Skip to main content

Eerherstel voor Thomas- Roger Dewandeler. ISBN 9789023956815

Page 1

Roger Dewandeler is predikant van de Protestantse Kerk in Nederland voor de Waalse gemeenten van Dordrecht, Breda en Middelburg. Tevens is hij gastvoorganger bij de Remonstranten.

Spiritualiteit van de twijfel Roger Dewandeler

Twijfelen en geloven zijn niet met elkaar in strijd, zij gaan hand in hand. Vragen stellen, nuanceren, erkennen dat niemand de waarheid in pacht heeft: dat zijn essentiĂŤle kenmerken van een constructieve houding, ook in het kader van het geloof. Niet alles voor zoete koek aannemen, ons gezonde verstand gebruiken en vooral in dialoog durven treden: zo kunnen we vanuit een christelijke achtergrond een bijdrage leveren aan de grote vraagstukken van deze tijd. Aan de hand van enkele kernbegrippen uit de filosofie, Bijbelse figuren en moderne theologen wil Roger Dewandeler laten zien dat geloof en twijfel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Spiritualiteit van de twijfel

NUR 700 ISBN 978 90 239 5681 5

Roger Dewandeler omslag twijfel-keuze.indd 1

09-04-19 11:33


SPIRITUALITEIT VAN DE TWIJFEL

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 1

08-04-19 15:13


Roger Dewandeler

Spiritualiteit van de twijfel Vertaling Marieke Lodder

KokBoekencentrum Uitgevers • Utrecht

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 3

08-04-19 15:13


Oorspronkelijke titel: SpiritualitÊ du Doute Oorspronkelijke uitgever: Editions Lessius Nederlandse vertaling: Marieke Lodder, Taalpraktijk Esprit Ontwerp omslag: Oblong, Jet Frenken Lay-out binnenwerk: Gewoon Geertje ISBN 978 90 239 5681 5 ISBN 978 90 239 5682 2 (e-book) NUR 700 www.kokboekencentrum.nl Š 2019 KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht Alle rechten voorbehouden. KokBoekencentrum Uitgevers vinden het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 4

08-04-19 15:13


En de geloofwaardigheid van zo’n getuige wordt niet gevormd door zijn ongeloof of de knagende achterdocht waarmee hij weigert om naar andere getuigen te luisteren, ook niet door zijn zelfverzekerdheid of zijn verpletterende vertrouwen de waarheid in pacht te hebben, maar door het oplettende vertrouwen dat hij schenkt aan alle getuigenissen en de onzekerheid waarmee hij getuigt van wat hij meent te weten. Olivier Abel, filosoof Maar het zijn de twijfel en het mysterie waarover U me het meest hebt geleerd. Uit het chanson ‘Le chêne liège’ Francis Cabrel, zanger

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 5

08-04-19 15:13


Inhoud Voorwoord bij de Nederlandse editie – Rick Benjamins Voorwoord bij de Franse editie – André Gounelle

9 11

Vingerwijzing 15 Inleiding 17 1. Wantrouwen

21

2. Betwistend geloof

51

3. Vertrouwen

91

4. Onderzoekend geloof

117

7

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 7

08-04-19 15:13


1 Wantrouwen Wantrouw de zogenaamd valse Kerstmannen: ze zijn allemaal echt. Jean Yanne, filmregisseur Op het terrein van de kennis is het vermogen om te twijfelen een teken van goede intellectuele gezondheid: vooroordelen in twijfel trekken, hypotheses onderzoeken, informatie verifiëren vóór het geven van nieuwe verklaringen, die op hun beurt ook weer ter discussie gesteld worden. Deze benadering van de waarheid is een onontkoombaar methodologisch instrument geworden voor iedereen die serieus genomen wil worden. Wetenschappers toetsen hun hypotheses, journalisten checken zorgvuldig hun bronnen, docenten doen hun best om de lesstof objectief te presenteren, politici baseren zich op betrouwbare sociologische en economische analyses, internetgebruikers geloven niet alles wat hun wordt voorgeschoteld, enzovoort. Tegenwoordig is twijfelen geen gebrek, maar een troef, een kwaliteit! Gevestigde opvattingen en al te stellige beweringen worden gewantrouwd. Want onze cultuur is gevormd door twijfel. ‘Je kunt niet wantrouwig genoeg zijn’, zegt een volkswijsheid, en die uitdrukking past precies bij mijn verhaal, althans bij het eerste deel, dat ook in die trant getiteld is: Wantrouwen. Afstand nemen van geloof, van vertrouwen. Wan-trouwen. 21

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 21

08-04-19 15:13


Ik vraag me af hoe we gekomen zijn van de mens die een ander op zijn woord gelooft tot de mens die aan alles twijfelt, van de eeuwenlange traditie waarin twijfel verdacht was tot de mogelijkheid van een vruchtbare twijfel. Het lijkt me mogelijk om enkele essentiële momenten te benoemen waarop de twijfel verheven is tot zowel een onbetwist epistemologisch instrument als een existen­ tiële, uiterst wijze benadering. Drie momenten uit de geschiedenis van het denken, gekoppeld aan drie periodes van de westerse geschiedenis (oudheid, renaissance en moderne tijd), en ook aan drie dimensies van de twijfel: de sceptische houding van het pyrronisme, de methodologische twijfel van het cartesianisme en de kritische verdenking van het atheïsme. Hoe zagen deze stromingen de twijfel? Alleen is het hier niet zozeer het (religieuze) object van de twijfel dat ons interesseert, als wel de twijfel zelf, met zijn wortels en zijn mechanismes. Wat betekent twijfelen? In welke vormen ontvouwt zich deze moderne houding? Wie zijn onze ‘Vaders van de twijfel’? Wat doe ik als ik twijfel?

Wat weet ik?

We weten vrijwel niets van Pyrrho van Elis (360-275 v. Chr.), een filosoof uit de Griekse oudheid, behalve dat hij de grondlegger was van een denkrichting die zijn naam draagt, het pyrronisme. Wat er over hem verteld wordt, lijkt vaak sterk op legendes. En dat is niet vreemd, omdat deze verhalen door zijn leerlingen verteld zijn. Volgens Diogenes Laërtius (begin derde eeuw n. Chr.), die verslag doet van de traditie van Diocles, waagde Pyrrho, zoon van Plistarchus, zich eerst aan de schilderkunst, maar zonder veel succes. Vervolgens wijdde hij zijn leven aan de filosofie. Hij volgde zijn meester Anaxarchus op reizen naar India en Perzië. Terug in Elis ‘leidde Pyrrho een respectabel leven, bij zijn zuster die vroedvrouw was’ 22

