uitgeverij kok | utrecht
Mient Jan Faber Er op & er onder
Ik heb mijn gereformeerde verleden niet de rug toegekeerd! Waarom zou ik? Misschien niet omdat ik nooit het gevoel gehad heb er met hart en ziel toe te (moeten) behoren. En dat is niet negatief bedoeld. Maar ik heb bewust en veelal onbewust het menselijk bestaan als een open boek beschouwd, zonder einde, dat je niet uitgelezen krijgt. De wereld is veranderd en ook ik denk met het verstrijken der jaren niet meer hetzelfde over tal van zaken. Maar ik voel geen enkele drang om daarom mijn verleden de rug toe te keren. Wel heb ik de behoefte een aantal gebeurtenissen die mij in het voorbijgaan zijn opgevallen wat nauwkeuriger onder de loep te leggen, al was het maar vanwege hun gruwelijke bijkomstigheden.
NUR 680/700 ISBN 978 90 435 2301 1
‘In de nacht van 2 op 3 oktober, 1942, vond in opdracht van de bezetter een razzia plaats in alle steden van Drenthe. In Coevorden werkte de lokale politie, onder leiding van de burgemeester actief mee. In het eindrapport stelt de burgervader vast dat in de stad “slechts 14 van de 112 Joden onvindbaar waren”. De razzia was een succes.’
Dit boek is een reis door en een confrontatie met de geschiedenis, waar iedere gereformeerde een tik van mee gekregen heeft.
Mient Jan Faber
Er op & er onder Kroniek van een gereformeerde jongen
Er op en er onder bevat het verhaal over de opkomst en ondergang van de gereformeerde zuil. Een bolwerk dat een stempel heeft gedrukt op de Nederlandse samenleving. Mede aan de hand van persoonlijke verhalen doet Mient Jan Faber verslag van hoe dit gezelschap ontstond en hoe het ook weer verdween. Uiteindelijk won de secularisatie het gevecht tegen het gereformeerde leefpatroon. Een bijzonder tijdsdocument, maar ook een van persoonlijk verlies.
Mient Jan Faber (1940) groeide op in een klassiek gereformeerd gezin en acteerde later decennialang als secretaris van het IKV op het politieke toneel. Sinds 2004 is hij bijzonder hoogleraar ‘citizen involvement in war situations’ aan de VU.
‘In 1949, ik zat in de vierde klas van de Paul Krügerschool, verwijderde op een kwade dag meester Visser alle kaarten van ons-Indië van de wand. Meester vertelde ons dat veel steden een andere naam hadden gekregen. Nee, Indië was niet meer. Een deel van mijn geschiedenis werd van de muur gehaald alsof het nooit bestaan had. Ik kon het niet bevatten.’
kokBOeropeneronder0514.indd 1
foto © carel voges
kok
07-05-14 16:11
er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 1
07-05-14 16:36
kokBWeropeneronder.indd 3
07-05-14 16:36
© 2014 Uitgeverij Kok – Utrecht www.kok.nl Omslagontwerp en boekverzorging: Garage BNO ISBN 978 90 435 2301 1 ISBN e-book 978 90 435 2302 8 NUR 680/700 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
kokBWeropeneronder.indd 4
07-05-14 16:36
Inhoud
Inleiding 1 De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat 27-45
De Oranjes en de scheiding der machten
Patriotten en prinsgezinden
De bevrijding van Coevorden Leve de Franse koning
2 Staat en Kerk 47-76
De Cocksen
Doleren
Antirevolutionair De schoolstrijd
Ritselen aan de stamboom
Mijn grootvader Jan Matser
3 Donkere wolken boven Europa 77-118
Broodrellen
De slang
De vlootwet Leven met de dood NSB noch CDU Will en Wiebe Rustig slapen
Hitlers rassenleer
De vlucht van de regering Inhoud  [5]
kokBWeropeneronder.indd 5
07-05-14 16:36
4 De bezetting 119-138
Nederland demobiliseert
De ariërverklaring
Er is geen overheid dan door God De kerken en het lot der Joden
Kuyper junior gooit de handdoek in de ring
Staakt! Staakt!
Het Joodse verzet
Niet voor publicatie bestemd
5 Jodenvervolging in Nederland 139-174
Seyss-Inquart is een katholiek
Het antwoord van de plaatselijke kerken
‘Ook wij zullen u wederkerig in onze gebeden gedenken’ De Standaard wordt Trouw
Van Margot Frank tot Edith Stein
Alleen christelijke Joden
Coevorden Judenfrei Reflectie
Eigen volk eerst
6 Het einde van de oorlog 175-197
Hongeren op bevel van Londen
Jan ten Hoor betaalt het gelag
De familie Faber duikt onder De bevrijding
De juiste keus?
De doorbraak mislukt
7 Ons Indië 199-228
Op de bres voor Ons Indië
Gezag onder God
Afscheid van Indië
Politionele Acties
[6] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 6
07-05-14 16:36
8 De verzuiling 229-253
De socialistische zuil
De gereformeerde zuil
De katholieke zuil
De vrijzinnig-hervormde zuil
De rechtzinnig-hervormde zuil De oudste zoon De doorbraak
De ontzuiling begint in het onderwijs Menno en Menno
9 De Koude Oorlog 255-287
De Gnadenfrist
De vrede bij u thuis
De Blije Werelt?
De tweederde wereld Samen op Weg
Kernwapens de wereld uit Solidarnosc!
De Stasi dicteert de kerken
Gods nee tegen de kruisraket De spelbrekers
In Almere begint de victorie
10 Drie geloven op één kussen 289-310
In de lichtkring
Wat rest is de eeuwigheid
Een sterfhuisconstructie
Van antirevolutionair naar christendemocraat De bergrede van Aantjes
De ontluistering van Aantjes Einde van een zuil
Ten slotte 311 Literatuurlijst 315
Inhoud [7]
kokBWeropeneronder.indd 7
07-05-14 16:36
[1] De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat
In Coevorden2, in het zuidoosten van de provincie Drenthe, begint mijn verhaal. Daar ben ik op 14 december 1940 geboren. Uiteraard is het verhaal van de stad heel wat ouder dan het mijne, zeker duizend jaar. Zo las ik ooit dat omstreeks 1141 de bisschop van Utrecht, Hardbert van Bierum, die tevens graaf van Drenthe was, zijn broer Ludolf de erfelijke waardigheid van burggraaf schonk, waardoor hij kastelein van Coevorden werd. De burggraaf nam zijn intrek in een omwalde en omgrachte houten vechttoren, ook wel motte genoemd, boven op een zandheuvel. Van daaruit beheerste hij het omliggende gebied, dat bestond uit een verzameling stulpjes (boerderijtjes) ten zuiden van de vechttoren en een langgerekte strook grond ten westen ervan. Later zou het gebied ‘Stadt en Heerlickheyt’ genoemd worden. Het omvatte het grondgebied van de gemeente Coevorden uit mijn jeugd. Een belangrijke veste in die dagen: de vechttoren overzag en beheerste de zuidoostelijke toegang tot Drenthe en daarmee indirect de toegang tot de stad Groningen. Burggraaf Ludolf was bekleed met militaire macht evenals met bestuurlijke en rechterlijke bevoegdheden. Dat alles in gehoorzaamheid aan zijn broer, bisschop Hardbert. Toen deze bisschop in 1150 stierf, maakten de zonen van Lu-
2 Voor deze paragraaf is onder meer gebruikgemaakt van H.D. Minderhoud, De Heren van Coevorden. Picardtreeks, nummer 18.
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [27]
kokBWeropeneronder.indd 27
07-05-14 16:36
dolf – Rudolf en Volker – gebruik van het gezagsvacuüm en eigenden zich steeds meer macht toe. Dit riep de woede op van bisschop Boudewijn van Holland, die in 1182 besloot de heren van Coevorden een lesje te lezen. Hij belegerde de vechttoren, won het daaropvolgende heroïsche gevecht, verwoestte de stad, en stelde graaf Otto van Bentheim aan als de nieuwe kasteelheer. De heren van Coevorden berustten echter niet in hun nederlaag. Zij huurden een legertje vechtersbazen en tussen 1186 en 1191 werd met de regelmaat van de klok gevochten om het bezit van het kasteel. De partijen waren aan elkaar gewaagd. Toen op een goede (dan wel kwade) dag Rudolf werd gegijzeld wist broer Volker toch nog het kasteel te bezetten en de vrouw en kinderen van Otto buit te maken. Otto had zijn eega en kinderen lief en zag zich gedwongen de vrede te tekenen en toe te staan dat Rudolf de nieuwe burggraaf van Coevorden werd. Volker vestigde zich in Ansen. Uiteraard was graaf Otto allesbehalve gelukkig met de uitkomst. Er braken steeds opnieuw gevechten uit, maar Rudolf wist zich te handhaven. Zijn zoon en opvolger, Rudolf ii, kreeg te maken met een nieuwe bisschop, Otto van Lippe, ook wel Otto ii genoemd. Deze werd in 1215 gewijd tot bisschop en stelde zich van begin af aan ten doel het gezag over Drenthe te herstellen. Rudolf ii wist echter van geen wijken. En dat gold ook voor de Drentse boeren, die gewend waren geraakt aan zelfbestuur en eigen rechtspraak, en zich grote zorgen maakten over het lot van hun zuurverdiende centen, mocht de bisschop toch weer de scepter gaan zwaaien. Gezamenlijk trokken Rudolf ii en zijn Drenten ten strijde voor de allesbeslissende slag bij Ane op 28 juli 1227. De slag bij Ane staat tot op de dag van vandaag in het geheugen van menig Coevordenaar gegrift. Ik herinner me hoe in de jaren vijftig van de vorige eeuw meester Heys, het hoofd van de gereformeerde Paul Krügerschool, aan de leerlingen van de vijfde en zesde klas de heldhaftige overwinningsstrijd tegen de bisschop uit de doeken deed, waarbij wij ons niet realiseerden dat in die dagen iedereen katholiek was en er nog geen gereformeerden bestonden. Bisschop Otto ii werd volgens de gebruiken van die dagen gedood – eerst gescalpeerd en daarna gekeeld – tot groot verdriet van zijn dienaren die spraken van ‘de meest rampzalige van al onze dagen’. De Drentse boeren hadden gezegevierd door het machtige ridderleger de mommenriete (het moerasgebied) in te lokken en op de koop toe een
[28] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 28
07-05-14 16:36
kopje kleiner te maken. Coevorden, dat zijn naam te danken had aan de ‘doorwaadbare plek voor koeien’, was omgeven door moerassen en daar waren de soldaten van de bisschop onvoldoende op voorbereid. De ‘architect’ van de overwinning, Rudolf ii van Coevorden, werd de nieuwe volksheld. Lang hebben de Coevordenaren niet kunnen genieten van de overwinning, want op 14 oktober 1228 heroverde Wilbrand van Oldenburg, de opvolger van Otto ii, de stad, die nog geen jaar later (30 augustus 1229) toch weer in handen van Rudolf ii viel. Het bleef stuivertje wisselen en uiteindelijk, het vechten moe, besloot Rudolf het op een akkoordje met de bisschop te gooien. De ontmoeting tussen Rudolf en bisschop Wilbrand vond plaats in kasteel Hardenberg, op 25 juli 1230. Tot een serieus gesprek kwam het niet, want Rudolf ii werd bij aankomst gearresteerd. Even later werd hij op het rad gebonden en geradbraakt tot de dood erop volgde. Zo ging dat in die dagen. Ik herinner me de fietstochtjes met mijn vader in de velden tussen Coevorden en Gramsbergen. We wilden het slagveld van Ane lokaliseren, maar het is ons nooit helemaal gelukt. Tegenwoordig staat er een gedenksteen, maar of die werkelijk op de plek des aanstoots staat, is onduidelijk. In die woelige jaren werd Coevorden zeker twee keer geheel verwoest en eenmaal is de bevolking totaal uitgeroeid. De lijfspreuk van Coevorden: ‘Vele gevaren kwam ik te boven’, verwijst naar deze periode. Of iemand een niets en niemand ontziende uitroeiing te boven kan komen, is een retorische vraag! Wel werd in 1288 een kleinzoon van Rudolf kastelein van de stad. Reinoud van Coevorden liet hij zich noemen, hoewel zijn vader uit Borculo afkomstig was. Maar zijn moeder Eufemia was de dochter van Rudolf ii. Reinoud werd de stamvader van een machtig geslacht. Tussen 1338 en 1402, ten tijde van Reinoud iii en Reinoud iv, gedroegen de burggraven zich als vorsten. Ze werden schatrijk en leenden de bisschoppen geld in ruil voor een onderpand. Op die manier kregen ze grip op het Coevorder kasteel. Als blijk van ontzag werden ze voortaan aangeduid als ‘Heren van de Heerlickheyt Coevorden’. Ze verwierven het recht om munten te slaan die vandaag de dag nog te bezichtigen zijn in het museum van Coevorden. In een oorkonde uit 1382 wordt Reinoud iv ‘Heer van Coevorden en Drenthe’ genoemd. Zijn moeder tooide zichzelf met de naam: ‘Joncfrou van Coevorden ende vrouw van Drenthe’. De macht van Reinoud werd gebroken toen een nieuwe bisschop in 1393 in het ambt trad. Deze Frederik van Blankenheim besloot voorgoed
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [29]
kokBWeropeneronder.indd 29
07-05-14 16:36
een einde te maken aan het eigenmachtig optreden van zijn vazal; de vele klachten die hem bereikt hadden waren even zoveel aansporingen om in te grijpen. Nadat bisschop Frederik zich verzekerd had van de financiële steun van de stad Utrecht alsmede van de IJsselsteden Kampen, Zwolle en Deventer, stelde hij Reinoud voor de verpande rechten en goederen in te lossen. Maar Reinoud weigerde ook maar iets van zijn machtspositie op te geven. Vervolgens sloot de bisschop een geheim akkoord met de aangrenzende Friese landen, die met argusogen de almaar uitbreidende macht van de opeenvolgende Reinouds gevolgd hadden. Hij beloofde hun te zullen raadplegen bij de aanstelling van een nieuwe vertegenwoordiger in Coevorden. Ook de stad Groningen sloot zich aan bij het verzet tegen Reinoud iv. Zodoende werd de cirkel gesloten. We schrijven inmiddels 1395, 168 jaar na de slag bij Ane. Opnieuw trekt een bisschop ten strijde tegen Coevorden. Maar dit keer zijn de kaarten verschoven. Reinoud kan niet langer rekenen op de steun van de Drenten. Nadat bisschop Frederik van Blankenheim op 10 juli 1395 de stad geheel omsingeld had, sloot hij een overeenkomst met Drentse notabelen, die hem als landheer erkenden; de inhuldiging volgde op 19 augustus. Reinoud, die zelf niet aanwezig was op het kasteel, weigerde echter zijn nederlaag te erkennen en gooide de kont tegen de krib. Pas in 1402 zwichtte hij voor de bisschop en deed in het openbaar afstand van al zijn rechten. Na ruim 250 jaar was de macht van de ‘Heeren van Coevorden’ gebroken. Ze verlieten de stad en trokken zich terug op hun bezittingen in Twente en in de Achterhoek. Veel later zou een van hen, Reint Wolter van Coevorden, kapitein in het leger van stadhouder/koning Willem iii, trouwen met de dochter van een Engelse kolonel. Hun in Engeland verblijvende zoon veranderde, beter gezegd ‘verengelste’ zijn naam in Vancouver. En diens achterkleinzoon, George Vancouver, wordt de stichter en naamgever van de stad Vancouver, aan de Canadese westkust. In 1407 verleent Frederik van Blankenheim stadsrechten aan het Drentse Coevorden.
De Oranjes en de scheiding der machten De belangrijkste functionarissen in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden waren de stadhouder en de raadspensionaris. De stadhouder was een hoge ambtenaar die als legeraanvoerder optrad: een rol die was
[30] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 30
07-05-14 16:36
weggelegd voor de Oranjes. De raadspensionaris was een rechtskundig adviseur en tevens de hoogste ambtenaar van de Staat. Dat de Oranjes bij tijd en wijle moeite hadden binnen de grenzen van hun bevoegdheden te opereren, leert de geschiedenis. Eeuwenlang was de Nederduits Gereformeerde kerk de ‘publieke’ kerk (volkskerk) van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Ze kreeg die positie bij gelegenheid van het uitroepen van de Unie van Utrecht, in 1579. Deze gereformeerde kerk vertoonde alle kenmerken van een ‘staatskerk’. Zo had ze de taak elke boreling te dopen, ongeacht het (on)geloof van de ouders en alle huwelijken te voltrekken. Veel scholen in het land werden aangestuurd door het kerkbestuur. De kerk was al met al een belangrijk instrument van de staat om de samenleving te ‘kalmeren’. Van een scheiding van kerk en staat was geen sprake. Belijdende, dat wil zeggen betalende, leden had de kerk relatief weinig. De predikanten en de kerkgebouwen werden gefinancierd door de overheid. De synode van Dordrecht had in 1619, midden in de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648), ten tijde van het twaalfjarig bestand (1609-1921), leerregels opgesteld naar aanleiding van een geschil3 met de remonstranten4 over de goddelijke uitverkiezing. Deze zogenaamde ‘rekkelijken’ namen geen genoegen met de nieuwe leerregels en verlieten de gereformeerde staatskerk, waarin de ‘preciezen’ (contraremonstranten) de overhand hadden.5 Een hardnekkig probleem, die uitverkiezing. Midden in de Tweede Wereldoorlog zou het probleem opnieuw opduiken. In 1944, ten tijde van de Duitse bezetting van ons land, scheidden hier en daar lokale kerken zich af van de Gereformeerde Kerken omdat ze zich niet wilden neerleggen bij een wetticisme dat aan de individuele mens geen enkel soelaas bood als die zijn leven wilde verbeteren teneinde de eeuwige straf (hel) te ontlopen.
3 Het onderlinge verschil tussen remonstranten en contraremonstranten ging over de predestinatieleer, de uitverkiezing. Populair gezegd: wie komen er wel en wie niet in de hemel? En kun je daar zelf iets toe bijdragen? Of is het voorbestemd? 4 De opsteller van een protest wordt een remonstrant genoemd. 5 De Tachtigjarige Oorlog had als inzet godsdienstvrijheid en was op de keper beschouwd geen oorlog tussen katholieken en protestanten noch een oorlog tussen remonstranten en contraremonstranten. Maar de overwinning van de protestanten betekende wel, dat de katholieken tot in het midden van de negentiende eeuw geen kerken mochten bezitten of bouwen.
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [31]
kokBWeropeneronder.indd 31
07-05-14 16:36
De meningsverschillen tussen de preciezen en de rekkelijken liepen zo hoog op tijdens het twaalfjarig bestand, dat de ‘eerste’ ambtenaar van het land, de raadspensionaris van de Staten Generaal, Johan van Oldenbarnevelt, zich genoodzaakt voelde in voorzichtig gekozen termen zijn sympathie voor de ‘rekkelijken’ uit te spreken. Het kwam hem duur te staan. Prins Maurits, de opperbevelhebber van het Staatse leger, had sinds de door Van Oldenbarnevelt geïnitieerde, hachelijke ‘Slag bij Nieuwpoort’ in 1600, teneinde de koopvaardijvloot te beschermen tegen de Duinkerkse kapers, een slechte verhouding met de raadspensionaris. Maurits beperkte zich liever tot het belegeren en bevrijden van steden. Die kunst verstond hij als geen ander, zoals overal in het land gebleken was. Zo had Maurits in 1592 ook de strategische vesting Coevorden ‘bevrijd’. Maurits ergerde zich groen en geel aan Oldenbarnevelts sympathie voor de rekkelijken. Toen het religieuze conflict uit de hand liep en Maurits openlijk partij koos door in 1617 een dienst van de contraremonstranten, in de Haagsche Kloosterkerk naast de woning van de raadspensionaris, bij te wonen, waren de rapen gaar en liet Van Oldenbarnevelt een resolutie aannemen die de Hollandse stadsbesturen het recht gaf waardgelders aan te nemen, dat wil zeggen: eigen huurlegers op te bouwen. Daarmee riskeerde hij een burgeroorlog. Maurits reageerde echter diplomatiek. Hij wist de ene na de andere stad voor zich te winnen. Zo kon hij in juli 1618, op triomfantelijke wijze, de waardgelders in Utrecht weer afdanken. De ‘wetverzettingen’ werden vervolgens weer ongedaan gemaakt. Een maand later, op 30 augustus 1618, werden Van Oldenbarnevelt en een aantal medestanders, vanwege hun sympathie voor de remonstranten, gevangengenomen door Maurits en op 12 mei 1619 werd Oldenbarnevelt ter dood veroordeeld. De volgende dag al werd de raadspensionaris vanuit de Gevangenpoort in Den Haag naar het Binnenhof geleid waar de executie zou plaatsvinden. Steunend op zijn ‘stockske’, liep de bejaarde (71 jaar) raadspensionaris naar het schavot. Op het schavot richtte hij zich nog eenmaal tot de omstanders: ‘Mannen, gelooft niet dat ik een landverrader ben, ik heb oprecht en vroom gehandeld, als een goed patriot, en zo zal ik sterven.’ Daarna zei hij tegen zijn trouwe knecht Jan Francken, die naar woorden ten afscheid zocht, ‘Maak het kort, maak het kort.’6
6 Zie www.historischnieuwsblad.nl, ‘Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619)’.
[32] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 32
07-05-14 16:36
Vier eeuwen later, aan het begin van de twintigste eeuw, werd op nagenoeg dezelfde plek, tegenover het Binnenhof aan de overkant van de vijver, een standbeeld voor hem opgericht. Daar zit tot op de dag van vandaag de oude, wijze raadspensionaris op zijn ‘troon’, kritisch uitkijkend over het water in de richting van het torentje, vanwaar de premier het land regeert. Toen ik in Den Haag woonde en regelmatig in Utrecht vergaderde, fietste ik langs het standbeeld, op weg naar het station. Vaak kon ik niet nalaten om uit respect voor de raadspensionaris hem even gedag te knikken. Ik herinner me nog goed hoe in de zesde klas van de Paul Krügerschool in Coevorden, meester Sander Heys ons deelgenoot maakte van de roeringen rond het (contra)remonstrantse erfgoed. Terloops noemde hij ook het ‘stokje’ van Johan van Oldenbarnevelt. Maar het ging niet van harte en het gedicht van Joost van den Vondel (1587-1679) over het Stockske van Johan van Oldenbarnevelt heeft hij ons nooit laten lezen.7 Een halve eeuw later zou een andere Johan, te weten Johan de Witt, samen met zijn twee jaar oudere broer Cornelis de Witt, eenzelfde tragisch lot ten deel vallen, dit keer op een barbaarse wijze ten uitvoering gebracht. Opnieuw was er een conflict met de Oranjes. Johan de Witt was negentien jaar lang raadspensionaris van het Graafschap Holland geweest (1653-1672), maar zijn relatie met de Oranjes was altijd moeizaam. In 1667 had de provincie Holland geprobeerd het stadhouderschap af te schaffen, teneinde te voorkomen dat prins Willem van Oranje, de enige legitieme zoon van Willem ii (1647-1650), zijn vader zou opvolgen. De overige provincies hadden zich echter tegen deze maatregel verzet. Wel werd vastgelegd dat de positie van stadhouder en die van opperbevelhebber van het Staatse leger niet te combineren vielen. Het vermeende streven van de Oranjes naar absolute macht werd op deze manier geblokkeerd. Het jaar 1672 zou de geschiedenis ingaan als het rampjaar. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd aangevallen door Engeland,
7 Ook voor prins Maurits is een standbeeld te vinden in Den Haag. Het staat bij de Heerenbrug en is daar in 1932 verrezen als dankbetuiging van Den Haag voor de singel die Maurits liet graven ter verdediging van de stad.
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [33]
kokBWeropeneronder.indd 33
07-05-14 16:36
Frankrijk en de bisdommen Münster en Keulen.8 Op 12 juni trokken Franse troepen bij Lobith de Rijn over en splitsten zich in tweeën. De ene vleugel viel Twente en het graafschap Zutphen binnen, terwijl de andere vleugel in westelijke richting oprukte en de IJssel overstak. De weg naar Amsterdam en Den Haag lag nu open, en daarmee het hart van de Republiek. In het hele land stroomden berichten binnen over de opmars en het verontruste volk ging massaal de straat op en schreeuwde om de prins van Oranje! Een beroemde typering van de toestand van het land in die dagen luidde: ‘Het volk was redeloos, het land reddeloos en de regering radeloos.’ Raadspensionaris Johan de Witt ging onder zware druk akkoord met de benoeming van Willem iii tot kapitein-generaal, zij het voor de duur van één enkele veldtocht. Op 19 juni viel Naarden in Franse handen en op 30 juni lagen de Franse troepen voor Gorkum. Ondertussen greep het oproer steeds verder om zich heen. Het ‘volk’ nam geen genoegen meer met halve maatregelen en eiste een volledige machtsoverdracht aan de prins van Oranje. De regenten werden door de aanhangers van Willem iii zelfs beschuldigd van landverraad. In Dordrecht, de thuisbasis van de gebroeders Cornelis (Kees) en Johan (Jan) de Witt, wapperde eind juni 1672 een oranje vlag aan de kerktoren en daaronder een witte vlag. De toegevoegde tekst liet aan duidelijkheid weinig te raden over: ‘Oranje Boven en Witt Onder; Die’t anders meent, dien sla de donder.’ Onder grote druk trad de regering af en Cornelis de Witt en 130 andere (staatsgezinde) regenten werden vervangen door aanhangers van de prins. In augustus werd Cornelis de Witt gevangengenomen. Hij werd verdacht van het beramen van een moordaanslag op Willem ii. Tijdens het verhoor werd hij hevig gemarteld, maar hij bleef ontkennen en werd vrijgesproken. Op 20 augustus 1672 spoedde Johan de Witt zich naar de gevangenis in Den Haag om zijn broer op te halen. Overal in de stad waren pamfletten opgehangen. Ook op de deur van de Nieuwe Kerk aan het Spui: Beëlzebub schrijft uit de Hel/Dat Kees de Witt hasst komen zel/Hij wacht hem in korte dagen/Maar zijn kop moet eerst zijn afgeslagen/En zijn broer is ook een schelm… De predikant van de Nieuwe Kerk aan het Spui
8 De bisdommen waren om logistieke redenen tot bondgenoot gemaakt teneinde Oostenrijk, dat over de Spaanse Nederlanden heerste, buiten de oorlog te kunnen houden.
[34] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 34
07-05-14 16:36
deed er nog een schepje bovenop en verkondigde van de kansel dat de gebroeders De Witt duivels waren die uitgedreven moesten worden. Terwijl Johan de Witt het gevang betrad, groeide buiten de poort de menigte aanhangers van de prins, onder wie veel leden van de plaatselijke schutterij.9 Even later werd de cavalerie, die de gevangenis bewaakte, weggestuurd, zogenaamd met de opdracht een groep plunderende boeren een halt toe te roepen. Vervolgens bestormde de schutterij de gevangenis. Johan en Cornelis de Witt werden naar buiten gesleurd en door de bloeddorstige menigte op gruwelijke wijze vermoord. De lichamen werden ontkleed en de lijken ondersteboven opgehangen aan de wipgalg op het Groene Zoodje,10 Johan een sport hoger dan zijn broer. Tenen, vingers, oren, neuzen, lippen, tongen, handen en penissen werden afgesneden. De barbaarsheid kende geen grenzen. Ook de ingewanden werden uit de lichamen gesneden. In de nacht van 21 op 22 augustus werden de broers (of wat er nog van hen over was) stiekem begraven in de Nieuwe Kerk, waar dominee Simonides eerder die dag nog gepredikt had dat hij er van overtuigd was dat de moordenaars niet gestraft zouden worden, omdat de slachting ‘eene wrake en een werk Gods’ zou zijn. In hoeverre de prins van Oranje rechtstreeks betrokken geweest is bij de moord op de gebroeders De Witt is de vraag. Verhinderd heeft hij de moordpartij in ieder geval niet. Vast staat wel dat de prins ervoor zorgde dat de moordenaars niet werden vervolgd. Ook heeft hij bepleit dat zij werden voorzien van een jaargeld en van een overheidsbaan. Ze konden zeker op zijn sympathie rekenen. De jarenlange machtsstrijd tussen de prins en de raadspensionaris had de voorwaarden geschapen waaronder deze gruweldaden zich (ongestraft) konden voltrekken. Desalniettemin blijft het onverteerbaar dat het rapalje dat zich achter de prins schaarde niet tijdig door hem tot de orde is geroepen, laat staan achteraf alsnog de rekening gepresenteerd kreeg. Dat het huis van Oranje deze donkere episode uit de vaderlandse geschiedenis zonder kleerscheuren heeft door-
9 De primaire taak van de schutterij was het beschermen van de stad in oorlogstijd, maar ze kon ook bij oproer worden ingezet. De schutterijen waren oranjegezind, ook omdat de prins de aanvoerder was van het leger. 10 Het Groene Zoodje is de naam van de plek, vlak bij de gevangenpoort in Den Haag, waar terdoodveroordeelden werden terechtgesteld.
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [35]
kokBWeropeneronder.indd 35
07-05-14 16:36
staan, blijft verbazen.11 Willem iii (1650-1702) wordt in 1672 stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. In 1675 worden Gelre en Overijssel aan dit rijtje toegevoegd. En ten slotte, in 1696, ook nog Drenthe. Vanaf 1689 is Willem bovendien koning van Engeland en Ierland, als gevolg van zijn huwelijk met Maria (Mary) Henriëtte Stuart. Kortom, hij was machtiger dan al zijn voorgangers (en opvolgers) uit het huis van Oranje.
De bevrijding van Coevorden12 Ik ben opgegroeid aan de Lelysingel 25 in Coevorden. Vanuit de tuin achter ons huis stapte je zo het Van Heutzpark in en nog geen honderd meter verderop stond je aan de gracht die Coevorden ooit omringde maar nauwelijks beschermde. Coevorden heeft nooit over een stadsmuur beschikt, hoewel het stadje in 1407 stadsrechten had ontvangen. Het eerste wat de wandelaar opvalt als hij via de hoofdingang het park binnenwandelt, is het standbeeld dat de bevrijding van Coevorden in herinnering brengt, op 30 december 1672, uit de klauwen van ‘Bommen Berend’ (de bisschop van Münster). De tekst onder het beeld luidt: ‘Al soo is deze overwinninge ons van den Hemel gegeven, daarvoor Godt alleen de eere moet hebben, en seggende, het is van den Heere also geschied, en het is een wonder in onse ogen.’ De onthulling van het beeld vond plaats op 6 juni 1924, dus 252 jaar na de feitelijke gebeurtenis, door koningin Wilhelmina. Tegen de achtergrond van een muur staat Meindert van der Thijnen, voorovergebogen, een rieten mat te repareren, terwijl boven hem overste Eijbergen met zijn vinger naar het kasteel van Coevorden – het doelwit van de operatie – wijst. Als jochie was ik er van overtuigd dat Meindert rieten matten aan het repareren was, die niet alleen over de stadsgracht gelegd moesten worden bij wijze van loopbrug, maar daarna ook tegen de (niet-bestaande) muur van de stad zouden worden geplaatst om te beklimmen. Wat mijn fantasie ook prikkelde was het bovenste gedeelte van de muur, dat
11 Het heeft bij tijd en wijle pijn en moeite gekost om hen te overtuigen, soms te dwingen, als stadhouder/prins en later als koning, binnen de grenzen van hun ambt te blijven. Desalniettemin was en is een groot deel van het volk oranjegezind. 12 De bevrijding van Coevorden is met grote precisie opgetekend door H.D. Minderhoud, Coevorden, Stadt en heerlickheyt, Uitgave Rabobank, Dalen/Coevorden, 1977.
[36] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 36
07-05-14 16:36
scheen te zijn afgebroken. Had de beeldhouwer dat met opzet gedaan? Of was het stuk later, tijdens een verwoestende storm, afgebroken? Of hadden de Duitsers dat in de jongste oorlog gedaan? Hoewel we op de Paul Krügerschool overspoeld werden met heldenverhalen uit de vaderlandse geschiedenis, zat Meindert van der Thijnen niet in het leerprogramma. Waarschijnlijk omdat de opstellers van het programma het verhaal van het stadje in Drenthe niet of niet goed genoeg kenden, dan wel het verhaal irrelevant vonden in relatie tot het grote verhaal van de gouden eeuw; in het bijzonder de heldendaden van de Oranjes op het (slag)veld van eer en de daden van onze onoverwinnelijke vlootkapiteins (Tromp, De Ruyter, Heyn, Van Galen, Evertsen, Kortenaer, Van Aldemonde, Van Heemskerck). Gelet op de hoge kosten die de oorlog met zich meebracht, wordt ‘1672’ wel beschouwd als het einde van de gouden eeuw. We waren letterlijk ‘blut’. Voor een geboren Coevordenaar blijft de bevrijding van zijn stad een echt heldenverhaal, dat in de geschiedenisboeken van de gouden tijd thuishoort. Eens temeer omdat het vijf voor twaalf was. Met de bevrijding van Coevorden liep de gouden eeuw ten einde. Meindert van der Thijnen, afkomstig uit Groningen, had zich in 1670 in Coevorden gevestigd, waar hij van het stadsbestuur en het kerkbestuur zijn ‘beroepinge’ (akte benoeming) ontving om het beroep van onderwijzer te gaan uitoefenen. Er was maar één school in het stadje, bestuurd door de gemeente en de kerk. Het onderwijspakket was beperkt. De kinderen gebruikten de Bijbel en de Heidelberger catechismus om te leren lezen en naast de kunst van het schrijven werden ook enkele simpele rekentechnieken aangeleerd. Het schamele loontje dat Meindert ontving voor de leeropdracht was nauwelijks genoeg om van te leven. Dus zocht en vond Meindert een bijbaantje, hij werd koster van de Nederlandse Hervormde Kerk. Op 1 juli 1672 omsingelde het leger van het bisdom Münster de stad Coevorden. Tien dagen later, op 11 juli gaf het stadje zich over. Voor ‘Bommen Berend’, zoals de bisschop van Münster genoemd werd, lag de weg naar Groningen, het hoofddoel van zijn exercitie, nu open. Twee weken later, op 24 juli begon het beleg van Groningen. Allerminst een sinecure, want de stad werd verdedigd door de 70-jarige generaal Carl van Rabenhaupt, die de beschikking had over tweeduizend manschappen, aangevuld met honderdvijftig studenten en zeventien vendels (100-150 man per vendel) zeer gemotiveerde burgers. Zij vochten als leeuwen en
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [37]
kokBWeropeneronder.indd 37
07-05-14 16:36
na ruim vier weken gaf Bommen Berend de strijd op. Nog jaarlijks viert Groningen op 28 augustus ‘de dag van ontzet’. Op 4 september 1672, verliet Meindert van der Thijnen, met vrouw en kinderen, in het geniep Coevorden. Het stadje zuchtte onder de bezetting van ‘Bommen Berend’. De school van Meindert was gesloten en hij mocht ook zijn kerk niet meer betreden. De paapse mis vierde weer hoogtij in de stad. Meindert was van plan alles te doen wat mogelijk was om Coevorden uit handen van de bisschop te bevrijden en hij had een ingenieus plan beraamd. Op 6 september arriveerde hij in Groningen en nam zijn intrek in een logement. De volgende dag ontmoette hij generaal Rabenhaupt en overhandigde hem een gedetailleerde tekening van de vesting Coevorden, met alle quartieren van de Münsterse troepen, de loopgraven (aprochies), de batteriën, de ketels voor de mortieren, et cetera. Zoals gezegd had hij een gedetailleerd plan opgesteld om Coevorden te bevrijden. Soldaten zouden met hulp van biezen matten over de (in de winter) opengehouden bijten in de stadsgracht de stad binnentrekken. Op 27 december vertrokken de troepen naar Coevorden: 968 musketiers, wagens beladen met biezen bruggen, koevoeten, bijlen, wapentuig en niet te vergeten brandewijn. Het wachtwoord luidde ‘Holland’ en het veldgeschrei zou zijn ‘God met ons’. Ter herkenning droegen alle Staatse militairen een ‘stroowisch’ op de hoed. Op 30 december 1672, in de vroege morgen, werd de aanval ingezet. De biezen bruggen werden aangedragen en de eerste soldaten schoven over de bijten in de gracht. Ze verzamelden zich onder aan de wal en hakten daar de doornhaagversperring in stukken. Musketiers vuurden vanaf het ijs op Münsterse soldaten. Meindert deed de ronde en constateerde dat de biezen brugdelen op één plek waren losgeraakt. Hij kroop op zijn buik naar de plek des onheils toe en slaagde erin het euvel te repareren. Tijdens de man-tegen-mangevechten sneuvelde de Münsterse garnizoenscommandant en aan Staatse zijde de adjudant van generaal Rabenhaupt. De troepen van Meindert drongen door tot in het kasteel. Bij de molen op de kasteelwal zag Meindert zijn tamboers staan, de trommels op de rug. Hij beval hun de prinsenmars te slaan. Toen was het pleit snel beslecht. Op de markt staken enkele dragonders de trompet en bliezen het Wilhelmus. De overwinning was daar. Ruim zeshonderd Münsterse soldaten werden gevangengenomen en in de kerk opgesloten. Ondertussen waren de Staatse soldaten van Meindert aan het plunderen geslagen. Zelfs het huis van hun eigen commandant
[38] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 38
07-05-14 16:36
werd niet ontzien. Toen Meindert later zijn woning binnenging, merkte hij dat zijn meubels verdwenen waren. Of hij ze ooit teruggekregen heeft, meldt de geschiedenis niet. In zijn dagboek schreef Meindert: ‘Alsoo is deese overwinninge ons van den Hemel gegeven, daarvan Godt alleen de Eer moet hebben en zeggende het is van den Heere alsoo geschied en het is een wonder in onse oogen!’ In 1674 werd Meindert van der Thijnen benoemd tot burgemeester van Coevorden. Een functie die hij tot 1694 zou vervullen. In 1676 ontving Meindert van de Staten-Generaal een zilveren beker voor zijn verdiensten. De beker wordt nog steeds gebruikt bij de avondmaalsvieringen in de Nederlandse Hervormde Kerk. Meindert had bij wijze van tegenprestatie ook bedongen dat hij na zijn dood een ‘vrij’ graf in de Nederlandse Hervormde Kerk zou krijgen. In 1707 is hij gestorven.
Patriotten en prinsgezinden Aan het eind van de achttiende eeuw werd niet alleen in Frankrijk het ‘absolutisme’13 aan de kaak gesteld, maar ook elders. Ook in de Nederlanden. Het uitbreken van de vierde Engelse Oorlog (1780-1784) tussen de Republiek en Engeland was voor de zogenaamde ‘patriotten’ het startsein voor een brede protestbeweging. Zij vonden dat stadhouder Willem v (1748-1806) te veel macht bezat en bovendien wilden ze het politieke bestel aanpassen aan de nieuwe tijd, waarin de democratie in opmars was. Deze criticasters noemden zich patriotten. Ze lieten zich inspireren door de Franse revolutie: liberté, egalité, fraternité (vrijheid, gelijkheid en broederschap), en door de Onafhankelijksoorlog (17751783) in Amerika, waar dertien (Britse) koloniën de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen en zich herenigd hadden in de ‘Verenigde Staten van Amerika’. De Nederlandse patriotten waren logischerwijs anti-Engels en pro-Frans. Zij predikten de volkssoevereiniteit. Niet de stadhouder, Willem v, mag bepalen wie er in een vroedschap benoemd worden, maar de burgers van de stad moeten het recht krijgen hun burgemeester en bestuurders te kiezen. Bovendien vonden ze het onverteerbaar dat
13 Het absolutisme is een regeringssysteem waarbij de vorst alle macht heeft en boven de wet staat.
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [39]
kokBWeropeneronder.indd 39
07-05-14 16:36
katholieken en doopsgezinden tot dan toe van geen enkel stadsbestuur deel uitmaakten! Joan Derk van der Capellen tot den Pol, een belangrijke voorman van de patriotten, werd in 1778 uit de Overijsselse Staten gezet vanwege zijn pro-Amerikaanse en dus anti-Britse houding. In 1781 vertaalde hij een boekje van A. Fletcher (uit Schotland) vol nieuwe ideeën over volksbewapening en in de nacht van 25 op 26 september 1781 lanceerde hij een anoniem pamflet : Aan het volk van Nederland. Daarin trekt hij fel van leer tegen Willem v, die volgens hem schuldig was aan de kritieke toestand waarin de Republiek zich bevond. De schrijver vond dat de stadhouder moest worden afgezet en vervangen door een democratisch gekozen bestuur. Ofschoon de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geen persvrijheid kende, waren de autoriteiten niet bij machte de verspreiding van dit soort geschriften tegen te gaan. Integendeel, in de jaren tachtig van de achttiende eeuw was sprake van een bloeiende patriottische opiniepers. Bij de presentatie van de Hollandse versie van het boekje van Fletcher riep Van der Capellen zijn gehoor op om naar Zwitsers model de burger te bewapenen en de vrijheid te verdedigen tegenover regenteske misstanden en een naar absolutisme riekende machtsuitoefening van de stadhouder. Hij wenste een ‘allerwaeksaemste jalouzie van den kant van het volk’. Zijn oproep werd gehoord, want de patriotten vormden gewapende ‘vrijkorpsen’, die her en der (Utrecht, Alkmaar, Bolsward, Dordrecht) de macht overnamen en/of de invloed van de stadhouder beperkten. In 1785 verloor de prins de macht in de hofstad (Den Haag) en trok zich terug op zijn jachtslot Het Loo in Apeldoorn. Nederland dreigde te verzanden in een langdurig conflict. Het jaar daarop namen de spanningen nog verder toe. Vierkant tegenover elkaar stonden de gebieden met een patriottische meerderheid (Holland, Overijssel, Groningen) en de gebieden met een prinsgezinde meerderheid (Zeeland en Gelderland). Friesland en Utrecht waren intern verdeeld. Op 1 februari 1786 presenteerde burgemeester Joachim Rendorp van Amsterdam een plan aan de Staten van Holland om de terugkeer van de prins naar Den Haag mogelijk te maken. Het plan werd afgewezen. Op 2 augustus 1786 besloten de patriotten in Utrecht op democratische wijze nieuwe leden van de vroedschap te benoemen, dus zonder de goedkeuring van de stadhouder af te wachten. De prinsgezinde statenleden waren
[40] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 40
07-05-14 16:36
woedend en besloten voortaan in Amersfoort te vergaderen, hetgeen betekende dat de Staten van Utrecht uiteenviel. Op 27 augustus besloten de staten van Holland, met tien voor en negen tegen, de prins het commando over het Haags garnizoen te ontnemen. Het land leek nu regelrecht af te koersen op een burgeroorlog. In november 1786 verhuisde de stadhouderlijke familie van Apeldoorn naar Nijmegen om in geval van nood naar Pruisen te kunnen vluchten. Eind mei 1787 probeerde de echtgenote van Willem v, prinses Wilhelmina, incognito naar Den Haag te reizen. In twee koetsen, getrokken door zestien paarden, spoedde het reisgezelschap zich voort langs de rivier de Vlist. Tot het een onverwachts halt werd toegeroepen door leden van een exercitiegenootschap uit Gouda. Onder geleide werd het voorname gezelschap naar Goejanverwellesluis afgevoerd. Daar moest worden gewacht op een beslissing van de Staten van Holland. Die viel negatief uit! Wilhelmina was razend, maar moest onverrichter zake naar Nijmegen terugkeren. Ze liet het er niet bij zitten en deed beklag bij haar broer, de koning van Pruisen. Die wist van wanten, hij mobiliseerde een leger van twintigduizend man en viel Nijmegen binnen. Vervolgens ging het linea recta naar Utrecht, waar de troepen van de republiek het hazenpad kozen. Op 20 september 1787 arriveerde het leger in Den Haag. De bezittingen van de patriotten werden verbeurd verklaard en hun zetels in de vroedschap afgenomen. Veel patriotten namen de wijk naar Frankrijk.
