiteit, geestelijke oefeningen in kringverband. De opdracht kerk voor anderen te zijn, ja om Kerk van Christus te kunnen blijven klinkt op bijna iedere bladzijde. De innerlijke samenhang van het op de wereld gericht zijn en het typische binnenkerkelijk geconcentreerd bezig zijn met het Woord en het gebed (zogenaamde Arkandisziplin) verklaart misschien waarom juist ‘Gemeenschapsleven’ en het door velen als tegenhanger aangemerkte ‘Verzet en overgave’ de meest gelezen boeken van Bonhoeffer zijn. Het is overigens opmerkelijk te noemen, wanneer en onder welke omstandigheden ‘Gemeenschapsleven’ is ontstaan en verschenen. Bonhoeffer schreef de ongeveer honderd bladzijden in één keer op, en wel in september/oktober 1938 in het huis van zijn zojuist geëmigreerde tweelingzus Sabine Leibholz te Göttingen. Bethge probeerde Barths KD I,2 te lezen, en Bonhoeffer zat, tegenover hem, achter het bureau van zijn zwager en schreef en schreef. Iedere dag een uurtje tennissen was ongeveer de enige onderbreking tijdens het schrij-
8
Ten geleide
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 8
10-06-14 15:28
ven, naast het luisteren naar de dagelijkse nieuwsberichten op de Engelse radio over de Sudetencrisis en het dagelijkse telefoonverkeer met Berlijn, de familie en de Broederraad. Voor de Belijdende Kerk was de zomer een dieptepunt als het gaat om haar eigen zwakte. Zo had de meerderheid van predikanten de eed op Hitler afgelegd, wat voor Bonhoeffer een doorn in het oog was. Ook in de familie stapelden zich de problemen op. Op 8 september 1938 was Gerhard Leibholz, een gedoopte ‘nietariër’, zoals de discriminerende terminologie destijds luidde, met zijn vrouw Sabine, Bonhoeffers tweelingzus, eerst naar Zwitserland en daarna naar Engeland gevlucht. Ook werd er in die tijd een staatsgreep voorbereid waar Bonhoeffers andere zwager, Hans von Dohnanyi, nauw bij betrokken was. In deze tijd van politieke, kerkelijke en ook persoonlijke omwentelingen was Bonhoeffer zeer geconcentreerd aan het schrijven aan ‘Gemeenschapsleven’. Hij was ervan overtuigd, dat de Belijdende Kerk niet zou standhouden als er niet zoiets was als een gemeenschap rondom het Woord. Om dat te bereiken, schreef hij ‘Gemeenschapsleven’, dat niet alleen tijdens zijn leven zijn meest verkochte boekje zou worden, maar ook later door velen als inspiratiebron zou worden begroet.3 Ongetwijfeld doordat Bonhoeffer de bijbelse teksten ongekunsteld wist te verbinden met praktische aanwijzingen over de aard en de noodzaak van de kerkelijke gemeenschap, meditatie en gebed, samenkomst, avondmaal en biecht. ✱✱✱
Ook is in dit boek opgenomen een kleine studie over de Psalmen, die praktisch gezien een uitbreiding is van het tweede
Ten geleide
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 9
9
10-06-14 15:28
deel van ‘Gemeenschapsleven’, waarin wordt gesproken over het begrijpen van en de omgang met de Psalmen. Het is het laatste geschrift dat Bonhoeffer nog tijdens zijn leven heeft gepubliceerd. Het draagt de titel ‘Gebedenboek van de Bijbel. Een inleiding in de Psalmen’, en is in 1940 uitgegeven. In die tijd was Bonhoeffer druk bezig het illegale Groepsvicariaat in Oost-Pommeren te mobiliseren. De bestudering van de Psalmen inspireerde hem daarbij. Centraal staat de stelling dat de openbaring van Gods Woord alleen in ménsenwoord is te verkrijgen. De volgende hermeneutische grondregels staan op de voorgrond: 1. de christologische doordenking van het gebed; de christen bidt als lid van het lichaam van Christus. 2. bidden op bijbelse grondslag; omdat Jezus in zijn menselijkheid alle nood, vreugde, last en hoop van het menselijk bestaan op zich genomen heeft, daarom ook mag het Psalter als een verzameling van menselijke gebeden in de heilige Schrift zijn opgenomen en tegelijk Gods Woord zijn. In dit boekje krijgen we een minder bekende Bonhoeffer te zien doordat hij, vooruitlopend op de gerichtheid op de wereld, laat zien dat er eerst een gerichtheid naar binnen moet zijn, en wel op het gebed, met als gebedsonderwerpen: schepping, wet, Messias, kerk, schuld, lijden, vijanden. Hij weet deze onderwerpen te betrekken op het nieuwtestamentische Onze Vader. Zowel ‘Gemeenschapsleven’ als het ‘Gebedenboek van de Bijbel’ gaan uit van een verborgen omgang met de Schrift en met elkaar, en behoren daarom zonder meer tot de meer spirituele, ja bevindelijke werken van Bonhoeffer.