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 22

08-04-19 15:13


en stierf op 84-jarige leeftijd. Zijn leerlingen herinnerden zich hem als een bewonderenswaardig man. Een van hen richtte zich tot hem met de volgende woorden: ‘Nog terwijl je een mens bent, leid je een rustig, moeiteloos leven, en als enige onder de mensen gedraag je je als een god.’ Er wordt beweerd dat hij alles verdroeg en niets vermeed, zelfs niet om aangereden te worden door een kar, omdat hij ervan overtuigd was dat je niet op je zintuigen moet vertrouwen. Vanwege dat principe schoot hij zijn meester Anaxarchus ook niet te hulp toen die op een dag in een modderpoel was gevallen. Die laatste feliciteerde hem omdat hij onverschillig was gebleven en niet had toegegeven aan zijn gevoelens. Er wordt ook gezegd dat hij tijdens een zware storm op zee als enige zijn kalmte bewaarde en een voorbeeld nam aan een biggetje dat rustig aan boord stond te eten, zonder zich zorgen te maken over de gevaren die het bedreigden. Later zou Montaigne naar dit verhaal verwijzen: ‘Kunnen wij onze huid wijsmaken dat zweepslagen alleen maar kriebelen, en onze smaak­ papillen dat het sap van de aloë een Graves supérieures is? Hier zit het varken van Pyrrho in precies hetzelfde schuitje als wij.’1 Diogenes Laërtius vertelt ook dat hij zo werd bewonderd dat men hem tot hogepriester benoemde en voor alle filosofen belastingvrijstelling invoerde – de scheiding tussen ‘kerk’ (tempel) en staat bestond nog niet! Pyrrho van Elis heeft geen enkel geschrift nagelaten. Gelukkig hebben zijn leerlingen zijn gedachtengoed doorgegeven. Eerst zijn directe leerlingen, met name Timon van Phlius (325-235 v. Chr.); later Sextus Empiricus, in zijn overzicht van de sceptische filosofie, Hoofdlijnen van het pyrronisme (rond 190 n. Chr.), en Diogenes Laërtius (begin derde eeuw n. Chr.). 1 Montaigne, Essais I, 14, Atheneum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2015, p. 72. Vertaling: Hans van Pinxteren.

23

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 23

08-04-19 15:13


Het eerste belangrijke principe van het pyrronisme stelt dat we nooit op onze zintuigen mogen vertrouwen. Niet omdat ze een valse voorstelling van de werkelijkheid geven, maar omdat ze er ons altijd alleen een gedeeltelijk en partijdig beeld van geven. Wat ik zie, wat ik voel, wat ik hoor, dat alles is niet fout, maar het zou kunnen dat ik het in andere omstandigheden anders zie, voel of hoor. Omdat iedere waarnemer verschillend is en op een andere manier kijkt; omdat de werkelijkheid zelf meervoudig en veranderlijk is; omdat de omstandigheden waaronder we waarnemen, nooit precies hetzelfde zijn. Er is maar één ding zeker: dat niets zeker is! Er is niets dat met zekerheid vastgesteld kan worden, en we kunnen er beter van afzien de definitieve waarheid van de dingen te willen kennen. De houding van de scepticus bestaat er dus in dat hij zijn oordeel opschort en niets definitief bevestigt of verwerpt. Dat is de beoefening van de epoche, Grieks voor ‘onderbreking’: ons oordeel over onzekere zaken onderbreken, opschorten, en vermijden om argumenten te bevestigingen. Omdat we nergens zeker van zijn, en niets anders tot onze beschikking hebben dan onze gemoedstoestanden – met onze zintuigen kunnen we de essentie van de dingen niet waarnemen. Ook al verschaffen onze zintuigen ons informatie over de werkelijkheid die ons omringt, en ook al is het waar dat we daar voor het moment best rekening mee kunnen houden, toch is het uitgesloten dat we er definitieve waarheden aan ontlenen, zoals de dogmatici doen. ‘We merken wel dat het vuur brandt, maar of het van nature het vermogen heeft om te branden, daarover schorten we onze mening op.’2 Want in werkelijkheid is ‘niets meer het ene dan het andere’. Dat is het beroemde adagium van de sceptici 2 D iogenes Laërtius, Leven en leer van beroemde filosofen, Ambo, Amsterdam, 2000. Vertaling: Rein Ferwerda.

24

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 24

08-04-19 15:13


(in het Grieks: ou mallon). Je kunt zeggen dat het koud is vandaag, maar afhankelijk van de persoon die waarneemt – zijn gewoontes, zijn gezondheid, zijn kleding, zijn gevoeligheid voor kou – zou je net zo goed tot de conclusie kunnen komen dat het warm is. Uiteindelijk is niets meer zó dan anders. Alles kan vanuit een andere gezichtshoek bekeken en op andere wijze verklaard worden: ‘Ieder argument kan tegengesproken worden door een gelijkwaardig, tegengesteld argument.’3 Het gaat er ten slotte om, onze vooronderstellingen over de wereld zoals we die kennen door onze zintuigen, te onderzoeken; en als we dat doen, vinden we slechts veranderlijkheid. Omdat waarneming altijd gedeeltelijk is, kan alles en het tegendeel daarvan beweerd worden. We weten nooit wat waar is, en iedere vermeende waarheid (dogma) moet voortdurend weer in twijfel worden getrokken. Uit voorzorg is het beter om de dingen zo te formuleren dat erin doorklinkt dat het nooit meer is dan een manier van waarnemen. Zoals Timon zei: ‘Ik beweer niet dat honing zoet is, maar ik erken dat het zoet lijkt.’4 Volgens Sextus Empiricus, die een goed overzicht van de sceptische filosofie schreef, laat die zich dus in wezen definiëren als tegenstelling tot de dogmatische benadering. Dogmatici houden eraan vast om oordelen met een definitief karakter ‘met zekerheid te bevestigen of te ontkennen’. Sceptici blijven echter zoeken. Volgens hen is het een illusie om te pretenderen dat het mogelijk is algemene waarheden, dogma’s, vast te stellen. Onophoudelijk onderzoeken, onvermoeibaar vragen blijven stellen. Het scepticisme wordt onderzoekend genoemd omdat het bestaat in zoeken en voortdurend bestuderen van verschijnselen (van het 3 S extus Empiricus, Hoofdlijnen van het pyrronisme, boek I, hoofdstuk VI, Ambo, Amsterdam, 2002. Vertaling: Rein Ferwerda. 4 Diogenenes Laërtius, Leven en leer van beroemde filosofen, hoofdstuk IX, 105.

25

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 25

08-04-19 15:13


Griekse skeptomai), het wordt opschortend genoemd omdat het – vanwege dat onvermogen om algemene waarheden vast te stellen – adviseert om ‘altijd zijn oordeel op te schorten’, en het wordt aporetisch genoemd omdat het uitnodigt tot voortdurende aarzeling.5 De pyrronistische filosofen worden onderzoekers genoemd omdat ze altijd de waarheid zochten, sceptici omdat ze alles onderzochten maar nooit zekerheid vonden, twijfe­ laars omdat het resultaat van hun naspeuringen twijfel was, en onwetenden omdat volgens hen de dogmatici zelf ook onwetend zijn.6 Het scepticisme is ook te beschouwen als een vermogen, een kunst die te werk gaat door tastbare dingen met elkaar te vergelijken, en zaken die het verstand betreffen buiten beschouwing te laten. Een onderzoeksmethode die zich beperkt tot zintuiglijke waarneming en zich niet waagt aan pogingen tot conceptualiseren, theoretiseren en het opstellen van algemene regels, dogma’s. De epoche bestaat erin niets te bevestigen of te ontkennen, wat het ook is – naar het eerdergenoemde voorbeeld van Pyrrho die zijn meester Anaxarchus niet te hulp kwam en de hypothese openliet dat zijn zintuigen hem misschien een verkeerd beeld van de werkelijkheid gaven. Uiteindelijk is het hoogste doel van de sceptische benadering de mens te behoeden voor ongeluk. Twijfel gaat gepaard met de zoektocht naar de kalmte, gemoedsrust en afwezigheid van verwarring die ontstaan als je afziet van bedrieglijke dogmatische kennis. Want als een dogmaticus verstoken is van datgene wat hij als goed beschouwt, verbeeldt hij zich een kwaadaardige oorzaak voor dat gebrek. Dat leidt tot verwarring, kwelling en koortsachtig zoeken om het gemis te compenseren. En het ergste is nog 5 Sextus Emiricus, Hoofdlijnen van het pyrronisme, boek I, hoofdstuk III. 6 Diogenes Laërtius, Leven en leer van beroemde filosofen, hoofdstuk IX, 70.

26

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 26

08-04-19 15:13


dat het verwerven van goederen het probleem niet oplost; en dat als dat al lukt, de eigenaar het risico loopt ten onder te gaan door trots (mateloze zelfverheffing) of door de angst alles te verliezen. Een scepticus daarentegen kiest een andere houding: hij ziet ervan af te bepalen wat goed en slecht is. Dat vrijwaart hem niet voor lijden en ongemak, maar ‘door niet te besluiten dat iets wat hem hindert, een kwaad op zich is’, lijdt de scepticus daar minder onder dan de gewone man. Wat betreft dingen zoals eten, drinken en uitrusten, die goed zijn ongeacht de mening die je erover hebt, ligt het anders. De ideale houding ten opzichte van deze gevoelens en de ‘onwillekeurige gewaarwordingen’ (honger en dorst) die onvermijdelijk bevredigd moeten worden, is metriopathie: ‘de beheersing van hartstochten en lijden in noodzakelijke en onvermijdelijke situaties’. Kalmte, onverschilligheid? In ieder geval datgene waardoor Pyrrho, naar men zegt, alles verdroeg. Zelfs aangereden worden door een kar of omvergeblazen worden door hevige stormwinden.

Twijfelen om te weten

René Descartes wordt geboren op 31 maart 1596 in La Haye, in Indre-et-Loire. Als hij één jaar is, sterft zijn moeder en wordt hij aan zijn oma toevertrouwd. Hij heeft een zwakke gezondheid, maar blijkt al snel zeer intelligent te zijn en vertoont een bijzondere voorliefde voor de exacte wetenschappen (wis- en natuurkunde), maar ook voor filosofie. Als hij volwassen is, begint hij een militaire loopbaan die hem naar Holland, Denemarken en Duitsland voert. Tegelijkertijd wijdt hij zich aan de studie; en in Neuburg, in november 1619, ziet hij in een soort visioen de grondslag van zijn methode. Tien jaar later vestigt hij zich definitief in de Republiek der Verenigde Provinciën waar hij zich onder meer met wiskunde en anatomie bezighoudt. 27

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 27

08-04-19 15:13


Misschien verontrust door de veroordeling van Galilei, besluit Descartes in de winter van 1633 om zich meer op de filosofie te richten. In de herfst van 1649 wordt hij benoemd tot huisleraar van koningin Christina in Stockholm, waar hij een jaar later sterft aan de gevolgen van een longontsteking. In de zeventiende eeuw veranderen belangrijke ontdekkingen de kennis van de wereld ingrijpend. Men spreekt zelfs van een soort renaissance. De kerk van Rome voelt haar gezag wankelen en tolereert niet dat geloofszekerheden ongestraft in twijfel worden getrokken. Tot dan toe berustte de beschikbare kennis van de wereld op theolo­ gische en metafysische argumenten, en de Bijbel was de belangrijkste kennisbron. Beïnvloed door de ideeën van zijn tijd pleit René Descartes voor een experimentele we­ tenschap, die niet langer op metafysica gestoeld is, maar op zorgvuldig uitgevoerde experimenten en analyse van geobserveerde feiten. Als basis voor een universele wetenschap ontwikkelt hij een op twijfel gebaseerde methode die hij uiteenzet in zijn Discours de la méthode (1637, Over de methode)7. Dit werk bestaat uit zes delen, waarvan we ons met name zullen bezighouden met het tweede (regels van de methode) en het derde (leefregels die daaruit voortvloeien). 7 D escartes, Over de methode, Boom, Amsterdam, 2011. Vertaling: Jeanne Holierhoek. (De paginanummering in deze paragraaf verwijst naar deze uitgave.) In een ander werk dat enkele jaren later verscheen, Méditations méta­ physiques (1641), gaat Descartes nader in op de vraag naar het bestaan van God. Hij wil daarin aantonen hoe ook op dat gebied het beoefenen van twijfel behulpzaam is om zich te ontdoen van vooroordelen en vals geloof (deel 1) en leidt tot zekerheid omtrent het bestaan van God. Die zekerheid berust op Descartes’ besef van zijn eigen bestaan en op zijn idee dat er een volmaakt soeverein wezen bestaat (deel 3). Toch verwijs ik in dit eerste hoofdstuk niet naar dat werk, omdat, zoals ik in het begin heb uitgelegd, mijn focus niet zozeer ligt op het religieuze object van de twijfel (God), maar meer op de dynamiek van de twijfel, het twijfelen zelf.

28

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 28

08-04-19 15:13


Maar eerst iets over het eerste deel, dat als inleiding voor het gehele werk dient. Alles begint bij deze constatering: ‘Het gezond verstand is het best verdeelde goed ter wereld.’ Iedereen wil altijd gelijk hebben; vandaar dat er zo’n grote diversiteit aan meningen bestaat. Maar wie heeft er gelijk? Dat is de vraag waarop het verlangen naar kennis voortdurend stuit. Als het om hemzelf gaat is Descartes ‘doorgaans eerder tot een ongunstig dan tot een aanmatigend oordeel geneigd’ (62). Eerder in twijfel trekken wat we denken te weten, dan blindelings geloven wat onze zintuigen ons vertellen, want ‘het is mogelijk dat ik me vergis en wellicht is wat ik voor goud en diamanten houd niet meer dan wat koper en glas’ (62). Deze gouden regel zegt Descartes sinds lang te be­ oefenen. Al bij het verlaten van het prestigieuze jezuïetencollege ‘was ik opgezadeld met zoveel twijfels en dwalingen dat mijn poging om iets te leren mij niets anders leek te hebben opgeleverd dan dat ik mij meer en meer mijn onwetendheid realiseerde’ (63). Alle vakken die er onderwezen worden zijn weliswaar nuttig, maar volgens de jonge Descartes leveren ze niets op dat voldoende solide is, omdat ze gebaseerd zijn op de wankele fundamenten van de metafysica. Daarom onttrekt hij zich, zodra hij de kans krijgt, aan het gezag van zijn leermeesters om de wereld met al zijn culturen en mensen van verschillende stand en aard te gaan verkennen. Want hij hoopt meer waarheid te ontmoeten ‘in de gedachten die iedereen zich vormt over datgene wat hemzelf aangaat […] dan in die van een geleerde in zijn kabinet’ (69). En deze zoektocht brengt hem opnieuw tot dezelfde constatering: Vanuit de ervaring dat dingen die ons buitensporig en belachelijk voorkomen, niettemin door hele volksstammen algemeen goedgekeurd en geaccepteerd werden, leerde 29

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 29

08-04-19 15:13


[ik] niet al te vast te geloven in de zekerheden die mij door gewoonte en voorbeeld eigen waren geworden. En zo wist ik mij langzamerhand te ontdoen van de vele misvattingen die ons natuurlijk licht kunnen verduisteren en afbreuk doen aan ons vermogen om de stem van de rede te beluisteren. (69)

Aan het eind van deze tijd van studie en reizen komt Descartes tot een conclusie die in wezen niet zo ver van het pyrronisme afstaat: nooit definitief geloof hechten aan alles wat alleen gebaseerd is op voorbeelden en gewoontes, minder afgaan op de zintuigen en de traditie dan op het beoefenen van de rede. In het tweede deel wordt de beroemde cartesiaanse methode uiteengezet. Het principe is eenvoudig: uiterste nauwkeurigheid is noodzakelijk, niet alles geloven wat er gezegd wordt, niet voor waar aannemen wat onvoldoende is aangetoond, op zijn hoede zijn voor pasklare ideeën en vooroordelen, alles wat twijfelachtig is terzijde schuiven, zo nodig ter discussie stellen wat men altijd voor waar heeft gehouden, en stapsgewijs voortgaan, altijd op basis van wat al redelijkerwijs is aangetoond. Dat alles kan geformuleerd worden in vier voorschriften, die in het tweede deel uiteengezet worden (78-79), en waaraan men zou moeten besluiten ‘zich altijd en zonder enige uitzondering te houden’: De eerste regel was dat ik nooit iets voor waar zou aannemen waarvan ik niet zelf de waarheid op evidente wijze inzag, dat wil zeggen dat ik een overhaast of vooringenomen oordeel zorgvuldig zou vermijden, en mijn oordeel uitsluitend zou baseren op wat zich zó helder en zó welonderscheiden aan mijn geest zou voordoen dat ik er niet meer aan kon twijfelen.

30

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 30

08-04-19 15:13


Ten tweede zou ik elk te onderzoeken probleem eerst in zo veel stukken verdelen als mogelijk en voor een juiste oplossing noodzakelijk zou zijn. Mijn derde stelregel was dat ik mijn gedachten volgens een bepaalde orde zou doen verlopen, dat wil zeggen dat ik zou beginnen met de meest eenvoudige dingen, die het makkelijkst te kennen zijn, en langzaamaan, als het ware stap voor stap, zou opstijgen tot de kennis van de meest ingewikkelde zaken, en zelfs een orde zou veronderstellen tussen de dingen die van nature niet op elkaar volgen. Ten slotte zou ik voortdurend een zo volledig en zo systematisch overzicht maken dat ik zeker niets zou vergeten.

Een viervoudige eis. In de eerste plaats de zekerheid: niets voor waar aannemen wat niet exact is aangetoond. Vervolgens een gedetailleerde analyse: de moeilijkheden opsplitsen om het onderzoek ernaar te vergemakkelijken. Dan de ordening, de synthese en de deductie: niet op goed geluk voortgaan, maar van het eenvoudigste naar het meest ingewikkelde. Ten slotte de controle: de balans opmaken en onderzoeken of met alles rekening is gehouden. Van deze methode, die we ons bewust of onbewust hebben eigen gemaakt, interesseert ons nu vooral de eerste stap. Want die beschrijft heel helder het uitgangspunt dat de voorwaarde vormt voor het hele vervolg van de redenering: de eis tot helderheid en uiterste nauwkeurigheid, de bereidheid om alles wat vaag is en onvoldoende aangetoond in twijfel te trekken. Dat is de cartesiaanse twijfel! Een twijfel die, dit keer in tegenstelling tot het pyrronisme, geen doel op zich is. Descartes houdt zich er verre van, de pretentie om te weten te bekritiseren (wat de sceptici de dogmatici verwijten). Het gaat hem er juist om, aan te tonen dat het wel degelijk mogelijk is kennis te verwerven, maar uitsluitend op basis van een toegewijd, gedisciplineerd en nauwkeurig onderzoek van alles wat 31

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 31

08-04-19 15:13


waar lijkt, zonder absoluut sluitend bewezen te zijn. Kennis is hier juist het doel, Descartes wil ‘onder het drijfzand en de modder op rotsgesteente en klei stuiten’ (90). In tegenstelling tot de Griekse sceptici, hoort twijfel voor hem bij een epistemologische benadering. Twijfelen om te weten. Deze methode is niet alleen toepasbaar op wetenschappelijke kennis. In het derde deel vervolgt Descartes zijn beschouwing en laat hij zien hoe we twijfel ook op het gebied van de ethiek zouden moeten beoefenen. In dit stadium van zijn bewijsvoering beperkt de filosoof zich tot een niet volledig uitgesponnen overdenking, ‘een voorlopige leefregel’. In 1644 komt die in wezen toch ongewijzigd weer terug in zijn Principes de la philosophie. Hier volgen enkele stelregels om ons handelen te bepalen: De eerste was dat ik zou gehoorzamen aan de wetten en gewoonten van mijn land, de godsdienst waarin ik door Gods genade ben opgevoed voortdurend voor ogen zou houden, en mij in al het andere zou laten leiden door de meest gematigde en de minst extreme opvattingen zoals die algemeen in praktijk worden gebracht door de verstandigste mensen uit mijn omgeving. (84)

Op het terrein van de ethiek is twijfelen het vermogen om vragen te stellen over dat wat ons sinds onze vroegste kinderjaren is geleerd, en andere meningen in overweging te nemen, want ‘sommige Perzen en Chinezen zijn wellicht even verstandig’. We doen er het beste aan, ons aan te passen aan de gebruiken (en niet alleen de woorden!) van de mensen met wie we samenleven, excessen te vermijden door de voorkeur te geven aan de meest gematigde meningen, zodat we in het geval van een vergissing zo dicht mogelijk naast de goede optie zitten. Ten slotte is het verstandig om door te gaan ‘deze opvattingen mettertijd 32

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 32

08-04-19 15:13


met behulp van [ons] eigen verstand te onderzoeken’ (88) en eventueel op een passend moment van mening te veranderen. Mijn tweede stelregel was dat ik in mijn handelen zo standvastig en vastberaden mogelijk zou zijn en een eenmaal begonnen handeling zonder aarzelen zou voltooien, of deze nu op een twijfelachtige of op een zekere opvatting gebaseerd zou zijn. (86)

Een goed voorbeeld is een reiziger die in het bos verdwaald is: liever dan rondjes te draaien of halt te houden, kiest hij een richting en houdt die vastbesloten aan, in de overtuiging dat hij dan in ieder geval beter af zal zijn dan midden in het bos. In eerste instantie lijkt het of Descartes hier afziet van twijfel uit vrees voor besluiteloosheid. Maar is het niet juist een manier om zich van die laatste te bevrijden? In een andere tekst legt de filosoof namelijk uit dat hij deze stelregel heeft geformuleerd om het bezwaar te weerleggen dat allesomvattende twijfel tot besluiteloosheid zou leiden. De regel is alleen bedoeld voor noodsitua­ties, maar veronderstelt wel dat de wandelaar openstaat voor de mogelijkheid een betere weg te vinden.8 Deze stelregel is dus praktisch van aard: hij introduceert de factor van de wil om te voorkomen dat we verstrikt raken in besluiteloosheid of koppigheid. Twijfelen betekent niet dat we ons laten bepalen door onzekerheid, met het risico dat we nergens toe komen. Het is een positieve houding van nieuwsgierigheid, analyse, nauwkeurig onderzoek, die de besluitvaardigheid niet ondermijnt. Zo gaat het vaak in ‘de praktijk van het leven’: we moeten de meest voor de hand liggende beslissingen nemen, ons daaraan houden, ‘en het gekozen uitgangspunt naderhand 8 Descartes, ‘Lettre à Reneri pour Pollot’, 1638.

33

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 33

08-04-19 15:13


niet als twijfelachtig beschouwen maar integendeel als waar en zeker – althans wat de praktijk van het leven betreft – al was het maar omdat de reden waarom we die keuze maakten dat ook is’ (86). Dat zal ons tenminste bevrijden van spijt en wroeging. Mijn derde stelregel was dat ik altijd zou trachten niet het lot maar mijzelf te bedwingen, veeleer mijn verlangens te veranderen dan de loop der dingen; en in het algemeen mij de opvatting eigen te maken dat alleen ons denken volledig in onze macht ligt. Dus wanneer we ons best hebben gedaan om de dingen buiten ons te beïnvloeden, is alles wat ons niet lukt voor ons absoluut onmogelijk. (86)

Deze stelregel betekent: niet verlangen naar het onbereikbare, maar bescheiden de wereldorde aanvaarden. Want de wil om te bezitten drijft ons van nature naar datgene waarvan we geloven dat het binnen ons bereik ligt (bijvoorbeeld door onze geboorte). Maar als we in overweging nemen dat alleen onze gedachten binnen onze macht liggen – en dat alle goederen er in gelijke mate van zijn uitgesloten – hebben we minder last van spijt en frustratie. Min of meer naar het voorbeeld van de stoïcijnen raadt Descartes ons aan om ons niet blindelings te laten leiden door irreële verlangens. Op het gebied van de ethiek – en van de religie – geldt dus onvermijdelijk een praktischer uitgangspunt. De cartesiaanse methodiek beperkt zich niet tot analyseren: we moeten ook beslissingen nemen, zelfs al zijn die maar voorlopig, op basis van verkregen resultaten, en doorgaan met nadenken zonder onze beslissingen op het spel te zetten, ook al hebben we geen absolute zekerheid.

De verborgen kant van God

In de achttiende eeuw nam de Verlichting de religie op de 34

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 34

08-04-19 15:13


korrel. De kritiek was in eerste instantie uitsluitend van politieke aard: de wereldlijke macht van de kerk werd weliswaar in twijfel getrokken, maar dat belemmerde Voltaire niet om de hypothese van een God in stand te houden, al was het enkel en alleen als klokkenmaker: ‘Het universum brengt me in verlegenheid, en ik kan me niet voorstellen dat deze klok bestaat en geen klokkenmaker heeft!’ Een eeuw later doet de moderniteit vastberaden haar intrede en begint een persoonlijkere strijd tegen God. Het gaat er niet meer alleen om de macht van de kerk te bestrijden, maar ook om het verschijnsel religie te ontrafelen en onze vooronderstellingen erover te onderzoeken, de onderliggende mechanismes ervan bloot te leggen, de vaak onvermoede redenen waarom mensen zichzelf in een denkbeeldig hiernamaals projecteren en goden construeren.9 Ludwig Feuerbach (1804-1872) is de eerste die het mechanisme van het bedenken van goden nauwkeurig onderzoekt. Volgens hem begint alles ermee dat de mens zich bewust wordt van een oneindig deel van zijn wezen dat onverenigbaar lijkt te zijn met de menselijke natuur. Dat deel wordt vervolgens geobjectiveerd; de mens bedenkt een transcendent wezen aan wie hij een autonoom bestaan en kwaliteiten van vermeend goddelijke aard toeschrijft. Een beetje alsof het ondenkbaar is dat in een mens het eindige en het oneindige naast elkaar zouden kunnen bestaan, alsof het tot iedere prijs noodzakelijk is om die twee van elkaar te scheiden en de godheid tegenover – aan de basis? boven? – de mensheid te plaatsen… Het volgende stadium is onderwerping; de mens draagt zijn autonomie over aan de godheid die hij zelf verzonnen heeft. 9 I n deze paragraaf verwijs ik vooral naar Marcel Neusch, Aux sources de l’athéisme contemporain, Le Centurion, Parijs, 1993.

35

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 35

08-04-19 15:13


Feuerbach vermoedt dat datgene wat voor de godheid wordt gehouden, niets anders is dan een projectie van de menselijke werkelijkheid. Spreken over goden is spreken over mensen. De mens draagt zijn niet-toegeëigende kwaliteiten, gevoelens en verlangens over op de Ander. God verschilt uiteindelijk niet van de mens, hij is er alleen het wezen, het principe van, hij is de basis van het menselijk wezen. Of liever gezegd andersom. Het goddelijke is niets dan menselijk, en het object van de theologie is niets anders dan dat van de antropologie: Wij hebben aangetoond dat inhoud en object van religie volledig menselijk zijn, dat het mysterie van de theologie de antropologie is, en het mysterie van het goddelijke, de menselijke essentie…10

Volgens de geestelijke vader van het moderne atheïsme gaat het erom dat de mens dat deel van zijn menszijn waarvan hij geloofde dat het hem vreemd is, weer terugvindt. De mens kan zich dat weer toe-eigenen door geloof te vervangen door kennis, bidden door werken en het christendom door een profane cultuur. Feuerbach wil de mens teruggeven aan zichzelf. Zijn boek Das Wesen des Christentums, dat te beschouwen is als een ‘handvest voor een religie van de mens’, suggereert dat ook hier niet zozeer het religieuze geloven in twijfel wordt getrokken, als wel het bestaan van God en de eeuwigheid van de mens. Vanuit vergelijkbare ideeën beschouwt Karl Marx (1818-1883) religie als een illusie, het product van zelfprojectie: God is niets meer dan de weerspiegeling van de mens. De functie van religie is om troost te bieden en de mensheid een rechtvaardiging te verschaffen voor de 10 M. Neusch, p. 57.

36

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 36

08-04-19 15:13


harde wereld zonder logica waarmee die zich geconfronteerd ziet. Maar in werkelijkheid blijkt religie slechts een heilloze droom te zijn die afleidt van de werkelijkheid, een ondoeltreffende aanklacht die eerder een uitnodiging is om de wereld te ontvluchten dan om die te helpen veranderen. Daarom is religie opium van het volk, een soort verdovend middel dat de mens zichzelf toedient om aan de pijnlijke werkelijkheid te ontsnappen. Marx gaat verder dan zijn leermeester Feuerbach en verwijt hem dat hij de sociale oorsprong van religie niet begrepen heeft. Volgens Marx staat religie niet los van de sociale werkelijkheid, maar is ze er de afspiegeling van. En dus moet niet de ideologie bestreden worden, maar de materiële basis waarop die ideologie berust: de organisatie van de maatschappij in standen. In werkelijkheid verbloemt religie economische motieven. Het verborgen doel ervan is het continueren van de onderdrukking van het proletariaat, door het volk een slavenmoraal in te prenten ten dienste van de heersende klasse. Een moraal van onverschilligheid en onderwerping aan de gevestigde orde, van berusting en passief afwachten in de hoop op een denkbeeldig heil dat van boven zou moeten komen – terwijl er voor Marx alleen heil bestaat in de geschiedenis. Deze opium-religie is uiteindelijk alleen maar een vlucht en een illusie. Het sociale christendom in de stijl van Lamennais11 ontsnapt niet aan zijn kritiek; Marx ziet er niets anders in dan een soort nostalgie die nooit werkelijk een opstand of een proletarische revolutie heeft teweeggebracht. Terwijl Feuerbach de theologie terugbracht tot de antropologie, is voor Sigmund Freud (1856-1939) meta­ fysica in werkelijkheid metapsychologie, en zijn goden niets anders dan een creatie van de menselijke geest. Volgens 11 Félicité de Lamennais (1782-1854), priester, filosoof en theoloog, grondlegger van het christelijk socialisme.

37

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 37

08-04-19 15:13


de grondlegger van de psychoanalyse bestaat er zo’n duidelijke gelijkenis tussen religieus gedrag en het gedrag van sommige zieken, dat religie heel goed te beschouwen valt als een sociaal geaccepteerde collectieve neurose. Net zoals de individuele neurose een teken is van een innerlijk conflict dat stamt uit de kindertijd (het oedipuscomplex), vermoedt Freud dat er in de vroegste ontwikkeling van de mensheid een gebeurtenis heeft plaatsgevonden die sporen heeft nagelaten in de menselijke psyche – een soort universeel oedipuscomplex. Freud stelt zich voor dat mensen oorspronkelijk in kleine groepjes onder het autoritaire gezag van een oudere man samenleefden, volgens een patriarchaal systeem. Moe van deze dominantie spanden de zonen samen, kwamen in opstand, doodden de vader en verslonden hem in een totemistisch maal om zijn dood te vieren. Deze collectieve moord veroorzaakte een schuldgevoel dat het menselijk geweten nog steeds bezwaart, zodat de dode nog machtiger werd dan hij tijdens zijn leven al was. En dat schuldgevoel, in een collectief onderbewuste door­ gegeven aan de hele mensheid, ligt aan de basis van onze religie, moraal en beschaving: De door een vaderfiguur gedomineerde groep is vervangen door een broederclan, gebaseerd op bloedverwantschap. De samenleving is voortaan gestoeld op een collectieve fout, een gemeenschappelijk gepleegde misdaad; de religie op schuldgevoel en berouw, de moraal enerzijds op de eisen van deze maatschappij en anderzijds op de behoefte tot boetedoening.12

Religies zouden dus te verklaren zijn uit het streven het schuldgevoel over de vadermoord op te heffen. Het chris12 M. Neusch, p. 130.

38

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 38

08-04-19 15:13


tendom is daarin bijzonder goed geslaagd met het verzinnen van de figuur van de zoon die geofferd wordt om boete te doen voor de zonden van alle leden van de groep. Religie is een troost voor de moeite en frustraties van een al te zwaar leven, compenseert de beproevingen die we moeten doorstaan en geeft de mensen het gevoel beschermd te zijn tegen de natuur, de eindigheid van het bestaan en de moeizame relaties met hun medemensen. Vergelijkbaar met drugs werkt religie als een ‘collectieve waan’ om te ontsnappen aan de neurose. Friedrich Nietzsche (1844-1900), zoon van een dominee, was een van de felste tegenstanders van het christendom van zijn tijd. Hij bekritiseerde vooral de verwerpelijke invloed van Paulus. Volgens Nietzsche heeft die de boodschap van Jezus, ‘de edelste onder de mensen’, die ja had gezegd tegen het leven, verdraaid. In Also sprach Zara­ thustra gebruikt de Duitse filosoof drie metaforen om de ontwikkeling van de menselijke natuur te verbeelden. Aller­eerst de kameel (of de ezel), die zijn lot zonder protest ondergaat en niet in staat blijkt zich te verzetten. Hij verbeeldt de volgzaamheid en de verheerlijking, een fase waarin de mensheid gebukt gaat onder de lasten van de religie en de moraal (en hun moderne equivalenten: wetenschappelijke en humanistische waarden, enzovoort). Dit is Jezus, die alle vernederingen ondergaat zonder in opstand te komen. Dan komt de leeuw, een vrije, onafhankelijke geest, in staat om zich los te maken van de waarden die de mensheid gedwee en onderworpen hebben gemaakt. Toch is de leeuwengeest, die eigen baas wil zijn, niet werkelijk tot scheppen in staat. Hij stelt zich tevreden met weigeren, zonder te vernieuwen. Ten slotte moet de leeuw, om creatie werkelijk mogelijk te maken, zich transformeren tot het kind, dat als enige de beloftes van het leven kan waarmaken en een positieve, constructieve houding kan aannemen. Dat is het 39

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 39

08-04-19 15:13


echte scheppende instinct, tegelijk verantwoordelijk en onschuldig. Niet het meegaande, slapende kind uit het evangelie, maar het kind dat symbool staat voor opstand, vernieuwing en creatie, de figuur van de postchristelijke mens. Nietzsche verwijt het christendom vooral dat het een moraal van onderworpenheid heeft gebracht, een afspiegeling van ‘de wil om de sterkste en edelste zielen te breken’. Het is de slavenmoraal, van die zielen die niet in staat zijn om zelfstandig te handelen, wat ook maar te veroveren anders dan door onthechting, die alleen maar kunnen ‘reageren’. Maar om zich te kunnen bevrijden moet de mensheid zich allereerst de dood van God realiseren, wat in Europa een cultureel feit is, en zich vervolgens een nieuw doel stellen, de übermensch, zonder verwijzing naar God. De wil tot macht is het enige wat uiteindelijk tot deze bevrijding kan leiden, zonder de hulp van religie of moraal – een wil tot macht die niet ten koste van anderen gaat, maar een uitdrukking is van ‘de existentiële diepgang die inherent is aan zelfoverstijging’. *** In het voorafgaande heb ik drie essentiële momenten van de twijfel belicht, drie kristallisatiepunten van waaruit geleidelijk een moderne benadering is ontstaan, die gekarakteriseerd wordt door twijfel. Om deze drievoudige problematiek helder te onderscheiden, vind ik het belangrijk er verschillende termen voor te kiezen. Al in de klassieke oudheid sprak het pyrronistische scepticisme over een twijfel uit voorzorg, waarbij de onzekerheid gebaseerd is op de geringe betrouwbaarheid van onze zintuigen: afstand bewaren tot onze zintuiglijke waarneming, vermijden om algemene waarheden te baseren op dat wat slechts louter persoonlijke indrukken of gewaarwordingen zijn, zich realiseren dat het altijd toch ‘iets anders’ zou kunnen 40

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 40

08-04-19 15:13


zijn, blijven zoeken zonder ooit genoegen te nemen met bedrieglijke dogmatische beweringen. Later, op het hoogtepunt van de renaissance, paste Des­cartes stelselmatig een soort twijfel uit nieuwsgierig­ heid toe, een werkwijze die de wetenschap hoog acht: methodisch analyseren zonder ooit bang te zijn de meest zekere waarheden ter discussie te stellen, stap voor stap voortgaan van het minst naar het meest complexe, regelmatig de balans opmaken. Dit is een twijfel van een heel andere orde dan die van de sceptici, omdat hij past in een epistemologisch perspectief: deze twijfel stelt zaken alleen ter discussie om meer zekerheid te bereiken. Een twijfel die we ook op ethisch gebied kunnen toepassen, door te leren om andere meningen dan die we van jongs af aan hebben meegekregen, in overweging te nemen, en door vastberaden te kiezen en consequent verantwoordelijkheid voor onze keuzes te nemen. En bij dat alles vervolgens te handelen vanuit bescheidenheid en vanuit het besef dat het minder eenvoudig is om de wereld te veranderen dan onszelf. Ten slotte is er in de moderne tijd, vanaf de negentiende eeuw, een analytisch onderzoek op gang gekomen dat de verdenking op God zelf richtte: een soort twijfel vanuit de wil tot transparantie. De invalshoek bestond dit keer uit een kritische benadering van het fenomeen religie in het bijzonder; een grondig onderzoek om de onvermoede mechanismes ervan te beschrijven en aan de kaak te stellen, zonder angst voor wat dan ook – zelfs niet voor de goden! Er ontstond een vermoeden hoe de mensen het hiernamaals verzonnen hebben (door zelfprojectie). Men begon de verdovende functie van religie te ontrafelen (de wereld niet veranderen maar ontvluchten), ontdekte aan de bron ervan een soort collectieve neurose (schuldgevoel en behoefte aan boetedoening) en bekritiseerde de dodelijke consequenties van een moraal van onderwerping. 41

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 41

08-04-19 15:13


Daarmee werd de weg vrijgemaakt voor een moderne mensheid die definitief van de goden bevrijd was. Zo zijn er in bijna tweeënhalf duizend jaar bepaalde verworvenheden ontstaan die we misschien nooit meer zullen loslaten, in het bijzonder op het gebied van de twijfel – ik wil opnieuw benadrukken dat het mij hier niet gaat om het object van de twijfel (waarneming, wetenschappelijke theorieën, het bestaan van God, enzovoort), maar om de houding van twijfel. Tegenwoordig twijfelen we niet meer op dezelfde manier als vroeger. Deze theoretici van het scepticisme, van de twijfel en van de achterdocht hebben ons geleerd om zowel preciezer als gevarieerder te twijfelen. Ze hebben een soort homo dubitans gecreëerd, de twijfelende mens, een essentiële bijdrage van de westerse wereld, het resultaat van vijfentwintig eeuwen kritisch denken. Natuurlijk moeten we deze verschillende kritische benaderingen niet klakkeloos overnemen. Geen van deze denkers heeft het laatste woord gesproken. Intellectuele integriteit vereist ook twijfel aan de twijfelaars. Bijvoorbeeld aan het scepticisme, dat in extreme vorm zelf een dogma wordt en precies die fouten maakt die het juist bekritiseerde. En hoe zou het er eigenlijk voor staan als er alleen maar illusie en willekeur bestond? Wat zou er gebeuren als we werkelijk twijfelden aan alles wat we met onze zintuigen waarnemen? Hebben we niet ook zekerheden nodig, houvast en zelfs vooroordelen? Zouden we kunnen leven als ‘dakloze nomaden’ (Kant)? De rationalistische benadering heeft ook haar beperkingen, vooral op religieus gebied. Daar zou het juist minder vaak moeten gaan om het vinden van de waarheid, dan om bezieling door een waarheid. Omdat geloof niet zozeer berust op weten, maar eerder op willen, vertrouwen en hopen; omdat het gebaseerd is op een visie op de werkelijkheid die het reële overstijgt, omdat noch de natuur noch het 42

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 42

08-04-19 15:13


leven tot een mechanisme gereduceerd kan worden. En met alle respect voor Descartes, de mens die niet denkt bestaat wel degelijk: hij ervaart, hij vreest, hij herinnert zich, hij droomt… Wat betreft het wantrouwen van het atheïsme jegens goden en religie, dat gaat vaak maar over één voorstelling van het goddelijke, waarin goden en macht door elkaar worden gehaald. Het is de voorstelling van een imperialistische kerk die door Jezus zelf bekritiseerd werd. Volgens het historisch determinisme zou de mens verstoken zijn van elk vermogen om iets te verzinnen of te creëren. Een kijk op religie die gekoesterd wordt door talloze atheïsten met hun ‘kleine ongelovigheid waarin eigenlijk?’ waar de Franse filosoof Olivier Abel serieus om glimlacht. En toch zullen we nooit meer twijfelen zoals vroeger, de homo dubitans heeft de homo sapiens voorgoed ingehaald. Twijfel maakt voortaan deel uit van ons DNA, in al zijn hoedanigheden en met heel zijn creatieve kracht. Het is een belangrijke verworvenheid, in het bijzonder voor het religieuze denken. Laten we wel wezen, al was het maar uit respect voor onze tijd, die niet twijfelt voor het plezier... en waarschijnlijk minder uit vrije keuze dan we denken: we twijfelen omdat we gemodelleerd zijn om te twijfelen, omdat het tegenwoordig noch mogelijk noch wenselijk zou zijn om ons van deze manier van denken te ontdoen. De mechanismes van het twijfelen aanvaarden, betekent de moderne mens in zijn totaliteit erkennen. Niet een mens die ‘zijn naïviteit verloren heeft’, maar een mooie, edelmoedige mens: de erfgenaam van voorgaande generaties, gemotiveerd door dat buitengewone vermogen om iedere waarheid in twijfel te trekken, niet zozeer verscheurd door, maar eerder verliefd op de twijfel, definitief verrijkt met een scheppende geest die echt helpt om te nuanceren! Is het nog nodig om te benadrukken hoe waardevol 43

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 43

08-04-19 15:13


deze traditie van de twijfel is voor religie, geloof en theologie? Zeker! Denk aan het onderricht van de sceptici, die waarschuwen voor zekerheden en stellige beweringen. Ik herinner me een discussie tijdens een bijeenkomst van diverse kerkelijke gezindten, waar sommige aanwezigen er heilig van overtuigd leken de goddelijke wil te kennen! ‘Ook al is Hij almachtig en één en al liefde, het is onvoorstelbaar dat God zou afwijken van een regel die Hij zelf gesteld heeft!’ zei een van de sprekers, verwijzend naar de calvinistische doctrine van de dubbele predestinatie. Ik dacht dat als we soms al twijfelen aan onze eigen intenties, je wel erg stevig in je schoenen moet staan om die van God te kennen. Het citaat van Xenophanes van Colophon zou die dag op zijn plaats zijn geweest: Er is nooit iemand geweest, en er zal nooit iemand zijn die met zekerheid kan weten wat ik zeg over de goden en het universum. En zelfs als iemand de waarheid over deze onderwerpen zou tegenkomen, dan nog zou hij er niet zeker van zijn die te bezitten, want meningen hebben op ieder gebied de overhand.13

Het onderricht van de cartesiaanse methode heeft meer succes gehad bij theologen, met name op het gebied van de Bijbelse exegese. Richard Simon (1638-1712), een generatie jonger dan Descartes, wordt vaak genoemd als degene die in het Franse taalgebied de kritische benadering van de Bijbel heeft geïntroduceerd. Maar het zijn vooral de Duitse exegeten uit de negentiende eeuw aan wie we een heel arsenaal aan methodes te danken hebben. Tekstuele kritiek (reconstructie van de originele tekst van documenten), kritiek van de literaire genres (narratieve of poëtische teksten, genealogie…), vormkritiek (bepaling 13 Sextus Empiricus, Tegen de geleerden, 7.49.4-7.

44

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 44

08-04-19 15:13


van de kerkelijke context waarin orale tradities zijn ontstaan, doorgegeven, gevormd en vastgelegd), enzovoort. Sommige religieuze instanties hebben er weliswaar lang over gedaan om zich los te maken uit het orthodoxe keurslijf van de traditionele interpretatie, maar tegenwoordig is het onmogelijk om het belang van deze methoden te negeren. En er zijn er nog meer ontwikkeld, die niet als historisch gekwalificeerd kunnen worden (omdat ze de tekst in zijn uiteindelijke vorm bestuderen), maar desondanks niet minder kritisch en rigoureus in hun benadering zijn (ik denk bijvoorbeeld aan de structuralistische, narratieve en retorische interpretaties). Allemaal Bijbeldisciplines – maar je zou hetzelfde kunnen zeggen over andere sectoren van de theologie – die erfgenaam zijn van deze dynamiek van de twijfel die aan het eind van de zeventiende eeuw geïntroduceerd werd. De ideeën van de ‘meesters van de achterdocht’ zijn voor veel mensen wat moeilijker te accepteren. Dat komt omdat hun kritiek niet alleen de methodiek betrof, maar expliciet ging over het object van het geloven zelf: God. Toch zou het onjuist zijn, hun centrale rol in de hedendaagse theologische beschouwingen te ontkennen. In een artikel dat oorspronkelijk in 1966 is verschenen, heeft de Franse filosoof Paul Ricœur terecht de aandacht gevestigd op de positieve bijdragen van Nietzsche en Freud. Zij hebben volgens hem geholpen het verschijnsel religie aan het duister te onttrekken door duidelijk te maken wat de ‘virtuele bron’ is van ethische en religieuze waarden: volgens de één de wil tot macht, volgens de ander de libido. Dankzij hen is ‘de God van de ontotheologie’ gestorven, die ‘god van de metafysica, eerste oorzaak, noodzakelijk wezen, voornaamste drijvende kracht, die beschouwd wordt als de oorsprong van alle waarden en het absoluut goede’, een ethische god als een bron van zowel beschuldiging als ultieme bescherming, god van verbod en veroordeling. 45

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 45

08-04-19 15:13


Ik geloof dat het vandaag de dag onmogelijk is om nog terug te keren naar een ethisch leven in de vorm van simpele gehoorzaamheid aan geboden, aan een externe of opperste wil, zelfs als die voorgesteld zou worden als goddelijke wil. We moeten de kritiek op de ethiek en de religie door de meesters van de achterdocht op juiste waarde schatten: we hebben ervan geleerd om een product en een projectie van onze zwakheid te onderkennen in een gebod dat niet tot het leven maar tot de dood leidt.14

Voor Ricœur was er echter geen sprake van het geloof loslaten. Ter vervanging van de god die door het atheïsme aan de kaak was gesteld, pleitte hij voor een nieuw te definiëren ‘ethiek van het verlangen om te zijn en de inspan­ ning om te bestaan’. Dit hoofdstuk sluit ik af met een verwijzing naar Tomáš Halík. In een boek dat onlangs in het Nederlands is vertaald, stelt hij het atheïsme voor als een ‘nuttige anti­ these tegenover een naïef, vulgair theïsme’15. Volgens deze Tsjechische intellectueel, die ervoor pleit om atheïsme van zijn negatieve imago te bevrijden, ‘moet de kerk zich van haar vele zekerheden ontdoen om die wereld van religieuze onzekerheid te kunnen betreden’16. Uit tegenstellingen ontstaan de grote theologische bewegingen, legt hij uit. Diepe crises leiden tot de mooiste roepingen, als een kans, als een uitdaging. Dat hebben we in de vorige eeuw kunnen zien: de confrontatie met het nazisme leidde tot de christelijke en joodse ‘theologie na Auschwitz’, de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie is geboren uit de crisis in de derde wereld, en de ervaringen van de kerk 14 P . Ricœur, ‘Religion, athéisme, foi’ in Le conflit des interprétations, Seuil, Paris, 1969. 15 T. Halík, Geduld met God: twijfel als brug tussen geloven en niet-geloven, Boekencentrum, Zoetermeer, 2014, p. 49. Vertaling: Peter Morée. 16 Ibid. p. 35.

46

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 46

08-04-19 15:13


met de westerse seculiere wereld hebben de seculariseringstheologie en die van de dood van God voortgebracht.17 Daaraan zou ik willen toevoegen dat met name dankzij de confrontatie met de lange westerse traditie van de twijfel, in dit vruchtbare gebied van uitdaging en debat, de religie in de eenentwintigste eeuw (opnieuw) een vorm zal vinden.

17 Ibid. p. 68.

47

19033 Spiritualiteit van de twijfel .indd 47

08-04-19 15:13


Roger Dewandeler is predikant van de Protestantse Kerk in Nederland voor de Waalse gemeenten van Dordrecht, Breda en Middelburg. Tevens is hij gastvoorganger bij de Remonstranten.

Spiritualiteit van de twijfel Roger Dewandeler

Twijfelen en geloven zijn niet met elkaar in strijd, zij gaan hand in hand. Vragen stellen, nuanceren, erkennen dat niemand de waarheid in pacht heeft: dat zijn essentiĂŤle kenmerken van een constructieve houding, ook in het kader van het geloof. Niet alles voor zoete koek aannemen, ons gezonde verstand gebruiken en vooral in dialoog durven treden: zo kunnen we vanuit een christelijke achtergrond een bijdrage leveren aan de grote vraagstukken van deze tijd. Aan de hand van enkele kernbegrippen uit de filosofie, Bijbelse figuren en moderne theologen wil Roger Dewandeler laten zien dat geloof en twijfel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Spiritualiteit van de twijfel

NUR 700 ISBN 978 90 239 5681 5

Roger Dewandeler omslag twijfel-keuze.indd 1

09-04-19 11:33


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Eerherstel voor Thomas- Roger Dewandeler. ISBN 9789023956815 by Veen Bosch & Keuning uitgeversgroep - Issuu