Tim Keller
W E WO R D E N G E VO R M D D O O R WAT W E L I E F H E B B E N CHRISTELIJKE GEWOONTES ALS TEGENKRACHT
‘In dit aanstekelijk geschreven boek laat James Smith overtuigend zien dat mensen door verlangens worden gedreven en door liturgieën worden gevormd. Welke leggen het meeste gewicht in de schaal: die van de shopping mall of van de christelijke eredienst?’ Herman Paul, auteur van ‘De slag om het hart’
NUR 700 • ISBN 978 90 239 5673 0
J E B E N T WAT J E L I E F I S
Volgens James K.A. Smith worden we gevormd door wat we liefhebben: wij willen de cultuur beïnvloeden, maar de cultuur vormt ons nog veel meer. De auteur helpt de lezers de beïnvloedende kracht van de cultuur en de tegenkrachten van christelijke gewoontes te herkennen. Een boek als eye-opener dat in de Verenigde Staten diverse prijzen ontving en wereldwijd (met 100.000 verkochte exemplaren) enthousiast werd ontvangen.
JAMES K.A. SMITH
‘Een belangrijk en uitdagend boek!’
JE BENT WAT J E L I E F I S De spirituele kracht van gewoontes
JAMES K.A. SMITH
Je bent wat je lief is
Je bent wat je lief is.indd 1
07-05-19 08:57
Je bent wat je lief is.indd 2
07-05-19 08:57
JE BENT WAT JE LIEF IS De spirituele kracht van gewoontes
James K.A. Smith Vertaald door Kees de Wildt
KokBoekencentrum Uitgevers • Utrecht
Je bent wat je lief is.indd 3
07-05-19 08:57
Op de website van de uitgever is een gratis studiegids beschikbaar met aandachtspunten en studievragen voor bespreking van dit boek in kringverband.
Oorspronkelijk verschenen onder de titel You Are What You Love. The Spiritual Power of Habit © Brazos Press, a division of Baker Publishing Group 2016 © 2016 by James K.A. Smith Ontwerp omslag: Peter Kortleve/www.shortlife.nl Vormgeving binnenwerk: Elgraphic Vertaling: Redactiebureau Kees de Wildt ISBN paperback 978 90 239 5673 0 ISBN e-book 978 90 239 5674 7 NUR 700 © 2019 KokBoekencentrum Uitgevers, Utrecht Bijbelcitaten zijn overgenomen uit de Nieuwe Bijbelvertaling. www.kokboekencentrum.nl Alle rechten voorbehouden. Uitgeverij KokBoekencentrum vindt het belangrijk om op milieuvriendelijke en verantwoorde wijze met natuurlijke bronnen om te gaan. Bij de productie van het papieren boek van deze titel is daarom gebruikgemaakt van papier waarvan het zeker is dat de productie niet tot bosvernietiging heeft geleid.
Je bent wat je lief is.indd 4
07-05-19 08:57
Voor John Witvliet, mede-samenzweerder Ter herinnering aan Robert Webber, een van mijn belangrijkste leermeesters, hoewel we elkaar nooit hebben ontmoet
Je bent wat je lief is.indd 5
07-05-19 08:57
Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven. – Spreuken 4:23 Mijn gewicht is mijn liefde. Door haar word ik bewogen, waarheen ik mij ook beweeg. – Augustinus, Belijdenissen XIII 9,10 Geliefden zijn degenen die het meest over God weten; een theoloog moet naar hen luisteren. – Hans Urs von Balthasar, Geloofwaardig is alleen de liefde In Amerika hebben we rituelen nodig. Dat is, zeeman, waar het in mijn boeken om draait. – John Updike, ‘Packed Dirt, Churchgoing, a Dying Cat, a Traded Car’, in: Pigeon Feathers Soms nemen de kleinste dingen de meeste ruimte in je hart in. – Winnie de Poeh, Het huis in het Poeh-Hoekje
Je bent wat je lief is.indd 6
07-05-19 08:57
Inhoud
Introductie – Herman Paul 9 Woord vooraf 13 1. Je bent wat je lief is. Aanbidden is menselijk 15 2. Misschien heb je iets anders lief dan je denkt. Seculiere liturgieën leren begrijpen 41 3. De Geest ontmoet ons waar we zijn. Historische vormen van aanbidden voor een postmoderne tijd 71 4. In welk verhaal zit je? De verhaallijn van vormende christelijke aanbidding 96 5. Waak over je hart. Huisliturgieën 125 6. Onderwijs je kinderen goed. Leren met ons hart 151 7. Je schept wat je wilt. Liturgieën voor onze roeping 186 Zegen 205 Literatuur ter verdieping 207 Dankwoord 209 Noten 212
Je bent wat je lief is.indd 7
07-05-19 08:57
Je bent wat je lief is.indd 8
07-05-19 08:57
Introductie Herman Paul
Waarom gaan we ’s zondags naar de kerk? Waarom sturen we onze kinderen naar een christelijke school? Waarom zijn we, als het meezit, dagelijks even stil om uit de Bijbel te lezen? Terecht, zegt James K.A. Smith, verwachten we van zulke christelijke praktijken dat ze ons en onze kinderen iets leren over God. Maar vaak, vervolgt hij, vullen we dat leren veel te verstandelijk in. Vaak verwarren we vorming met informatieoverdracht. Daarbij zien we een fundamenteel christelijk inzicht over het hoofd: dat de mens niet in de eerste plaats een denkend wezen, maar een verlangend wezen is. Jamie Smith, hoogleraar filosofie aan Calvin College (een christelijk liberal arts college in Grand Rapids, Michigan), is een van de interessantste stemmen in het hedendaagse debat over christelijke vorming. In 2011 bracht hij, samen met collega’s van Calvin College, een bundel uit die stelde dat christelijke vorming niet om ideeën draait, maar om deugden en gewoontes die in praktijken geleerd worden. De bundel daagde docenten en catecheten uit om oude christelijke praktijken af te stoffen – samen eten, zingen en bidden bijvoorbeeld – in de verwachting dat dit jonge mensen méér raakt dan een gemiddeld hoor- of werkcollege.1 Een nadere uitwerking van deze gedachten biedt Smith in de eerste twee delen (2009, 2013) van zijn trilogie Cultural Liturgies.2 Vier noties staan in deze boeken centraal. Allereerst herontdekt Smith de centrale rol van verlangen in het mensbeeld van kerkvaders als Au-
Je bent wat je lief is.indd 9
07-05-19 08:57
10
Je bent wat je lief is
gustinus. Als hij de mens bij Augustinus getekend ziet als een wezen dat zich hoopvol uitstrekt naar God of naar andere goden – met een kleine g, die geluk en voorspoed in het hier en nu beloven – beseft hij hoe rationalistisch zijn eigen christelijke traditie is. Hij stelt vast dat het Amerikaanse evangelicalism wel veel ‘denken’ en ‘voelen’ in de aanbieding heeft – met emotionele worship als begrijpelijke reactie op al te rationele catechese – maar dat er geen 21e-eeuwse Augustinus bestaat die Amerikaanse christenen wijst op wat aan denken en voelen voorafgaat: verlangens die sturing geven aan een mensenleven. In de tweede plaats betoogt Smith dat deze verlangens zijn geworteld in wat de Bijbel het ‘hart’ noemt. Maar het zou een romantische misvatting zijn om te denken dat dit hart iets innerlijks of hoogstpersoonlijks is. Verlangens zijn niet privé: wat wij hopen of vrezen is zelden origineel. Bovendien worden verlangens gevoed door wat Smith ‘culturele liturgieën’ noemt. Shoppen is zo’n culturele liturgie. Wie door een Amerikaanse shopping mall loopt, wordt op allerlei manieren gestimuleerd zich als consument te gedragen. De architectuur van het gebouw (een kapitalistische kathedraal) is daar evengoed op afgestemd als het ritme van uitverkoop en nieuwe collecties (de liturgische kalender) en de zachte muziek die uit de speakers klinkt (‘relax, voel je goed, verwen jezelf ...’). Verlangens worden gevormd in zulke liturgische praktijken. Of moet je zeggen dat verlangens misvormd zijn als ze hun vervulling zoeken in een gevoel van happiness, een mooi ingericht huis of een geslaagde carrière? Smith zegt het Augustinus na dat mensen alleen in God tot hun bestemming komen. Daarom beklemtoont hij, in de derde plaats, het belang van counter-formation (tegenvorming) in de liturgie van de kerk. ‘Counter-formation’ wil zeggen: christelijke vorming die mensen bevrijdt uit de rol van consument door hen bij te brengen dat ze zondaars zijn die van genade mogen leven. Dat bijbrengen is méér dan vertellen of aanzeggen: het voltrekt zich in zingen en bidden net zo goed als in Bijbellezen en preken. Het gevoel van stramme knieën op een knielbank hoort er evengoed bij als de zoete smaak van avondmaalswijn. In de christelijke liturgie doen alle zintuigen mee.
Je bent wat je lief is.indd 10
07-05-19 08:57
Introductie
11
Hieruit volgt, tot slot, dat christelijke vorming, opgevat als het voeden van verlangen naar God, slechts ten dele het bewustzijn bereikt. Wij beseffen vaak maar half naar wie of wat wij verlangen en realiseren ons maar nauwelijks waar deze verlangens vandaan komen. Toch bepalen deze verlangens wie wij zijn. Augustinus had daarom gelijk: wij kennen onszelf maar ten dele. Dit plaatst Smith op grote afstand van de eigentijdse mantra dat je ‘dicht bij jezelf moet blijven’. Ons zelf is een mysterie. Maar dat geeft niet: het gaat in het christelijk leven niet om onszelf, maar om God. Christelijke vorming streeft niet naar het cultiveren van eigen identiteit, maar wil mensenlevens heroriënteren, zó dat ze hun hoop en verwachting op God leren stellen. Deze centrale noties uit het Cultural Liturgies-project keren terug in Je bent wat je lief is – een boek dat op het eerste gezicht een populaire samenvatting van Cultural Liturgies lijkt, maar bij nader inzien meer te bieden heeft. Concreter dan in zijn trilogie werkt Smith hier uit dat liturgieën niet alleen in de kerk en in het winkelcentrum bestaan, maar ook thuis en op kantoor. Al roept ‘huisliturgie’ misschien vooral een beeld op van gezinnen die psalmen zingen rond het harmonium, voor Smith zijn huiselijke liturgieën die alledaagse gewoontes (boterhammen smeren, journaal kijken, verhaaltjes lezen voor het slapengaan) die het leven structureren. Hij vraagt zijn lezers: Wat doe je met elkaar aan de keukentafel? En hoe zou die keukentafel, ook zonder open Bijbel, een afspiegeling kunnen zijn van de avondmaalstafel? Smith is uiteraard niet de enige die vanuit christelijk perspectief over (mis)vorming van verlangen nadenkt. Zijn kritische analyse van consumentisme raakt aan Daniel Bells The Economy of Desire (2012), terwijl zijn ideeën over liturgische vorming sterk verwant zijn aan die van Bernd Wannenwetsch, wiens Verlangen. Een theologische peiling in 2014 bij Boekencentrum verscheen. Smith weet echter een veel groter publiek dan Bell en Wannenwetsch te bereiken, wellicht vooral dankzij zijn vlotte pen, zijn actuele voorbeelden en zijn talent om klip-en-klare standpunten in te nemen (hij is niet het soort auteur dat zeven slagen om de arm houdt). Wat Smith voor Nederlandse lezers extra herkenbaar maakt, is dat hij schrijft tegen een neocalvinistische achtergrond waarmee Ne-
Je bent wat je lief is.indd 11
07-05-19 08:57
12
Je bent wat je lief is
derlandse christenen maar al te zeer vertrouwd zijn. Ook wie buiten de Gereformeerde Kerken in Nederland is opgegroeid, heeft wel iets meegekregen van ‘wereldbeschouwing’, ‘gereformeerde beginselen’ en ‘antithese’. Deze achtergrond helpt te begrijpen waarom Smith krachtig waarschuwt tegen de gevaren van rationalisme – iets waarvoor Amerikaanse bewonderaars van Abraham Kuyper niet altijd immuun zijn geweest – en waarom hij zijn liturgische benadering keer op keer verdedigt tegen het verwijt dat deze al te veel toenadering tot de Rooms-Katholieke Kerk zoekt. Het lijkt mij niet onmogelijk dat Je bent wat je lief is in Nederland vooral zal worden verwelkomd door lezers die eenzelfde beweging van ‘wereldbeschouwing’ naar ‘verlangen’ doormaken – een beweging die vaak gepaard gaat met een herontdekking van de liturgie. Wat deze lezers vinden in Smith is een aanstekelijke mix van theoretische reflectie, treffende voorbeelden en nuttige verwijzingen naar meer gespecialiseerde (theologische) literatuur. Tegelijk kan ik mij voorstellen dat Je bent wat je lief is discussie uitlokt, al was het maar omdat Smith zijn lezers nadrukkelijk aanspoort kritisch mee te denken. Zelf denk ik dat dit gesprek over ten minste drie onderwerpen zou kunnen gaan. Theologisch vraag ik me af of Wannenwetsch niet beter dan Smith verdisconteert dat elk Godsverlangen bij God zelf vandaan komt.3 Een psychologische vraag zou kunnen luiden of Smith niet nadrukkelijker in het meervoud zou moeten spreken over tegenstrijdige verlangens die een mensenhart verschillende kanten op kunnen trekken. Sociologisch, ten slotte, lijkt het me zinvol Smiths analyse van consumentisme als ‘alternatieve’ liturgie naast het werk van iemand als Daniel Miller te leggen. Omdat Miller veel gedetailleerder nagaat hoe en waarom mensen shoppen, valt het contrast tussen kerk en shopping mall bij hem veel minder schematisch uit dan bij Smith.4 Deze vragen doen geen afbreuk aan het belang van Je bent wat je lief is. Integendeel, ze onderstrepen hoe belangwekkend het spoor is dat Smith wijst en hoe verheugend het zou zijn als Nederlandse lezers in dit spoor verder zouden denken. ‘Je bent wat je lief is’ is een uitgelezen thema voor preken, gemeenteavonden, studiedagen en goede gesprekken aan de keukentafel.
Je bent wat je lief is.indd 12
07-05-19 08:57
Woord vooraf
Je hebt een glimp opgevangen. God is voor jou groter geworden. Je hebt er iets van begrepen hoever het evangelie reikt – dat de vernieuwende kracht van Christus zich zover uitstrekt als de gevolgen van de vloek. Het is tot je doorgedrongen dat het God niet alleen gaat om zielen te redden. Hij is bezig alle dingen te verzoenen (vgl. Kol. 1:20). De Bijbel is voor je gaan leven op een manier zoals je dat eerder nooit hebt ervaren. Het is bijna alsof je Genesis 1 en 2 voor het eerst onder ogen krijgt en je je realiseert dat wij zijn geschapen om zelf scheppers te zijn, dat we de opdracht hebben Gods beelddragers te zijn door onze van God ontvangen taak van het scheppen van een cultuur op ons te nemen. Het is alsof iemand je een nieuwe sleutel aanreikte voor het lezen van de profeten. Hoe heb je Gods hartstochtelijke pleidooi voor gerechtigheid kunnen missen: zijn oproep aan het volk van God tot zorg voor vertrapten en verdediging van onderdrukten? Maar als je nu in de Bijbel leest, kun je er niet omheen: voortdurend kom je er weduwen, wezen en vreemdelingen in tegen. De vraag is nu: Wat heeft dit met de kerk te maken? Dit boek verwoordt een spiritualiteit voor cultuurscheppers. Naar ik hoop, maakt het duidelijk waarom discipelschap zich moet concentreren op en zich moet laten voeden door onze onderdompeling in het lichaam van Christus. De aanbidding of eredienst is de ‘verbeeldingscentrale’ waar onze liefde en verlangens worden gevoed, zodat
Je bent wat je lief is.indd 13
07-05-19 08:57
14
Je bent wat je lief is
onze culturele inspanningen afgestemd raken op God en zijn koninkrijk. Als je warmloopt voor het zoeken naar gerechtigheid, het vernieuwen van de cultuur en het opnemen van je roeping om de schepping zich ten volle te laten ontplooien, moet je investeren in de vorming van je verbeelding. Je moet zorgdragen voor je hart. Je moet aanbidden op een goede manier. Omdat je bent wat je lief is. En omdat je aanbidt wat je lief is. Omdat je misschien wel van iets anders houdt dan je denkt. Dat roept een belangrijke vraag op. Laten we daar eens induiken.
Je bent wat je lief is.indd 14
07-05-19 08:57
1 Je bent wat je lief is Aanbidden is menselijk
Wat wil je eigenlijk? Dat is de vraag. Het is de eerste, de laatste en meest fundamentele vraag van christelijk discipelschap. In het Evangelie volgens Johannes is het de eerste vraag die Jezus stelt aan degenen die Hem willen volgen. Als twee toekomstige leerlingen, die gegrepen zijn door het enthousiasme van Johannes de Doper, Hem beginnen te volgen, keert Jezus zich naar hen om en vraagt op de man af: ‘Wat willen jullie?’ (vgl. Joh. 1:38). Dat is de vraag die verscholen ligt onder bijna elke andere vraag die Jezus aan ieder van ons stelt. ‘Wil je komen en Mij volgen?’ is een variant op ‘Wat willen jullie?’ Net als de fundamentele vraag die Jezus stelt aan zijn ontrouwe discipel, Petrus: ‘Heb je me lief?’ (Joh. 21:16). Jezus stapt niet op Matteüs en Johannes – of op jou en mij – af met de vraag: ‘Wat weet je?’ Hij vraagt zelfs niet: ‘Wat geloof je?’ Hij vraagt: ‘Wat willen jullie?’ Dit is de scherpste en indringendste vraag die Jezus ons kan stellen, juist omdat we zijn wat we willen. Onze wensen, verlangens en begeerten vormen de kern van onze identiteit, de bron waaruit onze daden en ons gedrag voortvloeien. Wat we willen, vormt een echo van ons hart, het epicentrum van onze persoonlijkheid. Daarom raadt de Schrift ons aan: ‘Van alles waarover je waakt, waak vooral over je hart, het is de bron van je leven’ (Spr. 4:23). We kunnen dus zeggen dat discipelschap een manier is om
Je bent wat je lief is.indd 15
07-05-19 08:57
16
Je bent wat je lief is
voor je hart te zorgen, om oplettend en weloverwogen om te gaan met wat je lief is. Discipelschap is dus meer een kwestie van hongeren en dorsten dan van weten en geloven. Jezus’ opdracht Hem te volgen, is een opdracht onze liefdes en verlangens in lijn te brengen met de zijne – te willen wat God wil, te verlangen wat God verlangt, te hongeren en dorsten naar God en te hunkeren naar een wereld waarin Hij alles in allen is – een visioen dat je kort kunt samenvatten met ‘het koninkrijk van God’. Jezus is een leraar die niet alleen uit is op informatieoverdracht, maar juist ook onze liefdes vormt. Hij wil niet simpelweg nieuwe ideeën in je hoofd te stoppen; Hij wil niets minder dan je wensen, je liefdes, je verlangens. Zijn ‘onderwijs’ raakt niet alleen de stille, rustige, bedaarde ruimte van je denken en de overdenking; Hij is een leraar die binnendringt in de opgewonden en onstuimige gebieden van je hart. Hij is het Woord dat doordringt tot waar ziel en geest elkaar raken. Hij beoordeelt de gedachten en intenties van ons hart (Heb. 4:12). Jezus volgen betekent een leerling worden van de rabbi die ons leert hoe we moeten liefhebben; leerling van Jezus zijn betekent je inschrijven op de school van de liefde. Jezus is niet de hoofddocent. Zijn school van liefde lijkt niet op een collegezaal waarin wij aantekeningen maken, terwijl Jezus feiten over zichzelf over ons uitstort in een eentonige opeenvolging van PowerPoint-dia’s vol tekst. Toch benaderen wij discipelschap vaak in de eerste plaats als een onderwijsproject – alsof leerling worden van Jezus vooral een intellectuele inspanning is, een kwestie van het verwerven van kennis. Waarom is dat zo? Omdat iedere benadering van discipelschap en christelijke vorming een impliciete visie veronderstelt op wat mensen zijn. Deze vooronderstellingen blijven doorgaans onuitgesproken. Toch werken we wel met enkele fundamentele (niet uitgesproken) vooronderstellingen over wat voor wezens we zijn – en dus van wat voor leerlingen wij zijn. Als discipel-zijn betekent dat je een leerling en volgeling van Jezus bent, dan hangt er veel af van wat ‘leren’ volgens jou inhoudt. En wat jij denkt dat leren inhoudt, hangt weer af van hoe jij de mens ziet. Met andere woorden, je opvatting van discipel-
Je bent wat je lief is.indd 16
07-05-19 08:57
Je bent wat je lief is
17
schap weerspiegelt een aantal vooronderstellingen over de aard van de menselijke natuur, zelfs als je daar nog nooit over hebt nagedacht. Enkele jaren geleden werd dit me op een heel concrete manier duidelijk. Toen ik door een aflevering van een bekend christelijk tijdschrift bladerde, viel me een kleurrijke advertentie op voor een programma om Bijbelteksten uit je hoofd te leren. Midden in die advertentie stond het hoofd van een man en dwars over zijn voorhoofd stond een verrassende stelling: ‘JE BENT WAT JE DENKT’. Dat is een heel expliciete manier om te zeggen wat velen van ons impliciet veronderstellen. Op manieren die eerder ‘modern’ dan Bijbels zijn, is ons geleerd te veronderstellen dat mensen eigenlijk denkende dingen zijn. Ook als we nooit iets hebben gelezen van de zeventiende-eeuwse Franse filosoof René Descartes – of zelfs maar van hem hebben gehoord – delen velen van ons onbewust zijn definitie van de essentie van de mens als res cogitans, een ‘denkend ding’. Net als Descartes zien we onze lichamen als (op z’n best!) onbelangrijke, tijdelijke vervoermiddelen voor het rondsjouwen van onze ziel of ‘geest’, waarin de echt relevante dingen plaatsvinden. Met andere woorden, we stellen ons mensen voor als reusachtige Bobblehead-poppetjes: met kolossale hoofden en pietepeuterige, irrelevante lichamen. We stellen ons de geest voor als het ‘controlecentrum’ van de mens; ons denken definieert wie we zijn. ‘Je bent wat je denkt’ is een motto dat mensen reduceert tot hersens-op-eenstokje. Deze kijk op de mens als denkend ding veronderstelt ironisch genoeg dat de geest het ‘hart’ van een persoon is. ‘Ik denk, dus ik ben’, zei Descartes, en de meeste van onze benaderingen van discipelschap lopen uit op het napraten van zijn idee. Zo’n intellectualistische mensvisie – die ons reduceert tot louter intellect – veronderstelt dat leren (en dus discipelschap) in de eerste plaats een kwestie is van het in onze hoofden stoppen van ideeën en overtuigingen. De kritische onderwijstheoreticus Bell Hooks noemt dit – in navolging van Paulo Freire – het ‘bankmodel’ van onderwijs: we behandelen een leerling alsof hij een bankkluisje is, waar we kennis en ideeën instoppen, louter een verzamelplek voor overtuigingen. We beschouwen ons handelen dan als een soort ‘opnemen’ uit
Je bent wat je lief is.indd 17
07-05-19 08:57
18
Je bent wat je lief is
deze kennisbank, alsof ons handelen en gedrag altijd het resultaat is van bewust, weloverwogen, rationeel denken dat uitloopt op een keuze – alsof ons gedrag in principe de conclusie is die we in ons hoofd uit een eenvoudig syllogisme trekken, waardoor we ons door de wereld heen denken. Bij dit alles negeren we de overweldigende kracht van gewoontes.1 We nemen dus aan dat een discipel een leerling is die meer informatie over God verzamelt vanuit de Schrift – dat toegewijd discipelschap eigenlijk discipelschap van ons verstand inhoudt. Dat is natuurlijk ook zo. De Schrift beveelt ons iedere gedachte krijgsgevangen te maken voor Christus (2 Kor. 10:5) en dat we moeten veranderen door ons verstand te vernieuwen (Rom. 12:2). Een volgeling van Jezus zal leerling van het Woord zijn, iemand die ‘vreugde vindt in de wet van de Heer’ (Ps. 1:2). Als je toegewijd bent in het volgen van Jezus, zul je elke kans aangrijpen om meer te leren over God, Gods Woord, wat Hij van ons vraagt en wat Hij verlangt voor zijn schepping. Je komt niet alleen opdagen voor de kerkdienst en de preek: je bent er ook als er cursussen worden gegeven, je sluit je aan bij een Bijbelkring, je leest iedere dag in je Bijbel, je gaat naar alle mogelijke conferenties, je verslindt boeken die je helpen om meer van God en zijn Woord te begrijpen, je zuigt kennis op. Je wilt leren. Ironisch genoeg gaat dit zelfs ook op voor varianten van het christelijk geloof die men als ‘anti-intellectueel’ aanduidt. Veel schakeringen van christelijke vroomheid en discipelschap die wantrouwig staan ten opzichte van de officiële theologie en hoger onderwijs, zijn toch ‘intellectualistisch’ in hun benadering van discipelschap en christelijke vorming, helemaal gericht op het vullen van ons verstand met Bijbelkennis en ervan overtuigd dat we onze weg naar heiligheid denkend kunnen banen – heiliging door informatieoverdracht. Dat is nu precies de overtuiging achter de zo-even genoemde advertentie voor het programma om Bijbelteksten uit je hoofd te leren: Als ‘je bent wat je denkt’, dan moet het volstoppen van ons brein met Bijbelteksten toch een christelijk karakter opleveren? Als ‘je bent wat je denkt’, dan moet het wijzigen van je denken toch leiden tot een verandering van wie je bent? Toch?
Je bent wat je lief is.indd 18
07-05-19 08:57
Je bent wat je lief is
19
De kracht van gewoontes Ervaar je weleens afstand tussen wat je weet en wat je doet? Is het weleens zo geweest dat nieuwe kennis en informatie zich niet vertaalden in een nieuwe manier van leven? Heb je weleens de ervaring gehad dat je op zondag een ongelooflijk verhelderende en informatieve preek hoorde, zodat je op maandag wakker werd met een besliste overtuiging het anders te gaan doen, waarbij het dan dinsdagavond alweer misging? Je bent hongerig naar kennis, dorstig drink je Bijbelse ideeën in, je wilt op Christus gaan lijken. Toch lijkt al die kennis zich niet te vertalen in een levenswijze. Het lijkt erop dat we onze weg naar heiligheid niet denkend kunnen banen. Waarom is dat zo? Is dat omdat je iets vergeet? Is er misschien nog een ander stuk kennis dat je moet verwerven? Denk je er misschien niet diep genoeg over na? Wat als het komt omdat je misschien niet slechts een denkend ding bent? Wat als het probleem nu eens juist ligt in de impliciete mensvisie waarmee we in deze hele benadering van discipelschap werken? Wat als Descartes het nu mis had en hij ons misleid heeft tot het beschouwen van onszelf als denkend ding? Wat als we eens niet eerst en vooral ‘denkers’ zouden zijn? Dan ligt het probleem niet in onze individuele overtuiging of ons gebrek aan kennis. Het probleem ligt dan juist in onze kijk op de mens als denkend ding. Maar wat zou het alternatief zijn? Als we de eerste plaats van denken en kennis ter discussie stellen, vervallen we dan niet in een anti-intellectualistische omhelzing van emotie en gevoelens? Is dat juist niet wat er mis is met de huidige cultuur? We hebben het principe ‘als-het-goed-voelt-moet-je-het-doen’ omhelsd, dat ons aanspoort ‘ons gevoel te volgen’ en te handelen naar iedere gril, naar ieder gevoel en iedere begeerte. Is dat nu niet juist waarom christenen zich op denken moeten richten – om kennis te verwerven die nodig is om tegen de impulsieve cultuur in te gaan? Wat levert dat voor jou op? Zijn we dan niet weer terug bij ons probleem? Heeft al je nieuwe kennis, informatie en denken je van deze gewoontes bevrijd? Zoals ieder wel weet die ooit een bijeenkomst van Alcoholics Anonymous bezocht: ‘Onder deze omstandigheden was dit het beste wat je kon doen.’2
Je bent wat je lief is.indd 19
07-05-19 08:57
20
Je bent wat je lief is
Het in twijfel trekken van de kijk op de mens als denkend ding, is niet hetzelfde als het verwerpen van denken. Als we erkennen dat onze kennis begrensd is, betekent dit niet dat we onwetendheid omarmen. We hebben niet minder dan kennis nodig, juist meer. We moeten de kracht van gewoontes erkennen. Daarom moeten we het reductionistische beeld verwerpen dat we in de moderne tijd onbewust in ons hebben opgenomen, het beeld dat ons behandelt alsof we eigenlijk slechts denkende dingen zijn. In plaats daarvan moeten we een alomvattende, Bijbelse mensvisie omarmen, die ons denken en weten met andere, fundamentelere aspecten van de mens in verband brengt. We zijn er zo aan gewend geraakt de Bijbel met cartesiaanse ogen te lezen – de wereld te bekijken door de bril van Descartes’ ‘ik denk, dus ik ben’ – dat we daarin ons intellectualisme en onze kijk op de mens als denkend ding bevestigd menen te zien. Als we echter grondiger lezen door deze moderne oogkleppen af te doen, zullen we ontdekken dat de Schrift een heel ander model veronderstelt. Kijk bijvoorbeeld eens naar Paulus’ opmerkelijke gebed voor de christenen in Filippi in de inleiding van zijn brief aan hen: ‘En ik bid dat uw liefde blijft groeien door inzicht en fijnzinnigheid, zodat u kunt onderscheiden waar het op aankomt. Dan zult u op de dag van Christus zuiver en onberispelijk zijn, vol van de vruchten van de gerechtigheid, die u dankt aan Jezus Christus, tot lof en eer van God’ (Fil. 1:9-11). Let op de volgorde in Paulus’ gebed. Als je het te snel leest, zou je de indruk kunnen krijgen dat het Paulus vooral om kennis gaat. Op het eerste gezicht zou je, gezien de gewoontes van onze geest, inderdaad kunnen denken dat Paulus bidt dat de kennis van de christenen in Filippi zich zal verdiepen, zodat zij zullen weten wat ze lief moeten hebben. Maar kijk dan nog eens. In werkelijkheid bidt Paulus precies het tegenovergestelde: hij bidt dat hun liefde zal blijven groeien, omdat in zekere zin liefde de voorwaarde voor kennis is. Ik ken niet om lief te hebben, maar heb lief om te kennen. En als we gaan onderscheiden ‘waar het op aankomt’ – wat het beste is, wat er werkelijk toe doet, wat van fundamenteel belang is – zegt Paulus ons dat we dan moeten beginnen bij onze liefdes. Hierin werkt een totaal andere mensvisie door. In plaats van de
Je bent wat je lief is.indd 20
07-05-19 08:57
Je bent wat je lief is
21
rationalistische, intellectualistische visie die ervan uitgaat dat ‘je bent wat je denkt’, duidt Paulus’ gebed op een heel andere overtuiging: ‘Je bent wat je lief is.’ Wat als we nu eens niet uitgaan van de vooronderstelling dat mensen denkende dingen zijn, maar beginnen met de overtuiging dat mensen eerst en vooral ‘liefhebbers’ zijn? Wat als jij niet wordt gekarakteriseerd door je kennis, maar door je verlangen? Wat als het centrum en de zetel van de mens nu eens niet ligt op het eigenzinnige niveau van ons verstand, maar in ons diepste innerlijk, ons hart? Hoe zou dat onze benadering van discipelschap en christelijke vorming veranderen?
Oude wijsheid voor christenen nu Deze oude, Bijbelse mensvisie is nu juist het geneesmiddel voor een kerk die het lokaas van de moderne visie op de mens als denkend ding heeft ingeslikt. Zoals Robert Webber altijd zei, is de toekomst van de kerk al oud: christelijke wijsheid voor een postmoderne wereld vind je door terug te keren naar de stemmen uit de oudheid, die nog niet ten prooi vielen aan het moderne reductionisme. Kijk bijvoorbeeld eens naar het werk van Augustinus, een Noord-Afrikaanse filosoof, theoloog en bisschop uit de vijfde eeuw, die al in de begintijd van de kerk een alomvattend beeld van de mens vastlegde. Al aan het begin van zijn Belijdenissen – zijn geestelijke autobiografie, geschreven in de vorm van een gebed – wijst Augustinus nauwkeurig het epicentrum van de menselijke identiteit aan: ‘Gij hebt ons gemaakt naar u, en ongerust is ons hart totdat het zijn rust vindt in u.’3 Deze ene regel zit vol wijsheid die onze benadering van eredienst, discipelschap en christelijke vorming radicaal moet veranderen. In dit compact geformuleerde inzicht kun je verschillende thema’s onderscheiden. Augustinus begint met een uitspraak, een overtuiging ten aanzien van de bedoeling waarmee mensen zijn gemaakt. Dit is om diverse redenen van belang. In de eerste plaats erkent hij dat mensen zijn gemaakt door en voor de schepper, die wij kennen in Jezus Christus. Met andere woorden, om werkelijk en volledig mens te zijn, moeten
Je bent wat je lief is.indd 21
07-05-19 08:57
Je bent wat je lief is
22
we onszelf beschouwen in relatie tot die Ene, die ons heeft gemaakt en voor wie wij zijn gemaakt. Het evangelie is de manier waarop wij leren mens te zijn.4 Zoals Ireneüs het ooit zei: ‘De eer van God ligt daarin dat een mens ten volle leeft.’5 In de tweede plaats is voor Augustinus het impliciete beeld van mens-zijn dynamisch. Mens-zijn wil zeggen er voor iets zijn, gericht zijn op iets, georiënteerd op iets. Mens-zijn wil zeggen in beweging zijn, iets najagen. We zijn als haaien: we moeten bewegen om te leven. We zitten niet slechts vol met ideeën, we zijn dynamische wezens, gericht op een doel. In de filosofie hebben we een korte aanduiding daarvoor: iets wat zich richt op een doel of telos (‘bestemming’) omschrijven we als ‘teleologisch’. Augustinus erkent terecht dat mensen teleologische wezens zijn.
Geloven met je hele persoon In de dynamische relatie tussen liefde en kennis, en tussen hoofd en hart, tekenen de Schriften een alomvattend beeld van de mens. God verlost niet alleen ons verstand, maar de hele persoon: hoofd, hart en handen. Christus neemt ons verstand in beslag, maar ook ons kardia, zelfs wat Paulus onze splagchna noemt, onze ‘binnenste delen’, die de zetel van onze ‘affecties’ zijn. De wetenschap krijgt tegenwoordig weer oog voor deze oude Bijbelse wijsheid over de menselijke persoon. Wetenschappers aan de University of California en de McMaster University hebben experimenten uitgevoerd die inzicht moeten verschaffen in onze basale gevoelens. Hun studies wijzen op de manier waarop microben in onze maag de neurale activiteit van onze hersenen beïnvloeden. ‘Je brein is niet zomaar een orgaan’, zo stellen zij. ‘Het wordt [...] beïnvloed door wat er in de rest van je lichaam gebeurt.’a Scientific American bericht dat ‘onze ingewanden in feite bekleed zijn met een vaak vergeten netwerk van zenuwcellen dat zo omvangrijk is dat sommige wetenschappers de bijnaam “ons tweede brein” eraan hebben gegeven’.b Geen wonder dat Jezus ons uitnodigt hem te volgen door te eten en te drinken (Joh. 6:53-58). Discipelschap raakt niet alleen ons hoofd of zelfs alleen ons hart; het reikt tot in onze ingewanden, onze splagchna, onze affecties. a. www.npr.org/sections/health-shots/2013/11/18/244526773/gut-bacteria-mightguide-the-workings-of-our-minds. b. www.scientificamerican.com/article/gut-second-brain.
Je bent wat je lief is.indd 22
07-05-19 08:57
Je bent wat je lief is
23
Een tweede belangrijk thema is dat Augustinus het centrum of ‘orgaan’ van deze teleologische oriëntatie in ons hart lokaliseert, de zetel van onze verlangens en begeerten. Helaas is de taal van het ‘hart’ (kardia in het Grieks) overgenomen door onze cultuur en opgenomen in de zoete sentimentaliteit van Hallmark en dus gelijk komen te staan met een soort emotivisme. Dit is niet wat de Bijbel met kardia bedoelt en evenmin wat Augustinus ermee wil zeggen. Je moet aan het hart denken als de spil van je allerdiepste verlangens – een instinctieve, onderbewuste oriëntatie op de wereld. Augustinus stelde het zich niet voor als een louter intellectuele zoektocht. Hij zegt niet: ‘U hebt ons gemaakt om U te kennen en ons verstand is onrustig totdat het U begrijpt.’ Het verlangen dat Augustinus beschrijft, lijkt minder op nieuwsgierigheid dan op honger, minder op een intellectuele puzzel die om een oplossing vraagt dan op hunkeren naar voedsel (zie Ps. 42:2-3). In dit beeld ligt het zwaartepunt van de mens niet in ons verstand, maar in ons hart. Waarom? Omdat ons hart de existentiële plaats is waar onze liefde huist en het zijn onze liefdes die ons richten op een fundamenteel doel of telos. Het gaat er niet slechts om dat ik een doel ‘ken’ of in een telos ‘geloof’. Het is meer dan dat. Ik verlang naar een doel. Ik wil iets en ik wil het vanuit het diepst van mijn hart. Het zijn mijn verlangens die mij karakteriseren. Kortom, ‘je bent wat je lief is’. Sterker nog, we kunnen zeggen dat mensen eigenlijk erotische wezens zijn. Om begrijpelijke redenen heeft het woord ‘erotisch’ in onze van pornografie vergeven cultuur helaas heel wat negatieve connotaties. Daarom neigen christenen ertoe allergisch te zijn voor eros en maken ze vaak een groot onderscheid tussen eros en agape, waarvan ze de tweede dan als ‘christelijke’ liefde beschouwen. Daarmee laten we echter het goede van het verlangen op misvormde wijze kapen door de huidige cultuur.6 In haar diepste zin wijst eros op een verlangen en aantrekkingskracht die een goede trek vormen van ons schepsel-zijn. In plaats van het aanbrengen van een onterecht onderscheid tussen agape en eros, zouden we agape ook kunnen beschouwen als goed gerichte eros: de liefde van Christus, die in onze harten is uitgestort door de Heilige Geest (Rom. 5:5), is een verlost, goed gericht verlangen naar God. ‘Je bent wat je verlangt.’
Je bent wat je lief is.indd 23
07-05-19 08:57
Tim Keller
W E WO R D E N G E VO R M D D O O R WAT W E L I E F H E B B E N CHRISTELIJKE GEWOONTES ALS TEGENKRACHT
‘In dit aanstekelijk geschreven boek laat James Smith overtuigend zien dat mensen door verlangens worden gedreven en door liturgieën worden gevormd. Welke leggen het meeste gewicht in de schaal: die van de shopping mall of van de christelijke eredienst?’ Herman Paul, auteur van ‘De slag om het hart’
NUR 700 • ISBN 978 90 239 5673 0
J E B E N T WAT J E L I E F I S
Volgens James K.A. Smith worden we gevormd door wat we liefhebben: wij willen de cultuur beïnvloeden, maar de cultuur vormt ons nog veel meer. De auteur helpt de lezers de beïnvloedende kracht van de cultuur en de tegenkrachten van christelijke gewoontes te herkennen. Een boek als eye-opener dat in de Verenigde Staten diverse prijzen ontving en wereldwijd (met 100.000 verkochte exemplaren) enthousiast werd ontvangen.
JAMES K.A. SMITH
‘Een belangrijk en uitdagend boek!’
JE BENT WAT J E L I E F I S De spirituele kracht van gewoontes
JAMES K.A. SMITH