Skip to main content

Levend doelwit - Brandilyn Collins (hfdst. 1)

Page 1

Hannah Shire rijdt met haar demente moeder over een landweggetje. Als ze getuige zijn van een auto-ongeluk stoppen ze om hulp te bieden. Ze treffen een gewonde man aan, die Hannah mysterieuze woorden influistert: Zoek. Alsjeblieft. Red. In Raleigh. Belangrijk. Bij thuiskomst vindt Hannah een USB-stick in haar jaszak, waarop een filmpje met een gecodeerde boodschap staat. Hannah weet niet wat ze ermee moet doen en geeft de USB-stick af op het politie-bureau. Kort daarna worden Hannah en haar moeder met de dood bedreigd. Zelfs de politie blijkt onbetrouwbaar en de vrouwen moeten vluchten voor hun leven. Ze vinden onderdak bij Emily, Hannahs dochter, maar het gevaar is nog niet geweken. Sterker nog: het hele land is in gevaar...

br andilyn collins

Ik voel dreiging, ineens; het is alsof het zijn klauwen in me slaat. Ik wil hier weg, weg van deze onheilsplek en de draaiende nieuwscamera. Naar huis, veilig en rustig, met mijn moeder.

brandilyn collins Een oma , een moeder en een dochter sla an op de vlucht zonder te weten waa rvoor

ISBN 978 90 297 2279 7

9

789029

722797

NUR 302

www.uitgeverijvoorhoeve.nl

Levend doelwit TOT.indd 1

26-02-2014 16:17:07


Levend doelwit

Levend doelwit def.indd 1

27-02-14 10:11


Andere romans van Brandilyn Collins: Tot het uiterste Amaryllis

Levend doelwit def.indd 2

27-02-14 10:11


Brandilyn Collins

Levend doelwit Roman Vertaald door Ernst Bergboer

Levend doelwit def.indd 3

27-02-14 10:11


© Uitgeverij Kok – Utrecht, 2014 Postbus 13288, 3507 LG Utrecht www.kok.nl Oorspronkelijk verschenen onder de titel Dark Justice bij B&H Publishing Group, Nashville, Tennessee, USA. © Brandilyn Collins, 2013 Bijbelcitaten komen uit de NBG-vertaling 1951, ©1951 Nederlands Bijbelgenootschap, tenzij anders vermeld. Vertaling Ernst Bergboer Omslagontwerp Mark Hesseling Opmaak Stampwerk ISBN 978 90 297 2279 7 ISBN e-book 978 90 297 2280 3 NUR 332 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. All rights reserved. No part of this publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written permission of the publisher.

Levend doelwit def.indd 4

27-02-14 10:11


Maar ik, ik blijf uitzien naar de Heer, ik blijf hopen op de God die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God. Jij die me haat, maak je niet vrolijk over mij. Al ben ik gevallen, ik sta op, al is het donker om mij heen, de Heer is mijn licht. (Micha 7:7-8, NBV)

Levend doelwit def.indd 5

27-02-14 10:11


1 Zondag, 24 februari 2013 ‘Ik zat in de vijfde klas. Drie kinderen hielden bij hoog en bij laag vol dat ze een vrouw met een baby langs het raam zagen vliegen.’ Dat is mijn tweeëntachtigjarige moeder. Zomaar, uit het niets. Ik werp een blik opzij. Ze tuurt uit het raampje, met de geaderde handen in haar schoot gevouwen. Het Annie-Hall-achtige paarse hoedje dat ze altijd opheeft, hangt vervaarlijk scheef op haar spierwitte haren. Ze draagt geen make-up, dat doet ze nooit, maar er ligt een lichte, roze gloed op haar wangen. Dat blosje is mijn moeders trots, net als haar uitstekende gezichtsvermogen. ‘Apart. Waarom zeiden die kinderen dat?’ ‘Omdat ze dat zagen, natuurlijk.’ ‘Mensen kunnen niet vliegen, mam.’ ‘Nou, die dag anders wel.’ Daar gaan we weer. ‘Misschien liep die vrouw langs het raam en dachten die kinderen dat ze vloog?’ ‘Ons lokaal zat op de eerste verdieping.’ Daar heb ik niet van terug. ‘Misschien hebben ze het gewoon verzonnen.’ ‘Absoluut niet! Een van hen was mijn beste vriendin, Julie. Zo nuchter als een kalf, dat kind. Loog nooit ergens over.’ Haar stem heeft de kenmerkende klank die me zegt dat ze haar

7

Levend doelwit def.indd 7

27-02-14 10:11


hakken in het zand heeft gezet, en stevig ook. Dat doet ze de laatste tijd steeds vaker. Meestal laat ik het gaan. Maar als alle logica in haar woorden ontbreekt, wil ik het gevecht aangaan met de dementie die knabbelt aan haar brein. Mijn moeder is altijd sterk en onafhankelijk geweest. Als oudere dames rode hoedjes dragen, is dat van Carol Ray Ballard paars. Lopen zij klassieke concerten af, dan gaat zij naar een discotheek en danst op iedere song – in haar eentje. Als iemand dit gevecht moet kunnen winnen, dan is het mijn moeder. ‘Oké. Misschien hebben ze zich gewoon vergist.’ Ik houd mijn toon luchtig. ‘Een grote vogel, of zo. Die kinderen dachten dat ze een mens voorbij zagen vliegen.’ Mam snuift. ‘Tuurlijk. Gebeurt vaak dat vogels sprekend op een vrouw met een baby lijken.’ Een steek in mijn hart. Nu glijdt ze weg in koppigheid.Waarom moet ik haar ook zo nodig pushen? Zinloos. De ziekte die haar leven langzaam wegvreet, is te sterk. Toch blijf ik denken dat er tegen te vechten valt. Waanzin. Het komt opzetten als de vloed, steeds een stukje verder, steeds een stukje hoger. Ik pak problemen graag bij de kop, maar hier heb ik nergens houvast. Ik moet beter luisteren naar mijn zevenentwintigjarige dochter, Emily. Die gaat veel beter met haar oma om dan ik. Emily zegt precies waar het op staat en laat zich door niemand koeioneren, maar met oma is ze eindeloos geduldig. Oma mag gewoon zijn wie ze is. ‘Echt.’ Mijn moeder slaat haar armen over elkaar en blaast haar adem uit. ‘Soms doe je net of ik achterlijk ben.’ ‘Mam! Echt niet. Ik heb nooit gedacht dat jij achterlijk bent. Geen seconde.’ Ik neem de afslag van Highway 1 naar de Tunitas Creek Road, even ten zuiden van Half Moon Bay in Californië. We zijn op de terugweg naar huis, naar San Carlos, van een week-

8

Levend doelwit def.indd 8

27-02-14 10:11


end in het Ritz Carlton bij de oceaan. In plaats van de gewone route over Highway 92, besluit ik in een opwelling voor een omweg via de veel minder drukke Tunitas, tot aan Skyline en dan verder over de 92. Soms kan een enkele ingeving je leven aardig op zijn kop zetten. Het is een prachtige middagrit. Het is eind februari, maar uitzonderlijk warm en droog voor de tijd van het jaar. Dit is de maand die de Bay Area regen brengt. We hebben weliswaar jassen aan, maar die zijn dunner dan gewoonlijk. Ik draag een spijkerbroek en een blauwe sweater, mam heeft een wollen legging en een tuniek met lange mouwen aan; comfortabele kleding voor de terugreis. Dit weekend heeft mam goed gedaan, die indruk heb ik in elk geval. De gesprekken waren niet zo onsamenhangend geweest en zij heeft minder vaak iets op een verkeerde plek gelegd. Ik hoop dat het blijvend is. Misschien zou ze er wat vaker uit moeten. Misschien… ach, laat ook maar. ‘Nou ja. Dan hebben je vriendinnen het toch goed gezien, mam. Die vrouw met die baby heeft gevlogen. Kan niet anders.’ Ik probeer niet te laten horen dat ik toegeef. Mam blijft met opzet naar buiten kijken. ‘Je gelooft me niet.’ ‘Jawel. Ik geloof je wel.’ We nemen een volgende bocht, genieten van het betoverende uitzicht. Ik hoop dat mam het onderwerp laat rusten. De weidsheid van de oceaan heeft plaatsgemaakt voor de open vlakte.‘We moesten Emily maar eens bellen. Die wil vast weten hoe laat–’ ‘Kijk!’ Mams vinger schiet richting de berm. Ik werp een snelle blik opzij, volg het gebaar en zie een kleine, grijze auto die een flink eind van de weg af is geschoten en op zijn kant ligt, op de passagierszijde. Mijn mond valt open. ‘Lieve help! Een man!’ Mams stem beeft.

9

Levend doelwit def.indd 9

27-02-14 10:11


Hij ligt op zijn rug in het gras. Roerloos. Het gebeurt zo snel dat ik er al voorbij ben voor ik reageren kan. Mijn voet stampt op de rem. Ik stuur de auto van het asfalt de berm in en we komen knerpend in het gruis tot stilstand. Ik zet de motor af, grabbel naar de sleutels in het contact. Het is niet wijs ze erin te laten zitten, niet met mijn moeder in de buurt. ‘Mam, hier blijven, oké? Blijven zitten. Ik loop vlug dat stukje terug en kijk hoe het met hem is.’ Ik stommel haastig mijn Escortje uit, mik de autosleutels in mijn jaszak. Dan denk ik aan mijn mobieltje. Ik draai me op mijn hielen om, ruk het achterportier open en gris het ding uit mijn tas. ‘Is het goed met ’m, denk je?’ Mam zit met vertrokken gezicht achterstevoren op haar stoel. ‘Geen idee. Ik ga kijken.’ Mijn mobieltje gaat de sleutels achterna. Ik ren naar de man toe en laat me naast hem op mijn knieën vallen. Hij is ergens achterin de zeventig, schat ik, en zijn gezicht is asgrauw. Ik werk als receptionist bij een cardioloog en het is me meer dan eens gebeurd dat er iemand in de wachtkamer in elkaar zakt. Ik ben gewend aan oudere en kwetsbare mensen en weet wat ik in zo’n geval moet doen. Ze gaan me altijd aan het hart, ook als ik in mijn professionele houding schiet. ‘Meneer?’ Ik leg mijn vingers tegen de hals van de man en voel naar een hartslag. ‘Meneer? Hoort u mij?’ Hij slaat zijn ogen op. Zijn mond beweegt maar maakt geen geluid. ‘Hebt u ergens pijn?’ Ik laat mijn handen langs zijn lichaam glijden. Zijn benen lijken normaal; niets getordeerd, geen vreemde hoek. Is hij uit zijn auto geslingerd? Ik tuur opzij. Het open raampje van het portier aan bestuurderszijde gaapt de hemel aan. Kan hij door zo’n kleine opening naar buiten geslingerd zijn? Misschien is hij er uit geklommen.

10

Levend doelwit def.indd 10

27-02-14 10:11


De lippen van de man trillen. ‘M’n… mijn…’ Hij heft een trillende hand en legt hem op zijn hart. ‘Uw borst?’ ‘Uh…’ Hij krimpt ineen. Ik haal mijn mobiel uit mijn jaszak en toets het alarmnummer in. De man steekt opnieuw zijn hand omhoog, tast naar mijn pols. ‘Alarmcentrale, kan ik u helpen?’ ‘Er is een auto-ongeluk gebeurd op Tunitas Road, even voorbij Highway 1. Een slachtoffer, man, eind zeventig. Hij ligt naast de auto op zijn rug. Klaagt over pijn op de borst. Geen verdere tekenen van verwondingen.’ ‘Hij ademt?’ ‘Ja. Probeert te praten.’ ‘Goed. Blijft u aan de lijn, alstublieft.’ De koude vingers van de man tasten naar me. ‘Luist…’ ‘Het is goed, rustig maar.’ Ik grijp zijn hand. ‘Er komt hulp. Ik blijf bij u.’ ‘Nnnn…’ ‘Stt, stil maar. Ik kijk alvast even naar uw borst.’ Ik leg zijn arm voorzichtig op de grond en friemel met een hand aan de knopen van zijn jas. Zijn hand schiet weer omhoog en grijpt de mijne. ‘Luissst…!’ Zijn kracht verbaast me. Hij is bang, doodsbang. De angst groeft zijn gelaat. Ik verstijf. ‘Mevrouw… mevrouw?’ Uit mijn mobieltje klinkt een vrouwenstem. Ik houd de hand van de man vast, blijf hem aankijken, terwijl ik het toestel naar mijn oor breng. ‘Ja, hallo. Ben ik weer.’ ‘Kan hij zijn benen bewegen?’ De man klampt zich aan mijn vingers vast. ‘Asj… blieft!’ De angst in zijn ogen. Ik heb die eerder gezien bij een patiënt die wist dat hij stervende was. Is dat wat deze man voelt?

11

Levend doelwit def.indd 11

27-02-14 10:11


Ik probeer geruststellend te glimlachen, maar het is niet meer dan een verkrampte poging. ‘Stt. Rustig maar.’ Ik breng mijn mond weer naar de telefoon. ‘Dat weet ik niet. Wanneer zijn jullie hier?’ ‘Er is hulp onderweg vanuit Half Moon Bay. Vijf tot tien minuten.’ De man hapt naar adem. ‘Raaaalll…’ Zijn nagels klauwen in mijn handpalmen, zijn priemende blik gaat me door merg en been. Hij voelt dat hij wegglijdt, vermoed ik. Heeft hij nog een laatste boodschap voor iemand? Als dat zo is, zal ik alles doen wat ik kan om ervoor te zorgen dat die aankomt. Ik weet dat ik aan de telefoon moet blijven, alles wat van belang kan zijn meteen moet rapporteren. Maar deze man is in paniek, eenzaam, angstig. Hij heeft alleen mij. ‘Ik moet de telefoon even neerleggen, hoor,’ zeg ik tegen de meldkamer. Ik leg het toestel zonder op antwoord te wachten in het gras. ‘Raaalll…’ Ik neem zijn vingers in mijn beide handen, ga iets verzitten zodat hij me gemakkelijker aan kan kijken. ‘Ral?’ Hij probeert te knikken. ‘Ral… ei.’ ‘Raleigh?’ ‘Uh.’ Zijn nagels snijden in mijn huid. ‘In… Ral… leigh.’ De laatste lettergreep komt als een zucht. ‘In Raleigh.’ ‘Ja.’ Hij krijgt tranen in zijn ogen, alsof hij nauwelijks geloven kan dat hij dat er nog uit heeft geperst. Mijn ogen worden vochtig. Zijn emoties rollen van hem af als mist die zich klam om mijn schouders wikkelt. Ik huiver. Zijn gezicht vertrekt van pijn. Hij sluit zijn ogen. Over beide slapen rolt een traan. ‘Z… zoek. Asj… blieft. R… Red.’ Wat zoeken? ‘Oké.’ Ik knik. ‘Doe ik.’ Hij kijkt me nog een keer indringend aan. ‘Beloo…’

12

Levend doelwit def.indd 12

27-02-14 10:11


‘Beloofd.’ ‘Belan…’ ‘Het is belangrijk?’ ‘Uh.’ ‘Gaat het met hem?’ Klinkt de stem van mijn moeder achter me. Nee, hè. Ik draai me half om. ‘Mam, ik had je gezegd in de auto te blijven.’ Ze staat naar de man te staren, haar wangen zijn rood. Haar hoed glijdt bijna van haar hoofd. ‘O, arme kerel.’ ‘Mam, alsjeblieft.’ Mijn stem is scherp, onrustig. Ze is niet te vertrouwen, hier. Stel dat ze de weg op loopt? Ik laat de hand van de man los, draai me onhandig op mijn knieën om en kijk mam aan. ‘Ga alsjeblieft terug naar de auto.’ Hoelang duurt het nog voordat die ambulance komt? De politie? ‘Nee, ik wil helpen.’ Achter me hoor ik de man bewegen. Hij grijpt de linkerzijde van mijn jas, zijn vingers grabbelen naar de jaszak. ‘Mam, luister.’ Maar mijn moeder is helemaal niet van plan om te luisteren. Ze schuifelt naar de andere kant van de man en laat zich moeizaam naast hem zakken. Ik keer me weer om, naar hen beiden toe. Mam zit in elk geval recht tegenover me, in het zicht. De hand van de man valt op zijn borstkas. Zijn lippen trillen. ‘Rustig maar, het komt goed.’ Mam zingt het bijna. Ze legt haar handen tegen de wangen van de man. ‘Op God vertrouw ik, ik vrees niet; wat kan een mens mij aandoen? Dat staat in de Bijbel, weet u.’ Hij knikt zwakjes; zijn blik houdt het gezicht van mijn moeder vast alsof hij nooit iets mooiers heeft gezien. ‘Mijn dochter werkt op een groot kantoor van een belangrijke arts. Ze weet wat ze moet doen.’ Mam buigt zich wat dichter naar hem toe. ‘Ze is wat koppig soms, maar ja, kinderen hè…’

13

Levend doelwit def.indd 13

27-02-14 10:11


Geen reactie. De man vecht voor elke hap lucht. ‘Hoe heet u?’ vraagt mam. ‘M… Morton.’ ‘Hallo, Morton. Ik ben Carol. Dit is mijn dochter Hannah.’ Mortons ademhaling gaat steeds moeizamer. Het beangstigt me. Ik gris mijn mobiel uit het gras. ‘Hallo? Bent u er nog?’ ‘Ja, ik ben er nog. Wat gebeurt er?’ ‘Hij haalt steeds moeilijker adem. We hebben hulp nodig. Nu.’ Een stilte.‘Ze zijn onderweg. Ze kunnen er elk moment zijn.’ Ik heb Mortons jas nog steeds niet los gemaakt. Hij zou verwond kunnen zijn; van een klap op het stuur, misschien. Stel dat hij een inwendige bloeding heeft? Een hartaanval? Niet dat ik daar veel aan zou kunnen doen. Ik smijt de telefoon weer neer. ‘Morton, ik moet even naar je borstkas kijken.’ Ik reik naar het bovenste knoopje, maar zijn armen zitten in de weg. Hij klemt zijn vingers om mams smalle pols. ‘In… Raleigh.’ ‘In Raleigh?’ ‘Ja…’ Ze tilt zijn hoofd een stukje op. ‘Wat in Raleigh?’ ‘Sl…’ Mam kijkt me aan en fronst haar wenkbrauwen. ‘Wat wil ‘ie…’ In de verte huilt een sirene. Goddank. Ik grijp naar mijn telefoon. ‘Ze zijn er. Ik hang nu op.’ Ik druk het gesprek weg en laat het toestel in mijn binnenzak glijden. Ik strijk over Mortons haar. ‘Hoor je dat? Hulp. Ze zijn er bijna.’ Zijn glazige ogen draaien naar me toe. Het grijs trekt uit zijn gezicht weg, hij wordt wit. ‘N-n-n… niks…’ Zijn kaak klapt ongecontroleerd open en dicht; paniek in zijn stem. ‘Z-z-zeg… gen.’ ‘Niks zeggen?’

14

Levend doelwit def.indd 14

27-02-14 10:11


Hij knijpt zijn ogen dicht, alsof hij ja wil zeggen. ‘Niem… and.’ Hij grijpt mams pols nog wat steviger beet, alsof zijn vingers de woorden die hij niet gezegd krijgt naar binnen willen persen. Ik voel dat de urgentie uit hem wegvloeit. Mam voelt het ook. We kijken elkaar aan, koud tot op het bot. Mam begint te huilen. ‘Och, arme kerel.’ Ze tikt zachtjes tegen zijn wangen en de woorden stromen over haar lippen, zoals altijd wanneer ze heel diep geraakt wordt. ‘Niks zeggen; goed, dat zullen we niet doen.We komen je opzoeken, hoor, in het ziekenhuis.Vertel ons dan de rest maar, goed? O, help hem, Heer. Och, help hem, de stakker.’ De sirene gilt vlakbij. Ik werk me op mijn hurken en zie een brandweerwagen de bocht om komen. Hij zeilt van het asfalt, ietsje achter ons, en komt met een gekraak van steenslag tot stilstand. Erachter doemt een witte politieauto op. Er springen mannen uit de brandweerauto, die tassen met instrumenten grijpen en op ons af komen rennen. Morton slaat zijn ogen op. Hij kijkt me nog een keer heel indringend aan. ‘P-p-p… pas op!’ Ik zet me af en kom overeind. Mijn moeder blijft zitten waar ze zit. ‘Mam, kom. Maak ruimte, anders kunnen ze er niet bij.’ Ze strijkt met haar vingertoppen over het voorhoofd van de man. Hij heeft zijn ogen weer gesloten, zijn gelaat is vertrokken van pijn. ‘Ik wil hem niet in de steek laten.’ ‘Je zult wel moeten.’ Ik stap om het hoofd van Morton heen en pak haar ellebogen. De brandweerlieden hebben ons bereikt. De eerste laat zich naast Morton op de knieën vallen en knikt naar me. ‘Wat kunt u ons vertellen?’ Hij rommelt al in zijn tas, op zoek naar wat hij nodig zou kunnen hebben. ‘Hij klaagt voortdurend over pijn op zijn borst. Veel meer weet ik niet. Hij heet Morton.’

15

Levend doelwit def.indd 15

27-02-14 10:11


De andere brandweerman is naar de andere kant gerend. ‘Kom op, mam.’ Ik hijs haar overeind. ‘We moeten plaats ­maken.’ Met zichtbare tegenzin schuifelt ze met me mee naar achteren. We trekken ons een paar passen terug en blijven dicht tegen elkaar aan staan kijken. Er steekt een briesje op dat klagend rond de stilstaande voertuigen suist. Mam huivert. Ik sla een arm rond haar magere schouders. Mortons gezicht bevindt zich buiten ons blikveld.We kijken op de ruggen van de brandweerlieden voor ons. Een forsgebouwde politieagent springt uit zijn voertuig en beent naar Morton en de eerst aangekomen hulpverleners. ‘De ambulance komt eraan,’ deelt hij hen bondig mee. Pas op. Wat bedoelde Morton daarmee? De paar auto’s die over de Tunitas Road rijden minderen snelheid; bestuurders en inzittenden vergapen zich. Er verschijnt een tweede politieauto. De agent die eruit stapt begint met brede armgebaren de langzaam rijdende voertuigen tot spoed te manen. Mam snuift. ‘Ik vind ’t zo erg voor die man.’ Ik trek haar even dichter tegen me aan. ‘Ik ook.’ ‘We gaan hem helpen, toch.’ Het is geen vraag. ‘Natuurlijk.’ ‘Raleigh, zei hij. North Carolina?’ ‘Dat neem ik aan. Ik denk dat hij daarvandaan komt.’ ‘Wat is er in Raleigh?’ Dat probeerde hij te zeggen. Iets met een S. Of een C, of Ch. ‘Ik heb geen flauw idee.’ ‘Een belangrijk iemand, zei hij. Zijn dochter, denk ik.’ ‘Zijn dochter?’ De EHBO-ers checken de vitale functies. Een van hen rapporteert via een mobilofoon. De politieman staat licht gebogen achter hen. Hij knikt naar me. Ik knik terug. ‘Ja,’ zegt mam. ‘Het gaat niet zo goed met haar. Hij heeft haar

16

Levend doelwit def.indd 16

27-02-14 10:11


heel lang niet meer gezien. Hij wil haar laten weten dat hij van haar houdt.’ ‘Oké…’ ‘Zo verdrietig.’ ‘Ja.’ ‘We moeten naar Raleigh; zien dat we haar vinden. Dan kunnen we haar naar hem toebrengen.’ Ik heb het gevoel dat mijn keel wordt dichtgeknepen. Om meer dan een reden. Ik schenk mam een zwak glimlachje. ‘Dat gaan we doen, toch, Hannah? Dat heeft ‘ie ons gevraagd.’ ‘Goed, mam.’ Ze klampt zich aan me vast, haar lijf iel en breekbaar. Ik trek haar opnieuw tegen me aan; mijn kin rust bovenop de paarse hoed. De bries trekt aan en mam rilt. Ik wrijf haar armen. ‘Je bent koud. Wil je naar de auto terug?’ ‘Nee. Morton heeft me misschien nog nodig.’ Ze duwt haar handen in haar jaszakken. Zij is de rest van de avond van slag. Heen en weer drentelen door het huis, onrustig. Best kans dat ze morgenochtend alles weer kwijt is. Of niet. Is dat laatste het geval, dan zal ze zich als een drenkeling vastklampen aan ieder detail dat ze zich herinneren kan en er eindeloos op blijven aandringen dat we naar Raleigh moeten, helemaal naar de andere kant van het land, om Mortons dochter te gaan zoeken. Ik kan dan praten als Brugman, maar het gaat me niet lukken om haar ervan te overtuigen dat ze zich die dochter heeft ingebeeld. Dat die vrouw misschien wel helemaal niet bestaat. Dat weet ik nu al. Dorothy, haar thuiszorgverpleegster, mag dat opvangen als ik aan het werk ben. Zodra ik thuiskom, ben ik zelf aan de beurt. Ik houd mam stevig tegen me aan; wil huilen. Om haar, om mezelf, om die arme man voor wie we niets meer kunnen doen. Verschrikkelijk: iemand te zien vechten voor zijn leven. Ons leven is zo kwetsbaar.

17

Levend doelwit def.indd 17

27-02-14 10:11


Pas op. Een nieuwe sirene komt razendsnel dichterbij. Het duurt maar even voor er een ambulance verschijnt waar een man en een vrouw uit springen. Vier stemmen vermengen zich boven de op de grond liggende man. Ze wisselen informatie uit. Geklik van apparatuur en instrumenten. Hoe zou het zijn om, zoals Morton, op je rug op de grond te liggen en op te kijken naar gezichten van mensen die je niet kent, die jouw levenslot in handen hebben? Achter me ronkt ineens een dieselmotor. Ik draai me om en zie een busje van Channel 7 News de weg af hobbelen. ‘Nee, hè.’ Ik kijk stomverbaasd naar het naderende busje. ‘Hoe zijn die hier zo snel gekomen?’ Ze moeten al ergens in de buurt geweest zijn. De agent kijkt argwanend naar de man die met de camera al op zijn schouder uit het busje klimt. Hij wordt gevolgd door een vrouw. Verslaggeefster, lijkt me. De agent mompelt iets in zichzelf en beent langs ons heen op hen af. In het voorbijgaan werpt hij me een paar woorden toe. ‘Zou u willen blijven tot we hier klaar zijn?’ ‘Is goed.’ Hij wil straks mijn contactgegevens. Ik heb alleen geen zin om vanavond op het journaal te verschijnen. De agent heeft haast. ‘Alleen filmen van waar je nu staat,’ roept hij in de richting van de verslaggeefster en de cameraman. ‘Afstand houden, alstublieft.’ Ik kijk opzij, naar mam. Ze heeft niet achterom gekeken, haar blik is strak op Morton gericht. De brandweermannen die het eerst ter plaatse waren, zijn opzij gestapt, de verpleegkundigen brengen een neksteun aan. ‘Wat zijn ze aan het doen?’ Het klinkt argwanend, alsof mam de zorg voor haar nieuwbakken vriend niet aan anderen over durft te laten. ‘Ze kunnen niet te veel met hem heen en weer zeulen, hij

18

Levend doelwit def.indd 18

27-02-14 10:11


kan zijn wervelkolom beschadigd hebben. Die kraag is om zijn nek te beschermen.’ ‘Hij redt het toch wel?’ Mijn keel knijpt samen. Morton is iemands echtgenoot, misschien. Een vader, grootvader. ‘Ik hoop het.’ Een van de paramedici rent naar de ambulance en maakt een brancard klaar. Hij grijpt een wervelplank, loopt snel terug en legt het ding op de grond. Behoedzaam tillen ze Morton erop en stabiliseren hem. Ze tillen hem samen met de brandweermannen op en dragen hem naar de brancard. Ik werp een snelle blik over mijn schouder. De camera van Channel 7 draait. ‘Ik wil nog even dag zeggen.’Voor ik haar tegen kan houden, heeft mam zich van me losgemaakt. Ze drentelt achter het ambulancepersoneel aan. ‘Ho! Wacht. Ik wil hem nog even zien.’ Ze stoppen niet. Ik ga haar achterna. ‘Wacht! Alstublieft!’ Uit mijn ooghoek zie ik de camera naar mam zwenken. Het ploegje hulpverleners heeft de brancard bereikt en legt Morton er met wervelplank en al op. Een nog jong ogende man keert zich naar mam. ‘We moeten er snel vandoor, mevrouw.’ Ze negeert hem en stapt langs hem heen. ‘Mevrouw…’ Het moet iets in haar blik zijn. De vrouwelijke verpleegkundige kijkt mijn moeder aan en schudt met haar hoofd naar haar collega. ‘Heel even.’ Mam staat naast Morton en buigt zich over hem heen. Ik kan zijn gezicht zien. Hij heeft zijn ogen gesloten. Is hij wel bij bewustzijn? ‘Ik weet het nog, hoor,’ fluistert ze. ‘We zullen het niet vergeten.’ Ze strijkt hem zachtjes over het hoofd. Ik kijk een van de brandweermannen aan. ‘Waar brengen ze hem heen?’

19

Levend doelwit def.indd 19

27-02-14 10:11


‘Coastside in Moss Beach. Dat is het dichtstbijzijnde ziekenhuis.’ ‘Gaat hij het redden?’ Hij tuit zijn lippen. ‘Weet niet. Z’n ademhaling baart me zorgen.’ ‘Oké, we gaan.’ De vrouwelijke verpleegster knikt naar mijn moeder. Ik schuif naast mam en leid haar bij de brancard vandaan. Het ambulancepersoneel schuift Morton de ziekenwagen in en sluit de deuren. Mams handen liggen op haar borst, de vingers krampachtig om het jaspand geslagen. Ze beven. De camera zwenkt van ons weer naar de ambulance. Een van de brandweerlieden knikt naar me. ‘Dank voor uw hulp.’ ‘Geen dank.’ De ambulance draait de weg weer op en rijdt richting de kust. Een nieuwe windvlaag voert een zware geur van gras en grond met zich mee. Ik kijk achterom. Mortons autootje ligt nog steeds op een kant. Gebutst en zwaar gehavend. Een aanzegger van de dood. Ik voel dreiging, ineens; het is alsof het zijn klauwen in me slaat. Ik wil hier weg, weg van deze onheilsplek en de draaiende nieuwscamera. Naar huis, veilig en rustig, met mijn moeder. ‘Kom mam, we staan veel te dicht op de weg.’ Ik pak haar elleboog. ‘Wacht. Ik wil hem zo lang mogelijk nakijken.’ We turen naar de achterzijde van de ambulance, tot die een bocht om zeilt en uit het zicht verdwijnt. ‘Goed.’ Ik knijp in haar arm. Ze kijkt me aan, haar ogen vochtig van tranen. ‘Kunnen we nu naar huis?’ Ze trekt met haar mondhoeken, lijkt verloren. ‘Ja. Eerst nog even met de politie praten.’ ‘Waarom?’

20

Levend doelwit def.indd 20

27-02-14 10:11


‘Ze willen onze namen en ons adres, denk ik. Wij zijn de eerste getuigen.’ De brandweerlieden wandelen richting hun wagen. De verslaggeefster en haar cameraman lopen in een rechte lijn op ons af, de microfoon in haar uitgestoken hand. ‘U hebt het ongeluk zien gebeuren, mevrouw?’ Ik duik wat in elkaar en schudt mijn hoofd. ‘Een moment!’ De agent beent op hen af en heft zijn hand. ‘Ik moet deze mensen eerst spreken.’ ‘We willen alleen maar–’ ‘U zult nog even moeten wachten.’ Mam ziet het met grote ogen aan.‘Komen we op de televisie?’ Ik gruw bij de gedachte. ‘Niet als het aan mij ligt.’ De agent wisselt een paar woorden met de verslaggeefster en komt onze kant op, met de cameraman in zijn kielzog. In keer hen de rug toe en sleep mam met me mee. ‘Denk eraan,’ fluistert mam. ‘Niks zeggen.’ ‘Het zal toch geen probleem zijn om met de politie te praten, neem ik aan.’ ‘Ja, dat is het wel!’ Ze verheft haar stem, scherp en gepikeerd. Ze grijpt mijn handen. ‘We hebben het beloofd. We hebben het Morton beloofd!’ ‘Weet ik, maar–’ ‘Waag het niet iets te zeggen!’ Haar gezichtsuitdrukking verhardt, de voorbode van een woedeaanval. Ik versteen. Mijn moeder, krijsend en schreeuwend voor een draaiende televisiecamera: dat is geen goede combinatie. ‘Je belooft me dat je je mond houdt, Hannah. Je belooft het, hoor je?’ Ze zwaait een knokige vinger onder mijn neus. ‘Goed, mam. Goed.’ Ik leg mijn hand op haar vinger en duw hem omlaag; alles om te voorkomen dat dit escaleert. Sinds ze bij mij inwoont, is dat hoe ik ervoor zorg dat het leefbaar blijft.

21

Levend doelwit def.indd 21

27-02-14 10:11


De agent komt voor ons staan. Hij heeft brede schouders en een dikke nek. Mam werpt me een waarschuwende blik toe, maar zegt niets meer. De agent kijkt haar aan. Heeft hij iets gehoord? Hij steekt een forse hand uit. ‘Goedemiddag. Inspecteur Harcroft van het district Coastside Patrol. Ik begrijp dat u als eerste ter plaatse was. U hebt het alarmnummer gebeld?’ ‘Ja.’ Mam is me voor. ‘Mijn dochter is erheen gerend om te helpen. Hij heet Morton.’ Inspecteur Harcrofts blik blijft een tijdje op mam rusten, alsof hij wil toetsen welk vlees hij in de kuip heeft. Dan wendt hij zich weer tot mij. ‘Waar was u naar op weg, op het moment dat u zag dat er hier een ongeluk gebeurd was?’ ‘San Carlos. Daar wonen we.’ ‘San Carlos. En waar kwam u vandaan?’ ‘Het Ritz Carlton.’ ‘Waarom hebt u Highway 92 niet genomen?’ Waar gaat dit over? ‘Ik wilde een stuk binnendoor.’ ‘Het was prachtig,’ zegt mam. ‘Totdat we die arme Morton zagen.’ Harcroft monstert haar opnieuw. Hij vist een notitieblokje en een pen uit zijn borstzak. ‘Ik wil uw gegevens graag noteren, als dat mag. Uw namen, adresgegevens, wat u hebt gezien. Duurt een minuutje.’ Ik voel me ineens doodmoe en mijn huid trekt samen onder de koude wind. Waar is de warmte van eerder vandaag gebleven? ‘Ja, natuurlijk. Ik hoop dat het niet te lang duurt. Ik wil mijn moeder graag zo snel mogelijk naar huis brengen.’ ‘Geen probleem.’ Mam schudt haar hoofd. ‘Ik voel me prima, Hannah.’ ‘Wil je anders in de auto wachten, mam? Dan start ik de motor alvast en zet de verwarming aan.’ ‘Nergens voor nodig.’ Ze kijkt me aan met een blik waaruit

22

Levend doelwit def.indd 22

27-02-14 10:11


spreekt dat ze geen stap zal verzetten en een oogje op mij wil kunnen houden. De agent vraagt onze namen, adressen en de telefoonnummers van thuis en mijn werk. Hij noteert mijn kenteken. Hij wil weten wat we gezien hebben. Het ongeluk zelf? Hebben we enig idee hoe het gebeurd kan zijn? Ik vertel hem dat we niet veel weten. Mam doet er het zwijgen toe, maar zo nu en dan knijpt ze even in mijn arm. Niks zeggen. De agent fronst en zijn blik dwaalt af naar Mortons gekapseisde vehikel. Ik volg zijn blik. Pas nu dringt het tot me door hoe vreemd het is, dit ongeluk. De auto ligt langs de rijbaan waarop wij ook reden, maar met de neus in de tegenovergestelde richting. Was hij op weg naar Highway 1, of kwam hij daarvandaan? En waarom is hij verongelukt, om te beginnen? Ik zie geen remsporen, niets waardoor hij aan het slingeren kan zijn geraakt. Hij was niet dronken; zijn stem leek normaal, ik heb niets geroken. Wat is er gebeurd? Een gevoel van onbehagen bekruipt me. Niks zeggen… Pas op. De agent kijkt weer naar mij. ‘Heeft deze Morton iets gezegd dat voor ons van belang kan zijn? Familie met wie we contact op kunnen nemen?’ ‘Nee!’ Er ligt venijn in mams stem. De agent trekt zijn wenkbrauwen op. Hij kijkt me onderzoekend aan, alsof hij om een verklaring vraagt. Ik aarzel een moment. Moet ik die agent toch niet alles vertellen, hoe mijn moeder daar ook op zal reageren? Mijn gevoel voor burgerplicht roept dat ik dat moet doen. De herinnering aan de blik in Mortons ogen schreeuwt het tegenovergestelde. Hij heeft ons, volslagen vreemden, in vertrouwen genomen. Hij heeft ons gewaarschuwd. Wat drijft een man tot zoiets? Waarom drong hij zo wanhopig aan? Ik forceer een glimlachje. ‘Mijn moeder is behoorlijk van

23

Levend doelwit def.indd 23

27-02-14 10:11


slag, dat zult u begrijpen.’ Ik kijk hem veelbetekenend aan en klop mijn moeder gemoedelijk op haar arm. Hij staart haar weer aan. ‘Natuurlijk. Dat begrijp ik. Ik wil alleen zeker weten dat u me werkelijk alles hebt verteld.’ De agent boort zijn blik in de mijne. Hij heeft iets gehoord. ‘We hebben u alles verteld.’ Mam staart hem ijskoud aan. De agent en ik peilen elkaars blik een paar tellen, die een eeuwigheid lijken te duren. De haartjes in mijn nek kriebelen. Dit voelt niet goed, dit voelt helemaal niet goed. Zeker niet met die camera in mijn nek. Ik slik. ‘Zo is het. U weet alles.’ Harcroft blijft me nog een moment lang aankijken. Dan tuurt hij naar de notities die hij gemaakt heeft. ‘Goed. Dan heb ik alles wat ik weten wil, voorlopig. Dank voor uw medewerking. Als er nog iets is, neem ik contact met u op.’ Er ontsnapt me een zucht van opluchting. ‘Dat… dat is prima. Dank u wel.’ ‘Wat gaat er nu met Morton gebeuren?’ wil mam weten. Een windvlaag krijgt vat op haar hoed. Ze legt er een hand plat bovenop. De agent glimlacht flauwtjes. ‘Belt u vanavond Coastside Hospital, dan kunnen ze u misschien wat meer vertellen.’ Zouden ze dat doen? We zijn geen familie, tenslotte. Maar de agent probeert mam gerust te stellen en daar ben ik hem dankbaar voor. De spanning die ik voel, neemt iets af. Ik laat mijn stem zakken. ‘Staat die verslaggeefster daar nog steeds?’ Hij blikt even over mijn schouder. ‘Ja.’ ‘We hebben absoluut geen trek in camera’s. We willen hier weg, meer niet.’ ‘Dat is prima. U bent niet verplicht met haar te praten. U kunt gaan en staan waar u wilt.’

24

Levend doelwit def.indd 24

27-02-14 10:11


‘Bedankt.’ Ik neem mam bij de arm. Ze beeft nog steeds maar ze klaagt niet. We lopen richting mijn auto. Achter ons klinkt geschuifel. ‘Mevrouw!’ Ik draai me om en zie de verslaggeefster moeizaam op haar hoge hakken op me af hobbelen, zo snel ze kan, de cameraman aan haar zij. Mijn hand schiet omhoog, ik praat vlug en paniekerig. ‘Ik wil niet praten.’ De verslaggeefster haalt ons in. Mams ogen vliegen onzeker van de verslaggeefster naar mij en weer terug. ‘Kom, mam.’ Ik stoot haar even aan om haar aan te sporen. ‘Alstublieft.’ De verslaggeefster komt naast me lopen. ‘Mijn kaartje. Amanda Crossland. Als u later wel wilt praten, kunt u me bellen.’ Ik maak een afwerend gebaar. ‘Nee, dank u.’ Amanda dringt niet aan en ik leid mam snel naar de auto. Ze staat me toe het portier voor haar open te doen en ik help haar instappen. Ik doe haar gordel om en klik hem vast. Ik start de motor en gluur uit het raampje. De agent staat naar me te kijken. Ik steek mijn hand even op. Hij groet met een korte hoofdknik terug. Dan draai ik de Tunitas Creek Road op en rij weg, richting Highway 1. Geen avontuurlijk tochtje naar Skyline meer. Ik wil naar huis. Een rit van nog geen half uur. Terwijl we wegrijden, voel ik dat de agent onze auto nastaart. Misschien vraagt hij zich af waarom we onze alternatieve route niet vervolgen. Mam is zwijgzaam. De beelden van zojuist dansen voor mijn ogen. Mortons wanhopige blik, zijn woorden, de klauwende vingers. De starende agent. Waarom heb ik gelogen? Een wetsdienaar… en ik heb hem iets op de mouw gespeld. Hoe zal het met Morton gaan? Is het die verplegers gelukt om hem te stabiliseren? O, Heer, help hem alstublieft. Maakt dat hij het haalt. Vanavond

25

Levend doelwit def.indd 25

27-02-14 10:11


bel ik het ziekenhuis. Ik hoop maar dat het me dan lukt iemand te vinden die me iets vertellen wil. Mam zucht. ‘De Here is nabij de gebrokenen van hart en Hij verlost de verslagenen van geest.’ Ik gluur opzij. Ze mag dan erg vergeetachtig worden, ze kent nog altijd een massa Bijbelteksten uit haar hoofd. Ze weet meestal niet meer uit welk Bijbelboek ze komen, maar het is evengoed een houvast voor haar. ‘Verslagen van geest. Ben jij dat?’ ‘Ik ben verdrietig. Om Morton.’ ‘Ja. Ik ook.’ We nemen de afslag van Highway 1 naar de 92 en laten Half Moon Bay achter ons.We passeren een serie kwekerijen en rijden de heuvels in die de kust scheiden van de Bay Area. Al heel snel wordt de weg aan weerszijden geflankeerd door eucalyptusbomen; de schilferige stammen flitsen als wit-met-zwartgevlekte schimmen voorbij. Mam ademt diep in door haar neus. ‘Ruik je dat? Vicks VapoRub.’ Toen we hier twee dagen geleden langs reden, zei ze precies hetzelfde. ‘Ja.’ ‘Dat smeerde ik altijd op je borst, als je kou had gevat. Toen je een klein meisje was.’ ‘Weet ik nog, ja.’ Mam zucht. ‘Een dochter… dat is niet niks.’ Ik denk aan Emily. ‘Dat zeg je goed.’ Mam maakt een tevreden geluidje, dat ergens diep uit haar keel komt. ‘Daarom moeten we Mortons dochter ook zien te vinden.’ Och heden. Nog een reden waarom ik gewoon eerlijk tegen die agent had moeten zijn. Dan had ik mam in elk geval de zekerheid kunnen geven dat de politie op zoek zou gaan naar Mortons dochter. ‘Morgen beginnen we.’ Mams hoofd wiebelt op en neer.

26

Levend doelwit def.indd 26

27-02-14 10:11


‘Ik moet morgen werken.’ Ze wappert afwerend met haar hand in de lucht. ‘Zeg de dokter maar dat je geen tijd hebt.’ Niks zeggen. Mortons smeekbede dreint in mijn hoofd. Pas op. Als ik ook maar enig idee had gehad wat die woorden voor mij zouden betekenen, voor mijn moeder en mijn dochter, dan was ik zonder me ook maar een moment te bedenken weggevlucht uit Californië.

27

Levend doelwit def.indd 27

27-02-14 10:11


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Levend doelwit - Brandilyn Collins (hfdst. 1) by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu