Skip to main content

De jongen in bubbeltjesplastic-Phil Earle.9789026621185 biw inkijk

Page 1

Zijn hele leven al staat Charlie bekend als dat onderdeurtje van het Chinese afhaalrestaurant. Zijn enige vriend is Sinus, een jongen die naar muren staart. Maar Charlie gelooft dat iedereen wel ergens goed in is en ontdekt zijn eigen, geheime talent: skateboarden. Dit is zijn kans om populair te worden. Het enige wat hij nu moet doen is oefenen, niets kan hem nog tegenhouden – niet zijn onhandigheid, niet zijn overbezorgde moeder, helemaal niets... Dan wordt heel zijn wereld op zijn kop gezet.

‘Onweerstaanbaar… innemend, hoopvol’ SuNDAY TIMES

Phil Earle (1974) studeerde Engelse Letterkunde, maar ging aan het werk in de jeugdzorg als begeleider in een tehuis voor uit huis geplaatste kinderen. Daar deed hij inspiratie op voor zijn debuut Billy (2013) en Daisy (2014).

NUR 284

Phil Earle De jongen in bubbeltjesplastic

Het valt niet mee om je evenwicht te bewaren... ...als je wereld in elkaar stort

ISBN 9789026621185 www.uitgeverijcallenbach.nl

totaal bp.indd 1

04-06-15 15:59


Phil Earle

De jongen in bubbeltjesplastic

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 3

03-06-15 12:52


© 2015 Uitgeverij Callenbach – Utrecht www.kok.nl Oorspronkelijke titel: The Bubble Wrap Boy Copyright © 2014 by Phil Earle Omslagillustratie: Penguin - www.penguin.com Omslagontwerp: Tamar de Klijn Vertaling: Hilke Makkink Opmaak binnenwerk ZetSpiegel, Best ISBN 978 90 266 2118 5 ISBN e-book 978 90 266 2119 2 NUR 284 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 4

03-06-15 12:52


1

Er is een uitdrukking, waaraan ik een vreselijke hekel heb. Ik weet dat ik me er niet zo druk om zou moeten maken, omdat het tenslotte maar een uitdrukking is. Een zinnetje. Drie woorden. Allemaal ook nog eens bestaande uit slechts één lettergreep. En waarschijnlijk bestaan er nog wel veel ergere uitdrukkingen; sterker nog, ik weet dat die er zijn. Zo krijg ik bijvoorbeeld elke keer acute jeuk, als Sinus zijn enor­ me gebrek aan tact probeert te camoufleren met zijn geliefde woorden: Je kunt het maar beter horen dan doof zijn… Of mijn inmiddels overleden, altijd scheten latende opa’s enige pareltje van wijsheid: Trek eens aan mijn vinger… Geloof me, als hij die paar woorden tegen je zei in een afgesloten ruimte, dan kon je er maar beter voor zorgen dat je er zo snel mogelijk vandoor ging. Maar de reden dat ik die andere uitdrukking zo haat, is omdat ik het zo ontzettend vaak te horen krijg, alsof dat het hemelse antwoord zou zijn op mijn (tot nu toe) wat tegenvallende bestaan. Klein maar fijn. Zo, ik heb het gezegd, de woorden waarvan ik bijna over mijn 5

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 5

03-06-15 12:52


nek ga. Maar nu hoef ik het tenminste niet nog een keer te zeggen. Heb je ooit in je leven woorden gehoord die zoetsappiger, slijmeriger en neerbuigender waren? Wat betekent het? De woorden hebben geen enkele inhoud, geen enkele subtekst, helemaal niets. Het is niet meer dan een gigantische, ironische aai over de bol van mensen die je eigenlijk willen vertellen dat jouw leven als onderdeurtje een leven vol ellende en verdriet zal zijn. Kom op, mensen. Wanneer jullie dat denken, zeg het me dan gewoon in mijn gezicht. Ik kan heus wel wat hebben (voor zo’n klein iemand). Zelf heb ik me al lang geleden neergelegd bij mijn lengte, of beter gezegd het grote gebrek daaraan. Al lang voordat ik naar de middelbare school ging en niet bij mijn kluisje bleek te kunnen, al lang voordat ik aan het begin van groep acht nog aangezien werd voor een kleuter. Zo is het altijd al gegaan, ik verbaas me nergens meer over. Wanneer ik in de spiegel kijk zie ik een klein ventje, of toch in ieder geval de bovenkant van het hoofd van een klein ventje. En ik vermoed dat ik zelfs nog beter met de hele situatie om zou kunnen gaan als mensen niet elke keer weer met die woorden aan kwamen zetten. De afgelopen twee jaar heb ik ze zo vaak gehoord, dat het een soort obsessie voor me geworden is, waarbij ik de theorie alleen nog maar met kille en harde feiten wil weerleggen. Waarbij ik die lamlendige uitdrukking helemaal teniet wil doen en (met dat belachelijke piepstemmetje, dat bij mijn idioot kleine lichaam hoort) wil zeggen… ‘HA! ZIEN JULLIE WEL?? Ik zal altijd een stomme, onhandige mislukking blijven, ik ben op geen enkel gebied “fijn”.’ Laat ik een voorbeeld geven. Nee, laat ik een heleboel voorbeelden geven. Een verzameling van beroemde, kleine mensen die allemaal enorm mislukt zijn. 6

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 6

03-06-15 12:52


Henri de Toulouse-Lautrec (1864 – 1901) Schilder, grafisch kunstenaar, vernieuwer, onderdeurtje. Hij was zelfs zo klein, dat hij zijn toevlucht zocht in de alcohol en een dodelijke cocktail verzon met de naam ‘Aardbeving’, die hij verstopte in zijn speciaal daarvoor ontworpen wandelstok. Op zijn negenentwintigste was hij zwaar alcoholist en leed hij aan allerlei onbetamelijke ziektes en op zijn zesendertigste was hij dood. En dan vormde Toulouse nog een van de succesverhalen – hij liet tenminste nog zijn werk na, in tegenstelling tot de volgende personen. Genghis Khan, Pol Pott, Stalin, Mussolini, Hitler; de ergste tirannen uit de oude en moderne geschiedenis, geen van allen groter dan één meter zestig. Over het kleine-mannensyndroom gesproken. Waardoor ik me afvroeg (gedurende een milliseconde of zo) of ik misschien de politiek in zou moeten gaan. Het waren dan misschien allemaal vreselijke tirannen, maar wel tirannen die waarschijnlijk altijd vrouwen achter zich aan hadden. En dan heb ik het niet over hun moeders. Hoewel ik er wat om durf te verwedden dat de moeder van Genghis heel wat minder erg was dan die van mij. En het zijn niet alleen de historische kleine mannetjes die er niets van bakten. Ook als je nu om je heen kijkt is het moeilijk om een positief rolmodel te vinden, ik bedoel maar: Tom Cruise (neus), Prince (‘His Royal Badness’? Zo zouden ze hem nooit hebben durven noemen als hij groter geweest was), Diego Maradona (die er in zijn eentje met behulp van vals spelen voor zorgde dat Engeland er tijdens het WK van 1986 uit vloog), De Ewoks (ruïneerden wat de mooiste filmtrilogie aller tijden had kunnen worden). En zo kan ik nog wel even doorgaan, nog minstens twee pagina’s vullen, maar dan zou je een verkeerd beeld van me kunnen krij7

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 7

03-06-15 12:52


gen. Want ik ben niet verbitterd. Het lijkt misschien zo, maar ik ben het niet, echt niet. Ik benut elke mogelijkheid die op mijn pad komt. Zelfs wanneer dat betekent dat ik gebruik moet maken van een ladder en vervaarlijk vanaf de bovenste sport opzij moet leunen. Wanneer dat nodig is, prima – dan doe ik dat. Het probleem is alleen dat, elke keer als ik op die manier iets nieuws probeer, de ladder omkukelt terwijl iedereen het ziet, en ik mee kukel. En hoewel de blauwe plekken wel weer vervagen, geldt dat helaas niet voor mijn reputatie. Iedereen in mijn omgeving kent mij als Kleine Charlie van de afhaalchinees. Onhandige, klunzige Charlie Han, die inmiddels toch beter zou moeten weten, maar het nooit lijkt te leren. En dat is eigenlijk nog erger dan bekend staan als een onderdeurtje. Want waar ik wel van overtuigd ben, is dit: Iedereen is wel in iets goed. Daar geloof ik heilig in. Echt waar. Ik moet wel. Omdat het alternatief te treurig is om over na te denken. Het enige wat ik nog even moet doen, is uitvinden wat mijn iets dan is. Datgene wat mij verandert van een Ewok in een‌ geen idee, Yoda misschien? Ja, Yoda. Daar zou ik meteen voor tekenen. Ondanks de oren. Ondanks de groene kleur. Dat is het. Totdat ik mijn ding vind, ga ik honderd procent voor een onvervalste Yoda. Vinden zal ik het. Mijn roeping zal het zijn. Voor ik het vergeet. Stoppen met dat Yodataaltje. Meisjes knappen erop af.

8

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 8

03-06-15 12:52


2

Ik haalde diep adem, onder mijn kostuum kriebelden de zenuwen. ‘Probeer jezelf voor één keer nu eens niet voor gek te zetten’, zei ik tegen mezelf. Het was tenslotte geen hele moeilijke rol. Ik hoefde noch met Romeo, noch met Julia het podium te delen, ik had geen tekst of interactie met iemand, nou ja, afgezien dan van het levenloze lichaam van Mercutio, wanneer ik hem van het toneel af sleepte. Ik kon me niet voorstellen dat de recensenten zich bezig zouden houden met mijn optreden. Ik wachtte totdat Matty Dias klaar was met het uitmelken van Mercutio’s dood, het leek wel alsof er geen eind kwam aan zijn gekronkel en geroep om zijn moeder (kan me niet herinneren dat dat in de originele tekst stond). Toch was ik niet jaloers op hem. Het was tenslotte niet zo dat ik verwacht had mijn naam aan te treffen achter een van de hoofdrollen, toen ik tussen de benen van de anderen door geglipt was om de lijst met de rolverdeling op het prikbord te kunnen lezen. Het zou ook wel een hele moedige zet geweest zijn om een rol te geven aan iemand, wiens stem klonk alsof hij verslaafd was aan helium. Maar wel had ik stiekem gehoopt op een rol met een naam, in plaats van enkel Lichaam Sleper Nummer Twee. Meteen was ik naar de bibliotheek gerend om na te lezen wat het script over die rol zei, maar nergens vond ik ook maar een verwijzing. Zelfs Google 9

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 9

03-06-15 12:52


leverde niets op. Op dat moment besefte ik dat het om het aller­ kleinste minirolletje ging, het soort rol dat ze bewaarden voor de bijzondere kinderen. Je weet wel, zodat die zich ook een beetje betrokken zouden voelen. Het leek me dan ook niet zinvol om te smeken om een promotie naar LS Nummer Eén… Toch was ik er redelijk snel overheen; het was tenslotte toch een voet tussen de deur. Een opstapje. Nu moest ik er alleen nog voor zorgen dat ik er niet over zou struikelen. Toen eindelijk de spot op Mercutio doofde, zette ik mijn hoed recht (die, zoals elk deel van mijn kostuum, veel te groot was) en schreed doelbewust naar het midden van het podium. Terwijl ik een denkbeeldige traan van mijn wang veegde (mijn eigen, briljante aanvulling op de rol), pakte ik de gevallen strijder onder de oksels en leunde achterover, in de verwachting dat zijn lichaam over het podium zou glijden, zoals het dat tijdens de repetities ook gedaan had. Maar er gebeurde niets. Ik trok harder, boog mijn lichaam nog wat verder naar achteren, maar het leek wel alsof Mercutio’s plek ingenomen was door het meest dode gewicht ooit. Vanuit de zaal klonk nu gefluister, gevolgd door gegrinnik hier en daar, dat bij elke ruk die ik deed luider werd. ‘Waar ben je mee bezig?’ siste het tot leven gekomen lijk. ‘Moet jij niet dood zijn?’ piepte ik zachtjes terug, hoewel de eerste vier rijen me toch gehoord leken te hebben, aangezien daar nu luidkeels gelachen werd. Ik probeerde erachter te komen wat er aan de hand was en ontdekte ten slotte zijn zwaard, dat vastzat tussen twee vloerplanken, waardoor hij als het ware vastgepind lag op het podium. ‘Het is je zwaard, dat zit…’ ‘Trek nou maar gewoon, idioot!’ En dat deed ik toen maar en na enkele enorme inspanningen kwam de kling eindelijk los, waardoor zowel het lijk als ik achterover tuimelden. 10

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 10

03-06-15 12:52


Ik deed mijn uiterste best om overeind te blijven, maar met het gewicht van Mercurio bovenop mij werd het de meest onelegante dans die ooit op een Engels podium uitgevoerd was. Niet echt het Royal Ballet, zeg maar. Het publiek hapte naar adem toen we tegen een pilaar vielen, de uitbundigste reactie van de hele avond, en heel even vroeg ik me af of ik misschien per ongeluk wel voor een stukje echt theater gezorgd had. Maar toen voelde ik de pilaar achter me wankelen en vervaarlijk hellen. Voor alle duidelijkheid, die pilaar stond onder Julia’s balkon en vormde dus een behoorlijk belangrijk deel van het decor. Wanneer de pilaar om zou vallen, nou ja, dan bestond dus de kans dat het balkon ook… Matty Dias, die blijkbaar ook al tot deze conclusie gekomen was, was plotseling weer springlevend en rende gillend richting de coulissen. Ik haastte me achter hem aan, terwijl de pilaar richting de vloer stortte, en keek geschrokken toe hoe het balkon begon te wiebelen. Tot overmaat van ramp was de toneelverlichting inmiddels weer aangegaan, klaar voor de volgende scène. Ik zag Romeo (Robbie Bootle – de populairste jongen van de school) het podium op lopen, volledig opgaand in zijn eigen verdriet, zich niet bewust van het feit, dat als het balkon zou vallen, hij de volgende zou zijn om wie gerouwd zou worden. Ik moest wat doen en dus rende ik naar de achterkant van het balkon, waar ik zag dat de complete set inmiddels vervaarlijk naar voren helde. De gewichten, waarmee alles vastgezet was, hielden het bijna niet meer en ook het touw, waarmee het geheel op zijn plek gehouden werd, was al aan het losraken. Zonder verder na te denken, rende ik naar het touw en sprong er bovenop. Wanneer ik het opnieuw vast kon maken, zou alles blijven staan en zou Romeo tenminste niet letterlijk hoeven sterven. Het was de oplossing – een uitstekend idee. Tenminste, voor 11

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 11

03-06-15 12:52


iemand met een normaal postuur en gewicht. Maar mijn impact op het touw was minimaal, als een vlieg die op een olifant landt, in de hoop hem te stoppen. Binnen een seconde wist ik dat mijn plannetje niet ging werken, en terwijl het balkon naar voren viel en ik Tarzan aan een liaan nadeed, werd het me duidelijk dat ik of mezelf of de onfortuinlijke Romeo kon redden. En ik mag dan wel een lafaard zijn, ik ben niet gek. Met een laatste, onhandige beweging liet ik mezelf op de grond vallen, terwijl ik riep: ‘Spring, Romeo! Spring!’ Ik betwijfelde of hij me kon horen boven de enorme kakofonie van het instortende decor en driehonderd doodsbange toeschouwers uit. Het enige wat ik kon doen, was me zo klein mogelijk maken en er het beste van hopen. De mooie stad Valencia had meer weg van de slagvelden van Irak. Overal staken versplinterde decorstukken omhoog, boven het publiek zwaaiden de spotlights vervaarlijk heen en weer, waardoor duidelijk werd dat de schade niet alleen beperkt gebleven was tot het podium. Daar, op de eerste rij, languit over de schoten van de burgemeester en zijn vrouw, lag Romeo, zijn kin gewond door de medaille onder aan de ambtsketting van de man. Even bewoog er niemand, zelfs ik niet (hoewel ik mezelf toestond om wel even opgelucht adem te halen). De vrouw van de burgemeester had de grootste klap te verduren gekregen, maar toonde vrijwel geen enkele emotie. Als verstijfd zat ze daar, haar hand, met daarin nog altijd een zakje Maltezers geklemd, in de lucht. Robbie had alle reden om haar liefde voor deze chocolade­ balletjes dankbaar te zijn. Hierdoor was zijn landing nog enigszins zacht geweest. Zijn hoofd daarentegen was minder zacht terechtgekomen. De ambtsketting had zijn kin opengehaald en het bloed liep over het ambtsgewaad van de burgemeester. Mam zou erin gebleven zijn als ze het gezien had. In haar ogen stond bloed gelijk aan moord. 12

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 12

03-06-15 12:52


Ik liep naar de rand van het podium, leunde naar voren en vroeg: ‘Gaat het, Robbie?’ ‘Laat het gordijn zakken!’ werd er vanuit de coulissen geschreeuwd. Wat me zeker aan het lachen gemaakt zou hebben, als ik mezelf niet zo in de nesten gewerkt had. Want het was nu een beetje te laat. Dertig vierkante meter rood fluweel waren niet genoeg om deze puinhoop aan het oog te onttrekken, tenzij ze de stof ook over het publiek zouden gooien. Toch viel het doek. Het gordijn kwam zo hard naar beneden, dat ik er bijna door van het podium, boven op Robbie gestoten werd. Terwijl ik me aan de stof probeerde te ontworstelen, besloot ik dat dit waarschijnlijk het beste moment voor een snelle aftocht was. Voordat iemand zijn conclusies zou trekken en op de naam Charlie Han zou komen. Als een krab kroop ik zijwaarts richting de coulissen, hoofd gebogen, mijn beste ‘Niet-schuldig-Edelachtbare’ blik in de ogen, maar net op het moment dat mijn voeten de veilige schaduw bereikt hadden, hoorde ik hoe iemand mijn naam brulde. Het had een mooi moment, het moment moeten zijn, het belangrijkste moment uit mijn leven – tenslotte droomde ik er al sinds de brugklas van dat Carly Stoneham mijn naam zou roepen. Hoewel ze het in die fantasieën altijd speels, met een lachje gedaan had, alsof ik zojuist iets onvoorstelbaar grappigs gezegd had. Niet brullend in elk geval, elke lettergreep vol gif. Ik denk dat ik rustig kan stellen dat ze op dat moment niet meer in haar rol was, tenzij Julia stiekem een keiharde meid van de straat zou blijken te zijn, vastbesloten om Romeo’s onschuldige kinwond te wreken. Ze zag er nog altijd even stralend uit, hoewel haar ingewikkeld ingevlochten kapsel er duidelijk, net als Robbie, niet ongedeerd vanaf gekomen was. Ze kon het goed hebben, die withete woede. ‘Waarom deed je dat?’ gilde ze. ‘Wat?’ Ik hoopte maar dat ze net zo vergevingsgezind was als stralend. 13

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 13

03-06-15 12:52


‘Dat touw zo loslaten! Je wist toch dat dat het balkon op zijn plek hield!’ Het schaamrood steeg me naar de wangen. ‘Ik kon er niets aan doen. Het gewicht tilde me omhoog. Wanneer ik niet losgelaten had, dan was ik ergens daarboven terechtgekomen.’ ‘Nou, beter dat dan dat het balkon op Robbie was neergekomen. Wanneer hij niet zo atletisch was geweest, dan was hij nu verpletterd.’ ‘Maar het valt allemaal toch mee?’ Ik kromp in elkaar bij de aanblik van zijn nog altijd bloed spuitende kin. ‘Hij is een middenvoor – duiken is zijn tweede natuur.’ Mijn flauwe poging tot humor werd beantwoord met een dodelijke blik. ‘Nee, het valt helemaal niet mee. Waarschijnlijk moet hij naar de Eerste Hulp voor hechtingen en het ambtsgewaad van de burgemeester zal gestoomd moeten worden. Het toneelstuk gaat niet meer door en nu krijg ik natuurlijk nooit meer een kans om met hem te zoenen!’ Ik had medelijden met haar, echt waar. Zoveel zelfs, dat ik geheel belangeloos aanbood om de boel te redden door Robbie’s rol dan maar over te nemen. Maar toen de overige acteurs daarop Carly in bedwang moesten houden omdat ze me anders aangevlogen zou zijn, besefte ik dat ik Robbie’s tekst voor niks uit mijn hoofd geleerd had. Hoewel ook weer niet helemaal. Ik zou er tijdens een examen vast nog wel wat aan hebben. Dat ik ook Mercutio’s toespraken uit mijn hoofd geleerd had, was misschien een beetje overdreven, hoewel ik het met de beste bedoelingen gedaan had. Mercutio was grappig, had een vlijmscherpe humor. Als ik die mooie Julia was, dan was ik Romeo’s gejammer al lang beu geweest en had ik zeker zijn beste vriend al eens laten toetasten. Tegen de tijd dat ik mezelf had weten los te rukken uit deze heerlijk naïeve dagdromerij, was Carly’s plek ingenomen door de heel wat minder aantrekkelijke Mrs. Gee, die duidelijk net zo 14

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 14

03-06-15 12:52


min onder de indruk was als Carly en net als zij Romeo’s welzijn boven dat van mij stelde. ‘Waarom ben jij toch altijd zo onhandig?’ schreeuwde ze. ‘Ik vertrouwde je, Charlie. Je snapte toch zelf ook wel dat het geen goed idee was om dat touw los te laten?’ Het was duidelijk: beter het onderdeurtje de lucht in katapulteren dan dat de ster gewond raakt. Ik nam me voor om het een les te laten zijn voor de toekomst. ‘Misschien dat ik maar beter kan vertrekken, miss?’ bood ik aan. ‘Ik denk dat ik wel genoeg schade aangericht heb.’ Ik kon bijna voelen hoe overal om me heen de zwaarden getrokken werden. Besefte dat, wanneer ze me vanavond niet te pakken kregen, er altijd nog een morgen was: ik zou er hoe dan ook opnieuw niet aan ontkomen. ‘Geen sprake van. Ik kan toch moeilijk van de anderen verlangen dat zij de rotzooi opruimen die jij veroorzaakt hebt, en al helemaal niet nu al hun creativiteit tot helemaal niets geleid heeft. De show mag dan wel niet doorgaan, maar het feest wel, en waag het niet om daar te verschijnen voordat alles opgeruimd is. Sterker nog, misschien is het beter als je daar helemaal je neus niet meer laat zien.’ Ze schreed het podium af alsof ze zelf de hoofdrol gespeeld had, in het voorbijgaan drukte ze Carly nog even troostend tegen zich aan. Ik bleef achter, zwelgend in een gevoel van déjà vu. Vloekend duwde ik de bezem in het rond. Woedend op zowel hun stommiteit als die van mijzelf. Ik bedoel, welke idioot geeft er dan ook een klusje, gebaseerd op kracht, aan het kleinste kind dat deze school ooit bezocht heeft? De anderen liepen langs, uitten namens Robbie dreigementen, wierpen me vuile blikken toe, maakten sarcastische opmerkingen, en een enkeling gaf me alvast een por, om me bang te ma­ ken. En het zou alleen maar erger worden, zo ging het altijd. Ik probeerde het van de positieve kant te zien: sommigen hadden me bij mijn naam genoemd. Dat was vooruitgang; voor de verandering wisten ze nu eens wie ik was, in plaats van enkel ‘die Chinese dwerg’. 15

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 15

03-06-15 12:52


De bezem voelde zwaar in mijn handen en mijn humeur werd er niet beter op toen de troep om me heen eerder meer dan minder leek te worden. Wie had gedacht dat één kleine valpartij zoveel schade kon aanrichten? Tegen de tijd dat ik het laatste restje decor in de vijfenveertigste vuilniszak geveegd had, was ik niet echt meer in een feeststemming en eerlijk gezegd klonk het feest, voor zover ik dat kon horen, ook niet echt opwindend. Geen gelach of gejoel – je kon het vermalen van de chips tussen de opeengeklemde kiezen bijna horen, zo stil was het. Moest ik het riskeren? Mijn gezicht laten zien en sorry zeggen? Ik zag hun gezichtsuitdrukkingen al voor me, fronsend en kwaad, klaar om me nu te laten boeten, nu de woede nog vers was. Ik zag hun benen bijna trillen, klaar voor de eerste trap, voelde hoe mijn eigen scheenbenen al pijnlijk echoden. Het was niet dat ik niet wist wat me te wachten stond. Wanneer dat op de agenda stond vanavond, dan sloeg ik het lie­ver over, dan gokte ik er op dat ze wel zouden afkoelen. Voor alles was tenslotte een eerste keer.

16

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 16

03-06-15 12:52


3

Buiten gekomen wachtte mij een verrassing. Applaus. Nou ja, applaus, dan denk je al gauw dat er meerdere mensen staan te klappen. En dat was natuurlijk niet zo. Het was er maar één. Mijn vriend, Sinus. Wat me opnieuw aan een gezegde doet denken: Je familie heb je niet voor het uitkiezen, maar je vrienden wel. Het soort gezegde waardoor ik het liefst met mijn hoofd tegen een betonnen muur zou willen beuken. Wie ooit op dit juweeltje gekomen is, zou eens een dag in mijn maatje zesendertig moeten rondlopen. Met keuze heeft het namelijk helemaal niets te maken, weet je. Het is niet alsof ik de afgelopen negen jaar op school het schoolplein afgespeurd heb, wrijvend over mijn kin, denkend: ja, vandaag zal ik eens vrienden worden met jou en met jou en zeker niet met JOU. Leuk bedacht hoor, maar zo gaat het natuurlijk niet. Dat soort keuzes is alleen weggelegd voor de andere, normale mensen. En dat is dan ook precies waarom Sinus en ik tot elkaar aangetrokken werden en vrienden geworden zijn. Nou ja, ik zeg ‘vrienden’. Omdat ik vermoed dat dat is, wat hij is. Echt geanalyseerd heb17

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 17

03-06-15 12:52


ben we ons samenzijn eigenlijk nooit. Het gebeurde gewoon. We stonden zo vaak samen – tijdens de gymles, op het schoolplein, altijd de laatsten die uitgekozen werden – dat we ons uiteindelijk een beetje verbonden waren gaan voelen met elkaar. Als een stel lepralijders. Ik weet niet zeker of echte vriendschap ook op dit soort dingen gebaseerd is, maar ik mocht hem wel. Soort van. Hij maakte geen nare opmerkingen naar me, verzon ook geen nieuwe en exotische manieren om mijn lengte te bespotten; hij sprong niet bovenop me wanneer ik mijn spullen in mijn kluisje legde (helemaal onderaan natuurlijk, om het allemaal nog grappiger te maken). De laatste tijd had ik bij wijze van spreken de afdrukken van gymschoenen op mijn rug getatoeëerd staan: het leek wel alsof op het onderdeurtje staan een nieuwe olympische sport was en iedereen die gouden medaille wilde winnen. Het eerste wat me opviel, toen het applaus gestopt was, was uiteraard Sinus’ euvel, datgene wat hem, samen met mij, tot loser gemaakt had. DE NEUS. Nee, ik heb de Caps Lock niet per ongeluk aan laten staan – het is gewoon onmogelijk om het gedrocht tussen zijn wangen met kleine letters te beschrijven. Het zou het geen recht doen. DE NEUS was zo lang, zo krom en tegelijkertijd zo fors, dat hij alles overheersend was. Wanneer mensen het erover hadden, gingen ze vanzelf harder praten, alsof ze hun eigen Caps Lock aangezet hadden. Oudere mensen staarden wanneer hij langs liep; jonge kinderen verstopten zich tussen de plooien van hun moeders rokken, uit angst voor de mismaakte neus van Sinus. Kortom, dankzij die neus was ik blij dat ik slechts een onderdeurtje was. Er bestond tenslotte nog altijd een heel kleine kans dat ik nog zou groeien, maar zijn neus zou zeker nooit meer kleiner worden. Misschien was dat dus wel de reden dat ik met hem optrok, omdat hij net zo vaak voor paal stond als ik. En zijn naam hielp ook al niet. 18

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 18

03-06-15 12:52


Linus Sedgley. Op het eerste gezicht onschuldig, maar een cadeautje natuurlijk voor de pestkoppen. Linus werd al snel Sinus en die naam bleef hardnekkiger hangen dan een snotje onder een stoelzitting. Iedereen noemde hem inmiddels zo, leerlingen en leraren. Ooit liet hij me zijn schoolrapport zien, waarop duidelijk te herkennen was dat zeker drie docenten Tipp-Ex hadden moeten gebruiken aan het begin van zijn naam, om hun fout te corrigeren. Ouwe Gash, onze leraar Engels, deed zelfs niet eens meer de moeite, maar schreef openlijk over het gebrek aan motivatie dat Sinus tijdens zijn lessen vertoonde. Mocht de bijnaam hem echter al storen, dan liet hij dat in elk geval niet merken. Hij leek hem eerder te omarmen. Sms’jes ondertekende hij altijd met zijn bijnaam, kaartjes ook, en dus noemde ook ik hem nooit anders dan Sinus. Zo heette hij gewoon. Geleund tegen de muur van het theater stond hij me op te wachten, de reusachtige schaduw van zijn profiel afgetekend tegen de bakstenen. Een beetje eng wel, bijna alsof ik werd opgewacht door een Amerikaanse zeearend. Maar gelukkig, voordat ik echt bang zou worden begon hij te praten, waardoor de spanning gebroken werd. ‘Bravo!’ riep hij. ‘Encore. Encore.’ Zoals te verwachten sprak hij door zijn neus, zijn neusgaten wijd opengesperd. ‘Ja, ja, het zal wel.’ Ik wilde al kwaad langs hem heen lopen, maar hij volgde me, terwijl hij me plagerig op mijn rug klopte. ‘Nee, echt. Het was geweldig. Nadat al het bloed weggeveegd was, had iedereen de grootste lol. Hopelijk heeft iemand het gefilmd.’ ‘Echt beter maak je het er zo niet op, hoor!’ Ik glimlachte flauw. ‘Maar dan kunnen we het op YouTube zetten. Zodat het viral gaat.’ Hij stopte om zogenaamd theatraal naar adem te happen. ‘We moeten het er in 3D op zetten!’ Mijn vernietigende blikken leken hem niet te deren en zwijgend sjokten we verder, totdat… ‘Goed, en nu?’ vroeg hij. ‘Hoe bedoel je?’ 19

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 19

03-06-15 12:52


‘Nou, dankzij jou zal theater nu nooit meer hetzelfde zijn. Wat ben je van plan om als volgende te gaan ruïneren… ik bedoel, veranderen?’ Ik begon me steeds meer af te vragen waarom ik nog met hem meeliep. Zelfs alleen zijn zou nog beter zijn dan dit. ‘Ik maak echt niet overal een potje van, hoor.’ ‘Hmm.’ ‘Echt niet’ ‘Voorbeeld?’ ‘Voetbal!’ Het was eruit voordat ik er erg in had. ‘Die wedstrijd die ik gespeeld heb? Nog nooit eerder heeft een leerling van deze school tijdens zijn debuut een hattrick gescoord.’ ‘Dat is waar’, knikte hij. ‘Jammer alleen, dat ze allemaal aan de verkeerde kant waren, nietwaar?’ Mijn gezicht begon weer te gloeien bij de herinnering aan de ballen die ons eigen net in vlogen. Opnieuw voelde ik weer de pijn in mijn hoofd, nadat de laatste bal tegen mijn oor afgeketst was. ‘Hebben ze je na dat derde doelpunt niet met een stretcher van het veld moeten dragen?’ Ik knikte. ‘Geperforeerd trommelvlies, toch?’ Ik knikte opnieuw en voelde mijn wangen weer rood worden. Sinus deed duidelijk zijn best om zijn lachen in te houden. ‘Misschien maar goed ook – anders had je eigen team je vast gelyncht.’ ‘En bedankt hè, Sinus. Ik wil jou wel eens een kopbal zien ma­ ken zonder het te verpesten.’ ‘Ik zou het niet eens proberen.’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Waarom zou ik mezelf voor schut zetten, als jij het al genoeg doet voor ons samen?’ Mijn gedachten schoten terug naar andere vernederingen: de keer dat ik bijna het scheikundelokaal in brand gezet had met een enkel stukje magnesiumlint; of bijna een vinger kwijtgeraakt was aan een niet eens zo heel scherp mes; of toen ik de hele klas een voedselvergiftiging bezorgd had met een hapje van mijn simpele cakerecept. Ik bedoel, hoeveel pech kan iemand hebben? 20

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 20

03-06-15 12:52


Sinus wist het antwoord. ‘Ik denk dat er een vloek rust op jou. Dat moet haast wel en zo­ lang die betovering niet verbroken wordt, zal het je hele leven zo blijven gaan.’ Met grote ogen keek ik hem aan. ‘Wauw. Bedankt voor die opbeurende woorden.’ ‘Geen dank. Daar zijn vrienden voor. Jij zou voor mij hetzelfde doen, dat weet ik zeker.’ Ik dacht hard na over hoe ik hem voor gek zou kunnen zetten, met andere dingen dan zijn belachelijke, bijna buitenaards grote neus. Het feit bijvoorbeeld dat zijn broeken altijd vijf centimeter te kort waren voor zijn benen, of dat hij altijd genoeg oorsmeer in zijn oren had om iedereen midden in de winter nog van brandstof te kunnen voorzien. Of wat te denken van zijn andere gebrek. Het feit dat hij zo… wezenloos was. Het was namelijk niet alleen zijn neus, die hem tot een buitenbeentje maakte. Als dat het enige geweest was, dan was het gepest op een gegeven moment wel gestopt, waarna hij gewoon een van de vele, anonieme freaks geworden was, die min of meer onzichtbaar waren voor de mensen uit onze klas. De reden dat hij er nog steeds uitgepikt werd, was dat hij gewoon zo ontzettend raar was, helemaal wanneer het om zijn murenfetisj ging. Ik weet niet wat het was met stenen en cement, maar het was duidelijk dat hij er een fascinatie voor had. Bij elke muur groter dan drie vierkante meter bleef hij even staan, glimlachend, hoofd een beetje scheef, blik strak op de muur gevestigd, alsof hij hem met alleen de kracht van zijn gedachten omver zou kunnen blazen. Hij wist echter dat hij er niet te dicht op moest gaan staan – toen hij dat een keer gedaan had, had iemand hem hard met zijn gezicht tegen het metselwerk aangeduwd, waardoor zijn neus zo bont en blauw geworden was, dat hij eruitzag als het laatste stuk vlees in het koelvak van de supermarkt. Bijna had ik hem hier eens even fijntjes aan herinnerd, of aan een 21

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 21

03-06-15 12:52


van zijn andere eigenaardigheden, zoals hij dat zo-even ook bij mij gedaan had, maar uiteindelijk kon ik het toch niet over mijn hart verkrijgen. Waarom ook? Beledigingen deden hem niets. In plaats daarvan liepen we dus zwijgend verder richting Sinus’ huismuur, waar hij stopte en even bleef staan staren. ‘Goed, dus dan zie ik je morgen weer?’ vroeg ik. ‘Yup’, antwoordde hij, zonder op te kijken. ‘Lopen we samen naar school?’ ‘Yup.’ Zijn blik liet de muur niet los. ‘Dan zie ik je hier. De gebruikelijke tijd.’ ‘Ik zal er zijn.’ ‘Daar ga ik van uit’, mompelde ik, terwijl ik weg liep en hem als in trance achterliet. Ik had zo’n twintig meter gelopen, toen ik me realiseerde dat ik hem beter kon zeggen dat hij zijn mond moest houden over wat er vanavond gebeurd was. Toen ik me omdraaide, stond hij nog altijd naar de muur te staren. ‘Zeg maar liever niets tegen mijn moeder over wat er gebeurd is’, riep ik. ‘Je weet wel, met het toneelstuk. Je weet hoe ze is.’ Hij knikte, hoewel hij me nog altijd niet aankeek. Maar hij kende mijn moeder. Eén woord van hem en ik zou voor Kerstmis de deur niet meer uitkomen.

22

De jongen in bubbeltjesplastic 1-224.indd 22

03-06-15 12:52


Zijn hele leven al staat Charlie bekend als dat onderdeurtje van het Chinese afhaalrestaurant. Zijn enige vriend is Sinus, een jongen die naar muren staart. Maar Charlie gelooft dat iedereen wel ergens goed in is en ontdekt zijn eigen, geheime talent: skateboarden. Dit is zijn kans om populair te worden. Het enige wat hij nu moet doen is oefenen, niets kan hem nog tegenhouden – niet zijn onhandigheid, niet zijn overbezorgde moeder, helemaal niets... Dan wordt heel zijn wereld op zijn kop gezet.

‘Onweerstaanbaar… innemend, hoopvol’ SuNDAY TIMES

Phil Earle (1974) studeerde Engelse Letterkunde, maar ging aan het werk in de jeugdzorg als begeleider in een tehuis voor uit huis geplaatste kinderen. Daar deed hij inspiratie op voor zijn debuut Billy (2013) en Daisy (2014).

NUR 284

Phil Earle De jongen in bubbeltjesplastic

Het valt niet mee om je evenwicht te bewaren... ...als je wereld in elkaar stort

ISBN 9789026621185 www.uitgeverijcallenbach.nl

totaal bp.indd 1

04-06-15 15:59


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De jongen in bubbeltjesplastic-Phil Earle.9789026621185 biw inkijk by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu