Skip to main content

Nachtlied - Barbara Taylor. ISBN 9789023958031

Page 1

Een hartverscheurende familiegeschiedenis, gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Pennsylvania, september 1914. Violet was er als enige bij toen haar kleine zusje in de tuin met vuurwerk speelde. Bijna iedereen geeft het achtjarige kind dan ook de schuld van de dood van haar zusje – zelfs Violets moeder. Het drama heeft verwoestende gevolgen voor het gezin. Terwijl vader Owen troost zoekt in de drank, stort moeder Grace zich in de armen van Smart, een denkbeeldig personage dat haar al sinds haar kindertijd vergezelt. Violet is volkomen op zichzelf aangewezen. Ze vindt een uitweg uit de eenzaamheid in de vriendschap met de zonderlinge Poolse jongen Stanley, die als brekerjongen in de mijnen werkt. Maar als haar moeder in nood komt, moet Violet een dramatische keuze maken.

NACHTLIED ‘Een schitterend verhaal, schrijnend en hoopvol tegelijk.’ HISTORIC AL NOVEL SOCIET Y

‘Een aangrijpend verhaal waarin een onvoorziene gebeurtenis een gezin verscheurt, maar een volgend voorval datzelfde gezin op verrassende wijze weer met elkaar weet te verzoenen.’ P U B L I S H E R S W E E K LY

Barbara Taylor is docente Engels in Scranton, Pennsylvania. Nachtlied is haar debuutroman.

NUR 302

Barbara Taylor

uitgeverijmozaiek.nl

Taylor_Nachtlied_WT-HR.indd 1

03-07-19 12:15


Nachtlied


Barbara Taylor

Nachtlied Vertaald door Gerda Lok-Bijzet

Uitgeverij MozaĂŻek, Utrecht


isbn 978 90 239 5803 1 isbn 978 90 239 5804 8 (e-book) nur 302 Vertaling: Gerda Lok-Bijzet Ontwerp omslag: bij Barbara Oorspronkelijk uitgegeven door Akashic Books, New York, USA, door bemiddeling van Blackbird Literary Agency, Baarn, onder de titel Sing in the Morning, Cry at Night. Engelstalige uitgave © 2019 Barbara Taylor Nederlandse uitgave © 2019 Uitgeverij Mozaïek, Utrecht www.uitgeverijmozaiek.nl Alle rechten voorbehouden Uitgeverij Mozaïek vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.


Opgedragen aan mijn vader Carl Ter nagedachtenis aan al mijn ‘Pearls’

This is my story, this is my song… - Fanny J. Crosby


Deel 1

Where Leggett Creek, in beauty springs, In fair Chinchilla’s shade Where the Red Robin sweetly sings: Her holy dust is laid. - George W. Bowen


1 Grace lag in bed naar Violets gerommel in de keuken te luisteren. Wat was dat kind aan het doen? Ontbijten, waarschijnlijk. Ze moest iets eten voordat haar eerste schooldag begon. ‘Ik ben haar moeder,’ mompelde Grace. ‘Haar moeder,’ herhaalde ze. Ze hees zichzelf overeind, zwaaide eerst haar ene been over de rand van het bed en toen het andere. Ze hoorde een melkfles tegen een metalen beker kletsen en probeerde zich voor te stellen hoe haar achtjarige aan tafel zat. ‘Ik ben haar moeder,’ zei ze opnieuw, maar nu proefde ze in haar woorden een wrange smaak die uit haar maag omhoog kroop. Ze boog voorover, braakte in de emmer die naast haar bed stond, kroop terug onder de lakens en sloot haar ogen. ‘Vergeef me, Heer,’ bad ze, wachtend op het geluid van de buitendeur die achter Violet dicht zou vallen. Een uur later sleepte Grace zich naar de keuken voor een kopje thee. Noch de bramenwortel, noch het kweepeerzaad hadden haar misselijkheid verholpen. Vanochtend moest ze maar eens muntblaadjes proberen. Nadat ze een ketel water aan de kook had gebracht, staarde ze naar de wandkalender – een advertentie voor de George Sherman Steenkoolmaatschappij. Schoonste antraciet van Scranton, Pennsylvania Elke mijnwerker in de wijde omtrek had zo’n kalender in huis hangen. ‘Shermans versie van een kerstgroet,’ had Owen

9


afgelopen december gezegd. Hij had het ding op tafel gesmeten, samen met zijn loon. Of wat daar nog van over was, nu hij zijn schulden bij de winkel van de steenkoolmaatschappij had afbetaald. Grace was degene geweest die de kalender moest ophangen. Ze had expres gewacht tot klokslag twaalf uur op nieuwjaarsdag, om zo het ongeluk te weren dat over je huis kwam als je een kalender te vroeg ophing. Alsof je geluk kon afdwingen. Alsof geluksdubbeltjes en klavertjesvier het leven van haar kind hadden kunnen redden. 4 september 1913. Was het echt al twee maanden geleden? Verse tranen baanden zich een weg over Grace’ wangen. Mijn Daisy, dacht ze. Het was echt waar. Toen ze zich omdraaide, zag ze Smart op zijn gebruikelijke stoel aan tafel zitten. Zijn magere verschijning en bleke gelaatskleur brachten haar nog altijd van haar stuk. Twintig jaar geleden was hij voor het eerst verschenen, een paar dagen nadat haar vader zichzelf van het leven had beroofd. Exact het juiste moment om iemand die nog zo jong is vertrouwd te maken met het onoverkomelijke van de dood. Smart zat vaak op een hoekje van haar bed, gekleed in een grijs maatpak dat weliswaar gestoomd en gestreken was, maar toch losjes om zijn schouders hing. ‘Wat moet er nu van ons worden?’ fluisterde hij dan, terwijl hij een zilveren haak uit zijn zak trok en daar nonchalant de glazen knopen op zijn schoenen mee lostrok. Maandenlang had zijn slungelige lijf een donkere schaduw over haar slaapkamer geworpen. ‘Mijn arme Gracie.’ Toen haar zus Lizzie stierf, dook hij weer op. En toen haar moeder niet lang daarna volgde, opnieuw. Tegen die tijd paste zijn maatpak hem uitstekend en had hij zelfs de eerste verschijnselen van een baard. Toen haar miskramen begonnen, stak hij altijd even zijn hoofd om het hoekje van de deur.

10


Hij deed dan zijn jas uit, trok zijn stropdas losser en bleef bij elk bezoek wat langer treuzelen. Daisy’s geboorte leek hem verjaagd te hebben. En na de komst van Violet wist Grace bijna zeker dat ze hem voorgoed de deur had gewezen. Maar toch was hij er ineens weer, niet lang nadat Rose, Grace’ blauwe baby, in het ziekenhuis overleed. Die nacht had hij de mouwen van zijn overhemd opgerold, zijn koffers uitgepakt en het zichzelf gemakkelijk gemaakt. Dat was het moment waarop ze wist dat hij altijd zou blijven terugkeren, en dus bad ze dat de periodes tussen zijn bezoekjes zo lang mogelijk mochten duren. Maar haar gebeden werden niet verhoord. En nu, negen maanden later, zat hij weer tegenover haar; zijn haar in de war, zijn kraag vuil, de knoopjes van zijn overhemd open onder een pezige hals. Ze schuifelde naar de wasbak en begon Violets ontbijtspullen af te wassen. Probeer jezelf bezig te houden – Owens advies toen ze met hem over haar verdriet probeerde te praten. Nogal gemakkelijk gezegd door een man die zeker twaalf uur van zijn dag in een mijn doorbracht. Ja, het was een zware baan, maar het hielp hem wel zijn gedachten te verzetten. Wat wist hij nou van de kwelling van het onbeslapen bed in de kamer waar Daisy’s jurken hingen te wachten tot Violet erin paste? Of van de afschuwelijke pijn bij het plotseling vinden van Daisy’s favoriete haarlint, diep weggestopt tussen de kussens van de bank? ‘Hij zal het nooit begrijpen.’ Het kalmerende kraakje in Smarts stem deinde kabbelend Grace’ oren binnen. Ze veegde de kruimels van Violets bord en droogde het af met een klamme theedoek. ‘Hij is een goede man.’ ‘Die het weer op een zuipen heeft gezet.’ Zonder zich naar hem om te draaien, zwaaide ze met haar vinger naar de reflectie in Owens scheerspiegel die in de vensterbank stond. ‘Dat kun je niet bewijzen.’

11


‘Maar jij wel. Ik heb zelf gezien dat je vannacht het vleugje whisky in zijn adem hebt geroken.’ ‘Je kletst maar wat.’ Ze liet de ontbijtbordjes voor wat ze waren en liet zich op de stoel tegenover hem zakken. Zijn hand kroop in haar richting, maar ze gaf niet toe aan zijn poging tot lichamelijk contact. ‘Dan niet,’ zei hij, terwijl hij de knoophaak uit zijn binnenzak viste. ‘Maar hoe zit dat nu met Violet?’ ‘Hoezo? Wat is er met Violet?’ ‘Als jij het niet zegt, doe ik het wel.’ Hij schraapte het vuil onder zijn vingernagels vandaan. ‘Violet heeft Daisy vermoord. Het is haar schuld. Dat weet jij net zo goed als ik.’ ‘Die woorden heb ik nog nooit hardop gezegd!’ Grace sloeg met haar vuist op tafel, gooide een leeg theekopje eraf. Scherven porselein dansten over de vloer. ‘Kijk nou toch wat je gedaan hebt.’ Ze veegde de stukjes op het kleedje bij de tafel, nam de punten tussen haar vingertoppen en schudde het leeg in de wastobbe. ‘Je bent hier niet welkom. Nooit geweest, ook.’ ‘Daar gaan we weer. Jij durft de dingen gewoon niet hardop uit te spreken.’ Hij trok zijn hemd uit zijn broek, veegde de haak eraan schoon en stopte hem terug in zijn binnenzak. ‘Zoals het hoort.’ Ze legde het vloerkleedje weer op zijn plek en liep naar het fornuis om thee te zetten. Grace kon het niet laten om over zijn woorden na te denken, die woorden als kogels, hard, zwaar en ijskoud. Elke loden lettergreep stond op ontploffen. Elke dag opnieuw had ze ze ingeslikt, ze verstikt met wortels, zaadjes en bladeren. ‘Kom op. Lucht je hart.’ Smart drukte zijn lijf tegen haar rug en beet in haar oor. Er verscheen een rozige kleur op zijn bleke wangen. ‘Je mag Violet best de schuld geven. Geef de waarheid die in je hart schuilt een stem.’ Grace sidderde, zowel door zijn aanraking als door zijn

12


suggestie. Ik ga die woorden niet hardop uitspreken, dacht ze. Ze kon ze maar beter nog dieper in haar buik wegstoppen. Wat als de beschuldiging toch ineens over haar lippen schoot, wanneer ze net de vloer aan het schrobben was, of thee zat te drinken? Je hebt Daisy vermoord! Wat als ze haar mond opende om te bidden, maar in plaats daarvan de beladen woorden afvuurde? Onze Vader, die in de hemelen zijt. Wat gebeurde er met Eva toen Kaïn Abel doodsloeg? Hield ze toen nog steeds van haar kind? Grace duwde Smart van zich af en ging weer aan tafel zitten. ‘Wat weet jij nu helemaal van me?’ ‘Ik ken je angsten. Je pijn.’ Hij stopte zijn bezoedelde hemd terug in zijn broek en haalde een dorre hand door zijn haar. ‘Wij horen bij elkaar. Tweelingen, op dezelfde dag geboren en voor eeuwig aan elkaar verbonden.’ Hij deed een stap dichterbij. ‘Ik wil geen woord meer over Violet horen, begrepen?’ Volledig uitgeput boog ze haar hoofd en huilde. ‘Arme Gracie. Wat moet er nu toch van ons worden?’ Smart tilde haar kin op en veegde met de rug van zijn hand haar tranen weg. ‘Blijf bij me,’ fluisterde hij. ‘Ik zal je nooit in de steek laten.’ Een nazomerbriesje tuimelde door de hordeur en deed Grace heel even ontwaken in een andere wereld. Een wereld met Owen, en ja, zelfs Violet. Een wereld vol liefde. Haar voeten kwamen in beweging, maar haar lichaam wist zich niet van de stoel los te maken. ‘Laten we iets aan die pijn doen,’ kirde Smart. Grace knikte, maar zei niets. ‘Zo veel pijn,’ ging hij verder. ‘Zo veel tranen.’ Hij aaide opnieuw over haar wang. Grace leunde naar voren en drukte haar lippen tegen de holte van zijn uitgestoken hand.

13


2 Terwijl de derdeklassers hun schoonschrift oefenden, riep juffrouw Reese Violet naar de gang. Ze slofte tussen de tafeltjes door en probeerde wanhopig een blik van een van haar klasgenoten te vangen, om te ontdekken wat ze mogelijk verkeerd had gedaan. Maar alle ogen bleven strak op het papier gericht. ‘Mijn oprechte deelneming,’ zei juffrouw Reese toen Violet de gang in stapte. Ze knikte. Ze zat niet in de problemen. De opluchting stroomde door haar lijf. De juf wilde gewoon aardig zijn, haar medeleven betuigen. Daar zou Violet inmiddels al wel aan gewend moeten zijn. Ze zou toch in staat moeten zijn vriendelijk dank u wel te zeggen, zoals haar tijdens de opbaring en de begrafenis zo vaak was opgedragen. Maar voor de zoveelste keer bleven de woorden in haar keel steken. Ze wist nog steeds niet welke woorden ze precies moest gebruiken om het verlies van Daisy te omschrijven, maar dank u wel leek gewoon niet op zijn plaats. ‘Jouw zusje zat vorig jaar bij mij in de klas,’ ging de juf verder. Violet en Daisy hadden vaak over juffrouw Reese gepraat. ‘Ze ruikt naar rozenblaadjes,’ had Daisy gezegd. En nu ze zelf zo dichtbij stond, realiseerde Violet zich dat dat inderdaad zo was. Geen van beide zusjes had ooit eerder zo’n jonge juf gehad. En zo’n mooie. Vorig jaar had Violet nog bij juf Philips in de klas gezeten, een strenge vrouw met grote tanden en een nog veel grotere boezem, die een liniaal kon lanceren als een scherpschutter.

14


Juffrouw Reese knielde voor Violet neer. Haar lange rok golfde om haar knieën en blies een zuchtje wind in Violets richting. ‘Zoals ik al zei, heb ik jouw zusje afgelopen jaar in de klas gehad.’ Violet vroeg zich af waarom ze haar zin herhaalde en probeerde zo beleefd mogelijk te knikken. De juf trok een zakdoekje uit haar mouw en stak dat naar Violet uit. Violet had niet geniest en ze had ook geen snotneuzen gehad – de enige twee redenen waarom je op school een zakdoekje zou gebruiken. ‘Nee, dank u wel,’ zei ze. Juffrouw Reese kwam bruusk overeind, schudde haar rok recht en stuurde Violet terug naar het tafeltje dat ze met Olive Manley deelde. Later die ochtend, toen de eerste pauze was begonnen, zat Violet op het schooldeurtrapje te luisteren naar het verslag dat juffrouw Reese aan juffrouw Philips deed van hun onderonsje, eerder die ochtend. ‘Ze heeft geen traan gelaten. En dat terwijl het toch nog maar twee maanden geleden is.’ ‘Het is een rare,’ zei juffrouw Philips, terwijl ze met haar strenge blik het potje blikjesvoetbal bleef volgen dat verderop op het plein werd gespeeld. ‘Zij was de enige andere persoon die die middag ook in de tuin was. Maar ja, we zullen de waarheid waarschijnlijk wel nooit te weten komen,’ vervolgde ze, alsof ze haar eerdere opmerking moest verduidelijken. Violet keek op en ontdekte dat ze niet de enige was die zat mee te luisteren. Om haar heen stonden haar klasgenootjes het gesprekje tussen beide juffen gefascineerd te volgen. Na de pauze ging Olive plotseling aan het lege tafeltje naast Lydia Parker zitten.

15


‘Wat is er mis met de plek die ik jou heb gegeven?’ wilde juffrouw Reese weten. Olive keek verschrikt in Violets richting. ‘Dus je staat liever de hele dag met je neus in de hoek?’ ‘Nee, juf.’ Olive stond op en liet zich demonstratief in de stoel naast Violet zakken, zonder de rest van de dag ook maar een blik of een woord met haar te wisselen. *** Toen juffrouw Reese de bel voor de middagpauze luidde, was Olive al opgesprongen voordat de klepel goed en wel uitgeslagen was. De andere leerlingen volgden haar het lokaal uit. Maar Violet bleef zitten, veegde de punt van haar pen af en legde haar boeken op een keurige stapel. Ze treuzelde net zolang tot ze zeker wist dat het lokaal helemaal leeg was. Toen slenterde ze het schoolplein op en probeerde zichzelf ervan te overtuigen dat zelfgekozen eenzaamheid betekende dat ze het zelf voor het kiezen had. Terwijl ze de heuvel af liep, sprong Evan Evans, beter bekend als Tweemaal Evan, plotseling tevoorschijn vanachter de stam van een dikke eikenboom. ‘Hé, slome!’ Met geheven hoofd en haar blik strak op de weg gericht probeerde Violet om de jongen heen te lopen. Evan spiegelde haar stappen, zodat ze er niet langs kon. ‘Waarom loop je hier in je eentje? De rest is al bijna thuis.’ Hij gaf een vette knipoog in de richting van de overwoekerde vlierbesstruiken, van waaruit een zacht gegiechel opsteeg. ‘Behalve jij,’ zei ze, nog steeds vastbesloten om niet te kijken naar hem of zijn vriendjes die zich in het struikgewas verstopt hadden. ‘Jammer genoeg.’ Iedereen wist dat Evan net zo’n pestkop was als zijn moeder Myrtle. Maar Violet was

16


niet van plan om ook maar een greintje zwakheid te tonen. ‘Ik wil best even met je meelopen.’ ‘Nee, dank je.’ Violet gluurde naar de straat. Er stond een melkwagen, waardoor ze niet kon oversteken. ‘Ik wil niet dat je moeder ongerust wordt. Zeker niet nu…’ De struiken schudden van een nerveus gegrinnik. ‘Kun je alsjeblieft even aan de kant gaan?’ ‘Mag ik je een vraag stellen?’ ‘Straks kom ik te laat.’ ‘Heb je echt je zus vermoord?’ Violet sloeg Tweemaal Evan zo hard, dat hij met zijn hoofd tegen de boomstam smakte. ‘Vraag dat nog eens!’ Met een van pijn vertrokken gezicht wreef hij over zijn hoofd. ‘Had m’n moeder dus toch gelijk,’ zei hij, terwijl hij Violet de vlierbesstruiken in duwde. Zijn verstopte vrienden hadden het inmiddels op een lopen gezet. ‘Je bent echt gek.’ Evan trok een sprintje en holde achter zijn vrienden aan de heuvel af. Violet probeerde zich uit de struiken te wurmen, maar kon nergens genoeg grip krijgen om zichzelf op te trekken. Net toen ze haar tranen niet meer kon bedwingen, strekten zich twee handen naar haar uit, die haar voorzichtig overeind trokken. ‘Dankjewel,’ stamelde ze, te beschaamd om op te kijken. ‘Hij vroeg erom, echt hoor.’ ‘Stanley?’ zei Violet, toen ze zijn schrille stemgeluid herkende. Van alle redders die ze had kunnen bedenken, was het nota bene Stanley Adamski. Stinkende Stanley. Stomme Stanley. Niet dat ze hem zelf ooit zo had genoemd, maar ze had de kinderen die dat wel deden ook nooit tegengesproken. Er hing inderdaad een luchtje om Stanley heen, merkte Violet verbaasd op. Volgens haar moeder hadden Poolse vrouwen smetteloze keukens. Dan moesten hun kinderen toch ook

17


brandschoon zijn? Stanley was maar een jaar ouder dan zij en toch zat hij nog steeds in de tweede klas. Dat kwam vooral doordat hij bijna nooit naar school kwam, maar de grotere jongens bleven hem steevast ‘domme Pool’ noemen. Vanuit Stanley gezien waren alle jongens groter. Hij was hooguit een meter lang, ook als hij op zijn tenen stond, zeker twintig centimeter korter dan de meeste jongens van zijn leeftijd. Zelfs Violet kon over hem heen kijken. ‘Nogmaals bedankt,’ mompelde ze, terwijl ze de blaadjes van haar overgooier veegde. Ze begon de heuvel af te rennen en riep over haar schouder: ‘Mijn moeder wacht op me!’ Toen ze veilig en wel op de veranda stond, draaide ze zich voorzichtig om. Stanley stond boven op de heuvel naar haar te zwaaien. Ze deed alsof ze hem niet zag en glipte naar binnen. Om haar moeder niet te storen, sloop Violet op kousenvoeten door de keuken. Ze vond een oud biscuitje en smeerde er een lik stroop op. Als ze haar ogen sloot en de stroop op haar tong liet smelten, kon ze kerst met zijn gemberkoekjes en gekonfijte snoepjes bijna proeven. ‘Ben jij dat, kind?’ riep haar moeder vanuit haar slaapkamer. Violet gluurde naar het biscuitje, het laatste dat ze had kunnen vinden. ‘Kan ik iets voor u doen?’ riep ze terug. ‘Een kopje thee, graag.’ Violet stookte het vuur op en zette een halfvolle ketel op het fornuis. Als ze nu nog thee moest zetten, zou ze minstens tien minuten te laat op school komen. Ze hoopte maar dat juffrouw Reese daar geen probleem van zou maken. Nadat ze de theebladeren had laten trekken, schepte Violet een lepel room van de melk en roerde die door de thee. Het bubbelende schuim vormde een witte kraag in het theekopje. ‘Beter dan dit wordt het niet,’ zei ze, terwijl ze voorzichtig een slokje nam. Het was een van haar moeders favoriete uitdrukkingen.

18


‘Als u verder niets meer nodig hebt…’ zei Violet, terwijl ze de kop-en-schotel op het tafeltje naast haar moeders bed zette. ‘Kijk toch uit!’ snauwde Grace. Ze greep naar het fotolijstje waarin een foto van Daisy en haar vriendinnen prijkte. De foto was genomen op de dag des onheils. Daisy stond op het uiterste einde van de tweede rij, haar lange haar samengebonden in een strik en haar doopjurk blinkend wit in de middagzon. Terwijl de andere zes meisjes strak in de camera tuurden, keek Daisy erlangs. Het leek alsof haar gedachten al heel ver weg waren, en haar lichaam elk moment kon volgen. Grace dronk de afwezige glimlach in, de stralende ogen. Toen wist je nog niet wat de dag je zou brengen, lieveling. Natuurlijk niet, dacht ze opgelucht. Ze bestudeerde de andere meisjes: Flo, Ruth, Marion op de eerste rij, Janie en Susie op de tweede. Geen tekenen, geen aanwijzingen van wat er te gebeuren stond. En toen ineens, hoe onmogelijk dat na twee maanden ook leek, zag ze Violet staan. Op de een of andere manier had ze zich in de foto weten te persen. Haar gesloten rechterhand bedekte een deel van haar mond; haar linkerhand omklemde de rok van Daisy’s jurk. Violet was bang geweest dat ze de foto verpest had. Ze wist heel goed dat ze er niet bij hoorde. ‘Ik kan maar beter gaan,’ zei ze aarzelend. Op dat moment bereikte de zure lucht van braaksel haar neusgaten, het verstikte haar bijna. ‘U hebt vanochtend alweer overgegeven, zie ik.’ Ze hield haar adem in, liep naar de po en tilde die met beide handen op. De po legen zou haar vijf minuten extra vertraging opleveren. Toen ze eindelijk weg wist te komen, zag ze Stanley. Hij stond onder aan de verandatrap op haar te wachten en hield in elke hand een vishengel. ‘Heb jij weleens gespijbeld?’

19


Een hartverscheurende familiegeschiedenis, gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Pennsylvania, september 1914. Violet was er als enige bij toen haar kleine zusje in de tuin met vuurwerk speelde. Bijna iedereen geeft het achtjarige kind dan ook de schuld van de dood van haar zusje – zelfs Violets moeder. Het drama heeft verwoestende gevolgen voor het gezin. Terwijl vader Owen troost zoekt in de drank, stort moeder Grace zich in de armen van Smart, een denkbeeldig personage dat haar al sinds haar kindertijd vergezelt. Violet is volkomen op zichzelf aangewezen. Ze vindt een uitweg uit de eenzaamheid in de vriendschap met de zonderlinge Poolse jongen Stanley, die als brekerjongen in de mijnen werkt. Maar als haar moeder in nood komt, moet Violet een dramatische keuze maken.

NACHTLIED ‘Een schitterend verhaal, schrijnend en hoopvol tegelijk.’ HISTORIC AL NOVEL SOCIET Y

‘Een aangrijpend verhaal waarin een onvoorziene gebeurtenis een gezin verscheurt, maar een volgend voorval datzelfde gezin op verrassende wijze weer met elkaar weet te verzoenen.’ P U B L I S H E R S W E E K LY

Barbara Taylor is docente Engels in Scranton, Pennsylvania. Nachtlied is haar debuutroman.

NUR 302

Barbara Taylor

uitgeverijmozaiek.nl

Taylor_Nachtlied_WT-HR.indd 1

03-07-19 12:15


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook