Skip to main content

Het sprookje van de eeuwige zomer - Susan Crandall. ISBN 9789023959137

Page 1

Susan Crandall, auteur van o.a. Zolang ik jou heb, ontving enkele belangrijke literaire onderscheidingen.

‘Schitterende vertelling over moed en vriendschap.’ – Hebban over Zolang ik jou heb

nur 302

www.uitgeverijmozaiek.nl

Crandall_Het sprookje_WT.indd 1

9 789023 959137

Het sprookje van de eeuwige zomer

Een aangrijpende en indrukwekkende roman over verstoorde familiebanden en de kracht van verzoening.

SUSA N CR A NDA LL

Tally James ziet opeens haar jongere broer op tv – hij wordt verdacht van moord. In één klap komen de herinneringen aan haar jeugd naar boven. Hoe haar broertje zich aan haar vastklampte terwijl ze zich bij de zoveelste ruzie van hun ouders in een kast verstopten; hoe radeloos ze waren toen hun moeder aankondigde dat ze zonder haar bij onbekende familie moesten gaan wonen. Tally besluit terug te keren naar Mississippi om de confrontatie met haar verleden aan te gaan. Daar ontdekt ze het afschuwelijke familiegeheim dat al generaties lang het leven van haar familie bepaalt. Is het mogelijk om die ban te breken, en weer voor het goede te kiezen?

SUSA N CR A NDALL

Het sprookje van de eeuwige zomer

Als haar broer verdacht wordt van moord moet ze de confrontatie met een verleden vol verwaarlozing aangaan om hem te kunnen helpen

01-08-19 12:05


Het sprookje van de eeuwige zomer

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 1

26-08-19 10:31


Van Susan Crandall verscheen eerder bij Uitgeverij MozaĂŻek: Zolang ik jou heb

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 2

26-08-19 10:31


Susan Crandall

HET SPROOKJE VAN DE EEUWIGE ZOMER Vertaald door Els van Enckevort

Uitgeverij Mozaïek, Utrecht

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 3

26-08-19 10:31


Vertaling: Els van Enckevort Ontwerp omslag: bij Barbara Omslagbeeld: Jelena Simic Petrovic / Arcangel Images Lay-out en dtp: Gewoon Geertje ISBN 978 90 239 5913 7 ISBN 978 90 239 5914 4 (e-book) NUR 302 Oorspronkelijk uitgegeven door Gallery Books, een imprint van Simon & Schuster Inc, New York, USA, onder de titel Myth of Perpetual Summer Engelstalige uitgave: © 2018 Susan Crandall Nederlandse uitgave © 2019 Uitgeverij Mozaïek, Utrecht www.uitgeverijmozaiek.nl Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Mozaïek vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 4

26-08-19 10:31


Ter nagedachtenis aan mijn moeder, Margie Beaver Zinn. Het voltooien van een boek is anders zonder jou.

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 5

26-08-19 10:31


19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 6

26-08-19 10:31


Proloog Augustus 1972, San Francisco, Californië Ik kniel voor de kleine zwart-wittelevisie, mijn gezicht dicht bij het scherm, en luister ademloos naar de woorden van de nieuwslezer. Er verschijnt een politiefoto. Het bloed raast door mijn lichaam en ik voel me duizelig worden. In dit volwassen en veel te magere gezicht herken ik nog duidelijk het jongetje waarvan ik zo veel hield. Mijn broertje Walden… Jarenlang was ik hem kwijt, nu zou hij een moordenaar zijn. Herinneringen zo dik als de lucht en de modder en de geheimen van onze jeugd in Mississippi drukken loodzwaar op me. Hoewel mijn drie broers en zussen zijn uitgewaaid, kilometers ver weg en lichtjaren uit mijn hoofd, zitten ze net zo diep in mij als mijn eigen hart. Misschien komt onze buitengewone band voort uit de waanzin in ons bloed, de kluwen van liefde en haat, samengevlochten tot een onbreekbaar touw, reddingslijn en strop tegelijk. Hoe ver ik ook ben weggerend, hoe vaak ik mezelf ook opnieuw heb uitgevonden, mijn kinderjaren hebben de weg terug gevonden en zich om mijn keel gesnoerd. Was het naïef van mij om te hopen dat op zijn minst een van ons het er ongedeerd vanaf zou brengen? Of wordt het tijd om toe te geven dat het bloed, die kluwen van liefde en haat, ons mogelijk allemaal tot moordenaars heeft gemaakt? 7

