Skip to main content

Eerste hoofdstuk 'Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek'

Page 1

theologie en politicologie. Tijdens zijn theologiestudie verbleef hij een jaar in het klooster van de Augustijnen in Eindhoven. Hoewel hij ontdekte dat zijn weg buiten het klooster lag, is hij altijd gefascineerd gebleven door deze wereld. Nog steeds komt hij graag als gast in een klooster en krijgt er vaak veel vragen

Informatiekit voor kloostergangers Toegankelijk geschreven informatie over kloosters en kloosterordes met een heldere beschrijving van het kloosterleven, het leefritme, de dagindeling, de regels en gebruiken. Alles over rangen en standen, over de verschillende tradities en ordes, zoals de benedictijnen, jezuïeten, dominicanen en franciscanen. Alles wat je moet weten voor je naar een klooster gaat

binnen de Rooms-Katholieke

Goed voorbereid op retraite

idee voor deze ‘reisgids’ werd geboren. Na zijn studie maakte Jan-Willem Wits carrière als

Kerk als in het bedrijfsleven.

Eerste Jan-Willem Wits Hulp Bij Kloosterbezoek Informatiekit voor kloostergangers

1. Stoomcursus 2. The Making of the Monks 3. Benedictijnse spiritualiteit 4. Hoe word je een monnik? 5. Onderscheid 6. Geen tijd om te lanterfanten 7. Een dag vol missen 8. Monnikenpijen 9. Rond het Pandhof 10. Ora et Labora 11. Kloosterleven in Nederland

Jan-Willem Wits

communicatieadviseur, zowel

Waar kan ik het beste terecht voor een retraite? Hoe leven de broeders of zusters in de verschillende kloosters? Wat zijn de gebruiken en waar moet ik aan meedoen? Het antwoord op zulke praktische vragen is in dit handige boekje te vinden. Met een full colour informatiekatern over de belangrijkste kloosters in Nederland en België waar je welkom bent.

van medegasten - waarmee het

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek

Jan-Willem Wits (1968) studeerde

INHOUD

12. Toekomst 13. Hoe overleef ik mijn eerste kloosterbezoek? Interview met abt Rien van den Heuvel van de Sint Willibrordsabdij (Slangenburg) Verder lezen Adressen en informatie van kloosters in Nederland en België

9789043522885 Nur 700

9 789043 522885

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek_omslag.indd 1

28-05-14 20:09


Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 1

27-05-14 09:15


Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 2

27-05-14 09:15


Jan-Willem Wits

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek Informatiekit voor kloostergangers

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 3

27-05-14 09:15


Voor Merit

© 2014 Uitgeverij Kok – Utrecht www.kok.nl Omslagontwerp: Ralf Boer Vormgeving binnenwerk: Stampwerk, Jacqueline Bronsema ISBN 978 90 435 2288 5 NUR 700 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 4

27-05-14 09:15


Inhoud Inleiding 7 1. Stoomcursus – belangrijke begrippen uitgelegd

11

2. The Making of the Monks – geschiedenis van het kloosterleven

16

3. Benedictijnse spiritualiteit – de Regel van Benedictus uitgelegd

31

4. Hoe word je een monnik? – van postulant tot eeuwige professie

39

5. Onderscheid – de kloosterpopulatie opgedeeld

43

6. Geen tijd om te lanterfanten – de dagindeling van monniken

50

7. Een dag vol missen – het getijdengebed

54

8. Monnikenpijen – de kleding van kloosterlingen

62

5

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 5

27-05-14 09:15


9. Rond het Pandhof – de indeling van een klooster

67

10. Ora et Labora – de werkzaamheden van kloosters en kloosterlingen

70

11. Kloosterleven in Nederland – opkomst, verval en herrijzenis

75

12. Toekomst – hoe gaat het verder met het kloosterleven?

85

13. Hoe overleef ik mijn eerste kloosterbezoek? – praktische tips

90

14. Interview met abt Rien van den Heuvel van de Sint Willibrordsabdij (Slangenburg)

98

15. Verder lezen

104

Adressen

108

6

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 6

27-05-14 09:15


Inleiding Monniken zijn weg van God. Zij trekken zich terug op afgelegen plekken om God de allesdoordringende leidraad van hun leven te laten zijn. Juist de aantrekkingskracht om Hem in afzondering te vinden, lijkt ook steeds meer vat te krijgen op mensen die geen monnik willen worden maar zich wel aan deze spirituele haardvuren willen warmen. Kloosters zijn ‘hot’. Ieder jaar gaan duizenden Nederlanders naar kloosters waar monniken of monialen zich hebben teruggetrokken voor een leven in stilte en gebed. De gastenverblijven zitten in het weekend vaak al maanden van tevoren vol. Mensen met of zonder kerkelijke achtergrond schrijven zich in voor een retraite, een paar dagen rust of doen mee met een van de vele gebedsdiensten. “Gastvrijheid is onze core business geworden”, vat de benedictijner abt van de Sint Willibrods abdij (Slangenburg) in Doetinchem deze nieuwe trend samen. Sommige bezoekers worden regelmatige gasten of verbinden zich zelfs als ‘buitenlid’ (oblaat) aan de gemeenschap. Mijn eerste kennismaking met een klooster vond plaats in 1989. Nieuwsgierig naar het leven achter de kloostermuren en om eens goed na te denken over een eventuele keuze voor een theologiestudie, meldde ik mij bij de zusters van St Lioba (bij de mannen van de Adelbert abdij zaten ze al vol). Als kleinzoon van een dominee en met een protestantse opvoeding was de wereld van monniken en monialen mij volledig vreemd. Veel verder dan het lezen van ‘In de naam van de

7

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 7

27-05-14 09:15


roos’ was mijn kloostereducatie nooit gekomen. Onwennig en onzeker klopte ik aan waarop een stralende zuster de deur opende en mij hartelijk welkom heette. Het was verliefdheid op het eerste gezicht. Op het kloosterleven, niet op de zuster – voor de goede orde. De gewijde stilte, de sprekende rituelen, de verstilde rust, het ijle gezang van de zusters. Het sloeg allemaal in als een bom. Na de vier dagen van mijn eerste kloosterverblijf begon een zoektocht naar een wereld waar ik bij wilde horen. In mijn verkenning van het kloosterleven bezocht ik gemeenschappen van zeer verschillende pluimages: van de plechtige benedictijnen tot de wat meer vrijgevochten norbertijnen, van de gezellige en soms wat morsige franciscanen tot de welopgevoede jezuïeten. Uiteindelijk vond ik een thuis bij de augustijnen in Eindhoven, waar ik als postulant een jaar van het klooster meeleefde. Een bijzonder boeiend en leerzaam jaar volgde. Niet alleen omdat ik kennis maakte met de binnenkant van het kloosterleven, met het soms zeer hectische kerkelijke rooster en bijzondere klussen zoals het leren bouwen van reliekdoosjes (voor de oudere lezers: bijgestaan door de eminence grise van het klooster en voormalige televisiepater Leopold Verhagen). Maar het leerde mij ook hoe het is om als twintigjarige dagelijks op te trekken met kloostergenoten die bijna allemaal de leeftijd van mijn opa hadden. De kloof die dat leeftijdsverschil ook met zich meebracht, vormde de uiteindelijke aanleiding om de deur weer achter mij dicht te trekken. De fascinatie voor het kloosterleven bleef. Mede vanwege mijn werk ten behoeve van het aartsbisdom Utrecht en later de Nederlandse Bisschoppenconferentie bracht ik regelmatig

8

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 8

27-05-14 09:15


een bezoek aan kloosters en was de ontmoeting met paters, broeders en zusters voor mij net zo alledaags als voor anderen het gesprek met collega’s op de werkvloer. Daarnaast maakte ik in het buitenland kennis met bijzondere kloosters. Het internationaal georiënteerde benedictijnerklooster in Clervaux. Het klooster van Chevetogne, dat zowel een Latijnse als een oosters-orthodoxe ritus kent. Het moederklooster van de kartuizers in La Grande Chartreuse. De bakermat van de trappisten in La Trappe. Het eigentijdse klooster van St Gervais, in het hartje van Parijs. De norbertijnerabdij van Praag met een prachtige, barokke bibliotheek. Kloosters met zeer verschillende sferen en tradities, maar steevast bewoond door intens gelukkige, vriendelijke en (wereld)wijze mensen. Toch zijn lang niet alle kloosterlingen levende heiligen. Ook dat leer je wanneer je achter de buitenkant van het koorgebed en de kloostermuren kunt kijken. In kloosters wordt net als daarbuiten volop gemopperd, geroddeld, geruzied, gevloekt en zijn er altijd wel mensen waarvan je je afvraagt waarom die in hemelsnaam deze weg hebben gekozen. Waardoor ik mij er steeds meer van bewust ben geworden dat het bijzondere van het kloosterleven níet wordt bepaald door het exceptionele en de radicaal andere keuzes die monniken en monialen maken. Juist in het alledaagse laten kloosterlingen zien dat hun leven helemaal niet zo veel verschilt van andere mensen, maar dat hetgeen het nét even anders maakt het echte geheim van het klooster is. Mijn fascinatie voor het kloosterleven deel ik met veel anderen, al zullen de meesten niet verder komen dan het gastenverblijf. Vaak ontdekken zij min of meer toevallig één klooster en, als de liefde beklijft, blijven zij daar trouw aan als regel-

9

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 9

27-05-14 09:15


matige gast. Het begint allemaal net zoals bij mij in 1989 met ‘de eerste keer’. In het klooster ervaren mensen het contrast met hun eigen jachtige, gefragmentariseerde en soms vluchtige bestaan. Maar ze maken ook kennis met een vreemde wereld; een eigen taal en jargon, symbolen en rituelen. Zeker wanneer ze zelf niet in de katholieke traditie zijn opgegroeid, roept zo’n bezoek veel vragen op. Als regelmatige bezoeker van het gastenverblijf van Slangenburg ontmoet ik vaak medegasten die geraakt zijn door dit monnikenleven en nieuwsgierig zijn naar de betekenis en achtergrond van wat ze zien en meemaken. Zo ontstond het idee voor dit boekje: een laagdrempelige introductie in het leven van monniken en een eerste hulpgids voor kloosterbezoekers.

10

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 10

27-05-14 09:15


1. Stoomcursus

Belangrijke begrippen uitgelegd

Nieuwkomers in kloosterland weten vaak geen raad met de talloze termen, aanspreektitels en begrippen die voorbij schieten. Wat is het verschil tussen een pastor, een pastoor en een pater? Noem je een vrouw in het klooster nou een non of een zuster? En waarom hebben monniken steeds andere kleren aan in de kerk? Om de rest van dit boek wat leesbaarder te maken, eerst maar eens een stoomcursus waarin de meest basale begrippen de revue passeren. Het woord ‘monnik’ komt van monos, wat in het Grieks ‘alleen’ betekent, en van monochos, het Griekse woord voor eenzaam. Monniken zijn mensen die zich afzonderen van de wereld voor een leven van gebed, stilte, studie en werk. Meestal doen ze dat samen met anderen, maar sommige monniken leven zelfs helemaal alleen, de zogenaamde kluizenaars (of met een oud woord: eremieten). Vrouwelijke monniken zijn monialen, alhoewel sommigen zichzelf gewoon lekker stoer monnik noemen (in dit boek moet je overal waar monnik staat ook maar meteen moniaal denken). Monialen heten ook wel zuster(s), maar niet alle zusters zijn moniaal. De meesten leven in een wat lossere kloostervorm en zijn actief (geweest) in het onderwijs of de zorg. Er wordt soms ook over nonnen gesproken, maar dat zullen zusters zelf niet snel doen vanwege de vanouds wat betuttelende bijklank (de ‘nonnetjes’). Je doet een zuster daarom geen plezier door haar non te noemen.

11

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 11

27-05-14 09:15


Monniken zijn religieuzen. Sommigen vinden dat een rare en zelfs aanmatigende term, want “je kunt toch ook buiten het klooster religieus zijn”. Zo is het niet bedoeld; het gaat hier om een technisch begrip. Wat alle religieuzen – mannen en vrouwen – bindt, is dat zij bij een bepaalde gemeenschap horen (een orde of congregatie) en drie geloften hebben afgelegd: om geen seksuele relaties te hebben (‘celibaat’), de wensen van de (leiding van de) gemeenschap te volgen (‘gehoorzaamheid’) en om geen eigen bezit te hebben (‘armoede’). Monniken geven die drie geloften een wat eigen invulling, met als belangrijkste verschil dat zij zich duurzaam aan een vaste plek verbinden (‘stabilitas loci’). Maar de grondprincipes zijn hetzelfde. De vormgeving van het religieuze leven kent vele variëteiten en accenten, die meestal wordt bepaald door de spiritualiteit en traditie van de gemeenschap waar iemand bij hoort. Er wordt wel een onderscheid gemaakt tussen contemplatieve religieuzen (lees: monniken en monialen), actieve religieuzen (die bijvoorbeeld in een parochie, school of ziekenhuis werken) en religieus leven in een mengvorm (‘vita mixta’). Deze driedeling is wel wat kunstmatig; het is natuurlijk onzin dat ‘actieve’ religieuzen geen gebedsleven zouden kennen en soms zijn er (middelbare) scholen aan monnikenkloosters verbonden. Met name nieuwe vormen van kloostergemeenschappen onttrekken zich aan klassieke definities, zoals stadsmonniken die wel een contemplatief leven leiden maar ook een (part time) baan kunnen hebben. De driedeling van contemplatief, gemengd en actief is vooral een historische leeswijzer om de ontwikkeling van het kloosterleven in de afgelopen eeuwen te kunnen duiden.

12

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 12

27-05-14 09:15


Vaak leven religieuzen in een grotere of kleinere gemeenschap – een klooster – en worden ze daarom kloosterlingen genoemd. Maar er zijn ook ‘solo religieuzen’, die bijvoorbeeld ergens pastor zijn. De spiritualiteit van de jezuïeten heeft zelfs een sterk individualistisch karakter (van jezuïeten wordt wel gezegd dat het ‘eenpersoonskloosters’ zijn). Een specifieke term voor een klooster van monniken of monialen is een monastieke gemeenschap. Het klooster van monniken heeft vaak de bijzondere (kerkrechtelijke) status van een abdij. Maar niet alle contemplatieve kloosters zijn abdij en kunnen bijvoorbeeld ook priorij heten. Mannelijke religieuzen die tot priester zijn gewijd worden ook wel pater genoemd. Mannelijke religieuzen zonder priesterwijding heten broeder, al noemen paters zich ook wel broeder om zich niet op die wijding te laten voorstaan (wat natuurlijk nederig is maar ook wat verwarrend…). De meeste kloostergemeenschappen hebben zowel paters als broeders als leden, al kunnen de onderlinge verhoudingen getalsmatig wel verschillen. Met name onder de congregaties zijn er gemeenschappen waar vooral of zelfs alleen paters lid zijn. Er zijn ook kloostergemeenschappen met alléén broeders. Die noemen zichzelf dan soms, en vraag me niet waarom, frater (zoals de fraters van Tilburg). Althans in Nederland, want bij Vlamingen zijn het gewoon broeders (zoals de broeders van Liefde). Priesters die niet bij een religieuze orde zijn aangesloten – en dat is de meerderheid – horen bij een bisdom. Dit zijn zogenaamde seculiere priesters of wereldheren. Voor onze oren klinkt dat misschien wat vreemd, want iemand van de seculiere clerus is dus geen humanistisch raadsman maar volop

13

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 13

27-05-14 09:15


kerks. Net als religieuzen kennen deze priesters ook de gelofte van gehoorzaamheid, maar die leggen zij af aan de lokale bisschoppen. Daarnaast beloven zij celibatair te leven. De gelofte van armoede geldt niet voor wereldheren, al wordt een sobere levensstijl sterk aangemoedigd en krijgen ‘bisdompriesters’ een zeer bescheiden vergoeding. Maar een riante familie-erfenis hoeven ze aan niemand af te staan. Het priesterschap is een wijding, die bepaalde bevoegdheden met zich meebrengt zoals het kunnen voorgaan in eucharistievieringen, het toedienen van de ziekenzalving, het afnemen van de biecht en het dopen van kinderen. Het is nog geen baan als zodanig. Een priester die wordt aangesteld om een parochie te leiden, krijgt de functie van pastoor (of kapelaan, dat is een treetje lager). Iemand kan dus én priester (wijding) én pater (lid van een kloosterorde) én pastoor (benoeming in een parochie) te zijn. Dan ben je dus bijvoorbeeld pater Jan de Vries OFM (lid van de franciscanen), pastoor van de Franciscusparochie in Leeuwarden. Pastoors zelf noemen zich soms ook wel eens pastor, wat een soort verzamelnaam is voor alle pastorale functies binnen de Kerk en ook in bijvoorbeeld gevangenissen, het leger en het ziekenhuis. Die term pastor is eigenlijk voorbehouden aan priesters, maar wordt in de praktijk ook gebruikt door alle mensen (m/v) die pastoraal werk doen. In de gevangenis houden ze het nog eenvoudiger. Daar heet iedereen pater, ook als ze vrouw zijn. Het merendeel van de katholieken heeft geen bijzondere wijding en behoort gewoon tot de gelovigen. Met een technische term worden zij wel als leek aangeduid, wat een beetje de wrange bijklank heeft alsof zij er niet echt toe doen. Helaas is

14

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 14

27-05-14 09:15


de leiding van de Rooms-Katholieke Kerk niet altijd in staat om dat beeld – ook in de beleving van katholieke leken zelf – echt bij te stellen.

15

Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek def.indd 15

27-05-14 09:15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Eerste hoofdstuk 'Eerste Hulp Bij Kloosterbezoek' by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu