Skip to main content

Leesfragment 'Tegen de stroom in' - Lynn Austin

Page 1

In haar cel haalt Harriet herinneringen op aan haar overgrootmoeder Hannah, die haar leven op het spel zette om slaven te helpen vluchten, haar grootmoeder Bebe, die vocht voor de drooglegging, en haar moeder Lucy, die op het punt stond om het leven van iedere vrouw in Amerika te veranderen. Terwijl Harriet zich op een krakende, ijzeren brits afvraagt waar zij thuishoort in deze galerij van heldinnen, ontspint zich een aangrijpend verhaal over vier generaties dappere vrouwen die zich proberen staande te houden in het kolkende water van de geschiedenis.

723411

NUR 302

www.uitgeverijvoorhoeve.nl

tegen de stroom TOT.indd 1

egen de in

egen de

9 789029

Tstroom

T

ISBN 978 90 297 2341 1

stroom in

Bestsellerauteur Lynn Austin is bekend van haar historische romans en haar Bijbels-historische series over Hizkia, Manasse en de wederopbouw van Jeruzalem. Inmiddels heeft ze meer dan twintig romans op haar naam staan.

LYNN AUSTIN

Verenigde Staten, 1920. Al generaties lang hebben de vrouwen in de familie van Harriet Sherwood gestreden tegen onrecht en Harriet wil dan ook niets liever dan in hun voetsporen treden. Maar door een domme fout belandt ze in de gevangenis. Tot overmaat van ramp heeft ze juist de wet overtreden waarvoor haar oma zo hard gevochten heeft...

LYNN AUSTIN ROMAN

16-06-2014 13:11:41


Tegen de stroom in

2edr.11032010Tegendestroomin.ind1 1

11-03-2010 10:17:08


Andere romans van Lynn Austin: De plantage In wonderland Ver bij jou vandaan Eindelijk thuis Ware liefde Eigen wegen Het huis van mijn moeder Eva’s dochters De boomgaard Laatste vlucht Toevlucht De wederopbouw van Jeruzalem: Zacharia, keer terug Koning Hizkia: God is mijn sterkte God is mijn lied God is mijn redding Koning Manasse: De God van mijn vader De God van mijn volk De Amerikaanse Burgeroorlog: Bevrijdend licht Donker vuur Vlam van hoop

2edr.11032010Tegendestroomin.ind2 2

11-03-2010 10:17:11


Lynn Austin

Tegen de stroom in Roman Vertaald door Roelof Posthuma

2edr.11032010Tegendestroomin.ind3 3

11-03-2010 10:17:11


Voor mijn man Ken, en mijn kinderen Joshua, Vanessa, Benjamin, Maya en Snir, uit liefde

Derde druk 2014 © Uitgeverij Voorhoeve – Kampen, 2009 Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl Oorspronkelijk verschenen onder de titel Though Waters Roar bij Bethany House Publishers, 11400 Hampshire Avenue South, Bloomington, Minnesota 55438, USA © Lynn Austin, 2009 Vertaling Roelof Posthuma Omslagillustratie © Nikaa / Trevillion Images Omslagontwerp Mark Hesseling ISBN 978 90 297 2341 1 ISBN e-book 978 90 297 1784 7 NUR 302 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher.

2edr.11032010Tegendestroomin.ind4 4

11-03-2010 10:17:12


God is ons een toevlucht en sterkte, ten zeerste bevonden een hulp in benauwdheden. Daarom zullen wij niet vrezen, al verplaatste zich de aarde, al wankelden de bergen in het hart van de zee. Laat bruisen, laat schuimen haar wateren, laat de bergen beven door haar onstuimigheid. Psalm 46:2-4

2edr.11032010Tegendestroomin.ind5 5

11-03-2010 10:17:13


2edr.11032010Tegendestroomin.ind6 6

11-03-2010 10:17:13


1

Het was ironisch. Ik lag in mijn gevangeniscel op een krakende, ijzeren brits, staarde naar de bevlekte matras boven mij en herinnerde me de dag waarop ik de betekenis van het woord ironisch voor het eerst begreep. Ik kon het niet helpen dat ik moest glimlachen om de… nou ja, om de ironie ervan. De betekenis was me tien jaar eerder duidelijk geworden, op de dag dat mijn grootmoeder, Beatrice Monroe Garner, werd gearresteerd. Het was toen ook zaterdag, net als nu. Mijn moeder was in alle staten geweest omdat oma Bebe, zoals we haar noemden, de volgende morgen de kerkdienst zou missen als mijn vader niet naar de gevangenis zou gaan om haar borgtocht te betalen. ‘Ze kan de sabbat niet in de cel doorbrengen!’ had ze gejammerd. ‘Alsjeblieft, John. We moeten haar eruit halen!’ Ik zou de kerkdienst van de volgende dag ook mislopen, bedacht ik. Wie ging mijn zondagsschoolklas van tienjarige meisjes opvangen? Zoals mijn vader ongetwijfeld zou opmerken: ‘Misschien had je beter aan hun welzijn kunnen denken voordat je jezelf liet arresteren, Harriet.’ Toen mijn oma Bebe op die dag in de cel belandde, was ik even oud als mijn zondagsschoolmeisjes nu. Mijn zuster Alice en ik zaten met onze ouders te ontbijten toen de telefoon ging. Het apparaat was een enorme noviteit in 1909, en we stopten allemaal met eten om te luisteren of het ons partijsignaal van drie korte belletjes zou produceren. Toen dat inderdaad gebeurde, haalde mijn moeder de hoorn van de haak en zette die tegen haar oor, 7

2edr.11032010Tegendestroomin.ind7 7

11-03-2010 10:17:13


terwijl ze op haar tenen ging staan om in het kleine, kegelvormige mondstuk te praten. Op het moment dat ze de hoorn weer ophing, barstte ze in tranen uit. ‘Dat… dat was… de politie!’ wist ze ons tussen haar snikken door mee te delen. ‘Ze hebben mijn moeder afgelopen nacht gearresteerd en… en… ze zit in de gevangenis!’ Mijn oudere zuster hapte naar adem. Zij was het vrouwelijke, overdreven soort meisje dat vaak naar adem hapte. ‘Gearresteerd! Maar waarom? Wat heeft oma gedaan?’ ‘Hoe kunnen ze haar zoiets aandoen?’ huilde mijn moeder. ‘Ze is toch geen misdadiger?’ ‘Is er nog koffie?’ vroeg mijn vader rustig. ‘Ik zou nog wel een kopje lusten, als je het niet erg vindt.’ ‘O, John! Hoe kun je op zo’n moment koffie gaan zitten drinken? Doet het je dan helemaal niets?’ ‘Beatrice Garner geeft niets om de goede naam van haar familie, dus waarom zou ik er iets om geven wat er met haar gebeurt? Ze wist wat de gevolgen zouden zijn toen ze met die geheelonthoudersbende van haar begon rond te rennen om whiskyvaten stuk te slaan. Ze heeft haar bedje gespreid toen ze besloot een tweede Carrie Nation te worden, en nu mag ze erin slapen.’ Mijn moeder barstte opnieuw in tranen uit. Alice stond van tafel op om haar te troosten. Mijn vader zuchtte en gaf mij zijn lege kopje. ‘Wil jij even inschenken, Harriet? Dank je wel.’ Onze hulp had die morgen vrij en dus nam ik zijn kopje gehoorzaam mee naar de keuken om in te schenken, zette het weer op tafel en wachtte op het tweede bedrijf van het drama. ‘Alsjeblieft, John. Ik smeek je,’ pleitte mijn moeder. ‘Haal haar alsjeblieft uit dat verschrikkelijke oord.’ ‘En dan nog iets,’ antwoordde hij. ‘Wat voor voorbeeld geeft ze onze dochters eigenlijk?’ Hij schonk melk in de koffie die ik hem had voorgezet en roerde langzaam, alsof hij geen antwoord verwachtte. 8

2edr.11032010Tegendestroomin.ind8 8

11-03-2010 10:17:13


Afgezien van smeken en huilen was er niets wat mijn moeder kon doen om oma Bebe te helpen – en dat was ironisch, omdat oma zich zo hard inspande om vrouwen meer macht te geven in deze wereld. Zij had een hekel aan tranen. ‘Vrouwen mogen ze nooit als wapen gebruiken,’ zei ze altijd, ‘vooral niet om mannen van gedachten te doen veranderen.’ Maar nu had mijn moeder haar toevlucht tot tranen gezocht om mijn vader over te halen. Oma Bebe zou het er niet mee eens zijn geweest. Maar oma zat in de cel. En het waren uiteindelijk de tranen die mijn vader overhaalden om naar de stad te gaan en haar borgtocht te betalen. Alice droeg het hare bij aan de stortvloed en mijn vader was niet sterk genoeg om zich in die stroom staande te houden. Dat was geen enkele man. Mijn zus had een hart dat zo sentimenteel, klef en zacht was als nat tarwemeel. Ze kon haar tranen aan- en uitzetten als een moderne waterkraan en kon er emmers vol van vergieten. Alice was zestien en zo mooi dat de slimste mannen bij haar in de buurt tot dwaasheid vervielen. Zodra haar grote, blauwe ogen vochtig werden, trok elke man die het zag een witte zakdoek tevoorschijn om die haar als teken van overgave aan te bieden. Oma Bebe had weinig met haar op. ‘Jouw zus zou veel goeds voor de zaak kunnen verrichten,’ zei ze ooit tegen mij. ‘Alice is het soort vrouw waarvoor mannen ten strijde trekken, als voor Helena van Troje. Maar het spijt me te moeten zeggen dat ze het allemaal te grabbel gooit. Zij zal zich gewonnen geven aan de eerste de beste praalhans die haar lieve woordjes toefluistert. Dat doen vrouwen zoals zij altijd. Ongelofelijk jammer,’ besloot ze met een zucht. ‘Jouw zus gelooft de leugen dat vrouwen het zwakkere geslacht zijn. En haar overvloedige gebruik van tranen bevestigt die mythe… maar voor jou is er hoop, Harriet,’ voegde ze eraan toe. Steeds als het onderwerp van Alice’ verbazingwekkende schoonheid aan de orde kwam, streelde oma zachtjes mijn weerbarstige bruine haar en zei: ‘Wat een geluk 9

2edr.11032010Tegendestroomin.ind9 9

11-03-2010 10:17:14


dat jij zo’n normaal kind bent. Jij zult het van je slimheid moeten hebben.’ Het feit dat Alice oma redde met haar tranen is ironisch, nietwaar? Ik deed die morgen niet mee aan de huil- en jammerbuien. Ik wilde mijn grootmoeder niet teleurstellen. Ik hield van mijn oma en bewonderde haar felheid en hartstocht. Het waren geen kwaliteiten die de welgemanierde samenleving in vrouwen waardeerde, maar ze fascineerden mij. Maar ondanks dat wilde ik geen gedrevene zijn als zij en in de gevangenis belanden, evenmin als ik de gehoorzame echtgenote wilde zijn zoals mijn moeder, of een ware sirene zoals Alice. Maar hoe zou ik dan wel moeten leven als moderne vrouw, die net voor het begin van de twintigste eeuw werd geboren? Welke andere keuzes had ik? Dat was de vraag die ik probeerde te beantwoorden toen ik in de gevangenis belandde. Op die noodlottige dag dat mijn grootmoeder gearresteerd werd, was ik nog maar tien en dus jong genoeg om meestal genegeerd te worden, behalve wanneer mijn vader meer koffie nodig had. Maar ik was een goede waarnemer en nam alles op wat er rondom mij gebeurde terwijl ik de weg voor mijn eigen leven begon uit te stippelen. Oma Bebe vertelde me dat ieders leven een bepaald doel had, en dus had ik een routekaart nodig. ‘Grijp het roer en stuur, Harriet. Drijf niet zomaar rustig met de stroom mee. Als je geen routekaart hebt, loop je misschien ergens rondjes of sla je te pletter tegen de rotsen. Wees er altijd goed van doordrongen waar je naartoe gaat.’ Ze had het opgegeven mijn moeder en Alice de weg te wijzen ‘haar redsters, ironisch genoeg’ en was begonnen al haar inspanningen op mij te richten. Ze nam dat besluit toen ze zag hoe ik Tommy O’Reilly tegen zijn schenen schopte toen hij mij een snoepje probeerde af te troggelen. Tommy was de zoon van een politieman en hij pestte alle kinderen in de stad. Maar die dag deed ik een stap in zijn richting alsof ik hem een zuurstok wilde 10

2edr.11032010Tegendestroomin.ind10 10

11-03-2010 10:17:14


geven en schopte hem tegen zijn schenen. ‘Jij hebt het in je, liefje!’ zei oma terwijl Tommy brullend op één been rondhinkte. ‘Jij zult nooit met de stroom meegaan, Harriet. Jij weet hoe je moet roeien!’ Mijn routekaart was natuurlijk nog niets meer dan een potloodschets. In latere jaren zou ik die verder invullen naarmate nieuwe ervaringen details aan het plaatje toevoegden. Te zijner tijd zou ik voorzichtig alle gevaren onderkennen die ik moest zien te vermijden, alle valkuilen noteren waarvoor ik moest oppassen. Ik probeerde mijn oma’s advies op te volgen, maar had zij dat zelf wel gedaan? Had zij bewust koers gezet naar de gevangenis in de stad, of had ze het roer losgelaten? Dat wilde ik haar vragen als ze ooit weer uit de gevangenis zou komen. ‘Alstublieft, papa, alstublieft!’ smeekte Alice, die als een Bijbelfiguur voor zijn voeten knielde. ‘Laat oma daar alstublieft niet voor altijd zitten!’ Alice was zo over haar toeren geraakt dat ze op het punt stond fl auw te vallen. Ze was een meesteres van de appelflauwte, nog zo’n vrouwelijk trekje dat oma verafschuwde. Alice hoefde niets anders te doen dan haar fijne handje naar haar voorhoofd te brengen en met haar oogleden te knipperen, en iedere man rende op haar af om haar op te vangen voordat ze zou bezwijken. Mijn vader zette zijn kopje neer en keek me aan. ‘Haal het vlugzout even, Harriet, wil je?’ Alice zat nog steeds op haar knieën, zodat ze deze keer in elk geval niet zo hard zou vallen. Terwijl ik naar boven rende om het flesje met ammoniakzout te halen, hoorde ik mijn vaders stem. ‘Goed, goed. Houd nu maar op met al dat gejammer. Ik zal de borgtocht van Beatrice wel gaan betalen.’ Ik nam het hem niet kwalijk dat hij de rijzende vloed wilde ontvluchten. Nadat ik naar de keuken was teruggerend, haalde ik de kurk van het flesje vlugzout en hield het onder Alice’ bevallige neus. Toen de rust was weergekeerd, liep ik achter mijn vader aan naar de hal. 11

2edr.11032010Tegendestroomin.ind11 11

11-03-2010 10:17:15


‘Mag ik mee om oma te redden?’ ‘Absoluut niet! De gevangenis is geen plek voor een tere jongedame.’ Toen geloofde ik hem niet, maar de waarheid van zijn uitspraak was me duidelijk geworden toen ik eenmaal in mijn eigen gevangeniscel lag. Hij pakte zijn lange jas en rijhandschoenen van de kapstok, zette zijn hoed op zijn kalende hoofd en liep al mompelend over oma Bebe naar de deur. Ik liep mee en knikte instemmend. Samen startten we de T-Ford en ik sprong op de passagiersplaats. De auto reed hortend en stotend tot het eind van de straat voordat mijn vader zich realiseerde dat ik er nog steeds was. ‘Stop! Harriet… wat… je kunt niet mee!’ Ik ging er niet tegenin en huilde niet. Ik keek alleen maar naar hem op, oog in oog, en stak mijn kin een beetje naar voren. Zo keek ik Tommy O’Reilly op school ook altijd aan als hij me probeerde te pesten. Ik staarde dan zwijgend, met mijn armen over elkaar, en mijn voet op zijn schenen gericht. Mijn blik was nu iets minder uitdagend, maar het effect was hetzelfde. ‘Och, wat maakt het ook uit! Nu je er toch al bent…’ Hij richtte zijn aandacht weer op de automotor, die sputterde en bijna afsloeg. ‘Je moet meer choken,’ zei ik, aan de hendel trekkend. ‘Een beetje meer gas.’ ‘Maar je gaat niet mee naar binnen, Harriet. Ik meen het. De gevangenis is geen plek voor… en je grootmoeder heeft niet het…’ Ik knikte plichtsgetrouw – en ging niettemin achter hem aan het politiebureau binnen. Mijn vader kreeg onmiddellijk de hulpsheriff , Thomas O’Reilly senior, te spreken. Hij vertelde dat oma Bebe was gearresteerd nadat ze de vorige avond had geprobeerd een bar te blokkeren. De meeste andere leden van de Geheelonthoudersbond van Christenvrouwen waren rustig naar huis gegaan 12

2edr.11032010Tegendestroomin.ind12 12

11-03-2010 10:17:15


toen de politie arriveerde om de blokkade op te heffen, maar zo niet mijn oma. Zij had geweigerd het gevecht tegen het kwaad van Demon Rum op te geven. ‘En we moesten haar bijl in beslag nemen,’ besloot de politieman. Mijn vader knikte en betaalde haar boete. Binnen de kortste keren werd oma Bebe bevrijd. We hoorden haar stem door de gang schallen toen een agent haar uit de cel probeerde te halen. ‘Nee, wacht! Laat me onmiddellijk los! Ik ben nog niet klaar om te vertrekken! Deze gevangenis zit vol met dronkaards, precies de mensen die ik probeer te redden.’ Hulpsheriff O’Reilly keek wanhopig. ‘Het is een lange nacht geweest, John. Neem haar mee. Alsjeblieft.’ ‘Weten jullie wel dat dit land één bar op de driehonderd inwoners telt?’ ging de activiste verder terwijl ze haar handtas en mantel terugkreeg. ‘Er zijn meer bars dan scholen, bibliotheken, ziekenhuizen, theaters of parken, en al helemaal meer kroegen dan kerken!’ We brachten haar naar huis. Net als de dappere soldaten die vijfenveertig jaar eerder ten strijde waren getrokken tegen het kwaad van de slavernij, was mijn grootmoeder bereid haar eigen vrijheid zo nodig op te offeren om de mensheid te bevrijden van de slavernij van de alcohol. En dat was de grootste ironie, bedacht ik, terwijl ik op mijn harde gevangenisbed peinsde over mijn eigen arrestatie en opsluiting. Het was namelijk zo dat oma Bebe onlangs de oorlog tegen Demon Rum had gewonnen. Het Achttiende Amendement op de grondwet van de Verenigde Staten was een paar maanden eerder, op 29 januari 1920 van kracht geworden. Het hield een streng verbod in op het produceren, verkopen en transporteren van alle alcoholhoudende dranken. En nu zat ik in de gevangenis omdat ik die wet overtreden had. 13

2edr.11032010Tegendestroomin.ind13 13

11-03-2010 10:17:15


Ja, ik vond mijn situatie heel ironisch. Mijn moeder of Alice zou geen tranen van medeleven voor mij plengen, en oma Bebe nog veel minder. En mijn vader zou ongetwijfeld zeggen: ‘Je hebt je bedje gespreid, Harriet, en nu zul je erin moeten slapen.’ Hoe was ik eigenlijk een crimineel geworden? Over die vraag heb ik de hele nacht nagedacht. De beste manier om die te beantwoorden, is misschien om helemaal bij het begin te beginnen.

14

2edr.11032010Tegendestroomin.ind14 14

11-03-2010 10:17:16


2

Mijn grootmoeder is ooit jong geweest en niet helemaal zeker van zichzelf. Met de vrouw voor ogen die zij geworden is, vind ik dat moeilijk te geloven, maar ze heeft het mij zelf verteld en mijn grootmoeder liegt niet. ‘Alle zekerheid die ik nu bezit, Harriet, heb ik uit noodzaak verworven,’ zei ze stellig. ‘Ik heb niets van zelfverzekerdheid meegekregen. Integendeel zelfs.’ Ze werd in het noordoosten van Pennsylvania geboren op de boerderij van haar ouders, weggedoken in een dal van de Pocono Mountains. Beatrice Aurelia Monroe kwam ter wereld op dezelfde dag van dezelfde maand van hetzelfde jaar dat de eerste conferentie over de rechten van de vrouw werd gehouden, 19 juli 1848. Natuurlijk was ze op haar geboortedag te jong om zich te realiseren hoe veelzeggend het was, maar later zou ze verklaren dat het geen toeval was. Terwijl Elizabeth Cady Stanton, Lucretia Mott en de anderen van die bewonderenswaardige groep vrouwen de Verklaring van Intenties en Resoluties in Seneca Falls in New York ondertekenden, en daarmee het startschot gaven voor de strijd voor de rechten van de vrouw, leverde overgrootmoeder Hannah Monroe haar eigen strijd om oma Bebe ter wereld te brengen, die zo eigenwijs was om omgekeerd naar buiten te komen. Bebe was voorbestemd om alles in het leven anders dan anders te doen, en haar geboorte met haar voeten vooruit was slechts het begin. Ze had bovendien het lef om een meisje te zijn. Haar vader, Henry Monroe, had zijn vrouw opdracht gegeven een jongen te baren, wat mij een beetje egoïstisch voorkwam aangezien hij al vier zoons had: James van 15

2edr.11032010Tegendestroomin.ind15 15

11-03-2010 10:17:16


negen, William van zeven, Joseph van vijf en Franklin van drie. ‘Wat bedoel je ermee dat het een meisje is?’ vroeg een verontwaardigde Henry aan de vroedvrouw toen ze hem het nieuws vertelde. Hij stampte met zijn werklaarzen aan naar de slaapkamer en keek in de luier van de baby, ervan overtuigd dat de vroedvrouw een belangrijk detail over het hoofd had gezien. Toen duidelijk werd dat dit niet het geval was, gaf hij het huilende bundeltje terug aan zijn vrouw. ‘Dit had een jongen moeten zijn, Hannah. Een man kan nooit genoeg zonen hebben om hem te helpen.’ ‘Ik weet het, lieverd,’ zei ze zacht, ‘maar God heeft ons deze keer met een meisje gezegend.’ Misschien wist Hij dat Hannah ook wel wat hulp kon gebruiken op de boerderij bij het voeden en kleden van haar grote man en vier opgroeiende zoons. Zo zag Hannah haar kleine dochter – als een geschenk van God. Ze keek naar de baby en glimlachte terwijl Henry de kamer uit beende. ‘Let maar niet op hem, kleintje. Hij wordt kribbig als zijn avondeten te laat op tafel staat.’ Het avondeten was die dag te laat vanwege de dwarse houding van Beatrice, waardoor haar geboorte langer duurde dan nodig was geweest. Maar Hannah was een vrome vrouw, en zodra de vroedvrouw het nieuws van de geboorte in de kleine agrarische gemeenschap van New Canaan in Pennsylvania verspreidde, kwamen de andere vrouwen van haar kerk snel naar de boerderij om porties van hun eigen avondeten te delen met haar misnoegde echtgenoot en vier hongerige zoons. De voorraadkast stond uiteraard vol met het eten dat Hannah had voorbereid voor de tijd die ze in het kraambed zou doorbrengen, maar Henry en de jongens waren niet in staat zich in een vrouwelijk domein als de voorraadkast te begeven om hun eigen voedsel te verzamelen. En ze waren nog minder in staat om de maaltijden op het fornuis op te warmen. Toen zijn maag eenmaal gevuld was, leek Henry’s houding tegenover zijn nieuwe dochter iets te versoepelen. ‘We zullen er het 16

2edr.11032010Tegendestroomin.ind16 16

11-03-2010 10:17:16


beste van moeten maken,’ gromde hij toen hij zijn laarzen aan het eind van de dag uittrok en naast zijn vrouw in bed kroop. ‘Er is altijd een volgende keer.’ Hannah had de herinnering aan de moeizame bevalling nog vers in het geheugen, maar slikte haar overhaaste antwoord toch maar in. In plaats daarvan deed ze een schietgebedje. Daarna legde ze haar hand op de arm van haar man. ‘Het is een mooie, gezonde baby – God zij dank. Ik zou haar graag Beatrice willen noemen, als je het niet erg vindt. Beatrice Aurelia Monroe.’ Henry gaf geen antwoord op Hannahs verzoek tot ze de volgende morgen zijn ontbijt had bereid en voor hem op tafel had gezet. Hij beet in een stuk spek. ‘Met die naam kan ik wel leven.’ Hannah had in de tien jaar van haar huwelijk geleerd geduld te hebben. Ze had geen antwoord verwacht voor de middag. Henry had voldoende tijd nodig om over dergelijke zaken te bidden en hield er niet van opgejaagd te worden. De driejarige Franklin kon de naam Beatrice niet uitspreken en kortte die af tot Bebe. De bijnaam bleef, en mijn zuster en ik noemen haar tweeënzeventig jaar later nog steeds oma Bebe. De eerste jaren van haar leven verliepen rustig, vertelde ze. Ze groeide op tot een stil en nerveus kind, wat begrijpelijk was omdat iedereen op de boerderij groter, luidruchtiger en sterker was dan zij. Met vier oudere broers om te ontwijken – naast een aantal paarden, een koppel ossen en een kudde melkkoeien – had zij soms het gevoel dat er een samenzwering was om de arme Bebe onder de voet te lopen. De eerste nuttige zin die ze als peuter begreep, was: ‘Aan de kant, Bebe!’ ‘Ik was een schichtig kind,’ vertelde ze me, ‘misschien omdat ik een groot deel van de tijd bezig was gevaren te ontwijken. En vreselijk verlegen! Ik huilde om het minste of geringste, om het vallen van een hoed – en er waren heel wat hoeden die konden vallen – om hoefslagen en rondvliegende hooibalen, wielen en lieren, laarzen, emmers en slachtblokken.’ 17

2edr.11032010Tegendestroomin.ind17 17

11-03-2010 10:17:17


Ik probeerde me voor te stellen hoe het was om op te groeien in een huis waarin slachtblokken zomaar uit de lucht vielen, en onwillekeurig kromp ik ineen. Toen ik ernaar vroeg, lachte ze. ‘Praat me er niet van, Harriet! Dat met dat slachtblok was een poets van mijn broer William. Hij was altijd met kwajongensstreken bezig en zette lijf en leden op het spel. Daarom verbaasde het ons allemaal dat het Joseph was die zijn leven verloor en Franklin die een been kwijtraakte. Die drama’s voltrokken zich natuurlijk jaren na het incident met het slachtblok, maar we herinnerden het ons allemaal.’ Oma Bebe vertelde nooit een verhaal van begin tot eind. Om een beetje idee te krijgen van haar leven, heb ik al haar opmerkelijke uitspraken in elkaar moeten passen alsof ik met een grote legpuzzel bezig was. Maar ik heb veel vrije tijd in deze gevangeniscel, en haar wonderlijke verhalen beginnen op hun plaats te vallen nu ik probeer uit te vinden hoe ik hier gekomen ben – en wat ik eraan kan doen. Bebes broers waren wilde, ongeremde jongens die er veel genoegen in schiepen hun levens elke dag op nieuwe en steeds creatievere manieren in de waagschaal te stellen. Op een zomer bonden ze een touw aan een tak van de grote eik die bij de rivier langs hun boerderij stond. Ze boorden een gat in een oude plank, duwden het rafelige touw erdoorheen en knoopten het onder de plank vast om een zitting te maken. Bebe keek van veilige afstand hoe ze om beurten wild schommelden, hoger en hoger, en soms van de plank vielen, hun knieën schaafden of nog meer bulten op hun hoofd verzamelden. Ze vroeg zich af hoe het zou voelen om vrij door de lucht te vliegen op die schommel, met de blauwe lucht boven haar en de wind in haar haren. Maar hoewel ze het graag zou willen proberen, weerhield de angst haar altijd. Op een dag toen het warm genoeg was om de kippen direct in hun hok te roosteren, besloot William met de schommel boven de rivier te zwaaien en het touw los te laten om ongeveer 18

2edr.11032010Tegendestroomin.ind18 18

11-03-2010 10:17:17


vier meter lager in het water te springen, zonder echter aan de harde rotsen te denken. Het had die lente weken geregend en de wild stromende rivier leek eropuit om iemand te laten verdrinken. Maar toen William veilig naar de oppervlakte kwam, volgden Bebes andere broers zijn voorbeeld en sprongen als wilden in het water. Zelf keek ze toe vanaf het pad, bang voor de slangen die in het lange gras bij de rivier zaten. James en Joseph hadden ooit een dikke, glimmend zwarte slang gevangen van een meter lang en ze hadden Bebe de stuipen op het lijf gejaagd toen ze plotseling op het erf verschenen met hun trofee, bungelend aan een hooivork. Toen de eerste vijf schuchtere jaren van oma Bebe waren verstreken, trad er een enorme verandering op. Harriet Beecher Stowe had in 1852 haar boek De negerhut van oom Tom gepubliceerd en toen het zijn weg naar New Canaan gevonden had, ging er een sleets exemplaar bij de kerkdames van hand tot hand. Hannah las het boek bij lamplicht in de woonkamer van de boerderij en huilde. Bebe had haar stevige, vrome moeder nooit eerder zien huilen en haastte zich naar haar toe om haar te troosten. ‘Wat is er, mama?’ ‘Het is het boek dat ik lees, Beatrice. Het beschrijft het dagelijkse leven van slaven in ons land, en het is gewoonweg vreselijk. Stel je eens voor dat iemand je eigenaar is. Bedenk eens hoe erg het zou zijn om als het bezit van iemand beschouwd te worden en als minderwaardig te worden gezien. Stel je voor dat je geen eigen leven hebt, gedwongen bent dag en nacht met lijf en ziel te moeten doen wat een ander wil, machteloos en zonder stem.’ Hannah praatte de volgende paar maanden onophoudelijk over het ellendige lot van de slaven terwijl zij en Bebe brood kneedden, kippen plukten en de was schrobden. Ze had het erover wanneer ze samen onkruid wiedden in de tuin, aardappels schilden, de vloeren dweilden of nieuwe kleren voor het gezin naaiden. ‘Ik geloof dat God mij roept om die arme, beklagenswaardige mensen te helpen,’ besloot Hannah op een middag in de herfst 19

2edr.11032010Tegendestroomin.ind19 19

11-03-2010 10:17:18


terwijl ze vet uitsmolt om huishoudzeep te maken. Geleid door haar geweten riep ze alle andere vrouwen die het boek hadden gelezen bij elkaar voor een vergadering in de dorpskerk. Ze besloten een plaatselijke vertegenwoordiging van de Anti-Slavernijvereniging op te zetten. Henry steunde hun werk nadat hij het boek zelf ook had gelezen. Als hij ze niet nodig had, mocht Hannah zelfs de paarden voor de wagen spannen om naar de stad te rijden voor de vergaderingen. Bebe ging met haar moeder mee, keek en luisterde. Aanvankelijk leken de anti-slavernijbijeenkomsten op zondagse kerkdiensten, met veel gebed en zang. Maar daarna stelden de vrouwen een plan op, stippelden hun strategie uit en bepaalden welke acties ze zouden ondernemen. Ze schreven talloze brieven en zonden ontelbare petities naar de regeringsvertegenwoordigers in Washington. Ze zamelden geld in om anti-slavernijpamfletten te drukken en te verspreiden. Hannah leverde haar bijdrage door een dozijn kippen op te fokken en de eieren voor het goede doel te verkopen. Ook de extra opbrengst uit haar moestuin ging naar het goede doel. Zo nu en dan zond de afdeling Philadelphia van de Anti-Slavernijvereniging een spreker naar New Canaan om de voortgang van het werk toe te lichten. Een van hen vertelde hoe de vereniging slaven een voor een hielp ontsnappen via een onzichtbare ‘ondergrondse spoorlijn’. Het leek Bebe dat het de vereniging heel veel tijd zou gaan kosten om haar doel te bereiken wanneer de miljoenen mannen, vrouwen en kinderen die nog in slavernij verkeerden een voor een moesten ontsnappen. Op een nacht in de lente werd ze wakker van een zware onweersbui. Doodsbang voor de huilende wind en de verblindende bliksemschichten rende Bebe naar beneden, naar de slaapkamer van haar ouders, en kroop over haar hele lijf rillend naast haar moeder in bed. ‘God is ons een toevlucht en sterkte,’ fluisterde Hannah, haar favoriete psalm citerend. ‘Daarom zullen wij niet vrezen…’ 20

2edr.11032010Tegendestroomin.ind20 20

11-03-2010 10:17:18


Bebe dacht dat het dreunende geluid dat ze hoorden door de wind werd veroorzaakt, tot haar vader zei: ‘Ik geloof dat er iemand voor de deur staat.’ Hij stond op om te gaan kijken. Hannah deed een ochtendjas aan om met hem mee te lopen en ook Bebe kroop uit bed. Ze rende achter haar ouders aan en hield haar moeders been vast. ‘Kom binnen, kom binnen,’ hoorde ze haar vader zeggen toen hij de zware eiken deur opende. ‘Het is helemaal geen nacht om buiten te zijn.’ Henry was even groot en stevig als de massieve deur en kende geen angst. Hij nodigde de doorweekte vreemdeling binnen zonder een moment te aarzelen. ‘Dank u, meneer. Dank u zeer,’ zei de man. Druipend en rillend stond hij in de deuropening. ‘En uw paard?’ vroeg Henry, die naar het druipende dier keek dat aan een paal vastgebonden stond. ‘Tja… laat ik snel ter zake komen, meneer Monroe. Als u me niet kunt helpen, moet ik verder rijden naar de volgende stopplaats.’ ‘U kent mijn naam, hebben wij elkaar ooit ontmoet?’ vroeg Henry verbaasd. Hij had niet de moeite genomen een lamp aan te steken omdat de talrijke bliksemschichten voor genoeg licht zorgden. Hannah deed een stap vooruit. ‘Ik denk… ik geloof dat ik u ken, meneer. U komt toch uit Philadelphia? Was u niet bij die voormalige slaaf die in augustus onze vereniging toesprak?’ ‘Klopt, mevrouw Monroe. Ik heet… misschien is het beter als u me gewoon John Smith noemt.’ Hij zette zijn hoed af en er viel een straal regenwater uit de rand. ‘Ik ben blij dat u me herkent. Dat maakt mijn verzoek veel makkelijker. Ziet u, ik heb een… zending… die ik bij een van de stations in deze buurt moet afleveren. Ik begrijp dat u een aandeelhouder van onze spoorlijn bent, mevrouw Monroe?’ Henry staarde de man aan alsof hij er spijt van had de deur te 21

2edr.11032010Tegendestroomin.ind21 21

11-03-2010 10:17:18


hebben opengedaan. Maar Bebe, die nu klaarwakker was, had genoeg anti-slavernijvergaderingen bijgewoond om precies te weten waar de man het over had. Hij moest een conducteur zijn van de zogenaamde Ondergrondse Spoorlijn. De ‘zending’ was een ontsnapte slaaf die onderdak nodig had op een vluchtadres of ‘station’ aan de onzichtbare lijn. Iedereen die geld of goederen aan het project had bijgedragen, zoals Hannah en haar vriendinnen, was een ‘aandeelhouder’. ‘Ja, dat klopt, meneer Smith. Ik ben aandeelhouder,’ zei Hannah met een glimlach. ‘Henry, zet het paard van onze gast liever in de schuur, uit de regen. Dit kan wel even gaan duren. Ik maak vuur en zet koffie.’ Henry greep zijn jas en liep met meneer Smith naar buiten. Bebe liep met haar moeder mee naar de keuken en keek hoe ze een lamp aanstak en vuur maakte met aanmaakhout. Hannah leek Bebe niet op te merken tot ze uit de voorraadkast terugkwam en tegen haar op liep. ‘Beatrice, lieverd, ga maar lekker weer naar bed,’ zei ze met haar hand op het haar van het meisje. ‘De bui is zo goed als voorbij.’ De bliksemschichten waren nog te zien, hoewel het gerommel alleen nog in de verte tussen de heuvels klonk. Bebe hoorde de regen op het dak van de achterveranda kletteren en wist dat haar vader doorweekt zou raken als hij van het huis naar de schuur liep. ‘Ik wil helpen, mama.’ Ze bedoelde dat ze wilde helpen met de ‘zending’, maar haar moeder begreep dat niet. ‘Nou… pak dan maar een schaal en een paar kopjes. Misschien lust meneer Smith wel een beetje soep om op te warmen.’ Tegen de tijd dat de mannen terugkwamen, snorde het vuur in het fornuis. Hannah hing hun natte jassen erachter om te drogen, waardoor de zurige geur van natte wol zich in de keuken verspreidde. Ontdaan van zijn dikke mantel bleek meneer Smith een tenger gebouwde man te zijn, in een stads maatpak en met 22

2edr.11032010Tegendestroomin.ind22 22

11-03-2010 10:17:19


mooie leren schoenen aan. Hij liet zich op een keukenstoel vallen en zag er zo slap en bleek uit als een geplukte hen. Bebe zag de kleur langzaam op zijn vale gezicht terugkeren toen hij zijn koffie dronk en een kom van de overgebleven soep at. Zijn geelblonde haar vormde fijne krulletjes toen het opdroogde. ‘Wat kunt u ons vertellen over deze zending?’ vroeg Hannah. ‘Wanneer zou die kunnen aankomen?’ ‘Allereerst moet ik even zeggen dat we gewoonlijk geen zendingen naar stations brengen waar jonge kinderen zijn.’ Hij keek naar Bebe. ‘Sinds de wet op de ontvluchte slaven van kracht is geworden, is dit werk veel te gevaarlijk om jonge, onschuldige levens op het spel te zetten. Als er een zending in uw bezit wordt aangetroffen…’ ‘God zal mijn kinderen en mij beschermen,’ viel Hannah hem in de rede. ‘We moeten God gehoorzamen, geen onrechtvaardige wet. In de Bijbel staat dat we de hongerigen moeten voeden, de naakten moeten kleden en hen die in verdrukking zijn moeten redden.’ De vreemdeling glimlachte. ‘Ik ben blij dat u er zo over denkt, mevrouw Monroe.’ Hij vouwde zijn vingers om zijn koffiekopje om ze te warmen. ‘Waarom komt u hier langs, meneer Smith?’ vroeg ze. ‘Ik wist niet dat de Ondergrondse Spoorlijn langs New Canaan liep.’ ‘Dat is ook niet zo, maar we zitten in een moeilijke situatie. Premiejagers hebben onze normale lijnen ontdekt, en onze veilige huizen zijn dus niet veilig meer. We zijn gedwongen de spoorlijn naar nieuw gebied uit te breiden, en herinnerden ons hoe trouw uw plaatselijke afdeling in het verleden altijd is geweest. Ik heb met uw dominee gesproken en hij was van mening dat onze zending op uw boerderij veiliger zou zijn dan in de stad, waar die wellicht door de verkeerde persoon gezien zou kunnen worden. Het is zo moeilijk uit te maken wie je kunt vertrouwen, ziet u?’ ‘Ons kunt u absoluut vertrouwen,’ antwoordde Hannah. ‘Hoe kunnen we u helpen?’ 23

2edr.11032010Tegendestroomin.ind23 23

11-03-2010 10:17:19


‘Het enige wat we nodig hebben, is een plaats om te rusten, te eten en ons schuil te houden tot de weg naar het volgende station vrij is. Ik weet niet precies hoelang dat gaat duren. We vragen u een enorm risico te nemen, zoals u waarschijnlijk wel weet. Als u wordt betrapt, kan dat een boete betekenen van wel duizend dollar en een gevangenisstraf van zes maanden. Maar wij zouden bijzonder dankbaar zijn als u zou kunnen helpen. We moeten deze zending gewoon naar Canada krijgen, want ze is al heel lang onderweg.’ ‘Ik zal erover moeten bidden,’ zei Henry Monroe. Hij stond abrupt op en liep naar de deur. ‘Kunt u op mijn antwoord wachten?’ ‘Natuurlijk. Dat begrijp ik heel goed. Ik wacht.’ Bebe vroeg zich echter af of de vreemdeling wel wist hoelang haar vader meestal nodig had om ergens over te bidden en een besluit te nemen. Meneer Smith moest misschien wel wachten tot de volgende worp biggetjes was geboren, vetgemest, geslacht en in spek veranderd. ‘Ik zal een bed voor u klaarmaken, meneer Smith,’ bood Hannah aan. ‘U moet proberen een beetje slaap te krijgen. Het duurt nog een paar uur voordat het licht wordt.’ ‘Ik wil u niet tot last zijn.’ Hannah schudde haar hoofd. ‘Het is geen moeite.’ ‘Als u dat zeker weet… ik heb de hele nacht gereden…’ Hannah haalde William uit zijn warme bed en legde hem bij James en Franklin om ruimte te maken voor de vreemdeling. Bebe kroop weer in haar eigen bed, maar had moeite de slaap te vatten. Een echte, levende, ontsnapte slaaf zou zich misschien in haar eigen huis komen verstoppen! Ze was tegelijk bang en opgewonden. Bebe had voor het eerst iemand met een zwarte huid gezien op een van haar moeders bijeenkomsten van de Anti-Slavernijvereniging. Het gezicht en de armen van de man hadden de kleur gehad van donkere stroop en ze dacht dat hij in een teil met zwarte 24

2edr.11032010Tegendestroomin.ind24 24

11-03-2010 10:17:20


bessen gevallen moest zijn. Haar moeder had haar verteld dat de kleur niet afgewassen kon worden, ook al zou de man uren en uren schrobben met loog. ‘Blanken hebben zwarte mensen tot slaven gemaakt, Beatrice, alleen maar omdat hun huid anders van kleur is dan die van ons,’ had ze uitgelegd. ‘Maar de Bijbel zegt dat God geen aanzien des persoons kent. Mensen kijken naar uiterlijkheden, maar God kijkt in onze harten.’ ‘Is het hart van die man even zwart als zijn huid?’ ‘Nee, zijn hart is helemaal niet zwart, want hij kent Jezus. Het zijn onze zonden die ons hart zwart kleuren, maar Jezus kan elk hart weer wit als sneeuw maken.’ Het gesprek had Bebe verward. Ze vroeg zich af waarom Jezus de huid van de slaaf niet tegelijk met zijn hart wit waste, zodat hij geen slaaf meer hoefde te zijn. Ze was de mooie huidskleur van die man nooit vergeten, en nu zou er een slaaf net als hij naar hun boerderij komen. Toen Bebe de volgende morgen in de kamer van haar broers keek of hun gast nog sliep, waren alle bedden leeg. Hij was ook niet beneden in de keuken. ‘Is meneer Smith al weg…’ Hannah legde een vinger over haar lippen. Haar vader en broers kwamen binnenstampen na hun ochtendklussen en brachten modder, verse melk en de geur van koeien mee. ‘We hebben het er nog wel over,’ zei Hannah. ‘Ga maar zitten en eet je ontbijt.’ De jongens ontbeten ook en vertrokken vervolgens naar school. Terwijl Bebe haar moeder met de afwas hielp, legde Hannah uit dat meneer Smith was vertrokken toen het licht werd. ‘Heeft papa een besluit genomen over de zending?’ Hannah knikte. ‘De zending komt over een paar dagen aan.’ Het nieuws verbijsterde Bebe. Ze had nog nooit meegemaakt dat haar vader zo snel tot een beslissing kwam. Hij legde er altijd de nadruk op dat je ‘op Gods antwoord op je gebed moest wachten’, en het wachten duurde meestal erg lang. Maar deze keer had Hij Henry kennelijk vrijwel onmiddellijk een antwoord te geven. 25

2edr.11032010Tegendestroomin.ind25 25

11-03-2010 10:17:20


‘Maar luister goed naar me, Beatrice. Dit is erg belangrijk.’ Hannah ging op haar hurken zitten zodat ze haar recht kon aankijken en pakte haar magere schoudertjes vast. ‘Je papa en ik hebben besloten je broers niet over meneer Smith en de zending te vertellen. Hoe meer mensen ervan weten, hoe gevaarlijker het is voor die arme man die probeert te ontsnappen. Als een van jouw broers zich zou verspreken en het per ongeluk aan iemand op school zou vertellen, zouden we allemaal gevaar lopen. Begrijp je dat?’ Bebe knikte ernstig. ‘Beloof je dat je niets zult zeggen? Tegen niemand?’ ‘Ik beloof het.’ Niemand had haar ooit eerder een zo belangrijk geheim toevertrouwd, en dat haar broers er niets van wisten, maakte dat zij inwendig moest glimlachen. ‘Je bent toch niet bang, Beatrice?’ ‘Nee, mama.’ Bebe was doodsbenauwd.

26

2edr.11032010Tegendestroomin.ind26 26

11-03-2010 10:17:20


In haar cel haalt Harriet herinneringen op aan haar overgrootmoeder Hannah, die haar leven op het spel zette om slaven te helpen vluchten, haar grootmoeder Bebe, die vocht voor de drooglegging, en haar moeder Lucy, die op het punt stond om het leven van iedere vrouw in Amerika te veranderen. Terwijl Harriet zich op een krakende, ijzeren brits afvraagt waar zij thuishoort in deze galerij van heldinnen, ontspint zich een aangrijpend verhaal over vier generaties dappere vrouwen die zich proberen staande te houden in het kolkende water van de geschiedenis.

723411

NUR 302

www.uitgeverijvoorhoeve.nl

tegen de stroom TOT.indd 1

egen de in

egen de

9 789029

Tstroom

T

ISBN 978 90 297 2341 1

stroom in

Bestsellerauteur Lynn Austin is bekend van haar historische romans en haar Bijbels-historische series over Hizkia, Manasse en de wederopbouw van Jeruzalem. Inmiddels heeft ze meer dan twintig romans op haar naam staan.

LYNN AUSTIN

Verenigde Staten, 1920. Al generaties lang hebben de vrouwen in de familie van Harriet Sherwood gestreden tegen onrecht en Harriet wil dan ook niets liever dan in hun voetsporen treden. Maar door een domme fout belandt ze in de gevangenis. Tot overmaat van ramp heeft ze juist de wet overtreden waarvoor haar oma zo hard gevochten heeft...

LYNN AUSTIN ROMAN

16-06-2014 13:11:41


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Leesfragment 'Tegen de stroom in' - Lynn Austin by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu