Een jonge vrouw gaat de strijd aan tegen kinderarbeid en voor gerechtigheid.
Haar daden worden haar bepaald niet in dank afgenomen door de eigenaar van de mijn en de politie. Maar Emma krijgt ook steun: een charismatische mijnwerker biedt aan haar te helpen de waarheid boven tafel te krijgen. De grens tussen wat legaal is en wat rechtvaardig vervaagt, en Emma riskeert alles om haar geweten te volgen. Ellen Marie Wiseman schrijft over de lichtpuntjes in de zwartste bladzijden van de geschiedenis. Eerder schreef ze De pruimenboom en Wat ze achterliet. ‘Dit boek is intens en soms hartverscheurend, maar ook vol hoop. Een treffend portret van een donkere periode in de Amerikaanse geschiedenis.’ – Historical Novel Society nur 342
DE BREKERJONGENS ROMAN
ELLEN MARIE WISEMAN
Het meest heeft Emma te doen met de zogeheten ‘brekerjongens’: jonge kinderen die de hele dag kolen uitzoeken aan een lopende band tussen gevaarlijke machines. Hun met roet besmeurde gezichtjes herinneren Emma aan het broertje dat ze lang geleden verloor. Ze wil nog maar één ding: gerechtigheid voor de mijnwerkers. Ze begint met het achterlaten van voedselpakketten bij de krotwoningen van de armste gezinnen, en ze scheldt mijnwerkers hun schulden kwijt.
ELLEN MARIE WISEMAN
DE BREKERJONGENS
Pennsylvania, 1912. Na het overlijden van haar ouders keert de 19-jarige Emma Malloy noodgedwongen terug naar haar geboorteplaats, het mijnstadje Coal River. Voor niets werken in de winkel van haar onvriendelijke oom en tante is haar enige optie. Straatarme mijnwerkers kunnen daar terecht voor voedsel, kleren en gereedschap, zij het tegen schandalig hoge prijzen. Mensen met schulden moet Emma met lege handen naar huis sturen.
ISBN 978 90 297 2673 3
www.kok.nl
Een jonge vrouw trekt zich het lot aan van de kinderen in een mijnwerkersstadje
Hoofdstuk 1
Coal River 1912 Op de laatste dag van juni in het jaar waarin de rest van de wereld verbijsterd was vanwege het zinken van de Titanic, stond de negentienjarige Emma Malloy voor de keuze: de eerstvolgende trein naar Coal River in Pennsylvania nemen, of naar een armenhuis in Brooklyn worden gestuurd. De arts had haar ontslagen uit het ziekenhuis van Manhattan, de rooms-katholieke kerk had een kleine koffer met een paar kledingstukken gedoneerd (alsmede een nette ochtendjas, onderkleding, een haarborstel en een stuk zeep) en haar tante en oom hadden geld gestuurd voor het treinkaartje. Nadat ze binnen het uur haar beslissing had genomen, liep ze als in trance op wankele benen van het ziekenhuis naar het station, nam afscheid van de verpleegster, klom via de hoge treden in de passagierswagon en zocht haar plaats op. De verpleegster had Emma’s ontsnapping aan de vernietigende brand in het theater een wonder genoemd en gezegd dat ze altijd dankbaar moest zijn voor deze tweede kans. Het enige wat Emma zeker wist, was dat ze wees was geworden. Het maakte niet uit wat er met haar gebeurde of waar ze naartoe ging. De gedachten aan haar vader, moeder en overleden broer Albert zouden overal bij haar zijn. Er was geen ontsnappen mogelijk aan het vreselijke verdriet, die afschuwelijke, zware pijn in haar borst. Toen de trein twee dagen later uit de lange tunnel onder Ash Mountain tevoorschijn kwam en de houten schraagbrug over Coal River opreed, begon Emma’s huid te prikkelen alsof haar zenu9
De brekerjongens 1-368.indd 9
18-05-17 09:52
wen doorntjes hadden gekregen. Ze had zich heilig voorgenomen nooit terug te keren naar de geĂŻsoleerde mijnstad die haar naam ontleende aan de zwarte rivier die erdoorheen kronkelde, maar nu denderde ze hulpeloos terug naar alle herinneringen van een verleden dat ze zielsgraag wilde vergeten. Voor het treinraam drukte het volle gewicht van de zomerse hitte op het binnenland van Pennsylvania en het leek alsof de hele wereld met alles erop en eraan in een enorme houtoven lag te roosteren. De bomen bogen door onder de brandende zon en hun verwelkende bladeren kregen al gele schroeirandjes. Het had meer dan een maand niet meer geregend. Maar de zwarte rivier onder de treinbrug was nog steeds diep en snel en kolkte als een giftige soep tussen de rotsachtige oevers door. Stroomopwaarts was de oever overwoekerd met bomen en doornstruiken, ontoegankelijk voor mens en dier. In de verte verhieven zich naast de rivierbedding grillige berghellingen die de enige andere uitgang van het dal met hun steile klippen versperden. Emma dacht aan het kleine flesje donkere vloeistof dat ze van het nachtkastje naast haar ziekenhuisbed had gestolen toen de verpleegster niet oplette. Het zat in haar tas met trekkoord. Ze verlangde naar de bittere smaak van de rust op haar tong, maar er waren nog maar een paar kleine slokjes laudanum over, en die wilde ze niet verspillen. Ze zou het middel hard genoeg nodig hebben om de eerste dagen door te komen. Nerveus drukte ze haar nagels in de beklede armleuning van haar stoel en telde de seconden af totdat de wagon weer op vaste grond reed. Misschien is alles nu anders, dacht ze. Misschien is oom Otis nu anders. Of misschien ben ik alleen maar zenuwachtig omdat de trein op tientallen meters hoogte over die houten brug rijdt. Ze wilde het allemaal graag geloven, met heel haar hart, maar het lukte haar niet om zichzelf voor de gek te houden. De trein had eindelijk de andere kant van de rivier bereikt en Emma haalde een vinger langs de binnenkant van de hoge kraag van haar rouwjurk. De stugge stof schuurde tegen haar zweterige huid. In de bloedhete trein voelden de zware mouwen en hoge kraag als een dwangbuis of harnas, ook al was het kledingstuk haar 10
De brekerjongens 1-368.indd 10
18-05-17 09:52
een paar maten te groot. Natuurlijk, sommige mensen geloofden nog altijd dat een rouwende dochter een jaar lang gepast zwart diende te dragen, maar waarom moesten die rouwjurken zo stijf en onhandig zijn? Alsof het verdriet niet al wreed genoeg was. Wat zou ze haar matrozenjurkje met losse taille graag aanhebben, of een zomerbroek. Als het aan haar had gelegen, zou ze haar korset en de katoenen gordel onder haar jurk binnen een paar minuten na het vertrek van de trein hebben uitgedaan en uit het raam hebben gegooid. Ze zou haar mouwen hebben opgestroopt, haar hoed van haar hoofd hebben gehaald en haar kousen hebben uitgetrokken. Maar de herinnering aan de verbijsterde blikken van de andere passagiers toen ze alleen maar de rouwsluier van haar hoed haalde en in haar handtas stopte, hield haar tegen. Emma had haar kindertijd doorgebracht met mensen uit de theaterwereld, acteurs verkleed als Vikingen of piraten, geesten of bedelaars, nonnen of Egyptenaren. Ze had nooit begrepen waarom sommige mensen anderen beoordeelden naar wat ze aanhadden. In het theater keek niemand ervan op wanneer ze in een vrijetijdsbroek, met een pet op of in een jongensoverhemd programmaboekjes uitdeelde of in de buurt rond rende. Toegegeven, met platte schoenen aan en een korte broek om haar tengere lijf leek ze meer op een jongen dan op een jonge vrouw op de drempel van de volwassenheid. En haar lange, lichtbruine haar dat ze in een enkele vlecht droeg in plaats van in een rol, naar de laatste mode, maakte haar jaren jonger dan ze was. Maar het was moeilijk om met lang ondergoed en een korset aan door Central Park te fietsen, en hoge hakken en rokken maakten het onmogelijk de catwalk in het theater op te klimmen om naar de repetities te kijken. Haar moeder zei altijd voor de grap dat ze twee zoons had in plaats van een, en haar vader vond dat ze eruitzag als een levensgrote, porseleinen pop met kleine handjes, een dopneusje en een mond als de boog van Cupido. Mijn kleine lilliputter, zei hij altijd. Haar ouders zouden het niet erg hebben gevonden als ze haar rouwkleding had verruild voor haar dagelijkse kloffie. Op dat moment bedacht ze dat de jurk die ze droeg, samen met de katoenen rok, haar blouse met brede kraag en de nachtjapon 11