Leve de Franse koning Het begin van de Franse tijd in Nederland (1795-1813), dus de totstandkoming van de Bataafse Republiek, werd gekenmerkt door een geleidelijke invoering van de democratie. Zonder de steun van het Franse leger aan de (uitgeweken) Nederlandse patriotten was dit niet mogelijk geweest. Als het aan de orangisten gelegen had, zouden de prins van Oranje en zijn nazaten tot in lengte van dagen het land hebben mogen besturen. In dat geval zou Nederland, wie weet voor hoe lang, een semiautoritaire staatsvorm hebben gehad. Maar de Fransen hadden een missie; zij verspreidden waar mogelijk de democratie. En dus schoten zij de patriotten met revolutionair elan te hulp. Overigens kostte het de Franse troepen de nodige moeite om de weg naar het machtscentrum Den Haag te vinden. Het verhaal doet de ronde dat de Franse bevelhebber, generaal Jean-Charles Pi-
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat  [41]
kokBWeropeneronder.indd 41
07-05-14 16:36
chegru (1761-1804), met zijn troepen aan de oever van de bevroren rivier de Maas (of de Waal) opdook maar niet het flauwste idee had waar hij zich bevond, laat staan waarheen hij zijn troepen verder zou moeten dirigeren. ‘Wat nu?’, vroeg Pichegru zich vertwijfeld af. De verzuchting: Wat nu?, zei Pichegru, werd algauw een standaarduitdrukking. Ik herinner me nog goed, hoe in 1957, mijnheer Spoelman, geschiedenisleraar aan het christelijk lyceum te Emmen, mij spottend aankeek omdat ik kennelijk niet had opgelet en geen idee had over welke gebeurtenis uit de vaderlandse geschiedenis hij sprak. Met een grijns op het gelaat herhaalde hij nog eens de vraag die hij zojuist had gesteld: ‘Wat nu, zei Pichegru?’ De Nederlandse strijders, die zich ‘Batavieren’14 noemden, wisten met Franse steun en geïnspireerd door de Franse revolutie van 1789, de ‘Orangisten’ uit het centrum van de macht te verdrijven. Willem Frederik, prins van Oranje Nassau en aanvoerder van de Orangisten (het Staatse leger), verzette zich tegen de Franse opmars, maar in het zicht van de nederlaag vluchtte hij naar Engeland. De vlucht was goed voorbereid, want in Scheveningen lag de pink Johanna Hoogenradde klaar om hem en de zijnen naar Engeland te varen. England is the place to be voor de Oranjes in geval van nood, en dat zou in de toekomst vaker voorkomen. De totstandkoming van de Bataafse Republiek in 1795, luidde een democratische revolutie in.15 In januari van dat jaar werden de Rechten van de Mens en van de Burger bevestigd. Ook werd er hard gewerkt aan een grondwet waarin de idealen van de revolutie: de volkssoevereiniteit, het staatsbestel, het onderwijssysteem, de persvrijheid, de vrijheid van godsdienst, de afschaffing van gilden en de afschaffing van de erfopvolging (familieregering) zouden worden vastgelegd. Na moeizaam overleg besloten de provincies een nationaal parlement op te richten: de Nationale Vergadering. Deze zou het bestuur van de Staten Generaal gaan overnemen. Op 1 maart 1796 kwamen de eerste, democratisch gekozen, volksvertegenwoordigers bijeen in Den Haag. Ruim een jaar later, op 8 augustus 1797, werd een ontwerpgrondwet aan het volk voorgelegd, die
14 Tijdens de opstand tegen de Spaanse overheersing noemden de Nederlanders zich Batavieren, nakomelingen van de Bataven, die ooit, in het jaar 69, in opstand kwamen tegen de Romeinen. 15 Onderzocht door onderzoeksgroep De Eerste Nederlandse Democratie.
[42] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 42
07-05-14 16:36
na een felle discussie werd weggestemd! De wet bevatte te veel controversiële onderwerpen. Moest Nederland, dat tot nog toe een confederatie was geweest, wel een eenheidsstaat worden? Was het echt nodig een absolute scheiding aan te brengen tussen staat en kerk? Hoe groot moest de invloed van het volk op de staat worden? Enzovoort, enzovoort. Een tweede nationale vergadering werd bijeengeroepen om opnieuw een grondwet te formuleren. Maar aan die werkzaamheden werd een vroegtijdig einde gemaakt. Dit keer met steun van buitenaf. Op 22 januari 1798 deed een groep Batavieren, aangevuurd door Pieter Vreede en Wijbo Fijnje, en geassisteerd door Franse troepen, een geslaagde greep naar de macht. Een paar maanden later werd een grondwet voorgelegd en aanvaard. Met de opname in de Staatsregeling van 1798 werd de eerste grondwet van Nederland een feit. Maar nog was het pleit niet beslecht. De politieke zuiveringen die het nieuwe bewind wilde uitvoeren en de beslissing van Vreede en Fijnje om een deel van de oude volksvertegenwoordiging in functie te laten, werden aanleiding voor een volgende staatsgreep, dit keer van meer gematigde Batavieren. Eenmaal aan de macht begonnen zij de uitgangspunten van de jongste staatsregeling in praktijk te brengen. Ondertussen verslechterde de economische situatie, mede als gevolg van de voortslepende (napoleontische) oorlogen in Europa. Pogingen om de grondwet opnieuw aan te passen en de centralisering en democratisering gedeeltelijk terug te draaien mislukten, want een nieuwe wijziging van de grondwet zou volgens de staatsregeling pas in 1804 kunnen plaatsvinden. In 1799 was keizer Napoleon Bonaparte aan de macht gekomen in Frankrijk. Hij besloot de Bataafse Republiek directer onder zijn invloedssfeer te brengen. De invloed van het Bataafse volk op de (eigen) regering werd gedeeltelijk teruggedraaid. In 1805 stelde ‘Parijs’, lees: de keizer, een raadspensionaris aan in de Republiek, een functie die anders dan vroeger veel weg had van een presidentschap. Rutger Jan Schimmelpenninck (1761-1825), een vooraanstaand patriot, die eerder op verzoek van Napoleon de grondwet voor de Bataafse Republiek had geschreven, werd benoemd tot raadspensionaris. Toch wantrouwde de keizer diens ‘onvoorwaardelijke’ loyaliteit en in 1806 werd hij vervangen door Lodewijk Napoleon, de broer van de keizer. Aan hem verleende hij de titel ‘koning van het koninkrijk Holland’. De Bataafse Republiek behoorde nu tot het
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [43]
kokBWeropeneronder.indd 43
07-05-14 16:36
verleden. Nederland was opeens een koninkrijk geworden. En de koning was geliefd bij zijn onderdanen en werd door velen ‘Lodewijk de Goede’ genoemd, want hij luisterde met een aandachtig oor naar hun zorgen en problemen. Keizer Napoleon was echter minder gecharmeerd van het eigengereide optreden van zijn broer en dwong hem tot aftreden. In een poging te redden wat er te redden viel, werd Napoleon Lodewijk, de tweede zoon van Lodewijk Napoleon, als vijfjarig jongetje op 1 juli 1810 gekroond tot koning en zijn moeder Hortense de Beauharnais werd aangesteld als regentes. De bedoeling van Lodewijk de Goede om langs deze weg de ‘onafhankelijkheid’ van het koninkrijk Holland te verzekeren mislukte, want keizer Napoleon liet de kleine koning (Napoleon Lodewijk) naar Frankrijk brengen en op 13 juli 1810 werden de Nederlanden ingelijfd bij het Franse keizerrijk. Aan de Franse tijd kwam een einde toen in 1813 het leger van Napoleon op het slagveld werd verslagen. Na de nederlaag bij Leipzig, in 1813, werd de keizer de genadeklap toegebracht in de slag bij Waterloo op 18 juni 1815. Hij werd vervolgens verbannen naar Sint-Helena. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Castlereagh, stelde voor een monarchie, opgehangen aan ‘het Huis van Oranje’, te vestigen in een met de Zuidelijke Nederlanden versterkt Holland, dus een stevige buffer tegen een mogelijk agressief Frankrijk. Op 16 maart 1815 riep Willem Frederik, Prins van Oranje Nassau, zoon van stadhouder Willem v en Wilhelmina van Pruisen, zichzelf uit tot koning van de Verenigde Nederlanden (Nederland en België) en hertog van Luxemburg. Koning Willem i zou hij genoemd worden. Dat betekende niet dat hij de eerste ‘koning’ in het gebied was. Napoleon Lodewijk en diens vader Lodewijk Napoleon waren hem immers voorgegaan. De Franse tijd heeft diepe sporen nagelaten in Nederland. Maar in tegenstelling tot Duitsland na de Tweede Wereldoorlog niet die van een kwaadwillige bezetter. De patriotten hadden Frankrijk verwelkomd, ja zelfs uitgenodigd om hun interne problemen met de Oranjeaanhang te helpen oplossen. Frankrijk was weliswaar een arbiter geweest met een eigen agenda, maar is nooit als onderdrukker de geschiedenis ingegaan. Integendeel, Lodewijk Napoleon was geliefd bij het gehele volk. Begin jaren vijftig van de twintigste eeuw, ik zat in de vijfde klas van de Paul Krügerschool, kregen een paar jochies, onder wie ik, na schooltijd
[44] Er op en er onder
kokBWeropeneronder.indd 44
07-05-14 16:36
Franse les. Dat gebeurde bij een onderwijzer thuis, die daarvoor een vergoeding van de ouders ontving. De jochies, begunstigd met een meer dan gemiddeld stel hersenen, werden voorbereid op een loopbaan die ons waarschijnlijk zou brengen in de ‘hogere regionen’, lees de bovenklasse, van de samenleving, alwaar men geacht werd Frans te (kunnen) spreken. Tijdens de les kwam ook de Franse tijd ter sprake, maar allerminst als een bezetting, vergelijkbaar met de recente Duitse bezetting of met de Spaanse overheersing lang geleden. Integendeel, de Fransen hadden ons veel goeds gebracht, in het bijzonder een mooie taal, die door de (toekomstige) bovenklasse in ere diende te worden gehouden.
De geboorte van Coevorden en de Nederlandse staat [45]
kokBWeropeneronder.indd 45
07-05-14 16:36
uitgeverij kok | utrecht
Mient Jan Faber Er op & er onder
Ik heb mijn gereformeerde verleden niet de rug toegekeerd! Waarom zou ik? Misschien niet omdat ik nooit het gevoel gehad heb er met hart en ziel toe te (moeten) behoren. En dat is niet negatief bedoeld. Maar ik heb bewust en veelal onbewust het menselijk bestaan als een open boek beschouwd, zonder einde, dat je niet uitgelezen krijgt. De wereld is veranderd en ook ik denk met het verstrijken der jaren niet meer hetzelfde over tal van zaken. Maar ik voel geen enkele drang om daarom mijn verleden de rug toe te keren. Wel heb ik de behoefte een aantal gebeurtenissen die mij in het voorbijgaan zijn opgevallen wat nauwkeuriger onder de loep te leggen, al was het maar vanwege hun gruwelijke bijkomstigheden.
NUR 680/700 ISBN 978 90 435 2301 1
‘In de nacht van 2 op 3 oktober, 1942, vond in opdracht van de bezetter een razzia plaats in alle steden van Drenthe. In Coevorden werkte de lokale politie, onder leiding van de burgemeester actief mee. In het eindrapport stelt de burgervader vast dat in de stad “slechts 14 van de 112 Joden onvindbaar waren”. De razzia was een succes.’
Dit boek is een reis door en een confrontatie met de geschiedenis, waar iedere gereformeerde een tik van mee gekregen heeft.
Mient Jan Faber
Er op & er onder Kroniek van een gereformeerde jongen
Er op en er onder bevat het verhaal over de opkomst en ondergang van de gereformeerde zuil. Een bolwerk dat een stempel heeft gedrukt op de Nederlandse samenleving. Mede aan de hand van persoonlijke verhalen doet Mient Jan Faber verslag van hoe dit gezelschap ontstond en hoe het ook weer verdween. Uiteindelijk won de secularisatie het gevecht tegen het gereformeerde leefpatroon. Een bijzonder tijdsdocument, maar ook een van persoonlijk verlies.
Mient Jan Faber (1940) groeide op in een klassiek gereformeerd gezin en acteerde later decennialang als secretaris van het IKV op het politieke toneel. Sinds 2004 is hij bijzonder hoogleraar ‘citizen involvement in war situations’ aan de VU.
‘In 1949, ik zat in de vierde klas van de Paul Krügerschool, verwijderde op een kwade dag meester Visser alle kaarten van ons-Indië van de wand. Meester vertelde ons dat veel steden een andere naam hadden gekregen. Nee, Indië was niet meer. Een deel van mijn geschiedenis werd van de muur gehaald alsof het nooit bestaan had. Ik kon het niet bevatten.’
kokBOeropeneronder0514.indd 1
foto © carel voges
kok
07-05-14 16:11