10
Ten geleide
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 10
10-06-14 15:28
Gemeenschapsleven
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 11
10-06-14 15:28
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 12
10-06-14 15:28
Gemeenschap ‘Ziet, hoe goed en liefelijk is het, als broeders ook tezamen wonen’ (Psalm 133:1). In dit hoofdstuk willen wij enkele aanwijzingen en voorschriften nader bezien, die de Schrift ons geeft voor het leven in de gemeenschap onder het Woord. Het is voor de christen niet vanzelfsprekend, dat hij onder christenen mag leven. Jezus Christus zelf leefde te midden van zijn vijanden en tenslotte lieten al zijn discipelen hem in de steek. Aan het kruis was hij volkomen alleen, omgeven door boosdoeners en spotters. Daarvoor was hij in de wereld gekomen: om vrede te brengen aan de vijanden van God. Daarom behoort ook de christen niet te verkeren in de veilige beschutting van het kloosterleven, maar midden onder de vijanden. Dáár heeft hij zijn taak en zijn werk. ‘De heerschappij zal zijn in het midden van uw vijanden. En wie dat lijden niet dragen wil, wil niet onder de macht van Christus staan, maar onder vrienden verkeren, op rozen en leliën zitten, hij wil niet onder slechte, maar onder vrome lieden zijn. O gij lasteraars van God en verraders van Christus! Als Christus gedaan zou hebben zoals gij, wie zou er dan ooit zalig zijn geworden?’ (Luther).1 ‘Wel zaai Ik hen onder de volken, maar in verre streken zullen zij aan Mij denken’ (Zach. 10:9). De christenheid is, overeenkomstig de wil van God, een verstrooid volk, uitgestrooid als zaad ‘voor alle koninkrijken der aarde’ (Deut. 28:25). Dat is haar vloek en haar belofte. Het volk van God moet leven in verre streken, onder de ongelovigen, maar het zal het zaad zijn van het Koninkrijk van God in de hele
Gemeenschap
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 13
13
10-06-14 15:28
wereld. ‘...en Ik zal hen vergaderen, want Ik bevrijd hen, en zij zullen even talrijk worden als zij waren’ (Zach. 10:8-9). Wanneer zal dat gebeuren? Het is gebeurd in Jezus Christus, die stierf, ‘om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen’ (Joh. 11:52). ‘En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere’ (Mt. 24:31). Tot zolang blijft het volk van God in de verstrooiing, alleen verenigd in Jezus Christus en ook slechts daarin één, dat het, uitgestrooid onder de ongelovigen ‘in verre streken’, hem gedenkt. Daarom is het in de tijd tussen de dood van Christus en de jongste dag, alleen maar een genadig vooruitlopen op de laatste dingen, als christenen hier toch al in een zichtbare gemeenschap met andere christenen mogen leven. Het is genade van God, dat in deze wereld een gemeente zichtbaar bijeen mag komen rondom het Woord en de sacramenten. Maar aan deze genade hebben niet alle christenen deel. De gevangenen, de zieken, de eenzamen die in de verstrooiing leven, de predikers van het evangelie in de heidenwereld – zij staan alleen. Zij weten dat zichtbare gemeenschap genade is. Met de psalmdichter bidden zij: ‘...hoe ik optrok in de dichte drom, voor hen uit schreed naar Gods huis, bij jubelklank en lofgezang – een feestvierende menigte’ (Psalm 42:5). Maar zij blijven alleen, als het in alle landen uitgestrooide zaad, naar Gods wil. Maar wat hun als zichtbare ervaring onthouden blijft, grijpen ze met des te groter verlangen in het geloof vast. Zo viert de verbannen leerling van de Heer, Johannes, in de eenzaamheid van het eiland Patmos ‘in vervoering des geestes op de dag des Heren’ (Openb. 1:10) de hemelse eredienst met zijn gemeenten. Hij ziet de zeven kandelaren
14
Gemeenschap
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 14
10-06-14 15:28
– dat zijn zijn gemeenten – de zeven sterren – dat zijn de engelen van de gemeenten – en in het midden en boven dat alles de Zoon des mensen, Jezus Christus, bekleed met de grote heerlijkheid van de opgestane. Hij sterkt en troost hem door zijn Woord. Dat is de hemelse gemeenschap, waaraan de verbannene op de opstandingsdag deelneemt. De lichamelijke aanwezigheid van andere christenen is voor de gelovige een bron van onuitputtelijke vreugde en versterking. Met een groot verlangen roept de gevangen apostel Paulus ‘zijn waar kind in het geloof ’ (1 Tim. 1:2), Timotheüs, bij zich in de gevangenis in de laatste dagen van zijn leven. Hij wil hem terugzien en bij zich hebben. De tranen die Timotheüs bij het laatste afscheid heeft gehuild, is Paulus niet vergeten (2 Tim. 1:4). Denkend aan de Thessalonicenzen bidt Paulus er dag en nacht om, dat hij hun aangezicht mag zien (1 Thess. 3:10) en de oude Johannes weet, dat zijn blijdschap om de zijnen pas volkomen zal zijn, als hij hen zal terugzien en mondeling met hen kan spreken in plaats van ‘met papier en inkt’ (2 Joh. 12). De gelovigen hoeven er zich niet voor te schamen, alsof ze nog te zeer aan het vlees gehecht zouden zijn, wanneer zij ernaar verlangen andere christenen werkelijk bij zich te hebben. De mens is immers als lichaam geschapen, in hetzelfde vlees kwam de Zoon van God voor ons op aarde, lichamelijk werd hij opgewekt en lichamelijk ontvangt de gelovige de Here Christus in het sacrament, en de opstanding van de doden zal de volkomen gemeenschap van de geestelijk-lichamelijke schepselen van God brengen. Juist vanwege de lichamelijke aanwezigheid van de broeder prijst de gelovige de Schepper, de Verlosser, God en Vader, de Zoon en de heilige Geest. De gevangene, de zieke, de christen in de verstrooiing, ziet in de nabijheid van de broeders-in-
Gemeenschap
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 15
15
10-06-14 15:28
Christus een lichamelijk genadeteken van de aanwezigheid van de drie-enige God. Bezoeker en bezochte herkennen in hun beider eenzaamheid Christus, die lichamelijk aanwezig is en zij ontvangen elkaar en ontmoeten elkaar, zoals men de Heer ontmoet: met eerbied, in ootmoed en met blijdschap. Van elkaar ontvangen zij de zegen als de zegen van de Heer Jezus Christus. Wanneer er dus al zo’n grote boodschap gelegen is in de ontmoeting van de ene broeder met de andere, hoe onuitputtelijk groot moet dan niet de rijkdom zijn voor hen, aan wie het, naar Gods wil, vergund is in dagelijkse gemeenschap met andere christenen te mogen leven! Maar wat voor de eenzame een onuitsprekelijke genade van God is, wordt door anderen, die deze genade dagelijks ontvangen, gemakkelijk veronachtzaamd en over het hoofd gezien. Het wordt gemakkelijk vergeten, dat de gemeenschap met de broeders een genadegift is uit het Rijk van God, die ons elke dag ontnomen kan worden en misschien duurt het nog maar een korte tijd voordat wij eenzaam zullen zijn. Wie daarom tot op dit ogenblik een christelijk leven mag leiden samen met andere christenen, die mag Gods genade uit het diepst van zijn hart prijzen, God op zijn knieën danken en inzien: het is genade, niets dan genade, dat wij vandaag nog in gemeenschap met andere christenen mogen leven. De mate waarin God de gave van de zichtbare gemeenschap schenkt, is verschillend. De christen in de verstrooiing wordt getroost door een kort bezoek, dat een broeder in Christus hem brengt, door een gebed, dat samen gebeden wordt, en door een broederlijke zegen. Hij wordt versterkt door de brief, die een medechristen hem schreef. Als Paulus zijn brieven besluit met een ‘eigenhandige groet’,2 was dat absoluut ook een teken van zo’n gemeenschap. Aan anderen is de gemeenschap
16
Gemeenschap
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 16
10-06-14 15:28
van de zondagse kerkdienst gegeven. Weer anderen mogen een christelijk leven leiden in de gemeenschap van hun gezin. Theologen ontvangen het geschenk, dat zij, voor zij bevestigd worden als predikant, een zekere tijd samen leven met hun aanstaande collega’s. Bij veel serieuze christenen in de gemeente groeit in onze tijd het verlangen om in de rustpauzen van hun werk een poosje in gemeenschap met andere christenen samen te komen onder het Woord. Gemeenschapsleven wordt door de christenen van onze dagen weer gezien als genade, die het ook is, als ‘de rozen en leliën’ van het christelijk leven (Luther). Christelijke gemeenschap betekent gemeenschap door en in Jezus Christus. Er is geen andere christelijke gemeenschap die meer, en geen die minder is dan deze. Van de korte, slechts één keer plaats vindende