De brekerjongens 1-368.indd 11
18-05-17 09:52
van mousseline in de gedeukte koffer, de enige kledingstukken waren die ze nog bezat. De rest, inclusief haar matrozenjurkje en favoriete knickerbocker, was verdwenen. Tot as vergaan bij de brand. De brand. Het woord stak als een mes in haar hart. Het gelach en gepraat in de coupĂŠ gonsde samen met het tikken van de ijzeren wielen en het stampen van de locomotief in haar oren. Over een paar minuten, wanneer de trein zou stoppen, zou ze moeten opstaan en uitstappen. Dat was het. Geen reden om verder te denken dan dat. Het was al moeilijk genoeg om adem te halen. De trein remde af en trilde bij het nemen van de wijde, flauwe bocht naar het station van het stadje. Het dal opende zich voor haar ogen als een zwart-wittekening uit een schoolboekje. Aan de voet van Bleak Mountain, omringd door toppen waarvan vrijwel alle bomen en struiken verdwenen waren, strekte zich het stadje Coal River uit als een verzameling verspreid liggende houten huizen, winkels, stenen gebouwen en bars. Met mijnslak verharde wegen en zandpaden liepen door en om de plaats heen, met uitlopers door de ravijnen en dalen, omhoog naar het mijnwerkersdorp en verder, zigzaggend over de aarde als de donkere poten van een reusachtige spin. Aan de voet van de centrale berg rees de negen verdiepingen tellende steenkoolbreker van de Bleak Mountain Mining Company boven de kerktoren van het stadje uit, als een reusachtig creatuur dat op de helling hurkte en donkere rook uit zijn neusgaten blies. De breker leek een willekeurige opeenstapeling van gebouwen van verschillende afmetingen, alsof er elk jaar een nieuw deel aan werd gebouwd zonder dat er rekening mee werd gehouden of de aanwinst wel bij de rest zou passen. Elke verdieping telde rijen dubbele ramen en de top werd gevormd door een vreemd klein huisje dat op het laatste moment toegevoegd leek te zijn. De spoorbrug die vanaf de grond naar de hoogste verdieping van de breker liep, deed Emma denken aan de Switchback Railway op Coney Island, de enige attractie waar ze geen voet in wilde zetten omdat die zo hoog was. De rest van het mijncomplex lag om de breker heen: schoorstenen, een doolhof van gebouwen en schu12
De brekerjongens 1-368.indd 12
18-05-17 09:52
ren, spoorbanen, pijpleidingen, wegen en stoommachines. Boven de hoge bergen smeulde mijnafval en rond het complex hing een dikke, witte rook. Emma stelde zich als kind ’s nachts vaak voor dat de rode, blauwe en oranje gloed uit de smeulende bergen steenkoolgruis afkomstig was uit de onderwereld. Hoger op de berg, aan de rechterkant, was een enorm gat met daaromheen zandwegen en rijen mijnwerkershuisjes. Emma was nooit naar het mijnwerkersdorp geweest, maar ze was jaloers op de kinderen die daar woonden, ver van de pompeuze en strenge elite van Coal River. Ze stelde zich voor dat ze door het gras renden, in bomen klommen, buiten bleven tot het donker werd en limonade dronken op de veranda, op blote voeten. Tante Ida zou haar de wind van voren hebben gegeven als ze haar schoenen buiten had uitgedaan of vlekken in haar jurk had gekregen omdat ze in bomen klom. Haar tante verwachtte dat ze haar theekopje met opgestoken pink vasthield en liet haar met boeken op haar hoofd lopen om haar houding te verbeteren. Emma wist niet meer hoe vaak ze erover gefantaseerd had om samen met haar broer weg te lopen en zich in het mijnwerkersdorp schuil te houden tot haar ouders terugkwamen uit Manhattan. Had ze het maar gedaan, dan zou Albert nu misschien nog leven. Links van haar ving ze een flard rood op en toen ze die kant op keek, voelde ze een volgende schok. Op een heuvel aan de noordkant van het stadje stond een landhuis met drie verdiepingen, omringd door naaldbomen en keurig onderhouden gazons. Het rode dak glansde in de middagzon. Het zag er nog precies hetzelfde uit, tot en met de marmeren fontein in de grote voortuin. Emma kreeg spontaan kippenvel. Het volgende moment verdween het landhuis achter de treinstalling. De locomotief remde af en de ijzeren wielen knarsten en piepten, knarsten en piepten. De passagiers stonden op en begonnen hun bagage te verzamelen om snel te kunnen uitstappen na de lange reis. Emma bleef zitten en keek door het raam naar het station, met een hete brok in haar keel. Het perron stond vol mensen, mannen in vest met een strohoed op, kinderen in hun witte zomerkleding, vrouwen in reisjurk, zichzelf koelte toewuivend 13
De brekerjongens 1-368.indd 13
18-05-17 09:52
met papieren waaiers. Aan de linkerkant van het station stond een groepje politiemannen met hoge petten op en knielange militaire jassen aan. Ze hielden hun Winchester geweren voor de borst en blokkeerden een menigte nors kijkende mijnwerkers in haveloze jassen, met petten en afgedragen bolhoeden op. Iedereen zag er slecht en verhit uit. Emma overwoog even in de trein te blijven en door te reizen naar het volgende station, of rechtsomkeert te maken en terug te gaan. Maar terug waarnaartoe? Naar huis? Het kleine appartement van haar ouders boven het theater was verdwenen, verwoest door de brand, met alles wat erin stond. Bovendien had ze geen tweede treinkaartje. Het enige wat ze in haar handtas had was het laudanum, een lege tweede tas en haar rouwsluier. Ze beet op haar lip en zocht oom Otis tussen de mensen op het perron. Ze zag hem tegenover de politie staan. Hij praatte met een jongeman in pandjesjas en met een hoge hoed op. Haar oom was groot en pezig. De huid van zijn gezicht en handen trok strak over zijn botten, en leek op een stuk vlees dat in de zon te drogen was gelegd. Er zaten grijze plukjes in zijn hoefijzersnor en lange bakkebaarden. Hij zag er vreselijk oud uit, hard en aangetast door de jaren en zijn liefde voor de whisky. De treinreis had haar in elk geval tijd gegeven om een plan te bedenken waarmee ze misschien aan Coal River kon ontsnappen. Als ze haar kaarten handig speelde, vond oom Otis het misschien ook een goed idee. Dat hoopte ze in elk geval. Nee, ze bad dat het zo zou zijn, ook al was ze opgehouden met bidden nadat Albert was gestorven. Als haar plan mislukte, wist ze niet wat ze moest doen. Ze kon de rest van haar leven niet hier doorbrengen. Op het perron knikte de man met de hoge hoed naar oom Otis, terwijl hij met half dichtgeknepen ogen de ramen van elke wagon inspecteerde. Zijn slungelige lijf en O-benen kwamen Emma tegelijkertijd bekend en vreemd voor, alsof ze hem in een ander leven had ontmoet. Toen herkende ze het vlakke, bleke gezicht, als een bord waar een neus en uitpuilende ogen op waren geplakt. Haar uitgegroeide neefje Percy. Ze kreunde inwendig. Percy was er nog steeds. Percy die altijd als een puppy achter haar aan liep 14
De brekerjongens 1-368.indd 14
18-05-17 09:52
totdat ze hem een bloedlip bezorgde en zei dat hij haar met rust moest laten. Percy, die altijd kattenkwaad moest uithalen bij hen en die voor hen uit naar de rivier was gerend op de dag dat Albert was verdronken. Emma voelde het bloed uit haar gezicht wegtrekken toen het afschuwelijke beeld haar weer te binnen schoot: haar achtjarige broertje met zijn rode muts en winterlaarzen, zijn ogen wijd open toen het ijs het begaf, zijn blote handen klauwend op het gladde oppervlak om houvast te vinden. Ze kon hem horen schreeuwen, zijn doodsbange stem die haar naam gilde. En toen was hij verdwenen, meegesleurd door de snelle, koude stroming van Coal River. Alberts blik vol doodsangst en onbegrip voordat hij verdween stond in haar geheugen gebrand en achtervolgde haar sindsdien dag in dag uit. Ze knipperde tegen haar tranen en verdrong het beeld van haar broer die onder het ijs gevangen zat, zijn donkere krullen in de greep van de stroming, zijn ogen leeg en blind. Het was bijna meer dan ze kon verdragen. Je was nog maar tien. Je waarschuwde hem het ijs niet op te gaan. En het volgende moment: hij was bij de rivier vanwege jou. Ze tastte naar de plek onder haar hals waar haar moeders zilveren medaillon had gehangen voordat die samen met Albert onder het ijs was verdwenen, en plotseling was het alsof ze viel. Ze greep zich aan de leuning van haar stoel vast om overeind te blijven. Sinds ze vier dagen geleden in het ziekenhuis wakker was geworden, had ze last van zenuwinzinkingen, maar deze keer kwam de aanval met zo veel geweld dat ze er misselijk en duizelig van werd. Waarom was ze in vredesnaam teruggekeerd naar Coal River? Hoe zou een terugkeer naar het huis van haar tante en oom, waar zij en Albert vier ellendige maanden hadden doorgebracht toen hun ouders in Manhattan op zoek waren naar nieuw werk, haar verwoeste leven ooit kunnen herstellen? Er kwam een volgende gedachte in haar op, een gedachte waarvan haar maag ineenkromp. Misschien word ik gestraft. De trein schokte nog een laatste keer, kwam abrupt tot stilstand en blies een grote wolk stoom de lucht in. De staande passagiers 15
De brekerjongens 1-368.indd 15
18-05-17 09:52
vielen terug tegen hun stoelen. Emma stond op en voelde haar benen trillen, liet haar handen langs haar stijve jurk glijden en pakte haar koffer op. Ze wachtte tot de laatste passagier de wagon had verlaten voordat ze de zware zoom van haar veel te lange jurk optrok en op weg ging naar de uitgang. Haar hart bonkte in haar borst. Het was alsof ze zichzelf vanaf een andere plek bekeek, in een droom of op een filmscherm. Even later stapte ze uit de trein en bedekte haar mond tegen de zwavelachtige rotte eierenstank van het brandende kolengruis. Het was de bevestiging van een afschuwelijke waarheid. Ze was teruggekeerd naar Coal River. Nadat Albert was overleden en haar ouders haar mee terug hadden genomen naar Manhattan bleef die lucht nog maanden in haar kleding hangen, hoe vaak haar moeder die ook waste. Jarenlang vermengde de stank van het brandende mijnafval zich met haar nachtmerries, in de ochtend opstijgend uit haar kussensloop als een weeïg fantoomparfum. Maar op een dag was het verdwenen en dacht ze dat ze het ellendige aroma nooit meer hoefde te ruiken. Ze probeerde niet te kokhalzen en schudde haar hoofd toen een kruier haar koffer wilde aannemen. De andere passagiers liepen met hun bagage rond en zwaaiden en riepen naar wachtende vrienden en familieleden. Emma stond op haar tenen en probeerde over de schouders en ruggen heen te kijken of ze Percy en oom Otis in de drukte kon vinden. Twee wagons verderop stapte een groep somber kijkende mannen in versleten jassen en werkbroeken uit de trein. De mijnwerkers schreeuwden tegen hen dat ze terug moesten gaan naar de plaats waar ze vandaan kwamen en begonnen stenen en stokken in hun richting te gooien. De politiemannen dreven de woedende mannen achteruit en schreeuwden dat ze moesten kalmeren. Een van de mijnwerkers brak door de linie en rende in de richting van de trein. Vier politieagenten richtten hun geweren op zijn collega’s, terwijl drie andere agenten de ontsnapte man grepen, tegen de grond werkten en zijn armen op zijn rug draaiden. Emma bukte en rende met de hand op haar hoed in de richting van het station. Ze probeerde zich te herinneren waar ze haar oom had gezien. Plotseling pakte een sterke hand de greep van haar koffer vast en 16
De brekerjongens 1-368.indd 16
18-05-17 09:52
ze draaide zich om, klaar om zich te verweren. Percy glimlachte en rukte de bagage uit haar hand. Hij knikte in haar richting en tikte even met zijn hand tegen zijn hoge hoed. Zijn wimpers waren zo licht dat ze nauwelijks te zien waren en zijn helblonde haar leek bijna wit. ‘Hallo, Emma,’ zei hij. ‘Ik vind het akelig dat je onder zulke trieste omstandigheden naar Coal River bent teruggekomen, maar het is fijn om je te zien.’ Ze knikte. ‘Percy.’ Op dat moment brak een volgende mijnwerker door het politiekordon en rende met een van woede vertrokken gezicht op oom Otis af. Een politieman greep hem vast, sloeg een arm om zijn nek en sleurde hem achteruit over het perron. Een tweede agent schoot zijn collega te hulp en bond de handen van de man op diens rug. ‘Wat is er allemaal aan de hand?’ vroeg Emma. ‘Iedereen is tegenwoordig opgewonden,’ zei Percy. ‘Het komt van de hitte.’ ‘Maar waarom gooien de mijnwerkers stenen naar die andere mannen?’ Hij keek over zijn schouder alsof hij de ordeverstoring nu pas opmerkte. ‘Dat zijn nieuwe immigranten. De mijnwerkers denken dat ze hun banen komen afpakken.’ Hij stak zijn elleboog uit en vroeg toestemming om haar door de menigte te leiden. ‘Zullen we?’ Ze tilde de zoom van haar jurk op en gaf hem met tegenzin een arm. ‘Toe maar.’ ‘Je ziet er nog exact hetzelfde uit,’ zei hij. ‘Ik bedoel, je ziet er heel goed uit.’ Ze glimlachte flauwtjes naar hem en keek naar de gezichten van de mensen om hen heen om zijn indringende blik te vermijden. Het verbaasde hem ongetwijfeld dat ze negen jaar na haar laatste bezoek aan Coal River nog steeds zo klein en tenger was. Ze vroeg zich af hoe lang het zou duren voordat hij haar zou gaan plagen met haar kleine gestalte. Percy loodste haar door de drukte en gebruikte de koffer om mensen opzij te duwen. Oom Otis stond dicht bij het loket met een rood aangelopen gezicht nors te praten met een politieman. 17
De brekerjongens 1-368.indd 17
18-05-17 09:52
‘Schrijf de namen op van iedereen die je last bezorgt!’ zei hij. ‘Ja, meneer Shawcross.’ ‘Vader,’ zei Percy. ‘Kijk eens wie er is.’ Oom Otis glimlachte en spreidde zijn armen. ‘Welkom terug, Emma,’ zei hij. ‘Ik vind het vreselijk van je ouders, maar het is een genoegen om je terug te zien.’ ‘Hallo, oom,’ zei ze. Ze klemde haar kaken stijf op elkaar en draaide hem haar wang toe om zich te laten kussen en omhelzen. ‘Hoe kun je, mens,’ siste hij in haar oor. ‘Waar is je rouwsluier? Heb je dan helemaal geen fatsoen?’ Ze maakte zich los, greep haar handtas steviger vast en draaide het trekkoord om haar vingers. ‘Ik heb de sluier onderweg losgemaakt,’ zei ze. ‘Het was te lastig om die de hele reis te dragen.’ Haar oom forceerde een glimlach. ‘Maar nu je bent aangekomen moet je hem weer voordoen voordat we door de stad rijden.’ Ze haalde haar schouders op. ‘Dat is onmogelijk, ben ik bang. Het was vreselijk heet in de trein en toen ik een raam opendeed, vloog de sluier onmiddellijk naar buiten.’ Oom Otis fronste. ‘Ik heb hier nu geen tijd voor,’ zei hij. ‘Ik heb mijn handen vol aan die mijnwerkers. Breng haar naar huis, Percy, en kom dan terug om mij op te halen. Zeg tegen je moeder dat ze Emma haar kamer wijst.’ ‘Komt in orde.’ Zijn vader wilde al weglopen, maar bleef nog even staan en draaide zich naar zijn zoon toe. ‘Rijd maar liever buitenom,’ fluisterde hij. Achter hem brak een groep mijnwerkers door de politielinie en rende over het perron. Ze schreeuwden en scholden op de nieuwe immigranten. De politie voerde opnieuw een charge uit en drong de mannen weer terug. Met zijn armen zwaaiend rende oom Otis op de commotie af. Er viel een schot. Percy greep Emma’s arm vast en trok haar via een deur door de stationshal naar buiten. Aan de voorkant van het station stond de onverharde weg vol met paarden, rijtuigen, voetgangers, bagagewagens en fietsen. Langs de rand van het houten trottoir stond een gele Ford-T waarvan de hoge witte wielen grijs verkleurd waren. De goudkleurige kop18
De brekerjongens 1-368.indd 18
18-05-17 09:52
lampen en het lage windscherm waren bedekt met een fijn laagje zwart poeder. Net als alles in Coal River, van de gebouwen, ramen, trottoirs en winkelluifels tot de telefoonpalen en de bodem zelf, zat de auto onder het fijne kolengruis. Percy deed het portier open en hielp Emma bij het instappen. Ze worstelde de zwarte zee van haar jurk naar binnen en drapeerde die rond haar voeten voordat ze op de bank voorin ging zitten en om zich heen keek. Een paar meter verderop, aan de overkant van de hoofdstraat, zat een jonge jongen met een te grote pet op en een gerafeld jasje aan onderuitgezakt tegen een telefoonpaal die vol hing met groezelige aanplakbiljetten. Hij richtte zijn lege blik op de voorbijgangers en de paard-en-wagens. Zijn zilverkleurige ogen lagen diep in zijn opgezette, bleke gezicht. De jongen had dik, donker haar, net als Albert, en zijn verschrompelde linkerbeen stak in een metalen beugel. De versleten laarzen en de uiteinden van zijn krukken staken vanaf het houten trottoir een stukje over de weg uit. Achter hem zaten twee oudere jongens op een houten kist sigaretten te roken, met hun rug naar de straat. Een politieman stak over en schopte tegen het uiteinde van de krukken. Hij schreeuwde en gebaarde naar de jongen dat hij achteruit moest gaan. De gehandicapte jongen deed moeite om overeind te komen, terwijl de agent bleef staan tot hij zou gehoorzamen. Emma maakte aanstalten om de jongen te gaan helpen, maar voordat ze kon uitstappen, trokken de twee oudere jongens hem overeind en liepen de drie gezamenlijk weg. Percy tilde haar koffer op de achterbank, klom achter het stuur en startte de motor. Hij deed zijn hoge hoed af en zette zijn stofbril en leren pet op. ‘Klaar?’ Ze knikte, met een vuist op de knoop in haar maag. Percy trok op en loodste de auto door de drukke straat; hij vermeed de diepe sporen en toeterde voortdurend naar de langzame paarden en onoplettende kinderen. De vrouwen op het houten trottoir bleven staan toen ze langskwamen en begonnen achter hun handschoenen met elkaar te fluisteren. Op de trottoirs en de rijwegen van alle straten patrouilleerden politieagenten met geweren om hun schou19
De brekerjongens 1-368.indd 19
18-05-17 09:52
ders. Sommigen staken hun hand op als begroeting, anderen liepen met hun hoofd gebogen en spuugden tabakssap op de grond of rookten sigaretten. Emma kon zich niet herinneren dat er vroeger ook zo veel politie op straat had gelopen. Ze wilde Percy vragen wat de reden was, maar de motor maakte veel lawaai en ze had eigenlijk geen zin om te praten. Terwijl ze door het stadje reden, zag ze tot haar afgrijzen dat er maar heel weinig was veranderd. Ze had het gevoel dat ze terugging in de tijd en dat alles en iedereen er nog was, stilgezet in afwachting van haar terugkeer. De twee verdiepingen van de Bedrijfswinkel met zijn schoorstenen, afbladderende rode planken en zwarte luiken zagen er nog exact hetzelfde uit. Op de scheefgezakte veranda zat nog steeds hetzelfde clubje oude kerels in schommelstoelen en op krukken hout te snijden of te dammen op een omgekeerd olievat. Op de muilezelschuur hing nog altijd hetzelfde houten bord met gebrande letters dat naar de vuilstortplaats wees en de smalle weg langs de stadsweide zat nog steeds vol kuilen en gaten. Een oude vrouw met witte vlechten sjokte hen tegemoet over het trottoir, voorovergebogen alsof ze iets van de grond wilde rapen. Naast haar hobbelde een jonge jongen op houten krukken. Zijn ene broekspijp was dichtgeknoopt. Emma schrok. Het had Alberts tweelingbroer kunnen zijn. Hetzelfde dikke, donkere haar, dezelfde bruine sproeten op zijn neus, dezelfde vooruitstekende boventanden. Toen Percy hen voorbijreed, draaide Emma om op haar zitplaats, niet in staat haar ogen los te maken van de lopende verschijning. De jongen keek met ernstige ogen terug en draaide zijn hoofd. Daarna bleef hij staan en trok een nors gezicht, alsof hij haar herkende. Emma voelde de ijskoude vingers van de angst om haar keel. Was het allemaal een afschuwelijke nachtmerrie? Was Albert nog in leven, en had hij in Coal River afgewacht tot zij terug zou komen om hem te redden? Maar waarom was hij dan niet ouder geworden? En wat was er met zijn been gebeurd? De jongen draaide zich om en liep verder, kennelijk niet onder de indruk van hun contact. Emma keek weer voor zich uit en 20
De brekerjongens 1-368.indd 20
18-05-17 09:52
voelde de kille leegte van het verdriet in haar borst. De duizelingen kwamen zo sterk terug dat ze moest vechten tegen de neiging om Percy’s arm vast te grijpen om niet flauw te vallen. Nee, dacht ze. Albert is dood. Ik heb zijn bevroren lichaam gezien dat onder de treinbrug uit het kruiende ijs werd gehaald. Ik heb zijn kleine kist op die heldere winterdag in de grond van de begraafplaats Freedom Hill zien zakken. Ik voelde de ijskoude wind die vanaf Bleak Mountain tot in je botten doordrong en ik zag mijn moeder in mijn vaders armen snikken. Hij kan het niet zijn. Ze haalde diep adem en hield de lucht vast om haar paniek te onderdrukken. Zou het zo gaan worden? Zou elke kleine jongen in Coal River haar aan Albert doen denken? Waren ze allemaal gewond of verminkt? Of was ze nu echt haar verstand aan het verliezen? Misschien had ze toch haar kans moeten wagen in het armenhuis van Brooklyn.
21
De brekerjongens 1-368.indd 21
18-05-17 09:52
Hoofdstuk 2
Sputterend klom de Ford-T van Percy de steile helling van Flint Hill op. De bomen verdwenen aan weerszijden van de weg. Rechts zag Emma het centrum van het stadje onder zich, links bood het landhuis Flint Mansion uitzicht over heel Coal River. Het reusachtige, grillig aandoende landhuis in Italiaanse stijl stond op een zorgvuldig onderhouden gazon. Het had lage daken, brede vleugels en een dubbele veranda rond de begane grond en eerste verdieping, met een gietijzeren balustrade die wit geschilderd was, passend bij de versierde daklijsten. Op de nok van het rode pannen dak prijkte een buitensporig grote achthoekige koepel die op een miniatuur vuurtoren leek. Emma rilde. Huiverend keek ze naar het landhuis en ze vroeg zich af of een huis de bewoners ervan kon beïnvloeden. Het schandaal en het sterfgeval die aan het huis verbonden waren, hadden zich een paar jaar voor haar geboorte afgespeeld, maar waren onmiddellijk een tragische geschiedenis geworden die ceremonieel van de ene generatie op de andere werd doorgegeven. Het verhaal van Hazard Flint en zijn vrouw Viviane kwam nog het meest in aanmerking om de lokale legende van Coal River te worden genoemd. Viviane, enige erfgename van de Bleak Mountain Mining Company, was op de leeftijd van nauwelijks zestien jaar uitgehuwelijkt aan Hazard Flint. Twee maanden later kwamen haar ouders onderweg naar Chicago om bij een treinongeluk. Hazard nam alles van zijn vrouw over. Volgens het personeel van het landhuis was de man laaghartig en onbehouwen en overheerste hij zijn mooie jonge vrouw evenzeer als het mijnbouwbedrijf. Nadat hun zoon Levi was geboren, stond Viviane erop om geschei22
De brekerjongens 1-368.indd 22
18-05-17 09:52
den te gaan slapen. Vijf jaar later, toen er een tweede zoon werd geboren, vroeg iedereen zich af hoe dat kon. Was Hazard bijgedraaid, of had Viviane een affaire? Het kindermeisje en de stalknecht ontvoerden het zes dagen oude kind vervolgens en eisten met een briefje in zijn wieg tienduizend dollar voor zijn veilige terugkeer. Hazard liet het losgeld, zoals geëist, achter in de steeg achter de werkplaats van de hoefsmid, maar de baby kwam nooit terug. Naar verluidt was het ook Hazard die Viviane in de zomer van 1889 vond, hangend aan een balk in de koepel. Op de cederhouten vloer onder haar voeten lag een afscheidsbriefje en een met tranen bevlekte brief waarin ze uitlegde niet verder te kunnen zonder haar baby. Vanaf dat moment maakten de jongeren van Coal River elkaar bang met verhalen over de spookverschijning van een vrouw die voor de ramen van de koepel op de thuiskomst van haar zoon stond te wachten. In de loop van de jaren waren veel jongens uit het stadje van het landgoed gejaagd nadat ze via het latwerk op de muur naar boven waren geklommen om in de babykamer te kunnen kijken, die sinds het verdwijnen van het kind onveranderd zou zijn gebleven. Emma kon zich de gangen met hun donkere lambriseringen, de Perzische tapijten, de lompe meubels en geschilderde portretten aan de muren nog precies voor de geest halen. Ze kon het oude hout en het pleisterwerk ruiken die haar een smaak van zaagsel en koude pap in haar mond gaven. Waarom had ze jaren geleden geen andere ontsnappingsmogelijkheid gezocht? Als ze toen door een zijraam of een deur naar de veranda was weggeglipt, had Albert misschien nog geleefd. Ze dacht terug aan de winter toen Percy en zijn vrienden Albert uitdaagden om in het landhuis in te breken. Ze hadden hem wekenlang geplaagd, zijn stadskleding belachelijk gemaakt en hem een ‘watje’ genoemd vanwege zijn dikke, krullende haar. Op een dag was Emma onderweg naar huis, nadat ze aardappels had gekocht bij de Bedrijfswinkel. Ze zag Percy en zijn vrienden over de besneeuwde heg voor het landhuis gluren. Ze zaten te giechelen en wedden erom of de jongen die naar binnen ging gepakt zou 23
De brekerjongens 1-368.indd 23
18-05-17 09:52
worden of niet. Toen Percy haar vertelde dat ze Albert niet meer zouden uitschelden als hij iets uit de babykamer kon stelen om te bewijzen dat hij binnen was geweest, gooide ze de zak aardappels naar hem toe en rende verder over het trottoir om haar broer te redden. Op haar tenen sloop ze over de veranda aan de tuinkant en glipte door de achterdeur naar binnen. Via de zomerkeuken kwam ze in een gang achter in het huis. Halverwege stond een deur iets open en er klonk een zachte, ritmische stem als van iemand die hardop las. Dicht tegen de muur gedrukt sloop ze op trillende benen verder en gluurde door de deuropening. In de kamer zaten een oudere vrouw en een bleke jongen met donker haar aan een mahoniehouten tafel, hun hoofden over een open boek gebogen. Het waren de huislerares en Vivianes oudste zoon, Levi, die volgens tante Ida zo ongeveer gevangen werd gehouden omdat Hazard Flint doodsbang was om ook hem te verliezen. Emma sloop naar de overkant van de gang en ging de kamer snel voorbij. Ze vroeg zich af hoe woedend meneer Flint zou zijn als hij wist hoe makkelijk het was om zijn landhuis binnen te dringen. Ze vond Albert boven in de babykamer, waar hij naast een met spinrag overdekte wieg zat te huilen en te rillen, een stoffige rammelaar in zijn hand. Zijn broek was nat van de urine. Snel haalde ze de rammelaar uit zijn hand en gooide die terug in de wieg, waarna ze de jongen meenam de kamer uit. Onderweg naar beneden bleef Albert volhouden dat de geest van Viviane in de spiegel op de babykamer was verschenen en een knokige vinger naar hem had uitgestoken. Ze had een witte nachtjapon gedragen, en een strop om haar blauw gekneusde nek. Haar zwarte en gezwollen tong hing uit haar mond. Emma probeerde haar broer stil te houden en nam de snelste weg naar buiten: door de grote hal en de voordeur. Percy en zijn vrienden wachtten op de hoek van het trottoir. Ze lachten en wezen naar Alberts natte broek en dreven de spot met de jongen die bij hoog en laag beweerde Vivianes geest te hebben gezien. Toen Percy haar broer op de grond duwde, gaf Emma hem een klap op zijn neus, waarna ze Albert bij zijn jasje vastgreep, overeind trok 24
De brekerjongens 1-368.indd 24
18-05-17 09:52
en zich omdraaide om te vertrekken. Maar voordat ze weg konden komen, greep Percy haar bij haar arm vast, rukte haar moeders medaillon van haar nek en ging ermee vandoor, samen met zijn vrienden. Onmiddellijk zette Emma de achtervolging in over de straat, met Albert in haar kielzog. Haar broer smeekte haar te stoppen en de jongens te laten gaan. Percy zou het medaillon later wel terugbrengen. Maar ze luisterde niet en bleef doorrennen. De jongens namen het pad naar de rivier en zij ging erachteraan. Toen ze op de oever bleven staan, hield Percy het medaillon lachend buiten haar bereik. Ze schopte hem in zijn kruis en hij liet het sieraad in de sneeuw vallen. Een van zijn vrienden pakte het en gooide het op het ijs. En Albert ging erachteraan. Emma deed haar best om de herinnering te verdringen terwijl het haar bijna zwart voor de ogen werd. Percy zag dat ze naar het landhuis keek en remde af. ‘Hazard Flint woont daar nog steeds!’ schreeuwde hij boven het motorlawaai uit. Ze keek recht voor zich uit, haar mond zo droog als perkament. ‘En Levi ook,’ ging Percy verder. ‘Hij werkt voor meneer Flint. Het is alleen maar een kwestie van tijd voordat hij alles erft.’ Emma zei niets. Ze had het gevoel dat ze gevangen zat in een nachtmerrie en dat de ochtend maar niet wilde komen. Misschien was ze toch bij de brand omgekomen en was dit haar straf in het hiernamaals. Percy trapte op het gas, zette de motor in een lagere versnelling en reed verder over de steile heuvel naar het huis van zijn ouders. Oom Otis en tante Ida woonden in een geel huis van drie verdiepingen in Queen Anne-stijl, met een hoektoren en rijkversierde daklijsten. Het was omgeven door grote naaldbomen, lepelbomen en seringen en stond ver genoeg van de mijn om geen last te hebben van de onzichtbare stofnevel. Varens in grote potten en rieten meubels sierden de ronde veranda’s en langs het hek stonden gele margrieten. Percy parkeerde op de oprijlaan, hielp zijn nichtje uit de auto en tilde de koffer van de achterbank. Emma nam het uitzicht op dat in alle richtingen kilometers ver reikte. Het stadje Coal River lag ver onder hen uitgestrekt, met de Main 25
De brekerjongens 1-368.indd 25
18-05-17 09:52
Street en de stadsweide midden in het dal. De huizen en gebouwen stonden in willekeurige groepjes bij elkaar, verspreid tussen wegen en vergeelde weiden. Het rode dak van het grote landhuis van Flint glinsterde in de middagzon als een kom bloed in een zee van bruin. In het oosten stroomde Coal River zwart en kolkend onder de treinbrug door, als een band van onweerswolken om de aarde. In de verte leken de bergruggen golven grijze rook in de lucht. Binnen vonden ze tante Ida in de eetkamer, waar ze toezicht hield op het dekken van de eettafel. Net als elke andere kamer in het grote huis was de ruimte gevuld met zware en grote mahoniehouten meubels, glazen beeldjes, vazen, olieverfschilderijen, tapijten en kanten kleedjes. Het aantal snuisterijen leek sinds Emma’s laatste verblijf in het huis te zijn verdubbeld. Tante Ida droeg een gelaagde paarse jurk en een camee om haar nek, vrijwel zeker van echt ivoor, met een bijna onzichtbaar dun gouden randje. Hoe vaak had Emma die camee niet in haar nachtmerries gezien, zwevend boven haar hoofd op de ijzige oevers van Coal River, boven Alberts dode lichaam of zijn graf? Een grijze vrouw in dienstmeisjesuniform zat aan tafel perzikkleurige servetten te vouwen, die ze vervolgens nauwkeurig onder het zilveren bestek legde. Haar handen en knokkels waren vervormd van de reuma. Toen ze een lepel liet vallen, griste tante Ida de servetten uit haar hand. Ze keek geërgerd, maar op het moment dat ze Percy en Emma zag binnenkomen, ontspande haar gezicht. ‘Emma,’ zei ze met een snik in haar stem. Ze was haar tante van moederskant, maar dat was niet aan haar te zien. Emma’s moeder was knap en lenig geweest, maar tante Ida was kort en rond en droeg haar kastanjebruine haar met een middenscheiding strak achterover getrokken, waardoor haar maanvormige gezicht nog voller leek. ‘Kom hier, zodat ik je kan omhelzen, arm ding!’ Emma sloeg haar armen losjes om haar tante heen, die haar op haar wang kuste voordat ze haar losliet en een stap achteruit deed, met tranen op haar vlezige wangen. ‘Ongelooflijk dat mijn zus er niet meer is,’ zei ze. ‘En dan op zo’n afschuwelijke manier!’ Ze haalde een zakdoek uit haar mouw 26
De brekerjongens 1-368.indd 26
18-05-17 09:52
en depte haar ogen. ‘We hebben natuurlijk onze conflicten gehad in de loop van de jaren, maar ze was en bleef mijn zus. Ik hield van haar.’ Emma kreeg een brok in haar keel. ‘Ze hield ook van u, tante.’ Achter de rug van haar tante bleef de grijze dienstmeid met haar schoen achter een stoelpoot haken en stootte een glas van de tafel. Het viel met een doffe bons op het dikke tapijt en rolde naar de zoom van Ida’s jurk. Emma stapte snel naar voren, raapte het glas op en gaf het aan de dienstmeid terug. De oude vrouw knikte en glimlachte dankbaar. ‘Wat is er in vredesnaam met jou aan de hand, Cook?’ zei tante Ida met haar handen op haar heupen. ‘Je wordt met de dag onhandiger!’ ‘Het spijt me, mevrouw. Ik zal proberen voortaan voorzichtiger te zijn.’ ‘Dat is je geraden. Nu mijn nicht hier is om te helpen, zou je zomaar je baan kunnen kwijtraken!’ ‘Ja mevrouw,’ zei Cook. Ze zette het glas op tafel, vouwde de laatste servet en sjokte de kamer uit. Tante Ida stopte haar zakdoek weer in haar mouw en nam Emma van top tot teen op. ‘Wat heb je nu toch aangetrokken, kind? Die jurk lijkt op iets uit mijn grootmoeders kast. Om nog maar te zwijgen van het feit dat je erin verdrinkt!’ ‘Ik weet dat de maat niet klopt,’ zei Emma. ‘Maar het is alles wat ik –’ ‘Maggie!’ schreeuwde Ida over haar schouder. Emma schrok ervan. Toen er niet direct antwoord kwam, schudde de vrouw des huizes haar hoofd en fronste. ‘Maggie, kom onmiddellijk hier!’ Achter in het huis klonken voetstappen die een houten trap afrenden. Een paar tellen later kwam een jong meisje naar binnen rennen. Ze zag rood van de inspanning. ‘Ja, mevrouw Shawcross?’ ‘Zorg ervoor dat we voldoende materiaal hebben om nieuwe jurken voor mijn nicht te maken,’ zei ze. ‘Ze heeft een dagelijkse jurk nodig, een voor het huishoudelijk werk en twee om in uit te gaan.’ ‘Ja, mevrouw. Ik ga morgenochtend onmiddellijk naar de kleermaker.’ 27
De brekerjongens 1-368.indd 27
18-05-17 09:52
Tante Ida keek haar aan. ‘Nee. Je gaat nu onmiddellijk naar de kleermaker.’ ‘Ja, mevrouw.’ Maggie maakte een knicksje en haastte zich de kamer weer uit. ‘Waarom laat u Emma niet eerst even wennen voordat u iets aan haar wilt veranderen, mam?’ zei Percy. ‘Nee, het is wel goed,’ zei Emma met een geforceerde glimlach. ‘Maar geen al te uitbundige dingen, graag. Ik hou van comfortabele en eenvoudige kleding.’ Ida lachte. ‘Maak je daar maar geen zorgen over. We gaan geen fortuin uitgeven om je als een kleine pop op te dirken. Het zijn moeilijke tijden, kind. Het is al genoeg dat we je een dak boven je hoofd willen geven, dacht je niet?’ Emma knikte en voelde het bloed naar haar wangen stijgen. ‘Zal ik haar naar haar kamer brengen, zodat ze zich kan opfrissen?’ vroeg Percy. ‘Nee, nee,’ zei Ida. ‘Dat doe ik wel. Ga je vader maar ophalen. Over een half uur staat het eten op tafel.’ ‘Ja, mam.’ Hij knikte even naar Emma en vertrok. Tante Ida gaf haar een arm en leidde haar met een pafferige hand op haar pols door de hal en de woonkamer, waar ze vroeger altijd over Percy gebogen had gestaan als hij op de piano oefende. Zodra hij dan een foute toets aansloeg, gaf ze hem een tikje op zijn hoofd. Hoe hij ook zijn best deed, Percy maakte altijd fouten, in elk stuk. Op een dag toen er niemand in de kamer was, had Emma haar vingers lichtjes over de toetsen laten gaan en geprobeerd Oh my darling Clementine op het gehoor te spelen. Maar tante Ida was als een kwade wesp naar binnen gevlogen en had het klavierdeksel bijna op Emma’s vingers dichtgeslagen. Ze waarschuwde haar nichtje om de piano nooit meer aan te raken, wat ze ook nooit meer had gedaan. Toen ze in de grote hal kwamen, kreeg Emma een brok in haar keel. Ze wist dat het pijnlijke herinneringen zou opleveren als ze de kamer weer zag, maar ze had gehoopt dat die nu, na negen jaar, anders zou zijn ingericht. Alles zag er echter nog hetzelfde uit. Ze kon zich Alberts kleine lichaam nog voorstellen dat ten afscheid onder de grote, bronzen kroonluchter was gelegd. Aan elke deur 28
De brekerjongens 1-368.indd 28
18-05-17 09:52
hingen zwarte linten en viooltjes, alle spiegels waren met crêpe afgedekt en de wijzers van de klok waren stilgezet. Emma had niets gezegd toen haar tante erop had gestaan dat ze naast haar broer moest poseren voor een rouwportret. Daarna was ze in de verduisterde kamer gebleven en had ze geweigerd te eten, te slapen of van haar broers zijde te wijken totdat haar ouders terugkwamen uit Manhattan. Ze had in de grote fauteuil in de hoek zitten wachten en naar de druppeltjes rivierwater gekeken die van Alberts ontdooiende lichaam op het Perzische tapijt onder de baar vielen en donkere vlekken maakten. Toen ze haar ouders eindelijk zag binnenkomen, hield ze haar adem in. Ze was als verlamd en wist zeker dat ze nooit meer met haar zouden praten. Ze liepen naar Albert toe, haar moeder met trillende vingers op haar mond, haar vader met een van verdriet vertrokken gezicht. Eindelijk stond Emma ook op. ‘Mama,’ zei ze, voordat haar benen het begaven. Haar moeder rende door de salon en ving haar op, viel op haar knieën en drukte Emma aan haar borst. Pas toen begon ze voor het eerst sinds haar broer was verdronken te trillen en met grote uithalen te huilen. Haar moeder hield haar stevig vast en zei telkens weer dat alles goed zou komen. Haar vader streelde haar wangen en smeekte haar sterk te zijn omdat ze het niet zouden kunnen verdragen als haar ook iets overkwam. Emma had nooit geweten dat je zo vreselijk kon huilen dat je nauwelijks meer lucht kreeg, met snikken die uit je keel ontsnapten alsof ze uit het diepst van je ziel kwamen. Ze herinnerde zich dat ze zich even had afgevraagd of je je verstand kon verliezen als je tien jaar oud was. Nu, jaren later, waren haar ouders bij de brand omgekomen en was ze opnieuw ingestort. Ze wist zeker dat de afschuwelijke pijn van hun verlies haar fataal zou worden. Deze keer lag ze in een witte ziekenhuiskamer en stonden er een dokter met een granieten gezicht en een glazig kijkende verpleegster naast haar bed. Niemand die haar vasthield, niemand die haar zei dat het goed zou komen, nog geen kus op haar bezwete voorhoofd. Het beeld bezorgde haar een nieuwe golf van verdriet die haar bijna door haar knieën liet zakken. 29
De brekerjongens 1-368.indd 29
18-05-17 09:52
‘Emma?’ Tante Ida rukte haar los uit haar gedachten. Ze knipperde met haar ogen. ‘Het spijt me. Wat zei u?’ ‘Ik vroeg je wat je van de nieuwe gordijnen vindt.’ Haar tante keek trots, alsof ze die zelf had gemaakt. ‘De oude waren zo oud en verschoten, dat ik ze wel weg moest doen!’ ‘Heel mooi,’ zei Emma, die probeerde geïnteresseerd te klinken. In haar ogen zagen de gordijnen er nog exact zo uit als negen jaar geleden. Tante Ida nam haar door de wit betegelde keuken mee naar het achterhuis. Hun voetstappen echoden op de vloerplanken. Via een deur kwamen ze in een korte gang, waarna ze de steile en smalle trap naar de kamers van het personeel op liepen. ‘Ik hoop dat je het me niet kwalijk neemt,’ zei haar tante, ‘maar de kamer die jij en…’ Ze aarzelde en bleef op de trap staan. ‘Och lieve deugd, ik kan zijn naam nauwelijks uitspreken zonder een flauwte te krijgen.’ ‘Albert?’ ‘Ja, je arme broer, Albert. God hebbe zijn ziel.’ Ze sloeg een kruisje en liep verder de trap op. ‘Zo vreselijk, met zijn hele leven nog voor zich. En nu is mijn arme zus ook heengegaan.’ Ze schudde haar hoofd en haar gezicht betrok. ‘Het spijt me,’ zei ze. ‘Het is alleen… het is allemaal zo pijnlijk voor mij. Ik had nooit gedacht dat mijn leven zo triest zou worden.’ Emma pakte de leuning steviger vast. ‘Ik begrijp wat u bedoelt.’ ‘Er is zoveel akeligs in deze wereld,’ snikte tante Ida. ‘Het kan zo moeilijk zijn voor iemand die gevoelig is, zoals ik. Ik wilde dat ik niets hoefde te zien of te horen over het lijden van mensen. Daarom probeer ik me op fijne dingen te concentreren, uit zelfbehoud.’ Was het maar zo makkelijk, dacht Emma. Ze dacht terug aan de jongen die onderuitgezakt tegen de telefoonpaal had gezeten en aan Alberts tweelingbroer die een been miste. ‘Over lijden gesproken. Mag ik u iets vragen?’ ‘Natuurlijk, lieverd. Vraag maar.’ ‘Onderweg hiernaartoe zag ik twee jongens in het stadje. Een van hen miste een been, en de ander had een beugel. Weet u wat er met hen is gebeurd?’ 30
De brekerjongens 1-368.indd 30
18-05-17 09:52
Haar tante bleef weer op de trap staan en sloeg een hand voor haar camee. ‘Och heden,’ zei ze. ‘Bedoel je die arme brekerjongens?’ ‘Brekerjongens? Wie zijn dat?’ Ida stak een vinger op om aan te geven dat Emma haar mond moest houden. ‘Alsjeblieft. Het is veel te deprimerend voor mij om daar nu over te praten. We hebben genoeg verdriet meegemaakt voor vandaag, vind je niet?’ ‘Ja, tante.’ Hijgend van inspanning beklom Ida de trap verder. Plotseling sloeg haar stemming om en begon ze te glimlachen. ‘Wat ik wilde zeggen, de kamer waar jij en Albert vroeger hebben geslapen is nu de naaikamer. Maggie is een uitstekende naaister. Wacht maar tot je de prachtige jurken ziet die ze voor mij maakt! Maar we hebben daardoor geen kamer meer voor jou aan de voorkant van het huis.’ ‘Het geeft niet,’ zei Emma. ‘Ik heb niet veel nodig.’ In werkelijkheid was ze opgelucht. In de slaapkamer die ze met Albert had gedeeld zou ze overspoeld worden door herinneringen: verstoppertje spelen in de kasten en onder de bedden, door het raam naar Percy gluren die les kreeg in de achtertuin, mikado en PimPamPet spelen wanneer ze door oom Otis in hun kamer werden opgesloten tijdens diners met gasten. Het zou te moeilijk zijn om in die kamer te moeten slapen. Boven aan de trap liep tante Ida een nauwe, witgepleisterde gang in en bleef voor een lage deur staan. Ze nam even de tijd om op adem te komen. ‘We hebben de meeste dienstmeiden ontslagen; we kunnen gewoon geen goed personeel meer vinden.’ Ze wees naar het einde van de gang. ‘Het watercloset is daar. Je zult het moeten delen met Maggie en Cook, maar dat is geen probleem, lijkt me.’ Ze haalde een sleutelbos uit een zak in haar jurk tevoorschijn en deed de deur open. ‘Je hebt hier alle ruimte die je nodig hebt.’ In de kleine kamer stond een eenpersoonsbed met een ijzeren hoofdeinde tegen de ene zijmuur. Er lag een bruine wollen deken over de matras. De zes ruitjes van het raam tegenover het bed gaven uitzicht op de tuin aan de zijkant van het huis. Verder stonden er een houten wastafel, een blauw dressoir en een houten keuken31
De brekerjongens 1-368.indd 31
18-05-17 09:52
stoel op de plankenvloer die half schuilging onder een groen, tot op de draad versleten tapijt. Het gele behang op de achtermuur was versierd met kleine roosjes, de andere muren waren wit geverfd. Emma glimlachte geforceerd. ‘Perfect,’ zei ze. ‘Blij dat je er zo over denkt. Ik was bang dat je het erg zou vinden dat je niet bij ons aan de voorkant zou wonen.’ ‘Helemaal niet. Deze kamer is groter dan de slaapkamer die ik in Manhattan had.’ Ze zette haar koffer neer, trok de pin uit haar hoed en legde haar handtas op het bed. ‘Maar als u het niet erg vindt, wil ik graag even rusten. Ik ben uitgeput van die treinreis.’ ‘Nu?’ Haar tante trok haar neus op alsof ze iets smerig rook. ‘Maar je oom verwacht je straks aan tafel! Je weet hoe hij reageert als –’ ‘Het spijt me,’ zei Emma. ‘U hebt gelijk. Ik fris me een beetje op en kom dan naar beneden.’ Ida zette haar handen onder haar kin tegen elkaar alsof ze ging bidden en schudde met haar hoofd. ‘Het is echt beter. We hebben veel te bespreken, Emma. Dit is nu je thuis en je oom houdt er bepaalde regels en verwachtingen op na. Je wilt toch geen verkeerde start maken?’ ‘Natuurlijk niet.’ Emma werd nerveus en de huid rond haar mond tintelde. Ze pakte de deurkruk vast en wilde de deur dichtdoen, waarbij ze haar tante zachtjes terugdrong naar de gang. ‘Twintig minuten. Niet langer.’ ‘Ja, tante.’ ‘Onthoud wat je oom altijd zegt: er worden niet voor niets klokken gemaakt!’ ‘Ja, tante Ida. Ik zal het onthouden.’ De deur sloeg dicht en Emma deed een stap achteruit. Ze keek strak naar de witte deurknop en probeerde rustig te blijven. Het had geen zin. De paniek klauwde in haar binnenste rond als een kat in een zak. Met trillende handen trok ze haar handtas open, gooide de rouwsluier eruit en greep naar het glazen flesje. Snel trok ze de stop eruit en nam een klein slokje van de bittere vloeistof. Daarna trok ze haar schoenen uit en liet zich op het bed vallen. Ze deed haar ogen dicht en sloeg haar handen voor haar gezicht, overspoeld door heimwee en verdriet. 32
De brekerjongens 1-368.indd 32
18-05-17 09:52
Na een paar lange, ondraaglijke minuten voelde ze het laudanum door haar aderen en spieren sluipen en de kwellende angst en pijn uit haar borst verdrijven. Toen ze dacht rechtop te kunnen gaan zitten zonder zich duizelig te voelen, zwaaide ze haar benen over de rand van het bed en stond op. Snel knoopte ze de lange mouwen en hoge kraag van de rouwjurk open, maakte de gordel om haar middel los en trok het kledingstuk over haar hoofd. De versteviging aan de binnenkant van de jurk raakte verstrikt in haar haren en Emma worstelde een minuut om het geval los te krijgen. Uiteindelijk rukte ze het zware kledingstuk over haar hoofd, waarbij een klein plukje haar meekwam. De pijn bezorgde haar tranen in haar ogen en ze knipperde snel tegen een nieuwe golf van wanhoop. Daarna trok ze haar petticoat uit, maakte haar korset los en stroopte de kousen van haar benen. Nu ze eindelijk vrij kon ademen maakte ze de koffer open en pakte het exemplaar van de New York Times uit het zijvak. Ze had de krant van een verpleegster gekregen toen ze het ziekenhuis verliet. Emma ging op het bed zitten, bladerde naar de lijst van theatermedewerkers die bij de brand waren omgekomen en las voor de honderdste keer de namen van haar ouders. In Manhattan was ze vaak met haar vader langs de kantoren van de New York Times aan Times Square gelopen, en hij maakte altijd het grapje dat zijn naam alleen na zijn dood in de krant zou komen. Als die dag kwam, zei hij altijd, wilde hij dat Emma bedacht dat hij had geleefd zoals hij wilde en dat hij van niets op aarde meer had gehouden dan van haar. Hoe vreselijk ze hem ook zou missen als hij er niet meer was, hij wilde dat ze vooruitkeek naar de rest van haar leven en ervoor zou kiezen gelukkig te zijn. De letters op de pagina werden wazig en Emma probeerde ervoor te kiezen gelukkig te zijn. Het lukte niet. Ze legde de krant terug in de koffer en trok haar onderjurk uit. Er hing een dunne handdoek over een gietijzeren haak naast de wastafel en naast de waskom lag een blok lavendelzeep op een opgevouwen washand. Ze tilde de lampetkan op en merkte tot haar opluchting dat die vol was. Nadat ze water in de kom had gedaan waste ze haar gezicht en gebruikte de washand en zeep om 33
De brekerjongens 1-368.indd 33
18-05-17 09:52
haar armen, handen en nek van drie dagen vuil en zweet te bevrijden. Het liefst had ze haar vieze haar gewassen en zich daarna in een bad met heet, schuimend zeepwater laten zakken om haar vermoeide spieren te laten ontspannen. Maar daar was geen tijd voor. Snel droogde ze zich af, maakte haar haren los, borstelde de knopen eruit en liet ze in een lange vlecht los over haar rug hangen. Daarna trok ze haar petticoat aan en de katoenen rok die ze met een riem rond haar middel moest vastsnoeren om afzakken te voorkomen. Nadat ze vervolgens de ruim vallende blouse met brede kraag en haar enige paar schoenen – spitse rijglaarsjes met hakken – had aangetrokken, haalde ze diep adem, deed de slaapkamerdeur open en liep naar beneden.
34
De brekerjongens 1-368.indd 34
18-05-17 09:52
Een jonge vrouw gaat de strijd aan tegen kinderarbeid en voor gerechtigheid.
Haar daden worden haar bepaald niet in dank afgenomen door de eigenaar van de mijn en de politie. Maar Emma krijgt ook steun: een charismatische mijnwerker biedt aan haar te helpen de waarheid boven tafel te krijgen. De grens tussen wat legaal is en wat rechtvaardig vervaagt, en Emma riskeert alles om haar geweten te volgen. Ellen Marie Wiseman schrijft over de lichtpuntjes in de zwartste bladzijden van de geschiedenis. Eerder schreef ze De pruimenboom en Wat ze achterliet. ‘Dit boek is intens en soms hartverscheurend, maar ook vol hoop. Een treffend portret van een donkere periode in de Amerikaanse geschiedenis.’ – Historical Novel Society nur 342
DE BREKERJONGENS ROMAN
ELLEN MARIE WISEMAN
Het meest heeft Emma te doen met de zogeheten ‘brekerjongens’: jonge kinderen die de hele dag kolen uitzoeken aan een lopende band tussen gevaarlijke machines. Hun met roet besmeurde gezichtjes herinneren Emma aan het broertje dat ze lang geleden verloor. Ze wil nog maar één ding: gerechtigheid voor de mijnwerkers. Ze begint met het achterlaten van voedselpakketten bij de krotwoningen van de armste gezinnen, en ze scheldt mijnwerkers hun schulden kwijt.
ELLEN MARIE WISEMAN
DE BREKERJONGENS
Pennsylvania, 1912. Na het overlijden van haar ouders keert de 19-jarige Emma Malloy noodgedwongen terug naar haar geboorteplaats, het mijnstadje Coal River. Voor niets werken in de winkel van haar onvriendelijke oom en tante is haar enige optie. Straatarme mijnwerkers kunnen daar terecht voor voedsel, kleren en gereedschap, zij het tegen schandalig hoge prijzen. Mensen met schulden moet Emma met lege handen naar huis sturen.
ISBN 978 90 297 2673 3
www.kok.nl
Een jonge vrouw trekt zich het lot aan van de kinderen in een mijnwerkersstadje