Rabbijn Lody B. van de Kamp (1948) publiceert regelmatig in landelijke en lokale dag- en weekbladen en schreef verschillende romans, waaronde r Oorlogstranen, Weeskinderen en Alleen. Ook publiceerde hij samen met Oumaima Al Abdellaoui Over muren heen. Een hoopvolle briefwisseling. ‘Een aangrijpende roman.’ – EO-VISIE
NUR 337
uitgeverijmozaiek.nl
vd Kamp_Sara_MP_WT.indd 1
9 789023 959052
SARA het meisje dat op transport ging
Een ontroerend verhaal over een vergeten stukje geschiedenis: de Kindertransporten van 1938 en 1939.
L O D Y VA N D E K A M P
De jonge Joodse Sara wordt met haar zusje op transport gezet. Hun moeder blijft achter. Halverwege de reis verdwijnt haar zusje. Nu moet Sara alleen verder, helemaal naar Engeland. Haar wacht de vrijheid. Maar hoe vrij ben je als je zonder je moeder en zusje bent? En bij vreemde mensen woont? Ze voelt zich in de steek gelaten, ontworteld, ook al zijn haar pleegouders nog zo lief voor haar. Heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop wacht ze al die lange oorlogsjaren af of zij haar familie ooit zal terugzien.
LO DY VA N D E K A M P
SARA het meisje dat op transport ging
MOZAÏEK
|
ROMAN
22-07-19 09:28
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 1
15-07-19 17:06
Van Lody van de Kamp verschenen eerder: Oorlogstranen Weeskinderen Alleen De Joodse slaaf Dagboek van een verdoofd rabbijn Ocver muren heen. Een hoopvolle briefwisseling (met Oumaima Al Abdellaoui)
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 2
15-07-19 17:06
Vierde druk
Uitgeverij MozaĂŻek, Utrecht
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 3
15-07-19 17:06
Vierde druk juni 2019 (midprice) ISBN 978 90 239 5905 2 (boek) ISBN 978 90 239 7852 7 (e-book) NUR 337 Redactie Jeannette Wilbrink-Donkersteeg Ontwerp omslag b’IJ Barbara Omslagfoto: Beeldbank WO2 – NIOD Lay-out en dtp binnenwerk Gerard de Groot © 2017 Uitgeverij Mozaïek, Zoetermeer Alle rechten voorbehouden
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 4
15-07-19 17:06
Proloog Londen, Engeland, juli 2013
‘O
ma, oma!’ hoort ze opgetogen roepen. Kleine Shalom huppelt door de struiken. ‘Kijk oma, zo hoog kan ik springen.’ Haar kleinzoon komt uit de bosjes tevoorschijn en kijkt om zich heen. Het is deze zondagochtend niet druk op het immense grasveld rond de villa in het Londense park Kenwood. Overal staan nog lege ligstoelen. Vandaag is het voor het eerst sinds lang mooi weer. Toen Ricky, haar dochter, haar vroeg om met de kinderen mee te gaan naar park Kenwood heeft ze dan ook meteen ‘ja’ gezegd. Precies op de plek waar Shalom in het gras speelt, onder aan de heuvel die naar het museum leidt, komen opeens twee kleine honden aanstuiven. Hondjes en Shalom, dat gaat niet samen. Luidkeels rent hij naar zijn moeder. Ze glimlacht. Dan dwaalt haar blik naar de omgeving. Het is hier mooi. De rododendrons aan weerszijden van de villa, de groentekassen naast de zijvleugel van het gebouw, het kort gemaaide gras aan de voorzijde en de ligstoelen brengen haar in gedachten terug naar lang vervlogen tijden. Vreemd, dat juist vandaag de herinneringen terugkomen. Herinneringen aan de tijd dat zij zelf misschien maar een jaar of twee jaar ouder was dan Shalom nu. Toen ze nog in Duitsland woonde. 5
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 5
15-07-19 17:06