ontmoeting, tot de dagelijkse gemeenschap, die zich over jaren uitstrekt, is echte christelijke gemeenschap alleen maar dit. Wat betekent dat? In de eerste plaats, dat de ene christen de andere nodig heeft om Christus’ wil. Vervolgens, dat een christen slechts door Jezus Christus tot de ander komt. En ten slotte, dat wij in Jezus Christus van eeuwigheid af uitverkoren zijn, aangenomen in de tijd en verenigd voor de eeuwigheid. Wat het eerste betreft: die mens is christen, die zijn heil, zijn redding en zijn gerechtigheid niet meer bij zichzelf zoekt, maar alleen bij Jezus Christus. Hij weet, dat het Woord van God in Jezus Christus ‘schuldig’ over hem uitspreekt, ook als hij van die eigen schuld niets kan ontdekken. Maar hij weet ook, dat het Woord van God in Jezus Christus hem vrijspreekt en rechtvaardigt, ook als hij niets van zijn eigen gerechtigheid voelt. De christen leeft niet meer uit zichzelf,
Gemeenschap
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 17
17
10-06-14 15:28
uit zijn eigen beschuldiging en rechtvaardiging, maar uit die van God. Hij leeft geheel en al uit het Woord, dat God over hem heeft uitgesproken, in de gelovige onderwerping aan Gods oordeel, of het hem schuldig spreekt of rechtvaardigt. Dood en leven van de christen liggen niet in zijn eigen wezen verankerd, maar beide vindt hij alleen in het Woord, dat van buitenaf op hem af komt, in het tot hem gerichte Woord van God. De reformatoren hebben het zó gezegd: onze gerechtigheid is een ‘vreemde gerechtigheid’, een gerechtigheid van buitenaf (extra nos).3 Daarmee hebben ze gezegd, dat de christen is aangewezen op het Woord van God dat tot hem gesproken wordt. Hij is eenvoudig op dat op hem af komende Woord ingesteld en hij leeft slechts van de waarheid van het Woord van God in Jezus Christus. Als hem gevraagd wordt: waar vindt u uw heil, uw zaligheid en uw gerechtigheid? – dan kan hij nooit op zichzelf wijzen, maar hij wijst op het Woord van God in Jezus Christus, dat hem heil, zaligheid en gerechtigheid aanzegt. Alleen naar dit Woord kijkt hij, waar hij ook maar kan. En omdat hij dagelijks hongert en dorst naar de gerechtigheid (vgl. Mt. 5:6), verlangt hij telkens weer naar het verlossende Woord. Maar dat kan alleen van buitenaf komen. In zichzelf is de christen arm en dood. De hulp komt van de andere kant. Ze is ook gekomen en komt elke dag opnieuw in het Woord van Jezus Christus, dat ons verlossing, gerechtigheid, vrijspraak en zaligheid brengt. Dit Woord heeft God in de mond van mensen gelegd, opdat het onder de mensen verbreid zou worden. Als iemand erdoor geraakt is, vertelt hij het door aan de ander. Zo heeft God het gewild: wij moeten zijn levend Woord zoeken en vinden in het getuigenis van de broeder en uit de mond van mensen. Daarom heeft de ene christen de ander nodig, die hem het Woord van God brengt.
18
Gemeenschap
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 18
10-06-14 15:28
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 158
10-06-14 15:28
LEES OOK
:
ISBN 978 90 435 2419 3
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 159
10-06-14 15:28
KOKT_1405_verborgenomgang_BW_135x210_03.indd 160
10-06-14 15:28
Dietrich Bonhoeffer (1906-1945) is voor velen de bekendste theoloog uit de twintigste eeuw. Hij heeft een onuitwisbare indruk gemaakt door zijn verzet tegen het bewind van Hitler, wat leidde tot zijn tragische dood in 1945.
– Dietrich Bonhoeffer
NUR 700 ISBN 978 90 435 2352 3
9 789043 523523
kokBOverborgenomgang0614.indd 1
uitgeverij kok – utrecht
Verborgen omgang
Gods Woord, de stem van de kerk en ons gebed horen bij elkaar.
DIETRICH BONHOEFFER
In dit boek zijn twee van Bonhoeffers meest geliefde teksten gebundeld: ‘Gemeenschapsleven’ en ‘Gebedenboek van de Bijbel’. Dietrich Bonhoeffer was gefascineerd door het fenomeen ‘kerkelijke gemeenschap’ en welke rol de Bijbel, en in het bijzonder de Psalmen, daarin speelt. Welke dienst bewijzen de Psalmen in de eredienst, wat betekenen schepping, wet, Messias, kerk, het gewone leven, lijden en schuld? Hoe moet je bidden? Hoe vind je kracht in persoonlijke meditatie?
kok
DIETRICH BONHOEFFER
Verborgen omgang Over leven in gemeenschap
11-06-14 11:12