De leider van de opgraving, de archeologe Hannah Rahov, ontfermt zich over Abby en tussen de twee ontstaat al snel een hechte vriendschap. Wanneer ze bij hun graafwerk stuiten op een inscriptie van Leah, een van de christenen uit de eerste eeuw, probeert Abby het leven van deze vrouw te reconstrueren. De mysteries van het verleden verweven zich met de levensverhalen van Hannah en Abby, en beide vrouwen beseffen dat er maar één weg naar echte bevrijding is: vergeven wie jou wat heeft aangedaan.
9 789029
T
oevlucht LYNN AUSTIN
723749
NUR 302
www.uitgeverijvoorhoeve.nl
toevlucht TOT.indd 1
oevlucht
ISBN 978 90 297 2374 9
T
Bestsellerauteur Lynn Austin wordt geroemd om haar historische romans en haar Bijbels-historische series over Hizkia, Manasse en de wederopbouw van Jeruzalem. Inmiddels heeft ze meer dan twintig romans op haar naam staan. Zelf heeft ze ook meegedaan aan een archeologische opgraving in Israël.
LYNN AUSTIN
Als haar huwelijk na 22 jaar strandt, vertrekt de verbitterde Abby MacLeod naar Israël om een oude droom na te jagen: deelnemen aan een archeologische opgraving. Zij hoopt dat deze reis rust zal brengen in de wanorde van haar leven. Maar als bij aankomst in het Beloofde Land een reisgenoot voor haar ogen sterft, voelt ze zich hulpelozer dan ooit.
ROMAN ROMAN
16-06-2014 13:06:21
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 1
TOEVLUCHT
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 2
Andere romans van Lynn Austin: De plantage In wonderland Ver bij jou vandaan Tegen de stroom in Eindelijk thuis Ware liefde Eigen wegen Het huis van mijn moeder Eva’s dochters De boomgaard Laatste vlucht De wederopbouw van Jeruzalem: Zacharia, keer terug Koning Hizkia: God is mijn sterkte God is mijn lied God is mijn redding Koning Manasse: De God van mijn vader De God van mijn volk De Amerikaanse Burgeroorlog: Bevrijdend licht Donker vuur Vlam van hoop
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 3
Lynn Austin
Toevlucht Roman Vertaald door Marian Muusse
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 4
Voor Ken, Joshua, Benjamin en Maya, als dank voor hun onophoudelijke steun en liefde.
Achtste druk 2014 © Uitgeverij De Groot Goudriaan/Voorhoeve – Kampen, 2001 Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl Omslagontwerp Mark Hesseling Vertaling Marian Muusse ISBN 978 90 297 2374 9 ISBN e-book 978 90 297 2162 2 NUR 302 Oorspronkelijk verschenen als Wings of Refuge bij Bethany House Publishers, 11400 Hampshire Avenue South, Minneapolis, Minnesota 55438, USA. www.bethanyhouse.com © Lynn Austin, 2000 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher.
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 5
‘De Heere vergelde u uw daad en uw loon zij volkomen, van den Heere, den God Israëls, onder Wiens vleugelen gij gekomen zijt om toevlucht te nemen!’ Ruth 2:12
‘Het belangrijkste kader van de joodse religie is verlossing (…) De joden hebben hun woord gegeven dat ze als volk zullen voortleven op een bijzondere manier, zodat hun leven getuigt van (…) een uiteindelijke, universele verlossing.’ Rabbi Irving Greenberg, The Jewish Way
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 6
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 7
1
Tel Aviv, Israël – 1999 Niets in het leven van Abigail McLeod had haar voorbereid op de schok die ze kreeg, toen ze Benjamin Rosen in haar armen zag sterven. Ze was alleen op vliegveld Lod in Israël, duizenden kilometers verwijderd van haar huis in Indiana en lichtjaren van haar routinematige bestaan als echtgenote, moeder en lerares. Zijn dood door de kogel van een moordenaar was zo gewelddadig en zo onverwacht, dat ze zijn levenloze lichaam alleen maar vol ongeloof heen en weer kon wiegen, in de hoop dat ze uit deze nachtmerrie zou ontwaken. Maar meneer Rosens bloed – dat door haar nieuwe, katoenen jurk heendrong en de stof aan haar huid deed plakken – voelde te warm en te echt aan om onderdeel te kunnen zijn van een droom. Ze had de Atlantische Oceaan nooit over moeten steken. Die had de scheidslijn moeten blijven tussen het gewone leven en chaos. Maar was haar leven al niet een chaos geweest voordat ze gisterochtend van huis vertrok? Deze pelgrimsreis naar Israël had haar op haar tweeënveertigste een nieuw begin moeten bieden, maar tot nu toe was ze al haar bagage kwijtgeraakt, was ze, ondanks de dreiging van een bomaanslag, gedwongen geweest aan boord te gaan van een Israëlisch lijnvliegtuig en had ze de vriendelijke, vaderlijke heer die zich tijdens de vlucht over haar had ontfermd, liggend op haar schoot en de grond van het vliegveld, zien sterven. Het politieverhoor daarna leek wel een scène uit een van de misdaadseries op de televisie waar haar man graag naar keek, alleen had Abby in dit geval het kanaal niet kunnen veranderen of met een goed boek naar haar slaapkamer kunnen vluchten. Nadat de agenten de dode man uit haar armen hadden losgemaakt, hadden ze een deken om haar bevende schouders geslagen en haar neergezet op een metalen stoel met een harde rugleuning in het kantoor van de veiligheidsdienst van de luchthaven. 7
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 8
Daar zat ze nu, haar handen ineengeklemd op haar schoot om ervoor te zorgen dat ze niet trilden. De verfomfaaide vrouw in de spiegel tegenover haar zat onder de bloedvlekken en Abby herkende haar maar nauwelijks. Was het een doorkijkspiegel? Zaten er aan de andere kant mensen naar haar te kijken? Waarom ondervroegen ze haar alsof ze iets met de dood van meneer Rosen te maken had? ‘Wilt u alstublieft wat harder praten, mevrouw McLeod?’ vroeg een van de agenten. De oude bandrecorder op de tafel voor haar bromde ongeduldig terwijl de band langzaam van de ene spoel op de andere draaide. ‘Eh… sorry. Hij zei dat hij Benjamin Rosen heette,’ herhaalde ze voor wat haar wel de honderdste keer leek. ‘Ik heb hem in het vliegtuig uit Amsterdam ontmoet – hij zat naast me. Hij belde het Archeologisch Instituut voor me en toen schoot iemand hem dood. Ik heb niet gezien wie het deed.’ Ze nam een slokje van het lauwe water dat ze haar hadden gegeven en wenste dat ze nooit uit Indiana was weggegaan. Mompelend vervolgde ze: ‘Ik had niet zo’n ding voor de telefoon. Hoe noem je dat ook alweer? Een eh… een muntje. Meneer Rosen zei dat je speciale muntjes nodig hebt voor de telefoon.’ Er werd op de deur van het kleine kamertje geklopt en na een korte conversatie in het Hebreeuws liepen de agenten die haar hadden ondervraagd naar buiten. Twee mannen in burger gingen zitten. De oudste was een jaar of vijfenzestig. Hij had een grote, witte snor en wit kroeshaar, dat krulde als de vacht van een poedel. Zijn ernstige, strenge gezicht was door het leven getekend, als geweld dat zijn sporen had achtergelaten in beton. De jongste man was niet veel ouder dan Abby’s zoon Greg. Hij had zwart, golvend haar en een krullende baard. Ze droegen allebei een pistool aan hun riem en hadden dezelfde serieuze uitdrukking op hun gezicht – een uitdrukking die duidelijk overbracht: Je zit flink in de problemen, Abby McLeod. ‘Ik ben agent Dov Sjoer en dit is agent Kol,’ vertelde de oudste man haar. Hij pakte een van de metalen stoelen en ging tegenover haar aan tafel zitten. ‘We willen graag dat u bij het begin begint, mevrouw McLeod, en dat u ons alles vertelt wat er is gebeurd.’ Abby werd overspoeld door een golf van hopeloosheid en uitputting. 8
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 9
‘Alweer? Maar ik heb alles wat er te vertellen valt al aan de politie verteld.’ Uit het borstzakje van zijn overhemd haalde agent Sjoer een legitimatiebewijs met een foto en legde dat op het beschadigde tafelblad voor haar neer alsof het kon ontploffen als hij er niet voorzichtig mee omsprong. Veel meer dan zijn naam en Israël kon Abby niet lezen, maar het zag er heel officieel uit. ‘U hebt met de veiligheidsdienst van de luchthaven en met de plaatselijke politie gesproken,’ zei hij. ‘Wij werken voor de Israëlische regering. Net zoiets als jullie Amerikaanse CIA.’ Hij haalde een pakje sigaretten tevoorschijn en bood haar er een aan. Toen ze haar hoofd schudde, stak hij er, zonder haar om toestemming te vragen, zelf een op en begon te roken. Daarna stak hij zijn vingers weer in zijn borstzakje en liet haar een tweede legitimatiebewijs zien. Het leek precies op het zijne, maar op dit pasje stonden de naam en de foto van de vermoorde man. ‘Benjamin Rosen werkte voor ons,’ zei hij kalm. Abby onderdrukte een snik. De tweederangs politiefilm was nu veranderd in een tweederangs spionagefilm. Ook daar hield haar man van. Ze wenste dat ze vaker met hem naar spionagefilms had gekeken, zodat ze nu zou weten hoe dit allemaal af zou lopen. James Bond was onoverwinnelijk, maar kwamen de belangrijkste dames in zijn films niet altijd om het leven? Haar ogen begonnen door de scherpe sigarettenrook te tranen en ze kuchte. ‘Maar meneer Rosen zei tegen mij dat hij landbouwspecialist was. Hij zei dat hij zich bezighield met… Hoe noem je dat, als je voor begroeiing zorgt in de woestijn?’ ‘Woestijnhydrologie?’ vroeg de jonge agent, die bij de deur stond. ‘Ja, zo noemde hij het.’ Abby voelde zich opgelucht, alsof het juiste woord hen dichter bij de oplossing van het raadsel zou brengen. Sjoer knikte en blies als een draak rook uit door zijn neusgaten. ‘Dat klopt. Rosen hield zich bezig met planten. Als we hier in Israël willen overleven, moeten we allemaal meerdere rollen spelen. Ein breira, zeggen we in het Hebreeuws – geen keus.’ Hij stak zijn hand in zijn andere borstzakje en gooide Abby een klein, blauw boekje toe. Het duurde even voordat ze het herkende als haar eigen paspoort. 9
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 10
‘U bent Abigail Ruth MacLeod,’ zei hij alsof hij een lesje opzei. ‘Geboren Dixon. Tweeënveertig jaar oud, getrouwd met Mark Edward MacLeod, vierenveertig jaar, onderdirecteur van Data Age, een computerbedrijf. Twee kinderen: Gregory William, twintig jaar, student techniek aan de Purdue Universiteit, en Emily Anne, achttien jaar, twee weken geleden van de middelbare school gekomen, gaat in het najaar studeren.’ Er voer een rilling van angst door Abby heen toen hij onbewogen deze feiten over haar gezin opsomde, feiten waarvan ze wist dat die niet in haar paspoort vermeld stonden en die ze ook niet aan de politie had doorgegeven. ‘U woont in Carmel in de staat Indiana, een voorstad van Indianapolis,’ ging hij verder. ‘U geeft daar geschiedenis op een middelbare school. U en uw man zijn sinds vierenhalve maand uit elkaar en u bent onlangs aan de echtscheidingsprocedure begonnen.’ Abby begon te protesteren dat ze alleen nog maar een gesprek met een advocaat had gehad en dat ze nog geen officiële aanvraag voor echtscheiding had ingediend. Maar vervolgens besefte ze hoe belachelijk het was om wat dan ook te zeggen. ‘Alstublieft, mevrouw MacLeod. Zou u weer bij het begin willen beginnen en ons alles willen vertellen tot aan het moment dat Benjamin Rosen stierf?’ ‘Kunnen we soms iets voor u halen?’ vroeg de jonge man plotseling. ‘Misschien hebt u honger of dorst?’ Abby herinnerde zich de uitleg van haar man over de ‘aardige agent/gemene agent’-procedure en kon wel huilen. Ze schudde haar hoofd. Haar maag was zo van streek dat ze niet het risico durfde te nemen om ook nog voedsel toe te voegen aan de combinatie van schrik en angst die daar al huishield. ‘Zou u dan alstublieft uw verhaal nog eens vanaf het begin willen herhalen?’ Abby haalde bevend adem. ‘Dit is de eerste keer dat ik in het buitenland ben,’ begon ze. ‘Ik heb namelijk een hekel aan vliegen. Eigenlijk vind ik het zelfs ontzettend eng…’
10
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 11
Schiphol, Amsterdam – 1999 ‘Dames en heren, we naderen nu vliegveld Schiphol in Amsterdam en zullen daar over enkele minuten landen. Maakt u alstublieft uw veiligheidsgordels vast en doof uw sigaret.’ Een ogenblik leek het vliegtuig stil te hangen in de lucht en het dreunende geluid van de straalmotoren veranderde van klank. ‘Ik haat dit,’ mompelde Abby binnensmonds. ‘Ik haat dit, ik haat dit, ik haat dit!’ Ze greep zich aan de armleuningen van haar stoel vast of haar leven ervan afhing en zette zich schrap. Onder haar raam begon het vlakke, Nederlandse landschap te hellen als een schoteltje. Ze deed haar ogen dicht en probeerde te bidden. Een van de redenen dat ze deze pelgrimsreis naar Israël ondernam, was dat ze haar lang verwaarloosde relatie met God nieuw leven wilde inblazen, maar op dat moment was het Onze Vader het enige wat ze zich kon herinneren van het geloof uit haar jeugd. Het leek haar niet gepast om te vragen om haar dagelijks brood – haar maag zou ertegen in opstand komen. Vragen om vergeving voor haar schulden was al evenmin gepast, want ze had Mark zijn schulden ook niet vergeven. Ze voegde ‘leren bidden’ toe aan het lijstje van geestelijke doelstellingen dat ze in gedachten had en liet haar armleuning net lang genoeg los om een rolletje maagtabletten uit haar zak te halen en er een in haar mond te stoppen. Ze zat op haar vierde tablet te kauwen toen de wielen van het vliegtuig de landingsbaan raakten en het toestel met een geruststellend geronk afremde op de motoren. Nog maar één keer opstijgen en landen en ze zou in Israël zijn. Toen het vliegtuig naast de aankomsthal stilhield, haalde Abby haar handbagage onder haar stoel vandaan en zocht haar paspoort en de plattegrond van Amsterdam op. Passagiers dromden de gangpaden in en haalden weekendtassen en andere handbagage uit de vakken boven de stoelen, maar zij bleef zitten en bekeek nog eens haar plannen voor een dagtocht door Amsterdam: het paleis op de Dam, het Anne Frankhuis, het Van Goghmuseum. De steward deelde mee dat de plaatselijke tijd 6.50 ’s morgens was. Abby’s aansluitende vlucht naar Tel Aviv zou vanmiddag pas om tien voor 11
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 12
halfzes vertrekken, waardoor ze tijd had om een dagje te winkelen en bezienswaardigheden te bezoeken – hoewel haar inwendige klok haar vertelde dat het tijd was om te gaan slapen en niet om te gaan rondrennen door Europa. Thuis was het midden in de nacht en ze had tijdens de vlucht niet geslapen. Wie kon zich nu ontspannen als hij kilometers boven de koude Atlantische Oceaan hing? Haar broer Sam had haar een recept gegeven voor slaappillen, maar ze had er geen een ingenomen. Ze wilde wakker genoeg zijn om te bidden als het vliegtuig plotseling in zee zou storten. Tenslotte wrong Abby zich het volle gangpad in en liep achter de rij passagiers aan het vliegtuig uit, de sluis in. Borden in vreemde talen en met internationale symbolen begroetten haar en mensen van allerlei nationaliteiten en taalgroepen liepen haastig langs haar heen in kledij die wel een advertentie voor de Verenigde Naties leek. Het meest verontrustend waren de bewakers, die door de hele aankomsthal op wacht stonden met machinegeweren en die haar eraan herinnerden dat ze was aangekomen in een wereld van internationaal terrorisme. ‘Daar gaan we dan,’ mompelde ze. Abby was nog nooit buiten Noord-Amerika geweest, was zelden ver bij haar huis in Indiana vandaan geweest en kon maar nauwelijks bevatten dat ze nu aan de andere kant van de wereld zat, op weg naar Israël. Het besef dat ze dit allemaal in haar eentje ondernam, bezorgde haar een brok in haar keel. Ze huilde snel als ze moe was. Daar had haar man haar altijd mee geplaagd. De ongewenste herinnering aan Mark maakte haar kwaad. Het feit dat hij haar had verraden was haar voornaamste drijfveer voor deze onderneming geweest. Ze gooide haar handtas hoger over haar schouder en putte moed uit haar woede. Ze had hem niet nodig. Ze zou zich best redden in haar eentje. Abby liep achter de menigte aan naar de rij voor de douane. Terwijl ze stond te wachten, bekeek ze haar eigen foto in haar paspoort en zag een aantrekkelijke vrouw van rond de veertig, met leuke lachplooitjes – ze weigerde die rimpels te noemen – naast haar mondhoeken en ogen. Donker, modieus geknipt haar en donkere ogen. Een van haar voortanden 12
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 13
vond ze storend. Die was een beetje scheef gaan staan door een val uit een boom toen ze acht was. Ze vond dat ze er op de foto afgetobd uitzag, maar wie zou er niet afgetobd uitzien als ze rouwde om een huwelijk dat na tweeëntwintig jaar was stukgelopen? ‘Je bent in het echt veel knapper, mam,’ had haar zoon Greg haar gerustgesteld. ‘Pasfoto’s lijken altijd op foto’s uit een politiedossier.’ ‘Volgende.’ Abby was aan de beurt om over de magische lijn te stappen. De douanebeambte zette een stempel op de visabladzijde van haar paspoort en gebaarde dat ze door kon lopen. Ze was in Europa, helemaal alleen en voor het eerst in haar leven. Ze kon dit aan. Ze had Mark of iemand anders niet nodig om haar hand vast te houden. Terwijl de andere passagiers naast de lopende band voor de bagage gingen staan, liep Abby naar de centrale aankomsthal. Ze had zin om aan haar wandeling door Amsterdam te beginnen. De reisagent in Indianapolis had haar verzekerd dat haar koffer rechtstreeks naar het vliegtuig voor Tel Aviv zou worden gebracht, maar had haar wel aangeraden om bij de balie van de Israëlische luchtvaartmaatschappij in te checken en een instapkaart te halen, voordat ze de bus naar Amsterdam zou nemen. De juiste balie was helemaal aan het einde van de hal, gescheiden van de andere balies, en tegen de tijd dat Abby daar aankwam, had ze het gevoel dat ze Nederland uit was en al halverwege Frankrijk. De reisagent had haar ook gewaarschuwd dat de Israëli’s fanatiekelingen waren op het gebied van veiligheid, maar toch schrok ze nog toen ze zag dat de drie balie-employés onder het jasje van hun uniform allemaal een pistool in een schouderholster droegen. Mopperende passagiers verdrongen zich rond de balie. Ze rookten sigaretten, zaten op hun koffers en spraken luid in een taal waarvan Abby aannam dat het Hebreeuws was. Ze ging achter aan de rij staan, gefrustreerd door de tijd die dit haar zou kosten. Tien minuten later was ze aan de beurt en gaf ze de vrouw achter de balie haar ticket. ‘Ik wil graag mijn vlucht bevestigen. Ik heb geboekt voor de middagvlucht van tien voor halfzes.’ De vrouw fronste haar wenkbrauwen. ‘Waar hebt u dit ticket gekocht?’ ‘Thuis… in Indianapolis…’ 13
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 14