Kleve, Duitsland, juli 1935 De markante toren die als een imposante zuil boven Slot Schwanenburg uitsteekt en tot in de stad zichtbaar is, maakt een bezoek aan de eeuwenoude burcht telkens weer tot een spannend uitstapje. Papa weet onderweg naar het kasteel altijd wel weer een nieuw verhaal te vertellen over de ridders en jonkvrouwen die ooit in het slot leefden. ‘Dit keer gaan we het kasteel niet in, jongens.’ Papa staart in de richting van het slot. ‘Beter van niet, nu.’ Ik begrijp er niets van. Ieder jaar dwalen we urenlang door de hoge vertrekken, lopen we door de klamme onderaardse gewelven en beklimmen we de toren. Waarom nu niet? Ik stel de vraag niet hardop. Ik heb geleerd dat ik tegenwoordig niet te veel vragen moet stellen. Het zijn vreemde tijden. Ons uitstapje leidt ons even af van alle onrust in de stad. Toch is ook dit uitje anders dan het altijd was… Na een wandeling langs de slotgracht en door de tuinen gaan papa en mama op een bank zitten. Ze pakken een boek en gaan lezen. Ik kijk naar het kasteel. Misschien zie ik wel een jonkvrouw uit de verhalen van papa achter een van de ramen staan. Mijn zusje Mirjam speelt met de bal in het gras. Kleine Izaäk, mijn broertje dat nog maar pas geboren is, is in de kinderwagen in slaap gevallen. ‘Sara, Mirjam, kom hier! Opschieten!’ Papa is opgestaan van de bank. Hij roept, hij wenkt. Klinkt er angst in zijn stem door? Wat is er aan de hand? De toegangspoort van het kasteel aan de overkant van het grasveld staat nu wagenwijd open. Een grote groep kinderen marcheert naar buiten. De ene rij na de andere, telkens wel vijf of zes kinderen naast elkaar. Eerst de jongens, daarna de meisjes. Allemaal dragen ze een grijze 6
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 6
15-07-19 17:06
blouse en een grijze rok of broek. ‘Kijk, papa, net kleine soldaatjes.’ ‘Nee, Mirjam, dit zijn geen soldaatjes.’ Geen moment kan ik vermoeden dat veel van deze kinderen binnen een paar jaar wel degelijk soldaat zullen zijn. Zonder nog een woord te zeggen, stoppen papa en mama hun boeken in de tas, samen met de veldfles die nog vol drinken zit. ‘Kom, we gaan.’ Er klinkt geluid van trommels en trompetten. Een paar van de kleine soldaatjes dragen een rode vlag. Vlak voor het kasteel draaien ze zich om, allemaal op het zelfde moment, en steken hun rechterhand schuin omhoog. Dat doen ze vlak voor een enorme foto van een man met een zwart snorretje. ‘Papa, die man op die plaat...?’ ‘Laat maar, Sara. Kom, geef me een hand.’
7
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 7
15-07-19 17:06
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 8
15-07-19 17:06
Koperpoets Kleve, april 1938
M
ama heeft het altijd over de ‘Türklingel’, de deurbel. Het is zo’n koperen trekbel die je door het hele huis kunt horen. Iedere donderdag gaat Kirsten, de werkster, gewapend met een paar doeken, een busje koperpoets en een emmer met een dweil naar buiten. De deurbel is het eerst aan de beurt. Daarna wordt de brievenbus onder handen genomen. Kirsten boent de stoep en wrijft met een vochtige wollen lap over de zwarte marmeren plaat met gouden letters, direct naast de zware eikenhouten voordeur. ‘Dr. Leopold Jacobson, Rechtsanwalt und Rechtsberater’, staat er op, advocaat en juridisch adviseur. De plaat is met koperen knoppen aan de muur bevestigd. Die knoppen blinken na de inspanningen van Kirsten als vier fonkelende sterren. Soms sta ik naast de voordeur met Izaäk op mijn arm. Ik pak zijn wijsvingertje, laat hem de koperen knoppen een voor een aanraken en leer hem tellen. ‘Een, twee, drie, vier. Eins, zwei, drei, vier. Een, twee, drie, vier. Eins, zwei, drei, vier.’ Ik ben heel trots op dat bord met papa’s naam en titel. Maar op een dag maakt mijn trots plaats voor een diep gevoel van schaamte. Samen met Mirjam kom ik uit school. Mirjam houdt mijn hand vast, terwijl we de Brienerstrasse oversteken. Eenmaal aan de overkant laat ik haar los. Ze 9
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 9
15-07-19 17:06
rent vooruit tot de hoek van de Bensdorfstrasse. Op die kruising sta ik twee tellen later als aan de grond genageld. ‘Sara? Wat is er? Waarom loop je niet door?’ Even kan ik geen woord uitbrengen. Ik wijs naar ons huis. Mirjam slaat een hand voor haar mond. Dwars over de zwarte marmeren plaat zijn in rode verf twee letters gekalkt: ‘SS’. Daaronder staat in dezelfde rode kleur: ‘Jude!’ We zijn nog jong, maar beseffen de betekenis van deze woorden heel goed. Vreemd genoeg realiseer ik me op datzelfde moment ook dat het vandaag donderdag is. De vier knoppen glinsteren als sterren. Mirjam grijpt mijn hand. We willen naar huis rennen, maar iets houdt ons tegen. Beter gezegd: iemand houdt ons tegen. Op de stoep, recht voor ons huis, staat een man. Het is zo’n vreselijke kerel met een bruin overhemd. Om zijn arm draagt hij een rode band met het teken van de nazi’s. Het lijkt erop dat hij ervoor moet zorgen dat niemand die smerige teksten van ons mooie bord haalt. Ik weet niet of mijn hoofd rood wordt van woede of van schaamte. Hier wonen wij, de familie Jacobson. Papa is een bekende advocaat in de stad. Maar vanaf vandaag is hij ‘Dr. Leopold Jacobson, de Jood’. We draaien ons om en lopen als in een boze droom weg van die voordeur, een stukje de Emmerichstrasse in. Naast de apotheek van meneer Kerngut sluipen we de binnenplaats op om zo, langs de binnentuin, bij de achterdeur van ons huis te komen. Alsof mama ons vanaf deze kant verwacht, komt ze de keuken uitrennen, de tuin in. Ze tilt ons allebei tegelijk op en houdt ons eventjes heel stevig vast. ‘Sara. Mirjam.’ Mama heeft tranen in haar ogen. Izaäk staat vanachter de keukendeur naar ons te kijken. Gelukkig is hij nog te jong om te beseffen wat er aan de hand is.
10
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 10
15-07-19 17:06
Bar mitswa Kleve, augustus 1938
O
pa en oma komen vanavond! Was het alvast maar zover! Mama heeft me al verteld dat we hen dit keer niet van het station gaan halen. Ze komen niet met de trein zoals anders. Vanaf Frankfurt gaan ze met een taxi. ‘Met de trein reizen is nu heel vervelend. Op elk station zie je soldaten,’ zei papa. ‘Als Shlomi aanstaande sjabbat* geen bar mitswa zou worden, waren ze helemaal niet gekomen,’ voegde hij eraan toe. Ik begrijp het. Opa en oma willen het feest niet missen dat tante Klara en oom Simon geven voor de bar mitswa van hun oudste zoon, mijn neef Shlomi. Anders zouden ze echt niet op reis gaan. Die gedachte duwt een donker gevoel in mijn maag. ‘Mirjam, schiet nou op! Als je nu niet komt, ga ik in mijn eentje naar school.’ ‘Toe nou Sara, laat Mirjam rustig haar melk opdrinken en bensjen,’ waarschuwt mama, ‘het is nog vroeg genoeg.’ ‘Moet ik dan te laat in de klas komen door die treuzelaar? Waarom geeft u haar altijd gelijk?’ ‘Nu is het genoeg Sara. Ik heb het al zo druk vandaag. Alles voor de gasten moet nog worden klaargemaakt, de naaister brengt vanmiddag jullie nieuwe jurken en er is nog * Achter in dit boek is een woordenlijst opgenomen.
11
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 11
15-07-19 17:06
veel meer te doen. Dus, alsjeblieft, hou op met zeuren.’ Mirjams ogen beginnen te stralen. ‘Vanmiddag krijgen we onze nieuwe jurken! Kom, laten we gaan.’ Op school gaat de tijd vandaag wel heel erg traag. Eindelijk laat juffrouw Friedenson de bel klinken. Ik stop mijn pen en mijn potloden terug in de doos en duw mijn boeken in mijn tas. Op de gang wacht Mirjam al op me. Ze heeft zowaar haar schoenveters dicht en haar capuchon op. Opgetogen rent ze naar me toe. ‘Sara, denk je dat de naaister al is geweest? En zou ze er aan gedacht hebben om die blauwe ceintuur mee te brengen? Ik hoop dat de mouwen nu korter zijn gemaakt.’ Kleine zusjes zijn leuk, maar soms zou ik liever een zus hebben die ouder is dan ik. Ik weet niets van een blauwe ceintuur of van mouwen die korter moeten worden gemaakt. Dat houdt mij ook helemaal niet bezig. Zelfs mijn opwinding over een nieuwe jurk is niet zo groot. Oma komt! Dat vind ik veel belangrijker. Hoe lang is het wel niet geleden dat ik haar voor het laatst heb gezien? Wanneer waren we ook al weer in Frankfurt? Nog vóór Pesach! Oma liet me toen prachtige, gouden oorknopjes zien met rode steentjes erin. Ze zei dat ze die voor het feest van Shlomi zou meebrengen. Voor mij, als oudste kleindochter. Dat vind ik wel mooi. Omdat ze van oma komen. Jakkes, weer zo’n dag met allemaal van die ‘bruine hemden’ op straat. ‘Mirjam, hier blijven. We lopen wel achterom. Dan hebben we geen last van die kerels.’ Mirjam holt voor me uit, via de tuin, door de berging, de keuken in. ‘Is de naaister geweest?’ Ik ren haar achterna. 12
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 12
15-07-19 17:06
‘Zijn oma en opa er al?’ Het blijft stil in de keuken. Papa staat bij de gootsteen met een kopje in zijn hand; mama zit aan de keukentafel naast tante Klara. Ik zie onmiddellijk dat mama weer eens gehuild heeft. Ook tante Klara heeft rode ogen en tranen op haar wangen. Izaäk zit stilletjes naast het buffet en schuift zijn houten treintje traag heen en weer. Papa neemt ons mee naar de gang. ‘Meisjes, ga even naar boven. Ik kom zo bij jullie.’ Ik vlieg de trap op en laat me op mijn bed vallen. Waarom moeten de grote mensen tegenwoordig zo veel huilen? Even later komt papa boven. Hij vertelt ons dat de bar mitswa niet doorgaat. ‘Shlomi is vandaag weggegaan.’ ‘Weggegaan? Waar naartoe?’ ‘Later zal ik jullie alles uitleggen.’ Met open mond staar ik hem aan. ‘Later? Later?’ schreeuw ik. ‘Ik wil nú weten wat er aan de hand is. Opa en oma zouden komen! Shlomi is opeens weg! Ik heb er genoeg van! Altijd dat geheimzinnige gedoe! Altijd dat gehuil beneden! Waar zit Shlomi?’ Zonder een woord te zeggen, draait papa zich om. Hij loopt de trap af. Ik gooi de deur van mijn kamer met een klap achter hem dicht. Tante Klara blijft tot heel laat. Mirjam en ik zitten inmiddels boven aan de trap om te zien wat er verder gaat gebeuren. Niemand zegt een woord tegen ons. Tante Klara trekt uiteindelijk zwijgend haar jas aan en vertrekt, samen met oom Simon die haar is komen ophalen. De voordeur is nog niet achter hen dichtgevallen of mama begint opnieuw te huilen. Het is allemaal zo vreemd. We hebben nog niet eens gegeten. Niemand vertelt ons dat we naar bed moeten. Waarom is er niet gekookt en heeft papa ten slotte maar een paar boterhammen klaargemaakt? 13
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 13
15-07-19 17:06
Waarom is de naaister niet geweest? Waar blijven opa en oma? ‘Sara, Mirjam?’ Eindelijk begint papa te praten. Eigenlijk fluistert hij meer. ‘Volgens mij hebben jullie al wel begrepen dat steeds meer ouders ervoor kiezen hun kinderen te laten vertrekken naar een land waar geen nazi’s zijn. Shlomi kreeg vandaag de kans om met een groep andere kinderen mee naar Engeland te gaan. Vanavond stapt hij op de boot. Daar loopt hij geen gevaar meer om gevangen te worden genomen door mensen die Joden haten.’ ‘Maar hij wordt deze sjabbat bar mitswa! Hoe kan hij uitgerekend vandaag weggaan?’ ‘Sara, lieverd, dit land is niet langer veilig voor ons. Shlomi kreeg vandaag de gelegenheid om te vertrekken. Zo’n kans kun je niet aan je voorbij laten gaan. Zo gauw we zelf weg kunnen, zullen wij ook vertrekken, samen met opa en oma. Shlomi is gewoon de eerste van onze familie.’ Papa zucht diep. ‘Leven is nog belangrijker dan bar mitswa worden.’ Mirjam zit papa aan te staren. Ik geloof niet dat zij er iets van begrijpt. ‘Papa?’ Ik merk hoe mijn stem beeft. ‘Sturen mama en u ons ook weg?’ Mama draait zich om en loopt de gang in. Papa’s kin trilt. Hij kijkt naar de grond. Niemand zegt een woord. Over de stoel naast de boekenkast hangen de nieuwe kleren die Izaäk zou hebben gedragen tijdens de bar mitswa.
14
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 14
15-07-19 17:06
Ruzie Kleve, oktober 1938
E
r zijn dingen die ik met niemand kan delen. Zelfs niet met Breindy, mijn beste vriendin. En dat komt allemaal door die laffe nazi’s, die bruinhemden! Steeds vaker gebeurt het dat ik mama zie huilen, en toch maakt het me telkens weer overstuur. Maar gisteren gebeurde er iets dat mijn wereld helemaal op z’n kop zette. Ik zag papa huilen. Ik raakte totaal in paniek. Mijn sterke, stoere vader huilde! Het maakt me bang!
Tot vorige week ging papa iedere avond naar het beth hamidrasj om de Talmoed te bestuderen met meneer Homburger van de overkant. Dat doet hij al zolang ik me kan herinneren. Na het eten trekt hij zijn jas aan, neemt zijn Talmoeddeel uit de boekenkast en vertrekt. Om iets over achten komt hij dan weer thuis. Sinds deze week zit papa echter iedere avond in de hoek van de kamer achter zijn schrijftafel met de Talmoed voor zich. ‘Waarom studeert u niet meer met meneer Homburger?’ wil ik weten. Papa trekt zachtjes aan een van mijn vlechten. ‘Het zijn moeilijke tijden voor ons, Sara. Meneer Homburger woont niet langer thuis. Alleen mevrouw Homburger en de kinderen zijn daar nog.’ ‘Waar is meneer Homburger dan naartoe?’ Papa zwijgt 15
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 15
15-07-19 17:06
een hele tijd. Als hij eindelijk iets zegt, krijg ik nog steeds geen antwoord. Hij legt zijn hand onder mijn kin en kijkt mij aan. ‘Lieve Sara,’ zegt hij zacht, ‘als ik er op een dag ook voor een tijdje niet meer ben, net zoals meneer Homburger, zul je dan lief zijn tegen mama? Zul je dan geen ruzie maken met Mirjam over wie van jullie tweeën aan de beurt is om het tafelkleed uit te schudden? Of boos worden omdat je zelf je bed moet opmaken?’ ‘Maar waar wilt u dan naartoe?’ Ik hoor de angst in mijn eigen stem, mijn hart klopt in mijn keel. ‘Ik wil nergens naartoe, Saartje van me. Maar soms worden mensen gedwongen ergens naartoe te gaan. Ik weet niet wat de nazi’s van plan zijn. Misschien brengen ze ook mij naar de plaats waar ze meneer Homburger gebracht hebben.’ Met het openen van de kamerdeur wordt ons gesprek onderbroken. Mama komt binnen. Papa wiegt langzaam heen en weer, hij neuriet zachtjes de oude wijs die bij het studeren in de Talmoed hoort. Ik probeer me weer te concentreren op mijn borduurwerk. De steken dansen voor mijn ogen. Papa gaat weg? Net als meneer Homburger? Net als Shlomi? Net als mijn klasgenootje Rosa, die sinds vorige week niet meer komt opdagen op school? Ik haat de nazi’s! Ik haat die rotvent met die snor, van wie je op iedere straathoek een foto ziet en die blijkbaar zomaar allerlei mensen kan laten verdwijnen. Het neuriën stopt. Ik kijk op van mijn handwerk. Papa staart strak naar de muur. Langzaam, angstaanjagend langzaam, wendt hij zijn hoofd in mijn richting. Onze ogen ontmoeten elkaar. Mijn adem stokt. Over papa’s wangen druppelen tranen! Ik ben bang! Wat gebeurt er allemaal? Waarom is papa 16
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 16
15-07-19 17:06
zo verdrietig? Wat staat ons te wachten? Wat weet hij dat hij mij niet wil vertellen? En: als papa ons gezin niet meer kan helpen, wie dan wel? ‘Sara, ga alsjeblieft naar boven. Het is de hoogste tijd en ik wil iets met papa bespreken. Mirjam ligt al in bed.’ Ik stop mijn borduurwerk, de naald en de strengetjes zijde in mijn handwerktas en gluur nog één keer voorzichtig naar papa. Hij kijkt nu weer naar de tekst voor zich. Langzaam loop ik de trap op. Ik dwing mezelf om te geloven dat deze nare tijd gauw voorbij is, dat alles snel weer normaal wordt. Maar heel diep vanbinnen ben ik bang dat ik mezelf voor de gek houd. Ik voel dat er dingen gaan gebeuren die ons leven nóg meer op z’n kop zullen zetten. Ik ben nog maar nauwelijks boven of Mirjam komt mijn kamer binnen. ‘Nee Mirjam, nu niet. Ga naar bed alsjeblieft. Ik wil niemand zien.’ Ik geef haar een duw en sluit mijn deur met een klap. Ik voel mezelf een vreselijk kind, maar ik vind dat ik het niet kan helpen. Mirjam duwt tegen de deur. Snel draai ik de sleutel om. Nu begint ze ook nog te janken! Kunnen de mensen hier in huis dan niks anders dan huilen? ‘Wegwezen! Naar bed en hou op met huilen! Hoor je, Mirjam?’ Met opgetrokken knieën zit ik op mijn bed. Mijn rug leunt tegen de dikke balk erachter. In deze houding voel ik me in mijn kamer het meest op mijn gemak. Mijn raam kijkt uit over een groot deel van de stad. Links zie ik de schuine muur van de synagoge, onze sjoel. Daar vlak naast, achter het marktplein, ligt het treinstation met de enorme stalen overkapping die in de wijde omtrek zichtbaar is. Vanaf deze hoogte lijken het net modeltreintjes die aan de ene kant de stationskap binnen rijden en even later aan de andere kant weer tevoorschijn komen. Zou meneer 17
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 17
15-07-19 17:06
Homburger met een van die treinen de stad hebben verlaten? En Rosa met haar ouders? En Shlomi? Ik merk dat ik heel snel ademhaal. Mijn hart doet ook raar. Ik ben zó bang. Wordt dat station daar beneden straks de plek waar wij papa voor het laatst zullen zien? En hoe lang gaat het dan duren voordat hij terugkomt? Hij kómt toch wel terug? Opeens zit ik verstijfd. Er kruipt een woord in mijn geheugen dat ik mama verschillende keren heb horen noemen als ze op gedempte toon met papa zat te praten. Het was een moeilijk woord en ik heb geen idee van wat het betekent, maar ik heb het onthouden omdat het zo eng was. De klank in mama’s stem, de angst in haar ogen en papa’s ernstige blik maakten dat woord tot iets gruwelijks: concen-tra-tie-kamp. Is dát soms de plek waar iedereen verdwijnt? Een kamp? Een kamp van de nazi’s dan natuurlijk! En is papa bang dat hij daar ook naartoe moet? Waarom? Wat zouden de nazi’s daar met hem doen? Hoe lang kunnen we dan niet meer tegenover elkaar zitten, papa achter zijn bureau, ik op de poef om samen zo heerlijk te praten over school en vrienden en sjoel en al onze plannen en dromen? Ik veer op. Van beneden klinken vreemde geluiden. Het lijkt wel alsof er iemand schreeuwt. Is dat mama’s stem? Ik luister ademloos. Nu hoor ik papa. Ook hij gaat tekeer! Mirjam bonst opnieuw op mijn deur. Dit keer laat ik haar binnen. Wat is er beneden aan de hand? Mirjam vliegt mij huilend om de hals. ‘Sara, mama schreeuwt tegen papa, en papa schreeuwt tegen mama. Wat gebeurt er? Hebben papa en mama ruzie?’ Dat hebben we nog nooit meegemaakt: papa en mama die zo tegen elkaar tekeer gaan. Ik voel Mirjams warme tranen op mijn voorhoofd. Weer 18
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 18
15-07-19 17:06
klinkt er geschreeuw, dan de klap van een deur die dreunend dichtvalt. Daarna is het stil. ‘Stil maar, Mirjam.’ Ik strijk haar zachtjes over haar haar. ‘Papa en mama zijn bang. Ze maken zich veel zorgen. Meneer Homburger is naar een kamp gestuurd. Misschien moet papa daar ook naartoe. Mama wil daarom naar een ander land verhuizen. Papa vindt dat ze dat niet kan doen, zolang haar eigen vader en moeder hier nog wonen. Mama is het daar wel mee eens, maar ze maakt zich zorgen om ons. Ik geloof dat ze daar nu ruzie over hebben.’ Ik kijk mijn kleine zusje aan en zie dat zij er nog steeds niets van snapt. Ik pak haar polsjes vast. ‘Mirjam, weet je wat het woord ‘paniek’ betekent?’ Ze schudt haar hoofd. ‘Paniek is dat je niet meer weet wat je moet doen van angst. Je bent zo bang dat je niet meer de baas over je zelf bent.’ Mirjam staart me nog steeds met vragende ogen aan. Ik doe geen moeite meer om het verder uit te leggen. Ik ben er opeens te moe voor. En te moedeloos. Wat maakt het eigenlijk uit of Mirjam wel of niet weet wat paniek betekent? Beneden blijft het verder rustig. Mirjam en ik kruipen in mijn bed, dicht tegen elkaar aan. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen mijn zusje weer de kamer uit te sturen. Ik heb haar nu net zo hard nodig als zij mij. Ook mijn wangen zijn nat van de tranen. Ik ken mijn eigen ouders niet meer terug nu ze zelfs luidkeels ruzie met elkaar maken. Ik besef beter dan ooit dat ze veel voor mij verbergen: dingen die hen doodsangsten aanjagen. De afstand tussen hen en mij wordt almaar groter. Mirjam is de enige die ik nog dicht bij me voel. De volgende morgen staart papa strak voor zich uit aan de ontbijttafel. Mama heeft weer haar – inmiddels normale – huilgezicht. Ik zou er aan gewend moeten raken, maar 19
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 19
15-07-19 17:06
krijg geen hap door mijn keel. ‘Sara, eet eens door.’ Vermoeid kijkt mama me aan. Opeens word ik woedend. Ik schuif mijn bord met een vaart over de tafel. Net voor het randje aan de overkant blijft het staan. ‘En wat als ik dat niet doe?’ roep ik. ‘Stuurt u me dan weg? De andere kinderen uit mijn klas achterna? Dan bent u me mooi kwijt. En ik jullie! Dan hoef ik tenminste niet iedere dag al die ellende aan te horen, en die ruzie tussen jullie, zoals gisteravond!’ Ik had mijn ouders niet harder kunnen raken. Het beeld van mama’s lijkbleke gezicht zal ik nooit meer kwijtraken. Ik ren de kamer uit. Woedend op mezelf. Razend op de nazi’s.
20
SaraHetmeisjedatoptransportging.indd 20
15-07-19 17:06
Rabbijn Lody B. van de Kamp (1948) publiceert regelmatig in landelijke en lokale dag- en weekbladen en schreef verschillende romans, waaronde r Oorlogstranen, Weeskinderen en Alleen. Ook publiceerde hij samen met Oumaima Al Abdellaoui Over muren heen. Een hoopvolle briefwisseling. ‘Een aangrijpende roman.’ – EO-VISIE
NUR 337
uitgeverijmozaiek.nl
vd Kamp_Sara_MP_WT.indd 1
9 789023 959052
SARA het meisje dat op transport ging
Een ontroerend verhaal over een vergeten stukje geschiedenis: de Kindertransporten van 1938 en 1939.
L O D Y VA N D E K A M P
De jonge Joodse Sara wordt met haar zusje op transport gezet. Hun moeder blijft achter. Halverwege de reis verdwijnt haar zusje. Nu moet Sara alleen verder, helemaal naar Engeland. Haar wacht de vrijheid. Maar hoe vrij ben je als je zonder je moeder en zusje bent? En bij vreemde mensen woont? Ze voelt zich in de steek gelaten, ontworteld, ook al zijn haar pleegouders nog zo lief voor haar. Heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop wacht ze al die lange oorlogsjaren af of zij haar familie ooit zal terugzien.
LO DY VA N D E K A M P
SARA het meisje dat op transport ging
MOZAÏEK
|
ROMAN
22-07-19 09:28