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 7

26-08-19 10:31


19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 8

26-08-19 10:31


1 Augustus 1972, New Orleans, Louisiana Ik maak mezelf wijs dat ik ben waar ik ben vanwege duidelijke keuzes en weloverwogen beslissingen. In mijn chaotische jeugd droomde ik maar van één ding: de macht over mijn eigen leven krijgen. Maar in het donker van de nacht, wanneer ik alleen ben in mijn appartement op Pacific Heights, omgeven door nevel en verre misthoorns, moet ik toegeven dat ik slechts een zaadje ben. Eerst naar Los Angeles geblazen op de wind van de droom van iemand anders, en daarna geworteld in San Francisco, waar het door weer iemand anders werd neergelegd. Maar ik ben wél geworteld. Dat is me in ieder geval gelukt. Gisteren, na het journaal waarin mijn broer een moordenaar werd genoemd, belde ik mijn baas bij de Buckman Foundation. Ik ben verantwoordelijk voor public relations, een positie die ik heb bereikt door vasthoudendheid, toewijding en, toegegeven, het feit dat meneer Capstone me leuk vindt. Die baan is mijn leven – en dat is geen loze kreet. De Buckmans zijn oud geld. Zelfs in het progressieve Californië is oud geld net zo trots en star als het in het zuiden is. Gelukkig is James een gewone achternaam en dus heeft meneer Capstone, die nooit een ochtend- of avondnieuwsuitzending mist, de link niet gelegd toen ik vrijaf vroeg voor een noodgeval in de familie. Hij klonk eerder bezorgd en 9

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 9

26-08-19 10:31


zelfs een beetje verrast vanwege het feit dat ik überhaupt familie had. Hij verzekerde me dat Keith en Stan me tijdens mijn afwezigheid graag vervangen. Dat is nou niet echt een geruststelling. Ze zijn allebei van mening dat een vrouw net zo geschikt is als leidinggevende, junior of senior, als een aap. Ze proberen voortdurend de ladder onder me weg te schoppen en me aan mijn vingertoppen te laten bungelen. Mijn leven, dat tot gisterochtend perfect en voorspelbaar was, is nu een wirwar van zorgen en onzekerheden. Tijdens de vlucht heb ik in mijn nieuwe schetsboek een lijstje gemaakt van de schaarse, maar verontrustende details die ik heb weten te achterhalen over de situatie van Walden. Op de luchthaven van New Orleans lopen vlak voor me drie kaalgeschoren Hare Krishna’s, gekleed in witte gewaden, met bloemen en pamfletten in hun knokige, bleke handen. Hoewel het in mijn woonplaats wemelt van dergelijke types, heb ik eigenlijk nooit aandacht besteed aan deze verkopers van straathoekprofetieën. Nu de naam van Walden echter in verband is gebracht met de Scholars of Humanity – onderzoekers van de mensheid, een beweging die zich ergens diep in de moerassen van Louisiana verschanst en waar een inmiddels vermoorde journalist onderzoek naar deed – sta ik even stil om in hun ogen te kunnen kijken, op zoek naar de brandstof van hun ongetwijfeld diepe devotie. Maar ik zie slechts verloren kinderen, die zichzelf als verlicht beschouwen, zelf gered en zoekend naar redding voor anderen. Ik voel met hen mee, natuurlijk doe ik dat. Tenslotte was ik zelf ooit een verloren kind. Dan denk ik aan Sharon Tate. Hoewel ik haar maar een keer heb ontmoet, raakte het nieuws over de slagers van Manson me als een mokerslag. De meisjes die de moordpartij uitvoerden – misleid, gehersenspoeld en toegewijd aan een gek, ondergingen hun proces zingend en gekleed als schoolmeisjes. 10