‘Er gaat geen vlucht om tien voor halfzes,’ zei de employee kortaf. ‘Hoe bedoelt u? Is de vlucht gecanceld?’ ‘Nee, die vlucht bestaat niet. We hebben geen vlucht met dat nummer en om die tijd.’ Abby zei tegen zichzelf dat ze niet in paniek moest raken. ‘Is er vandaag dan misschien een andere vlucht naar Tel Aviv die ik kan nemen?’ ‘Waar hebt u deze vlucht geboekt?’ De vraag klonk als een geweerschot. ‘Ik heb niet zelf geboekt. Ik ga deze zomer een postdoctorale cursus archeologie doen. De school heeft alles geregeld.’ ‘Welke school?’ ‘Western Evangelical Seminary. Het kantoor van dr. Voss heeft…’ ‘U maakt dus deel uit van een groep?’ ‘Ja…’ ‘Waar zijn de anderen dan?’ ‘Nou… die hebben een andere vlucht genomen. Ik ontmoet hen in Tel Aviv.’ ‘Waarom reist u niet samen met de rest van de groep?’ Abby aarzelde. De waarheid was dat iedereen over Athene reisde, een stad die een slechte naam had op het gebied van terroristische activiteiten. Haar angst om gekaapt te worden had haar verlangen om die oude stad te zien overheerst. Maar kon ze deze vrouw met dat pistool over die angst vertellen? ‘Het instituut is in Colorado,’ zei Abby tenslotte, ‘maar de zomercursisten komen uit heel Amerika. Het gaat om een archeologische opgraving die financiële steun krijgt van het Israëlisch Archeologisch Instituut, ziet u.’ ‘Hoe goed kent u de man van wie u dit ticket hebt gekocht?’ ‘Ik heb hem nooit ontmoet, maar…’ ‘Moment alstublieft.’ De employee sprong van haar kruk en verdween door de deur achter haar. Abby trommelde met haar vingers op de balie. Leuk, hoor. Echt geweldig. Ze had van haar magere lerarensalarisje voor deze reis gespaard en haar budget was te krap voor onvoorziene uitgaven. Misschien moest ze maar weer met de eerste de beste vlucht naar huis gaan. 14
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 15
De vrouw kwam terug met een oudere man op wiens identiteitspasje stond dat hij de manager was. Zijn pistool was ook een paar maten groter dan dat van het andere personeel. ‘Waar hebt u dit ticket gekocht?’ Abby gebaarde naar de vrouw die zwijgend naast hem stond. ‘Ik heb al uitgelegd…’ ‘Leg het nog maar eens uit, alstublieft.’ ‘Dr. Theodore Voss van het Western Evangelical Seminary in Colorado heeft het me over de post toegestuurd.’ ‘Kent u die dr. Voss persoonlijk?’ ‘Ik heb hem nooit ontmoet. We hebben alleen telefonisch contact gehad.’ De manager kauwde op zijn snor terwijl hij op het toetsenbord van zijn terminal typte. Abby kreeg zere voeten. Ze zette haar tas op de grond en wachtte vijf lange minuten terwijl de manager zijn computer raadpleegde. ‘Heeft die dr. Voss u gevraagd iets voor hem mee te nemen naar Israël of heeft hij u een of ander pakje gegeven?’ ‘Alleen een informatiepakket over de opgraving en de cursus die ik ga doen.’ ‘Mag ik dat zien, alstublieft?’ Abby trok de kartonnen map uit haar handtas en gaf hem aan de man. De vrouwelijke employee verdween ermee door de deur. Wat was er toch aan de hand? ‘De vlucht waarop u geboekt bent, bestaat niet,’ zei de manager en legde Abby’s ticket voor haar op de balie neer. Het klonk alsof ze een misdaad had begaan. ‘Nou, is er dan geen andere vlucht naar Tel Aviv die ik kan nemen?’ ‘Vlucht 1013 vertrekt vanochtend om acht uur.’ Abby wierp een blik op de klok boven de balie. ‘Maar… maar dat is binnen een uur! Gaat er geen latere vlucht?’ Hij schudde zijn hoofd. Abby zuchtte. Haar plannen om een dagje in Amsterdam rond te kijken gingen in rook op. ‘Tja, dan zal ik die maar moeten nemen, denk ik.’ Hij begon het toetsenbord weer te bewerken. De employee kwam een paar minuten 15
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 16
later terug met Abby’s map en Abby stopte hem in haar handtas. ‘Hoe zit het met mijn koffer?’ ‘Als er een label van onze luchtvaartmaatschappij aan zat, wordt hij naar onze bagageruimte gestuurd. U moet instappen bij gate 96, vertrekhal C.’ Hij gaf haar het nieuwe ticket zodra de computer het had uitgedraaid. ‘Wie is er aan de beurt?’ Abby had een hekel aan veranderingen. Er was de afgelopen maanden veel te veel veranderd in haar leven. Ze gooide haar tas over haar schouder, volgde de borden naar vertrekhal C en liep langs de luchthavenbeveiliging. De gewapende bewakers leken wel virussen die zich overal hadden verspreid. Gate 96 lag aan het einde van de hal, gescheiden van de rest van het vliegveld. Abby zuchtte en liet zich op een stoel zakken. Ze was op van de zenuwen en de andere passagiers gingen nog niet aan boord. Ze liepen rokend door de gangpaden of zaten somber zwijgend Hebreeuwse kranten te lezen. De sfeer leek abnormaal gespannen, als in een goedkope spionagefilm. Ze had toch het risico van een kaping in Athene moeten nemen. Om acht uur verscheen de manager van de ticketbalie en deed eerst in het Hebreeuws en daarna in het Engels een mededeling. ‘Dames en heren, vlucht 1013 wordt vertraagd tot halftien. U kunt in de Skyline Coffee Shop een gratis ontbijt krijgen.’ Abby verwachtte dat men op dit bericht zou reageren met protesten en gekreun, maar de passagiers stonden gewoon op van hun stoelen en liepen verspreid de lange hal door om hun gratis maaltijd te gaan halen. Abby voegde zich bij hen, hoewel eten wel het laatste was waar ze behoefte aan had. Haar maag was helemaal van streek door de lange vlucht en de spanning die rond de Israëlische ticketbalie had gehangen – om nog maar niet te spreken van alle geweren, die haar voortdurend nerveus maakten. Onderweg naar de coffeeshop viel haar een verontrustende gedachte in: Er is vast iets niet in orde met het vliegtuig! Dat gratis ontbijt was waarschijnlijk bedoeld om de passagiers af te leiden, zodat ze de monteurs niet zouden zien die verwoed het vliegtuig repareerden. Als er inderdaad iets aan de hand was, wilde Abby weten wat het was. Ze zou in geen geval aan 16
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 17
boord gaan van een vliegtuig waar iets aan mankeerde. Bij de eerste de beste gelegenheid sprong ze van de voetgangersband en liep terug naar de gate. De vertrekhal was verlaten. Ze keek nog net op tijd naar buiten om te zien hoe de deur van het vliegtuig van Israeli Airlines dichtging en de sluis langzaam de hal inschoof. Het grote toestel taxiede een stukje achteruit. Abby liet zich op een stoel zakken en stopte nog een maagtablet in haar mond. Geweldig. Er was beslist iets met dat vliegtuig aan de hand. Een eenzame schoonmaker duwde zijn kar de wachtruimte binnen en begon lusteloos de asbakken te legen. Abby deed haar ogen dicht en probeerde wat te dommelen. Toen ze haar ogen tien minuten later weer opendeed, liep de schoonmaker nog steeds de asbakken te legen, ook al was er niemand in de hal om ze weer te vullen. Hij werd vast per uur betaald. Toen hij tegen zijn karretje leunde en zelf een sigaret opstak, begon ze bijna hardop te lachen. Dat was nog eens een baantje dat ze wel zag zitten – sigaretten roken en haar eigen asbak legen. Toen hun ogen elkaar ontmoetten, keek hij snel weg. De man was blijkbaar niet aan het werk – hij had in deze verlaten ruimte niets te doen. En als hij nooit harder werkte dan op dit moment, zou hij zijn baan vast niet lang houden. Abby deed haar ogen weer dicht en probeerde te slapen toen ze een zacht gepiep hoorde. Het kwam uit de buurt van het karretje van de schoonmaker. Had hij zijn horloge ingesteld, zodat hij zijn koffiepauze niet zou missen? Toen hij met zijn wagentje achter een deur zonder opschrift verdween, kreeg Abby het gevoel dat er iets niet klopte. Hij was te donker van huid om een Nederlander te kunnen zijn, te jong en te gespierd om schoonmaker te zijn. Was hij een veiligheidsbeambte die zich voordeed als schoonmaker? Er liep een rilling over haar rug toen het tot haar doordrong dat ze alleen in de wachtruimte was. Buiten kwam een toestel van een Nederlandse luchtvaartmaatschappij bij de gate staan waar eerst het Israëlische toestel had gestaan. Grondpersoneel reed een trap naar de deur van het Israëlische vliegtuig. Vol afschuw keek Abby toe hoe twaalf bewakers in uniform met machinegeweren – en sommige met honden – snel de trap opklommen en in het vliegtuig verdwenen. Ze kon zien hoe ze binnen in het vliegtuig rondlie17
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 18
pen. Onder het vliegtuig openden mensen de bagageruimte en weer andere bewakers met honden kropen naar binnen. Toen ze klaar waren met inspecteren, gingen de bewakers om het vliegtuig heen staan en hielden hun machinegeweren voor hun lichaam. Wat was hier in vredesnaam aan de hand? Er was maar een verklaring die zinnig leek: een bommelding. Misselijkmakende angst overspoelde Abby als een stroperige vloeistof. O, God, nee… bad ze. Haar hart begon te bonzen, alsof ze net een marathon had gelopen. Ze raakte buiten adem. Plotseling voelde ze zich zo misselijk dat ze naar de damestoiletten moest rennen en voor de wc moest knielen. Haar maag was leeg, dus kwam er niets naar buiten, maar het toilet spoelde toch automatisch door. Toen ze zich realiseerde dat ze haar tas in de wachtruimte had laten staan, probeerde ze op te staan. Haar knieën waren te zwak om haar te dragen en ze liet zich op de zitting van de wc vallen, die weer doorspoelde. Wat was er met haar aan de hand? Ze had weleens gelezen over paniekaanvallen, maar zelf had ze er nooit eerder een gehad. Ze stond op en wankelde het hokje uit, terwijl het toilet opnieuw doorspoelde. Abby liep terug naar de plaats waar ze haar tas had laten staan en hield zich vast aan wasbakken, stoelleuningen en wat ze verder ook maar tegenkwam om haar trillende knieën steun te geven. Een aantal andere passagiers was teruggekomen. Ze zou al gauw het vliegtuig in moeten. Ik kan niet aan boord van dat vliegtuig gaan! Dat kan ik niet! Abby was zo overweldigend misselijk dat ze haar tas greep en terugrende naar het toilet. Ze kokhalsde. Terwijl ze beurtelings op het toilet en op de grond ging zitten, trok de wc verschillende malen automatisch door. Haar longen pompten zo hard dat ze er duizelig van werd. Bidden. Ze moest bidden. Ze herinnerde zich van de zondagsschool het verhaal over het vlies van Gideon en besloot haar eigen vlies te spreiden. O, God… als er iets mis is met dat vliegtuig, als ik niet in zou moeten stappen… laat mijn bagage dan het teken daarvan zijn. Als ze mijn koffer niet kunnen vinden, weet ik dat ik hier moet wachten. Ze zat op het toilet te bidden zoals ze nog nooit gebeden had, tot de luidspreker haar vlucht aankondigde. Toen ze naar buiten liep, ving ze in 18
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 19
de spiegel een glimp op van zichzelf – haar gezicht was net zo wit als de porseleinen wasbak. Het baliepersoneel van de luchtvaartmaatschappij had alle bagage op grote karren naar de vertrekhal gereden en vroeg de passagiers hun koffer op te zoeken en die open te maken. Elke keer als de employés een koffer hadden nagekeken, werd die naar het vrachtruim gebracht en mocht de eigenaar ervan aan boord gaan. Abby zocht haar koffer. Hij lag op geen van beide karren. Dat was het teken waarom ze had gebeden. Ze moest niet met dit vliegtuig meegaan. Ze kon geen adem halen. ‘Is er iets mis, mevrouw?’ vroeg de manager met het grote pistool aan haar. ‘Mijn koffer zit er niet bij.’ ‘Als u een formulier invult en daarop uw adres in Israël schrijft, zal hij u worden toegestuurd. Gaat u nu maar aan boord, alstublieft.’ Abby keek om zich heen. Ze was de laatste passagier in de wachtruimte. ‘Eh… dat doe ik liever niet. Alles wat ik nodig heb zit in die koffer. Ik wacht hier wel tot hij weer terechtkomt. Ik neem wel een vlucht later.’ ‘Dit is vandaag de enige vlucht naar Tel Aviv.’ ‘Nou, dan overnacht ik hier wel. Dat geeft me de gelegenheid om iets van Amsterdam te zien.’ ‘Waarom wilt u niet met deze vlucht mee, mevrouw?’ Wat moest ze zeggen? Dat God tegen haar had gezegd dat ze dat niet moest doen? Dan zou hij denken dat ze gestoord was. Ze zouden haar ergens opsluiten. ‘Ik… ik wil hier op mijn bagage wachten.’ ‘Maar u hebt een ticket voor deze vlucht. Ik sta erop dat u nu aan boord gaat.’ Hij greep haar bij de arm en leidde haar naar de deur. ‘Nee… wacht…’ ‘U moet nu instappen, mevrouw MacLeod.’ Abby wist niet waar ze meer van schrok: van het feit dat hij zich haar naam herinnerde of van het feit dat hij haar dwong om aan boord te gaan. Mocht hij dat wel? Had ze het recht om te weigeren? Het maakte niet veel uit wat haar rechten waren. Door haar angst voelde ze zich te zwak om 19
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 20
iets anders te doen dan zich bij de situatie neer te leggen. De manager leidde haar door het gangpad in het vliegtuig naar haar stoel en ze liet zich erop neervallen. God had haar gebed verhoord en tegen haar gezegd dat ze niet in dit vliegtuig moest stappen en nu zat ze hier tegen wil en dank met trillende handen haar veiligheidsriem vast te gespen. Dit werd beslist haar dood. De volgende minuten bracht Abby door in een roes van angst, waarin ze zich probeerde voor te bereiden op de explosie die ze stellig verwachtte. Als kind ging ze elke zondag naar de kerk, om nog maar niet te spreken van de talloze zondagsschoollessen en bijbelkampen. Ze zou zich toch moeten herinneren wat ze moest doen, wat ze tegen God moest zeggen. Maar haar geest was volkomen leeg. Het vliegtuig zette zich in beweging. De stewardessen liepen gejaagd heen en weer, zorgden ervoor dat alles vastzat en maakten vervolgens hun eigen riemen vast voor het opstijgen. Abby deed haar ogen dicht toen het toestel over de baan denderde. Ze vocht tegen een enorme golf van misselijkheid toen ze voelde hoe de wielen loskwamen van de grond. O, God, help me alstublieft! ‘Gaat het, mevrouw?’ Abby deed haar ogen open en keek in het vriendelijke, bezorgde gezicht van de man die naast haar zat. Hij was een jaar of zestig, droeg een donker kostuum, een helderwit overhemd en een gestreepte das. Op zijn kalende hoofd droeg hij een joods keppeltje en door zijn verzorgde baard liepen grijze strepen. Hij sprak met een heel licht accent. Maar het waren zijn vriendelijke, lichtbruine ogen, waarnaast zich na vele jaren van glimlachen lachrimpeltjes hadden gevormd, die onmiddellijk Abby’s vertrouwen wonnen. Het waren de ogen van een beminnelijke grootvader. ‘Nee,’ fluisterde ze. ‘Ik… ik ben doodsbang.’ Hij maakte haar hand los van de stoelleuning en nam die tussen zijn eigen handen. ‘Mag ik?’ vroeg hij vriendelijk. Ze knikte dankbaar en voelde zich minder eenzaam. ‘U bent volkomen veilig, mijn beste. Israeli Airlines heeft van alle luchtvaartmaatschappijen bijna de beste staat van dienst en als het u niet lukt vertrouwen te hebben in de piloot, kunt u altijd nog op God vertrouwen.’ 20
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 21
Het lukte haar om een beetje te glimlachen. ‘Dat probeerde ik juist… Bidden, bedoel ik. Ik ben het alleen een beetje verleerd.’ Hij grinnikte en zijn lach was warm als gesmolten honing. ‘Mag ik dan misschien? “Die in de schuilplaats des Allerhoogsten is gezeten, die zal vernachten in de schaduw des Almachtigen. Ik zal tot den Heere zeggen: Mijn Toevlucht en mijn Burg! Mijn God, op Welken ik vertrouw!” Hoe doe ik het tot nu toe?’ Tot haar verbazing merkte Abby dat haar paniekaanval afnam. ‘Eh, geweldig… dankuwel. Maar gaat u alstublieft door.’ ‘“Want Gij, Heere, zijt mijn Toevlucht! Den Allerhoogste hebt gij gesteld tot uw Vertrek; u zal geen kwaad wedervaren, en geen plage zal uw tent naderen. Want Hij zal Zijn engelen van u bevelen, dat zij u bewaren in al uw wegen. Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet aan geen steen stoot.”’ ‘Dat is toch een van de psalmen?’ ‘Ja, dat klopt. Ik heet trouwens Benjamin Rosen. En uw naam is…?’ ‘Abby MacLeod. Zoals u waarschijnlijk al hebt geraden, ben ik doodsbang voor vliegen.’ Hij glimlachte weer. ‘Dat zijn de meeste mensen, Abby, als ze heel eerlijk zijn.’ Onverwachts ging het vliegtuig schuin hangen en ze greep zijn hand steviger vast. ‘Bent u bang, meneer Rosen?’ ‘Nou, ik geloof dat ik jaren geleden wel een beetje bang was, maar ik heb nu zo vaak gevlogen dat ik eraan gewend ben geraakt.’ ‘Reist u voor uw werk?’ ‘Ja. Ik moet naar congressen over de hele wereld. Ik ben een zogeheten landbouwdeskundige en heb me gespecialiseerd in woestijnhydrologie. Maar laat u niet voor de gek houden door dat woord. In mijn hart ben ik een eenvoudige boer, die naar nieuwe methoden zoekt om gewassen te verbouwen in mijn kleine, droge landje. En u, Abby MacLeod? Wat brengt u naar Israël – ondanks uw afkeer van vliegtuigen?’ ‘Ik ben geschiedenislerares en studeerkamerarcheologe. Nu mijn twee kinderen volwassen zijn, heb ik besloten iets te doen waar ik mijn hele leven al van droom en archeologisch opgravingswerk te gaan doen.’ 21
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 22
‘Dat is geweldig! Waar gaat u graven?’ ‘Ik zal het u laten zien.’ Als het meneer Rosens opzet was geweest om Abby af te leiden van haar angsten, slaagde hij daarin. Dankbaar voor zijn pogingen om haar te helpen haalde Abby haar informatiemap tevoorschijn en bestudeerde met hem de kaart en de details over de onderneming. Binnen een paar minuten begon ze zich te ontspannen. ‘Ah, ik zie dat dit een van Hannah’s opgravingen is,’ zei meneer Rosen. ‘Doet u haar de groeten. Hannah Rahov is een nicht van me.’ Abby sloeg een blanco bladzijde van haar aantekenblok op. ‘Wilt u soms een berichtje voor haar schrijven?’ Ze keek geboeid toe hoe hij snel van rechts naar links in het Hebreeuws schreef. In het volgende uur praatten ze alsof ze elkaar al hun hele leven kenden. Tegen de tijd dat de stewardessen de maaltijden rondbrachten, had Abby uitgebreid verteld hoe ze had gezien dat de gewapende bewakers het vliegtuig hadden doorzocht en hoe dat bij haar een paniekaanval had veroorzaakt. Ze vertelde meneer Rosen zelfs over het vlies en over haar gedwongen instappen. Hij mompelde iets meelevends en gaf haar klopjes op haar hand. ‘Ik ken het verhaal over het vlies van Gideon,’ zei hij en ze begonnen over de Bijbel te praten. Abby liet hem het zakbijbeltje zien dat ze in haar tas had, een afscheidscadeautje van haar dochter Emily. ‘Ik moet bekennen dat ik de christelijke Bijbel nooit zo goed heb bestudeerd,’ zei hij tegen haar terwijl hij erin bladerde. ‘Deze vijf boeken zijn dezelfde als onze Thora… de profeten zijn hetzelfde… ah, ja, de psalmen zijn ook hetzelfde.’ Benjamin Rosen praatte de hele vlucht met Abby en liet haar maar heel even alleen. ‘Als u mij even wilt excuseren? Het is tijd om mijn gebeden op te zeggen. Mag ik deze lenen?’ vroeg hij en wees naar haar Bijbel. ‘Ja, natuurlijk.’ ‘Hier, u mag de mijne bekijken terwijl ik weg ben. Natuurlijk hebt u daar niet veel aan als u geen Hebreeuws spreekt.’ Hij draaide het boek in zijn handen om en glimlachte. ‘U moet hier beginnen. U moet van achteren naar voren lezen.’ Hij maakte zijn riem los, liep naar de achterkant van het vliegtuig en 22
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 23
voegde zich bij een groep Israëlische mannen. Ze stonden in het achterste gangpad in een kring, hun hoofden verborgen onder een gebedsmantel, en bewogen wiegend hun lichaam naar voren en naar achteren op het ritme van de Hebreeuwse verzen. Toen meneer Rosen terugkwam, spraken hij en Abby nog een tijdje over religie en over God. ‘Ik geloof dat het goed is als mensen van verschillende levensovertuigingen elkaar op gemeenschappelijk terrein ontmoeten, zoals wij nu hebben gedaan. Vind je ook niet, Abby? Dat verheugt de Heilige.’ Hij bladerde even door Abby’s Bijbel en begon toen voor te lezen: ‘“Ziet, hoe goed en hoe lieflijk is het, dat broeders ook samen wonen! Het is gelijk de kostelijke olie op het hoofd, nederdalende op den baard, den baard van Aäron, die nederdaalt tot op den zoom zijner klederen.”’ Hij zuchtte diep. ‘Ik ben bang dat we in mijn land nog niet in eenheid hebben leren leven.’ Ze gingen bijna landen. Meneer Rosen maakte zijn veiligheidsgordel vast terwijl het vliegtuig langzaam daalde boven het blauwe water van de Middellandse Zee. Abby kon in de verte de vlakke kustlijn van Israël zien. ‘Ik haat landingen,’ zei ze en voelde zich weer misselijk. Meneer Rosen nam haar hand en praatte haar door elk vreemd geluid en door elke duizelingwekkende bocht heen tot ze veilig aan de grond stonden. Toen ze in het gangpad stonden gaf Abby toe aan de neiging om hem te omhelzen. ‘Ik weet niet hoe ik u ooit zou kunnen bedanken, meneer Rosen.’ ‘Dat hoeft helemaal niet. Het was me een genoegen. Ik krijg niet elke dag de gelegenheid om tijd door te brengen met een knappe, jonge vrouw. En als u het me toestaat, zou ik u misschien ook nog door de douane kunnen helpen en navraag kunnen doen naar uw zoekgeraakte bagage. Ik geloof dat daar wat formulieren voor ingevuld moeten worden.’ ‘Dat hoeft u niet te doen…’ ‘Dat weet ik, maar ik wil het toch graag.’ Uiteindelijk was Abby hem dankbaar voor zijn hulp. Hij scheen veel mensen op het vliegveld te kennen en kon alle procedures snel afhandelen. Al gauw stonden ze in de voorste ruimte van de vertrekhal bij de hoofdingang afscheid te nemen. 23
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 24
‘Is hier iemand van het Archeologisch Instituut om u af te halen?’ vroeg meneer Rosen. ‘Nee, ze verwachten niet dat ik al zo vroeg aan zou komen.’ ‘Dat is waar ook. U zei dat er verwarring bestond over de vertrektijden van uw vlucht. Vindt u het prettig als ik Hannah bel en regel dat iemand u hier op komt halen?’ ‘U hebt al genoeg voor me gedaan, meneer Rosen. Ik weet zeker dat u na uw lange reis graag naar huis wilt.’ Hij glimlachte vriendelijk. ‘Telefoneren is zo gebeurd. Ik lever u liever niet over aan onze Israëlische taxichauffeurs. Heeft u het telefoonnummer van het Instituut bij de hand?’ Abby zocht in haar tas naar de informatiemap en gaf die aan meneer Rosen. ‘Blijft u hier maar zitten,’ zei hij. ‘Ik ben zo terug met goed nieuws, hoor.’ ‘Laat me dan ten minste het telefoongesprek betalen.’ Hij haalde een vreemd gevormde munt uit zijn zak. ‘Je hebt een speciale munt als deze nodig voor de telefoon. Maakt u zich maar geen zorgen. Ik ben zo terug.’ Hij verdween om de hoek waar ze een rij telefoons had gezien. Abby liet zich op een oranje plastic stoel zakken en wuifde zichzelf met haar paspoort koelte toe. De hitte deed haar denken aan augustus thuis, maar het kleine beetje dat ze door de glazen deuren van Israël had gezien, leek in de verste verte niet op Indianapolis – palmbomen die wuifden in de wind, warm, gouden zonlicht, Hebreeuwse verkeersborden. Israël! Ze kon maar nauwelijks geloven dat ze in Israël was. Volgens haar horloge was ze al ruim een etmaal wakker. Abby kon niet wachten tot ze in haar hotelkamer zou zijn om te douchen en andere kleren aan te trekken. Toen herinnerde ze zich dat ze geen andere kleren had om aan te trekken. Tranen welden op achter haar oogleden, maar ze onderdrukte die. Er reisden elke dag mensen en elke dag raakten er mensen hun bagage kwijt. Het was niet erg. Ze vrolijkte zichzelf op met de gedachte dat ze over een poosje haar zoon en haar dochter zou bellen om hen te laten weten dat ze veilig was aangekomen. Zou ze in het hotel ook munten nodig hebben om te kunnen telefoneren? Ze kon meneer Rosen beter 24
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 25
vragen waar ze die kon kopen en hem dan naar huis laten gaan. Hij had al genoeg voor haar gedaan. Toen ze opstond en in de richting van de telefoons liep, hoorde ze een luide knal als van de elektrische nietmachine in het kantoor van haar school. Ze liep de hoek om en zag Benjamin Rosen naar haar staren. Zijn ogen waren wijd opengesperd en ook zijn mond stond open van verbazing. De hoorn van de telefoon hing aan het snoer langs de muur te bungelen. De inhoud van de informatiemap van het Instituut lag helemaal over de grond verspreid. Meneer Rosen hield zich met één hand aan de post van de telefooncel vast alsof hij steun zocht en hield zijn andere hand tegen zijn borst gedrukt. Ze dacht dat hij een hartaanval moest hebben, tot ze in zijn borst het rafelige gat zag, waar donker bloed uitspoot. Een heldere vlek verspreidde zich over zijn witte overhemd en liep toen tussen zijn vingers door. Bloeddruppels spatten over zijn gezicht, haar kartonnen map, de glazen scheidingswand van de telefoon. ‘Help hem!’ schreeuwde ze. ‘Laat iemand hem helpen!’ Hij deed een stap in haar richting. Hij had een smekende blik in zijn ogen en hij worstelde om haar iets te vertellen. Ze spreidde haar armen voor hem en samen zakten ze op de vloer neer. Zijn stem klonk dringend, wanhopig, en hij probeerde haar iets duidelijk te maken. Toen stierf Benjamin Rosen, liggend in Abby’s armen. Agent Dov Sjoer leunde over de tafel in Abby’s richting. Zijn adem rook naar tabak. ‘Vertel me precies wat Ben Rosen zei, mevrouw MacLeod. Ook al zeggen zijn woorden u niets. Dit is heel belangrijk.’ Ze haalde diep adem. ‘Het enige woord dat ik duidelijk verstond was verrader. Hij zei dat hij zeker wist dat er een verrader was. Hij herhaalde het twee of drie keer. Hij mompelde ook het woord palm of palmen. Zoiets. Toen… toen stierf hij. Die lieve man… stierf in mijn armen.’ De snik die ze zo dapper had onderdrukt, welde diep uit haar binnenste op. Ze sloeg haar handen voor haar gezicht en huilde. Geen van de agenten sprak of bewoog. ‘Het spijt me,’ zei ze toen ze haar tranen weer in bedwang had. ‘Dat is 25
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 26
alles wat ik me ervan herinner. Mag ik nu alstublieft gaan?’ ‘Niet voordat we ervan overtuigd zijn dat u er niets mee te maken hebt.’ ‘Ik?’ Het woord kwam eruit als een piep. ‘We houden u al in de gaten sinds u dat namaakticket liet zien in Amsterdam. Terroristen gebruiken die truc soms. Ze boeken hun bagage op een aansluitende vlucht, maar gaan zelf niet aan boord omdat er verwarring bestaat over hun ticket. Het personeel dat voor de bagage verantwoordelijk is, weet dat natuurlijk niet. Dat moet duizenden koffers vervoeren en zo wordt de koffer met explosieven aan boord gebracht. U was de enige passagier die geen gebruik heeft gemaakt van het gratis ontbijt. U was de enige passagier die goed oplette toen het vliegtuig werd geïnspecteerd.’ ‘Maar dat heb ik u al uitgelegd! Ik was bang! Toen ik al die bewakers en die honden zag, was ik bang dat er een bom in het toestel was geplaatst. Daarom wilde ik niet aan boord gaan.’ ‘We kregen inderdaad een tip over de mogelijkheid van een bom net voordat u met uw verkeerde ticket langskwam. Het feit dat u de man die het voor u gekocht had, nooit had ontmoet, deed ons vermoeden dat u weleens een koerier zou kunnen zijn.’ ‘Een wat?’ ‘Iemand die voor een andere partij goederen vervoert,’ zei de jonge agent. ‘Om al deze redenen had Benjamin Rosen opdracht gekregen om tijdens de vlucht naast u te gaan zitten.’ ‘Opdracht?’ ‘Ja. En nu is hij dood.’ Abby kreunde onwillekeurig. De deur ging open en een politieman overhandigde Sjoer een vel faxpapier. Hij bekeek het even, vouwde het in tweeën en streek een paar maal met zijn nagel over de vouw. ‘Uw broer heeft een tijdje in Beiroet in Libanon gewoond. Klopt dat?’ ‘Ja, maar… u denkt toch niet dat hij…?’ De uitdrukking op het gezicht van agent Sjoer vertelde haar dat dat inderdaad precies was wat hij dacht. ‘Nee, luister! Sam is arts. Hij is als vrijwilliger met een zendingsorganisa26
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 27
tie naar Beiroet geweest. Dat is jaren geleden… en hij is er maar een maand gebleven.’ ‘Het computerbedrijf van uw man, Data Age – bent u zich ervan bewust dat dat een van de toeleveringsbedrijven is die zaken doen met de regering van Saoedi-Arabië?’ ‘Nee, ik weet niets over Marks werk. Hij en ik…’ ‘Wat is uw mening over Palestijns zelfbestuur?’ ‘Ik… ik heb eigenlijk geen mening. Israël is het thuisland van de joden, nietwaar?’ ‘U onderhoudt nauwe betrekkingen met aanhangers van het islamitische geloof, hè? U hebt een vriendin…’ Hij vouwde het papier open en wierp er een blik op. ‘Ze heet Fatima Rabadi. Is ze moslim?’ ‘Ja, zij is een vriendin van me. Ze geeft op dezelfde school les als ik, maar we hebben het nooit over godsdienst gehad.’ Abby kreeg het koud en warm tegelijk. Een nachtmerrie. Dit was een nachtmerrie. Hoe kon ze deze mensen bewijzen dat ze onschuldig was? Zou ze om een advocaat moeten vragen? Weigeren om nog meer vragen te beantwoorden? Agent Sjoer hield de fax omhoog. ‘In het licht van deze nieuwe informatie, mevrouw MacLeod, zouden we graag willen dat u opnieuw begon en ons het verhaal nog een keer vertelde.’ Toen hij een nieuwe sigaret uit het pakje haalde en tussen zijn lippen stak, was Abby bang dat ze zou gaan overgeven. Ze had gelezen over allerlei vormen van martelingen die door de eeuwen heen waren gebruikt – van de beruchte pijnbanken van de Spaanse inquisitie tot de Chinese martelingen door middel van waterdruppels – maar langzame verstikking door smerige sigaretten uit het Midden-Oosten was nieuw voor haar. Als ze niet snel uit dit kleine kamertje vandaan kwam, zou ze misschien zomaar iets bekennen, alleen maar in ruil voor een beetje frisse lucht. De Israëlische agent zat met zijn aansteker te klungelen toen er op de deur werd geklopt. De jonge agent deed open en een lange man met een baard kwam de blauwe nevel binnenstappen. ‘Neem me niet kwalijk,’ zei hij. ‘Ik ben dr. Aäron Bazak van het Archeologisch Instituut. Ik kom mevrouw MacLeod halen.’ Hij zag er met 27
Toevlucht-herdruk-2012
16-05-2012
14:37
Pagina 28
zijn verkreukelde kaki shirt, stoffige werkschoenen met platte zolen en diep gebruinde huid uit als een illustratie in een encyclopedie bij het woord ‘archeoloog’. Hij stak zijn hand uit naar Sjoer, maar de agent negeerde die. De twee mannen begonnen een discussie in razendsnel Hebreeuws. Abby had zich geïntimideerd gevoeld door agent Sjoers identiteitskaart van de regering en zijn ambtelijke voorkomen, maar de archeoloog knipperde niet eens met zijn oogleden. Misschien hielp het dat hij ongeveer een meter negentig lang was, waardoor hij ongeveer vijftien centimeter boven Sjoer uitstak, en dat hij, vergeleken bij de corpulente, rondgeschouderde agent, het voorkomen had van een Olympisch atleet, die met stijl ouder werd. Abby kroop op haar stoel in elkaar en voelde zich uitgeput. Langzaam maar zeker werd de discussie teruggebracht tot het normale volume. Het drong niet tot haar door dat de archeoloog haar in het Engels aansprak, tot hij haar schouder aanraakte. ‘Mevrouw MacLeod?’ Ze sprong bijna van haar stoel. ‘Het spijt me dat ik u laat schrikken,’ zei hij. ‘We mogen nu weg.’ ‘Meent u dat?’ Het klonk te mooi om waar te zijn. Ze ging staan en de kamer draaide om haar heen. Hij greep haar om haar middel vast om ervoor te zorgen dat ze niet viel. Ze voelde zich heel klein naast hem, toen hij met haar de deur uit liep. De twee agenten volgden hen. ‘U zorgt ervoor dat mevrouw MacLeod beschikbaar is voor ons als we haar eventueel verder willen ondervragen,’ zei Dov Sjoer. Het was geen vraag maar een bevel. De man van het Instituut knikte. ‘Heeft u nog bagage?’ vroeg hij aan Abby. ‘Ja, ik bedoel, nee… die is zoekgeraakt. Maar ik had wel handbagage.’ Een van de politiemannen ging die halen en de archeoloog gooide de tas over zijn schouder. Abby wandelde tenslotte achter hem aan de vertrekhal uit, een vrij mens.
28
De leider van de opgraving, de archeologe Hannah Rahov, ontfermt zich over Abby en tussen de twee ontstaat al snel een hechte vriendschap. Wanneer ze bij hun graafwerk stuiten op een inscriptie van Leah, een van de christenen uit de eerste eeuw, probeert Abby het leven van deze vrouw te reconstrueren. De mysteries van het verleden verweven zich met de levensverhalen van Hannah en Abby, en beide vrouwen beseffen dat er maar één weg naar echte bevrijding is: vergeven wie jou wat heeft aangedaan.
9 789029
T
oevlucht LYNN AUSTIN
723749
NUR 302
www.uitgeverijvoorhoeve.nl
toevlucht TOT.indd 1
oevlucht
ISBN 978 90 297 2374 9
T
Bestsellerauteur Lynn Austin wordt geroemd om haar historische romans en haar Bijbels-historische series over Hizkia, Manasse en de wederopbouw van Jeruzalem. Inmiddels heeft ze meer dan twintig romans op haar naam staan. Zelf heeft ze ook meegedaan aan een archeologische opgraving in Israël.
LYNN AUSTIN
Als haar huwelijk na 22 jaar strandt, vertrekt de verbitterde Abby MacLeod naar Israël om een oude droom na te jagen: deelnemen aan een archeologische opgraving. Zij hoopt dat deze reis rust zal brengen in de wanorde van haar leven. Maar als bij aankomst in het Beloofde Land een reisgenoot voor haar ogen sterft, voelt ze zich hulpelozer dan ooit.
ROMAN ROMAN
16-06-2014 13:06:21