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 10

26-08-19 10:31


En nu wordt mijn eigen broer beschuldigd van een bijna even monsterlijke misdaad. Ik kan me niet voorstellen dat hij tot zoiets in staat zou zijn. Maar eigenlijk weet ik het wel, toch? Zoals ze altijd zeggen: afkomst verloochent zich niet. Zelfs onder het bladerdak van de eeuwenoude bomen in het historische Garden District van New Orleans is de hitte benauwend. De statige oude huizen met hun diepe portieken en dubbele, openslaande ramen van vloer tot plafond zijn gesloten; binnen is het ongetwijfeld koel en stil. Vanuit een tuin, verborgen achter een oude bakstenen muur en een smeedijzeren hek, hoor ik het zachte geklater van een fontein. Het geluid creëert de illusie dat een mens aan de hitte kan ontsnappen. In een poging om niet zwak en gewoontjes te lijken, weigert zelfs de blauwe regen te verwelken. De ironie van het feit dat ik hier nu sta voor de dubbele ijzeren poort van het huis van Ross Saenger, op zoek naar de rijkdom en de macht van zijn familie om mijn broer te redden, ontgaat me niet. Het gaat om dezelfde rijkdom en macht die ik afwees, net zoals ik Ross afwees, zo stellig en zo lang. Mijn schetsboek met de schamele feiten zit in mijn tas, maar in mijn hoofd groeit een veel langere lijst van verzoeken en smeekbeden. Ik ben klaar om te bedelen. Op mijn knieën, als het moet. Ik kijk niet uit naar deze ontmoeting. Maar het gaat nu om wat Walden nodig heeft, niet om mijn wonden en mijn grieven. Eigenlijk kan ik mevrouw Saenger niet eens de schuld geven van wat er in 1963 gebeurde. Haar vriendelijkheid redde ons gezin – vlak voordat het uit elkaar gescheurd werd. Ik voel me een beetje licht in het hoofd en wou dat ik mijn haar in een lange staart hoog op mijn hoofd had gebonden. Ik ben vergeten hoe de lucht in het zuiden op je drukt, je longen samenperst, en hoe de stilte haar eigen massa torst. De 11

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 11

26-08-19 10:31


misselijkheid drukt zwaar op mijn lege maag en bijna draai ik om. Maar hier ligt Waldens enige hoop. De grandeur van het huis valt op, zelfs in deze buurt, tweeënhalve verdieping van solide baksteen en symmetrie, verborgen achter een ijzeren hek en een hoge, zorgvuldig in vorm geknipte haag. Aan de voorkant sieren veranda’s met kunstig gedraaide spijlen en filigrein smeedwerk beide verdiepingen. Ik verman me, duw de poort open, steek het pad over en beklim de marmeren treden. Ik kijk naar het prachtige glasin-loodvenster boven de zwarte deur. Ik zet mijn tas naast een glanzend zwarte aardewerken pot vol rode geraniums en druk op de bel, snakkend naar verkoeling. Opeens realiseer ik me, stom en te laat, dat mevrouw Saenger misschien helemaal niet thuis is. De straat ligt er stil bij, het enige geluid komt van het eeuwige getjirp van de krekels in de oude bomen. Jammer dat ik mijn taxi heb weggestuurd. Terwijl ik wacht, verstoort het wanhopig bonzen van mijn hart mijn zorgvuldig voorbereide tekst als kwetterende spreeuwen op een draad. Ik moet mijn kalmte bewaren, wil ik me niet als een bazelende idioot gedragen wanneer mevrouw Saenger verschijnt. Maar als de deur openzwaait, staat daar niet mevrouw Saen­ ger, maar Ross. Dan verdampt mijn denkvermogen helemaal. ‘Goede…’ Zijn doordringend blauwe ogen staan verwachtingsvol, alsof hij een buurman of een vriend verwachtte. Hij is nog groter en heeft nog bredere schouders dan toen ik hem voor het laatst zag in 1963; zijn lichtbruine haar is ook langer. Ik open mijn mond, maar er komt niets uit. Ik ben dertien en verlamd; ik ben zestien en kapot. Op zijn gezicht verschijnt een uitdrukking van verbazing. ‘Tally James? Ben jij het werkelijk?’ ‘Hallo, Ross.’ Alles wordt wazig. ‘Je leeft!’ Dacht hij dat ik dood was? 12

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 12

26-08-19 10:31


‘Ik… Er is…’ Ik ben bang dat ik mijn evenwicht verlies en de wereld wordt nog waziger. Ik had mezelf voorbereid op een confrontatie met mevrouw Saenger. Niet met hem. Mijn knieën knikken. Hij pakt me bij de elleboog. ‘Kom binnen, weg uit die hitte.’ Hij pakt mijn tas en leidt me naar binnen. ‘Je ziet eruit alsof je iets kouds kunt gebruiken. Loop maar door naar de voorkamer, dan haal ik iets te drinken. Coke? IJsthee?’ Hij laat mijn elleboog voorzichtig los, alsof hij bang is dat ik omval. ‘Alleen water graag.’ Ik voel mijn voeten nauwelijks terwijl ik een kamer binnenloop die in alles oud geld ademt: kristallen kroonluchter, bijpassende chintz-banken – smaakvol versleten en uitnodigend –, olieverfportretten van voorouders, een gebeeldhouwde marmeren schoorsteen, glanzend zilver op de theetrolley en mooie, dikke karpetten op de vloer. Deze plek is precies zoals ik me hem had voorgesteld toen ik mijn oudere broer Griff haatte omdat hij me in de steek liet om hier te gaan wonen. Een perfect leven. Een filmset. Niet bij mij, waar hij beloofd had te zullen zijn. Als Ross terugkomt met twee glazen water, drink ik het mijne in één teug leeg. Hij gaat op de bank tegenover me zitten en zet zijn ellebogen op zijn knieën, met zijn handen bungelend ertussen. Ik vind het moeilijk om hem aan te kijken. Hij is een man, maar ik zie nog steeds de jongen, naar wie ik ooit zo verlangde. En ik voel de oude wrevel weer opkomen. Hij zegt: ‘De afgelopen negen jaar heb ik me op het ergste voorbereid. Het is een hele opluchting om te zien dat het goed met je gaat.’ Door de veroordelende toon in zijn stem gaan mijn nekharen overeind staan. Ik haal diep adem. ‘Het gaat inderdaad goed, dank je. Ik heb een bestaan opgebouwd.’ In mijn eentje. Op eigen kracht, zonder hulp van jou of Griff of mijn grootmoeder. 13

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 13

26-08-19 10:31


‘Je had kunnen bellen om ons te laten weten dat alles in orde was. Griff werd gek van bezorgdheid.’ Griff heeft zijn keuze gemaakt. Net als Granny James de hare. Alleen Margo’s verraad kwam niet als een verrassing; zij voldeed gewoon aan de verwachtingen. ‘Ik heb een briefje achtergelaten zodat jullie niet zouden denken dat ik was ontvoerd door buitenaardse wezens of krokodillenstropers.’ De blik op zijn gezicht verraadt dat mijn poging tot luchthartigheid is mislukt. ‘Eerlijk gezegd verbaast het me dat Griff überhaupt wist dat ik weg was. Bovendien is hij wel de laatste die mag klagen als iemand verdwijnt.’ Ik schrik een beetje van mijn eigen contraproductieve kinderachtigheid. ‘Hij verdween niet,’ zegt Ross. ‘Hij was hier. En dat wist je.’ ‘En waar is hij nu?’ Ik stel me voor dat hij op kosten van de familie Saenger aan de beste universiteiten heeft gestudeerd en nu een prettig leven leidt met een vrouw en schattige kinderen. Waarschijnlijk kan hij Walden beter helpen dan ik. Ross blijft me aankijken. ‘Ik heb geen idee waar hij is.’ Ik knipper met mijn ogen. ‘Wat?’ Hij leunt voorover; zijn houding wijst op slecht nieuws. ‘Na alles wat er in Lamoyne gebeurde – je vader, de beschuldigingen – is hij nooit meer de oude geworden. In 1965, direct nadat hij zijn middelbareschooldiploma had gehaald, heeft hij zijn spullen gepakt en is hij er midden in de nacht vandoor gegaan. Het brak mijn moeders hart.’ Het klamme zweet breekt me uit. Mijn hart gaat tekeer als een gek. Al die tijd dacht ik dat hij deel uitmaakte van het gelukkige, liefdevolle en stabiele gezin Saenger. ‘Je hebt dus geen idee waar hij is? Hij heeft nooit meer contact met je opgenomen?’ ‘Nee. Blijkbaar een eigenschap van de familie James.’ Zijn stem klinkt bitter. ‘Ho! Misschien dat ik Walden en Dharma wat verschuldigd ben, maar jóú hoef ik echt mijn verontschuldigingen niet aan te bieden!’ 14

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 14

26-08-19 10:31


Hij heft zijn handen in de lucht, de handpalmen naar voren. ‘Goed! Goed!’ Ik herinner mezelf eraan dat ik hier kom bedelen. ‘Ik ben eigenlijk gekomen voor je moeder. Is ze thuis?’ ‘Nee.’ Ik wacht, maar hij zwijgt. ‘Verwacht je haar snel?’ ‘Nee. Zij en papa zijn drie jaar geleden gestorven. Autoongeluk.’ ‘O, Ross. Wat erg. Dat wist ik echt niet.’ Blijkbaar heb ik alles wat met thuis te maken heeft, bevroren in de tijd. En, realiseer ik me, ik heb bewust de mogelijkheid dat sommige mensen er niet meer zijn uitgesloten. Hoe zou het met Gran gaan? En met die lieve Maisie? ‘Natuurlijk wist je dat niet. Omdat je niemand hebt laten weten waar je was.’ ‘Ik kwam haar – nu jou dus, denk ik – vragen om hulp.’ Ik zie hem verstijven en voeg er snel aan toe: ‘Niet voor mij. Voor Walden. Hij zit in de problemen. Ik wist niet wie ik het anders kon vragen…’ ‘Ik heb het nieuws gezien.’ ‘Zou je moeders neef Sam misschien kunnen helpen? Hij heeft destijds zoveel gedaan voor Griff. Of misschien weet hij een andere advocaat. Ik wil niet dat Walden overgeleverd wordt aan… aan een…’ Opeens ruik ik de babyshampoo van mijn kleine broertje weer, voel ik zijn handje in de mijne, herinner ik me het vertrouwen waarmee hij me aankeek. ‘Een door de r-r-rechtbank toegewezen advocaat,’ stotter ik. Mijn handen voelen klam. Ik reik naar het glas water, maar merk dat het leeg is. Ross staat op en geeft me het zijne. ‘Hier. Ik heb er nog niet van gedronken.’ Terwijl ik dankbaar een slokje neem, komt een andere, veel logischere oplossing bij me op. ‘Jij kunt waarschijnlijk ook wel iemand aanbevelen; je bent immers zelf advocaat.’ Als hij maar niet aanbiedt de zaak zelf op zich te nemen. Wie weet wat er dan gebeurt. 15

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 15

26-08-19 10:31


Hij glimlacht en ik voel meteen de vertrouwde rilling door me heen gaan. ‘Ik ben geen advocaat.’ ‘Ik dacht dat dat een uitgemaakte zaak was.’ Die uitdrukking komt zomaar bij me naar boven. De blik in zijn ogen verzacht. ‘Goed onthouden. Ik heb de verwachtingen van de familie niet waargemaakt en ben psychiater geworden.’ ‘Nooit geweten dat je zelfs maar geïnteresseerd was in psychiatrie.’ ‘De omstandigheden hielpen ook een handje.’ ‘O.’ Ik ga wat ongemakkelijk verzitten en heb het gevoel dat ik onder een microscoop lig. ‘En Sam? Zou hij kunnen helpen?’ ‘Ik heb hem al gebeld. Hij heeft een volle agenda en Waldens zaak zal tijdrovend worden. Maar zijn dochter Amelia kan wel.’ Hij moet de bezorgdheid in mijn ogen hebben gezien, want hij voegt eraan toe: ‘Anders dan ik wilde zij wel altijd al advocaat worden. Ze bijt zich vast als een teckel.’ Ik aarzel. Tot mijn schaamte moet ik toegeven dat dat ook komt omdat ze een vrouw is. Ik weet uit eigen ervaring dat vooringenomenheid alles veel en veel moeilijker maakt. En dit is het zuiden, waar vrouwen nog steeds geacht worden een parelketting te dragen en een schort, en twee keer per week naar de schoonheidssalon te gaan. Wat als we een chauvinistische man als rechter krijgen, iemand die zich hoog verheven voelt boven vrouwen? ‘Ik wil niet ondankbaar klinken,’ zeg ik, ‘maar misschien moet ik toch proberen een ervarener iemand te krijgen. Geld hoeft geen probleem te zijn. Ik kan het betalen.’ ‘Je kunt gemakkelijk iemand met meer ervaring krijgen. Deze zaak zal ook nationaal volop publiciteit krijgen. Advocaten zullen erop afkomen als haaien op bloed in het water,’ antwoordt Ross. ‘Maar Amelia is echt goed. Het gaat haar om het resultaat, niet om de media-aandacht. Bovendien heeft ze de tijd ervoor en hoeft ze niet per se een hoog voorschot. 16

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 16

26-08-19 10:31


Ze heeft al een verzoek ingediend bij de gevangenis in New Orleans om hem te mogen bezoeken.’ Ik wil het niet toegeven, maar dat voorschot is inderdaad een probleem. Ik heb wat spaargeld, maar de rest zou ik moeten lenen. Een kredietwaardigheidsonderzoek zou als bloed werken op de haaien in mijn eigen wateren – Keith en Stan cirkelen al rond de fundamenten. ‘Heb je je oma al gebeld?’ vraagt hij. Zijn stem klinkt neutraal, maar past niet bij de blik in zijn ogen. ‘Nee.’ Ik durf de vraag bijna niet te stellen, zeker niet na die onaangename verrassing over mevrouw Saenger. ‘Weet je of ze nog steeds in Hawthorn House woont?’ ‘Afgelopen Kerst nog wel. Ze stuurt verjaardags- en kerstkaarten voor Griff altijd hierheen, zelfs nadat ik haar heb laten weten dat hij hier niet meer woont.’ Uit de opluchting die ik tot in mijn tenen voel, maak ik op dat ik veel meer van haar houd dan dat ik boos op haar ben. Toch brengt alleen al de gedachte aan dat emotionele gesprek van jaren geleden me van de wijs. ‘Toen ik gisteren belde,’ zegt hij, ‘kreeg ik geen gehoor. Wil je het zelf proberen?’ Ik zou natuurlijk ja moeten zeggen, maar ik heb er de moed niet voor. ‘Je wilt niet met haar praten.’ Ross is zijn vermogen om tot mijn innerlijk door te dringen niet verloren. Dat is al zo vanaf het moment waarop hij mijn leven redde. ‘Liever niet. Niet nu.’ De uitdrukking op zijn gezicht geeft me het gevoel dat ik een eigenzinnig kind ben – wat ik waarschijnlijk ook ben. Maar op dit moment ben ik niet eens in staat om mijn gedachten om te zetten in woorden. Ross knikt. ‘Ik zal het later nog eens proberen. Je ziet er belabberd uit. Heb je wel gegeten of geslapen?’ ‘Ik kan niet eten. Alleen al de gedachte aan eten…’ Ik huiver. 17

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 17

26-08-19 10:31


‘Kom, dan breng ik je naar boven. Je kunt een warm bad nemen en een dutje doen.’ ‘Ik kan een taxi bellen, naar een hotel gaan. En ik moet naar Walden. Hij moet weten dat hij niet alleen is.’ Maar hij is wel alleen, omdat ik hem in de steek liet. ‘Doe niet zo belachelijk. Je blijft hier. Hem vandaag nog bezoeken kun je wel vergeten. Zelfs Amelia heeft hem nog niet gesproken.’ Hij is al in de hal en pakt mijn tas op. Bij de gedachte aan de zinderende hitte buiten word ik al duizelig. Ik betwijfel of ik zonder hulp wel die lange, gebogen mahoniehouten trap op kan. Maar het lukt en ik volg hem naar een slaapkamer met ijsblauwe gordijnen, een dunne beddensprei en filigrein op het behang. Alleen al het kijken ernaar werkt verkoelend en rustgevend. ‘Door die deur kom je in de privébadkamer. Rust wat uit, dat zul je nodig hebben.’ Terwijl hij achteruit de kamer uit loopt, zeg ik: ‘Laat me niet te lang slapen. Ik wil zo snel mogelijk naar…’ Ik druk mijn handen tegen mijn ogen. De eerste tranen sinds dit allemaal begon, beginnen te stromen. Ik draai me om en gebaar Ross de kamer uit te gaan. Ik hoop dat hij niet probeert me te troosten. Ik voel me te week om weerstand te bieden en te slap om niet in te storten. Na een paar seconden hoor ik zijn voetstappen zich zachtjes verwijderen en de deur in het slot vallen. Ik graai in het ritsvakje van mijn tas naar Griffs gelukspijlpunt. Daarna rol ik me op tussen de koele lakens, klem de pijlpunt tegen mijn borst en gun mezelf een troostvolle huilbui. Ik droom over stormachtige luchten, bliksemschichten en omvallende bomen. Midden in een kolkende wervelwind ren ik achter Walden aan; zijn blonde haar golft voor me uit, een lichtvlek in de schemering. Om ons heen niets dan eindeloze velden zonder beschutting. Achter me klinkt gebrul, de wind 18

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 18

26-08-19 10:31


rukt aan mijn kleren, zwiept mijn haar in mijn gezicht. Dan komt het gebrul opeens van boven, de slurf springt over me heen en plukt Walden van de aarde, zijn kleine voetjes trappelen in de met puin gevulde lucht. Ik word wakker omdat ik zijn naam schreeuw. Bonkende voetstappen op de trap, op de overloop, tot bij de deur van mijn kamer. Ik hoor een hand op de klink, gevolgd door een aarzelend klopje. ‘Gaat het?’ vraagt Ross. Ja.’ Een rode druppel valt op mijn wijde broek en steekt scherp af tegen de geruite stof. Ik open mijn hand en zie dat ik de pijlpunt zo hard heb vastgeklemd dat ik bloed. ‘O, nee!’ De deur vliegt open en in een oogwenk staat Ross bij het bed. ‘Wat is er gebeurd?’ Hij gaat naar de badkamer en komt terug met een dikke, blauwe handdoek, die hij voorzichtig om mijn hand probeert te wikkelen. Ik klem mijn hand tegen mijn borst om te voorkomen dat er bloed op de handdoek druppelt. ‘Bloed krijg je er nooit meer uit.’ Gedecideerd pakt hij mijn hand en vouwt de handdoek eromheen. ‘Stel je niet aan. Het is maar een handdoek, geen erfstuk.’ Dan kijkt hij me aan. ‘Tally, deed je dat…?’ Het klamme zweet breekt me weer uit. ‘Deed ik wat?’ ‘Proberen jezelf pijn te doen.’ ‘Natuurlijk niet!’ Het idee dat hij in mijn hoofd probeert te kijken, irriteert me. ‘Als ik mezelf wat zou willen aandoen, had ik dat in San Francisco gedaan, waar niemand me had gevonden tot ik echt morsdood was.’ Tot mijn verrassing schiet hij in de lach. ‘Typisch jij, Tally.’ Even later gaat hij verder: ‘Nu is tenminste een van mijn vele vragen beantwoord.’ ‘En die is?’ Ik trek mijn hand en de handdoek los uit zijn grip. ‘Waar je woont.’ Hij trekt een wenkbrauw op. ‘Alleen?’ ‘Helemaal. Bewust, mocht dat je volgende vraag zijn. En heus niet geïsoleerd in een smerig appartementje met honderd katten. Ik leef een heel normaal leven.’ 19

19065 Het sprookje van de eeuwige zomer.indd 19

26-08-19 10:31


Susan Crandall, auteur van o.a. Zolang ik jou heb, ontving enkele belangrijke literaire onderscheidingen.

‘Schitterende vertelling over moed en vriendschap.’ – Hebban over Zolang ik jou heb

nur 302

www.uitgeverijmozaiek.nl

Crandall_Het sprookje_WT.indd 1

9 789023 959137

Het sprookje van de eeuwige zomer

Een aangrijpende en indrukwekkende roman over verstoorde familiebanden en de kracht van verzoening.

SUSA N CR A NDA LL

Tally James ziet opeens haar jongere broer op tv – hij wordt verdacht van moord. In één klap komen de herinneringen aan haar jeugd naar boven. Hoe haar broertje zich aan haar vastklampte terwijl ze zich bij de zoveelste ruzie van hun ouders in een kast verstopten; hoe radeloos ze waren toen hun moeder aankondigde dat ze zonder haar bij onbekende familie moesten gaan wonen. Tally besluit terug te keren naar Mississippi om de confrontatie met haar verleden aan te gaan. Daar ontdekt ze het afschuwelijke familiegeheim dat al generaties lang het leven van haar familie bepaalt. Is het mogelijk om die ban te breken, en weer voor het goede te kiezen?

SUSA N CR A NDALL

Het sprookje van de eeuwige zomer

Als haar broer verdacht wordt van moord moet ze de confrontatie met een verleden vol verwaarlozing aangaan om hem te kunnen helpen

01-08-19 12:05


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Het sprookje van de eeuwige zomer - Susan Crandall. ISBN 9789023959137 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu